De opstanding uit de dood - 1 Corinthe 15

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 456 - De opstanding uit de dood

Moeite ook met de vraag hoe zo'n opstandingslichaam er uit zal zien? 

Veel mensen ontkennen vandaag dat er een opstanding van de doden is. Ze verwijzen deze leer naar het rijk van de fabels. Die ontkenning is helemaal niet nieuw. Die was er ook al in de tijd van de apostelen. We danken dit lange hoofdstuk ( I Cor. 15) aan die loochening van de opstanding van de doden. De apostel vraagt immers (vs. 12): hoe ko- men sommigen onder u (d.i. de gemeente in Corinthe) er toe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Dát was voor Paulus de directe aanleiding uitvoerig over de opstanding te schrijven en te bewijzen dat de opstanding der doden geen inbeelding van mensen is.

De Corinthiërs hebben zeker niet brutaal neen gezegd tegen Paulus' prediking. De apostel is helemaal niet fel of verontwaardigd. Integendeel, met groot geduld onderwijst hij de gemeente. Nee, die ontkenning van de opstanding der doden zal waarschijnlijk veroorzaakt zijn doordat je er moeite mee hebt je er een voorstelling van te maken. Moeite ook met de vraag hoe zo'n opstandingslichaam er uit zal zien.

Jezus Christus is opgestaan

Paulus probeert die moeiten weg te nemen door te herinneren aan iets dat vaststaat voor de gelovigen in Corinthe, nl. het feit van Pasen: de Here Jezus is werkelijk opgestaan uit de dood! Dat feit kán eenvoudig niet op een vergissing, of op dwaalleer berusten: iedereen kan dat feit controleren, want de Here Jezus is in de periode tussen Pasen en Hemelvaart meer dan eens verschenen aan allerlei mensen. Zelfs aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, "van wie het merendeel thans nog in leven is" (vs. 6). 

Paulus wil zeggen: broeders, als u aan dát feit mocht twijfelen, kan ik u de adressen geven van heel veel men- sen, die met eigen ogen Jezus hebben gezien, ná zijn opstanding. Bovendien is Christus ook nog aan Paulus zelf verschenen, toen deze op weg was naar Damascus met de bedoeling de broeders en zusters gevangen te nemen. De gemeente in Corinthe gelooft dan ook onvoorwaardelijk, dat Christus werkelijk is opgestaan.

Niet geloven in de opstanding heeft consequenties

Zo begint Paulus zijn onderwijs (Vs. 1-11). In het tweede gedeelte (vs. 12-34) toont hij aan dat Christus niét opgewekt is uit de dood, als er geen sprake is van opstanding der doden (in het meervoud!). Als die "sommigen" in Corinthe blijven bij hun bewering, dat er he- lemaal geen opstanding der doden is, dat doden niet kunnen opstaan, dan moeten ze eens denken aan de consequenties van dat standpunt! Paulus noemt heel wat consequenties, die allemaal de moeite van het overdenken waard zijn.

Het geloof zou inhoudsloos zijn

Als er geen opstanding der doden (meervoud) is, dan is Christus ook niet opgewekt (enkelvoud). Maar als Christus niet opgewekt is, dan heeft dat consequenties voor de prediking, (die is dan zonder inhoud), en voor de predikers van het evangelie (ze zijn dan valse ge- tuigen). En zonder inhoud is dan het geloof van hen die de prediking geloofd hebben, én van hen die in dat geloof zijn gestorven. Dan zou Paulus zelf ook een valse getuige zijn, die leugens vertelt en die zich met die leugens heeft opgesteld tegenover God. Hij zou dan ten onrechte gepredikt hebben dat God de Christus uit de dood heeft opgewekt. En als Christus niet opgewekt is, welke inhoud heeft dan ons gelóóf? 

Het geloof, dat Christus gestorven is voor onze zonden (vs. 3) en dat Hij opgewekt is om ons te rechtvaardigen? In dát geval hebben wij geen vergeving van zonden. We zijn dan niet voor God rechtvaardig. We zijn dan nog altijd in onze zonden. Ook de mensen, die in Christus ontslapen zijn, zijn dan verloren. In dat geval kun je beter zeggen: we leven maar één keer, en met de dood is alles afgelopen. Dan doe je er verstandig aan, om in dit leven, aan déze kant van het graf, maar zoveel mogelijk te genieten: eten en drinken, want morgen sterven wij (vs. 32).

