| |
HEER, LEER ONS BIDDEN
Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER

(geen grotere afbeelding
beschikbaar)
Lev.26:3-6;Deut.28:2-6,12;32:6;Ps.34:9;62;Mat.6:5-15;Luk.18:2-8;Joh.16:23-27;Rom.8:15;Hb.10:19-25
Inleiding
Als
het gebed zo belangrijk is geweest voor de Here Jezus, dan moet het ook
wel belangrijk
zijn
voor ons. Hij leert ons dat we onze hand openhouden voor Hem, te
geloven dat Hij meer dan een aardse vriend
antwoordt
en meer dan een aardse vader geeft.We mogen zeker zijn dat we gehoord
worden door de Vader in de
hemel
en dat we ook zeker mogen zijn van Zijn liefde en Zorg voor ons. Het
gebed is een uiting van het contact met
Hem.
‘Leer mij bidden’ betekent dat je het echt kunt
léren!
Het kindergebed
Ik ga slapen, ik ben moe, 'k sluit mijn beide oogjes toe,
Heere houd ook deze nacht, over [naam] getrouw de wacht.
't Boze dat ik heb gedaan, zie het Heere toch niet aan.
Schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus wil mij rein.
Zorg voor arme kind'ren Heer, en herstel de zieken weer.
Ja, voor alle mensen saam, bid ik u in Jezus naam.
Sta mijn ouders trouw ter zij, wees mijn vrienden ook nabij.
Geef ons allen nieuwe kracht, door de rust van deze nacht.
Doe mij dankbaar en gezond, opstaan in de morgenstond.
Als ik mijn oogjes open doe, lacht Uw zon mij vrolijk toe.
Amen
Om eens
over na te denken
1.
Lukas beschrijft vaak dat Jezus bidt.(Luk.3:21,5:15,6:12,9:18;28-29)
Onze
Heiland
vindt het gebed blijkbaar heel belangrijk. Zo is Jezus met Zijn Vader
verbonden geweest. Hij staat met
Hem
in contact. Zo krijgen wij door dat bidden niet een eenrichtingsverkeer
is, waarin wij alleen maar onze vragen
en
problemen voorleggen aan God, maar dat we juist ook mogen beseffen dat
Hij ons ziet en ons beschermt. Hij
wil
een goed en open contact met ons! Laten we van Jezus leren hoe we
bidden mogen.
2.
De Here is op reis naar Jeruzalem en de gebeden van Hem staan ook in
dat licht, namelijk van Zijn uiteindelijke
verheerlijking,
door de dood heen. Hij is ‘ergens aan het bidden’,
want bidden kun je overal doen. Het gaat bij
bidden
niet zo zeer om de plaats, een bepaalde lichaamshouding of speciaal
woordgebruik, maar vooral om je hart,
je
gerichtheid op Hem. Bidden is niet een ritueel, waarmee je de hemel
kunt bestormen, maar een relatie, een
gesprek
met de Here, Die als Vader en Vriend naar je luistert.
3. De discipelen van Jezus wisten echt wel hoe je zou moeten bidden. Ze
hadden dit thuis meegemaakt, in de
synagogen
en ook in hun eigen leven zullen ze zeker wel hebben gebeden. Maar het
bidden van Jezus is anders
geweest
in hun ogen. Waarschijnlijk hebben zij aan Jezus gemerkt dat Hij niet
zo maar wat aan het opnoemen was,
maar
dat Hij in gesprek was. Dat willen ze nu van Hem leren. Het gaat
blijkbaar om een houding (afhankelijkheid)
en
om inhoud(vertrouwelijk spreken).
4.
Eigenlijk weten wij niet goed hoe we bidden moeten en ook niet wat we
eigenlijk moeten zeggen tegen God
(Rom.8:26).
Juist in het gebed komt er veel onmacht van ons naar voren. Wij zeggen
vaak hetzelfde en wat moeten
we
eigenlijk van God verwachten? Zo vragen wij onszelf af. Toch mogen we
in dit Bijbelgedeelte leren dat we
bidden
mogen en ook hoe we kunnen bidden. Onmacht kan en mag veranderen in
afhankelijkheid.(leerbaarheid)
5.
Van jongs af aan hebben we geleerd om op eigen benen te gaan staan en
op eigen krachten te werken. Het gebed
wijst
een heel andere weg, ja gaat hier zelfs lijnrecht tegenin. Toch leren
we gaandeweg dat bidden wezenlijk
noodzakelijk
is. Want alleen zo ervaren we de meest diepgaande gemeenschap met de
Here God. Door te bidden
leren
we God beter kennen, ontvang je Gods vrede (Fil.4:6,7) en Zijn kracht,
waarmee je de moeilijkste situaties
kunt
doorstaan. Als wij werken, werken wij,maar als we bidden, werkt God.
