Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Terwijl zij het zagen en een wolk onttrok Hem aan hun
ogen
(Handelingen 1: 9)
1
In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van
Jezus beschreven, 2 vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de
hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige
Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. 3 Na zijn lijden
en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende
veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over
het koninkrijk van God.
4 Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit
Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader,
waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. 5
Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de
heilige Geest.’ 6 Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem:
‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over
Israël herstellen?’ 7 Hij antwoordde: ‘Het is niet
jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld
over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen
plaatsvinden. 8 Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen
jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea
en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’
9 Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en
opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. 10 Terwijl hij zo
van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er
opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. 11 Ze zeiden:
‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?
Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde
wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’
12 Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem.
Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. 13 Toen ze
in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze
verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en
Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van
Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. 14
Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen
en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.
De Hemelvaart van Jezus een geweldig feest
Jezus gaat naar de hemel, en toch schept dat geen afstand
Het is
mooi, dat de Here Jezus naar de hemel is opgestegen. Dat had Hij zeker
verdiend. Maar wat doet Hij daar nu? Daar staan we te weinig bij stil,
denk ik. Bij de hemel denken we aan iets heel moois, er is volop geluk
en het is een eeuwig blijvende situatie. En als we over de Here Jezus
nadenken, die daar nu is, dan verwachten we, dat Hij ook deelt in die
heerlijke, feestelijke vreugde. In de hemel is iedereen gelukkig en
verder is het er rustig. Dat hebben we immers geleerd: na ons leven
gaan we in tot de eeuwige rust.
Toch is dat niet waar. De hemel is geen oase van eeuwige rust, waar
alles prachtig is, maar waar verder niets schokkends gebeurt. Dan zijn
we toch verkeerd ingelicht, gemeente. Dan hebben we over de eerste
woorden van ons zakbijbeltje heengelezen: 'In het begin schiep God de
hemel en de aarde.' Daar staat het toch duidelijk: God schiep
óók de hemel! We weten er niet veel van, maar ook in de
hemel tikt de tijd, ook in de hemel zit ontwikkeling, er is
geschiedenis en toekomst. Bovendien waren de hemel en de aarde op elkaar gericht: de hemel als woonplaats
van God en dienstverblijf voor de engelen, de aarde aan het beheer van
de mensen toevertrouwd. God daalde uit de hemel af naar de aarde om met
Adam te spreken in de koele avondwind, en ook de hemel stond voor Adam
open.
Maar voor ons is de hemel zo onbereikbaar ver weg. We kunnen ons er
amper een voorstelling van maken. God ontmoeten en bediend worden door
engelen hebben we nog nooit meegemaakt. Allemaal gevolgen van de
zondeval. Daardoor is niet alleen de aarde vervloekt, maar zijn we de
hemel ook kwijt geraakt.
De hemel zelf is nog steeds volmaakt
God woont er nog, de engelen zijn
Gods dienst-personeel en worden er elke dag op uitgestuurd om ons te
helpen. Maar ook in de hémel is er na de zondeval wat veranderd.
Men mist er toch iets: het kontakt met de aarde. Want de hemel rekende
op veel bewoners. ‘In het huis van mijn Vader zijn veel
kamers’, hebben we van de Here Jezus gehoord. Zonder zondeval
zouden wij daar zeker gekomen zijn. Maar nu is alle kontakt met de
overkant afgesloten. Wat zondig is, kan de hemel niet in, kontakt met
de vijand is uitgesloten. En dus is het geluk in de hemel volmaakt,
maar staan er wel veel huizen leeg. Mensen zijn nog niet in de hemel
aangekomen. Geluk en gemis: het één sluit het ander niet
uit. Maar dat geluk was voor ons niet meer weggelegd. Zondige mensen
kunnen de hemel wel uit hun hoofd zetten.
Totdat Christus naar de hemel ging. Híj heeft
de breuk tussen hemel en aarde weer hersteld. En hoe. Het lijkt misschien niet zo indrukwekkend;
de hemelvaart van de Here Jezus maar een eenvoudige, geruisloze
gebeurtenis geweest. Jawel, maar laten we niet vergeten: Jezus Christus
gaat op eigen kracht de hemel binnen, en dat is uniek: dat heeft
niemand ooit gedaan en kunnen doen.