Er zou geen hoop zijn

Nog méér consequenties verbindt Paulus aan de ontkenning van de opstanding der doden. Er waren blijkbaar mensen, die zich "voor de doden lieten dopen" (vs. 29). De bedoeling van die woorden is niet geheel duidelijk, maar ook zo'n handeling is natuurlijk zinloos, als er geen doden opgewekt worden.

En laat men in Corinthe eens nadenken over de vraag, waarom Paulus,en niet alleen hij, maar in feite alle gelovigen, waarom christenen van uur tot uur in gevaar zijn, en als het ware elke dag sterven, datwil zeggen: alles, zelfs hun leven over hebben voor de naam en het evangelie van Christus (vs. 30). Ze kunnen dat toch alleen volhouden, omdat zij niet alleen voor dit leven hun hoop op Christus gebouwd hebben (vs. 19). Al deze consequenties zouden getrokken moeten worden uit de bewe- ring, dat er geen opstanding der doden is, en d~t daarom ook Christus Zelf niet opgewekt kán zijn. Wat zou het leven er in dat geval totaal ánders uitzien! Geen geloof, geen hoop, geen verwachting, dan rest alleen nog maar je toevlucht tot "er op los leven". Waarom zullen we ons druk maken? Er is toch geen toekomst! Maak er maar van wat je ervan maken kunt: Laten we eten en drin- ken, feesten en fuiven, morgen gaan we toch dood!

Christus de Eersteling uit de doden

Maar daar tegenover roept Paulus nu het evangelie uit (vs. 20v): Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Hij stelt Christus naast Adam: de dood is er door een mens (Gen. 3), de opstanding der doden is ook door een mens. De eerste Adam staat dan aan het hoofd van allen, die moeten sterven;

Christus staat aan het hoofd van allen, die levend gemaakt worden. Met die laatsten zijn de gelovigen bedoeld, allen "die van Christus zijn" (vs. 23). Christus móet als koning heersen en Hij zal als koning alle vijanden aan Zich onderwerpen. Ook die allerlaatste vijand: de dood. Wanneer Hij ook die vijand zijn macht heeft afgenomen, zal Christus zijn koninklijke heerschappij, die Hij van zijn Vader ontvan- gen heeft (Mat th. 28 : 18) weer overdragen aan de Vader. Dan is het einddoel bereikt: de eersteling, Christus trekt een hele stoet achter Zich aan, de hele bevolking van de nieuwe aarde, allen die op Christus hun hoop gebouwd hebben.

Het opstandingslichaam

Dat zullen werkelijk echte mensen zijn, net zoals Christus echt mens was en gebleven is, ook na zijn opstanding. De littekens van de spij- kers zaten zelfs nog in zijn handen. Die moesten voor zijn discipelen de overtuigende bewijzen zijn, dat er geen vergissing of bedrog in het spel was. Er was identiteit: dezelfde Jezus, en toch groot onderscheid.

Dat gaat Paulus nu uiteenzetten in de verzen 35-49, met beelden aan de natuur ontleend. "Er wordt een natuurlijk lichaam gezaaid, en een geestelijk lichaam opgewekt" (vs. 44). Bij dat natuurlijk lichaam behoren vergankelijkheid, oneer, zwakheid; bij dat geestelijk lichaam behoren onvergankelijkheid, heerlijkheid en kracht (vs. 42, 43). Maar dat geestelijk lichaam heet niet voor niets "lichaam". Het natuurlijk lichaam draagt de aardse eigenschappen, het geestelijk lichaam (dat geheel beheerst wordt door de Heilige Geest!) draagt hemelse eigenschappen (vs. 47-49). Zoals de graankorrel en de halm die er uit voortkomt één zal zijn en toch in uiterlijk heel verschillend.

Paulus onderwijst de mensen in Corinthe, die zich dat geestelijk li- chaam maar moeilijk kunnen voorstellen. Denk maar aan Christus: vóór zijn sterven een natuurlijk lichaam met aardse eigenschappen, en ;i na zijn opstanding een geestelijk lichaam met hemelse heerlijkheid.

De dood is overwonnen

In het laatste gedeelte (vs. 50-58) gaat Paulus tenslotte nog iets zeggen over de mensen, die nog in leven zijn, wanneer de Here Jezus terugkomt. Wat zal er met die mensen gebeuren? Eerst nog sterven, om meteen daarna op te staan uit de dood? Nee, maar ze zullen in een ondeelbaar ogenblik veranderd worden. Als dat gebeurd is en als de doden onvergankelijk en onsterfelijk opgewekt worden, dan is het ook radicaal en definitief afgelopen met de heerschappij van de dood. Dan gaan de profetieën in vervulling (Jes. 25 : 8; Hos. 13 : 14). Het leven is niet zinloos, leeg en zonder uitzicht. Want je weet dat alle- maal zeker en gelooft het op grond van Gods eigen Woord ("naar de Schriften", vs. 4!)

