Wie is de Christus ?

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 511 - Wie is de Christus

Een kernvraag

Deze studie zou een antwoord genoemd mogen worden op een kernvraag, die Christus eenmaal gesteld heeft aan de Farizeeën, n.l. : Wat (Matth. 22 : 42-46) dunkt u van de Christus? Wiens zoon is Hij? Deze Farizeeën hadden met hun antwoord geen moeite; prompt zeiden ze: Davids zoon. Met andere woorden: als de (voor)vader van Christus mens is, moet de zoon dat ook zijn. En bovendien: uit de aard der zaak gaat de vader voorop, ook in tijd, en de zoon volgt. Maar dan komt Jezus' tweede vraag: Hoe kan David Hem (d.i. de Christus, zijn zoon) dan door de Geest zijn Heer noemen, als hij zegt: De HERE heeft gezegd tot mijn (Ps. 110 : 1) Here: Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb onder uw voeten. Indien David Hem dus Here noemt, hoe kan Hij dan zijn zoon zijn? En daarna lezen we: en niemand kon Hem daarop iets antwoorden. ..

Wie is de Christus ?

Toch zag de kerk van Christus zich al spoedig geplaatst voor de noodzaak op die kernvraag van Christus wél een bepaald antwoord te geven. De eerste eeuwen na de hemelvaart van Christus en na Pinksteren werden voor de nog jonge gemeenten uiterst moeilijke tijden. Van twee kanten werden ze genoodzaakt klaar te komen met de vraag wie Christus is. Voorzover mensen met die vraag ooit kunnen klaar komen!

Die noodzaak kwam van buiten de kerk, maar vooralook van binnenuit. Aanvankelijk ging de strijd over de plaats van Christus, Gods Zoon, in het Goddelijke Wezen. Een naam, die vooral bekendheid kreeg, is die van Arius: deze verwierp de gedachte, dat Jezus gelijk aan God is, zelf ook God is. Hij wordt weliswaar zo genoemd op meer dan één plaats in de bijbel, maar dat is niet meer dan een kwestie van een naam, een titel.

Christus is volgens Arius wel een hoger schepsel, maar niet anders dan de mensen. Hij zou geschapen zijn vóór alle andere schepselen. . Deze Arius, hij was presbyter (ouderling) in Alexandrië , is afgezet. Dit betekende niet, dat de strijd daarmee afgelopen was. Deze ging door. Toen keizer Constantijn koos voor het christendom, heeft hij moeite gedaan om de eenheid te herstellen, en hij bevorderde het samenkomen van een kerkelijke vergadering (we noemen dat een concilie) in 325. Dat concilie heeft Arius veroordeeld vanwege diens leer. Het concilie (Joh. 1: lv) beleed, dat de Zoon van God van hetzelfde wezen is met de Vader. Het kon die belijdenis gronden op Gods Woord.

Maar na dat concilie kwam een tweede vraag op, die een antwoord nodig had, n.l. als Christus Gods eeuwige Zoon is en blijft, maar tevens mens geworden is door zijn geboorte uit de maagd Maria, hoe zit het dan met zijn natuur: is Hij nu goddelijk of menselijk of beide tegelijk?

Er waren er, die leerden, dat Jezus, Gods Zoon, wel een menselijk " lichaam aangenomen heeft, maar dat zijn geest goddelijk is. Met andere woorden: zijn Godheid neemt de plaats in van een menselijke geest. Daartegenover zeiden anderen terecht: maar dan is Hij niet een volkomen mens, en niet in volledige zin een mens, want de mens is meer dan alleen lichaam.

Door dergelijke voorstellingen kwam de belijdenis van Nicea uiteraard in gevaar. Aan die voorstellingen is de naam Apollinaris te verbinden. Veel vergaderingen zijn in die vierde eeuw gehouden, met wisselende uitkomsten. In 381 kwam een tweede concilie samen, ditmaal in Constantinopel. Dat concilie bekrachtigde de uitspraken van Nicea 325. Gods Zoon is één in wezen met de Vader. Datzelfde, zo werd er aan toegevoegd, geldt trouwens ook voor de Heilige Geest. 