En vergeet vooral niet, hóe de Here Jezus naar de hemel is
opgestegen: als mens. Voor het eerst gaat een mens zelfstandig naar de
hemel toe, op eigen initiatief. Dat is de kroon op het werk van
Christus: Hij neemt de plaats die Hem als méns toekwam. Hij
zette die stap als eerste van alle mensen. Voor de Here Jezus zelf was
zijn hemelvaart een logisch gevolg van zijn overwinning op de dood,
maar de konsekwenties voor ons zijn enorm.
Toen de eerste man op de maan voorzichtig rondliep, sprak hij de
historische woorden: 'Dit is een kleine stap voor een mens, maar een
grote stap voor de mensheid.' Dat was terecht, want zo ver had de
mensheid het nog nooit geschopt. Een mens op de maan laten rondlopen:
bijna goddelijk, zeggen we dan met Psalm 8. Maar wat is de maan in
vergelijking met de hemel! Dáár is ook een mens naartoe
gegaan. Niet met een raket omhooggeschoten, maar gewoon: gegaan. En we
kunnen eveneens zeggen: 'Dit is een kleine stap voor Christus, maar een
grote stap voor de mensheid.' We zien als het ware, hoe dichtbij de
hemel komt: de eerste mens is er al. En in de hemel ziet men de aarde
ook weer dichterbij komen: de verbinding is weer hersteld, men verwacht
de rest van de mensen ook.
Door de hemelvaart van Christus gaan wij op ons doel af, gemeente, en
bereikt ook de hemel zijn doel. Op aarde leven mensen weer naar de
hemel toe, dat kan weer, en de hemel staat weer open voor de aarde. We
hebben weer levenskansen: we leven nu onder een open hemel, totdat
Christus terugkomt. Zonder de hemelvaart van Christus was dat
onmogelijk. Maar Hij is nu al in de hemel om voor ons een plaats
gereserveerd te houden. En straks, als het feest gaat beginnen, zegt
Hij: kom allemaal maar binnen, Ik heb jullie plekje al bezet gehouden,
hier is jullie plaats.
Als we bij de verjaardag van de meester of op een bruiloft het al mooi
vinden, dat we erbij zijn, dan mogen we helemaal wel blij zijn, als de
Here Jezus zegt: als ik klaar ben met het gereed maken van de plaatsen,
mogen jullie allemaal bij Mij zijn. Dan begint het grote
bruiloftsfeest, op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Heb je daar zin
aan, aan zo'n toekomst?
Jezus werkt in de hemel, en dat doet Hij voor ons
De Here Jezus rust in de hemel niet uit van
zijn werken. Het is voor Hem geen vakantie in de hemel. Ook is de
hemelvaart van Christus geen ontvluchting van de aarde. Jezus liet de
aarde niet aan haar lot over om nu alleen van de hemelse heerlijkheid
te gaan genieten. Nee, vanuit de hemel gaat Hij nu verder aan het werk
met de verlossing. De overwinning is wel een zeker, er kan niets meer
aan gebeuren, maar op aarde is de definitieve kapitulatie nog geen
feit. De duivel vecht zich liever dood vanuit zijn kansloze positie,
dan dat hij zich gewonnen geeft. Daarom is het in de hemel een drukte
van belang. De hemel – dat is zeg maar het hoofdkwartier in
bevrijd gebied. Zo is de hemel het centrum van
waaruit de Here Jezus als mens het hele strijdfront op aarde overziet.
En Hij belooft ons, dat we er niet alleen voor staan. Hij belooft ons
zijn bescherming -Mij is álle macht gegeven, Ik ben met jullie
tot aan de voltooiing van deze wereld-; Hij belooft ons zijn gunst -Hij
vertrekt zegenend, dus God zal ons niet verlaten- en Hij belooft ons
bijstand -de gelovigen zullen met kracht uit de hemel worden bekleed:
de heilige Geest. En het mooiste is: Jezus komt net zo terug. Dan
begint voor ons het leven in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde in
volmaakt geluk.
