Thuis
- Gezin - Kinderen - Huwelijk
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie 621 - Over THUIS gesproken en het GEZIN met kinderen
Indringende pamfletten: BIJBELS HUWELIJK GEZIN ALGEMEEN)
Door te trouwen ontstaat, of je wilt of niet, het gezin. Het huwelijk
tussen man en vrouw is van Godswege is geboden en het gezin centraal
staat in het plan van de Schepper voor de eeuwige bestemming van zijn
kinderen. Ieder mens, man en vrouw, is geschapen naar het beeld van
God. Iedereen is een geliefde van onze hemelse Vader, en als zodanig
heeft iedereen een goddelijke aard en bestemming.
Het eerste dat God aan Adam en Eva gaf, had betrekking op hun vermogen
om als man en vrouw kinderen te krijgen. Plechtig moeten we toegeven
dat Gods gebod aan zijn kinderen om zich te vermenigvuldigen en de
aarde te vervullen van kracht blijft. Bewondering voor de manier waarop
het sterfelijke leven tot stand komt, door God voorgeschreven. Erken de
heiligheid van het leven en het belang ervan in Gods eeuwige plan.
Man en vrouw hebben de plechtige taak om van elkaar en van hun kinderen
te houden, en voor elkaar en hun kinderen te zorgen. 'Kinderen zijn een
erfdeel des Heren' (Psalm 127:3). Ouders hebben de heilige plicht om
hun kinderen in liefde en rechtschapenheid op te voeden, te voorzien in
hun stoffelijke en geestelijke behoeften, ze te leren dat ze elkaar
moeten liefhebben en helpen, de geboden van God moeten naleven en
gezagsgetrouwe burgers behoren te zijn, waar ze zich ook mogen
bevinden. De echtgenoten - de moeders en vaders - zullen door God
verantwoordelijk worden gehouden voor het nakomen van deze
verplichtingen.
Het gezin is door God ingesteld. Het huwelijk van man en vrouw is van
essentieel belang in zijn eeuwige plan. Kinderen hebben er recht op om
binnen het huwelijk geboren te worden, en te worden opgevoed door een
vader en een moeder die de huwelijksbelofte met volledige trouw
beleven. De kans op een gelukkig gezinsleven is het grootst als de
leringen van de Jezus Christus eraan ten grondslag liggen. Een geslaagd
huwelijk en een hecht gezin worden gegrondvest op en in stand gehouden
met de beginselen van geloof, gebed, bekering, vergeving, respect,
liefde, mededogen, werk en gezonde ontspanning. Volgens het goddelijke
plan behoort de vader zijn gezin met liefde en in rechtschapenheid te
dienen. Hij heeft tot taak te voorzien in de behoeften en de
bescherming van zijn gezin. De taak van de moeder is op de eerste
plaats de zorg voor de kinderen. Vader en moeder hebben de plicht om
elkaar als gelijkwaardige partners met deze heilige taken te helpen.
Invaliditeit, overlijden of andere omstandigheden kunnen individuele
aanpassingen noodzakelijk maken. Andere familieleden behoren zonodig
steun te verlenen.
Een waarschuwing is hier op z’n plaats tegen degenen die het
verbond van huwelijkstrouw schenden, hun partner of kinderen
misbruiken, of hun taken in het gezin niet nakomen, dat zij op een dag
aan God rekenschap moeten afleggen. Verder een waarschuwening dat het
verval van het gezin de rampen voor personen, gemeenschappen en volken
tot gevolg zal hebben die de profeten van vroeger en nu voorzegd
hebben.
Daarom een beroep op burgers en overheidsdienaren met
verantwoordelijkheidsbesef overal ter wereld om maatregelen te
bevorderen die erop gericht zijn het gezin als fundamentele eenheid van
de maatschappij te handhaven en te versterken. Het gezin is en blijft
de hoeksteen van de maatschappij.
Het gezin is een groot oefenterrein voor het leven. Omdat dat zo is
moeten ouders vormen. Wij hebben behoefte aan gezinnen die hun huizen
openen en andere gezinnen, vooral
éénoudergezinnen, bij hun leven betrekken
(Filippenzen 2:15; Hebreeën 13:2). Gemeenten dienen
gezinsvriendelijker te worden en gezinnen terzijde te staan- Het gezin
heeft niet afgedaan. Het heeft de toekomst. De kans een gezinsleven tot
stand te brengen waaruit sterke en gezonde persoonlijkheden voortkomen,
is groter dan ooit. De beslissende vraag is of wij die kans benutten.
EXTRA
INFORMATE OVER LIEFDE en HUWELIJK
Het
Huwelijk in de Bijbel
Tot aan de negentiende eeuw was er nooit sprake van gelijke rechten van
mannen en vrouwen. Ook het huwelijk was een gezagsrelatie van de man
over de vrouw. Bij de Joden hoorde de vrouw in de praktijk min of meer
bij het eigendom van de man; zo lijkt het erop dat ze in (Ex. 20:17)
bij dienstknecht, slavin, os en ezel als bezitting wordt gerekend. Maar
nergens wordt ze op één lijn gesteld met de
slavin. Dat de vrouw een nederige plaats had, was hoofdzakelijk een
gevolg van de gewoonte om meer vrouwen te hebben, de polygamie. Bij de
Joden gebeurde dit met name vanuit een verlangen naar een groot aantal
kinderen. Natuurlijk konden alleen de rijken zich meer dan een vrouw
permitteren. Bigamie, een huwelijk met twee vrouwen, was niet zeldzaam
(Deut. 21:15; 1 Sam. 1:2). Volgens Richt. 8:30; 2 Sam. 5:13; 1 Kon.
11:3 hadden richters en koningen, vaak om politieke redenen,
verscheidene vrouwen.
De wet verbood dit gebruik niet, maar zij beperkte het (Deut. 17:17).
Daarnaast kende de wet een onderscheid tussen vrouwen en bijvrouwen
(Richt. 19:1; 2 Sam. 3:7). De man koos in de regel een bijvrouw uit de
slavinnen of krijgsgevangenen, wanneer zijn eigen vrouw onvruchtbaar
was; het gebeurde soms met haar toestemming en op haar verzoek: zij kon
dan de kinderen van de bijvrouw als de hare aannemen (Gen. 16:1vv;
30:1vv). Een meisje dat door haar vader uit armoede verkocht was, kon
eisen dat zij de bijvrouw werd van haar heer of diens zoon (Ex.
21:7vv). Een krijgsgevangen vrouw die door iemand als bijvrouw begeerd
werd, had volgens de wet aanspraak op een zachte behandeling (Deut.
21:10 vv). Zo’n vrouw moest worden vrijgelaten, als haar
meester zich van haar wilde ontdoen.
De overleveringen van Israël en die van veel andere volken
veronderstellen dat monogamie (het huwelijk met
één vrouw) de oorspronkelijke en door God gewilde
toestand was. De Israëliet erkende dat ook de vrouw was
geschapen naar het beeld van God. Zij was aan de man ondergeschikt,
maar als zijn hulp en levenspartner (Gen. 3:16; 18:12; 2:18). Hetzelfde
woord hulp wordt ook voor de HEERE God gebruikt en duidt dus niet op
minderwaardigheid (bijv. Ps. 121).
Het huwelijk was een heilig, door God gesloten verbond (Spr. 2:17).
Deze opvatting was een protest tegen alle polygamie en leidde tot een
ideale opvatting over het huwelijk. In Deut. 5:21 wordt de vrouw dan
ook niet tot het eigendom of bezit van de man gerekend. De eerste man
die twee vrouwen huwde, was een nakomeling van Kaïn, Lamech
(Gen. 4:19). Monogamie (het huwelijk met één
vrouw) was regel (Ps. 128; Spr. 12:4; 19:14; 31:10vv). De profeten
stellen zelfs de verhouding tussen de HEERE en Israël voor met
het beeld van een huwelijk (uitgezonderd Ezech. 23).
