Openbaring
1 : 1-8
De zeven gemeenten
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
408 - Openbaring 1 : 1-8
De zeven gemeenten
Here, leer ons bidden
De Openbaring van
Johannes
(eigenlijk de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes) is geschreven
aan zeven kerken in Asia (de westelijke kuststreek van het
tegenwoordige Turkije). Deze zeven gemeenten vertegenwoordigen de kerk
van alle tijden en alle plaatsen. Wel zijn het zeven concrete
gemeenten, die ook precies in hun eigen situatie worden aangesproken.
God toont wat
gaat gebeuren- Openbaring 1 1-8
1 De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om Zijn
dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die
Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen
gegeven heeft;
2 Dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus
Christus, en al wat hij gezien heeft.
3 Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden dezer
profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de
tijd is nabij.
4 Johannes aan de zeven Gemeenten, die in Azie zijn: genade zij u en
vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven
geesten, die voor Zijn troon zijn;
5 En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene
uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft
liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.
6 En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn
Vader; Hem [zeg ik] zij de heerlijkheid en de kracht in alle
eeuwigheid. Amen.
7 Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen,
die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem
rouw bedrijven; ja, amen.
8 Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere,
Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.
Johannes op
Patmos - Openbaring 1 vers 9 tot 20
9 Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en medegenoot in de
verdrukking, en in het koninkrijk, en [in] de lijdzaamheid van Jezus
Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en om
de getuigenis van Jezus Christus.
10 En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter
mij een grote stem, als van een bazuin,
11 Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste;
en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven
gemeenten, die in Azie zijn, [namelijk] naar Efeze, en naar Smyrna, en
naar Pergamus, en naar Thyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en
naar Laodicea.
12 En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had;
en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren;
13 En in het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen
gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan
de borsten met een gouden gordel;
14 En Zijn hoofd en haar was wit, gelijk als witte wol, gelijk sneeuw;
en Zijn ogen gelijk een vlam vuurs;
15 En Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een
oven; en Zijn stem als een stem van vele wateren.
16 En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging
een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon
schijnt in haar kracht.
17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij leide
Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vreest niet; Ik ben de
Eerste en de Laatste;
18 En Die leeft, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle
eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.
19 Schrijf, hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen
geschieden zal na dezen:
20 De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn
rechter[hand], en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de
engelen der zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die gij gezien
hebt, zijn de zeven Gemeenten.
Even een
overzicht van de 7 genoemde gemeenten
In Openbaring 2 en 3 staan de brieven aan de zeven gemeenten in Asia.
Dit waren zeven bestaande gemeenten. De eerste toepassing van deze
boodschappen gold natuurlijk de toenmalige gemeenten zelf. Ze moesten
de aan hen gerichte boodschap ter harte nemen. Daarnaast is er de
toepassing voor alle christenen, ook voor ons. Wij kunnen ons met deze
zeven gemeenten vergelijken en nagaan of de lofprijzingen en de
waarschuwingen van de Heer ook op ons en onze gemeente van toepassing
zijn. Er is echter ook een profetische toepassing. De zeven gemeenten
vertegenwoordigen elk, in de volgorde waarin ze staan genoemd,
waarschijnlijk een bepaalde periode in de geschiedenis van de
(belijdende) kerk. Van het ontstaan van de gemeente op de pinksterdag
na de hemelvaart van de Here Jezus, tot aan de opname.
Door de eeuwen heen is de kerk de mening toegedaan dat de zeven
zendbrieven van Jezus aan de gemeenten gericht waren in de
verschillende perioden van de kerkgeschiedenis. (Openbaring 2:l -29;
3:1-22). Er zijn verschillende aanwijzingen dat Jezus Zijn boodschappen
bestemde voor een groter publiek dan alleen de zeven plaatselijke
gemeenten.
Ten eerste:
Er waren
veel andere christelijke gemeenten in dat gebied, die belangrijker
waren dan de genoemde zeven gemeenten. Jezus koos er blijkbaar zeven
uit met een bepaalde bedoeling. Het getal zeven duidt op volmaaktheid.
God voltooide de schepping van deze wereld in zeven dagen. De zeven
gemeenten stellen de gehele kerk van Christus voor.
Ten tweede:
Het boek de Openbaring richt zich tot de leden van de zeven gemeenten
(Openb. 22: 16), en toch gaat het in bepaalde gedeelten van dit boek
over gebeurtenissen, die op heel de wereld betrekking hebben. De
gebeurtenissen reiken tot de wederkomst van Jezus naar deze aarde. De
boodschappen van de Openbaring zijn van toepassing op de Christelijke
kerk als geheel, zowel in de tijd van Johannes als in de latere
geschiedenis van de kerk.
Ten derde:
Aan het
einde van elk van de zeven boodschappen wordt de aandacht gevestigd op
het oordeel, een universele gebeurtenis. De naam van de zevende
gemeente Laodicea betekent "het volk van het oordeel.
" Op de landkaart van Klein-Azië vormen deze zeven gemeenten
een
gesloten geheel. Binnen de kring van de gemeenten is het goed
vertoeven, want daar is Christus. (Openb. 1:12, 13, 20) Hij is met de
kerk van alle tijden. Jezus maakt zich bekend in zijn brieven aan de
zeven gemeenten als de Enige die in staat is in de noden van elk mens
te voorzien.
De indeling van de brieven is als volgt: Een adres; een beschrijving
van Jezus genomen uit de volledige beschrijving van hoofdstuk 1; een
opsomming van de goede eigenschappen van de gemeente; een
overzicht van haar tekortkomingen; raadgevingen om verkeerde
gewoonten te corrigeren; een waarschuwing voor hen
die op de
raad geen acht slaan; een oproep voor iedereen die de boodschap van
Jezus aan de gemeente hoort en een speciale belofte voor hen, die zijn
raad willen opvolgen.
Christus heeft voor elke gemeente
lof en aanbeveling, behalve voor de laatste gemeente, de Laodicea
gemeente.
Als Jezus zijn bestraffingen uitspreekt, slaat Hij twee gemeenten over.
Voor de vroeg christelijke kerk heeft Jezus geen bestraffende woorden.
Zij werd zwaar vervolgd tijdens het heidens Romeinse rijk. Zo ook de
Filadelfia gemeente, de gemeente die aan de hand van het profetische
woord een nieuwe beleving in de kerk bracht. Het was deze gemeente die
moderne zendingen stichtte, die de bijbelgenootschappen oprichtte, die
de slavernij afschafte, die 1844 aankondigde en die een
godsdienstige herleving teweeg bracht en zo dus het hele
christelijke beleven vernieuwde.
