Genezing - Gebed - Verwachting

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 905 - Genezing - Gebed - Verwachting  

We mogen geloven dat de Allerhoogste God ons door en door kent, van ons houdt en klaar staat om naar ons te luisteren en er voor ons te zijn. Zoals Mozes op de bres stond voor Gods volk, zo wil Hij graag voor jou op de bres staan met een liefdevol hart en een luisterend oor, ongeacht je achtergrond, wat je gelooft of wie je bent

Geneest God de zieken?

Er is de laatste tijd een sterkere roep om genezingsdiensten – ziekenzalving – handoplegging. Die roep leidt tot vragen en verwarring, maar ook tot verwondering over de genezing door God!

Vragen: Waarom doen wij dat niet?

Verwarring: Waarom wordt de één wel genezen, maar de ander niet?

Onzekerheid: Ligt het aan mijn geloof dat ik niet beter wordt? Ligt het aan mijn verleden? Ligt er een vloek op mijn familie, die eerst moet worden weggenomen? Zijn er mensen in mijn omgeving die genezing in de weg staan?

Geneest God de zieken? Ja, genezing is van God! Hij is de Heelmeester (Ex. 15:22-27). In Ex. staat genezing in het kader van verlossing – geloof – gehoorzaamheid – verbond. Jezus Christus, Zoon van God, genas de zieken als teken van de verlossing en van het Koninkrijk. Hij gaf de discipelen volmacht zieken te genezen (Mc. 16:17.

Het is niet goed om genezing op gebed ‘te reserveren’ voor bijzondere genezingen. Dan doen wij de heerlijkheid van God te kort. Het is ook genezing op gebed waar een biddende gemeente rond de zieke (in het ziekenhuis of thuis) is.

Geen losse teksten...

God geeft ons geen losse teksten waarnaar wij ons leven moeten richten, maar brieven en boeken die samen zijn Woord aan ons vormen! Ofwel let op de hele brief!

Jakobus schrijft in de brief aan de joodse gemeente (1:1) over twee thema’s: het gevaar van rijkdom en de zonden van de tong.

INTERMEZZO: DE ZONDEN VAN DE TONG

De zonden der tong. Jacobus 3:5-12.

5. Zoals dat geldt voor het bit en het roer, zo gaat dat ook op voor de tong: het is een klein lid, daarmee is het volgens vers 2 voor iemand mogelijk zelfs zijn eigen natuur te beheersen. Tot zover is de gedachtengang van Jacobus in dit vers een conclusie uit de beide voorgaande vergelijkingen van vers 3 en 4.
Maar dan verschuift ineens het beeld, van de macht naar het kwaad van de tong. Jacobus begint nu te spreken  over de kwalijke werking die van de tong kan uitgaan. Dit houdt verband met wat hij al in vers 2 heeft gezegd: dat wie kans ziet zijn tong in toom te houden een ‘volmaakt man’ is.
De ervaring leert dat, al is de tong een klein lid, zij vaak een hoge toon voert. “Zij beroemt zich op” betekent letterlijk ‘zij praalt, zij pocht’. Het heeft een duidelijke negatieve klank.

Dat de tong hoewel ze klein is, veel ten kwade kan doen, stelt Jacobus hier aanschouwelijk voor door middel van het beeld van vuur. Al een klein vuur kan een groot bos in brand steken. Voor het leggen van dit verband kan Jacobus zich met name beroepen op het boek Spreuken.
‘Een nietswaardig man delft boosheid op, op zijn lippen is het als verzengend vuur’. Spr 16:27
‘Zoals de kolen de gloed en hout het vuur doen opvlammen, zo een twistzieke man de strijd’. Spr 26:21
Dit beeld van de tong is dus ook negatief geladen. Op die manier wil Jacobus de aandacht vestigen op het onheil dat de tong kan brengen. Een scherpe tong is het enige scherpe voorwerp dat door aan­houdend gebruik scherper wordt.

6.    Als één beeld op de tong van toepassing is, dan dat van het vuur. Zij is dan ook erg gevaarlijk. Je kunt haar volgens Jacobus gerust ‘de wereld van de ongerechtigheid’ noemen. Dit is ook te vertalen met de ‘onrechtvaardige wereld’.
In deze typering is wereld de aanduiding van het Gode-vijandige,
het boze. zie 1:27
Zo vertegenwoordigt de tong de boze wereld in ons lichaam, de wereld van de leugen en het bedrog. Op die manier neemt zij haar plaats in onder de andere leden van ons lichaam. Hoe gevaarlijk zij wel is, blijkt ook nog uit twee andere dingen. Hoewel zij maar een klein lid is, kan zij toch het hele lichaam, zie 2b d.w.z. de hele persoon, bezoedelen. En dat, terwijl het haar opdracht is het hele lichaam in toom te houden. Zij doet dan precies het tegenovergestelde.
Vertegenwoordigt zij niet vaak de boze wereld? De tong van de wijze ligt in z'n hart, maar het hart van de dwaas ligt op z'n tong.
 
Een nog duidelijker blijk daarvan is, dat zij ‘het rad der geboorte’ in vlam zet. Deze uitdrukking stamt mogelijk uit het spraakgebruik van de Griekse mysteriën. Later is zij daarvan losgemaakt en een algemeen bekende aanduiding geworden van de ‘levensloop’ van ons mensen, wisselend als die kan zijn. De tong vormt a.h.w. de as, waarom heel het raderwerk van het natuurlijke leven zich beweegt. Zelf wordt zij door het hellevuur aangestoken, d.w.z. door de geest van leugen en door de boosheid van demonen. En zo zet zij op haar beurt het leven van ons mensen in vlam, verderft zij het van begin tot eind.
Ook Job beseft de kracht van het hellevuur, de geest van leugen en bedrog. Hij zegt dat als hij zich ermee had ingelaten: voorzeker, het zou een vuur zijn, dat ten verderve zou doorvreten en mijn ganse opbrengst zou verdelgen. Job 31:12