Toen de latere Joden zich letterlijk en krampachtig aan de wet gingen
houden, ging de diepere opvatting over het huwelijk verloren. De
polygamie nam weer toe. Ook al bleef het huwelijk met
één vrouw regel, Josefus stelt dat het in zijn
tijd gebruik was om meer dan één vrouw te hebben.
De meest verheven opvatting over het huwelijk danken wij aan de
Zaligmaker en zijn apostelen.
Verboden Huwelijken. De wet bevat strenge bepalingen ten aanzien van
huwelijken met bepaalde personen. Bij andere volken, zoals
Kanaänieten, Egyptenaren (Lev. 18:3,24) en Grieken, waren
huwelijken tussen bloedverwanten niet zeldzaam. Maar ook Abraham was
gehuwd met zijn halfzuster Sara (Gen. 20:12), Jakob met de zusters Lea
en Rachel, en Mozes was geboren uit het huwelijk van Amram met zijn
tante Jochebed (vgl. Ex. 6:19); (Num.26:59)met Lev. 18:12). Maar later
waren huwelijken tussen bepaalde personen in Israël streng
verboden. De wet bevat hierover bepalingen die scherper zijn dan bij
enig ander volk (Lev. 18:20).
De doodstraf door steniging stond op het huwelijk en op sexueel contact
met de moeder of stiefmoeder, met de dochter of kleindochter, met de
verstoten of weduwe geworden schoondochter, met de vrouw en haar
dochter of kleindochter. In het laatste geval werden de drie lijken
verbrand. Het huwelijk of sexueel contact met een zuster, stiefzuster
of tante werd bestraft met uitroeiing, dat met de weduwe of de
verstoten vrouw van een oom of broer van vaderszijde met
onvruchtbaarheid. Ook het huwelijk met twee zusters was verboden, maar
niet dat tussen een oom en een nicht of dat met de weduwe van de neef
of oom van moederszijde of met de zuster van de overleden vrouw. Een
huwelijk van kinderen van broers en zusters was geoorloofd (Gen.
29:19).
Ook verbood de wet huwelijken met Kanaänieten, om de
verleiding tot afgoderij tegen te gaan (Ex. 34:16 ; Deut.7). Maar dit
verbod werd vaak overtreden (Richt. 3:6; 2 Sam. 11:3; 1 Kon. 11:1vv;
16:31). Overigens was het Israëlitische mannen wel toegestaan
om met buitenlandse vrouwen te huwen; de koningen deden dit om
staatkundige redenen. Israëlietische vrouwen mochten zowel
trouwen in het buitenland als met in Palestina wonende vreemdelingen
(vgl. b.v. Ruth 1:4; 2 Sam. 3:3; 1 Kon. 14:21); 1 Kon. 7:14; 1 Kron.
2:34v). Onder invloed van Ezra en Nehemia werden huwelijken met
buitenlandse vrouwen verboden (Ezra 9:2vv; 10:3); Neh. 13:23vv).
Tegen huwelijken van weduwen en weduwnaars bestond geen bezwaar. Alleen
de hogepriester mocht niet trouwen met een weduwe (Lev. 21:14).
Ezechiël wil dit verbod uitstrekken tot alle priesters en een
uitzondering maken voor de weduwen van priesters (Ez. 44:22); volgens
deze bepaling was een huwelijk met een vrouw die al aan een andere man
toebehoord had, minder eervol.
In dit opzicht waren Grieken en Romeinen veel stenger. Weduwen die niet
hertrouwden waren zeer geacht. Vrouwen die wel hertrouwd waren, waren
uitgesloten van bepaalde godsdienstige gebruiken. Dit had invloed op de
eerste christelijke gemeente. Niet alleen was de polygamie verboden,
maar ook een tweede huwelijk sloot iemand van het opzienersambt uit (1
Tim. 3:2); (Tit. 1:6). En alleen weduwen die maar eenmaal gehuwd
geweest waren, konden tot een kerkelijke werkzaamheid, bijv. diakones,
worden gekozen. Maar deze regels zijn niet alleen een doorwerking van
de Romeinse opvattingen. Veel meer zijn ze de toepassing van de
christelijke idee dat een kuis, ongehuwd leven en een kuis leven als
weduwe kenmerken zijn van hemelsgezindheid (vgl. Matt. 19:12); Luc.
2:36v; 1 Kor. 7:8)..
Slechts in één geval was de Israëliet
tot het aangaan van een huwelijk verplicht: wanneer twee broers (zoons
van dezelfde ouders) bj elkaar woonden en er één
stierf zonder kinderen na te laten. In dat geval moest de overgebleven
broer de weduwe trouwen. Het eerstgeboren kind uit dit huwelijk moest
worden ingeschreven op naam van de overleden broer, opdat die naam niet
verloren zou gaan in Israël (Deut. 25:5-10); (Ruth 4:7vv). We
vinden dit gebruik al in Gen. 38:8vv , maar ook bij de Moabieten (Ruth
1) en andere volken. Het heet leviraats- of zwagershuwelijk, en is niet
alleen de voortplanting van naam en nakomelingschap, maar vooral het
behoud van het familie-erfgoed, dat de zwager als het zijne moest
verzorgen.
Wanneer deze zwager zich aan het huwelijk wilde onttrekken, mocht de
weduwe de oudsten van de stad als getuigen nemen; bleef hij in zijn
weigering volharden en werd deze ongegrond verklaard, dan moest de
schoonzuster hem in aanwezigheid van de oudsten de schoen uittrekken.
Met de schoen op iets staan is namelijk symbool van het in bezit nemen,
het uittrekken van de schoen van het afstand doen (Ruth 4:7); (Ps.
60:10). Ook moest de schoonzuster spugen, in het gezicht van de zwager
of voor hem op de grond: een teken van openbare verachting (Num.
12:14). Met deze symbolische daad zette zij haar zwager "in zijn hemd"
en verklaarde hem ongeschikt voor de plaats die hij innam tegenover
haar en zijn gestorven broer. Omgekeerd mocht de weduwe zich niet zelf
aan een andere man verbinden, zolang de mogelijkheid bestond dat de
zwager zijn verplichting zou vervullen (Ruth 3:9-12). Omdat de
hogepriester niet met een weduwe mocht trouwen (zie boven), was de
bepaling van het leviraatshuwelijk niet op hem van toepassing.
Bij de Joden en andere volken (Assyriërs,
Babyloniërs, Grieken, Arabieren) betaalde men aan de ouders of
broers van de bruid een soort koopprijs. Deze prijs werd in overleg
bepaald (Gen. 34:12) en was afhankelijk van de stand en rang van de
verloofden (1 Sam. 18:22vv); (Ex. 22:16v): in deze teksten is geen
sprake van een geschenk aan de bruid, maar van betaling van de
koopprijs aan de vader). Het normale bedrag was waarschijnlijk 50
zilveren sikkels (Deut. 22:28v). Ook kon de koopprijs meer het karakter
hebben van een geschenk aan de nabestaanden van de bruid, dat de band
tussen de families moest bevestigen (Gen. 24:53). Dit sluit aan bij het
feit dat ook andere overeenkomsten door uitwisseling van geschenken
bekrachtigd werden. In plaats van geld kon men ook iets anders geven
(Gen. 29:15-30); (Joz. 15:16vv; 1 Sam. 18:25). Maar soms werd het
meisje ook zonder enige vergoeding ten huwelijk gegeven.