Deze beide gemeenten ontvingen ook geen waarschuwende woorden die hen
bedreigden. Zij werden alleen gewaarschuwd voor valse broeders, voor
mensen die zeiden dat zij Joden waren, d.w.z. christenen waren, maar
dit in feite niet waren.

(1) Efeze
De
christelijke gemeente van Efeze wordt gezien als de moedergemeente in
Klein-Azië. Over het
“weren van de kandelaar”(vs. 5) wordt verschillend
gedacht:
Wordt de leider hun afgenomen? Houdt de gemeente op te bestaan? Raakt
de gemeente haar eerste rangspositie kwijt? Gaat het licht uit,
zodat de gemeente verstart? Er is bewust gekozen voor de tweede optie,
omdat de geschiedenis ons
aantoont dat de gemeente ophield te bestaan, als gevolg van het feit
dat voortdurende bekering
achterwege bleef.
De
stad Efeze lag
dicht bij Patmos en was de toegangspoort tot Azië en de
doorvoerhaven naar de karavaanroutes die naar de Eufraat liepen. Na
Rome, Alexandrië en Antiochië was Efeze de vierde
stad in de
wereld. Paulus bezocht de stad op zijn Hij liet de zorg daarna
tijdelijk over aan Aquila en Priscilla, die Apollos inwijdden in de
geheimen van het Christendom. Volgens de overlevering heeft
Johannes er ook gearbeid en ligt hij daar begraven. De gemeente leefde
temidden van het heidendomen had het dus niet gemakkelijk
De
geschiedenis van
Efeze: Het was een zeer bloeiende stad in de oudheid. Door
dichtslibbing van de haven is de stad tot twee keer toe verlegd. Vanaf
de derde eeuw was de invloed van de stad tanende. Naast de tempel van
Artemis (Diana) is de stad bekend geworden om haar amfitheater waar
zo’n 24.000 toeschouwers in konden.
De
godsdienst valt er
te melden dat men in de stad en haar wijde omgeving de godin Artemis,
in de Statenvertaling Diana genoemd, vereerde. Deze verering kwam o.a.
tot uitdrukking in het verkopen en kopen van beeldjes van deze godin en
haar tempel. De zilversmid Demetrius was een van de drijvende krachten
achter deze “industrie”.
Openbaring 2 De brief aan
Efeze
1 Schrijf aan den engel der Gemeente van Efeze: Dit zegt Hij, Die de
zeven sterren in Zijn rechter[hand] houdt, Die in het midden der zeven
gouden kandelaren wandelt:
2 Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de
kwaden niet kunt dragen; en [dat] gij beproefd hebt degenen, die
uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze
leugenaars bevonden;
3 En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil
gearbeid, en zijt niet moede geworden.
4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
5 Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de
eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk [bij]komen, en zal uw
kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.
6 Maar dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaieten haat, welke Ik
ook haat.
7 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die
overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het
midden van het paradijs Gods is.
De periode van Efeze komt overeen met het apostolische tijdvak. Zij
eindigt met de dood van de apostelen. Het is een ijverige gemeente. Zij
wordt geprezen om haar werken, haar arbeid en haar geduld. Zij is
onvermoeibaar, zij wordt niet moe. Zij haat de werken der
Nicolaïeten maar niet de Nicolaïeten als persoon. Zij
toetst
de valse leraren en kan de kwaden niet verdragen.
Maar één ding was na verloop van tijd verdwenen
en dat was de eerste liefde.
De liefde is een hemelse gave die alle andere gaven aangenaam maakt en
zonder deze gave is geen enkele andere gave aangenaam. Waar de liefde
verdwijnt - de grootste rijkdom -verliezen alle werken hun waarde.
Voor een Christen zou nooit de tijd mogen aanbreken waarin, als hem
gevraagd zou worden wanneer hij Jezus het meeste liefhad, hij niet zou
kunnen zeggen: "Ik heb Jezus nu meer lief dan ooit tevoren!" wanneer
een tijd komt waarin hij dit niet kan zeggen, moet hij nadenken over
hetgeen hem ontvallen is.
Een ding moeten wij echter niet vergeten. Als de liefde er is dan
betekent dat niet, dat wij de kwaden moeten verdragen. IJver moet er
zijn, volharding en doorzetting moeten aanwezig zijn, anders komt het
werk niet af. Valse leraren moeten getoetst worden. Maar alles moet
gebeuren uit een vurige liefde voor de Heiland. Onze
genegenheden
behoren toe aan Jezus. Als onze genegenheden niet bij Hem zijn dan
wordt uiteindelijk de kandelaar weggenomen. Het gebrek is dus ernstig.
De overwinnaars mogen tenslotte eten van de boom
(2)
Smyrna
Smyrna
betekent
“mirre”. Dit is een Bijbels beeld voor lijden.
Christus
kreeg gemirrede wijn te drinken. Je zou kunnen beginnen met het
bespreken van het (gefingeerde) bord op de kerkmuur zoals dat aan het
begin van de schets is opgenomen. Daarna een korte schets geven van de
gemeente van Smyrna. Vervolgens kun je tekst voor tekst voor laten
lezen en behandelen. Sluit het af met een gesprek over wat wij kunnen
doen voor hen die in verdrukking zijn en hoe we onszelf op verdrukking
kunnen voorbereiden.
In de brief is een neergaande lijn (armoede, verdrukking, laster,
gevangenis, dood) en een opgaande lijn merkbaar (rijk, verdrukking van
10 dagen, kroon des levens), die lijn kun je in je inleiding verwerken.
De
engel van de
gemeente van Smyrna is waarschijnlijk Polycarpus. Hij zou de ontvanger
van deze brief kunnen zijn. Als hij in 156 n Chr. verklaart dat hij 86
jaren zijn Koning heeft gediend, is hij in 74 of 75 n Chr. tot geloof
gekomen.
In de bovenstad van Smyrna woonden de rijke burgers en waren de
villawijken te vinden. In de benedenstad woonde het armere gedeelte,
ook de christenen. De christenen waren extra arm en woonden
waarschijnlijk in krotten.
Bekende
monumenten
waren de kroon van Smyrna (de citadel op de berg Pagos), de
stadsbibliotheek en het theater, waar ongeveer 20.000 mensen in konden.
De stad was ook beroemde om zijn stadion waarin atletiekwedstrijden en
gladiatorengevechten werden gehouden. De stad kende een goede
waterleiding. Ook was Smyrna zeer afgodisch: de Romeinse en Griekse
goden waren ruim
vertegenwoordigd.
