Een beschermengel
is een engel die het beschermen en begeleiden van een bepaalde persoon
als taak heeft.
De
overtuiging dat God een geest zendt om op elk individu te letten, was
een algemeen geloof in de Oudgriekse
filosofie, en ook Plato vermeldde het in zijn dialoog Phaedo. Op
dezelfde manier verschijnt het geloof in het Oude Testament, hoewel het
niet specifiek wordt omlijnd. Henoch 100:5 zegt dat de goeden
beschermengelen hebben. In Handelingen van de Apostelen 12:15 is er een
andere zinspeling met betrekking tot het geloof. In het Evangelie van Mattheüs
18:10 zegt Jezus
dat kinderen door beschermende engelen worden beschermd:
"Waak ervoor ook maar een van
deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel
aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader."
(NBV)
De
heilige Ambrosius geloofde dat de heiligen hun beschermengel verliezen
zodat zij een grotere strijd zouden kunnen leveren en kunnen volharden.
De heiligen Hiëronymus
en Basilius
beweerden dat zonden de beschermengelen zouden wegjagen. Het concept
van beschermengelen en hun hiërarchie werd door
Pseudo-Dionysius de Areopagiet uitgebreid ontwikkeld in de 5e eeuw na
Christus en had grote invloed op de kunst en de volksdevotie.
Het
geloof in het bestaan van beschermengelen maakt expliciet deel uit van
het katholieke depositum fidei en wordt onderzocht in de angelologie.
Ter ere van de beschermengelen wordt het feest van de engelbewaarder
gevierd.
In het volksgeloof nog niet
verdwenen
De voorstelling van beschermengelen of engelbewaarders zijn in het
volksgeloof nog niet verdwenen. Sinds een uitspraak van Honorius van
Autun uit de twaalfde eeuw en de officiële bevestiging van
kerkelijke zijde in 1670 door paus Clemens X, circuleert de gedachte
dat elke menselijke ziel aan een engel is toevertrouwd. Het volksgeloof
ontstond dat kinderen vanaf hun geboorte een beschermengel meekregen
die hen moest behoeden voor gevaren. De bijhorende tekeningen laten
telkens kinderen zien die dreigen in het water te vallen of in een
ravijn te storten, m.a.w die gevaar lopen te sterven. En achter hen een
imposante, lieflijke, vrouwelijke engel die hen daarvoor moet behoeden.
Het geloof in beschermengelen heeft verschillende wortels. In bijbelse
verhalen verschijnen er vele engelen. Veelal zijn deze engelen
boodschappers van God. Maar sommige engelen verschijnen als
beschermengel. In het boek Tobias (ca. 200 v. Chr.) bijvoorbeeld wordt
Tobias zonder het te weten vergezeld door de engel Rafaël op
zijn
reis om -het door zijn blinde vader in bewaring gegeven- geld te Rages
in Medië te halen. In Psalm 91,11-12: wordt poëtisch
het
handelen van een beschermengel omschreven: 'God heeft zijn engelen
bevolen om u te beschermen op al uw wegen. Op hun handen zullen zij u
dragen, opdat uw voet niet aan een steen zal stoten.' Ook in het
Jodendom bidden kinderen, voor zij gaan slapen, tot de aartsengel
Michaël, met de woorden van aartsvader Jacob: 'De engel die
mij
beschermt tegen alle kwaad.' In de islam is de aanwezigheid van de
engelen identiek aan de aanwezigheid van het goddelijke. Waar het
goddelijke aanwezig is, heerst zegen, rust en veiligheid. Elk mens
heeft van bij zijn geboorte twee beschermengelen. Van hen wordt in de
Koran gezegd: de mens heeft een 'gevolg' voor en achter zich die hem op
Gods bevel bewaken. Soera 13.11. Als de mens volwassen is en in staat
wordt gesteld om verantwoordelijkheden te dragen, wordt hij door deze
twee nauwkeurig in de gaten gehouden. Alles wat hij zegt, doet en
denkt, wordt door hen vastgelegd. Aan het eind van elke salat (gebed)
worden deze twee engelen begroet: 'assalamoe alikoem' (vrede zij met
u). Beiden zijn goede engelen. De engel aan de rechterhand houdt de
goede dingen bij. De engel aan de linkerhand noteert, met spijt en
tegenzin, het falen.