Een verloving was het werk van de ouders, vooral van de vader. Zij
kozen een bruid voor hun zoon en vroegen haar ten huwelijk (Gen. 24;
34:4vv) (Ge 34); (Richt. 14:2). Behalve de toestemming van de ouders
was ook die van de broers vereist, met name die van de eerstgeborene,
omdat zij hun zusters moesten beschermen tegen polygamie (vgl. Gen.
24:50; 34:13). Over een toestemming van de bruid lezen wij niets; vaak
hadden bruidegom en bruid elkaar voor de verloving en het huwelijk niet
eens gezien. Bij de verloving ontvingen de bruid en haar familie
cadeaus (Gen. 24:53; 34:12); rijke ouders gaven haar bij haar huwelijk
een slavin (Gen. 29:24,29) of een stuk land (Joz. 15:18v; vgl. 1 Kon.
9:16). Over een schriftelijk huwelijkscontract lezen wij pas in Tob.
7:16.
De trouwring was al bij de aartsvaders een symbool van de verloving
(Gen. 38:18). De relatie tussen bruid en bruidegom bepaalde de duur van
de verlovingstijd (Gen. 24:55); (Richt. 14:8). Tien of twaalf maanden
werd de reinheid van de bruid op de proef gesteld. Het latere Joodse
recht stond meisjes een jaar en weduwen 30 dagen verloving toe.
Opvallend is dat een verloofde in alles als een gehuwde beschouwd werd
(vgl. Matt. 1:18-25).
Het verbreken van een verloving werd ook als echtbreuk bestraft.
Wanneer een verloofde vrouw verleid werd, dan werden zij en de
verleider gestenigd; werd het meisje verkracht, dan was zij onschuldig
en werd alleen de verleider gestenigd (Deut. 22:22vv).
Vóór de wet kwam, werd zo iemand ook wel verbrand
(Gen. 38:24). Het verleiden van een slavin die voor een man bestemd
was, maar nog niet was vrijgelaten, viel nog onder de termen van
schending van eigendom: het werd bestraft met een boete en moest
verzoend worden met een schuldoffer (Lev. 19:20vv).
Voor het huwelijk mocht de bruid de bruidegom niet anders dan gesluierd
naderen (Gen. 24:65). De sluier was een teken van gehuwden en
verloofden, en werd niet gedragen door weduwen, omdat zij zich tijdens
hun rouwtijd niet in het openbaar mochten vertonen (Gen. 38:14,19).
Over de leeftijd waarop men mocht trouwen bepaalt de wet niets.
Izaäk en Esau huwden op hun 40e jaar (Gen. 25:20; 26:34),
Nahor op zijn 29e (Gen. 11:24). Maar in het algemeen hadden huwelijken
waarschijnlijk veel vroeger plaats. In later tijd was de gemiddelde
leeftijd voor de man 18 jaar en mocht hij niet huwen voor zijn 13e, het
meisje niet voor haar 12e.
Zonder intacte
gezinnen een toekomstloze samenleving
Wie met de Bijbel vertrouwd zijn weten het al langer: het gezin is
vanuit christelijk oogpunt een thema van de hoogste orde. Het gezin is
geenszins een 'verouderd model'. Daarbij zijn gezinnen in economisch
opzicht meer in de verdrukking gekomen dan ooit. Wilhelm Faix, docent
aan de theologische hogeschool te Adelshofen (Eppingen bij Heilbronn),
zet uiteen waarom vooral kerken en gemeenten zich voor het gezin
behoren in te zetten. Wanneer de Bijbel het over het gezin heeft, heeft
hij niet alleen vader, moeder en kind op het oog, zoals wij het van het
moderne kleine gezin gewend zijn. Hij bedoelt daarmee alle leden van
een familie: ouders, kinderen, grootouders, ongehuwden. Hieronder vijf
redenen waarom voor de Bijbel het gezin zo belangrijk is.
De Bijbel over
kinderen
Het gebod "Gij zult heilig zijn, want Ik ben heilig" (Lev. 19:2; 20:26;
21:8) bepaalde de verhouding van de Israëliet tot God en tot
de mensen. Van het heidense gebruik om zwakke of gebrekkige kinderen te
vondeling te leggen of te doden, vinden wij dan ook in het Oude
Testament geen spoor. Ook het zwakste kind kon een dienaar van God
worden en zo aan zijn bestemming beantwoorden. Kinderen, en vooral veel
kinderen, waren een kostbare gave van God (Ps. 127:3-5; 128:3);
onvruchtbaarheid was de zwaarste ramp voor een vrouw. Om het
voortbestaan van een familie te verzekeren, werd het leviraats- of
zwagershuwelijk ingesteld (zie artikel Huwelijk). Van adoptie vinden
wij daarentegen in het Oude Testament geen spoor, ook niet in Gen.
48:22 waar Jakob aan zijn kleinzoons Efraïm en Manasse alleen
de erfrechten toekent van zijn zoon Jozef. De Israëliet
verlangde voor opname in de familie een andere grondslag dan de formele
juridische handeling van de adoptie. Aan veel kinderen was voor de
Israëliet alles gelegen. In de plaats van de gedachte aan
straf of beloning na de dood stond het vooruitzicht dat de daden van de
ouders vergolden zouden worden aan de kinderen (Ex. 20:5vv). Jeremia
(31:29) en Ezechiël (18 en 33) handhaafden deze gedachte
tegenover een opvatting die het besef van persoonlijke
verantwoordelijkheid verzwakte.
Het hele Oude Testament is een pedagogische instelling; het ambt van
profeet is een bij uitstek pedagogisch beroep. Dit leidt ertoe dat de
afzonderlijke pedagogische voorschriften bekend verondersteld worden en
slechts terloops genoemd. Zo lezen wij (Ez. 16:4) dat de pasgeborene
werd gewassen, met zout gewreven en in windsels gewonden.
In de regel zoogde de moeder zelf het kind twee jaar of zelfs langer;
van voedsters of minnen is slechts bij uitzondering sprake (Gen. 24:59;
35:8). Jongens werden op de achtste dag besneden (Gen. 17:12). Met de
besnijdenis wordt in Luc. 1:59; 2:21 de naamgeving verbonden. De naam
werd vaak ontleend aan een bijzondere situatie voor of bij de geboorte,
aan bijzondere lichaamskenmerken, of aan wensen waarvan men de
vervulling verwachtte (Gen. 25:25; 29:32; 35:18). Vaak was een naam ook
de vrome uitdrukking van dank aan God (Gen. 30:6; 41:51; 1 Sam. 1:20)
of een aanbeveling van het kind in de bescherming van God (vgl. het
artikel Naam). Was de jonggeborene een zoon dan moest de moeder op de
40e, een dochter dan moest zij op de 80e dag (Lev. 12:2vv) in de tempel
een reinigingsoffer brengen. Een eerstgeboren zoon, die eigenlijk aan
God toebehoorde, moest in de tempel aan Hem worden aangeboden en
losgekocht (Num. 18:15). Het spenen (einde van het zogen) werd als een
familiefeest gevierd (Gen. 21:8) en in sommige omstandigheden ook met
een offer (1 Sam. 1:24).
De zorg voor de eerste opvoeding van meisjes en jongens (Spr. 6:20;
31:1) lag bij de moeder. Haar liefde wordt geprezen in Jes. 49:15. Het
kind werd onderwezen in de wet door de vader (Ex. 12:24vv; 13:8);
(Deut. 4:9; 6:7, 20vv). Voorname gezinnen hadden soms een eigen
pedagoog (Statenvert. voedsterheer), en aan het hof waren soms profeten
de opvoeders (Num. 11:12; 2 Kon. 10:1,5; 2 Sam. 12:25). Ook moest de
jeugd liederen leren, waarin gedenkwaardige gebeurtenissen uit het
verleden bezongen werden (2 Sam. 1:17-18).
