Handelingen
2:1-13
Pinksteren: een feest van Christus
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
445c - Handelingen 2:1-13 Pinksteren: een feest van Christus
Een feest van Christus
Dit bijbelgedeelte beschrijft het
Pinkstergebeuren, de uitstorting van de Heilige Geest. Pinksterfeest
wordt wel genoemd: "het feest van de Geest". Dat is niet onjuist. De
Geest is hier aan het werk. Toch kunnen we zeggen, dat de eerste,
handelende Persoon niet de Heilige Geest is, maar de verhoogde
Christus. "Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen
zijn. Nu Hij dan door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte
van de Heilige Geest van de Vader ontvangen heeft, heeft Hij - Jezus
Christus - dit uitgestort, wat gij en ziet en hoort". Dat zegt Petrus
(vs. 32, 33). Ook dit feest mag dus genoemd worden: een feest van
Christus, Hij staat in het middelpunt. Net als op Kerstfeest, Pasen en
bij de Hemelvaart.
De moeite is echter dat mensen Hem op Pinksteren niet zien, ook niet
kunnen zien. Tien dagen geleden was Hij immers naar de hemel gegaan.
Dat niet-kunnen-zien is één van onze moeiten met
Pinksteren. Met Kerstfeest is er van alles te zien: een stal, een
kribbe, en vooral een pasgeboren Kindje. Op Pasen is er ook veel te
zien: een geopend graf, opgevouwen doeken, en vooral: een levende,
opgestane Christus. Maar je kunt zomaar merken aan de evangelist Lucas,
dat hij er grote moeite mee heeft om precies te beschrijven, wat er nu
eigenlijk gebeurd is op het Pinksterfeest.
De Geest uitgestort op alle gelovigen
Er werd een geluid gehoord; dat geluid leek op het geluid van een
geweldige windvlaag, maar het wás geen windvlaag. Er werden
tongen gezien als van vuur, maar het wás geen vuur. Toch moest
Lucas een beschrijving geven: hij kwam niet verder dan die
vergelijking: "als" van een windvlaag, en "als" van vuur.
Het eigenlijke Pinkstergebeuren is in feite in één volzin
verteld: "en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen
met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te
spreken" (vs. 4). Als we nu nog eens even terugdenken aan wat we
besproken hebben bij Numeri 11, dan moeten ons enkele dingen meteen
opvallen. Dáár waren toen zeventig mannen, die een deel
van de Geest van Mozes kregen. Dat was maar een verdwijnend klein
aantal op het hele volk Israël. Hier werden allen vervuld met de
Heilige Geest. Daar ontvingen die mannen slechts een deel van de Geest
- hier worden zij vervuld, vol van de Geest.
Het eerste gevolg van dat deel
krijgen aan de Geest was in Mozes' dagen, dat die manen gingen
profeteren, maar slechts voor een tijd. Op Pinksteren gaan ze allemaal
spreken, profeteren, geleid en gedreven door de Geest, "zoals de Geest
het hun gaf uit te spreken". En dat profeteren blijft steeds doorgaan.
Als we vragen, wat die mensen dan gesproken hebben en waarover zij het
hadden, dan krijgen we nauwkeurig antwoord: "wij horen hen in onze
eigen taal van de grote daden Gods spreken" (vs. 11).
Het profeteren is niet langer het voorrecht van enkele mensen (zeventig
oudsten, enkele profeten, enkele apostelen), maar van heel de gemeente:
zonen en dochters, jongelingen en bejaarden, ook de dienstknechten en
de dienstmaagden, slaven en slavinnen ontvangen de Geest "en zij zullen
profeteren" (vs. 18). Wat profeteren ze? Welke grote daden van God
verkondigen ze? De daden die God gedaan heeft door Zijn Zoon Jezus
Christus; zijn komst in de wereld, zijn lijden en sterven, zijn
opstanding en hemelvaart. Kortom: het grote werk van de verzoening door
voldoening. Christus' zoenoffer en daardoor de vrede met God.
De Pinksterpreek van Petrus
Dat is ook het onderwerp van Petrus' Pinksterpreek (2 : 14-36). Dat is
één indrukwekkend verhaal over Jezus Christus. In dat
verhaal toont Petrus overtuigend aan, dat het hele Oude Testament zijn
vervulling heeft gevonden in Christus' dood, opstanding en hemelvaart.
Zijn preek staat vol citaten uit het Oude Testament, omdat hij zijn
broeders ervan wil overtuigen dat Jezus de beloofde Messias is.