8.    Terwijl de mens in staat is alle diersoorten op aarde te bedwingen, is hij niet
bij machte dat kleine lid van het eigen lichaam, ‘de tong’, te temmen.
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op. Spr 15:1
Valsheid in de tong, is een verderf in de geest. Spr 15:4
En dat geldt voor ieder mens. Werkelijk niemand kan de tong in bedwang krijgen. Als we dit beseffen, waarom wegen we dan altijd het woord van die ander?
In Prediker 7 staat geschreven: De wijsheid geeft de wijze meer macht dan tien machthebbers in een stad bezitten. Want niemand op aarde is zo rechtvaardig, dat hij goed doet zonder te zondigen. Ook moet gij niet letten op alle woorden die men spreekt, opdat gij niet hoort, dat uw knecht u vervloekt, want hoe menigmaal zijt gij u bewust, dat ook gij anderen hebt vervloekt.
Hoe wijs zijn wij eigenlijk? De wijsheid van een mens doet zijn aangezicht lichten, zodat de hardheid daarvan verandert Pred 8:1.
Je kunt het ook vertalen met: 'De wijsheid van een mens vrolijkt z'n aangezicht op, zodat zijn onbeschaamde weerspannigheid zich verandert.

Een mens is wijs, zolang hij de wijsheid zoekt; zodra hij meent ze gevonden te hebben, raakt hij zijn hoofd kwijt.

Cardinaal de Retz zei ooit: Zwakkelingen buigen nooit als het moet!

Al stampt gij een dwaas in een vijzel, tussen de graankorrels met een stamper, zijn dwaasheid zal niet van hem wijken Spr 27:22.

Wie een overtreding bedekt, jaagt liefde na; maar wie een zaak ophaalt, brengt scheiding tussen vrienden. Spr 17:9

Jacobus zegt zelf in vers 2 dat wie in zijn spreken niet struikelt, is een volmaakt man!
Dat niemand de tong in bedwang kan krijgen is eigenlijk niet zo verwonderlijk. Zij is een onberekenbaar kwaad. Ook hier kunnen we weer denken aan de ‘wereld der ongerechtigheid’. Als zodanig is zij onweerstaanbaar.
De tong is vol dodelijk venijn. Vol van doodbrengend vergif. Hierbij denkt Jacobus misschien aan Ps 140. Lezen Ps 140:1-4.
Ook Romeinen 3 spreekt hierover. ‘Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; hun mond is van vloek en bitterheid vol’. Rom 3:13, 14

9.     Hoe onberekenbaar en tegenstrijdig de tong wel is zien we in dit vers. Met haar zegenen én vervloeken wij. Zegenen is in dit geval iets goeds zeggen, de goede dingen in iemand naar boven halen, iemand groot maken, loven, prijzen.
Vervloeken is iets kwaads zeggen, iemand neerhalen, afbreken, de gemeenschap verbreken. Het zegenen heeft hier betrekking op God de Vader en het vloek richt zich in dit verband op de mensen. Het is daarom een kwalijke zaak, omdat de mens naar het beeld van God is geschapen. En het is ongerijmd om God te zegenen en even later Zijn beelddrager, de mens, te vervloeken. Dat Jacobus ook hier de wij-vorm gebruikt, wil zeggen dat hij ook zichzelf rekent bij de mensen, die er veel moeite mee hebben hun tong in toom te houden.

10. Het laat zich niet ontkennen dat wat in het vorige vers naar voren komt een ervaringsgegeven is. Maar daarom is het nog niet goed dat zegen en vloek uit één en dezelfde mond voortkomen. Geen liederlijk woord kome uit uw mond, maar als gij een goed (woord) hebt, tot opbouw, waar dit nuttig is, opdat zij, die het horen, genade ontvangen. Ef 4:29
Zijn lezers moeten toch weten dat dit niet kan.

Kwaadspreken: (laster) dingen vertellen die iemand in een kwaad daglicht stellen. Het maakt niet uit of het gesprokene waarheid is of dat het gelogen is.

Een Duits spreekwoord zegt: 'De lasteraar heeft de duivel op z'n tong, en wie hem aanhoort in z'n oren!
Er is niets prettigers voor een kwade tong dan een verbitterd hart te vinden.
Wie naar laster hoort, is de tweede lasteraar.
Zoals een mens innerlijk is, zo is zijn oordeel over uiterlij­ke dingen.

Spreken wij niet altijd over onze naaste alsof wij zelf vol­maakt zijn?
Hoe hoger wij stijgen, hoe ruimer onze blik.

Welke goede vrucht brengt kwaadspreken voort?
Zolang er geen overtuiging is van nood, zolang kan er geen verlangen zijn naar verandering!
11.    Jacobus stelt in vers 11 en 12 een vraag die we alleen maar met nee kunnen beantwoorden. Een bron doet toch nooit uit dezelfde opening twee zo tegengestelde zaken als zoet en brak water opwellen.

Een vruchtboom kan langs natuurlijke weg alleen maar vruchten naar zijn aard opleveren. Een boom herkent men toch aan de vrucht.
Komt uit een wedergeboren kind van God zie Gal 5:19-21.
Wat voor een bron zijn wij? Wat voor water komt er uit ons? Water dat verderf, de dood, brengt? Of, levend water? Gal 5:22
Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven. Rom 8:13.

Het geluk in uw leven hangt af van de aard van uw gedachten (Marcus Aurelius). M.a.w. geluk begint waar zelfzucht eindigt. Ons geluk hangt dus niet af van wat we hebben, maar van wat we zijn!

Laat het levend water stromen over mijn ziel!

De tong

O tong van de wereld en ongerechtigheid,
hoe is het mogelijk, dat je m’n hart niet verblijdt?
Ik zoek naar vrede, naar blijdschap en geluk,
teleurgesteld ontdek ik: mijn weg loopt telkens stuk.
Ik ben niet op m’n mondje gevallen, maar voordeel brengt dat niet,
er is eentje in de hemel, die steeds weer alles ziet.

O tong van ellende en van brandend vuur,
waarom zit je me niet mee, maar maak je ’t leven toch zo zuur?
Onbedwingbaar en gedreven door een kwade macht,
is het de duivel die in z’n vuistje lacht.
Met mijn spreken richt ik veel schade aan,
door deze verwoesting ziet men mij niet meer staan.