Daarom is "eten en drinken" niet de laatste "oplossing". Je moet standvastig zijn, niet heen en weer geslingerd worden door allerlei verkeerde voorstellingen, niet jezelf uitleveren aan wanhoopsgedachten, maar trouwen ijverig aan het werk blijven. Je weet toch dat je werk nooit vergeefs is. Je werkt voor de Here.

Het leven na de dood

Vooral in de brieven van de apostelen Paulus en Johannes wordt duidelijk dat het eeuwige leven (dat nu al ons deel mag zijn) zich ten volle begint te ontvouwen na onze dood. Jezus zegt: ?Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven; gelooft gij dat??(Joh. 11:25,26). Het is van belang voor ons geloofsleven om over de werkelijkheid van het leven na de dood na te denken. De bijbel geeft ook wel aanwijzingen om voor een zeker deel te weten hoe het na de dood voor een gelovige christen zal zijn.

Wie tot bekering is gekomen en wedergeboren is geworden, zal erkennen dat God hem of haar verandert. Daarover lezen we in de bijbel: Saulus de vervolger krijgt na zijn ontmoeting met Jezus een nieuwe naam: Paulus, en wordt de verkondiger. Hij was ook werkelijk een nieuwe schepping geworden! Levi de geldwolf wordt Matthe?n uitdeler van de velerlei genade Gods. God verandert mensen! En dat doet Hij nog steeds, de Geest van Jezus vormt het karakter van de gelovigen om naar Zijn beeld! Zo zal elke gelovige een nieuwe naam ontvangen, ?welke niemand weet dan die hem ontvangt?, waaruit ik opmaak dat Hij ons radicaal voor het hemelse leven omvormt, maar daarbij niet onze persoonlijkheid en identiteit teniet doet (Op. 2:17).

We worden niet vergoddelijkt, maar blijven mensen; verheerlijkte mensen. Een van de ken?merken van het leven na de dood is ook dat we geen zonde meer doen (vgl. Ef. 5:27; Openb. 22:4, 7:15). Voorzichtig zou ik het zo willen samenvatten: het leven na de dood zal geheel beantwoorden aan Gods bedoelingen en dienstbaar zijn in de relatie met God, in relatie met de heilige engelen en de overige rechtvaardigen die de voleinding bereikt hebben. Lees hierover de wondermooie beschrijving van het hemelse in Hebr. 12:22-24. De tranen zullen worden afgewist (Openb. 21:4). De liefde blijft en duurt in eeuwigheid (1 Cor. 13:13) en de vreugde voor Gods aangezicht zal vervullend zijn (Judas:24,25).

Het Nieuwe Testament geeft er getuigenis van dat gelovigen onmiddellijk na de dood opgenomen worden in de hemelse heerlijkheid

Het is een gegronde verwachting te geloven dat we bij het sterven direct naar de hemel gaan (Fil. 1:21-23; 2 Cor. 5:1-5; vgl. Luc. 23:42,43). Wanneer God als Rechter ons in Christus, onze Verlosser en Middelaar, vrijspreekt van straf, wie zal ons dan nog veroordelen (vgl. Rom. 8:31-39). Ook de dood kan ons van Gods liefde niet meer scheiden! Wij mogen geloven dat de Here Jezus ons plaats heeft bereid in het Vaderhuis (Joh. 14:2). Het is een bijbelse troost te weten wat ons (die met Christus verbonden zijn) wacht na de dood. Wij hebben behoefte aan die zekerheid. Paulus vat de kern van die zekerheid samen wanneer hij over de gelovigen spreekt als zijnde in Christus, met Christus, en bij Christus. 

Het antwoord op de vraag waar de gestorven gelovigen zijn, mag luiden: ze zijn bij Christus, ze leven in de gemeenschap van de gestorven gelovigen met Christus. Daar moet aan worden toegevoegd: ze leven daar in een voorlopige toestand en plaats van de hemelse heerlijkheid. De kern van dit leven in de (voorlopige) hemelse heerlijkheid wordt samengevat met de woorden met Christus/de Here zijn. De uiteindelijke verwerkelijking van Gods Koninkrijk in hemel en op aarde zal in gang gezet worden bij de wederkomst van de Here Jezus Christus. Dan zullen de gestorven gelovigen een verheerlijkt, onvergankelijk, geestelijk lichaam ontvangen, het opstandingslichaam (1 Cor. 15:35-49) en z࡬tijd met de Here zijn (1 Thess. 4:13-18)!