Overigens kenden ook Germaanse voorouders beschermgeesten. In de
Oud-Noorse literatuur is een fylgja een volggeest, een uit een lichaam
vrij gekomen ziel die in dromen of door zieners of zieneressen kan
worden waargenomen, vaak in de gedaante van een vrouw of dier. Volgens
het Oud-Noorse lied Bjarkamál verscheen de fylgja van Bjarki
als
beer en vecht terwijl deze held slaapt. Als hij ontwaakt, is de beer
verdwenen. Van de Noorse koning Olaf Tryggvason vertelde men dat hij
gelijktijdig met zijn fylgja was geboren. De fylgja kon na de
kerstening gemakkelijk als beschermengel voortleven: in de Njals
sága laat een man zich dopen, maar hij wil eerst zekerheid
dat
de heilige Michaël zijn fylgju engill wordt. De fylgjur treden
op
als beschermer van een persoon of familie en zijn te vergelijken met de
Romeinse genii: een genius gold als beschermgeest of onsterfelijk
levensbeginsel waarover ieder mens zou beschikken.
Al in de vijftiende eeuw leerden kinderen een gebedje voor zij gingen
slapen. En welke oma herinnert zich niet deze regels:
's Avonds als ik slapen ga volgen mij veertien engeltjes na: twee aan
mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind, twee aan mijn linkerzij; twee
aan mijn rechterzij, twee die mij dekken, twee die mij wekken, twee die
mij wijzen naar 's hemels paradijzen.
In de bijbel zijn engelen in de eerste plaats aanduidingen van Gods
nabijheid. In de ontmoetingen met de engel, krijgen de mensen met God
te maken, ze laten de lezer horen hoe God omgaat met de mens, met z'n
volk. Het zijn uitbeeldingen van de zorg van God voor de mens. Dat de
mens erop mag vertrouwen dat God naar hem omziet en hem niet laat
vallen. In de bijbel zijn engelen dus verhaalfiguren. Vele mensen
houden het er dus ook bij dat ze niet echt bestaan, maar dat een mens
soms wel het gevoel kan hebben zich beschermd te weten. Ze zeggen dan
dat het was alsof een engel hen bewaarde. Toch zijn er daarnaast ook
vele mensen die geloven dat engelen echt bestaan. De laatste jaren is
het letterlijke geloof in engelen enorm toegenomen mede o.a. onder
invloed van het New Age denken. Maar ook als beeld, als wijze van
spreken is de engel die praktisch verdwenen leek terug in the
picture.
Het feest
van de Heilige engelbewaarders
Het
feest van
de Heilige engelbewaarders op 2 oktober is gewijd aan de
Beschermengelen en wordt eigenlijk als een vervolg op het feest van de
aartsengelen (29 september) gevierd. Met dit feest drukt de Kerk haar
geloof uit dat alle mensen door Gods engelen worden begeleid, beschermd
en bewaard. Dit wordt onder andere uit de Bijbel gefundeerd met de
passages Mattheüs 18:10 (Hoedt u er voor een van deze kleinen
te
minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze
aanschouwen voortdurend het aangezicht van Mijn Vader die in de hemel
is) en Handelingen der apostelen 12:15 (Maar zij bleef volhouden dat
het werkelijk zo was. Toen zeiden ze: "Dan is het zijn engel").
De
Catechismus
van de Katholieke Kerk zegt in artikel 336: Vanaf de kinderjaren tot de
dood is het menselijk leven omringd door hun bescherming en voorspraak.
Iedere gelovige wordt terzijde gestaan door een engel om hem als een
behoeder en herder naar het leven te leiden. Vanaf het aardse bestaan
neemt het christelijk leven in het geloof deel aan de gelukzalige
gemeenschap van engelen en mensen, verenigd in God.
De
Rooms-Katholieke Kerk over Engelbewaarders
Kort
De engelbewaarders zijn volgens de katholieke traditie door God
aangesteld om de mensen te verlichten, te beschermen, te geleiden en te
besturen. Het doel van deze taken is niet het aardse welbevinden van de
mens maar zijn eeuwig geluk bij God.
Ieder mens heeft een engel
De Engelbewaarders of Beschermengelen zijn volgens de christelijke
traditie de Engelen die zijn aangesteld om de mensen te behoeden voor
het kwaad. Geloofd wordt dat God aan iedere mens, dus niet alleen aan
de gelovige, een eigen beschermengel heeft toegewezen.