Soms hebben we in al die dingen een hard hoofd. Want die
hemel lijkt nog steeds zo ver weg. En we missen de konkrete
aanwezigheid van de Here Jezus. Dat verlangen naar meer is heel
begrijpelijk. Als dat verlangen er niet was, zouden we niet de juiste
mentaliteit hebben. Maar het is belangrijk genoeg om eraan vast te houden, dat de Here
Jezus in de hemel is. Hij is daar als mens, óók voor ons.
Van zijn kant was dat geen afscheid, maar een teken van blijvende
solidariteit: 'Ik ben en blijf jullie nabij! Tot de jongste dag!’
Daar mag je je aan optrekken!
Bovendien is de Here Jezus in de hemel helemaal op zijn plaats. Hij
neemt het daar voor ons opneemt. Hij herinnert God er voortdurend aan,
dat Hij ons gekocht en betaald heeft met zijn kostbaar bloed. Dankzij
Jezus is God ‘de Genadige’ geworden, kunnen we in Hebr.
4 lezen. Hij veroordeelt je niet meer als zondaar, maar wil je
helpen
om het vol te houden als gelovige. Dankzij de Here Jezus, die voor jou
en mij de hemel is doorgegaan! Daarom hoef je als kind en als
volwassene niet meer bang te zijn of je
wel bij God mag horen en een plaatsje in de hemel krijgt. Geloof gewoon
maar in de Here Jezus. Vertrouw op Hem. En wees blij, dat Hij al in de
hemel is. Want daar werkt Hij voor ons. Vanuit de hemel zorgt Hij er
ook voor, dat we dat niet vergeten, en erin blijven geloven. Die
toekomstverwachting bepaalt dan ook onze stijl van leven.
Jezuz komt terug, en dat geeft ons hoop
De Here Jezus is in de hemel als mens. Op de avond voor het verraad en
zijn kruisdood heeft Hij het er uitvoerig met zijn discipelen over
gehad. 'Werkelijk, het is goed, het is beter voor jullie dat Ik ga.'
Dat was ook zo, na zijn lijden en sterven en opstanding is zijn werk op
aarde af –missie volbracht- en in de hemel is er nog veel werk te
doen. Maar toch doet zo'n afscheid pijn: 'Jullie zijn verdrietig, omdat
Ik jullie dat heb gezegd’ was de Here Jezus opgevallen. Daarom
belooft Hij, dat Hij de heilige Geest als Trooster en Pleitbezorger
naar ons toe zal sturen. Die Geest zal altijd en overal bij alle
gelovigen over heel de wereld zijn. Hij wijst ons de weg, welke kant we
op moeten, de weg naar de volledige waarheid. En de heilige Geest
vertelt geen nieuwe dingen, maar Hij maakt ons alles bekend, wat de
Here Jezus gezegd heeft. Zodat we Hém niet vergeten, nu Hij in
de hemel is.
Het is dus de kracht van de heilige Geest, als je bij jezelf merkt:
hé, ik luister graag naar de woorden van de Here Jezus! Net als
zoveel mensen om mij heen. En als u daarover nadenkt, broeders en
zusters, dan vraag ik me wel eens af: hoe bestaat het, dat al die
christenen zoveel vertrouwen hebben in de toekomst, dat al die
christenen geloven in een leven na de dood en dat al de christenen
zeker weten dat de hemel voor hen open staat?
Waarom geeft het
geloof in Jezus Christus ons zoveel steun, vooral in moeilijke tijden?