O tong van armoede en van de hel,
je brengt me in opspraak: steeds zorg ik voor een rel.
Ik wil je bedwingen, ja heerser wil ik zijn,
maar dat vuur van de wereld, tsjonge wat een pijn.
Een omkeer, een omkeer wil ik zien,
wie kan mij de weg wijzen, u misschien?
  
O tong van dood, je zult het berouwen,
met mijn God wil ik aan een nieuw leven bouwen.
Volmaakt, volmaakt wil ik zijn,
o Heer maak mijn gedachten en mijn hart nu rein.
Vertrouwend op mijn Meester, en ziende op zijn heil,
geef ik Hem mijn alles, nu ga ik voor de bijl!

OVER: RIJKDOM

De arme leden ervaren veel beproevingen (1:2-18). De rijken krijgen de wacht aangezegd (5:1-6). Jakobus steekt vooral de arme broeders een hart onder de riem. In 5:7-20 roept hij hen op tot geduld (5:7-11; Job als voorbeeld); eenvoudige betrouwbaarheid (5:12); gebed (5:13-18; Elia als voorbeeld); behoud van de zondaar van zijn dwaalweg (5:19-20).

5:7-20 laat een paar opvallende dingen zien en die wijzen op de eenheid van dit stuk: De oproep tot de broeders komt een paar keer terug (5:7, 9, 10, 12, 19).

Jakobus wijst een paar keer op ‘de komst van de hemelse Rechter die zal oordelen’ (5:7, 8, 9, 12). Hij wil dat de broeders schoon schip maken in hun leven tegenover Jezus Christus en tegenover elkaar, vandaar dat het belijden, vergeven en bedekken van zonde een paar keer genoemd wordt (5:15; 16; 20).

Zowel in 5:7 als in 5:17 noemt hij op de regen en de vrucht die het land geeft.

In dit gedeelte staat het gebed centraal:

5:13 als iemand leed heeft te dragen – bidden.

5:14 als iemand blij is – lofprijzen.

5:15 als iemand ziek is – de oudsten spreken over hem een gebed uit en zalven.

5:16 belijdt elkaar de zonden en bid voor elkaar.

5:16-18 het gebed van de rechtvaardige – Elia als voorbeeld.

5:13
‘Leed’ – tegenslagen in algemene zin. Het leven van Job als voorbeeld, beproevingen.

‘Blij te moede’ – Hier kan het ook om tegenslagen gaan, want Jakobus heeft eerder geschreven over blijdschap onder beproevingen. Hoe onderga je moeilijke situaties? De één gaat er onder gebukt, de ander draagt ze blijmoedig.
 
5:14
‘Ziek’ – dat de zieke ‘de oudsten’ (– ouderlingen) laat roepen, geeft aan dat de zieke te zwak is om zelf naar de oudsten te gaan. Ook het woord ‘lijder’ wijst daarop. Vandaar dat de Rooms-katholieke kerk vooral denkt aan mensen die op korte termijn kunnen sterven. Zij verbinden aan Jak. 5:14 het sacrament der zieken. Daarin gaan zij verder dan de voorschriften van Jakobus.

Opmerking: voorstanders van genezingsdiensten beroepen zich ook op deze tekst, maar gaan voorbij aan het feit dat het hier over (ernstig) verzwakte mensen gaat, die niet naar zo’n dienst zouden kunnen gaan. De oudsten gaan naar de zieke toe. Het gebed vindt in de besloten kring plaats.

‘Olie’ – dit is olijfolie. Deze heeft een verzachtende en helende werking op de huid (Lk. 10:34; Jes. 1:6). De olie kan hier ook een symbolische functie hebben, maar dat is niet zeker. Het is het verhoring van het gebed dat de lijder behoudt.

5:15-16
 ‘Gezond maken’ – het Griekse woord gebruikt Jakobus vijf keer. De andere vier keer (1:21; 2:14; 4:12; 5:20) bedoelt hij het behouden voor het (eeuwige) leven, zo is het daar ook vertaald. Verder valt op dat Jakobus in 5:16 wel spreekt over ‘genezing ontvangen’. ‘Behouden’ is sterker. In 5:16 gaat het over het onderlinge gebed voor elkaar, in 5:14 is het gebed aan ‘de oudsten’ opgedragen. Ook dat is een aanwijzing dat het om een ernstiger situatie gaat.

‘Gelovig gebed’ – Dit is het gelovig gebed van de oudsten
 Dit weerspreekt de gedachte dat het geloof van de zieke beslissend is voor genezing, of dat andere factoren, zoals een vloek in de familie genezing kunnen tegengaan. Dan kan de zieke zich schuldig gaan voelen, wanneer geen genezing volgt.

‘Over hem een gebed uitspreken’ – Het valt op dat Jakobus hier niet zegt: ‘voor elkaar (hem) bidden’, zoals in 5:16. Het lijkt erop dat de (ernstig) zieke het gebed over zich heen laat komen, terwijl ‘de zieke’ in 5:16 actief betrokken is.

‘Oprichten’ – Ook dit is een lastig woord. Het betekent, afhankelijk van de situatie: wakker maken, opstaan van een bed (na ziekte), opwekken uit de dood.

‘De Here’ – De Heer Jezus zal het doen

‘En als hij zonden heeft gedaan’ – Jakobus legt hier geen direct verband tussen (ernstige) ziekte en zonde, maar het belijden en de vergeving van zonde krijgt hier wel uitdrukkelijk een plaats. Hij wil dat rond het gebed, de belijdenis van zonden in de gemeente een plaats krijgt. Niet in algemene zin, maar concreet benoemde, zoals hij de zonden in zijn brief aanwees (bijv. Jak. 3:1-12). Vergelijk Psalm 103:3-5.
 
5:17-18
‘Het gebed van een rechtvaardige’ – de rechtvaardige is degene die uit geloof en vergeving van zonden leeft. Zonden staan niet meer tussen hem en God en de broeders in. Jakobus beperkt dit niet tot oudsten alleen, maar richt zich tot alle broeders.

‘doordat er kracht aan verleend wordt’ – God geeft de kracht. Jakobus kent de grootheid en betrouwbaarheid van God de Vader (Jak. 1:17). Heel het leven is in zijn hand (Jak. 4:13-17).

