Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

Jezus,
gezeten op een ezel, gaat Jeruzalem binnen.
(Johannes 12.11-19)
12 De volgende dag was er al
een grote menigte in Jeruzalem voor het feest. Toen ze hoorden dat
Jezus ook zou komen, 13 haalden ze palmtakken en
liepen ze de stad uit, hem tegemoet, terwijl ze riepen:
‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de
koning van Israël.’ 14 Jezus zag een ezel staan en
ging erop zitten, zoals geschreven staat: 15 ‘Vrees niet, Sion,
je koning is in aantocht, en hij zit op een ezelsveulen.’ 16 Zijn leerlingen begrepen dit
aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was,
herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo
ook gebeurd was. 17 De mensen die erbij waren
geweest toen hij Lazarus uit het graf riep en uit de dood opwekte,
waren van die gebeurtenis blijven getuigen. 18 Daarom ging de menigte hem
ook tegemoet, omdat ze gehoord hadden dat hij dit wonderteken had
gedaan. 19 En de farizeeën
zeiden tegen elkaar: ‘Je ziet dat we niets bereikt hebben:
kijk maar, de hele wereld loopt achter hem aan.’
Koningschap
van Jezus - hosanna voor de Zoon van David
Heden hosanna, morgen
kruisigt Hem.
Dat
is de wonderlijke tegenstelling van palmpasen.
Hier
lezen
we hoe Jezus Jeruzalem binnen treedt / gehaald wordt als een
Koning...
De
zondag van palmpasen is een bijzondere dag. Het is het begin van de
laatste week van Jezus' leven. In de dagen die nu komen, vinden de
laatste dingen van Jezus' leven plaats (Het laatste avondmaal van Jezus
met de discipelen, de verloochening door Petrus, de
Hof
van Gethsemane, het proces tegen Jezus, Pilatus die zijn handen in
onschuld wassen wil, de vrijlating van Barnabas en het sterven aan het
kruis van Jezus.)
Op
deze zondag, echter, lijkt het lijden nog even weg. We horen over een
feestelijke intocht met enthousiaste mensen. Alles lijkt er op te
wijzen dat de Messias gekomen is. De Messias die recht zal brengen op
aarde. De beloofde en lang verwachte Redder.
En
ook de liederen van palmpasen bezingen de intocht van de Grote Koning.
Hij komt, Hij maakt bij ons zijn woning. Gezegend zij de grote Koning,
die tot ons komt in s Heren naam.
Heft
op uw hoofden, poorten wijd, wie is het die hier binnenrijdt? De palmen
van uw eerbied spreidt, de weg langs die uw koning rijdt....
Alle 4 evangelisten vermelden
deze intocht van Jezus in Jeruzalem
De Koning komt in zijn stad. Het is feest! Daar is de nieuwe
David, de definitieve en de grootste koning. Daar komt de overwinnaar!
Palmtakken en hosanna's horen tot het vaste ritueel van het onthaal dat
de koningen en de veldheren ten deel valt als ze met trofeeën
beladen terugkeren uit de strijd. Nu is het zeker uit met de bezetting
door de Romeinen...
Hier
het begin van een bijzondere week. Een week die ook wel Stille week
wordt genoemd. In het christelijk geloof beseffen we dat de
gebeurtenissen van deze week er wel zeer op aankomen. Volgende week
zondag vieren we Pasen. De opstanding van Jezus. Zijn
overwinning op de dood. maar we kunnen dat niet doen zonder ook de
Goede vrijdag te vieren, de dag van zijn dood. Kun je die dag dan
vieren? Je viert toch niet de dag dat iemand sterft?
Goede
Vrijdag heet niet voor niets Goede Vrijdag. Zijn sterven maakt alles
tussen ons en God goed. Hij stierf voor ons, om ons het leven weer te
geven. Daarom is Goede Vrijdag een belangrijke dag, die we niet moeten
overslaan.
Op deze zondag van palmpasen zien
we hoe Jezus Zijn Koningschap op zich neemt
Het is de enige keer tijdens zijn leven dat dat gebeurt. Hij zegt in
het proces dat zich deze week gaat voltrekken: 'Mijn koningschap is
niet van deze wereld'. En dat is nog steeds het geval! We belijden dat
Jezus Heer is, dat Hij koning is. Maar het is niet altijd merkbaar,
niet bewijsbaar. Mensen willen graag een bewijs. Zo'n bewijs hebben we
niet in handen. Het is een geloofs-'bewijs'. Denk maar aan de tekst:
"het geloof is het bewijs van de dingen die we niet zien, en
de zekerheid van de dingen die we hopen". (Hebr.11:1)
Ik
las ergens: 'Aan het kruis openbaart zich zijn Koningschap voor wie de
dingen wil zien vanuit het geloof'.
