Om
de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger
schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de
schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze
manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd.
Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog
wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen
of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden
gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij
kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats
van
schoolplaten.
Wil
je een overzicht van alle platen? Klik HIER
Wil je
de volgende bekijken? Klik HIER

1 Koningen 18
Om
20 Daarop zond Achab heen onder alle Israëlieten en riep de
profeten naar de berg Karmel bijeen. 21 Toen naderde Elia tot het
gehele volk en zeide: Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan?
Indien de HERE God is, volgt Hem na; maar indien het de Baäl is,
volgt hem na. Doch het volk antwoordde hem niets. 22 Voorts zeide Elia
tot het volk: Ik ben als profeet des HEREN alléén
overgebleven, en de profeten van de Baäl zijn vierhonderd vijftig
man. 23 Laat men ons nu twee stieren geven; laten zij voor zich de ene
stier uitkiezen, die aan stukken houwen en op het hout leggen, maar
geen vuur daarbij aanbrengen; dan zal ik de andere stier bereiden, op
het hout leggen, en ook geen vuur daarbij aanbrengen. 24 Roept gij dan
de naam van uw god aan, en ik zal de naam des HEREN aanroepen. De God
die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn. En het gehele volk
antwoordde: Dat is goed.
25 Daarna zeide Elia tot de profeten van de Baäl: Kiest voor u de
ene stier uit en bereidt hem eerst, want gij zijt met zovelen. Roept
dan de naam van uw god aan, maar brengt geen vuur daarbij. 26 Toen
namen zij de stier die hij hun gaf, bereidden hem, riepen van de morgen
tot de middag de naam van de Baäl aan en zeiden: Baäl,
antwoord ons! Maar er kwam geen geluid en niemand gaf antwoord. Daarbij
hinkten zij om het altaar dat zij gemaakt hadden. 27 Toen het middag
was geworden, begon Elia hen te bespotten en zeide: Roept luider, want
hij is immers een god. Hij is zeker in gepeins, of hij heeft zich
afgezonderd, of hij is op reis; misschien slaapt hij en moet wakker
worden. 28 Toen riepen zij luider en maakten zich naar hun gewoonte
insnijdingen met zwaarden en speren, totdat zij dropen van bloed. 29 En
zodra de middag voorbij was, tot tegen het brengen van het avondoffer,
geraakten zij in geestvervoering, maar er kwam geen geluid, en niemand
gaf antwoord, of sloeg er acht op.
30 Toen zeide Elia tot het gehele volk: Nadert tot mij. En het gehele
volk naderde tot hem. Daarop herstelde hij het altaar des HEREN, dat
omvergehaald was. 31 Elia nam twaalf stenen naar het getal van de
stammen der zonen van Jakob, tot wie het woord des HEREN gekomen was:
Israël zal uw naam zijn. 32 Hij bouwde met de stenen een altaar in
de naam des HEREN, en maakte rondom het altaar een groeve ter wijdte
van twee maten zaad. 33 Hij schikte het hout, hieuw de stier aan
stukken en legde die op het hout. 34 Toen zeide hij: Vult vier kruiken
met water en giet ze uit over het brandoffer en over het hout. Daarna
zeide hij: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden
male. Daarna zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten
derden male, 35 zodat het water rondom het altaar liep; zelfs de groeve
vulde hij met water.
36 Op de tijd nu, dat men het avondoffer brengt, trad de profeet Elia
naar voren en zeide: HERE, God van Abraham, Isaak en Israël, heden
moge bekend worden, dat Gij God zijt in Israël, en dat ik uw
knecht ben, en op uw bevel al deze dingen doe. 37 Antwoord mij, HERE,
antwoord mij, opdat dit volk wete, dat Gij, HERE, God zijt, en dat Gij
hun hart weer terugneigt. 38 Toen schoot het vuur des HEREN neer en
verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en de aarde, en lekte het
water in de groeve op. 39 Toen het gehele volk dat zag, wierpen zij
zich op hun aangezicht en zeiden: De HERE, die is God! De HERE, die is
God! 40 Daarop zeide Elia tot hen: Grijpt de profeten van de Baäl,
laat niemand van hen ontkomen. Zij grepen hen, en Elia voerde hen naar
de beek Kison en liet hen daar slachten.