De
christelijke
gemeente is ontstaan in ongeveer 50 n. Chr. Misschien is hij vanuit
Efeze door Paulus gesticht (Handelingen 19:10) Misschien ook al eerder
door de Joden, die Handelingen 2 hadden meegemaakt.
Het is de enige van de zeven gemeenten, waar voorzover bekend, nog een
christelijke gemeente is overgebleven. Het huidige Izmir telt een
gemeente van ongeveer 200 leden. Smyrna lag ongeveer 70 km van Efeze
af. Het was de oudste stad van Kl.-Azië. Het oude Smyrna is
rondom
600 v. Chr.
verwoest door de Lydische koning en weer opgebouwd in 290 v. Chr. door
Alexander de Grote. Smyrna, het huidige Izmir is een belangrijke
havenstad en beroemd om zijn vijgen en tapijten.
De brief aan Smyrna
Zo spreekt de Eerste en de Laatste.
8 En schrijf aan de Engel der Gemeente te Smyrna: Zo spreekt de Eerste
en de Laatste, Die dood was en leeft:
9 Ik ken uw werken, en uw verdrukking, en uw armoede (maar gij
zijt rijk), en de lastering dergenen, die zich Joden noemen, en het
niet zijn, maar een Synagoge van de Satan.
10 Vrees niets van alles, wat gij nog lijden zult; ziet, de
duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, om u in verzoeking
te brengen, en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen: wees
getrouw tot de dood, en Ik zal u de de kroon des levens geven.
11 Die oren heeft, hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt! Die
overwint, die zal de tweede dood geen leed doen.
Het karakter van de gemeente Smyrna, het tijdperk van de
vroegchristelijke kerk, toont aan dat de apostolische kerk de boodschap
die Jezus haar zond, verstaan en begrepen heeft. Zij heeft haar goede
eigenschappen, haar ijver, haar volharding niet opgegeven maar is
teruggekeerd naar haar eerste liefde. De vervolgingen zijn
aangewakkerd.
Het Romeinse rijk vervolgt de gemeente tot bloedens toe en miljoenen
christenen hebben omwille van hun geloof, hun leven gegeven voor Jezus.
Jezus bemoedigt hen en roept hen toe: "Wees getrouw tot de
dood en
Ik zal u geven de kroon des levens."
Openb. 2: 10 Door de vervolging is de gemeente arm. Wat zij
heeft
wordt haar ontnomen, maar toch is zij rijk, rijk in liefde en goede
werken, zij breidt zich uit en het blijkt dat het bloed van de
martelaren het zaad van de kerk is. Hij die Zelf dood geweest is en
weer leeft houdt de gemeente in zijn hand. Toch was ook deze gemeente
niet van gevaar ontbloot.
Er waren mensen die zeiden dat zij christenen waren, maar het niet echt
waren. Er was onkruid tussen de tarwe. Gevaren van binnenuit zijn vaak
groter dan van buitenaf. Deze gemeente zal uiteindelijk 10 dagen
verdrukt worden. Onder keizer Diocletianus werd de gemeente 10 dagen,
dat is volgens het jaar / dag principe 10 jaar, gruwelijk vervolgd. De
keizer was vastbesloten om de christenen met wortel en al uit te
roeien. Het eerste decreet van Diocletianus werd uitgevaardigd in 303,
tien jaar later, in 313, vaardigde Constantijn de Grote zijn decreet
uit, dat aan de christenen de volle vrijheid verleende om hun
godsdienst uit te oefenen.
(3)
Pergamum
Het
is misschien
aardig om bij het onderwerp dat nu besproken wordt (troon van de satan;
zonde der Nicolaïeten) eens een actueel onderwerp te
betrekken.
Ook nu worden christenen om dezelfde redenen vervolgd. Ook nu zijn er
christenen die het op een akkoordje met de wereld gooien. Informeer
eens bij stichtingen die werkzaam zijn voor de vervolgde kerk als dat
bij eerdere schetsen nog niet is
gedaan.
Dat de zonde der Nicolaïeten niet vreemd geweest is in die
tijd
verklaart ook wel de beslissing die op het apostelconvent genomen is in
Handelingen 15, waar besloten werd dat zij zich onthouden moesten
“van de dingen die door de afgoden besmet zijn en van
hoererij en
……”. (Hand. 15:20)
Pergamus
(nu Bergama) ligt 70 km. Ten noorden van Smyrna, aan de rivier
Caïcus, ongeveer 2,5 km.
Landinwaarts. De bovenstad was trapsgewijs tegen een heuvel gebouwd.
Daarbovenop schitterde de citadel, de acropolis van de stad, waar ook
de tempel van Zeus (één van de zeven
wereldwonderen)
gebouwd was. Eén van de vele tempels die Pergamus kende was
gewijd aan Asclepius, de god van de geneeskunde, ook wel tempel van
Soter (=Redder) genoemd. Tevens waren er geneeskrachtige bronnen
aanwezig. Dit zorgde ervoor dat Pergamus het Lourdes van de oudheid
werd genoemd. De stad was ook een grote bibliotheek met 20.000
perkamenten rijk (volgens sommige verklaarders is de
naam Pergamus hiervan afgeleid).
Het
was een ommuurde
stad met goed geplaveide straten. De tempel van Asclepius werdTen tijde
van de beroemde Galenus was het de bloeitijd voor deze tempel. Het is
nog steeds duister, wie die Nicolaüs geweest is naar wie de
zonde
der Nicolaïeten genoemd is.
Er wordt wel gedacht door sommige uitleggers dat Antipas de engel van
de gemeente geweest is, maar daarvoor zijn geen gronden te vinden.
Witte steen In de rechtspraak van die dagen kregen zij die veroordeeld
werden een zwarte keursteen en zij die werden vrijgesproken een witte
keursteen. En op die keursteen stond dan je naam gegraveerd. Dan
begrijpen we gelijk wat deze witte keursteen inhoud als Christus dit
zegt. Dat is niet een verdiende
keursteen door mij en door jou. Deze is verdiend door Christus. En zij
die overwinnen zullen deze keursteen krijgen. Vrijspraak voor het
Hoogste Rechtscollege.