De grondbeginselen van de opvoeding vinden wij het volledigst in het
boek Spreuken. De hoofdgedachte was: de vreze des HEEREN is het
beginsel van alle wijsheid (Spr. 1:7; 9:10); (Ps. 111:10). Omdat de
ouders de vertegenwoordigers zijn van het goddelijk gezag, volgt het
vijfde gebod ("eer vader en moeder") direct op de geboden die
betrekking hebben op God (Ex. 20:12). Zo blijkt dat men zich ook aan de
ouderlijke tucht moest onderwerpen (Spr. 1:8-9; 13:1; 15:5).
Dat het volk met de Schriften bekend was en dat de jeugd daarin
onderwezen werd, bewijzen de voorbeelden van de herder Amos, de profeet
Micha, de man van het platteland e. a. (Jes. 8:1).
Na de ballingschap werd de Schrift nog sterker het richtsnoer van
Israëls godsdienstig en maatschappelijk leven. Er ontstond een
klasse van geleerden, die de Schriften verzamelden, bewaarden en
verklaarden. Hoe meer deze geleerden zich buiten en boven het volk
plaatsten, des te minder invloed hadden zij op het onderwijs aan de
jeugd. Misschien namen de leiders van de synagogen deze taak op zich.
Volgens de rabbijnen bestond er vóór
Christus’ geboorte geen geregeld onderwijs, en wanneer de
synagoge ontstond is nog altijd onzeker.
Jezus Christus was een goddelijke Opvoeder, vriendelijk jegens groot en
klein (Matt. 18:5; 19:14); (Marc. 10:14). Maar concrete voorschriften
over opvoeding en onderwijs geeft het Nieuwe Testament amper. Het
voornaamste vinden wij Ef. 6:1-4 en (Kol. 3:20-21.
Kinderen hebben ouders
nodig (Deuteronomium 1:31; 2 Corinthe 12:14b, 15).
God heeft de mens als maatschappelijk wezen geschapen. Een kind moet
niet slechts leren lopen en spreken, maar het moet ook worden
bijgebracht hoe het zich tegenover de buitenwereld heeft te gedragen,
waartoe ook het nodige waarnemings- en invoelingsvermogen dient te
worden ontwikkeld. De kinderen kijken het leven van hun ouders af. Hun
voorbeeld drukt een stempel op heel hun leven.
Kinderen hebben een thuis
nodig (Efeze 3:14,15; 1 Samuël 1,2; 1 Timotheüs 3:4).
God heeft het gezin als kiemcel van het maatschappelijk leven
geschapen. God wil vaders en moeders die een blij, vrij en gezellig
milieu schegpen waarin kinderen zich prettig voelen en tevreden
opgroeien. In het gezin vinden kinderen bescherming en geborgenheid,
ontvangen zij liefde en leren zij grenzen kennen. Het gezin is
onvervangbaar.
Kinderen hebben opvoeding
nodig (Deuteronomium 8:5; Efeze 6: 1-4; Kolossenzen 3:20,21).
De tijd van anti-autoritaire opvoeding is voorbij. Vaders en moeders
moeten weer Ieren autoriteit, gezagsdragers, te zijn. Een kind heeft
ouders nodig, zoekt en wil ouders die gezag uitstralen. Veel ouders
verwarren gezag met macht, strengheid of straf (tucht). Maar alleen
daar waar gezag positief wordt uitgeoefend, leert het kind
gehoorzaamheid, orde en het accepteren van grenzen.
Kinderen hebben nodig
waarden te leren kennen (Exodus 13:14; Deuteronomium 5:16; Psalm
78:5-8; Jesaja 38:19; 1 Tessalonicenzen 2:11,12).
Het gezin is de plaats bij uitstek waar waarden kunnen worden
bijgebracht. Wel moeten ouders weten dat waarden niet in eerste
instantie door woorden, maar door het leven worden bijgebracht. Daarom
spreekt de Bijbel van de levenswandel (vgl. Efeze 4:17 e.v.;
Kolossenzen 2:6 e.a.) als een noodzakelijke voorwaarde om waarden als
de tien geboden (God eren, de naaste liefhebben, niet stelen, niet
liegen, trouw zijn, niet kwaadspreken enz.) in de harten der kinderen
te verankeren. Dat geldt ook voor geloofswaarden als: liefde voor Gods
Woord, gebed, leven uit geloof, God dienen, getuige van Christus zijn
e.a. (Jozua 24:15).
Kinderen verhogen de
kwaliteit van het leven (Psalm 147:13; Spreuken 17:6; Ruth 4:13-17).
Tegen de bewering dat kinderen de kwaliteit van het leven verminderen
dienen christenen met beslistheid stelling te nemen. De boodschap van
de Bijbel luidt: kinderen zijn een geschenk en zegen van God. Waar
echter de zegen van God is, daar is verhoging van de levenskwaliteit.
Weliswaar is er geen leven zonder offers, inzet en beperking.
Manieren om de
gezinsband te versterken
Tijd nemen voor uw kinderen is het grootste cadeau dat u hen kunt
geven. Een kind heeft ouders harder nodig dan dingen die met geld te
koop zijn.
Er zijn als het nodig is en er voorzorgen dat je er voor je kinderen
bent.
Kinderen maken van alles mee; als ze vrolijk of verdrietig zijn, moeten
ze zich kunnen uiten. Toon belangstelling en help hen de ervaring te
verwerken. Zorg dat u er bent of ze nu 6 of 16 zijn.
Wees een vriend
Neem de tijd om een echte vriend te zijn voor je kinderen. Luister naar
hen. Luister echt! Praat met ze, lach met ze en maak grapjes. Speel met
ze, huil met ze en prijs ze oprecht. Neem geregeld tijd om met
één kind apart iets te doen.
Lees je kinderen voor, ook als ze zelf al kunnen lezen
Begin je peuter al vroeg voor te lezen. Stop niet met voorlezen als ze
eenmaal zelf het lezen machtig zijn. Het voorlezen maakt in het kind
een liefde voor goede boeken wakker.
Bid met je
kinderen
Neem de tijd om samen met je kinderen te bidden. Je kind ontwikkelt zo
een gevoel van dankbaarheid voor de Schepper en de onzichtbare bron van
hulp en troost. Leer je kinderen ook zelf te bidden.
Houd wekelijks
gezinsavond
Laat de hele familie
één avond in de week reserveren om allemaal thuis
te zijn. Doe samen met het hele gezin iets leuks, praat met elkaar en
onderwijs blijvende waarden en normen.
Probeer zo veel
mogelijk met elkaar aan tafel te eten
Dit vergt enige organisatie als je kinderen opgroeien en hun leven
drukker wordt. Maar het is prettig om tijdens het eten ervaringen van
de dag uit te wisselen, plannen te maken en belangstelling voor elkaar
te tonen.
Bestudeer
gezamenlijk God’s Woord
Het is belangrijk om jezelf zowel persoonlijk als met je kinderen,
dagelijks te verdiepen in de Bijbel.
Doe dingen
samen als dat kan
De meeste van ons zullen zich uit hun eigen jeugd de momenten dat we
als gezin ergens heen gingen of dingen samen deden beter herinneren dan
de kleren die we droegen of het speelgoed dat we hadden. Door dingen
samen te doen geeft je elkaar het gevoel belangrijk te zijn. Je kunt
van alles samen doen. Ga knutselen, koken, vissen of sporten.
Onderwijs je
kinderen door een goed voorbeeld te zijn
Je bent de beste leraar van je kind. Leer hen door je woord en
voorbeeld dat eerlijk zijn de moeite waard is. Leer hen respect te
hebben voor mensen en dingen. Leer hen de voldoening van werken en het
belang van een goede opleiding. Bespreek openlijk de gevaren van drugs
en de voordelen van een zedelijk verantwoord leven.
