DE BIJBEL BLIJFT BOEIEN
Aflevering 7
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Kies hieronder een studie uit deze serie
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 |
| 08 | 09 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
"Het Woord van
God is levend en krachtig", zoals ze van zichzelf getuigd.
Begrijpelijk, want het is het Woord van de levende God. Alle dingen
zijn uit het Woord voortgekomen. De neerslag van het levende Woord
vinden we in "de heilige Schriften", dat dan ook prompt "van God
geïnsprieerd" heet. Letterlijk "God geblazen". Zoals ooit de
eerste mens door God ingeblazen en "alzo een levende ziel" werd, zo
zijn ook de heilige Schriften "van God geblazen" en daarom levend.
Gevormd door geschriften, ontstaan op zoveel plaatsen en gedurende
vele, vele eeuwen, vormt het niettemin een wonderbaarlijke eenheid..
Wat
staat er in ? deze vraag is al door velen gesteld en even zo vele malen
was daar het antwoord - onderzoek alle dingen en word wijs -
Het ontstaan
van de Bijbel
Veertig
schrijvers verspreid over diverse landen zoals Israël, Babel,
Perzië, Griekenland en Rome zijn over een periode van zo'n
1600 jaar gebruikt om met elkaar de verschillende boeken van de Bijbel
te schrijven. Onder hen waren koningen, priesters en profeten, boeren,
vissers en herders, gevangenen, geleerden, theologen en artsen.
Wie zij
ook waren en waar zij ook waren, en wanneer ze ook leefden,
één ding hadden zij allen gemeen: Zij werden
geleid door de Heilige Geest.
In de eerste 1500 jaar van de wereldgeschiedenis bestond er nog geen
Bijbel. In de tijd van Adam tot Mozes werd er wel al geschreven, maar
die boeken zijn niet in de Bijbel opgenomen. De "oudvaders" moesten
leven zonder geschreven Woord van God, zonder Bijbel! Mozes was de
eerste, die boeken geschreven heeft, die in de Bijbel zijn opgenomen.
Hij schreef de boeken Genesis t/m Deuteronomium.
Ook al hebben er vele mensen in verschillende tijden een bijdrage
geleverd aan de Bijbel, toch is de Bijbel niet het product van al die
verschillende mensen. De Bijbel heeft Eén bijzondere
Inspirator, nl. God Zelf. De Bijbel is nl. op een bijzondere wijze tot
stand gekomen.
Hierbij zien wij het volgende:
God heeft indertijd gesproken tot de mensen, die een bijdrage zouden leveren aan de Bijbel (Hebr.1:1). In de Bijbel lezen wij ook vele keren, dat mensen vertelden, dat God tot hen sprak.
2Tim.
3:16 zegt ons, zoals de Statenvertaling dit het best weergeeft, dat
alle Schrift door God is ingegeven. "alle Schrift" betekent: de gehele
Bijbel en "ingegeven" is de vertaling van het Griekse woord
theopneustos, wat een samenstelling is van theos (d.i. God) en pneustos
(d.i. adem).Letterlijk staat er dus, dat de gehele Bijbel bij de
verschillende Bijbelschrijvers door God is ingeademd of ingeblazen. Dit
wil zeggen, dat God Zijn woorden en gedachten ingeblazen heeft in de
harten van de schrijvers van de Bijbel. (zie bijv. Jeremia 36:2 en
Lucas 3:1,2)
Terwijl
God Zijn woorden en gedachten eerst bij de Bijbelschrijvers ingeblazen
heeft, heeft Hij ze Zelf ook weer bij hen er uit gehaald en gezorgd,
dat ze aan het papier werden toevertrouwd. Hierover lezen wij meer in 2
Petrus 1:16-, waar de apostel Petrus een halt lijkt toe te roepen aan
de opvatting, die er ook toen blijkbaar al was, als zou de Bijbel vol
mythen en legenden staan. Sommige mensen beweren, dat de Bijbel in zijn
geheel niet het Woord van God is, maar dat wij wel hier en daar het
Woord van God tegen komen en dat wij dus zelf maar moeten zien uit te
zoeken wat wel en wat niet van God is.