41 Vervolgens zeide Elia tot Achab: Ga, eet en drink, want daar is het
geruis van een stortregen. 42 Toen ging Achab heen om te eten en te
drinken. Elia echter klom naar de hoogte van de Karmel, boog zich ter
aarde en legde zijn aangezicht tussen zijn knieën. 43 Daarop zeide
hij tot zijn knecht: Klim omhoog, zie uit naar de zeekant. Hij klom
omhoog en zag uit, maar zeide: Er is niets. Daarop zeide hij: Ga weer.
Tot zevenmaal toe. 44 Bij de zevende maal nu zeide hij: Zie, een wolkje
als eens mans hand stijgt op uit de zee. Toen zeide hij: Ga heen, zeg
aan Achab: Span in en daal af, laat de stortregen u niet ophouden. 45
Toen, in een oogwenk, werd de hemel zwart van wolken en wind, en viel
er een zware stortregen. Daarop reed Achab weg en ging naar
Jizreël. 46 Maar de hand des HEREN was over Elia, zodat hij zijn
lendenen gordde en vóór Achab uit snelde tot waar men de
richting naar Jizreël inslaat.
De strijd van Elia met de Baälpriesters speelt zich af op de Karmel
Algemeen wordt aangenomen dat de offerplaats van Elia zich bevond op het zuidoostelijke deel van de bergrug.
Die plaats heet nu Moechraka en ligt 482 meter boven de zeespiegel. Het
dramatische verhaal is hierboven prachtig beschreven. Elia's
aankondiging van de grote droogte in de naam van Jahwèh, de God
van Israël is een rechtstreekse uitdaging aan Baäl, de god
van de vruchtbaarheid en van de oogst.
In dat licht bezien krijgen de woorden uit 1 Kon.17:1 wel een heel
bijzondere betekenis: "Zo waar de HEER leeft, de God van Israël,
in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen
komen tenzij ik het zeg"
Eigenlijk een vreemd moment
Dat Elia op de Karmel om regen bidt is goed beschouwd absurd. Want dit
gebed stijgt immers op nadat het kletsnatte altaar door middel van vuur
uit de hemel vlam heeft gevat en alle Baälpriesters hun laatste
adem hebben uitgeblazen. De strijd is beslist. De overwinning is aan de
HERE! Het volk dat eerst op twee gedachten hinkte (1 Kon.18:21) - maar
niet kon kiezen tussen tussen de HERE en Baäl - roept nu massaal:
"De HERE, die is God". Beginnende reformatie. Na drie jaar droogte en
hongersnood zal het nu eindelijk gaan regenen. Gods krachtige belofte
aan Elia "Ga heen, vertoon u aan Achab, want lk wil regen op de
aardbodem geven" (1 Kon.18:1), zal nu in vervulling gaan. Je zou
zeggen: alles is nu in kannen en kruiken; het is tijd om de overwinning
te gaan vieren!
Maar in plaats van huppelend van zielevreugd de Karmel te verlaten, zoekt Elia de eenzaamheid.
Hij wil bidden! Waarom toch?
Oprechte bewogenheid
De eerste drijfveer voor Elia's gebed op de Karmel is zijn liefde voor
z'n volksgenoten geweest. De zon brandt immers nog steeds aan de hemel,
het land is uitgedroogd en de lucht vertoont nog steeds geen spoor van
naderende regen. De honger is in Samaria een scherp zwaard. Elia heeft
ze gezien: kinderen met opgezwollen buiken, ingevallen gezichten en
hongerende ogen. Elia heeft ze gesproken: moeders die geen moedermelk
meer konden produceren, mannen die geen kracht meer hadden om te
werken. Uit bewogenheid met zijn volksgenoten heeft de profeet om regen
gesmeekt.
Belofte van de HERE
Een tweede motief voor zijn gebed vormt de belofte van de HERE. Want
bidden is vragen om hetgeen beloofd is. Bidden is pleiten op Gods
beloften. Dat is de zogenaamde paradox van het gebed: vragen om iets
dat reeds beloofd is. Ook al had de HERE tot Elia gezegd "Ga heen, Ik
wil regen op de aardbodem geven", bidt Elia om die regen. De HERE geeft
Zijn beloften niet om Zijn kinderen werkeloos te maken. Nee, Zijn
beloften sporen juist aan tot gebed!