Is
dat, is dat mijn koning? zingt een lied. Gij aller vaad'ren
wens?
De
evangelist Marcus beschrijft de intocht in Jeruzalem vrij zakelijk,
lijkt het...
Hij
vertelt hoe Jezus en de leerlingen in de buurt van Bethanie komen, bij
de Olijfberg.
De
olijfberg ligt oostelijk van de stad Jeruzalem. Je ziet de stad liggen,
flonkerend in de zon. Daar zal het laatste zich voltrekken, weet Jezus.
Hij
stuurt 2 van zijn leerlingen vooruit. Hij geeft ze de opdracht: Ga naar
het dorp dat daar ligt. Daar zul je een vastgebonden ezel zien, waar
nog nooit iemand op gereden heeft. Maak het los en breng het hier.
En
als iemand vraagt wat jullie doen, zeg dan: De Heer heeft het nodig,
Hij zal het meteen weer terugsturen... En zo gezegd, zo gedaan. Het was
wel een aparte opdracht, want het leek natuurlijk of die leerlingen dat
ezeltje wilden stelen. We horen: er stonden een paar mensen die
vroegen: Waarom maken jullie dat veulen los? Wanneer de discipelen het
antwoord geven dat Jezus hen gezegd had, laten de mensen hen begaan,
horen we.
Ze
brengen het dier naar Jezus en ze leggen hun mantels op het beest. Dit
bij wijze van zadel. En Jezus gaat op de ezel zitten. Andere mensen
doen hun jassen uit en spreiden ze op de weg. en weer anderen pakken
takken van de bomen en leggen die op de weg, of zwaaien ermee als een
feestelijk welkom. Luidkeels roepen ze: Hosanna! gezegend Hij die komt
in de naam van de Heer. Gezegend het komende koninkrijk van onze Vader
David! Hosanna in de hemel!
Het
wordt door Marcus vrij zakelijk verteld. Hij weidt niet erg uit over
wat vooraf ging. Hij verwijst ook niet expliciet naar de profeet
Zacharia zoals Matteus doet:
Heden
hosanna... en morgen? Morgen 'kruisigt Hem'?
In
de loop der tijden is het besef er altijd geweest dat het niet aangaat
terug te wijzen naar de mensen van toen. In de geschiedenis van het
leven, het lijden en het sterven van Jezus zijn natuurlijk bepaalde
mensen die toen leefden betrokken geweest. Toch is het besef er altijd
wel geweest dat wij het even goed hadden kunnen zijn. Ook al leven wij
later, ook wij zouden Hem het ene moment enthousiast begroet kunnen
hebben, en een volgend moment hebben kunnen roepen: Kruisigt hem.
"Zo
zijn wij allen" zegt een van de lijdensliederen. En het gedicht van
Revius kent u denk ik ook. Het zijn de Joden niet Heer Jezus
die U kruisten (=kruisigden).
Heden
hosanna, morgen kruisigt Hem
Zit daar niet iets in van onze menselijke
wispel-turigheid? Dat we het ene moment enthousiast kunnen zijn voor de
Heer, en een ander moment ons misschien weer terugtrekken? Dat we het
ene moment in vuur en vlam staan, er helemaal voor gaan. Om een tijdje
later ons weer enigszins onverschillig terug te trekken en van de
zijlijn geloof en kerk om de mensen die geloven eens aan te zien..
misschien zelfs wel met wat minachting. Nou die zijn wel erg
enthousiast. Of dat is wel een beetje overdreven...
Die
mag wel eens wat minder hard zingen. Die zou eens wat verder achteraan
moeten staan.
En
voor we het weten zijn we van een betrokken volgeling van Jezus,
kritische omstander geworden. Aan de zijlijn slaan we het nog zo'n
beetje gaande. Maar onszelf rekenen we er niet of nauwelijks meer bij.
Vindt u dat misschien vergezocht?
Denk
maar aan Petrus, die betrokken discipel. Vol vuur.
Enthousiast.