Laat je
kinderen weten dat je écht van ze houdt
Een kind opvoeden betekent in de eerste plaats het kind als kind
aanvaarden en het liefde geven Uw tieners hebben liefde en aandacht net
zo hard nodig als peuters en kleuters. Zij zijn niet gebaat bij
overdreven toegeeflijkheid. Neem de tijd voor je kind; wees geduldig en
consequent. Zo geeft je hen op elke leeftijd het houvast wat zij nodig
hebben
Een sterk gezin (lees ook eens: Actief zijn)
Wat is het kenmerk van sterke gezinnen en waarin schuilt hun kracht?
Ieder gezin kent zijn eigen moeilijkheden. Gezinsleden werken echter
met elkaar samen om oplossingen te vinden en verspillen geen energie
aan kritiek en ruzie. Men bidt voor elkaar, praat met elkaar en
bemoedigt elkaar.
Geen enkel bedrijf kan succes boeken zonder planning of visie op de
toekomst. Het gezin verdient een zelfde soort aandacht. Daarom is het
goed dat de gezinsleden regelmatig bij elkaar komen in een soort
familieraad. Iedereen kan aangeven waarover hij/zij wil praten (van
afwasbeurt tot zakgeld, verhuizing of vakantie). Zo kun je als gezin
plannen maken en beslissingen nemen die iedereen aangaan. Tegelijk
leren kinderen hoe besluiten kunnen worden genomen en wat hun eigen
verantwoordelijkheid daarin is.
Een hechte familieband draagt ertoe bij dat de gezinsleden weerbaar
worden tegen allerlei negatieve invloeden. Dat vraagt veel tijd. De
leden van een kerk wordt daarom regelmatig aangeraden veel tijd en
aandacht aan hun gezin te besteden. Zo ontwikkelen relaties in het
gezin zich tot hechte vriendschappen. Kerkleden krijgen het advies om
minstens één avond in de week voor
gezinsactiviteiten vrij te houden. Dit noemen we de gezinsavond.
Samen geloven
Het gezin is de belangrijkste organisatie op aarde en in de eeuwigheid.
God heeft het gezin ingesteld om zijn kinderen gelukkig te maken, om ze
in de gelegenheid te stellen om in een liefdevolle omgeving juiste
waarden en normen te leren en hen voor te bereiden op het eeuwige leven.
De Heer heeft ouders een uitermate belangrijke taak gegeven die zij,
zoals Hij weet, uitstekend kunnen volbrengen. Zij moeten hun kinderen
met liefde en geduld begeleiden en noch van hen, noch van zichzelf
volmaaktheid verwachten. Eveneens moeten zij hun kinderen leren te
bidden en oprecht voor de Here te wandelen.
Schriftstudie
Het is een goede gewoonte van gezinnen om iedere dag samen het Woord
van God te bestuderen, de Bijbel.
Het werkt het beste als dit iedere dag op een gezette tijd wordt gedaan
en ieder gezinslid dat kan lezen aan de beurt komt.
Persoonlijk en
gezinsgebed
Onze Hemelse Vader heeft ons lief en wil graag dat wij door middel van
het gebed met Hem spreken om Hem te bedanken voor onze zegeningen en te
vragen om zijn hulp en leiding. Hij zal ons helpen wanneer wij Hem erom
vragen. Bij ons bidden kunnen de volgende vier richtlijnen behulpzaam
zijn:
· Wij beginnen ons gebed door onze Vader in de hemel aan te
spreken: "Hemelse Vader,…"
· Wij danken Hem voor alles wat Hij ons geeft:"Wij danken
u…"
· Wij vragen Hem om wat wij nodig hebben: "Wij bidden
u…."
· Wij sluiten ons gebed in de naam van de Heiland:"In de
naam van Jezus Christus, amen".
Leden van de kerk bidden zowel persoonlijk als met hun gezin meerdere
malen per dag tot God. Ouders leren hun kinderen ook om God voor hun
voedsel te danken en Hem te vragen het te zegenen voordat zij aan de
maaltijd beginnen. Alle gezinsleden, met inbegrip van de jonge
kinderen, kunnen een beurt krijgen om God te vragen het eten te
zegenen. Zo leren wij onze Hemelse Vader te bedanken voor onze
zegeningen. Het gebed kan geknield, zittend of staand opgezonden worden
met bijvoorbeeld gebogen hoofd en gesloten ogen.
Gezinsactiviteiten
De leden van een kerk wordt aangeraden minstens
één avond in de week te reserveren voor hun
gezin. Deze zgn. gezinsavond kent veel verschillende vormen. Iedere
activiteit die de gezinsleden verenigt, de onderlinge liefde versterkt,
hen dichter bij Hun Hemelse Vader brengt en hen stimuleert om
rechtvaardig te leven kan een gezinsavond zijn. Op een avond dat
iedereen thuis is, heb je de gelegenheid om bepaalde waarden te
onderwijzen; het is de moeite waard om uw kinderen blijvende waarden
bij te brengen zoals: rechtschapenheid, eerlijkheid, seksuele normen,
tolerantie en respect. Ook is het leuk om samen te zingen, te genieten
van de natuur, spelletjes te doen of met elkaar iemand anders te
verwennen.
Veel ouders voelen zich tekort schieten als ze geconfronteerd worden
met problemen in hun huwelijk of gezin. Veel mensen maken zich zorgen
over alle verleidingen die dagelijks op hun kinderen afkomen en vragen
zich af of ze hun kind al niet 'kwijt' zijn. Soms denken we dat er een
snelmenu is om gedrag te veranderen. Een blijvende verandering is
echter het gevolg van het naleven van juiste principes.
We kunnen betere ouders worden door een studie te maken van de wijze
waarop God omgaat met zijn kinderen. Wat kunt je uit het onderstaande
overzicht halen dat je helpt om een betere ouder en/of echtgenoot te
zijn?
Een bruikbaar
overzicht als handreiking
ZO WEL
Onvoorwaardelijke liefde:
Liefdadigheid, de zorg voor andermans welzijn onafhankelijk van hun
gedrag
ZO NIET
Lichamelijke dwang:
Vijandigheid en het onterechte gebruik van lichamelijke kracht
Acceptatie:
Wel: Anderen zien
als een kind van God dat moet leren, net zoals wij zelf, oordelend met
medeleven.
Niet: Verwijten:
Andermans fouten veroordelen zonder begrip voor de ander.
Integriteit
Wel: Eerlijk zijn, een persoonlijk besluit om rechtschapen te zijn
Niet: Beschuldigen:
Een schuldgevoel geven, mensen herinneren aan hun fouten om te straffen
of jezelf te rechtvaardigen.
Overreding:
Wel: Onderwijzen met gevoel voor de ander, vriendelijk wijzend op de
voor en nadelen van een situatie.
Niet: Intimidatie:
Overheersen, waardoor anderen bang zijn voor je macht.
Vriendelijkheid:
Wel: Anderen zachtzinnig niet bot behandelen
Niet: Bedreigen:
Uiting geven aan een intentie om iemand fysiek of emotioneel te
beschadigen.
Vertrouwen:
Wel: Anderen met liefde toestaan hun keuzevrijheid te gebruiken en goed
of kwaad te kiezen en dan de gevolgen accepteren.
Niet: Trots:
Het prediken van morele waarheden om zichzelf te rechtvaardigen en
anderen te veroordelen (het bekende vinfertje heffen)
Verantwoordelijkheid:
Wel: Het aanvaarden van de gevolgen van je eigen daden in elke situatie
(inclusief het nalaten van verkeerd gedrag)
Niet: Egocentrisme:
Weigeren om verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen handelen.