‘Elia’ – Zie 1 Koningen 17:1-5 en 18:1, vergelijk Openbaring 11:6. De ‘rechtvaardige’ is op de hand van de Here en kent zijn wil. Hier valt wel op dat de geschiedenis van Elia niet gaat over ziekte, maar over het oordeel van God over ongeloof. In een andere geschiedenis heeft Elia een overleden jongen opgewekt (1 Kon. 17:7-24).

Extreme visies over goddelijke genezing

Zonder de pretentie te hebben volledig te zijn, onderscheiden we drie extreme visies, te weten:

a. Het confessionalisme. In deze stroming wordt geleerd dat het altijd Gods wil is dat mensen op gebed genezen. Het enige middel dat God hiervoor geeft is geloof. Elk medisch menselijk ingrijpen wordt van de hand gewezen en gaat in tegen Gods wil. De zieke claimt als het ware de goddelijke genezing, die op die manier van God wordt afgedwongen. Niet genezen worden is een vorm van ongeloof. Een variant hierop is het fatalisme, waarin preventief inenten tegen bijvoorbeeld polio als een handeling tegen Gods wil wordt beschouwd. Elk preventief medisch ingrijpen van de mens gaat in tegen Gods wil. Zowel het confessionalisme als het fatalisme mogen we op grond van de Bijbel afwijzen. Nergens leren Jezus en zijn apostelen dat iedereen hier en nu op gebed zal genezen en dat preventief medisch handelen tegen Gods wil is. Eén van de evangelisten, Lukas, een trouwe reisgenoot van Paulus, was zelf dokter.

b. Het sensationalisme. In deze stroming wordt d.m.v. grote campagnes en massa bijeenkomsten aan goddelijke genezing grote bekendheid gegeven. Het genezingswonder wordt dikwijls gebruikt als publiekstrekker waarin dan de genezingswonderen als een soort spektakel centraal staan. Deze bijeenkomsten zijn meestal zeer massaal en spectaculair. De genezingsbediening van Jezus was echter zeer persoonlijk gericht en Hij gaf nooit openbare bekendheid aan een genezingswonder. Integendeel, vaak verbood Hij er bekendheid aan te geven en gaf hiermee God de eer.

c. Het dispensationalisme. Deze bedelingenleer erkent wel de genezingen en wonderen in de tijd van Jezus en de apostelen, maar stelt, dat zij na de eerste eeuw zijn opgehouden te bestaan. De genezingswonderen waren een bevestiging van de waarheid van het evangelie, hetgeen nu niet meer nodig zou zijn. Vooral de vestiging van de christelijke kerk en het ontstaan van de Bijbel hebben deze tekenwonderen overbodig gemaakt. Hiertegen kunnen we inbrengen dat nergens in de Bijbel deze gedachte onderbouwd wordt. Tevens is dit argument in strijd met de vroege en late kerkgeschiedenis waarin genezingswonderen altijd hebben plaatsgevonden.

Jezus Christus, de Geneesheer

Het bijbelse getuigenis is duidelijk. Keer op keer als mensen een beroep doen op Jezus om hun zieke lichaam te genezen, vraagt Jezus wat Hij voor hen kan doen. Een klassiek voorbeeld is de blinde Bartimeüs in Lukas 18; hij hoort dat Jezus voorbij komt en begint luidkeels te roepen; "Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!".Als Jezus hem dan vraagt wat Hij voor hem kan doen, vraagt hij of Jezus hem genezen wil van zijn blindheid. De man was door zijn blindheid aan de zelfkant van de maatschappij geraakt. Hij kon niets anders in zijn leven doen dan bedelen en afwachten wat mensen aan hem gaven. Zo (over)leefde hij.

En de Bijbel zegt, dat terstond de man door Jezus op grond van zijn geloof genezen werd. En zulke voorbeelden zijn er menigmaal in de evangeliën te vinden. Ja zelfs doden worden door Hem uit de dood opgewekt. Deze waar-heid staat als een paal boven water: Jezus Christus is Geneesheer. Hij heeft macht om zieken te genezen. In Handelingen 10 vers 38 getuigt de apostel Petrus, dat "Hij is rondgegaan weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren." Over Zijn macht om over het menselijke lichaam te doen wat Hem behaagt, bestaat geen enkele twijfel.

Geestelijke oorzaken van ziekte

De algemene oorzaak van alle moeite, pijn en zorgen is de zondeval, toen de mens ongehoorzaam werd aan zijn Maker. Hierdoor is deze wereld door God onderworpen aan vruchteloosheid. Alhoewel ziekte mogelijk verband kan houden met persoonlijke zonden (zie o.a. Joh.5:14, 1 Kron. 21) is beslist niet iedere ziekte een gevolg van bepaalde aanwijsbare persoonlijke zonden! Denk bijv. maar aan Job. Ook kan men niet stellen dat iemand die gezond is, op het juiste pad is (lees Ps. 73 maar eens). 

De Bijbel laat duidelijk zien, dat de satan, de mensenmoordenaar van den beginne, mensen ziek maakt (Luk. 13:11-16). In bepaalde gevallen tuchtigt God zelf mensen (zie o.a. Num. 12, Hand. 13:1 l). Een direct geestelijke oorzaak van ziekte zal lang niet altijd aan te wijzen zijn! Daarom moeten wij op dat punt uitermate voorzichtig zijn.

Wat verstaan we onder Goddeliike genezing?

Goddelijke genezing is het helende werk van de opstandingskracht van Jezus Christus, die op grond van gebed en geloof in Gods Woord ziektes, zwakheden en gebrokenheden van lichamelijke en geestelijke aard geneest. Jezus Christus openbaart zich hierin als onze Geneesheer. God is vanouds bekend als de grote Heelmeester van Israël (zie Ex. 15:26). Als Jezus als Zoon van God hier op aarde rondwandelt raakt Hij vele lichamen ter genezing aan. Tevens rekent Hij op het kruis van Golgotha zo radicaal en definitief af met de zonde, dat daardoor ook alle gevolgen (o.a. ziekte en dood) door Hem worden overwonnen. 