Over de hemelse heerlijkheid

De hemel van de heiligen is geen vage fictie, maar een ervaarbare werkelijkheid. De apostel Paulus vertelt dat hij is weggevoerd in de derde hemel (2 Cor. 12:2-4) en hij gebruikt woorden die een ervaringsfeit aangeven (ook al is het een visioen). De derde hemel moet in dit verband beschouwd worden als de hoogste hemel, dat wil zeggen de verblijfplaats van God. Het woord hemel heeft in het Nieuwe Testament zowel een natuurlijk als een geestelijk betekenis-aspect. In de eerste plaats gaat het om de hemel als deel van het heelal (hemel en aarde). 

Wanneer het om de zichtbare hemel gaat, komen we het woord tegen in de zin van firmament, het luchtruim of de sterrenhemel (bijv. Hebr. 11:12; Openb. 6:13). In andere teksten gaat het over de onzienlijke hemel. Deze hemel is de woon- en troonplaats van God (Matth. 5:16; Hand. 7:49; Joh. 3:13). Over deze hemel vertelt de bijbel ons verder: dat de Here Jezus daar na zijn opstanding en hemelvaart werd opgenomen (Marc. 16:19; Luc. 24:51), en waar Hij nu gezeten is aan de rechterhand van God (Marc. 14:62). 

Verder zijn er in deze hemel engelen (Marc. 12:25; Openb. 12:1) en de geesten van de reeds gestorven gelovigen uit vroeger tijd en die uit het nieuwe verbond zijn daar (Hebr. 12:23; vgl. 11:39,40). Het is ook de plaats waar de namen van de gelovigen staan opgetekend (Luc. 10:20), en waar een eeuwig huis voor de gelovigen in gereedheid is gebracht (2 Cor. 5:1-5). Van de in het Nieuwe Testament te onderscheiden meerdere hemelen (hemelse regionen) is de woonplaats van God dus de hoogste. We lezen dat daar is de wolk van getuigen (Hebr. 11, 12:1, dat zijn opnieuw de geloofsgetuigen van het oude en nieuwe verbond); en Jezus is daar, de Leidsman en Voleinder van ons geloof, gezeten aan de rechterzijde van de troon Gods (12:2).

Deze hemelse werkelijkheid wordt ook wel genoemd de berg Sion, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem (12:22), een hemelse stad waarvan de fundamenten door God zelf zijn gelegd (11:10), de plaats waar de gelovigen naar verlangen (13:14), de woonplaats van tienduizenden als in een feeststoet vergaderde engelen (12:23). Centraal zijn de Here God en Jezus Christus, het Lam (Op. 4,5). Daar wordt God verheerlijkt en geprezen terwijl glorie, macht en heerlijkheid van Hem uitgaan.

Weerzien van andere gelovigen

De vraag naar een weerzien van andere gelovigen met wie gestorven gelovigen op aarde in liefde leefden, houdt veel mensen bezig. Het gaat dan meestal om de vraag of wij elkaar in de hemelse werkelijkheid zullen terugzien en herkennen. De christelijke kerk heeft zich in het algemeen steeds voorzichtig opgesteld om op deze vragen antwoord te geven. Dit vooral omdat de bijbel er slechts enkele malen en in zeer beperkte zin over spreekt en dan in profetische gedeelten en in beeldrijke taal. We zullen dan ook in grote voorzichtigheid hierover weinig kunnen zeggen; het blijft afwachten en sommige vragen blijven onbeantwoord. Met de volgende zinnen doe ik een poging uit de bijbelse gegevens toch iets samen te vatten:

De gemeenschap met en door Jezus Christus heeft de gelovigen in het aardse leven het meest en het diepst met elkaar verbonden. Deze band met Christus is de enige die door de dood niet verbroken zal worden. Zo concreet deze gemeenschap met Christus en de gelovigen tijdens het leven is, zo waar en werkelijk als Christus uit de doden is opgestaan, zo mogen we verwachten dat de band van Gods liefde ook na de dood in de hemelse werkelijkheid en daarna met het opstandingslichaam voor de gelovigen zal zijn.