Zachtmoedigheid:
Wel: Bereidheid om eigen tekortkomingen onder ogen te zien en er wat
aan te doen
Niet: Arrogantie:
Niet bereid zijn om je eigen tekortkomingen te erkennen of te worden
gecorrigeerd, pessimistisch.
Zo blijven
dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de
liefde.
Het gezin is een groot oefenterrein voor het leven. Omdat dat zo is
moeten ouders vormen. Wij hebben behoefte aan gezinnen die hun huizen
openen en andere gezinnen, vooral
éénoudergezinnen, bij hun leven betrekken
(Filippenzen 2:15; Hebreeën 13:2). Kerkelijke Gemeenten dienen
gezinsvriendelijk te zijn en gezinnen terzijde te staan. Het gezin
heeft niet afgedaan. Het heeft de toekomst. De kans een gezinsleven tot
stand te brengen waaruit sterke en gezonde persoonlijkheden voortkomen,
is groter dan ooit. De beslissende vraag is of wij die kans benutten.
Lees ook eens :Trouwen? Denk ook aan de buren!
Lees ook eens : Gezinsstructuur in het Oude Testament
Man en vrouw in Bijbels
perspectief
Lees ook eens : SEKSUALITEIT EEN GAVE VAN GOD 1
Lees ook eens : SEKSUALITEIT EEN GAVE VAN GOD 2
Lezen: 1 Korinthe 11: 1-16 en Galaten 3: 19-29
In het gedeelte dat we kunnen lezen staat een belangrijke
tekst voor het begrijpen van de verhouding tussen man en vrouw. Dit is
het eerste bijbelgedeelte dat we hebben gelezen en daarvan vers 3:
‘Doch ik wil, dat gij weet, dat Christus het Hoofd is eens
iegelijken mans, en de man het hoofd der vrouw, en God het Hoofd van
Christus’.
Christus is het Hoofd. Dat wil zeggen dat Hij Degene is die regeert,
bestuurt en gezag uitoefent. Hij is het Hoofd van de man, staat er in
vers drie. Dat wil niet zeggen dat Christus niet het hoofd van de vrouw
is, maar dat de man geen ander hoofd heeft dan Christus. Zoals Christus
het Hoofd is van de schepping, zo is de man het hoofd van de vrouw.
Concreet betekent dit dat de man, als hoofd van de vrouw, een
vertegenwoordigende taak heeft. Het betekent de eerste plaats innemen
en eindverantwoordelijkheid dragen. Zo werd Adam na de zondeval als
eerste aangesproken en daarna Eva. Het komt erop neer dat de
scheppingsorde, zoals we die in het Oude Testament zagen, ook in het
Nieuwe Testament als voorbeeld wordt gebruikt.
In hoofdstuk drie van de Galatenbrief plaatst Paulus de verhouding van
man en vrouw in een ander licht. Hij schrijft in vers 27 en 28 dat in
Christus Jood noch Griek, dienstbare noch vrije en man noch vrouw is.
Dit ‘in Christus zijn’ betekent dat mannen en
vrouwen op dezelfde manier delen in de genade van de Heere Jezus
Christus. Man en vrouw zijn beiden door het geloof gedoopt in Christus.
Dit is ook de doop met de Heilige Geest. Man en vrouw hebben op gelijke
wijze deel aan de vruchten van de Geest: liefde, blijdschap, vrede,
lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en
matigheid. In dit opzicht is het voor zowel man als vrouw om de door
God gewezen plaats in te nemen. Vanuit dit ‘in Christus
zijn’ gaan man en vrouw weer het beeld vertonen zoals dit in
het begin was, in liefde tot God en tot elkaar; in het bijzonder in het
huwelijk.
Man en vrouw
in Bijbels perspectief
Als eerste wil ik terug gaan in de tijd. Uit oude geschriften blijkt
wel dat de verhouding tussen man en vrouw binnen het christelijk gezin
duidelijk anders wordt ervaren. Er is weliswaar sprake van verschil in
positie, maar niet van minderwaardigheid.
Rond de middeleeuwen begint de kerk geleidelijk de verhoudingen tussen
man en vrouw te beïnvloeden. In de 19e eeuw vindt verdere
bezinning plaats, ook binnen de kerken. Op het terrein van de
liefdadigheid spelen vrouwen een belangrijke rol. Op diverse terreinen
in het maatschappelijk leven neemt de vrouw, naast de man, haar plaats
in.
Op universiteiten komen we tot ver in de twintigste eeuw nauwelijks
vrouwen tegen. Men twijfelt lang aan haar intellectuele vermogens.
Langzaam gaat men echter toch aan het idee wennen dat vrouwen ook
werkzaam kunnen zijn op gebieden waar eerst alleen mannen geschikt voor
werden geacht.
De grote doorbraak vindt plaats in de tijd van de Eerste Wereldoorlog.
Miljoenen mannen zijn in de grote West-Europese landen onder de
wapenen. Thuis draait de oorlogsindustrie op volle toeren. De
arbeidsplaatsen worden massaal bezet door vrouwen. Nauwelijks twintig
jaar later wordt de Westerse wereld getroffen door de Tweede
Wereldoorlog die deze ontwikkelingen versterkt.
Vandaag aan de dag groeit de maatschappij toe naar een evenredige
verdeling van de maatschappelijke functies.
Schepping
In het eerste hoofdstuk van Genesis wordt de schepping beschreven. In
vers 27 lezen we dat de Heere God de mens schiep: ‘Man en
vrouw schiep Hij hen’. Eigenlijk staat er ‘manlijk
en vrouwelijk’. Let daar eens op. Het verschil tussen jongen
en meisje, tussen man en vrouw, is wezenlijk te herleiden tot de wil
van de Schepper. De Heere heeft de mens niet
éénvormig maar tweevormig geschapen. Dus je mag
gewoon manlijk zijn en gewoon vrouwelijk. In aanleg, lichaamsbouw,
gevoelsleven, uiterlijk, haardracht en kleding. Ja, het is zelfs zo dat
je niet alleen gewoon anders mag zijn, maar naar Gods schepping behoor
je ook anders te zijn.
In Genesis 2 lezen we het voornemen van God: ‘Het is niet
goed, dat de mens alleen zij.’ Vervolgens zien we de behoefte
van Adam: hij had de dieren onder zicht, die hij allen een naam gegeven
had. Hij had de Heere God boven zich, maar hij had niemand tegenover
zich. Daarna volgt Gods wonderlijke schepping van een vrouw voor Adam.
‘Toen deed de Heere God een diepe slaap op Adam vallen en hij
sliep en Hij nam een van zijn ribben en sloot derzelve plaats toe met
vlees. En de Heere God bouwde de rib tot een vrouw en Hij bracht haar
tot Adam’. Let een op de volgorde: Er wordt eerste gesproken
over Gods raad, vervolgens over Adams behoefte en daarna over Gods
daad.
De vrouw komt dus voort uit de plaats waar je het hart van de man voelt
kloppen. Waar zijn arm beschermend voor gehouden wordt. Ze komt niet
uit iets van de voeten van de man, om door hem vertrapt te worden, om
over haar heen te lopen. Ook niet uit iets van zijn hoofd, om over hem
te heersen. Zie je hoe veelzeggend de plaats is waaruit de vrouw
voortgekomen is. Ook voor ons nu. De vrouw is na de man geschapen. Zij
is uit de man genomen. Zij is tegenover de man gegeven. De vrouw is
heel anders dan de man. Toch passen man en vrouw bij elkaar evenals een
linkerhand bij de rechterhand hoort, omdat ze op een unieke manier
samenwerken. Man en vrouw krijgen samen de opdracht om te bouwen en te
bewaren. Ze mogen samen gericht zijn op de Schepper en de schepping. Ze
moeten samen de Heere vrezen en eren. Weet je wat er met een linkerhand
en een rechterhand ook goed kan? Gevouwen worden. Zo behoren ook man en
vrouw samen te bidden.