Dat hebben we niet zelf bedacht. Als Christus ons aan onszelf overlaat,
dan trekken we ons niets aan van wat er na ons leven komen gaat. Dan
proberen we liever hier een goed leven te leiden. Maar de Here Jezus
heeft ons de heilige Geest als voorschot gegeven. Die overtuigt ons
door te zeggen: 'Beste mensen, zonder de hemel kan de aarde u geen
toekomst bieden. Zonder de hemel kunt u hier van alles proberen, maar
echt gelukkig worden zult u nooit. Dat wilt u misschien niet toegeven,
naar buiten toe kunt u de schijn mooi ophouden, maar wie stil blijft
staan bij aardse dingen, vindt nooit het werkelijke geluk. Die blijft
zoeken, zonder te vinden. Want in de hemel, dáár is de
Here Jezus. Daar moet je wezen en je aandacht op richten.'
Dat is de ruil, die de Here Jezus met Hemelvaart voor ons geregeld
heeft: Hij, één van ons, is als eerste van ons mensen in
de hemel; en wij, die nu nog achtergebleven zijn, krijgen zijn Geest,
om ons hier op aarde al te oriënteren op de hemel, waar Christus
is, en om uit te kijken naar de nieuwe aarde, die zeker komt, als de
Here Jezus weer verschijnt op de wolken. Daar ligt onze eindbestemming.
Daar staan we lang niet altijd bij stil
Onze aandacht is zo gauw van
de Here Jezus en van het geloof afgeleid. We ervaren het zo weinig, dat
Hemelvaart een feest is. Wat dat betreft kunnen we ons de eerste reaktie van de leerlingen wel
wat voorstellen. Die zijn ook met de situatie verlegen. Hoe moeten ze
nu verder, zonder Jezus in hun leven?
Maar dat was niet hun laatste reaktie. In Lukas 24 lezen we, dat ze
blij zijn en voortdurend God dankten in de tempel. Hoe komen ze zover?
Alleen omdat Jezus hen zegende, toen Hij omhoog steeg? Ik denk, dat het
antwoord in Handelingen 1 te vinden is. Daar beschrijft Lukas de
Hemelvaart uitgebreider; hij laat weten, dat er engelen aan te pas
gekomen zijn om de discipelen weer op het goede spoor te brengen. Die
éngelen veranderen hun stemming, doen de verlegenheid omslaan in
blijdschap. Waarom? Omdat ze zeggen mogen namens God: Jezus zal net zo
weer terugkomen als je Hem hebt zien opstijgen naar de hemel. Zo
herinneren de engelen de gelovige leerlingen opnieuw aan die twee
beloftes, die ze al van Jezus gekregen hadden: Jullie zullen kracht
ontvangen als de Heilige Geest komt. En: Ik zal terugkomen bij de
voltooiing van de wereld.
Twee beloften, die wij meekrijgen
Niet door engelen, maar vanuit
de Bijbel, door Gods eigen Woord. Dat zijn toch prachtige toezeggingen?
Daarmee kun je als gelovige het wachten op Jezus’ terugkomt
aan. Want er is een belofte voor de lange termijn - Hij komt
terug! En er is een belofte voor de korte termijn - de Geest komt! Zo
is Jezus altijd bij ons. Nu al: met zijn Geest en Woord. En straks
helemaal: als Koning.
Hemelvaart is dus echt feest, als je met je hele hart op Jezus
betrokken bent! Want ook al is Hij lichamelijk afwezig, toch zijn we
Hem niet kwijt. Integendeel, we krijgen steeds meer.
Het is Kerstfeest geweest – en je zag alleen een klein kindje in de kribbe.
Het werd Goede Vrijdag – de Hoop van Israel stierf aan het kruis.
Daarna kwam Pasen – Jezus is echt de Opstanding en het Leven.
Nu is Hij naar de hemel gegaan – onze Man staat vlak bij Gods troon.
Meteen daarna komt Pinksteren – we krijgen de Heilige Geest voor Jezus terug en die werkt wereldwijd!
Straks komt Jezus terug
Dat is de hoop van het Evangelie. Daar
veranderen mensen door. Van verslagen mensen, die op zoek zijn, in
mensen die grote vreugde kennen. Dat is aan Jezus onze Heer te danken. En aan Gods goede zorg voor ons.
Want Hij houdt ons wakker. Wakker, ‘om Hem, de levende en ware
God, te dienen en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die
Hij uit dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende
oordeel.' Zie het de laatste verzen van 1 Tessalonicenzen 1.