Nog duurde de worsteling voort om tot verdere klaarheid te komen. Men besefte, dat de strijd niet over kleinigheden ging, maar over uitermate belangrijke geloofsstukken. Het is voor de hand liggend, dat de accenten verschillend gelegd kunnen worden, als het gaat over de twee naturen van Christus, de goddelijke en de menselijke. Men kan eenzijdig het accent leg;gen op de ene zowel als op de andere natuur. In beide gevallen verliezen we de waarheld uit het oog.

De strijd is oud, maar hij blijft eigenlijk altijd aan de orde, tot in de nieuwe theologie. Uit de oude strijd moeten enkele namen genoemd worden. Nestorius, een monnik van Antiochië, werd bisschop van Constantinopel. Een van zijn presbyters stootte zich aan de uitdrukking: Maria "de moeder Gods", omdat Jezus alleen als mens geboren kon zijn. Nestorius koos de zijde van de presbyter .

Tegenover Nestorius stond Cyrillus van Alexandrië, die Nestorius bestreed. De dwaling van deze laatste was deze, dat hij de twee naturen in Christus zo van elkaar scheidde (in plaats van die te onderscheiden!), dat de eenheid van de persoon van Christus dreigde verloren te zullen gaan.

Op het derde concilie te Efeze in het jaar 413 is deze leer afgewezen. Ook tegenover Nestorius stond Eutyches. Die leerde dat Christus na zijn vleeswording slechts één natuur heeft. Nestorius scheidde de twee naturen zodanig, dat er praktisch van twee personen moet worden gesproken Eutyches verenigde die twee naturen zodanig, dat er geen onderscheid meer was, zodat er feitelijk maar één natuur overblijft, de zogenaamde god-menselijke natuur .

Eén persoon met twee naturen

Ik ga voorbij aan tal van gebeurtenissen uit die tijd, die laten zien, hoe hoog de vlammen kunnen uitslaan, als in de gemeente onenigheden oplaaien. Dan blijkt, dat de gemeente werkelijk bestaat uit zondige mensen, met allerlei ellendige gebreken. Maar dan blijkt tegelijk, hoe Gods Zoon Zelf zijn kerk in stand houdt en bewaart bij de unieke Waarheid!

Er was een vierde concilie voor nodig (Chalcedon 451), om zowel de dwaling van Nestorius als die van Eutyches als dwaling aan te wijzen en te veroordelen. Dat concilie sprak over één persoon en twee naturen. Deze twee naturen treffen we aan in Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens.

Naar zijn godheid als Hij van eeuwigheid voortgebracht en de Vader (Ps. 2 : 7) in alles gelijk. Naar zijn mensheid is Hij geboren uit Maria, ons mensen in alles gelijk, maar zonder zonde. Na zijn menswording, of vleeswording, bestaat de eenheid van zijn persoon in twee naturen, die onvermengd en onveranderd zijn (tegen de leer van Eutyches), maar die ook ongedeeld en ongescheiden zijn (tegen de leer van Nestorius).

We mogen op het grote belang wijzen van deze belijdenis. Ook na 15 eeuwen heeft de kerk nog niet meer kunnen zeggen over dit mysterie, dat mysterie is en blijft. Zij kwam en komt niet verder dan te zeggen, hoe het niet is. Dat dient ook de bescheidenheid te zijn van mensen, die zich uitspreken over God! (zie hierover ook artikel 19 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis) .

In Christus één

`Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.' Dit een zijn wordt in het tweede hoofdstuk benadrukt: `Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.' De uitdrukking betekend letterlijk het voortdurend bedenken van Christus, dezelfde gedachte hebben - Fil 1:1,2; 2:5.

Het deelhebben aan het lichaam en het één zijn in Christus maakt groei mogelijk. Paulus spreekt tot mensen die dit wensen en zegt vervolgens: `U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.' (1 Kor 10:21) De deelhebbers aan het lichaam van Christus dienden onderscheidingsvermogen te bezitten. `Ik spreek tot verstandige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? 

Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.' (1 Kor 10:15-17) In de gemeente te Korinthe bevonden zich geestelijk zwakke personen, wat Paulus bewoog op te merken: `Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven.' (1 Kor 11:30) Zij hadden zichzelf niet onderzocht en onderscheiden niet dat ze het lichaam van Christus erg vleselijk benaderden. Om respectvol de gedachtenis te vieren is een overdenken van het lichaam van Christus noodzakelijk. Dit overdenken heeft met het rein houden ervan, het afzonderen, te maken.