Wat vraagt de
Heere van de man na je huwelijksdag?
Op je huwelijksdag geef je als man je ja-woord op de vraag of je bekent
dat je als een getrouw en godvrezend man met je vrouw zult leven. Het
is daarom heel belangrijk dat je als man weet vanuit de Heilige Schrift
wat de Heere van je vraagt binnen het huwelijk. Hoe behoort de man zich
te gedragen ten opzichte van de vrouw, hoe de vrouw ten opzichte van de
man? Het is duidelijk dat het gaat over de bijbelse verhouding tussen
man en vrouw.
“Eerstelijk zult gij, man, weten dat God u gezet
heeft tot een hoofd der vrouw”. Wat houdt het eigenlijk in om
hoofd van de vrouw te zijn? Er worden veel grappen over gemaakt. Maar
weten we ook wat de schriftuurlijke inhoud van deze woorden is? Om met
de deur in huis te vallen: hoofd-zijn van de vrouw heeft niets te maken
met tiranniek gedrag of met baas spelen. Als man draag je een grote
verantwoordelijkheid. Er behoort namelijk leiding van je uit te gaan.
Leiding, die zal blijken in drie dingen: onderwijzen, troosten en
beschermen. Dat je hoofd bent van de vrouw zal dus daarin blijken dat
je haar onderwijs kunt en zult geven in alle dingen die het tijdelijke
én het eeuwige leven aangaan. Dat je haar zult troosten in
verdriet en zorg. Dat je haar zult beschermen te midden van allerlei
bedreigingen; dus dat je vóór haar zult staan en
gaan. Zó bedoelt de Heere het.
Een vraag: Zou onderwijzen mogelijk zijn, als je samen nooit over
geestelijke zaken spreekt en daarin niet één
bent? Zou werkelijk troosten mogelijk zijn, wanneer je eigen leven niet
staat in het teken van het zoeken naar en het leven vanuit de
énige troost in leven en sterven? Zou beschermen denkbaar
zijn, als je vervuld bent van eigenliefde en als je de onbaatzuchtige
liefde mist? Wanneer er van deze drie zaken geen sprake is, moet je, je
op het hoofd-zijn van je vrouw maar niet laten voorstaan. Dan is het
immers een karikatuur, een vertekening, die Gods Naam smaadt en Zijn
Woord geen recht doet.
Het laatste aspect van de verantwoordelijkheden van de man vraagt nu
onze aandacht. “En naardien het Gods bevel is dat de man in
het zweet zijns aanschijns brood zal eten, zo zult gij ook getrouwelijk
en naarstiglijk in uw Goddelijk beroep arbeiden, opdat gij uw huisgezin
met God en met ere moogt onderhouden, en ook daarenboven iets hebt om
de nooddruftigen mede te delen”.
We hebben ook nu nog de plicht om te werken. Werken is niet in de
eerste plaats een verzinsel van mensen, maar het is een Goddelijke
opdracht. Laat je daarom in je studie- en beroepskeuze toch leiden door
de gaven die je van de Heere gekregen hebt én door de
grenzen van Gods wet. Laat de vraag wat je moet kiezen een zaak zijn
van je dagelijks gebed. Vraag maar om dienstbaar te mogen zijn, op
welke wijze dan ook. Laat je bij je beroepskeuze toch niet meeslepen
door geldzucht, hebzucht en eerzucht, want daar rust geen zegen op.
Daar is geen einde van, dat is altijd maar een jagen naar meer en nog
meer.
Het gaat er dus om dat de man in de eerste plaats, ondanks de moeite
die aan zijn arbeid verbonden is, met trouw en ijver bezig zal zijn
voor zijn vrouw, aan wie hij bij de huwelijksbevestiging beloofd heeft
dat hij haar trouwelijk zal onderhouden. In de tweede plaats doet de
man zijn werk voor zijn gezien en in de derde plaats voor de
nooddruftigen. Hij verdient dus voor sámen, voor het gezin
én voor de mensen die gebrek lijden. Als je op deze manier
je werk doet, geeft dat aan de ene kant voldoening en aan de andere
kant geeft het inhoud aan het wezen van je Goddelijke beroep.
Plicht en
plaats van de vrouw na de huwelijksdag
“Desgelijks zult gij, vrouw, weten hoe gij u naar het Woord
Gods houden zult jegens uw man”.
Ten eerste een Goddelijk advies; Zoek om je leven naar de geopenbaarde
wil van God te mogen inrichten, in de overtuiging van het blijvende
gezag van de Heilige Schrift. Vraag de Heere om hartelijk te mogen en
te willen buigen onder Zijn Woord.
Aan de vrouw wordt gevraagd dat zij haar wettig man zal liefhebben,
eren en vrezen. Liefhebben staat dus duidelijk voorop. Er is liefde tot
de man nodig om te kunnen beantwoorden aan het doel en de opdracht die
voor de vrouw is weggelegd in het huwelijksleven. Vanuit deze liefde
wordt gewezen op eren en vrezen. De vrouw behoort haar man te eren en
te vrezen vanuit een gevoel van respect en omdat hij de man is, die met
Gods hulp haar zal onderwijzen, troosten en beschermen. Hetzelfde geldt
ook van de gehoorzaamheid waarover gesproken wordt. “Gij zult
uw wettige man gehoorzaam zijn” in alle dingen…
Nee, dat staat er niet. Ze moet haar man gehoorzaam zijn “in
alle dingen die recht en billijk zijn”. Dat zijn de dingen
die juist zijn, overeenkomstig Gods Woord, recht in de ogen van God.
De vrouw is anders, zij is gelijk voor God en gelijkwaardig
voor de mensen, maar toch is zij anders dan de man. Ze mag gewoon
meisje of vrouw zijn, zoals ze geschapen is. Dus niet voor de helft man
of vrouw, niet een beetje vrouw of man, kortom, de vrouw mag zijn wie
ze is. Wat is dat een verademing wanneer je, je als meisje of vrouw
geaccepteerd voelt. Misschien probeert men je ontevreden te maken met
je vrouw-zijn of je plaats als vrouw. Maar voor God mag je jezelf zijn.
De vrouw
draagt de eerste verantwoordelijkheid voor het huishouden en het gezin.
In dit verband komen we vanzelf bij de vragen die er leven rondom de
werkende gehuwde vrouw. De arbeidsmarkt roept om gehuwde vrouwen. De
overheid stimuleert het, het bestedingspatroon van het gezin vraagt er
steeds meer om. In ieder geval wordt het steeds moeilijker als we de
keus maken om het gezinsleven de eerste prioriteit te geven. Als we als
moeder in ons gezin willen functioneren, zal dat waarschijnlijk zelfs
offers gaan vragen. De zegen om in het gezin bezig te zijn is zo groot,
dat daarbij alle luxe en extra’s die we er voor moeten
opgeven, verbleken. Het belangrijkste is ook in deze zaak of we
duidelijk mogen weten, wat Gods wil en weg in ons leven is. Toch wil ik
jullie een aantal raadgevingen meegeven naar aanleiding van het
formulier en vanuit de Bijbel.
Ten eerste de man belooft uitdrukkelijk getrouw en naarstig in zijn
Goddelijk beroep te arbeiden voor zijn vrouw en gezin, hij belooft haar
trouw te onderhouden. Dus het gezinsinkomen is en blijft de eerste
verantwoordelijkheid van de man.
Ten tweede de vrouw belooft uitdrukkelijk dat zij de man zal dienen en
helpen, in alle goede en oprechte dingen behulpzaam zijn en dat zij op
haar huishouding goede acht zal hebben.