6.
Het gebed is een zeer belangrijke stimulans voor het geloof. Met je
ogen dicht leer je juist op God te zien. We
mogen
met God praten. Hij wil horen naar ons!! Zo wordt veel meer duidelijk
dat je een Vader in de hemel hebt en
dat
Hij maar op ‘één gebed
afstand’ van je vandaan staat. Je kunt met Hem verbonden
zijn. Daarbij heb je ook de
kerk
nodig, om voorbeelden te leren over bidden en tegelijk om de
vrijmoedigheid te leren dat je ook zelf, met eigen
gekozen
woorden, bij God mag komen. De kerk is bedoeld als stimulans en als
structuur, een duwtje in de rug en
een
gemeenschappelijk gebed, waarin je aan kunt sluiten. We mogen samen
bidden en ook alleen!
7.
De Here Jezus leert Zijn discipelen ‘het onze
Vader’. Dit is geen formuliergebed (wat je maar telkens
precies zo
móet
herhalen), maar eerder een voorbeeld voor ieder gebed, met andere
woorden: zo mág je bidden: Aanbidden,
Bedanken,
Belijden en Aanroepen. Zo wordt duidelijk dat bidden ook betekent
‘abba’(papa) zeggen, tegen de Here.
(Rom.8:15)
Je mag bidden als een kind aan huis. De Here Jezus maakt duidelijk dat
God een Vader is, van Israël
(Deut.32:6,Jes.63:16;Jer.3:4)
en ook van ons. Ook wij mogen kinderen van God zijn en dus ook
erfgenamen.
(Rom.8:17)
In Hem mogen we kind van de Here zijn. Zo delen we in wat de Here Jezus
heeft volbracht. Eigenlijk is
dit
een gebed voor hen die op reis zijn. Het gaat om het zoeken naar God.
8.
Het gaat eerst om God en om Zijn eer, daarna gaat het pas over onze
verlangens en wensen. Het gaat namelijk in
het
geloof eerst om Hem volgen en dan pas ontvangen wat wij nodig hebben
(is ook nog iets anders dan wat wij
nodig
vínden). Dat snap je pas als je weet Wie God is, de Hoge en
Heilige, Die verbonden wil zijn met mensen.Het
gaat
in het gebed eerst om drie uitroepen van Gods heerlijkheid: geheiligd
moet worden (door ons en allen) Uw
Naam,
laat komen Uw Rijk, geschieden moet Uw Wil, zowel in de hemel alsook op
aarde. Het gaat toch om Hem?!
9.
Wij zijn van God afhankelijk. Zonder Hem kunnen we niet, zonder Hem
hoeft het niet! We bidden Hem dan ook
voor
ons dagelijks brood, onze eetlust en dus ook gezondheid. We bidden
daarbij om schuldvergeving, maar
beseffen
tegelijkertijd dat wij dan ook zelf schuldvergevend moeten zijn. Wie
niet zelf een ander vergeeft kan niet
zelf
vergeving van de Ander of een ander ontvangen.(Mat.18:35) Daarbij
bidden we om Gods leiding in ons leven
en
Zijn bewaring in moeilijke omstandigheden. (Jak.1:12-15) Ook dan mogen
we vertrouwen hebben in God.
10.
In de eerste gelijkenis gaat het om de zekerheid van de
gebedsverhoring. In het (oude) Oosten zou het
volstrekt
ongehoord zijn als iemand zijn vriend buiten in de kou en in de nood
zou laten staan. De Here Jezus
benadrukt:
zoals deze vriend zéker gehoord zal worden door de man
binnen in het huis, zo zeker wordt ook ons
gebed
verhoord door de Vader in de hemel. Zelfs op een ‘bijzonder
ongelegen moment’ word je door God gehoord.
Je
komt bij Hem nooit ongelegen! Het is veelzeggend dat het verhaal gaat
over een ‘vriend’. Zó is God blijkbaar!
Dring
er ook bij Hem op aan, Hij hoort je echt. (Ps.10:1,12) Zeker als je
voor anderen opkomt, zoals de
aankloppende
vriend voor zijn gasten, dan hoef je niet beschaamd of verlegen te
zijn: vraag alles aan God! Hij
geeft
het je omdat je Zijn vriend bent en anders ook omdat je zo
aandringt!(Luk.11:8)
11.
Deze verzekering wordt verzegeld met drie korte stellingen van Jezus,
waarmee hij ons duidelijk maakt dat we
hiervan
absoluut zeker mogen zijn: bidt (of ‘bedel’) in de
vaste overtuiging dat God het zal geven. (Joh.15:7 en 16:
22-27)
Zoekt en je zult vinden, want je zult zeker de gemeenschap met God
vinden als je hiernaar op zoek bent.