De brief aan Pergamum
Pergamum: Die het scherp tweesnijdend zwaard heeft
12 En schrijf aan de Engel der Gemeente, te Pergamus: Zo spreekt Hij,
Die het scherp tweesnijdend zwaard heeft:
13 Ik ken uw werken, en waar gij woont; daar waar de troon des
Satans is! Gij echter houdt vast aan Mijn Naam, en gij hebt het geloof
in Mij niet verzaakt, ook niet in die dagen, waarin Antipas, Mijn
getrouwe getuige gedood werd bij u, waar de Satan woont!
14 Maar Ik heb enige dingen tegen u: dat gij onder u hebt, die
het houden met de leer van Balaäm, die Balak leerde, de
kinderen
Israëls een struikelblok in de weg te werpen, dat zij
afgoden-offer aten en hoereerden.
15 Alzo hebt ook gij er, die het houden met de leer der
Nikolaïeten; hetwelk Ik haat.
16 Bekeer u dan, en indien niet, Ik kom haastig bij u, en zal tegen hen
krijg voeren met het zwaard van Mijn mond.
17 Wie oren heeft, hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt! Die
overwint, die zal Ik geven te eten van het verborgen manna; en Ik zal
hem een witte lotsteen geven, en op die lotsteen een nieuwe naam
geschreven, die niemand kent, dan die hem ontvangt.
Tijdens deze tien dagen vonden er bepaalde ontwikkelingen in het
Romeinse rijk plaats die het christendom voor altijd een geheel ander
aanzien zouden geven. Diocletianus reorganiseerde zijn rijk en
verdeelde het onder vier 'onderkeizers' (satrapen).
Nadat deze reorganisatie doorgevoerd was deed hij plotseling afstand
van de troon en waren er 4 keizers in het Romeinse rijk. In 308 waren
het er al zes. Er kwam een grote burgeroorlog. In deze burgeroorlog
waren er twee keizers, Constantijn en Licinius, die zich tot het
christendom wendden, het christendom in de persoon van de bisschop van
Rome.
Het christendom werd op een 'verhevenheid', (de betekenis van het woord
Pergamum), geplaatst en ontving van de keizers
godsdienstvrijheid,
in die zin dat de staat zich met het christendom verbond.
De boodschap die Jezus aan deze kerk zendt maakt daar melding van:
"Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat gij daar sommigen hebt, die
vasthouden aan de leer van Bileam, die Balak leerde de kinderen
Israëls een strik te spannen, dat zij afgodenoffers zouden
eten en
hoereren." Openb. 2: 14.
Het grote gebrek van de Pergamum gemeente was dat ze heidense invloeden
in haar midden toeliet en de leer van Bileam aannam. Moeilijke
omstandigheden gelden niet als verontschuldiging voor wantoestanden in
de gemeente. Hoewel deze gemeente leefde in een tijd waarin Satan op
bijzondere wijze werkte, was het toch haar plicht zich te hoeden voor
valse leerstellingen.
Bileam verleidde Israël tot éénwording
met de
heidenen, waardoor ze toegaven aan afgoderij en onzedelijkheid. (Numeri
22-25 en 31:13-16). Het was onmogelijk gebleken om de kerk te
vernietigen door vervolgingen. Integendeel de
vervolgingen
bleken een zegen te zijn. Daarom sloeg Satan een andere richting in.
Hij bracht Constantijn, de keizer van het Romeinse rijk ertoe om zich
met de kerk te verbinden. Met de keizer kwam natuurlijk ook de
godsdienst van de keizer binnen. Korte tijd later werd de heidense
zondag wettelijk ingevoerd, in 321.
In 378 werd de bisschop van Rome opperpriester van de heidense cultus
(Pontifex Maximus) en in de 15 jaren die volgden werd het gehele
heidendom onder keizer Theodosius opgenomen in de christelijke
kerk. In feite werd het christendom ingeleverd voor het heidendom.
Natuurlijk ging niet iedereen mee.
Er gebeurde in die tijd nog wat anders. Antipas, de getrouwe getuige
werd gedood. Het woord antipas is dikwijls beschouwd als een afkorting
van antipapist, tegen de vader (paus). Het was in deze tijd dat de
kerkelijke hiërarchie uitgebouwd werd. Doordat er in de kerk
een
strenge scheiding kwam tussen geestelijken en leken verloor het volk,
de gemeente, haar geestelijk karakter. Elk gemeentelid, een priester en
elke handeling van een gelovige, een geestelijke handeling, werd
weggedaan uit de kerk. God kon niet gediend worden door gewone leden in
hun dagelijks werk.
Het monnikenwezen kwam op, de heiligen begonnen voorbede te doen en
diegenen die een ambt hadden in de kerk behoorden voortaan tot de
geestelijke stand. En wat gebeurde er met de mensen die het hier niet
mee eens waren? Die werden gedood.
De kerk zelf werd vervolger. In 385 had de eerste terechtstelling
plaats van ketters, alleen om hun geloofswil. Dat waren de eerste
slachtoffers om hun protesteren tegen de afval. Hier zou het echter
niet bij blijven. Vanaf nu zouden de ketters terechtgesteld worden en
dat zou alleen maar erger worden. In dit tijdvak groeide de kerkelijke
hiërarchie verder uit, totdat uiteindelijk de hele kerk
georganiseerd was, natuurlijk onder de paus van Rome. Maar ook de
ketters organiseerden zich opnieuw en staan in de geschiedenis bekend
als de Katharen, de Waldenzen, de Albigenzen en vele andere namen.
(4)
Thyatira
Wie
de leider van de
gemeente van Thyatire geweest is, weten we niet. Sommige handschriften
lezen bij vers 20: dat gij uw vrouw Izebel. Dan zou Izebel de
echtgenote van de voorganger geweest zijn, en is Izebel een verwijzing
naar de goddeloze vrouw van Achab.
De
belofte uit vers
26 dat Hij hen macht zal geven over de heidenen, is een vervulling van
psalm 2:8 en 9. Over de morgenster (vers 28) worden verschillende
uitleggingen gegeven. De ene uitlegger zegt dat het een toespeling is
op Lucifer in Jesaja 14:12; een ander dat het een verwijzing is naar
Daniël
12:3 en de onsterfelijkheid van de rechtvaardigen; een derde dat het op
Christus Zelf slaat (Openb 22:16); een vierde dat het een toespeling is
op een bepaalde betekenis van de morgenster, zoals deze in Thyatira
functioneerde en die wij niet meer kennen.