Maar hoe konden ze dan één lichaam dat uit vele leden bestaat rein houden. Het lichaam zou in de loop van de eeuwen uit mensen worden samengesteld met totaal verschillende achtergronden. `Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.' (1 Kor 12:12-13) Moesten ze op elkaar gaan letten, of elkaar gaan bekritiseren? Volstrekt niet! Paulus dringt erop aan: `Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt.' (1 Kor 11:28) Juist die culturele achtergrond bleek geregeld een oorzaak van onbegrip. Maar het lichaam kon niet verdeeld zijn en het diende met de geest van een levende God te spreken. Niet altijd was het eenvoudig begrip te krijgen van de nieuwe omstandigheden of vereisten die tegen de algemene opvattingen in gingen.

Het brood des hemels

Te Kapernaüm zei Jezus tot allen die daar waren: `Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. 

Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem.'  (Joh 6:53-56) Sommige discipelen, met een Joodse achtergrond, konden deze woorden niet verdragen en zeiden: `Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?' Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: `Ergeren jullie je hieraan?' Joh 6:60-61) Op de avond dat Jezus met zijn Apostelen het avondmaal vierden waren er reeds velen die geloof in Hem stelden. Toch kwam Jezus alleen met de twaalf samen en leerde hen op Judas na te onderscheiden.

Israël kreeg het manna als voedsel

En wanneer `s nachts de dauw op het kamp neerdaalde, daalde ook het manna neer - Num 11:9. Toen ze het voor het eerst zagen zei Israël: `Wat is dat?' [man hoe]. Het onbekende moest geleerd en gewaardeerd worden. Ook de Psalmist spreekt over dit ongebruikelijke voedselsoort, als hij schrijft: `Hij gaf een bevel aan de hoge wolken en de deuren van de hemel gingen open, manna om te eten regende op hen neer. Hij schonk hun het koren van de hemel.' (Ps 78:23-24) Maar Israël onderscheidde niet en noemde het manna `dit ellendige eten' en gingen het verafschuwen - Nu 21:5. 

In werkelijkheid werd het volk op de proef gesteld en moest het leren dat de mens niet van brood alleen leeft. `Denk aan de tocht die de HEER, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u zijn macht laten voelen en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet. U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt.' (Deu 8:2-3)

Natuurlijk was het voor hun God mogelijk om in voldoende voedsel te voorzien, maar ze moesten hongerig worden naar het wonderbaarlijke voedsel waarin hun Vader voorzag en leren dat de mens leeft van alles wat de mond van God voortbrengt. Zo leerden ze te vertrouwen op de manier zoals Hij gaf en elke dag ontvingen ze opnieuw manna. Zouden ze het bewaren, dan bedierf het. Op de Sabbat dag week hun Levengever hiervan af. 

Eerder te Kapernaüm had Jezus gezegd: `Waarachtig, ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft hem die volmacht gegeven.' (Joh 6:26-27) Dan zei Jezus: `Waarachtig, ik verzeker u: niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; hij geeft u het ware brood uit de hemel. Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.' (Joh 6:32,33) `Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet het brood dat uw voorouders aten; zij zijn gestorven, maar wie dit brood eet zal eeuwig leven.' (Joh 6:58)

Wanneer Jezus dan deze woorden over zijn lichaam spreekt is het niet verwonderlijk dat sommigen een slecht begrip hebben. Stel u voor, hierbij aanwezig te zijn als Jezus zegt: `Waarachtig, ik verzeker u: Als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem.' (Joh 6:53-56) Jezus toehoorders moesten eerst honger krijgen maar het geestelijke voedselsoort en leren inzien dat de manier waarop God ziet anders is dan de mens.