In
een pijnlijk moment, als hij geconfronteerd wordt met een kritische
vraag, die misschien gevolgen voor hemzelf kan hebben: zegt hij: IK ken
hem niet...
Het gaat
er niet om precies aan te wijzen: wie en wat
Maar
het gaat er wel om dat wij allemaal, stuk voor stuk, deel uitmaken van
het lijdens- en stervensverhaal van onze Heer, Jezus Christus. Het is
niet puur een stuk geschiedenis, maar wij maken er deel vanuit. Ook
wij maken deel uit van het evangelie.
We
hebben in die zin geen schone handen. Maar het goede nieuws is juist
dat Hij gekomen is, en gestorven is, voor mensen die geen schone handen
hebben.
Marcus
vertelt tot 2 maal toe dat de mensen hun mantels, hun jassen op de
grond leggen. Als een loper voorde grote koning! Graag wil ik, tot
slot, samen met u stil staan bij die jassen. (met dank aan Marja
Doesburg, De eerste dag, blz. 29)
Sommige doen
hun jas uit, wanneer ze in de kerk komen. En hangen hun jas aan de
kapstok. Anderen houden ze aan. Of hangen ze aan de knop van de stoel
voor zich.
Zonder
jas in de kerk te zijn, lijkt huiselijker dan met jas. Het kan er mee
te maken of je je voldoende thuis voelt in de kerk om je jas uit te
doen. Het kan ook zijn dat je het te koud vindt, zonder jas. Wanneer je
jas uitdoet en ophangt, ben je kwetsbaarder dan met jas. In zekere zin
geef je jezelf bloot. Dan moet je je wel veilig voelen.
Als Jezus Jeruzalem binnen rijdt,
zijn er mensen die hun jas voor Hem uittrekken
In de blijdschap van het moment trekken ze hun mantels uit en roepen:
Hosanna! Er is vreugde omdat de dingen op hun plek vallen. Omdat de man
van Godswege in de stad is waar het allemaal moet gebeuren. Waar het
erop aankomt.
Kleren
maken de man. Kleren maken de vrouw.
Soms
zie je aan iemands kleding wat zijn of haar beroep is. Verpleegsters,
politiemensen, militairen.
Aan
iemands kleding kun je zien wat diegene mooi of belangrijk vindt.
In
kleding kun je je ook verstoppen. Kun je je anders voordoen dan je
bent. Dan wordt die mooie mantel een dekmantel waaronder iets minder
moois verborgen is.
Met de mensen langs de kant van
de weg naar Jeruzalem gebeurt iets bijzonders
de ontmoeting met Jezus maakt dat ze hun mantel voor Hem uitdoen. Maakt
dat ze zich, in hun vreugde en enthousiasme, kwetsbaar opstellen. Zich
openstellen voor Hem.
Soms verschuilen wij ons achter
onze jassen
Onze pijn, ons verdriet, onze teleurstelling, onze boosheid: Waarachter
verbergen we dat niet? Wat zou ons kunnen bevrijden? Welke mantels
zouden wij kunnen afleggen? De mantel van boosheid? De mantel van
bitterheid, omdat dit jou gebeurd is? De mantel van je verongelijkt
zijn? Of de mantel van je jalouzie? Of de mantel van een kluwen van
moeilijke gevoelens?
Wie
op weg naar Jeruzalem Jezus ontmoet, wordt het vertrouwen
geschonken dat je je mantel uit mag doen. En God zal als een warme
mantel om je heen zijn.
Volg
Jezus op zijn weg naar Jeruzalem, heet Hem welkom als de grote Koning.
We
roepen Hosanna, redt ons toch!
Onze
jassen spreiden we uit als eerbied voor Hem.
De
dekmantels waarachter we ons schuilhouden, mogen we afleggen.
Want:
Zo vriendelijk en veilig als het licht
zo
als een mantel om mij heengeslagen, zo is mijn God! Ik zoek Zijn
aangezicht.
Om te
vertellen aan de kinderen
Jezus
en zijn leerlingen waren op weg naar Jeruzalem. Er waren veel mensen
bij hen die graag bij Jezus wilden zijn om naar Hem te luisteren. Nog
een paar dagen, dan zou het feest zijn in Jeruzalem, Paasfeest. De
Israëlieten dachten dan terug aan de tijd dat God hen bevrijd
had uit het land Egypte.