HEMELVAARTSDAG
Voor christenen is deze dag meer dan alleen maar een welkome
vakantiedag midden in de week. Het is 40 dagen na Pasen en omdat Pasen
altijd op een zondag valt betekent dit dat Hemelvaartsdag altijd op een
donderdag valt. Maar het betekent ook dat de datum altijd anders is,
omdat ook de datum van Pasen ieder jaar anders is. Maar er is nog meer
dat een christen op deze dag wil vieren.
Het is de 40ste dag na Pasen. Met Pasen is Jezus Christus, Zoon van
God, verrezen uit de doden. Hij leeft, is niet meer dood. Vervolgens
verschijnt Hij vaak aan zijn leerlingen. Zijn leerlingen herkennen Hem
aan het "breken van het brood" (de Eucharistie) en door wat Hij de
leerlingen vertelt.
Daarvan staan voorbeelden in het Evangelie, het boek waarin de Blijde Boodschap van Christus staat opgeschreven:
Het Emmaus-verhaal is zo'n beetje een van de meest bekende van deze
verhalen. (zoals beschreven in het Evangelie volgens Lucas,
één van de leerlingen van Jezus, hfd. 24, versen 13 - 35)
Zo ook het verhaal van de ongelovige Thomas: pas wanneer hij, nadat
Christus verrezen is, de wonden van Jezus (door de kruisiging en de
doorboring van zijn zijde) kan aanraken wil hij geloven. (in het
Evangelie, zoals de Apostel Johannes het opgeschreven heeft, hfd. 20,
versen 19 - 31)
En dan komt het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel
gaat. Niet langer verschijnt Hij aan zijn leerlingen. "Terwijl de
leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door
een wolk", staat in het Evangelie.
De hemel, het bij God zijn, is het uiteindelijke doel ook van ons
leven. Niet in deze 'aardse' tijd, maar na onze dood. Jezus, door de
dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij
zijn uitgenodigd om daar te komen.
Nu Hij naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de
leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper
gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met
Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven
en Jezus willen volgen.
Kijk ook eens in de Katechismus van de Katholieke Kerk, wat daar in de nummers 659 - 664 geschreven staat over de Hemelvaart.
Wat Jezus nu in de hemel doet
Wat doet de Here Jezus daar in
de hemel? Hij maakt er voor zijn
gelovigen plaats klaar. Toch, als we belijden dat Hij ons daar- boven
ten goede is, dan houdt dat wel veel meer in. De Here Jezus heeft het
daar gewoon druk met en voor òns.
Hij is daar bijvoorbeeld ook werkzaam als onze voorspreker, als onze
advocaat. Hij pleit voor ons bij de troon van de Vader. Dat is
één van de manieren waarop Hij onze nieuwe relatie met
God als verzoende mensen in stand houdt. Daar kunnen ze niet zonder. In
ons leven aan deze kant van het graf kan er nog zoveel fout gaan. En
gáát er nog zoveel verkeerd.
In onze verhouding tot God
treden allerlei stoornissen op. Van heel erg tot minder erg. Minder erg
ook, ja maar dan toch onverdraaglijk in de ogen van de Here God. We
liggen zo vaak overhoop met Gods goede gebod. Ons geloof is niet altijd
wat het wezen moet. Onze liefde is zo dikwijls onderkoeld en de hoop zo
zwak. En dan is er ook nog ons tekort als christenen ten opzichte van
onze medechristenen. En mensen buiten de gemeente. Waar is daar het
einde van?
Maar hoor, Hij, de Heiland in de hemel, pleit voor ons! Niet
op grond van verzachtende omstandigheden aan onze kant. Die zijn er
soms, jawel, maar voor Gòd zijn ze nooit een volkomen
verontschuldiging. Nee, de Here Jezus hierboven pleit voor ons op de
enige grond, die deugt en houdt. Hij pleit op de grond van zijn eigen
lijden en gehoorzaamheid. Op zijn bloed voor Gods volk gegeven. Dat
staat zo mooi beschreven in de rijke beeldspraak van de
Hebreeënbrief.
