Over
STUDIE gesproken
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
620 - Over STUDIE gesproken
Wat is theologie?
Er
Er zijn vele definities en omschrijvingen van theologie in omloop. In
deze artikelenserie is theologie 'een systematische bestudering van het
ontstaan, de inhoud en de overlevering van de geschriften van de
Bijbel'. Het geloofsaspect wordt hier buiten beschouwing gelaten.
Bij die systematische bestudering
wordt gebruik gemaakt van de wetenschappelijke inzichten op het gebied
van de geschiedenis, de archeologie, de maatschappelijke en de sociale
omstandigheden. Daarnaast worden de geschriften bestudeerd vanuit de
literaire context.
Letterlijk betekent 'theologie': 'leer over God'
'Theos' betekent 'God' en 'logia' is 'leer' of 'verhandeling'. 'Logia' is een afleiding van 'logos', dat 'woord' betekent.
We stuiten nu al op een grote tegenstelling, die kenmerkend is
voor de theologie. Voor vele christenen is theologie het spreken van
God tot de mens via openbaring door middel van de Bijbel. Voor hen is
de Bijbel het woord van God en niet van mensen. Deze christenen worden
fundamentalisten genoemd, omdat zij erop voorhand vanuit gaan dat de
Bijbel Gods woord is en er geen fouten, vergissingen of tegenstellingen
in de Bijbel kunnen staan, omdat God uiteindelijk de Auteur is. God is
volmaakt en kan geen fouten maken.
Voor vele andere christenen is theologie het menselijk spreken over
God. Het is niet aan te tonen dat God de Bijbel heeft geschreven.
Mensen hebben, vanuit hun eigen tijd en omstandigheden, de geschriften
van de Bijbel geschreven en het moet ons dus niet verwonderen dat er
dingen in de Bijbel staan, die niet kloppen.
Er wordt uitgegaan van de visie dat de Bijbel een verzameling is van
menselijke geschriften en niet bewezen kan worden dat deze geschriften
door God Zelf zijn geschreven of gedicteerd.
Wat is wetenschap?
In de Nederlandse taal betekent 'weten': 'het bekend zijn met' of
'kennis dragen van'. Wetenschap is dan het geheel van kennis en inzicht
van een onderwerp of vak van studie. De meest bekende indeling van de
wetenschap is die in de natuur- en geestwetenschappen, ook wel
cultuurwetenschappen genoemd. Er zijn echter ook andere indelingen
mogelijk. De theologie valt onder de geestwetenschappen.
In het boek Wetenschapsfilosofie
voor geestwetenschappen, zeggen de schrijvers: 'Volgens een
wijdverbreide opvatting richten de natuurwetenschappen zich op de
verklaring en op unieke correcte beschrijving van feiten, maar richten
de geestwetenschappen zich op interpretatie van cultuurproducten.
Terwijl in de natuurwetenschappen theorieën met elkaar concurreren
en aanvaarding van de ene verwerping van de andere met zich meebrengt,
zouden de interpretaties in de geestwetenschappen eventueel ook naast
elkaar kunnen blijven staan. In deze opvatting hebben natuur- en
geestwetenschappen dus onderscheiden kennisidealen: de
natuurwetenschappen zouden gericht zijn op het vinden van waarheid, de
geestwetenschappen op het vermeerderen van interpretaties'.
Dat betekent dat de methodieken in de natuurwetenschappen anders zijn
dan in de geestwetenschappen. De natuurwetenschappen vragen 'bewijs'
door zintuiglijke waarneming, terwijl de geestwetenschappen zich
proberen in te leven in gedachten en motieven, vooral daar waar het om
de mens gaat.
Toch kunnen de geestwetenschappen niet geheel zonder de methodieken van
de natuurwetenschappen. Als we spreken over de geschriften van de
Bijbel, hebben we het over zintuiglijk waarneembare producten van de
menselijke geest. Deze geschriften hebben een ontstaan en een
ontwikkeling doorgemaakt, die te bewijzen is. Vele gebeurtenissen uit
die geschriften kunnen getoetst worden aan de geschiedenis, geografie
en archeologie. Andere niet en komen dan volledig op het terrein van de
interpretaties, het kenmerk van de geestwetenschappen en moeten als
'niet historisch gebeurd' worden aangemerkt. Dan zal de theologie
moeten aangeven hoe dan met die vermeende gebeurtenissen moet worden
omgegaan.