Het lichaam

In onze tijd gedenken we nog steeds het lichaam van Christus. Zijn woorden `Neemt, eet. Dit betekent mijn lichaam' en `Drinkt allen hieruit want dit betekent mijn bloed' zullen ons niet meer zo verontrusten - Mt 26:26-28. De ware betekenis mag echter niet vervlakken. Derhalve dienen wij het lichaam van Christus te gedenken, te overdenken. Omdat velen van de Korinthiërs een zwak geestelijk onderscheidingsvermogen hadden en evenmin zichzelf hadden onderzocht, en als gevolg daarvan de betekenis van het lichaam van Christus niet begrepen, sprak Paulus tot hen. Hij zei: `Daarom zijn er onder u veel zwakke en zieke mensen en zijn er al velen onder u gestorven. Als we onszelf zouden toetsen, zouden we niet worden veroordeeld.'  (1 Kor 11:30-31) In deze ziekte school een gevaar.

`Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat.' (1 Kor 15:3) Wij allen moeten dus onderscheiden dat Jezus lichaam het offer vormt voor ons én de gehele wereld. Er is nog een reden. Paulus spreekt tot hen die onderscheidingsvermogen bezitten als het zegt: 'Ik spreek tot verstandige mensen, dus u kunt wat ik nu zeg naar waarde schatten. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood.' (1 Kor 10:15-17) Zij onderscheiden dat terwijl ze met velen waren, er één brood was en slecht één lichaam. Het is niet aan ons te bepalen wie deel uitmaken van dit lichaam. `

Zou God dit niet hebben ontdekt? Hij kent de geheimen van ons hart.' (Ps 44:21) Indien we het lichaam gedenken dienen we niet de afzonderlijke leden in ogenschouw te nemen. Het is voldoende indien we ons zelf onderzoeken. Natuurlijk weten we hoe onze Vader over Babylon de grote denkt. De georganiseerde religies beantwoorden niet aan de kenmerken van het verenigd lichaam. Voor velen blijft deze eenheid bijzonder en moeilijk te doorgronden. Het is een onderdeel van het mysterie - Ef 5:31-32. Ook Babylon de grote is een geheim. Slecht weinig mensen zien het verschil tussen de gemeente van getrouwe getuigen en de georganiseerde religies. Hoeveel mensen redeneren niet dat hun kerk talrijk in leden is en daardoor zal beantwoorden aan Jezus verwachtingen. Zij genieten van hun eigen verworvenheden, `zegeningen' die, naar ze veronderstellen, God hen heeft geschonken.

Waarom is dan nog langer een zelfonderzoek noodzakelijk?

Om te voldoen aan de vereisten van het verenigde lichaam dienen we onszelf voortdurend te onderzoeken, zoals Paulus aanmoedigde. `Laat daarom iedereen zichzelf eerst toetsen voordat hij van het brood eet en uit de beker drinkt.' (1 Kor 11:28) Een belangrijk vereiste is de liefde die de broeders voor elkaar tonen, alsook de afscheiding van het lichaam van de wereld. Jezus sprak hierover toen hij zei: `Dit draag ik jullie op: Heb elkaar lief. Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie. Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie.' (Joh 15:17-19)

De geestelijke mens

`Die geweldige apostelen van u' verheffen zich boven de broeders en zijn erg ingenomen over zichzelf - 2 Kor 11:5 Zij veronderstellen de prijs reeds te hebben ontvangen. Weer anderen leven fatsoenlijk en zijn, op zich genomen, goede mensen. Toch hebben zij geen idee van de liefde in de broederschap die gedurende vele eeuwen zo opmerkelijk is. Weer anderen zeggen dat Gandhi een goede Christen was. Het is natuurlijk niet correct te denken dat alle goede mensen ook christenen zijn. Het lichaam is hierin afgezonderd van de wereld. Niet door `offers en gaven, maar u hebt mij een lichaam gegeven.' (Hebr 10:5) Christenen zijn te herkennen aan specifieke eigenschappen. Ze stellen Gods wil op de eerste plaats. 

Dit illustreerde Jezus toen hij vroeg: `Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?' Hij maakte een gebaar naar zijn leerlingen en zei: `Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.' (Mt 12:48-50) Dit verplicht ons ook kennis te nemen van Gods wil en de contouren van zijn mysterie te doorgronden. Paulus opende zijn brieven aan de gemeenten regelmatig met “Paulus, door Gods wil geroepen”. Hiermee geeft Paulus aan dat hij zijn aandeel aan het lichaam in relatie ziet tot de wil van God. De zondige Adam maakt plaats voor `de nieuwe mens' die voortkomt uit de wil van God - Ef 4:23-24.

