HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
Dat is zeker één van de Hebreeuwse jongetjes.



Om de kinderen te laten kennismaken met de Bijbel werden er vroeger schoolplaten gebruikt. Aan de hand van de afbeeldingen op de schoolplaten kon de meester of de juf een verhaal uitleggen. Deze manier van les geven werd ook wel aanschouwingsonderwijs genoemd. Aanschouwen is een ander woord voor kijken. De meesten kennen het nog wel denk ik, die oude schoolplaten die vroeger in het klaslokaal hingen of uit een grote opbergkist achter in de klas tevoorschijn werden gehaald. Het was vooral dán steeds weer een verrassing. Wij kijken nu in de klas naar dia’s of een videofilm in plaats van schoolplaten.

Wil  je een overzicht van alle platen? Klik HIER                                       Wil je de volgende bekijken?  Klik HIER



Exodus 2,1-10


Een man uit het huis van Levi huwde een Levitische vrouw; deze werd zwanger en baarde een zoon. Toen zij zag, dat hij schoon was, verborg zij hem drie maanden lang. Maar langer kon zij hem niet verborgen houden; daarom nam zij voor hem een biezen kistje, bestreek het met asfalt en pek, legde het kind erin en zette het in het riet aan de oever van de Nijl; zijn zuster ging op enige afstand staan om te zien, wat er met hem gebeuren zou. Toen kwam de dochter van Farao om in de Nijl te baden, en intussen wandelden haar dienaressen langs de Nijl; zij zag het kistje in het riet en zond haar slavin om het te halen. Toen zij het open deed, zag zij het kind, en zie, het jongetje schreide, zodat zij medelijden met hem kreeg en zeide: Dit is een Hebreeuws kind.

Toen zeide zijn zuster tot de dochter van Farao: Zal ik voor u uit de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan roepen, om het kind voor u te zogen? En de dochter van Farao zeide tot haar: Ja. Toen ging het meisje de moeder van het kind roepen. En de dochter van Farao zeide tot deze: Neem dit kind mee en zoog het voor mij, dan zal ik u het u toekomende loon geven. Daarop nam de vrouw het kind mee en zoogde het. 10 En toen het kind groot geworden was, bracht zij het naar de dochter van Farao; en hij werd door haar als zoon aangenomen, en zij noemde hem Mozes, want, zeide zij: ik heb hem uit het water getrokken.

Algemeen

Exodus 1, 20-22:
God zegende de vroedvrouwen; en het volk bleef zich maar uitbreiden en werd zeer talrijk. Omdat de vroedvrouwen God vreesden, schonk Hij hun nakomelingen. Toen beval de farao al zijn onderdanen: 'Iedere jongen die geboren wordt moet u in de Nijl gooien; de meisjes kunt u in leven laten.'

Een man uit de stam Levi huwde een meisje uit die stam. De vrouw werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Toen zij zag hoe mooi het kind was, hield zij het drie maanden lang verborgen. Maar toen zij geen kans meer zag hem nog langer verborgen te houden, nam zij een mandje van riet, streek het dicht met aardhars en pek en legde het kind erin. Toen zette zij het tussen het riet aan de oever van de Nijl. Op enige afstand stelde de zuster van het kind zich verdekt op, om te zien wat er zou gebeuren. De dochter van de farao ging naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen op en neer bleven lopen langs de oever van de rivier. Ineens zag zij het mandje tussen het riet en stuurde haar slavin om het te halen. Zij maakte het open, keek erin en daar lag een schreiend jongetje. Vol medelijden riep zij: 'Dit is een Hebreeuws kind!' Toen kwam de zuster van het kind aan de dochter van de farao vragen: 'Zal ik bij de Hebreeuwse vrouwen een voedster gaan zoeken, om het kind voor u te voeden?' De dochter van de farao antwoordde: 'Ja doe dat.' Het meisje snelde weg en haalde de moeder van het kind. De dochter van de farao beval haar: 'Neem dit kind mee en voed het voor mij; ik zal u er persoonlijk voor belonen.' De vrouw nam het kind mee en voedde het. En toen het kind opgegroeid was, bracht zij het terug naar de dochter van de farao. Deze nam hem als haar eigen zoon aan. Zij noemde hem Mozes. 'Want', zo zei ze, 'ik heb hem uit het water gehaald.'