De Bijbel
Theologie is het menselijk spreken over God. In de christelijke wereld
begint dit spreken over God met de Bijbel. Deze verzameling van
geschriften legt getuigenis af van menselijk denken over God vanuit het
Joodse gedachtegoed, want de Bijbel bevat Joodse geschriften en is
geheel Joods. Ook het zogenaamde 'Nieuwe Testament'. De zeer oude
indeling in 'Oude en Nieuwe Testament' is nogal ongelukkig en heeft
geleid tot een tegenstelling. Het Oude Testament is voor de Joden en
het Nieuwe Testament is voor de christenen. Tegenwoordig spreekt men in
de theologie liever van 'Eerste' en 'Tweede Testament', maar daarmee
wordt de tegenstelling niet opgeheven.
Is de Bijbel door God geïnspireerd?
Als bewijs voor de goddelijke inspiratie van de Bijbel worden al
eeuwenlang enkele woorden uit de tweede brief van Paulus aan
Timotheüs geciteerd. In de Griekse grondtekst staat er: 'pasa
grapha theopneustos' en luidden in het Nederlands volgens de
N.B.G-vertaling: Elk van God ingegeven schriftwoord en volgens de
Statenvertaling: Al de Schrift is van God ingegeven (2Timotheüs
3:16).
De Studiebijbel heeft bij deze tekst als aantekening: 'Door het
ontbreken van het lidwoord na 'pasa' zullen we moeten vertalen met
'ieder geschrift' en niet met 'geheel de schrift'. Daarna wordt de
neutrale bijbelonderzoeker op het verkeerde been gezet doordat de
aantekening verder gaat met te zeggen: 'Met 'ieder geschrift' worden
natuurlijk de boeken van het Oude Testament bedoeld'. Vooral het woord
'natuurlijk' is hier opvallend, maar niet verwonderlijk omdat de
samenstellers van de Studiebijbel uitgaan van de gedachte dat elke
verwijzing in het Nieuwe Testament naar andere geschriften, bedoeld is
als een verwijzing naar geschriften uit het Oude Testament zoals wij
dat nu kennen.
In de tijd van Paulus waren er de geschriften die in de Griekse
vertaling van de Tenach, de Septuaginta (LXX) voorkwamen en geschriften
die in de Palestijnse Tenach voorkwamen en die geschriften stemden niet
overeen. De LXX had er méér dan de Palestijnse Tenach,
die overigens toen nog in ontwikkeling was en pas rond 100 na Christus
zijn huidige vorm kreeg. Het ligt voor de hand dat Paulus in zijn
arbeid de Griekse Septuaginta gebruikte omdat hij in de Diaspora
werkzaam was, waar de Joden het Hebreeuws niet meer gebruikten en
begrepen. Uit citaten uit het Oude Testament in de brieven van Paulus
blijkt dat deze gedachte nog niet zo gek is, omdat de citaten uit de
LXX schijnen te komen.
De vertaling ‘elk van God ingegeven schriftwoord’, geeft
tevens aan dat er ook andere dan door God ingegeven schriftwoorden
kunnen zijn. Maar deze gevolgtrekking zullen vele christenen
verontwaardigd van de hand wijzen, gevangen als zij zijn in de gedachte
dat de Schrift alléén Gods woorden bevat. Toch is het
voor een neutrale, voor zover dat mogelijk is, bijbelstudent een optie,
die niet zo maar van de hand gewezen kan worden.
De woorden 'pasa grapha theopneustos' komen in deze samenstelling
slechts éénmaal voor in de Bijbel. Dat geldt ook voor het
woord 'theopneutos'. Dat moet ons tot voorzichtigheid manen als we op
grond van deze éne tekst menen de leer van de goddelijke
inspiratie van de Bijbel te kunnen baseren.
In het Nieuwe Testament komen we het principe tegen dat op grond van de
verklaring van twee of drie getuigen een zaak vaststaat (Mattheüs
18:16). Dat is ontleend aan de Thora: 'Eén enkele getuige zal
niet tegen iemand kunnen optreden ter zake van enige ongerechtigheid of
zonde, welke ook, die hij begaan mocht hebben; op de verklaring van
twee of drie getuigen zal een zaak vaststaan' (Deuteronomium 19:15).
Hoewel het in deze schriftplaatsen om geheel andere zaken gaat
dan om de inspiratie van de Schrift, lijkt het mij toch een goede zaak
om het principe van twee of drie getuigen ook toe te passen wanneer wij
leringen, onderwijs of tekstverklaringen willen staven met citaten uit
de Schrift. Deze voorzichtigheid kan ons behoeden voor al te snelle
conclusies en voor verkeerde gevolgtrekkingen en onjuiste exegese.