Elia leeft in het besef dat hij, hoewel hij mag bouwen en vertrouwen op
Gods beloften, volkomen afhankelijk blijft van Gods genade en
goedertierenheid. Ook al had het volk zich tot de HERE laten bekeren,
vormt dit geen grond voor verhoring. Verhoring is er slechts omdat God
de mens die tot Hem roept lieftheeft. Zondige mensen ontvangen slechts
uit genade de vervulling van Zijn beloften.
Oproep: Kom, ga met Elia en doe als hij
Deze beide elementen van Elia's gebed willen een appèl op uw
gebedsleven doen! Ook aan ons is het bidden om wat reeds is beloofd:
één kudde, één Herder! (Gez. 314:4).
Zoals Elia uit bewogenheid met z'n volksgenoten het Aangezicht van zijn
God zocht, mogen ook wij dat doen. Want het gescheiden optrekken van
christenen doet pijn en blokkeert zowel in kwalitatieve als
kwantitatieve zin geloofsgroei. Je hebt elkaar immers nodig om de grote
rijkdom van de liefde van Christus te kunnen vatten (Ef 3:18).
De kerkelijke breuklijnen in je familie, je dorp, je wijk, je straat
vormen eerder anti-reclame dan reclame voor Jezus Christus. AIs de
kudde zo verdeeld is, wat voor beeld zullen de mensen zonder God dan
van de Herder hebben? Zwak en verdeeld licht, ook al probeer je die op
de kandelaar te zetten, is niet bepaald wervend. Van onze Heer Ieren we
dat onderlinge eenheid daarentegen wel iets positiefs uitwerkt. Bij
groeiende eenheid zal de wereld geloven dat Jezus Christus door God is
gezonden en Hij de wereld liefheeft! (Joh.17:20-23)
Er wordt volharding gevraagd
Daarnaast is er in deze geschiedenis nog een element dat u kan
stimuleren met volharding een appèl op God te doen. Ik bedoel de
wijze waarop Elia's gebed wordt verhoord. Want wanneer Elia gaat
bidden, voelt hij niet direct regendruppels. De man Gods moet wachten
op verhoring. Met dit wachten heeft Elia het knap moeilijk gehad.
Daarom stuurt hij zijn knecht naar de hoogste top. "Klim omhoog, zie
uit naar de zeekant". In Israel komt de regen van over zee. De jongen
moet uitkijken naar signalen die duiden op verandering van
weersgesteldheid. Maar zoals zovelen in de afgelopen drie jaar kan ook
hij niets positiefs ontdekken aan de lucht. Geen wolkje te zien.
"En?", zal Elia gevraagd hebben. "Er is niets", moest de jongen zeggen.
"Ga weer" gaf Elia hem ten opdracht. Dit herhaalde zich tot zes keer
toe. Zes keer kwam de jongen bij Elia met dezelfde boodschap: "Er is
niets..." Je zou toch ophouden met bidden. God heeft regen beloofd,
maar er gebeurt helemaal niets.
Let dan op Elia. Voor hem is niet: drie maal is scheepsrecht. De
profeet gooit het gebedsbijltje er niet bij neer. Nee, hij volhardt in
gebed. Tot zeven maal toe is hij blijven pleiten op Gods belofte. God
had immers gezegd: Ik zal regen geven. Die volharding is niet
tevergeefs. Plotseling klinkt er een vreugdekreet: "Elia, een wolkje
als eens mans hand stijgt op uit zee!" Dit vuistgrote wolkje is de
voorbode van een geweldige stortregen. En de regen was de beloofde
zegen. Jacobus schrijft later "Het gebed van een rechtvaardige vermag
veel doordat er kracht aan verleend wordt (...) Elia bad opnieuw en de
hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten" (Jac.
5:16;18).
Wolken als eens mans hand
Dit wolkje als eens mans hand laat zien hoe onze God werkt. Ook
vandaag. God de HERE werkt namelijk vaak van klein naar groot. Het
kleine wordt groot wanneer de HERE daarin werkt. Een klein
mosterdzaadje wordt tot een grote boom; een weinig zuurdesem doorzuurt
het hele deeg! De verhoring komt vaak gefaseerd!
Daarom is het goed niet voorbij te gaan aan de kleine wolkjes die de
HERE ons geeft als voorbode op de volle verhoring op ons gebed. Wolkjes
als eens mans hand zijn de samenwerkings- en samenwerkende gelovigen.
God hoort en verhoort!