Goddelijke genezing vloeit dus voort uit de verlossing van Jezus en mag door iedere gelovige oprecht gevraagd worden. Elke genezing is een voorschot van het volledige heil dat straks gaat komen, een teken van het doorbreken van het koninkrijk van God in deze donkere gebroken wereld. Het is duidelijk, dat in dit bestel ook wat be-treft de gebedsgenezingen er altijd een spanningsveld blijft bestaan tussen het 'reeds' en het 'nog niet'.

De weg tot genezing naar aanleiding van Jacobus 5

In Jacobus 5:13 lezen wij dat als iemand leed te dragen heeft, hij moet bidden. Ook de zieke mag hieronder gerekend worden. Maar hij of zij mag ook de oudsten laten roepen, die na de zalving met olie voor de zieke zullen bidden. Tot 7x toe wordt in dit stukje het gebed genoemd. Gebed is de sleutel tot genezing. Ook is duidelijk dat de gemeente de plaats is waar de zieke, samen met de oudsten, naar genezing zoekt. Zonde kan de oorzaak van ziekte zijn (zie vs. 1 5), maar dit hoeft ook zeker niet altijd het geval te zijn. 

Pas op voor stigmatiseren! Is er gebrek aan geloof als genezing uitblijft? Dat kan, maar dan moet dit niet de zieke, maar de oudsten aangerekend worden. Zij moeten immers bidden in geloof. Geneest iedereen? Nee, ook zeer godsvruchtige mensen (o.a. Paulus, zie I Kor. 12:9, en bijv. Joni Tada Erickson!) zijn ondanks gelovig gebed niet genezen. Geloofsverwachting kan doorslaan in overspannen verwachting! Zonder te twijfelen aan god-delijke genezing is in deze tijd Gods Koninkrijk slechts ten dele zichtbaar. Jezus is Overwinnaar. Dat staat vast. Maar nu zien wij dat nog niet in zijn volheid.

Twee geestelijke houdingen ten aanzien van genezing

Er bestaan twee geestelijke houdingen, die in bijna iedere christelijke gemeente wel te vinden zijn. En die bij tijden scherp tegenover elkaar komen te staan. Ter wille van de helderheid schets ik ze hier kort, en een beetje al te scherp. Misschien herkent u zich in één van de twee, maar hebt u tegelijk het gevoel dat de weergave iets van een karikatuur heeft. Wees dan zo goed om van me aan te nemen dat ik met opzet, om het contrast helder te maken, wat scherp van pen ben.

De ene houding is deze: God geneest

Het Nieuwe Testament laat daar geen twijfel over bestaan. Alleen: genezing kan je slechts ontvangen als je een sterk geloof hebt. Zegt Jakobus zelf niet in 1:6 en 7: ‘wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee’? ‘Zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen.’ Dus, wie geen genezing ontvangt, heeft een probleem in het geloofsleven. Hij of zij leeft in zonde, of twijfelt, of de houding van iemand in haar of zijn omgeving weerhoudt de Geest ervan te genezen.

De andere houding die je wel aantreft, is deze: God zal alle dingen nieuw maken

Maar tot die tijd leven wij in dit tranendal. Spreekt het doopformulier niet van ‘het leven dat niet anders is dan een gestadige dood’? Wel, in dit leven mogen we bidden om vergeving van onze zonden. We mogen danken als God genoeg geeft om in ons dagelijks levensonderhoud te voorzien. Maar het is nooit vanzelfsprekend deze of andere gaven te ontvangen. 

Het is in de hand des Heren. En als Hij ons gezondheid onthoudt, en ons juist ziekte toebedeelt, is ook dat in zijn hand. Daarom past het ons niet God te bidden om genezing. Alleen de verzoening in Jezus Christus telt immers? Alles wat we meer vragen is maar het verzoeken van de Heer. Was het niet Jezus Zelf die weigerde God te verzoeken, toen de duivel Hem daartoe verzocht?

Deze twee geloofshoudingen liggen ver uiteen

Ze lijken elkaar rechtstreeks uit te sluiten. En toch doen beide groepen een beroep op Jakobus 5. De eerste zal wijzen op de verzen 14 en 15: 14 Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. 15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Het gebed zal gezond maken, de vergiffenis zal geschonken worden. 

De andere zal wijzen op de verzen 10 en 11: 10 Broeders, neemt tot een voorbeeld van gelatenheid en geduld de profeten, die in de naam des Heren hebben gesproken. 11 Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben: gij hebt van de volharding van Job gehoord en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming. Een houding van geduld, van gelatenheid zelfs, is beter dan God te verzoeken. En het spreekt voor zich dat door de jaren heen er telkens weer gesprek ontstaat tussen deze stromingen.

Voor Jakobus is er kennelijk niet zo’n diepe kloof tussen beide houdingen. Hoe zou hij ze anders zo naast elkaar kunnen zetten, en beide aanbevelen? Reden genoeg om goed naar Jakobus 5 te kijken. Ditmaal dus de verzen 7-11. Jakobus spreekt een groep christenen aan, die diep geschokt zijn in hun verwachtingen. Sommigen hadden de tijd van Jezus Christus nog zelf meegemaakt. 

De indruk die zijn leven, maar vooral zijn opstanding uit de dood hebben gemaakt, is geweldig groot. En zo groot waren ook hun verwachtingen. Maar het liep zo anders. Stefanus stond níet op uit de dood. En duizenden na hem evenmin. En dat terwijl de christenen steeds vaker in de hoek belandden waar de klappen vallen. Verwijt, onbegrip, vervolging en marteldood. Deze druk van buitenaf had zich vertaald in hun houding. En die was niet geweldig. Waardeloze vroomheid (1:26), minachting (2:15-17), schelden (3), ja zelfs vechtpartijen (4)!
/>

Aan de kaak stellen en veranderen

De bedoeling van Jakobus’ brief is: deze houding aan de kaak stellen en veranderen. De lezers weer ‘op de rails’ zetten. En daartoe beveelt hij een grondhouding aan (de verzen 7-11), maar ook concrete aanwijzingen voor hoe je die grondhouding nu dagelijks toepast (de verzen 13- 18). De grondhouding die hij aanbeveelt laat zich benoemen in één woord: bijna! In Jezus’ dagen kon je met de vinger aanwijzen hoe het koninkrijk Gods groeide. En strakst komt Hij terug. Dan breekt Gods koninkrijk voorgoed door. En zijn tranen, schuld en ziekte geschiedenis.