Theopneustos
Dit Griekse woord betekent 'door God (in)geblazen of
geïnspireerd', aldus de Studiebijbel. Theopneutos is afgeleid van
'theos', '(een) god, God' en 'pneo', 'blazen'. Bij de oude Grieken werd
het toegepast op dichters en zieners, maar niet op woorden. Dat maakt
het des te moeilijker om duidelijk te krijgen hoe dat proces van
inspiratie verliep. De Bijbel vermeldt daar niets over en alles wat we
ervan menen te weten, komt voort uit menselijke speculatie. Er is in de
Bijbel geen zogenaamd 'referentiekader' waaraan we dat proces zouden
kunnen toetsen.
Volgens Réné Pache
betekent het niet ingeblazen of geïnspireerd, maar 'van God
uitgeblazen', voortgebracht door de levenwekkende adem van God, uit Hem
afkomstig, door Hem gesproken' Sommigen gaan zelfs zover dat hij zegt
dat de term 'inspiratie' als zodanig niet voorkomt. De schrijvers van
de Bijbel werden gegrepen door het initiatief van de Here en gedragen
door Zijn onweerstaanbare kracht, die niet de Schriften in iemand of
iets inblies, maar die ze rechtstreeks uit zijn mond deed voortkomen'
Anderen vervolgen door te zeggen: 'De schepping, dat andere grote
'boek' van God, kwam op dezelfde manier tot stand: 'Door het woord des
HEREN zijn de hemelen gemaakt, door de adem van zijn mond al hun heer
(Psalm 33:6).
Ze willen de Schrift iets laten zeggen wat er niet staat. De adem van
God schiep het heer (leger, menigte) van de hemelen rechtstreeks, maar
dat gebeurde niet met de Tenach. Hier zien we een staaltje van
oneigelijk bijbelgebruik om een onschriftuurlijke visie aanvaardbaar te
maken door het citeren van een bijbeltekst. God schreef zelf niet, maar
mensen schreven de Tenach. Warfield meent dat God de Schriften
rechtstreeks uit Zijn mond deed voortkomen. Het is te betreuren dat
velen deze onzin klakkeloos overnemen.
Opmerkelijk is hier ook dat er, zoals zo vaak als het gaat om het
verklaren van teksten uit de Bijbel, verschil van inzicht bestaat over
het woord 'theopneustos'. Dat is mogelijk te verklaren als we weten
welk standpunt sommigen innemen ten opzichte van de inspiratie van de
Schrift. Voor zover ik heb kunnen vaststellen zijn zij beiden
verdedigers van de 'mechanische inspiratie', terwijl de vertalers van
de Studiebijbel wellicht een wat genuanceerder standpunt innemen. Maar
dat maakt het voor de bijbelstudent, die zelf geen Grieks kent, er niet
gemakkelijker op te beoordelen hoe dat precies zit met het woord
'theopneutos'. Natuurlijk kunnen we andere taaldeskundigen raadplegen,
maar het is de vraag of ons dat iets verder zal helpen. Omdat de
Schrift ons geen informatie geeft over de bemoeienis van God met de
Bijbel, kan alle discussie over de inspiratie van de Bijbel gevoeglijk
achterwege blijven.
Als afsluiting van het 'inspiratieprobleem' laten we nog even een ander aan het woord:
'De Bijbel bevat niet de door God
gesproken woorden, maar de door mensen gesproken woorden over en namens
God. De gedachte als zou God bijbelboeken geciteerd hebben, moeten we
uit ons hoofd zetten. Hetzelfde geldt met betrekking tot de idee dat de
bijbelboeken door de Heilige Geest geïnspireerd zijn. Deze
grieks-hellenistische opvatting is vreemd aan het Oude Testament, waar
wel sprake is van door God geroepen mensen, de profeten, die namens Hem
spraken, maar niet van geïnspireerde boeken. Het inspiratiebegrip
houdt het gevaar in dat niet voldoende rekening gehouden wordt met de
menselijke factor in de Bijbel. Daardoor dreigt het feilbaar menselijke
vergoddelijkt te worden. De Bijbel is geen door de Geest
geïnspireerd boek, maar bevat de schriftelijke neerslag van de
uitspraken van mensen die, in mindere of meerdere mate door de Geest
geïnspireerd, uiting hebben gegeven aan hun geloofsopvattingen.
Onderscheid maken tussen de geschriften van de profeten en de andere boeken
Indien ergens sprake is van
inspiratie, dan is het wel rondom het optreden van de grote profeten.
Met de profetische geschriften verkeren we het dichtst bij de mensen
die, door de Geest geleid, namens God spraken. Bij de profeten, en in
de Psalmen, klopt voor mij het hart van het oudtestamentische
geloofsgetuigenis. De auteurs en de bewerkers van de Thora bevinden
zich veel verder weg. Daarom ben ik van mening dat wij als christenen,
evenals de Joden, onderscheid moeten maken tussen de verschillende
bijbelboeken onderling, in die zin dat bepaalde boeken hoger in aanzien
staan dan andere, maar dat wij dan niet zoals de Joden de Thora
bovenaan stellen, maar de profetische boeken en de Psalmen.