Ten derde wordt er door beide belooft heiliglijk met elkaar te leven.
Dat houdt dus in dat we principieel voor de kinderzegen open staan. Ook
al is het salaris van de vrouw nog zo aantrekkelijk.
Ten vierde de waarde van het huwelijks- en gezinsleven. Het is in onze
onrustige tijd zo belangrijk dat de functie van het gezinsleven wordt
ingezien en dat we beiden bereid zijn daarvoor offers te brengen als
dat nodig is.
Ten laatste wanneer de Heere kinderen aan onze zorgen toevertrouwt,
hebben zij dringend behoefte aan geborgenheid en zorg binnen het
gezien. Met liefde en aandacht kunnen we een kind nooit verwennen.
Bedenk dat je de opvoeding niet over kunt doen. Laten onze moeders zich
toch niet uit het gezin laten zuigen, als zou dit een minderwaardige
taak zijn. Laten onze vaders hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding
toch niet veronachtzamen. We hebben beiden dus nodig. Hoe pijnlijk is
het als een van beiden gemist wordt.
Samenvattend heeft de verantwoordelijkheid van de vrouw dus betrekking
op: haar Schepper, haar man, haar gezin en haar voorbeeld naar anderen.
Wat de plicht van de vrouw betreft, zouden we als het volgt
kort samen willen vatten: Laat je wandel eenvoudig en eervol zijn. De
ootmoedige geest zoekt het niet in het uiterlijke, in weelde en pronk,
maar in het aangenaam willen zijn in Góds ogen. Om gezien te
mogen worden in de hemelse Bruidegom. Dat is het hoogste geluk. Hoe
ligt dat bij jou? Zoeken jullie daar samen ook naar? Dan zal er ook een
goed voorbeeld van jullie samen uitgaan. Gode tot eer en je ziel tot
zaligheid. Dan zal de inhoud van je kledingkast stijlvol en smaakvol
zijn. Daar draag je verantwoordelijkheid voor. Onze kleding is
tenslotte bedekkend en niet ontdekkend bedoeld door de Schepper. Dus
zeker niet uitdagend naar anderen. Maar dat behoeft toch niet gezegd te
worden? We sluiten ons aan bij de wens die Paulus richtte tot de
gemeente van Filippi: “Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom
vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid door Christus
Jezus”.
Doelen van het
huwelijk
Wanneer we letten op Gods bedoeling met de instelling van het huwelijk
dan zien we dat ons drie zaken in een bepaalde volgorde voorgehouden
worden.
Het eerste doel is samen
voor de tijd en voor de eeuwigheid
Dat betekent: sámen door en voor de tijd, sámen
naar en voor de eeuwigheid. Dus alles samen, samen, samen. Dat moeten
we goed beseffen. De mens is van zichzelf niet in de eerste plaats
gericht op de ander. Ons hart is egoïstisch, ik-gericht.
Wanneer we in het huwelijk treden, gaat het om een inzetting van God.
Vanaf dat moment ben je dus niet meer apart, maar samen. Dan spreek je
niet meer over ‘ik’ maar over
‘wij’. Vanuit de oprechte liefde en trouw is
‘ik’ dan niet meer de belangrijkste maar
‘jij’. De levenskeus die je kenbaar maakt bij je
huwelijk is, dat je, je voor de ander wilt geven, dat je, je zelfs wilt
opofferen. Daar mag uiteraard door de ander geen misbruik van gemaakt
worden.
Samen naar en voor de eeuwigheid. Wat staan we er toch bedroevend
weinig bij stil, dat de Heere de huwelijksband als voorbereiding voor
de naderende eeuwigheid gegeven heeft. Dat duwen we liever weg. Daar
willen we eigenlijk niet aan denken. God heeft het huwelijk ingesteld
om elkaar tot steun te zijn op onze reis naar de nimmer eindigende
eeuwigheid. Dat jullie zouden beseffen dat jullie verantwoordelijkheid
dragen voor elkaar, hoe jullie eeuwige bestemming straks zal zijn. Zorg
dat je weet wat er in de ander omgaat, als hij of zij de
knieën buigt voor het slapen gaan. Het samen spreken over
meest wezenlijke dingen in leven en sterven, behoort ook tot Gods
eerste bedoeling met het huwelijk.
Weet je wanneer je ten diepste alleen kunt beantwoorden aan
dit allereerste doel? Als de Heere je door Zijn genade een nieuw hart
gegeven heeft. Dan pas kun je in beginsel een goede man voor je vrouw,
een goede vrouw voor je man zijn. Dan pas kun je waarlijk in ootmoed
jezelf opofferen.
Ten tweede samen de
kinderzegen en de opvoeding
Gezinsvorming is een onderwerp waar veel over te doen is. Het is een
teer onderwerpen dat vele gevoelige kanten heeft. Vanuit het formulier
wordt gesproken over ‘hun kinderen die ze krijgen
zullen’. Dat wil echter niet zeggen dat in een huwelijk, waar
de kinderzegen gemist wordt, Gods gunst niet wordt ervaren. Het
betekent ook niet dat er geen rekening gehouden wordt met de ongewild
kinderloze echtparen. Zo is het ook verwoord in het gebed voor het
bruidspaar: De kinderzegen, die het U belieft hun te geven.
Aan de getrouwden wordt gevraagd of zij voor God en Zijn heilige
gemeente willen beloven dat zij ‘heiliglijk’met
hem/haar willen leven. Zou dat samen kunnen gaan met allerlei
eigenmachtig geknoei rond de gezinsvorming? Zou dat samen kunnen gaan
voor de ogen van een heilig en alwetend God met het gebruik van
allerlei voorbehoedsmiddelen? Is dat gezinsvorming in het licht van
Gods heiligheid?
Het opvoeden van de kinderen in de ‘waarachtige
kennis en vreze Gods’ is onlosmakelijk aan het tweede doel
verbonden. Waarom geeft de Heere de kinderzegen? Opdat wij aan de
kinderen maar veel plezier zouden beleven? Opdat onze kinderen het maar
vér zouden brengen in de maatschappij? Nee, daar gaat het
niet allereerst om. Het doel is dat Gods herscheppende genade in dit
kind verheerlijkt mag worden, zodat de Heere de eer en dit kind de
zaligheid mag verkrijgen. Een van onze oudvaders spreekt over de ouders
als de twee handen van God. Wij belijden enerzijds dat de genade van
God soeverein is; anderzijds zijn we er toch ook van harte van
overtuigd dat de Heere de genade middelijk werkt. Wat is het een
verantwoordelijkheid om vader en moeder te mogen worden.
Ten derde gewetensvol
samen geslachtgemeenschap hebben ander gezegd, het gewetensvol
samenleven als man en vrouw binnen de huwelijksband.
De plaats van de seksualiteit in het huwelijksleven, de uiting van de
liefde en de eenheid, ook in lichamelijke zin, is een gave van de
Schepper. Seksualiteit is een gave van de Heere. Onzedelijkheid en boze
lusten in het hart en leven van de mensen zijn gevolgen van onze val en
zonden voor god. Zij doen echter deze schone gave van Boven niet
teniet.
De bijbelse boodschap luidt ook heden ten dage: binnen het huwelijk is mijn lichaam voor de ander. De ander is er dus niet om mijn lusten te bevredigen. Nee, de ander heeft recht op mij, en niet ik op de ander. Denk samen eens goed na over deze woorden. We beseffen niet hoe heidens ons denken soms is. Het zijn zulke heilzame woorden. Egoïstische zinnenlust maakt in een huwelijk zoveel kapot, soms al vanaf het prilste begin.
Lees ook eens : Moeders in de Bijbel



