Maar voor nu: wij leven in de eindtijd

Tussen de eerste en tweede komst in. Die tijd is niet leuk. Het is een kwestie van geduld. Hetzelfde geduld dat een landbouwer nodig heeft in Israël. Eerst is er een seizoen van ploegen, mesten en zaaien. Dan ben je bezig. Dan komen de vroege regens, en het zaaisel ontkiemt en groeit op. Je zíet het gebeuren. Maar dan komt er een moeilijke tijd: het regent niet, en de zon verliest kracht. Als je niet beter wist, zou je denken dat de hele oogst verloren gaat. Alles staat stil, zo lijkt het. Totdat de late regens komen. Als die vallen is het snel bekeken: de groei zet door, de aren zwellen, en binnen de kortste keren staat de rijke, rijpe oogst te wuiven op de velden.

Zo is het met ons ook: wij kunnen hoop putten uit die vroege regen: de tijd dat Jezus op aarde was. Je zág de groei. En wij mogen op die tijd terugkijken. En nu, nu is het bíjna zo ver dat Jezus terugkomt, en het koninkrijk rijp is, zijn definitieve vorm krijgt. En dat zou onze houding moeten bepalen: we zijn er bijna! Het is nog een kwestie van wachten, maar dan toch hoopvol wachten. Neem maar een voorbeeld aan Jobs leven, zegt Jakobus: een rijke start, een diep en lang dal (je zou de hoop verliezen), maar Gods erbarming en ontferming geven een geweldig einde. Kijk, op die manier krijgt ook het lijden van de tegenwoordige tijd perspectief. Niemand belooft een leuke tijd, maar het is een tijd van hoop!

Wat mogen we in die ‘eindtijd’, die tijd van tegenslag en volhouden, verwachten?

Niet dat de ziekten wel mee zullen vallen. Het lijden is menens. Zoals het dat was voor Stefanus en andere martelaren. De ziekte is menens. Oorlogen zijn menens. Schuld is menens, zowel op het niveau van de enkeling als collectief. Jakobus wil dat niet wegpoetsen, maar ziet graag dat we ons daarop instellen. Door de manier waarop we het kwaad dat ons treft zullen incasseren, en door vol te houden. Dat wordt bedoeld waar we lezen van ‘gelatenheid’ en ‘geduld’. 

Niet: laat het maar over je heen spoelen, geef je verzet maar op. Maar: kies je houding, laat je niet verrassen, en houd vol! En ondertussen is ook het seizoen waarin de groei stil lijkt te staan wel nodig. Er gebeurt wel wat, ook al valt het niet altijd op! We mogen er ondertussen open voor staan dat God de groei geeft. Ook nu. Hij wil graag verrassen. Zoals Job niet gerekend had op de verrassing van een rijk levenseinde. In de woorden van Jakobus: God is rijk aan erbarming en ontferming. Denk daar maar achteraan: en die zijn nooit zó hard nodig, als wanneer er van zijn koninkrijk zo weinig te zien is. Dus mogen we juist nu veel verwachten van God.

Dus: Jakobus wil niet dat we het midden zoeken van die beide houdingen. Zo van: ‘God geneest een beetje. Soms. Als je in elk geval een flink handjevol geloof hebt. Maar ondertussen is het leven toch ook een beetje sterven, en zullen we er maar niet teveel van verwachten.’

Nee: de oogst wordt geweldig! Genezing, vergeving, vernieuwing, het wordt groter dan je denkt. Niks ‘beetje’! Hij wil ook niet de houding: Ik wil alles, hier, nu en meteen. Ons leven en onze tijden zijn in Gods hand. Hij gaat over de seizoenen van het leven. Maar dat is geen reden om te wanhopen of te mopperen. Het is juist een bodem om op te bidden en te leven. En héél veel van Hem te verwachten! Voor nu en na dezen.

Tegenslag kan een mens treffen

Opeens is daar een ziekte met een slecht vooruitzicht. Er gebeurt iets vreselijks in je privé-leven. Dat geldt voor christenen weinig anders dan voor anderen. Als je het leed op je in laat werken – je eigen leed of de vreselijke dingen die zich op een ander niveau afspelen – dan dringen de vragen zich al snel op. Als God koning is, macht heeft, over hemel en aarde, hoe kan het dan dat we daar soms zo weinig van zien? Of moeten we juist wel Gods almacht zien in vreselijke dingen, als die gebeuren? 

Natuurlijk klinkt in bijna elke reactie teleurstelling door. God is goed, God is machtig. En juist omdat ik dat allebei geloof valt het zo tegen. Wat is het moeilijk om te blijven geloven in het koninkrijk der hemelen! Die teleurstelling kan gemakkelijk een smaak van bitterheid krijgen. Er kan wrok uit groeien, die zich richt op God, op de omstandigheden of op de lijder zelf.

Jakobus ziet dat ook gebeuren in de jonge kerk, en het doet hem pijn. Zijn brief is een warm pleidooi voor een gezonde houding, ook tegenover ellende en tegenslag. Je zou van die grondhouding kunnen zeggen: laat die open zijn tegenover God en mensen. Dus als je blij hebt, laat dat dan aan God horen in je loflied. Als je tegenslag hebt te dragen, laat dat dan aan God horen in gebed. Jakobus gaat gelukkig wel verder dan zulke algemene aanwijzingen over je houding. Hij geeft ook concrete adviezen: hoe ga je er nu mee om als tegenslag je treft? In onze tekstverzen werkt hij dat uit voor ziekte. Terzijde: u zult wel merken dat die adviezen niet alleen op ziekte slaan, maar ook uitgewerkt kunnen worden in de richting van andere tegenslagen.

Op ons maken de adviezen een vreemde indruk. Als je ziek bent ga je toch naar de dokter? Wat hebben ouderlingen en zalf nu met ziekte te maken? Wat is dit voor een eng ritueel? Voor de eerste lezers van deze brief lag dat heel anders. Zij troffen hier juist een vermaning om zich niet in allerlei enge rituelen te begeven. 