In 2 Petrus 1:16 zegt Petrus echter overduidelijk dat wij geen
vernuftig gevonden "verdichtsels" zijn nagevolgd.
Het
woord "verdichtsels" dat hier staat, is de vertaling van het Griekse
woord mythe. In is het woord mythe vertaald als "oudevrouwenpraat" en
in 2Tim.4:4 door "verdichtsels". Wij moeten dus duidelijk zien, dat wij
in de Bijbel geen mythen en fabels hebben, geen kletspraat of
fantasieverhalen.
Wat wij wel hebben, zegt Petrus ook heel duidelijk: In de Bijbel hebben
wij een verslag van ooggetuigen (zie ook -4 en -). In de Bijbel gaat
het om feiten, niet om vage verhalen.
Terwijl 2Tim.3:16 zegt, dat God Zijn woorden en gedachten gelegd heeft
in de harten van de Bijbelschrijvers, zegt 2 Petrus 1:21, dat God deze
zelfde Bijbelschrijvers ook weer gedreven heeft, om datgene wat Hij in
hun hart gelegd had, ook uit te spreken en/of op te schrijven.
Het is waar, dat vele mensen gewerkt hebben aan het schrijven van de
Bijbel. Maar deze mensen hebben niet hun eigen woorden en gedachten aan
het papier toevertrouwd, doch uitsluitend weergegeven, wat God tegen
hen gezegd had. Daarom is de Bijbel absoluut betrouwbaar
Het begrijpen van de Bijbel: De Bijbel is voor velen een moeilijk boek.
Je hebt Iemand nodig, die je helpt bij de uitleg van alles wat er
geschreven staat. 1Cor.2:14 wijst ons er op, dat een ongelovige de
Bijbel niet kan begrijpen.
Je kunt
alleen de Bijbel begrijpen als je een geestelijk mens bent, zo staat
er, dat wil zeggen, als je een gelovige bent. De gelovigen hebben de
Heilige Geest in hun hart, die hen helpt de boodschap van de Bijbel te
verstaan.
De oudheid van
de Bijbel
Niemand,
of hij moest al zeer dom en onwetend zijn, zal het betwisten dat de
Bijbel reeds eeuwen oud is. De bewijzen voor deze oudheid zijn, buiten
kijf, talrijker en overtuigender, dan die men voor enig ander bestaand
boek zou kunnen kunt alleen de Bijbel begrijpen als je een geestelijk
mens bent, zo staat er, dat wil zeggen, als je een gelovige bent. De
gelovigen hebben de Heilige Geest in hun hart, die hen helpt de
boodschap van de Bijbel te verstaan.aanvoeren. Het heeft de Bijbel
nooit ontbroken aan verstandige getuigen en ijverige bewaarders; hoewel
zelfs enige van deze de grootste verkrachters van de grondbeginselen of
de bitterste vijanden van het Christendom geweest zijn.
Het Oude Testament bevat, behalve de geschiedenis van de eerste eeuwen,
ook de verzameling van burgelijke en godsdienstige Joodse wetten,
daarnaast de gedenkschriften van hun volksgeschiedenis, (gedurende een
tijdverloop van meer dan 19 eeuwen, gerekend van de roeping van
ABRAHAM), benevens de profetieën (of voorzeggingen)
betreffende een verre toekomst, waarvan er zelfs betrekking hebben op
tijden, die nu nog moeten komen.
De beroemde geschiedschrijver Tßcitus, die in de dagen van de
apostelen leefde, spreekt over de Joodse boeken als van geschriften,
welke in zijn tijd reeds zeer oud waren. Zij werden uit het Hebreeuws
in het Grieks vertaald, meer dan tweeduizend jaar geleden.
Ptoloméus Filadelfus, wilde zijn bibliotheek te
Alexandrië vergroten en gaf daarom omstreeks 285 jaar
vóór CHRISTUS, aan 72 Joodse geleerden bevel om
die Griekse vertaling te vervaardigen. Sedert die tijd is deze bekend
onder de naam "Overzetting der Zeventig", oftewel "Septuaginta" ook wel
aangeduid met het Romeinse getal LXX.