Het is een kapitale vergissing
alle bijbelboeken als gelijkwaardig en als van hetzelfde niveau te
beschouwen, en een even grote vergissing ze allemaal in gelijke mate de
kwalificatie 'Woord van God' toe te kennen. Wie er echter behoefte aan
heeft de Bijbel 'Gods onfeilbaar Woord' te noemen, die mag en wil ik
niet in de weg staan. Waar het mij om gaat, is, dat men beseft wat de
implicaties van een dergelijke uitspraak zijn.
De vaak aan de Bijbel toegekende
eigenschap van 'onfeilbaar', waarmee uitdrukking wordt gegeven aan de
betrouwbaarheid van bijbelse uitspraken, kan beter vermeden worden,
omdat deze term de onjuiste suggestie wekt als zou niet alleen iedere
uitspraak in de Bijbel, maar ook de tekst foutloos zijn'.
Godsbewijzen
Vanuit de natuurwetenschappen is het bestaan van God niet te
'bewijzen'. We kunnen niet zeggen: dáár woont God! Met
onze zintuigen kunnen we God niet waarnemen. Vanuit de theologie zijn
een aantal zogenaamde 'Godsbewijzen', bekend. Dat zijn het
kosmologische, het teleologische en het morele Godsbewijs. Het Handboek
voor het christelijk geloof zegt onder andere :
'Het kosmologisch bewijs (kosmos is orde, wereld, heelal) gaat uit van een Eerste Oorzaak van alle dingen
Niets van wat we zien, is zijn
eigen oorzaak. Al wat wij ervaren, heeft oorzaken, die buiten zichzelf
liggen en aan zichzelf voorafgaan. Maar deze kunnen niet eindeloos op
weer andere oorzaken teruggaan. Als er geen Eerste Oorzaak zou zijn,
die zijn eigen oorzaak was en uiteindelijk de oorzaak van alle volgende
oorzaken, zou het hele causale proces nooit op gang gekomen zijn.
Daarom is er een Eerste Oorzaak, die wij 'God' noemen.
Het teleologische bewijs (van het Griekse 'telos', doel, bestemming) volgt eenzelfde redenering
Maar terwijl het kosmologische
bewijs zich richt op oorzaken, neemt het teleologische bewijs de
kennelijke planmatigheid en doelgerichtheid van de dingen in de wereld
in ogenschouw, met name van de levenloze voorwerpen die zelf geen
intelligentie bezitten. Levenloze dingen dienen een doel buiten
zichzelf, en zoals een horloge een horlogemaker veronderstelt, zo
verwijst de klaarblijkelijkheid van ontwerp en doel van de dingen naar
een doelbewuste Schepper.
Het morele bewijs vraagt naar de bron van onze zedelijke waarden.
Hoe komen wij aan ons
onderscheidingsvermogen met betrekking tot goed en kwaad? Ook
atheïsten en agnostici komen op voor eerlijkheid en recht. Maar de
materie kent geen moraliteit. In een zuiver materialistische wereld
zijn er geen normen. Zij die over de macht beschikken, bepalen wat goed
en fout is.
Het morele bewijs beroept zich op het gevoel voor zedelijke
waarden waar de mensen blijk van geven en dat, of zij dit nu erkennen
of niet, wijst op het bestaan van een persoonlijke, zedelijke Schepper,
die in onze zedelijke natuur gevoel voor recht en voor plicht tegenover
anderen heeft ingeplant.
Noch het kosmologische, het teleologische en het morele bewijs zijn doorslaggevend voor het bewijzen van het bestaan van God
Maar alle drie vestigen zij onze
aandacht op hetzelfde feit: dat wij als mensen niet volstrekt
onafhankelijk zijn. Ons bestaan in de wereld roept vragen op, waar deze
wereld zelf geen antwoord op heeft. Jezus heeft nooit geprobeerd te
bewijzen dat God bestaat, maar zijn leer vooronderstelt bij zijn
hoorders een zintuig voor God. Dit gevoel voor God is iets wat alle
mensen eigen is.
Het kosmologische, het teleologische en het morele bewijs schieten te
kort als het erom gaat de God van het christelijke geloof te bewijzen
volgens de natuurwetenschappelijke methodiek. Rationele bewijsvoering
kan dat uiteindelijk niet. Maar zij attenderen ons op enkele van de
meest fundamentele vragen die ons bestaan in de wereld oproept'.



