Jakobus wil met dit voorschrift zeggen: Laat je door ziekte en tegenslag niet verrassen. Wees er liever op voorbereid! We leven in de tijd tussen Jezus’ komst op aarde en zijn wederkomst straks. Bij zijn komst en zijn wederkomst zie je Gods koningschap vorm krijgen. Maar in die tijd daar tussenin, die ‘eindtijd’, lijkt het met de groei van dat koningschap wel stil te staan.

De gelijkenis van het zuurdesem

Je ziet niets gebeuren, maar het werkt wel door. Als je dat beseft, dan laat je je niet verrassen door tegenslag. En dan kan de teleurstelling ook niet uitgroeien tot verbittering. Dus het positieve advies is: ga ermee naar God en de gemeente! Want daarmee snijd je de wortels door van bijvoorbeeld stil mokken. En dat is iets dat ook onder ons voorkomt. Zoals in de vorm: ‘mij hoor je niet klagen, hoor…’ Maar ondertussen… Ook als je dat niet uitspreekt, kan het toch het begin zijn van een proces van verbittering. In ieder geval naar God toe, maar vaak ook in de richting van mensen. En wat Jakobus in elk geval wil uitbannen, is de praktijk dat mensen de vreemdste noodsprongen maken voor herstel. Vreemde rituelen, bijgeloof, soms zelfs het raadplegen van vreemde goden.

Mensen doen alles, als het om hun gezondheid gaat

Maar door je op God en de gemeente te richten, geef je de duivel geen kans. Want die krijgt anders precies zijn zin: als je verbitterd raakt naar God toe. Als je je heil bij anderen zoekt. Als je in God en mensen teleurgesteld raakt. Zalving en oudsten Daarom houdt Jakobus zijn lezers de weg van gebed in de gemeente voor. En dan meer in het bijzonder de oudsten van de gemeente. Waarom zou dat zijn? Omdat die genezing kunnen geven en anderen niet? Omdat God beter luistert naar hun gebed dan naar dat van een ander?

Breng je gebed waar het wezen moet: temidden van de gemeente. Vergelijk het met koning Hizkia, die in 1 Koningen 19 de dreigbrief van Assur in de tempel brengt.

Zalving van zieken

Over het ritueel zelf, de zalving, is in de Bijbel veel te vinden. 

In het Oude Testament lezen we van profeten, koningen en priesters die worden gezalfd. Maar ook van bijvoorbeeld het altaar. De betekenis daarvan is in ieder geval tweeledig: God wijdt de gezalfde aan zichzelf en aan een bijzondere taak toe, en daardoor belooft Hij ook Zelf aanwezig te zijn. Alles te geven wat nodig is voor de bijzondere taak. Voor de volledigheid noem ik hier dat olie ook gebruikt wordt als parfum, of als welkomstgroet. Zo spreekt Psalm 45:7 van vreugdeolie. 

In het Nieuwe Testament lezen we ook over zalving. Soms in de betekenis die we al in het Oude Testament vonden, maar soms ook in verband met ziekte. De betekenis van toewijden en bekwamen wordt in het Nieuwe Testament versterkt doordat de zalving symbool wordt van de komst van de Heilige Geest (o.a. Handelingen 10:38). In Markus 6:12 en 13 zijn het de discipelen die zieken zalven. Jezus zendt in dat gedeelte de discipelen twee aan twee de wereld in. Hij noemt de zalving niet, maar in de uitvoering van hun opdracht beginnen de discipelen er wel mee. Blijkbaar was het voor hen een vanzelfsprekend gebruik bij ziekte. Nu is ook wel uit andere teksten dan uit de Bijbel bekend dat zalfolie een grote rol speelde in de geneeskunst. Met enige overdrijving zou je kunnen zeggen: medisch was er in die tijd niet veel anders mogelijk, dan het verzachten van de pijn door de zalfolie. 

Samenvattend drie dingen over zalving in de gemeente: 

Allereerst is het er symbool van dat we ruimte aan God laten. Hij is de Geneesheer, en zowel de zieke als de oudsten in de gemeente laten door de zalving zien: wij hebben geen macht over ziekte, maar U wilt juist in onze ziekte en zwakheid binnenkomen.

Ten tweede: het is een symbolische manier om de zieke toe te wijden aan God, en God te vragen om met zijn Heilige Geest alles te geven wat nodig is, in ziekte en herstel, in leven en sterven. 

Ten derde, en expres ook op de laatste plaats: zalfolie is ook een verwijzing naar een geneesmiddel. Maar dan wel een middel waarvan iedereen weet dat je er niet teveel van hebt te verwachten.

Hoe te handelen bii ziekte? Zeven stappen:

1. Onderzoek jezelf en verootmoedig jezelf voor God. Zie Psalm 139:23,24.

2. Bid allereerst om genezing. Loop niet automatisch naar de dokter zonder eerst de Here te zoeken;
zie 2 Kron. 16:12.

3. Raadpleeg een arts en volg nauwkeurig zijn instructies; ook inzake goede medicijnen en
(niet antichristelijke) therapieën; zie I Timoteüs 5:23.

4. Volhard in gebed. Ook Paulus bad drie keer tot de Here; hij gaf het bij de eerste keer niet op (zie
 2 Kor.12:8). Toch werd Paulus hierin niet verhoord en bleef hij ziek.

5. Roep de oudsten voor zalving en gebed op grond van Jacobus 5.

6. Vertrouw jezelf toe aan God en volhard in geloof (1 Petrus 5: 7).

7. Vraag God om genade ten tijde van ziekte en lichamelijk of psychisch lijden (2 Kor.12:9).

Wat verwacht je van ziekenzalving?

Er is een grote parallel tussen de sacramenten en de ziekenzalving. Zoals het avondmaal een middel is om dat ons geloof te voeden en versterken, zo is de ziekenzalving een middel om ons in de ziekte naar lichaam en geest te versterken. Onze tekst brengt onder woorden wat we ervan mogen verwachten. Jakobus spreekt van drie dingen: genezing, oprichten en vergeving.