Een wolk van geloofsgetuigen - Hebreeën 11

Hebreeën 11 somt een groot aantal personen op, die een rol speelden in de geschiedenis van Israël en de kerk en noemt hen ‘geloofsgetuigen’. De lijst heeft iets willekeurigs. Bekende personen worden genoemd, zoals Noach, Abraham, Sara, Mozes, maar anderen ontbreken. De schrijver weidt over de eerste personen sterk uit, maar gaat steeds meer namen opsommen. Hij verzucht zelfs dat hij geen tijd heeft alles uitgebreid te beschrijven (11:32). Niet altijd is even duidelijk waarom iemand een geloofsgetuige genoemd kan worden. Neem bij voorbeeld Jefta, die zijn dochter moest afstaan aan God, vanwege zijn noodlottige belofte (Richt. 11:30-31). Jammer dat de schrijver niet uitlegt wat hij bedoelt!
 
Wat vooral opvalt aan het hele gedeelte is, dat al de genoemde personen zo sterk van elkaar verschilden. De een wandelde met God, de ander zette zich ergens voor in, weer een ander had een bepaalde (geloofs)overtuiging. Van een geloofsgetuige kun je blijkbaar geen definitie geven. Je kunt niet algemeen vaststellen wat zo iemand doet of zegt. Iedereen is dat op zijn eigen wijze.
 
Toch is er ook wel iets dat hen allemaal bindt. Ze lijken gedreven te zijn door een innerlijke roepstem, ze leven van en met een geheim. En vaak leven ze op een opvallende en tegendraadse wijze, die moed en volharding vraagt en bespotting met zich meebrengt.
 
Niet voor niets wordt van Abraham gezegd, dat hij op doorreis was (11:8-10). Hij zat niet vast aan het leven op aarde, maar zette zich wel in voor datgene wat op zijn pad kwam. Hij is slechts een voorbeeld van hen die zien wat niet te zien is voor anderen en zich daaraan vasthouden. Uiteindelijk betekent dat dat je vasthoudt aan Gods orde, die ligt in Gods Woord (11:3).
 
Na de lijst personen uit het Oude Testament, komt de schrijver van Hebreeën aan bij de persoon van Jezus Christus. Ook Hij heeft geleden en ook Hij hield zijn oog op wat daarna zou komen. En zo was hij ook de Leidsman en Voleinder van het geloof voor wie gelooft in Hem.
 
Het gedeelte over de geloofsgetuigen krijgt daarmee een nieuw element. De schrijver wil zijn lezers voorhouden dat Jezus helemaal past in de lijn van de Oud-Testamentische geloofsgetuigen en er de climax van vormt. De gelovigen moeten vasthouden aan hun geloof in Jezus en niet terugvallen in ongeloof. Blijkbaar waren er twijfels bij velen en voelden sommigen zich aangetrokken tot de synagoge. Om hen te bemoedigen maakt de schrijver van Hebreeën de tegenstelling tussen Jodendom en christendom hier en daar extra groot. Er is iets veranderd met de komst van Jezus Christus en dat is essentieel!

Iedereen heeft wel zijn favoriete Bijbelse held of voorbeeld

Inspirerende mensen met een bijzonder verhaal. Mensen die iets hebben betekend of zich ergens voor hebben ingezet.
 
Katholieken hebben deze lichtende voorbeelden aangewezen als ‘heiligen’ en nog steeds wordt de kring van heilige mannen en vrouwen uitgebreid.
 
Ook de Joodse traditie kent zulke mensen, maar noemt hen tzaddikiem, rechtvaardigen. Het land Israël, vooral Galilea, is bezaaid met hun graven, die worden bezocht door biddende Joden. Kenmerkend voor de tsaddiek is, dat hij zozeer leefde met God, dat hij door het gebed Zijn oordeel wist te beïnvloeden, zoals Abraham dat deed in verband met Sodom en Gomorra (Genesis 18). Een Joodse overlevering zegt zelfs dat de wereld bestaat vanwege 36 recht­vaardigen (bSanhedrin 97a-b). De Goddelijke aanwezigheid, de Sjechina, rust op hen en in tijden van nood redden ze het Joodse volk. De rest van de tijd leven ze in anonimiteit. 
 
Protestanten zijn altijd wat terughoudender in het spreken over heiligen. Er zijn echter wel degelijk vele mensen die vrome voorbeelden vormen en hun levensverhalen worden veelvuldig gelezen. Van Augustinus tot de ‘vaderen’ van de nadere reformatie tot Albert Schweitzer.

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is