Over
het hart- en
nierenonderzoek van vers 23 nog het volgende: in aansluiting op wat Hij
gezegd heeft in vers 18 en 19: ‘Ogen als een vlam
vuurs’ en
‘Ik weet’, geeft Hij hier aan dat Hij tot in de
diepste
schuilhoek van ons hart kijkt en dat Hij precies proeft wat onze
bedoelingen zijn. Het hart is de zetel van de beraadslagingen, van het
overleg. De nieren zijn de zetel van de innerlijke gevoelens, de
begeerten, de lusten.
Thyatire lag 60 km ten zuid oosten van Pergamus, aan de weg naar
Sardis. De stad was niet zo afgodisch als Pergamus. Slechts twee goden
(Apollo en Artemis) werden er openlijk vereerd, naast de vele
beschermheiligen van de gilden. Omdat de stad geen verdedigingsmuren
had, lag er een behoorlijke legermacht. Thyatire was een
garnizoensstad. Het lag op een kruispunt van wegen. Door
de Pax Romana (vrede die in het Romeinse rijk destijds heerste) groeide
het uit tot een belangrijk handelscentrum. Er waren allerlei ambachten
te vinden, zoals wolwevers, linnenververs,leerlooiers, purperververs.
Lydia was afkomstig uit deze stad en waarschijnlijk in Filippi
gestationeerd als vertegenwoordigster van haar purperbedrijf.
De ambachtslieden waren verenigd in gilden (vgl. de Middeleeuwen) en
elke gilde had zijn schutterspatroon, zijn beschermheilige. Jaarlijks
werden er gildenfeesten georganiseerd, waarbij aan de beschermgod
geofferd werd. Dat offervlees werd dan daarna gegeten. Daarbij werd ook
flink gedronken. Het ontaardde menig keer in een orgie, waar seksuele
uitspattingen heel normaal waren.
Openbaring 3 De brief aan
Thyatira
18 En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de
Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten
zijn blinkend koper gelijk;
19 Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw
lijdzaamheid, en uw werken, en [dat] de laatste meer [zijn] dan de
eerste.
20 Maar Ik heb [enige] weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw
Jezabel, die zichzelve zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn
dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten.
21 En Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren van haar
hoererij, en zij heeft zich niet bekeerd.
22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in
grote verdrukking, zo zij zich niet bekeren van hun werken.
23 En haar kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten
zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal
ulieden geven een iegelijk naar uw werken.
24 Doch Ik zeg ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn,
zovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des satans
niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geen anderen last
opleggen;
25 Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.
26 En die overwint, en die Mijn werken tot het einde toe bewaart, Ik
zal hem macht geven over de heidenen;
27 En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als
pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader
ontvangen heb.
28 En Ik zal hem de morgenster geven.
29 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
De gemeente van Pergamum was daar waar de troon van Satan was, de
Tyatira gemeente bevind zich daar waar Izebel de profetes is. Hier
raken wij het centrale punt van de boodschap aan Tyatira, die de
langste is van de boodschappen aan de zeven gemeenten. De
Oudtestamentische Izebel wordt hier naar voren gebracht als
symbool en type van wat zich zou voordoen gedurende de 1260 jaren van
pauselijke heerschappij.
Izebel was een heidense prinses, wreed en afgodisch, die door Achab,
koning van Israël tot vrouw werd genomen. Zij gaf haar
bevelen,
bekrachtigd met het zegel van de koning om rechtvaardigen ter dood te
brengen, l Koningen 18, 19, 21:7-15. De altaren van God werden
afgebroken, heidense tempels werden opgericht, zij liet de profeten des
Heren doden en leidde heel Israël in de afgoderij. Datzelfde
speelde zich af in het christendom tijdens de donkere Middeleeuwen.
Bijna elke evangeliewaarheid werd verdonkerd, de eenvoudige
instellingen van Jezus werden verdrongen door heidense weelde en
ceremonieën. Geestelijke leiders namen de plaats van Jezus in,
men
moest de mens meer gehoorzamen dan God.
Gedurende deze tijd was er een gemeente van God, maar zij bevond zich
in de woestijn. Verborgen in de bergen op afgelegen plaatsen. Als men
de Bijbel wilde lezen dan moest men eerst de deuren sluiten. Als men
zendingswerk wilde verrichten moest men de afschriften van de
evangeliën verbergen onder de koopwaar.
Daarom is het niet verwonderlijk dat de Waldenzen en hun bekeerlingen
die wijd en zijd door Europa verspreid waren, toch nog vaak
naar
de katholieke kerk gingen om daar deel te nemen aan het avondmaal.
Natuurlijk niet met de gedachte om deel te hebben aan de mis. Het is
dit dat Jezus aanhaalt als Hij zegt: "Maar Ik heb tegen u, dat gij de
vrouw Izebel laat begaan, die zegt, dat zij een profetes is, en zij
leert en verleidt mijn knechten om te hoereren en afgodenoffers te
eten." Openb. 2: 20.
Dit was niet overal zo, maar wat wel duidelijk uitgesproken
wordt
is dat er meer scheiding moest zijn met de katholieke kerk dan dat er
in de praktijk aanwezig was. Gelukkig is dat niet altijd zo gebleven,
de laatste werken in deze periode waren meer dan de eerste.
(5) Sardes
Er
was een grote
Joodse gemeenschap in Sardis. Dit had waarschijnlijk te maken met het
goud dat door de Pactolus afgevoerd had. We lezen niet dat joden en
christenen niet met elkaar overweg konden. Probeer eens de parallellen
op te sporen tussen Sardis en de gemeenten van onze tijd. Ga ook eens
na en verwerk het in je inleiding, in hoeverre het materialisme onze
gemeenten beïnvloedt.
Suggestie om de slotzin van iedere brief: ‘wie oren heeft die
hore’ (zie ook vrg. 5) heel concreet te maken: Neem een radio
mee
met een frequentiezoeker die je met de hand draait. Stem net niet
helemaal scherp af op een zender en laat dat horen, zonder nog iets te
zeggen. Vraag wat er aan de
hand is. Stem vervolgens goed af en je hoort het verschil.
Met dit vb kun je extra duidelijk maken wat het gevolg is als je niet
(goed) afgestemd bent op Gods Woord door allerlei zaken in je leven. Je
hoort dan niet wat de Geest te zeggen heeft!! Spreek door over het
belang van deze geestelijke oren.
