Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Toen er veel volk samenstroomde, sprak Hij door een
gelijkenis
(Lucas 8: 4 e.v.)
1
Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot
dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De
twaalf vergezelden hem, 2 en ook enkele vrouwen die van boze geesten en
ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren
uitgedreven, 3 Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van
Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen
middelen voor hen zorgden.
4
Toen er vanuit de steden mensen naar hem toe gekomen waren en er zich
een grote menigte verzameld had, vertelde hij deze gelijkenis: 5
‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij
daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en
door de vogels opgegeten. 6 Er viel ook wat zaad op rotsachtige bodem,
maar toen het opschoot, droogde het uit door gebrek aan water. 7 Ander
zaad viel tussen de distels, en toen de distels opschoten verstikten ze
het. 8 Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht
honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten.’ Hij voegde
er met luide stem aan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed
luisteren.’
9
Zijn leerlingen vroegen hem wat deze gelijkenis betekende. 10 Hij
antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God
kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat
ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen. 11 Dit is de
betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. 12 Het zaad
op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de
duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze
worden gered door te geloven. 13 Het zaad op de rotsachtige bodem, dat
zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar
het schiet geen wortel; ze geloven zolang het hun goed uitkomt, maar
als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig. 14 Het zaad dat
tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar
door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze
gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen. 15 Het zaad in de
vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar
het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid
vrucht dragen.
16
Wie een lamp heeft aangestoken, dooft hem niet meteen weer door hem te
bedekken en zet hem ook niet onder een bed, nee, hij plaatst hem op een
standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. 17 Want niets
dat verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend
worden en aan het licht komen. 18 Let dus goed op hoe jullie luisteren:
want wie iets heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal
zelfs wat hij denkt te hebben worden ontnomen.’
19 Zijn moeder en zijn broers kwamen naar hem toe, maar ze konden niet
bij hem komen vanwege de menigte. 20 Zijn toehoorders zeiden tegen hem:
‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.’
21 Maar hij antwoordde: ‘Mijn moeder en mijn broers zijn degenen
die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen.’
Waarom begon Jezus in gelijkenissen te onderwijzen?
Op een zekere dag begon de Heere Jezus te spreken in gelijkenissen. Dat
viel op bij de discipelen gezien de vraag die ze stelden: ‘Waarom
spreekt Gij tot hen door gelijkenissen?’
Wat was nu het nieuwe in het onderwijs van Jezus? Niet zozeer het
gebruik van beelden. We hebben gezien dat zowel Johannes de Doper als
de Heere Jezus dat ook vaak deden. Het nieuwe was dat Jezus nu
uitsluitend gebruik maakte van gelijkenissen. De gelijkenis, het
verhaal, gaat niet langer samen met open onderwijs en uitleg. Vroeger
maakte de Heere Jezus gebruik van beelden om Zijn onderwijs, Zijn preek
te illustreren. Maar nu wordt het beeld, de illustratie de preek zelf.
Van Bruggen vergelijkt het met een film waarbij de ondertiteling
ontbreekt18. De beelden op zich zijn duidelijk en je kunt ze zien, maar
je weet niet wat ze betekenen. En dat is het, wat de discipelen opvalt.
Zoals het ze later weer opvalt als de Heere Jezus weer vrijuit spreekt:
‘Zijn discipelen zeiden tot Hem: Zie nu spreekt Gij vrijuit, en
zegt geen gelijkenis.’
Waarom
deed Jezus dat? Het antwoord vinden we in Mattheüs 13:11-13:
‘Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der
hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven. Want wie heeft, dien
zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft,
van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft. Daarom spreek Ik tot
hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet
horen, noch ook verstaan’.
De
Heere Jezus had al een tijd openlijk gepreekt en wonderen gedaan.
Sommigen aanvaardden Hem als Messias, anderen verwierpen Hem.20 Nu gaat
Jezus op een manier preken waardoor die tweeërlei reactie nog
duidelijker aan het licht komt.
De discipelen hadden persoonlijk kennis aan de verborgenheden
(letterlijk staat er ‘mysteries’) van het Koninkrijk Gods.
Zij begrepen de verborgenheden van dat Koninkrijk. Dat is wat anders
dan het begrijpen van de verborgenheden van de gelijkenissen, want ook
zij vroegen om nadere uitleg.21 Maar de discipelen geloofden in de
Heere Jezus. ‘God gaf hun met het geloof in Jezus de sleutel tot
de schatkamers van Zijn rijk.’
Maar
dien, dat wil zeggen de scharen, is het niet gegeven de verborgenheden
te weten. Aan hen is die kennis van de geheimen van het hemelrijk niet
gegeven. Want zij erkenden Jezus niet als zijnde de Messias. Ze zien de
wonderen van Jezus, ze horen Zijn onderwijs, ze bewonderen Zijn daden,
maar ze nemen de Heere Jezus niet echt aan door het geloof. Ze
begrijpen ten diepste niet wie Hij is. Ze wijzen de gevraagde bekering
en de aangeboden genade af.
Daarom gaat Jezus nu in beelden spreken. Als reactie op hun houding.
Van Bruggen: ‘Het is niet zo dat Hij zich verbergt en de geheimen
voor hen toesluit. Zij zijn het zelf die zich terughouden en die oren
en ogen toesluiten voor de werkelijkheid van Christus.’23 Ze
krijgen nu de onderwijsvorm die bij hen past. Kortom: het spreken in
gelijkenissen was ten diepste een straf, een oordeel op hun ongelovige
ongehoorzaamheid.
Ik
kwam ergens een beeld tegen van een ouderwetse lampenkap. Zonder
zo’n kap schijnt het licht in de kamer overal even sterk. Maar
als je de kap over de lamp plaatst, wordt het in de hoeken van de kamer
een stuk donkerder. Zit je dicht bij de lamp, dan ontvang je gerichter
en daardoor meer licht. Zoals de lampenkap het licht in de hoeken van
de kamer wegneemt, zo bedekte Jezus door de gelijkenissen de betekenis
van Zijn woorden. In die zin verhullen de gelijkenissen de
verborgenheden van het Koninkrijk Gods voor de ongelovigen en onthullen
ze die voor de gelovigen.
Lees hier eens verder : Aan Jezus voeten