Kerkvaders
De Katholieke Kerk heeft het bestaan van deze engelbewaarders nooit tot
dogma uitgeroepen. Het is echter wel door de meeste gezagvolle
theologen uit de katholieke traditie voor waar gehouden. In de
Katechismus van de Katholieke Kerk wordt de Byzantijnse kerkvader
Basilius de Grote (329-379) geciteerd: 'Iedere gelovige wordt terzijde
gestaan door een engel om hem als een behoeder en herder naar het leven
te leiden' (Adversus Eunomium 3:1). De westerse kerkvader
Hiëronymus (ca.340-420) schrijft in zijn commentaar op het
Matteüs-evangelie: "Hoe groots is de waardigheid van de ziel,
want
iedere ziel heeft vanaf de geboorte een engel toegewezen gekregen om
over haar te waken" (Comm. in Matt., xviii, lib. II).
Babylonië
Het geloof in engelbewaarders is niet typisch christelijk. In de
Oudheid bestond het al bij de Babyloniërs, de
Assyriërs en de
Grieken. Er bestaat een theorie dat het joodse geloof in engelen
afkomstig is van oosterse culturen in de tijd dat het Joodse volk in de
Babylonische ballingschap verkeerde (6e eeuw v.Chr.).
Psalm 91
In het Oude Testament wordt nergens expliciet gesteld dat aan iedere
ziel een beschermengel is toegewezen. Een tekst die het dichtst bij het
huidige katholieke standpunt komt is Psalm 91. Over de mens die zijn
vertrouwen op God heeft gesteld zegt de psalmist: 'Hij heeft zijn
engelen last gegeven op al uw wegen u te bewaken. Zij zullen u op hun
handen dragen, geen steen zal uw voeten kwetsen'
(Bronkhorst-vertaling).
Jezus
over engelen
De meest expliciete tekst van het Nieuwe Testament die met
engelbewaarders in verband kan worden gebracht is hoofdstuk 18, vers 10
van het Matteüs-evangelie. Daar zegt Jezus tegen zijn
leerlingen:
'Pas op dat je niet op één van deze kleinen
neerkijkt,
want Ik zeg jullie: hun engelen in de hemel zien voortdurend het gelaat
van mijn Vader in de hemel.' Met 'deze kleinen' bedoelt Jezus de
kinderen. Uit deze tekst is afgeleid dat alle kinderen engelen hebben
en dat hun hemelse voogden in nauw contact met God staan.
Hebreeënbrief
Een ander nieuwtestamentisch vers zegt over de engelen: 'Wat zijn zij
anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de
redding zullen erven' (Hebreeën 1:14). 'Redding erven'
betekent
hier: deelachtig worden aan Gods heerlijkheid. Uit dit vers wordt
afgeleid dat engelbewaarders niet zozeer bedoeld zijn om mensen tegen
aards onheil te beschermen, maar eerder om ze veilig te geleiden naar
het Koninkrijk van God.
Thomas
van Aquino
Kerkleraar Thomas van Aquino (1225-1274) behandelt het onderwerp van de
engelbewaarders in Questio CXI en Questio CXIII van zijn Summa
Theologiae. Volgens hem heeft de Goddelijke Voorzienigheid bepaald dat
iedere individuele mens vanaf zijn geboorte, en niet vanaf zijn
conceptie, een individuele engel heeft. Onze engelen kunnen ons
beïnvloeden door in te werken op onze zintuigen en onze
verbeelding. Ze kunnen onze wil echter niet sturen, we blijven te allen
tijde vrij. Als een mens zonde bedrijft of kwaad overkomt, dan heeft
een engel geen verdriet, zegt Sint Thomas. Een engel legt zich immers
altijd neer bij de wilsbesluiten van de Goddelijke Rechtvaardigheid,
die het feitelijke kwaad heeft toegestaan. Thomas zegt verder in
navolging van Pseudo-Dionysius de Areopagiet dat de engelbewaarders tot
de laagste rang van de hemelse hiërarchie behoren.
Liturgische
gedachtenis
De Katholieke Kerk viert de gedachtenis van de Engelbewaarders op 2
oktober. Pas in 1608 werd deze gedachtenis door paus Paulus V op de
universele kalender geplaatst, eerst als een facultatieve viering later
al een verplichte. Liturgiewetenschappers vermoeden dat de gedachtenis
van de engelbewaarders is ingesteld als een verrijking van het feest
van Sint Michaël op 29 september. De datum 2 oktober zou
destijds
de eerste gedachtenisloze dag na 29 september zijn.
Gebed
tot engelbewaarder
Veel katholieken zijn opgevoed in het besef dat een engel hun terzijde
staat. Er zijn tal van kindergebedjes die dit besef voeden. Het
bekendste gebed tot de Engelbewaarder dat vroeger werd aangeleerd
luidt:
Engel van God die mijn bewaarder zijt,
aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd,
verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.