 God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. (1 Kor 2:10) Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld. Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. Er staat immers geschreven: `Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?' Welnu, onze gedachten zijn die van Christus.' (1 Kor 2:14-16) 

Als leden die deel uitmaken van het lichaam van Christus gaan we de wereld niet verbeteren. Als we werkelijk Christus navolgen zullen we Gods wil volgen en onze tijd niet besteden aan allerlei dingen die de fysiek ingestelde mens van de wereld zo begeert. Zei Jezus niet: `Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.' (Joh 18:36)

 In wat zij doen geven ze God de eer en glorie - 1 Tim 1:17. De verscheidenheid van de leden van het lichaam is er om elkaar aan te vullen en om overvloediger eer te geven aan het deel dat te kort komt, en om zorg voor elkaar te dragen - 1 Kor 12:24-25. In dit licht spreekt Paulus over zijn eigen tekortkomingen als een `ongelukkig mens'. Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer. 

Met mijn verstand onderwerp ik mij aan de wet van God, maar door mijn natuur onderwerp ik mij aan de wet van de zonde. Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.' (Rom 7:24-8:1) Door een christen te willen zijn, zijn we het nog niet. Het is slechts een stap. In de voetstappen van Christus te leven betekent daarom altijd een afzondering van de wereld. We moeten ons bewust zijn van de weg die we volgen. `Want wie van jullie die een toren wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw?' (Luk 14:28)

Het beschouwen van het lichaam maakt ons bewust van het doen van Gods wil, niet onze wil of die van wie maar ook. Door ons hiervan bewust te zijn nemen we de staak of paal op, hetgeen figuurlijke blootstelling aan dood symboliseert. `Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis [stauros] op zich nemen en mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven? (Mt 16:24-26) Door dit te doen zijn we afgescheiden van de wereld. Ook Jezus was geen deel van deze wereld. De kennis van Gods wil en het toepassen ervan, is een voornaam deel van gedenken van Christus lichaam.

Bij een gelegenheid verwonderden de Joden zich en zeiden: `Hoe weet hij dat allemaal, terwijl hij geen opleiding heeft gehad?' Jezus zei: `Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft. Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat ik namens mezelf spreek. Wie namens zichzelf spreekt, is uit op zijn eigen eer, maar wie uit is op de eer van wie hem gezonden heeft is betrouwbaar; hij bedriegt niemand.' (Joh 7:15-18) We dienen niet door eigen vernuft te spreken en mensengeboden te onderwijzen. 

Toch veronderstelden de schriftgeleerden dat hun zienswijze en aangenomen status gewichtig waren. Maar ze waren van geen belang en zochten hun heerlijkheid, als mensen die almaar willen leren maar nooit in staat zullen zijn de waarheid te kennen - 2 Tim 3:7. `Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld. Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. Er staat immers geschreven: `Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?' Welnu, onze gedachten zijn die van Christus.' (1 Kor 2:14-16)

De zin van God en Christus

God heeft geen raadgevers nodig. Wij streven ernaar onze wil af te leggen en de zin [wil] van Christus aan te kweken. Denk aan de woorden van Paulus aan de Romeinen: `Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. `Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman? Wie heeft hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald?' Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.' (Rom 11:33-36) Zo wordt het lichaam geheiligd. Zelfvoldaanheid past hierin niet. We doen er goed aan zwakheden te leren zien. Paulus zei: `Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.' Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.' (2 Kor 12:9-10) Ook hij was zich bewust van de sterkte die hij verkreeg door zwak te zijn en zich niet te verheffen. Uit beproevingen leren ook wij, stap voor stap. Jezus is het voorbeeld in het doen van Gods wil. Toen hij het brood brak sprak hij: `Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.' (1 Kor 11:24) Zijn lichaam werd gebroken zoals onze wil gebroken dient te zijn door er afstand van te doen. Zij die getrouw zijn zullen het verborgen manna ontvangen, onsterfelijkheid - Joh 6:46. `Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.' (Op 2:17)

 Lees ook eens het document:  Jezus, het verhaal van een levende

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is