Prachtig verhaal

(Ex. 1) De familie van Jozef en zijn vader Jacob, die ook wel Israël werd genoemd,  was in Egypte blijven wonen. Het ging hun goed en ze groeiden uit tot een groot volk. Jozef was overleden en er was een andere farao in Egypte gekomen die niet wist wie Jozef was. Deze farao zei: de Israëlieten zijn warempel nog een groter volk dan de Egyptenaren. We moeten zorgen dat er minder komen, anders beginnen ze nog een oorlog tegen ons! En de farao liet ze als slaven werken en voorraadschuren (en misschien ook wel piramides) bouwen.

Het hielp niets, het Israëlitische volk groeide gewoon door. Toen zei de farao tegen de vroedvrouwen: als jullie bij de geboorte van een Joods jongetje zijn, moet je dat dood maken. Ja farao, zeiden de vroedvrouwen, maar ze deden het natuurlijk niet. Tegen de farao zeiden ze: die Joodse jongetjes worden zo snel geboren, wij komen steeds te laat! Toen zei de farao tegen de Egyptenaren: gooi alle Joodse jongensbaby's in de rivier de Nijl! En dat deden ze.
(Ex. 2) Nu was er een slimme Joodse vrouw die ook een zoontje kreeg maar dat meteen verstopte, zodat het niet in de Nijl gegooid zou worden.

Na drie maanden kon ze hem niet meer verborgen houden (misschien huilde hij wel te hard), en ze bedacht een plan. Ze nam een rieten mandje en smeerde alle gaatjes en kiertjes dicht met teer, zodat het een waterdicht bootje werd. Daar stopte ze haar zoontje in en liet hem voorzichtig te water in de Nijl, tussen het riet. Daar dobberde het bootje met de stroom mee.

Zijn oudere zusje verborg zich tussen het riet om te zien wat er gebeurde. Wie komt daar aan? De prinses, de dochter van de farao, met een groepje dienaressen. Ze wil lekker in de Nijl gaan zwemmen. Opeens ziet ze het mandje drijven. Ze kijkt erin en ziet het jongetje. Wat een leuk ventje, roept de prinses, helemaal verlaten door zijn moeder! Wat zielig! Die neem ik mee naar het paleis, dan wordt hij mijn zoontje! Ik noem hem Mozes, want dat betekent uit het water getrokken.

Het zusje had alles precies gezien! Ik weet wel een mevrouw die ervoor wil zorgen tot hij geen melk meer nodig heeft, riep ze. Dat vond de prinses een goed idee, en zo kwam de zus een uurtje later trots met haar broertje thuis, waar ze alles vertelde. De moeder verzorgde Mozes tot hij groot geworden was en bracht hem toen naar het paleis, waar hij opgroeide als een prins.

Regelmatig ging Mozes kijken bij de bouw van de voorraadschuren en piramides. Hij zag hoe de Egyptenaren zijn volk lieten zwoegen als slaven. Op een dag zag hij hoe een Egyptenaar een van zijn mensen afranselde. Hij werd kwaad, ging de Egyptenaar te lijf en maakte hem dood. Hij verborg en gauw, in de hoop dat niemand het gemerkt had.

Een volgende dag, zag Mozes toevallig hoe twee Israëlieten met elkaar aan het vechten waren. Hé, jullie, houd eens op! Jullie horen bij hetzelfde volk, dan ga je toch niet vechten! Waar bemoei je je mee, riepen de mannen terug, wou je ons soms ook doodslaan, zoals die Egyptenaar? Mozes schrok: kennelijk hadden ze het toch gemerkt. Korte tijd later kwam ook de farao erachter en hij stuurde soldaten om Mozes op te sporen. Mozes besloot te vluchten naar het buitenland, voordat de farao hem te pakken zou krijgen. Daar trouwde hij, kreeg een zoon en bleef er jaren wonen.

Intussen ging het de Israëlieten in Egypte steeds slechter, en God luisterde naar hen en besloot hen te helpen. (Ex. 3) Op een dag was Mozes een kudde aan het hoeden in de buurt van de berg Horeb. Opeens zag hij dat er een braambos in brand stond, en hij ging er heen. Dat is vreemd, dacht hij, de struik brandt wel, maar hij brandt niet op! Opeens hoorde hij de stem van God uit de braamstruik: Mozes! Ik hoor dat het niet goed gaat met je volk in Egypte. Ik wil dat jij ze daar weghaalt en naar een prachtig land brengt dat ik je zal wijzen.



 

Freelance Web Designer