Een andere Messias hebben zij niet te verwachten. Petrus' broeders, inderdaad. Want het lijkt er even op, dat die grote menigte, die samenstroomt op dat geluid "als van een geweldige windvlaag", bestaat uit vertegenwoordigers van allerlei heidenvolken (Parthen, Meden, Elamieten, Kretenzen, Arabieren enz.), maar het zijn allemaal" Joden en Jodengenoten" (vs. 10). Daarom mag Petrus ook tegen ze zeggen, dat de belofte van God voor hen is en voor hun kinderen (vs. 39). Hij spreekt tot verbondskinderen. Die zoekt Christus allereerst op, wanneer Hij zijn Geest uitstort op de gemeente. Hij blijft denken aan het verbond, dat de HERE eenmaal opgericht had met Abraham en zijn zaad, het volk Israël.
Dat volk mag Christus dan hebben
afgewezen, en zelfs de dood hebben ingedreven, toch zoekt Christus dat
volk weer op. Eerst op Pasen, en nu ook op Pinksteren. En eerst wanneer
een groot deel van dat oude verbondsvolk hardnekkig de blijde boodschap
blijft verwerpen, dan keert Christus Zich tot de heidenvolken. Vooral
door de prediking van de apostel Paulus (Hand. 9 : 15). Daarom is het
zo erg, wanneer op het Pinksterfeest in Jeruzalem velen al meteen zich
van dit dringend appèl van Christus afmaken door te zeggen,
spottend: ze hebben teveel zoete wijn gehad, met andere woorden: die
mensen zijn dronken en spreken wartaal (vs. 13).
Dat ze echter geen wartaal spreken, blijkt uit Petrus' toespraak
én uit de reactie op die toespraak (vs. 37): de mensen zijn diep
in hun hart getroffen, en de waarheid van Petrus' woorden wordt door
velen erkend: op die dag werden ongeveer drieduizend mensen tot geloof
gebracht en zij lieten zich dopen en werden ingelijfd bij de kerk van
Christus (vs. 41).
Over de Pinksterbeweging gesproken
Het is bezwaarlijk om te spreken
over "de" Pinksterbeweging, omdat binnen het totaal van allerlei
bewegingen, die deze naam voeren, een grote verscheidenheid van
stromingen bestaat. Wanneer we ons beperken tot Nederland, dan zijn
hier reeds verschillende groeperingen te noemen. Te denken is aan de
Pinkstergemeente, Stromen van Kracht, de Volle Evangelie Gemeente, de
Christengemeente Ecclesia. Deze verschillende groeperingen vertonen
onderling verschillen; toch hebben zij enkele hoofdzaken gemeen.
Eén van de hoofdtrekken is het teruggrijpen naar de bijzondere
gaven, de charismata, die eigen waren aan de eerste Christelijke
gemeente vlak na Pinksteren. Men denkt dan met name aan twee factoren:
de tongenspraak, het spreken in vreemde talen, de extase, ook wel de
"glossolalie" genoemd; en in de tweede plaats denkt men aan de genezing
op het gebed, dus de gaven van de gezondmaking. Het wordt als een
verarming en verschraling van het geestelijk leven gezien, wanneer
binnen de christelijke kerk de zieken niet gezond worden op het gebed
van de gemeente, en wanneer niet in die bijzondere zin geprofeteerd
wordt zoals dat gebeurde op het Pinksterfeest in Jeruzalem. Het eerste
"vuur" heet verdwenen te zijn. Men kent een hunkerend heimwee naar die
eerste jaren na Pinksteren.
We gaan niet in bijzonderheid in op de excessen, die zich wel hebben
voorgedaan op het gebied van dat spreken in tongen, excessen als
stuiptrekkingen en hysterische aandoeningen. Allerlei krachten binnen
de Pinksterbewegingen hadden zorg over die excessen en maanden tot
kalmte. Die betrekkelijke rust kenmerkt ook de Pinksterbewegingen in
Nederland.
We noemen - naast de reeds vermelde kenmerken als glossolalie en
gebedsgenezing - nog enkele typerende trekken van sommige richtingen in
deze beweging. Gelovigen worden ingedeeld in enkele groepen of klassen.
Er zijn gelovigen, die wedergeboren zijn door de Heilige Geest,
én er zijn gelovigen, die gedoopt zijn met de Heilige Geest. Die
laatsten staan op een hogere trap van geestelijke ontwikkeling.
Nóg hoger staan die gelovigen, die gekomen zijn tot de
werkelijke zondeloosheid, de reinheid van hart. Die gelovigen behoeven
niet meer dagelijks te vragen om vergeving van hun schuld, want zij
maken voor God geen schuld meer. Op deze manier is er een bepaalde
gradatie in de kring van gelovigen, ook wel genoemd de geredden, de
geheiligden en de Geestesgedoopten. Wanneer de tongenspraak eigenlijk
behoort bij het geloof, en een gelovige mist die gave, dan is zijn
geloof duidelijk van een lagere soort; anderzijds, wanneer iemand die
gave wel heeft of zegt te bezitten, dan staat hij op een hoger niveau.