(2Sam.21:1;Ps.27:4;
Jes.55:6) Klopt op de deur van God en ook jou zal opengedaan worden.
(net zoals die vriend
zojuist
heeft ondervonden.) De werkwoorden: ‘bidden’,
‘zoeken’ en ‘kloppen’ worden
nog eens herhaald, juist
omdat
hierdoor de zaak nog verder verduidelijkt wordt. De Here Jezus laat
hierover geen misverstand bestaan. Bid
maar,
zoek echt verder, houd maar aan in het kloppen ‘op Gods
deur’, want Jezus Zelf staat Borg voor het
antwoord.
Het gaat hierbij om het bidden voor wat echt nodig is, wat onmisbaar in
Zijn Koninkrijk is.(Mat.6)
12.
Dan gaat de Here Jezus verder met een nieuwe serie van gelijkenissen om
te laten zien tot Wie je bidt. Als je
namelijk
‘Vader’ tegen God zegt, mag je weten dat Hij een
ander ‘soort’ Vader is. Deze Vader weet wat je nodig
hebt
en zal zeker niet iets heel anders en iets heel gemeens geven.Hij zal
je vertrouwen niet beschamen. De hemelse
Vader
zorgt beter voor Zijn kinderen dan wij. Zo is het beslist, hiervan kun
je verzekerd zijn.
13.
Een kind kan vragen om een vis,bijvoorbeeld een paling. Dan zal een
aardse vader toch ook niet met een giftige
slang
aankomen. Dat haalt toch niemand in zijn hoofd. Het is toch ondenkbaar
dat een Vader zoiets doet aan zijn
kinderen.
Maar zelfs als aardse vaders verkeerde dingen hebben gedaan, zal de
Vader in de hemel dit zeker niet
doen!
De hemelse Vader wil je overladen met Zijn
gaven.(Lev.26:3-6;Deut.28:2-6,12;2Sam.12:7-9)
Of
als een kind om een ei vraagt dan komt een vader toch niet met een
giftige (ei-vormige)schorpioen aan. Een
vader
bedriegt zijn kind toch niet, zo slecht zijn we toch niet?! Hoeveel te
meer (Ps.103:11) zal de Hemelse Vader
helemaal
het goede geven aan ons. Laten we Hem toch vertrouwen in alle dingen.
Dat
betekent overigens niet dat we alles (alles wat er staat op onze
verlanglijstjes) van Hem zullen ontvangen, maar
juist
datgene wat we werkelijk nodig hebben. De Heilige Geest leert ons wat
we nodig hebben. Hij leert ons af om
egoïstisch
te zijn en dus ook om niet meer egoïstisch te bidden.
14.
Het gaat zelfs verder: de Here wil vooral Zijn Heilige Geest geven, de
hoogste gave, hoger dan je kunt
voorstellen,
want Hij geeft Zichzelf. Je mag blijkbaar in het gebed Hem Zelf
ontvangen. Zo dichtbij wil Hij
komen.
Hij is werkelijk maar op één gebed afstand,
tenzij wij dichtslibben voor het Evangelie.
15.Veel
mensen ervaren hindernissen bij het gebed: je ziet God niet, zou Hij
echt wel luisteren? We zijn het niet
meer
gewend om afhankelijk te zijn, want we hebben veel dingen in handen
gekregen, door onze kennis en door de
verzekeringen,
in het geval van moeilijkheden. Daarbij willen we ook niet wachten op
‘Gods tijd’, we willen het nú.
Misschien
is de grootste moeite wel dat we niet met onszelf durven te komen,
steeds weer bij de Here. Denk je eens
in
dat je kind niet met zijn problemen bij je durft te komen, wat zou je
hieraan doen? Hoeveel te meer de Hemelse
Vader,
Die veel van ons houdt en ons wil geven wat we nodig hebben.
16.
Laat de Heilige Geest onze twijfel veranderen in zekerheid, ons leven
vruchtbaar maken, ons richten op onze
Vader
in de hemel, die we als Koning gehoorzamen. Laat Hij onze
stekeligheden, hoogmoed en onvrede wegnemen
en
hiervoor ootmoed, mildheid en liefde geven. Mogen we door de Heilige
Geest zó bewogen zijn met anderen, dat
we
hun ook werkelijk willen vertellen van de Here, Die Zich verbindt aan
mensen.
Om enig inzicht te
krijgen in de manier waarop kinderen bidden en vooral wat zij ervan
begrijpen is er een onderzoek gedaan op een Christelijke Basisschool.
Hierover werd een prachtig boekje geschreven.
|
|
|