De
mensen zijn blij en vrolijk, ze zijn al in feeststemming. Ze hopen en
verwachten dat Jezus hun koning wil worden en de Romeinen, die de baas
spelen in hun land, zal verjagen.
Ze
begrijpen nog steeds niet dat Jezus helemaal geen vechtkoning wil zijn,
maar een vredekoning.
Jezus
zal niet alleen koning worden over de Israëlieten, maar over
de hele wereld.
Hij
zal niet alleen de Romeinen verslaan, maar Hij zal al het kwaad dat in
de wereld is overwinnen.
Jezus
zal overwinnaar zijn over alles en iedereen.
Hij
zal alle mensen gelukkig maken door te lijden en te sterven. Hij zal de
straf dragen voor iedereen, zodat alle mensenkinderen weer heel dicht
bij God kunnen komen en voor altijd bij Hem mogen zijn.
Maar
dat begrepen de mensen nog steeds niet.
Jezus
wist het wil en Hij wist ook dat Hij eerst nog veel zou moeten lijden
voordat dit zou gebeuren. Daarom was Jezus niet zo blij en vrolijk, Hij
was stil en verdrietig omdat al die mensen niet wilden of konden
begrijpen, dat Hij alleen maar vrede wilde brengen tussen God de Vader
en alle mensen.
Toen
ze vlak bij de Olijfberg waren zei Jezus tegen zijn leerlingen: "Ga
naar het dorpje, dat je daar ziet liggen. Je zult daar een vastgebonden
veulen zien, een jonge ezel, waar nog nooit iemand op heeft gereden.
Maak het dier los en breng het hier. Als er iemand aan je vraagt:
"Waarom maken jullie dat veulen los en nemen jullie het mee?" Zeg dan
dat de Heer het nodig heeft. Dan zal het goed zijn.
De
leerlingen van Jezus gingen naar het dorp en alles gebeurde precies
zoals Jezus het had gezegd.
Ze
kwamen terug bij Jezus en deden hun jassen uit en legden ze over de
ezel, zodat Jezus er op kon zitten en ze spreidden hun jassen uit over
de grond, zodat de ezel er over kon lopen.
Ze
begonnen te juichen en te roepen: "Hosanna, hosanna, de koning komt.
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer". En steeds meer mensen
sloten zich aan bij de juichende stoet mensen en zongen en jubelden het
uit van blijdschap, omdat ze dachten dat Jezus nu wel koning zou worden
over Jeruzalem.
Ze
trokken palmtakken van de bomen en zwaaiden er vrolijk mee, het waren
net vlaggen, die de koning begroeten.
Aan
de kant van de weg stonden ook de farizeeën en
schriftgeleerden, rijke, geleerde mensen, die helemaal niets van Jezus
moesten hebben. Ze waren jaloers omdat de mensen zo veel van Jezus
hielden en naar Hem wilden luisteren en graag bij Hem wilden zijn.
"Laat
de mensen zwijgen", roepen ze naar Jezus, "u bent helemaal geen
koning". Maar Jezus antwoordde, als de mensen zouden zwijgen, zouden de
stenen het uitroepen".
De
mensen mochten wel roepen, dat Jezus hun koning was, want dat was Hij
ook. Alleen een andere koning dan zij dachten, geen vechtkoning, maar
een Vredekoning. Geen koning die op een vurig paard reed, maar nederig
op een ezel. Geen koning met gewapende soldaten om hem heen.
Maar
een koning van liefde, die de mensen wilde helpen en beter maken en hen
vertelde dat God de Vader heel veel van hen hield.
De
farizeeën en schriftgeleerden keken boos en bedachten een plan
om Jezus gevangen te nemen.
Zo
komt de vrolijk stoet in Jeruzalem aan en de mensen dringen om Jezus
heen en verwachtten van Hem dat Hij zou zeggen: "Maak mij nu maar
koning". Maar Jezus stapt van de ezel af en gaat naar de tempel.
De
mensen zijn teleurgesteld en begrijpen er niets van, dat Jezus geen
koning wil worden zoals zij het hebben bedacht.
De
plannen van God zijn zoveel mooier en beter dan wij zouden kunnen
bedenken.
We
begrijpen God lang niet altijd, maar we mogen zeker weten dat het goed
is wat God doet. Hij kent je en Hij weet wat het beste voor je is, op
Hem kun je vertrouwen, bij Hem ben je veilig.
Jezus
heeft ons dat geleerd, blijf maar dicht bij Hem.