Sardis lag 80 km. ten noord oosten van Efeze en 80 km oostelijk van
Smyrna, dichtbij de rivier Pactolus. Deze rivier voerde goud mee in
haar stroom. Sardis was de residentie van de schatrijke Croesus, koning
van Lydië. De inwoners stonden bekend om hun weelde, verworven
door veroveringen, akkerbouw en handel (wollen stoffen, textiel,
tapijten, parfums en zalven). Het was in de
Romeinse tijd een zeer uitgebreide stad met waterleiding, thermen, een
stadion en een theater. De belangrijkste verkeersweg van Asia liep als
een marmeren straat dwars door de stad. Twee edelstenen uit de mijnen
danken de naam aan de stad: sardion en sardonyx. Het huidige Sart is een
arm dorpje.
Er was een tempel voor Artemis en een voor Zeus. Het was een belangrijk
centrum voor de keizerverering. Van de christelijke gemeente is niets
bekend voor deze brief. Als mogelijke voorgangers van de gemeente
worden de namen Zosimus en Vitalis genoemd.
Brief aan Sardes
En schrijf aan de Engel der Gemeente, te Sardes
1 En schrijf aan de Engel der Gemeente, te Sardes: Zo spreekt
Hij, Die de zeven geesten van God, en de zeven sterren heeft: Ik ken uw
werken, dat gij de naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.
2 Ontwaak, en sterk wat nog overig is, en straks sterven zal; want Ik
heb uw werken niet volkomen gevonden, voor God.
3 Bedenk dan, wat gij ontvangen en gehoord hebt, en houd u daarbij, en
bekeer u! Doch indien gij niet ontwaakt, Ik zal over u komen als een
dief, en gij zult niet weten, in welke ure Ik over u komen zal.
4 Doch gij hebt te Sardes ook nog enige namen, die hun klederen
niet bevlekt hebben: Daarom zullen zij met Mij in witte klederen
wandelen, want zij zijn het waardig.
5 Die overwint, zal met witte klederen bekleed worden; en Ik zal zijn
naam niet uitwissen uit het Boek des levens, en Ik zal zijn naam
belijden voor Mijn Vader en voor Zijn Engelen.
6 Die oren heeft, hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Daarmee komen wij in een nieuwe periode. Een periode die
gekenmerkt wordt door 'vernieuwing', de betekenis van het woord Sardes.
De kerkhervorming begint. Johannes Hus, John Wyclif, Maarten Luther,
Johannes Calvijn, Menno Simons en vele, vele anderen begonnen een nieuw
tijdperk, niet alleen in de kerk, maar ook in de wereld. Wel bleef de
valse profetes Izebel profeteren, maar men keerde zich openlijk tegen
haar. Geleidelijk vond men de waarheden terug die verloren waren
gegaan. De gemeente krijgt een belangrijke raadgeving. "Bedenkt dan hoe
gij het gehoord hebt en ontvangen". Men ging weer terug naar de bron,
het Nieuwe Testament en de vroeg christelijke kerk.
Men begon weer waar het evangelie begint. Onze zonden werden Christus
toegerekend, opdat de gerechtigheid van Christus ons toegerekend kan
worden. Christus nam deel aan de menselijke natuur opdat wij deel
hebben aan de goddelijke natuur. Toch werden niet alle leerstellingen
opnieuw getoetst aan het woord en aan de leer van de vroeg christelijke
kerk. De sabbat, de doop, de vrije genade en vele, vele andere zaken
zijn niet echt teruggevonden.
Het duurde honderden jaren voordat men alles weer
teruggevonden
had. Velen bleven halverwege steken. Zij verborgen zich in een
geloofsbelijdenis, hingen een dode orthodoxie aan. "Gij hebt de naam
dat gij leeft, maar gij zijt dood". Maar zoals in alle perioden waren
er ook nu mensen die luisterden naar de boodschappen die van God bleven
komen. Naarmate de tijd vorderde stichtten zij broedergemeenten waar de
partijgeest uitgebannen was. Zij stichtten zendingsgenootschappen,
bijbelgenootschappen enz.
Toen Izebel op het ziekbed geworpen werd in 1798, toen zij de dodelijke
wond ontving, begon men ook de profetieën beter te bestuderen.
Dit
alles leidde een nieuw tijdperk in.
(6)
Philadelphia
De
resten van
Filadelfia liggen onder het huidige Alasehir (= stad van god). De
heuvel, waarop de citadel was gebouwd was een uitloper van het
Tmolosgebergte. Het lag in een vallei die uitliep in de
Egeïsche
Zee. Aan het eind van de uitloop lag Smyrna, op een kruispunt van
handelswegen, 45 km ten zuidoosten van Sardis, aan de weg naar Laodicea
en Kolosse. Ze was beroemd om de bron met geneeskrachtig water en de
bloeiende industrie. Ze was de jongste van de zeven. Haar naam heeft ze
ontleend aan een bijnaam van de stichter, koning Attalus Filadelfus. De
laatste naam betekent: broederliefde. De stad lag aan de keizerlijke
postroute van Rome, via Troas naar Filadelfia en verder.
De
stad gold als de
poort naar het oosten. De stad was erg gevoelig voor aardbevingen.
Dionysus (de wijngod) was de belangrijkste god die vereerd werd.
In de tijd dat deze brief geschreven is, was de stad economisch ernstig
getroffen door een edict van Domitianus: de helft van de wijngaarden in
de provincie moest gerooid worden. De nieuwe aanplant werd verboden.
Dit om concurrentieredenen. Hierdoor werd de wijnbouw behoorlijk
gedupeerd.
Openbaring 3 De brief aan
Filadelfia
7 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is:
Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die
opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent;
8 Ik weet uw werken; zie Ik heb een geopende deur voor u gegeven,
en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht, en gij hebt
Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.
9 Zie, Ik geef [u enigen] uit de synagoge des satans, dergenen,
die zeggen, dat zij Joden zijn, en zijn het niet, maar liegen; zie Ik
zal maken, dat zij zullen komen, en aanbidden voor uw voeten, en
bekennen, dat Ik u liefheb.
10 Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal
Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld
komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen.
11 Zie, Ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon
neme.
12 Die overwint, Ik zal hem maken tot een pilaar in den tempel
Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem
schrijven den Naam Mijns Gods, en de naam der stad Mijns Gods,
[namelijk] des nieuwen Jeruzalems, dat uit den hemel van Mijn God
afdaalt, en [ook] Mijn nieuwen Naam.
13 Die oren heeft die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
De studie van de profetieën en de adventbeweging die daarvan
het
gevolg was, had als middelpunt van al haar hoop de wederkomst van
Christus.
De wederkomst van Christus wordt in zicht gebracht. In de eerste
brieven was er nog geen sprake van de wederkomst. In Tyatira werd de
grote hoop gewekt: "Houdt dat vast totdat Ik gekomen ben."