Dat wil zeggen: de zalving is een zegen voor alle terreinen van het leven. Genezing doet allereerst denken aan het lichamelijke, oprichten aan het psychische, en vergeving aan het geestelijke leven. En voor al die drie terreinen is de belofte: redding. Redding is trouwens niet hetzelfde als genezing. Het woord dat hier met genezing vertaald is, heeft een bredere betekenis.

Namelijk de verlossing, de redding van ons hele bestaan. Dat is een punt om nadruk op te leggen. Jakobus raadt ziekenzalving niet aan als een alternatief voor de dokter, als een wonderolie  die alle ziekte uitbant. Hij wijst er juist op dat alleen jagen op gezondheid niet genoeg is.

Dat je redding moet zoeken voor de volle breedte van je bestaan. Redding is iets voor nu én voor de toekomst. Iets dat je alleen van God kan krijgen. Op zijn manier en op zijn tijd. God redt mensen. En dat is veel meer dan kwalen genezen of zonden vergeven alleen.

Het gelovig gebed

Over deze woorden is veel gedacht, en nog meer geschreven … Is het een term voor een bepaalde kwaliteit gebed? 24 karaats? Is ‘geen genezing’ hetzelfde als ‘geen geloof dat het gebed draagt’? Nee! Het betekent allereerst: een godsgebed. Een gebed dat niet alleen aan God geadresseerd is, maar ook gebeden wordt in het besef dat Hij God is en macht heeft. En daarom betekent het ook: een gebed van overgave. dat je beseft met huid en haar aan Hem toe te behoren. Dat Híj, en niemand anders, heeft te kiezen hoe je toekomst eruit zal zien. En wat is dát moeilijk te bidden. Juist als je ziek bent. Want het betekent altijd ook: U gaat ook over ziekte of herstel. Ook dat leg ik terug in uw hand. Je zou het zo kunnen zeggen: het gelovig gebed is zeker over God. En dat is niet hetzelfde als zeker over genezing.

Kracht van gebed

Jakobus noemt Elia’s gebed als een voorbeeld van de kracht van gebed. Bijzonder aan dat gebed van Elia is dat hij het niet bad in opdracht van God (terwijl een profeet toch meestal moet uitspreken wat God hem opdraagt), maar in verwachting van God. Elia verwachtte vast, dat God hem zou willen verhoren. En aan die verwachting heeft God kracht verleend.

Bent u ziek? Dan staat u stil. Hoe druk u in het dagelijks bestaan ook bent, een ziekte zet u stil. Gebruik zo’n periode. Om stil te staan bij je actieve leven. Om het leven in gebed aan God op te dragen. Voor een gebed als Psalm 139: 23 Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten; 24 zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg. Sta stil bij alle terreinen van het leven: Geestelijk, maar ook sociaal, mentaal en fysiek. 

Nu hebt u de tijd om de dingen op een rijtje te zetten. Bovendien: lichaam en geest hangen nauw samen. U zou de eerste niet zijn die door goed tot zich door te laten dringen wat de ziekte zelf inhoudt, ontdekt wat er in uw leven scheef is gegroeid. Zo bezien kan juist een ziekte ook het begin zijn van genezing. Niet alleen genezing van de kwaal, maar veel breder: herstel, redding.

Belofte van genezing?

Belooft Jakobus genezing? Ja en nee. Op het gevaar af dat het voor een plat grapje gehouden zou worden: als Jakobus ons hier een onfeilbaar geneesmiddel tegen élke kwaal zou voorhouden, dan zou hijzelf nog in leven moeten zijn. Zo is het natuurlijk ook niet bedoeld. Ook de verzen 7-11 zijn van Jakobus. We leven in het hiernumaals, en nog niet in het hiernamaals.

Jakobus waarschuwt juist dat we ons niet door pijn, kwaal en ellende moeten laten verrassen. In plaats daarvan doen we er beter aan het aan God voor te leggen. Toch ligt juist daarin ook de belofte van genezing. Een dokter staat al snel aan de grens van wat hij kan doen. Jijzelf loopt veel te vaak tegen je grenzen op. Maar God kan verder reiken. Hij kan redding geven. Van ziekte, van zwakte, van schuld. Straks, op de nieuwe aarde, zal Hij dat ook helemaal doen. Maar vandaag is zijn macht precies even groot. En Hij heeft al heel vaak laten zien, dat Hij ons graag verrast, overrompelt, met wat Hij geven wil.

Tenslotte dit

Jakobus roept de broeders en zusters op om een biddende en dankende gemeente te zijn – kringen die samen komen om met elkaar en voor elkaar te bidden en te danken zijn geen overbodige luxe in de gemeente. Het gaat hier om het persoonlijke gebed en lofprijzing, het gebed met de oudsten en het onderlinge gebed.

Jakobus wil dat de belijdenis van zonde een goede plaats in de gemeente heeft, zowel tegenover de oudsten, maar ook tegenover elkaar (vergelijk Mat. 18:15-20) om vergeving te ontvangen en vrede in je hart.

Jakobus laat zien dat hij gericht is op het behoud van de broeders en met name van degene die leeft in zonde, de zondaar.

De voorschriften die Jakobus geeft voor de gebeden rond (ernstige) ziekte zijn niet eenvoudig over te zetten naar onze tijd, zeker niet naar genezingsdiensten. Het gaat hier naast gewone ziekte om ernstige ziekte en zwakheid, zodat de oudsten bij de zieke moeten worden geroepen.

Geneest God de zieken? Jazeker, iedere gave (ook genezing) die goed is, daalt van boven neer (Jak. 1:17). Laten wij vooral danken voor de genezing die God geeft en vertrouwen op onze Heer Jezus Christus. Ons leven is in zijn hand. Verder: in het Nieuwe Testament werden en bleven mensen ziek (2 Tim. 4:20).

Voor Jakobus is het belangrijk dat de gelovige behouden is voor het eeuwige leven en voor Jezus Christus kan verschijnen. Dit komt ook hier naar voren.

In dit verband wil ik het Onze Vader noemen. Dit gebed spreekt over de verlossing, het Koninkrijk en de Kracht van God. Dit is ook de kracht tot genezing

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is