Vanaf die tijd bezaten de Joden hun Schriften in de beide talen,
Hebreeuws en Grieks, welke beide door hen gesproken werden. Bij de
Joden die in de Grieks sprekende landen woonden, werd elke sabbat in de
synagoge deze Griekse vertaling naast de oorspronkelijk Hebreeuwse
tekst gelezen.
Geleerde
rabbijnen schreven er verklaringen op. Afschriften van de Septuaginta
werden onder elke natie gebracht, waar zich Joden ophielden; en op die
wijze werden de Heilige Schriften verspreid.
De vijf boeken van MOZES, (Genesis t/m Deuteronomium) werden meer dan
3400 jaar geleden geschreven, dat is ongeveer 1500 jaar voor het begin
van de Christelijke jaartelling. Veel van de andere boeken van het Oude
Testament zijn meer dan 1000, en die van de oudste profeten omstreeks
800 jaar vóór de komst van CHRISTUS geschreven.
Alle
andere oude boeken van ongewijde schrijvers zijn van recentere
dagtekening. Het oudste boek in het Grieks, welke men naast de Bijbel
bekent is, is van Herodotus. Dit boek is geschreven in de tijd van de
bijbelse profeet Maleachi (omstreeks 400 vóór
CHR).
De gedichten van Homérus en Hesiodus zijn iets ouder. De
tijd waarin deze geschreven werden, kan niet juist bepaald worden; maar
zij die hun hoogste oudheid toekennen, plaatsen Homérus niet
vroeger dan in de dagen van de profeet Jesaja (700 v. Chr.), en
Hesiodus in de tijd van Elia (890 v. Chr.). De geleerden zijn het zelfs
niet eens, of Hesiodus wel ooit bestaan heeft.
De volken van Azië, kunnen ons, in weerwil van de hoge oudheid
waarop zij roemen, geen enkele schrijver vóór
MOZES noemen. Confucius, de eerste wetgever en geschiedschrijver van
China, leefde 500 jaren voor Christus. Sanchoniaton, de oudste
Fenicische schrijver, van wie de historische fragmenten, die tot ons
overgekomen zijn, in echtheid grotendeels betwijfeld worden, leefde in
de tijd van de Richteren in Israël, omstreeks 1300 jaren
vóór Christus. Béroses, een Assyrisch
schrijver, priester van de tempel van Belsus, stelde de geschiedenis
van Chaldea op, na de Babylonische ballingschap. Manethon,
één van de eerste geschiedschrijvers van Egypte,
van wiens werken men nog maar enige brokstukken bezit, doordat deze
door andere schrijvers zijn meegedeeld, is van nog korter dagtekening:
zij klimt niet hoger op dan tot 300 jaren vóór
Christus.
Uit Afrika en Amerika is geen historisch getuigenis dat in oudheid de
bovengenoemde schrijvers overtreft. Er zijn voorzeker gedenktekenen in
Azië, Egypte en in Mexico, waaraan men een ouderdom
toeschrijft, welke ouder is dan de schriften der geleerden, maar geen
van die is toch van vóór Abrahams tijd, het
grootste aantal wel van latere tijd.
Bovendien
zijn de boeken van deze oude ongewijde schrijvers van een geheel andere
aard dan de Heilige Schriften: zij zijn vol laffe en ongerijmde
verhalen en fabelen. Zij geven geen inzicht in het wezenlijke karakter
van de enige en waarachtige GOD, hoewel zij wel veel godsdienstige
elementen bevatten.
De geschiedenis van Herodotus meldt veel, dat enkel fabel en leugen is, maar zijn berichten omtrent de gebeurtenissen uit zijn eigen leeftijd, zijn beschrijvingen van dingen die hij zelf gekend heeft, en de bijzonderheden welke hij levert van de voorvallen die hij persoonlijk heeft gadegeslagen, bevestigen de getrouwheid en juistheid van hetgeen ons het heilig en ingegeven Woord van GOD bericht.
Ook lezenswaardig : Het
levende woord van God
Lees
ook eens : Voorbeeld
Bijbelstudies


