In de Sardes periode wordt het meer dringend: "Indien gij niet
wakker wordt zal Ik komen als een dief'. In de Filadelfia gemeente is
de gebeurtenis nog dichterbij: "Ik kom spoedig."
De profetieën leerden dat de Heer zou komen in 1834-1844.
Overal ging de boodschap rond en de mensen begonnen in te zien dat de
wederkomst voorbereiding vereist. Eén van de belangrijkste
dingen is de onderlinge eenheid.
Hoe kan bewezen worden dat ik God liefheb? Alleen door de broeders lief
te hebben. Broederliefde is de voornaamste toets van
discipelschap. Lees daarvoor de eerste brief van Johannes.
Alle
onderlinge twisten werden bijgelegd, scheidsmuren, opgetrokken door
geloofsbelijdenissen, werden afgebroken. De studie van de
profetie
en de verwachting van de komende Heer ging door alle kerken en
geloofsgemeenschappen. Maar men werd teleurgesteld. In plaats van komst
van Jezus naar de aarde om zijn kinderen op te halen, werd er een deur
geopend in de hemel.
Hij die de sleutel van David had, kwam niet terug, maar begon een nieuw
dienstwerk, een werk van oordeel en verzoening in het heilige der
heiligen van de hemelse tempel. Want hoewel er grondig werk was
verricht en de broederliefde hersteld was, was in het licht van Gods
oordeel, in het oog van God, de gemeente nog steeds 'ellendig, arm,
jammerlijk, blind en naakt'. Er moest, voordat de gemeente bestaan kon,
een oordeel plaats vinden. In dit oordeel moet de gemeente
gerechtvaardigd worden.
(7)
Laodicéa
Laodicea was een
belangrijke stad
in de Lydius-vallei. Het lag 70 km. ten noorden van Filadelfia op een
kruispunt van twee belangrijke hoofdwegen: die van Efeze naar het
oosten en van Pergamus/Sardis naar het zuiden. De stad is gesticht door
Antiochus II en genoemd naar zijn eerste vrouw: Laodice. Het was een
centrum van handel en industrie. Er werden veel afgoden vereerd. De
keizercultus was daar al vroeg aanwezig. Het lag dicht bij Kolosse en
Hiërapolis. Laodicea was een stad met veel miljonairs. Het
bankwezen bloeide daar volop. Er was een medische faculteit, verbonden
aan de tempel van Men Carou. Ze ontwikkelden medicijnen, zoals nardus
voor de oren en ogenzalf. Waarschijnlijk heeft Lucas hier gestudeerd
(Kol. 4:14)
Uit warmwaterbronnen bij Hiërapolis stroomde door een goot
water
naar Laodicea. Als het bij de stad aankwam, was het lauw. De gemeente
is mogelijk gesticht vanuit Efeze door Epafras (Kol. 1:17)
Paulus heeft de gemeente waarschijnlijk nooit bezocht (Kol.2:1), maar
heeft hen wel een brief geschreven, die helaas verloren is gegaan (Kol.
4:16)
In 1402 is de stad door de Turken verwoest en niet meer opgebouwd.
Van de oude stad zijn nog ruïnes van de waterleiding, de
watertoren, het stadion, het gymnasium met het bad, de resten van de
Syrische poort, van de stadsmuren en twee theaters over. Er woonden een
groot aantal Joden, die hun bijdragen leverden in de handel en het
bankwezen.
Openbaring 3 De brief aan Laodicea
14 En schrijf aan
den engel van
de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en
waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:
15 Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij
koud waart, of heet!
16 Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit
Mijn mond spuwen.
17 Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens
dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk,
en arm, en blind, en naakt.
18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het
vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt
bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en
zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
19 Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en
bekeer u.
20 Zie, Ik sta aan de deur. en Ik klop; indien iemand Mijn stem
zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met
hem avondmaal houden, en hij met Mij.
21 Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn
troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in
Zijn troon.
22 Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
Er kwam dus een nieuwe boodschap. Een boodschap die gericht is
aan een volk in het oordeel. Een gemeente die licht ontvangen heeft
over de dienst van Jezus in het hemelse heiligdom.
In het licht van het oordeel, in het licht van de tweede komst en in
het licht van het strenge onderzoek van Gods gerechtigheid, is elke
wedergeborene, hoewel een nieuwe schepping, 'ellendig, arm, jammerlijk,
blind en naakt.'
De enige hoop ligt bij het betreden van de open deur, door in
geloof binnen te gaan daar waar Jezus nu is en deel te hebben aan de
weldaden van het verzoeningswerk dat daar verricht wordt:
* Het uitdelgen van de zonde
* Het deelhebben aan de late regen
* Het ontvangen van het zegel van de levende God
Als deze zaken ontvangen zijn dan is de gemeente echt in de
Filadelfia toestand en kan zij met vertrouwen de ure der verzoeking
tegemoet zien welke over de gehele wereld komen zal om te verzoeken
allen die op de aarde wonen. Dan zal Christus ons bewaren omdat wij
zijn woord bewaren. Dat is nu waar, dat is altijd waar, maar is op een
bijzondere manier waar in die tijd, die spoedig komt.
Tot
slot
Er waren meerdere gemeenten in Asia en in andere streken op het moment
dat Johannes, in opdracht van de Here Jezus, deze brieven opschreef.
Waarom koos de Heer juist deze gemeenten uit? Omdat ze allen een fase
in de ontwikkeling van de belijdende kerk vertegenwoordigen. Het zijn
er zeven, dat spreekt in de bijbel vaak van volheid, van volledigheid.
De zeven gemeenten geven, als het ware, een volledige weergave van de
geschiedenis van de gemeente.
De Here Jezus bepaalde de volgorde waarin Hij de boodschappen voor de
diverse gemeenten doorgaf. Die volgorde is niet willekeurig, want hij
komt precies overeen met de ontwikkelingen in de geschiedenis van de
gemeente.