In zoverre de beweging accent legt op een rein leven, verdient zij
uiteraard de sympathie van alle christenen.
Bezwaren
Maar de bezwaren tegen genoemde eigenschappen van de Pinksterbewegingen
zijn niet gering. Bezwaren, die we ontlenen aan Gods Woord, want dat
alleen zal en moet oordelen over wat Schriftuurlijk en wat niet
Schriftuurlijk is.
Wat betreft de zg. gebedsgenezing, moet toegestemd worden, dat de HERE
machtig genoeg is om iedere zieke te genezen, zelfs te herstellen van
wat genoemd worden ongeneeslijke ziekten. Christus heeft tijdens zijn
rondwandeling in Kanaän bewézen, dat Hij tegenover niet
één ziekte machteloos staat. En zijn kracht is na de
hemelvaart niet afgenomen.
Maar er is geen enkele belofte, dat een kind van God niet ziek kan
zijn; er is ook geen enkele belofte, dat iedere gelovige altijd zal
herstellen van elke ziekte. Als dat zo was, dan zou in de kring van de
gelovigen geen mens sterven aan een ziekte. Een sprekend voorbeeld, dat
gelovigen niet van iedere ziekte of handicap verlost worden, is te
lezen in 2 COL 12 : 8, 9.
De apostel Paulus leed aan een
ernstige handicap. Wat die precies geweest is, weten we niet, omdat dat
niet vermeld wordt. In elk geval meende de apostel stellig, dat hij nog
méér kon doen in dienst van Christus' evangelie, wanneer
hij verlost was van die handicap. Hij heeft dat probleem aan de Here
voorgelegd in zijn gebed, ongetwijfeld een oprecht gebed. De Here zou
hem hebben kunnen verlossen van zijn kwaal, maar Hij deed dat niet.
Niet uit onbarmhartigheid, maar om andere redenen: "want de kracht -
nl. van Christus en het evangelie - openbaart zich eerst ten volle in
zwakheid - nl. van de verkondiger van dat evangelie" (vs. 9).
Wat het spreken in tongen betreft (de zg. glossolalie) niet vergeten
mag worden, dat deze gave als een bijzonder charisma blijkbaar behoorde
bij de eerste christelijke gemeente, kort na Pinksteren. De apostelen
ontvingen trouwens méér volmachten. Ze zijn te lezen
(bijv.) in Marcus 16: 17, 18. Deze bijzondere tekenen waren als het
ware de uitroeptekens achter hun apostolische prediking, om de hoorders
te overtuigen van de waarheid van de boodschap. Zij predikten immers in
de tijd, toen de bijbel nog niet afgrond en compleet was.
Nu heeft de kerk al sinds eeuwen
Gods complete openbaring, en daaraan heeft ze ook genoeg. Voor ons
geldt wat Paulus zegt (1 COL 12 : 29v.): "Zijn zij soms allen
apostelen? Allen profeten? Allen leraars? Allen krachten? Hebben soms
allen gaven van genezing? Spreken soms allen in tongen? Vertolken zij
soms allen?" Al die vragen raken de bijzondere geestesgaven uit die
eerste tijd! Maar dan gaat de apostel verder: "Streeft dan naar de
hoogste gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert".
En wat is dan die weg? Op die vraag geeft Paulus onmiddellijk
antwoord in dat bekende en mooie hoofdstuk 1 Cor. 13; "Al ware het, dat
ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde
niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal. Al ware het,
dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles wat te
weten is, wist, en al het geloof had, zodat ik bergen verzette
(indrukwekkende tekenen!), maar ik had de liefde niet, ik ware niets".
(1 Cor. 13 : 1, 2). Christenen moeten streven naar die hoogste gaven,
die niet bestaan in bijzondere charismata, maar in de "vrucht van de
Geest", en die bestaat in liefde (die staat voorop!), blijdschap,
vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw,
zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5 : 22).
Als fundamentele dwaling van de Pinksterbeweging mag genoemd worden,
dat in feite een voortdurende herhaling van het Pinkstergebeuren wordt
verwacht en vereist. Zo'n herhaling is net zo onwerkelijk als een
"herhaling" van het Kerstgebeuren, de kruisiging op de Goede Vrijdag,
de opstanding en de hemelvaart van Christus. De heilsfeiten zijn
één-malig, niet voor herhaling vatbaar.



