Bij zijn hemel- vaart heeft Hij het bloed van zijn
offer van zich zelf meegenomen. Hij heeft het binnen gebracht in het
hemels heiligdom. En daar voor God neergezet. En op grond van dat
reinigend bloed pleit Hij voor de vergeving van ons kwaad. Dat pleiten
is bidden. Zegt de Bijbel: Hij leeft altijd om voor ons te bidden. Een
sterke uitdrukking! Daar lééft Hij voor. Dat is zijn
bestaan daarboven: bidden voor ons. Zoals de Geest hier beneden met ons
mee bidt 'met onuitsprekelijke zuchten', zo doet de Heiland het in de
hemel. Wat een activiteit! En dat allemaal voor mensen die het van
zichzelf niet waard zijn.
Deze gebeden van de Heiland werken de aanklachten van de boze tegen ons
effectief weg. Ze worden door God geseponeerd. Want nog eens: de
Heiland pleit op de grond van zijn bloed. En tegenover de stem van
dàt bloed, dat luider roept om vergeving van ons kwaad dan
Abel's onschuldig vergoten bloed riep om wraak, verstommen zijn
beschuldigingen, die onze gewetens zo kunnen verontrusten.
Ja, Christus voorbede geeft ons rust. Want er is geen beter voorbidder
denkbaar dan Hij. Dat staat zo mooi in art. 26 NGB: wie staat er
dichter bij de Vader dan Hij? Wie heeft er beter toegang tot de Vader,
dan zijn beminde Zoon? En wie houdt er meer van ons, dan Hij die zijn
leven voor ons gaf? Op Hem kunnen we rekenen, gemeente. Bidt dan maar
vrijmoedig in Jezus'naam.
De Heidelbergse Catechismus belijdt op grond van de Schrift nog meer over de werkzaamheid van de Heiland in heerlijkheid.
Hij zendt ons de Geest als tegenpand, zegt de catechismus. Een wat
moeilijke uitdrukking misschien. Maar ze is wel duidelijk te maken.
We
hebben bij de Heiland daarboven, in de hemel, een pand, een garantie.
Hijzelf is dat pand. Omdat wij bij Hem horen, vlees zijn van zijn
vlees, kan het niet anders of we zullen eens zijn waar Hij is. Hij zelf
wil dat ook. Hij heeft er om gebeden in het hogepriesterlijk gebed.
Maar ondertussen moeten we nog wel wàchten dat het zover komt.
Daarom kregen we van Hem hier op aarde een tegenpand. Nòg een
pand. Een aanvullende garantie, maar dan hier beneden. En wat is
dàt tegenpand veel waard! Dat 'tegenpand' is immers de Geest,
die Hij aan de gemeente heeft gegeven om bij haar te wonen, te werken
en te blijven.
Zelf zei Hij daarvan voor zijn hemelvaart: Ik zal jullie
niet als wezen achterlaten. In zijn Geest is Hij zelf heel dicht bij
ons. Zeer vertroostend heet de Geest daarom ook wel de Geest van Jezus.
In de Geest is de Heiland met ons bezig. Door de Geest bewerkt Hij bij
ons inkeer tot ons zelf, kennis van onze zonde en ook het berouw. En -
Hij zij geprezen! - ook de overtuiging van schuldvergeving.
Door zijn
Geest helpt Hij ons ook bij de heiliging van ons leven. Dat is: Hij
stimuleert en bewerkt bij Gods kinderen de voortgaande, dagelijkse
bekering. Door de Geest stort Hij zijn liefde uit in onze harten. Dat
wil zeggen: laat Hij ons zijn liefde proeven en maakt ons gewillig tot
zijn dienst als een dienst van wederliefde. Geeft Hij ons blijdschap.
Door de Geest, die de Geest van volharding is, doet Hij ons, onder
vallen en opstaan, toch weer volhouden. Door de Geest bemoedigt Hij ons
in donkere uren. Door de Geest geeft Hij ons het blije en lokkende
vooruitzicht van zijn grote toekomst.