De profetische betekenis van de boodschap aan de zeven gemeenten is
eerst later duidelijk geworden. In de negentiende eeuw konden de mensen
de kerkgeschiedenis van bijna negentien eeuwen naast de boodschappen
aan de zeven gemeenten leggen en toen bleek de overeenkomst tussen de
eerste zes gemeenten en de kerkgeschiedenis tot op dat moment. Omdat de
eerste zes fasen, die parallel lopen met de boodschappen aan de eerste
zes gemeenten, reeds vervuld waren verwachtte men de komst van de
zevende periode, die parallel moet lopen met de situatie in
Laodicéa. Intussen zijn wij ruim een eeuw verder. De
Laodicéa-toestand van de gemeente begint zich meer en meer
af te
tekenen ( De kenmerken zijn: Lauwheid (Openb. 3:15,16), intussen denken
dat het prima gaat, terwijl dat niet het geval is, geestelijke
verblinding (Openb. 3:17,18), Jezus wordt weggeredeneerd (Openbaring
3:20); de gemeente van Laodicéa representeert als het ware
de
laatste fase van de kerkgeschiedenis. Zoals die gemeente was, zo zal de
christelijke gemeente, de belijdende christenheid, er in de eindtijd
uitzien.
Symboliek
Openbaring spreekt veel in symbolen; zinnebeeldige voorstellingen. De
vele getallen die in het boek voorkomen hebben symbolische betekenis.
Het getal zeven spreekt van volkomenheid: de zeven geesten Gods; een
boek verzegeld met zeven zegels; zeven engelen met zeven bazuinen; enz.
Ook de getallen 3, 4, 10, 12 hebben deze symbolische betekenis van
volkomen volheid, vaak nog versterkt door hun veelvouden: 1000=
10x10x10; 144000= 12xl2x10x10x10 enz.
Openbaring is geschreven tot bemoediging van de kerk in allerlei
verdrukkingen. Want de kerk zal altijd leven in strijd , de duivel
strijdt voortdurend tegen Christus (en dus tegen God) en tegen zijn
kerk. Maar juist daarom wordt door de Here Jezus Christus aan Johannes
onthuld, dat Hij deze wereld regeert. Dat er niets gebeurt buiten Hem.
Zo wordt aan de kerken getoond op welke wijze Christus regeert, vanaf
zijn hemelvaart tot zijn wederkomst , ook al schijnt deze wereldge-
schiedenis en de geschiedenis van zijn kerk soms een chaos.
Echter geeft Openbaring geen geschiedenisbeschrijving. Geen onthulling
van de gang van zaken in de toekomst, zodat men zou kunnen zeggen: dan
en dan gebeurt er dit of dat. Wel worden de hoofdlijnen van het
regeringsbeleid van de verhoogde Christus duidelijk.
Deze profetie dient om bekend te maken dat alles wat er gebeurt -de
grote gerichten die over de wereld gaan; de verdrukking en moeiten van
de kerk; de verschrikkingen die komen over Gods vijanden , staat onder
de regering van Christus. In telkens verschillende visioenen onder
telkens wisselende aspecten wordt belicht wat er met de kerk en met de
wereld gebeuren zal tussen hemelvaart en wederkomst.
Dit boek spreekt van zegen over het volk van God , want God is trouw.
Maar ook van vloek over allen die Christus niet als hun Koning willen
aanvaarden. De geschiedenis van de wereld wordt bepaald door de
geschiedenis van de kerk, dus door de geschiedenis van Gods Verbond met
zijn volk.
Johannes ontvangt deze openbaring op Patmos, een eilandje in de
Egeïsche Zee. Daarheen is hij verbannen. De grote prediker van
het
(Marc. 3 : 17) evangelie, "de zoon des donders" moet monddood gemaakt
worden. Joden en Romeinen zijn tegen hem. Maar Christus gebruikt de
handelingen van Joden en Romeinen om Johannes zo te laten spreken, dat
hij al de eeuwen door wordt gehoord.
In de zegengroet van Johannes maakt God zich bekend als de
Drieënige (vers 4 en 5) God: Vader, Zoon en Heilige Geest. In
naam
van de Drieënige zegent Johannes de zeven gemeenten en in hen
de
gehele kerk met genade (schuldvergeving) en vrede. Vrede , wat er ook
gaat gebeuren.
God maakt zich bekend als: God de Vader , die is en die was en die
komt. (Ex. 3 : 13, 14) Zo maakte Hij zich al aan Mozes bekend: de HERE
-Jahwe - Ik Ben. Hij is de onveranderlijke in trouwaan zijn woord en
werk, eeuwig Dezelfde in al wat wisselt en gebeurt. Hij heeft ook in
het verleden laten zien de trouwe God te zijn en zó komt
Hij, is
Hij bezig te komen in volle heerlijkheid. Hij is, die Hij was en Hij
zal zijn, die Hij was en is: Trouw. Hij doet zijn woord; Hij vervult
zijn beloften en doet wat Hij dreigde.
God de Heilige Geest , de zeven geesten die voor zijn troon zijn. Bij
de Vader is de volheid van de Heilige Geest. De genade en de vrede die
uitstromen van de Vader worden uitgedeeld door de Heilige Geest. Alle
gaven zijn bij Hem. Hij geeft de genade die ieder nodig heeft.
Jezus Christus , de getrouwe getuige. De Zoon komt hier vooral naar
voren in zijn menselijke natuur. Hij is gestorven voor de zonden, maar
ook opgestaan als eerstgeborene uit de doden. Veel kinderen van God
zullen opstaan door Hem.
Thans zijn allen die iets te gebieden hebben op deze aarde aan Hem
(vers 6) onderworpen. Hij heeft ons verlost en heeft ons gemaakt tot
een koninkrijk van priesters, zoals veel vroeger al werd beloofd. Met
Vader (Ex. 19 : 6) en Geest ontvangt Hij alle eer. Hier staat het
hoofdthema van dit boek: Jezus Christus zal terugkomen (vers 7 ) in
grote majesteit. Dan worden de rollen omgekeerd. Mensen hebben Hem eens
voor zich gedaagd en veroordeeld: Joden, Herodes, Pilatus. Mensen
hebben Hem gedood. Hebben Hem beschuldigd en verworpen , ook in onze
tijd. Maar dán zullen allen voor Hém staan; (vers
8) voor
Hem de Rechter in volle heerlijkheid.
Deze Drieënige God is de Alpha en de Omega (de Alpha
is de
eerste, de Omega de laatste letter van het Griekse alfabet). Hij is de
oorsprong van alles en alles eindigt in Hem. De Almachtige God staat
aan het begin en aan het eind van de wereldgeschiedenis. Die
geschiedenis is geen chaos. Ze wordt beheerst door Hem, die is en die
was en die komt.
Wat Johannes gaat zien is het regeren van deze wereld door de
Drie-enige God, die trouw is aan zich zelf en aan het verbond met zijn
volk; maar ook trouwaan zichzelf in zijn toorn over allen die dit
verbond verbreken en verachten.



















