Geloof wordt mij aangerekend tot gerechtigheid

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 401 - Geloof wordt mij
aangerekend tot gerechtigheid

Lees eens vanaf Genesis 12

Als u dit hoofdstuk wilt begrijpen is het aan te bevelen te lezen vanaf Genesis 12. Want het is natuurlijk van belang te weten in welk kader dit hoofdstuk staat. Abram is vertrokken uit het land der Chaldeeën (het tegenwoordige Irak) en woont nu als vreemdeling in het land Kanaan. Zo had God hem bevolen.

Waarom eigenlijk?

In Genesis 6 en volgende hoofdstukken wordt verteld over de zondvloed. Om de boosheid van de mensen (Gen. 5 : 1) heeft God de (Gen. 5 : 1) eerste wereld door de zondvloed verdelgd. Alleen Noach met zijn gezin werd gespaard. God beloofde toen dat er nooit meer een zondvloed zou komen. Het teken van die belofte: de regenboog is ook een teken voor God zelf. Hij zal geduld met de mensen hebben. De bijbel noemt dat: Gods lankmoedigheid. God wilde de weg open houden naar de toekomst; Hij had immers beloofd dat er een Verlosser zou komen (Gen. 3 : 15), die alles weer zou herstellen zoals het vroeger Gen.3 : 15 was.

Ook het nageslacht van Noach diende God niet. In de torenbouw van Babel wilden ze zich sterk maken tegen God. Dan grijpt God in. Hij wil niet dat de slechtheid van de mensen zo groot wordt, dat het leven op aarde onmogelijk wordt. Daarom verstrooit Hij de volken over de aarde.

Zal er nog wel één gezin op de wereld overblijven dat het geloof in God zuiver bewaart? Zelfs in het gezin van Terah, de vader van Abram gaat het mis, want zelfs in dat gezin werden vreemde goden (Gen. 11 : 26-32) gediend. Dan besluit God tot een nieuw begin. Hij stuurt Abram weg uit de wereld van de afgodendienst om te voorkomen dat ook het gezin van Abram daaraan te gronde gaat. God zondert hem af van zijn eigen familie. Tegelijk belooft God hem, dat Hij hem zal zegenen en beschermen.

De beloften van God

Let er op, dat de beloften van God ook gaan over de verre toekomst. (Gen. 12: 3). Eenmaal zal God aan de afzondering weer een eind maken, alle geslachten (volken) op aarde zullen gezegend worden door wat nu (Gal. 3 : 14, 16) gebeurt. Want de beloofde Verlosser Jezus Christus zal geboren worden uit het nageslacht van Abraham. Maar voorlopig staat Abram met zijn gezin alleen: erg gevaarlijk zeker in die tijd. Van Ur naar Haran trekt de hele familie nog mee, maar in Haran blijven ze bijna alle- maal achter. Abram trekt alleen verder met zijn vrouw Saraï en zijn neef Lot. Zo komt hij in Kanaan.

IHoe was nu Abrams situatie bij het begin van hoofdstuk Gen. 15. Hij woonde in Kanaan als vreemdeling buiten de bescherming van het eigen stamverband. De koningen van het Oosten waren verslagen, maar zouden ze volgend jaar niet terugkomen om zich te wreken? Abram is weloverwinnaar , maar heeft daar geen enkel voordeel uit getrokken. Saraï was onvruchtbaar. Vandaag zouden we zeggen: het was medisch onmogelijk dat Abram en Saraï een kind zouden krijgen. Hoe kun je in zo'n situatie nu geloven in de beloften van God? En dan komt God tot Abram en sluit met hem een verbond.

Een gewoon, menselijk verbond wordt altijd gesloten tussen twee partijen, die elkaar wat beloven. Maar dit verbond gaat alleen van God uit. Abram behoeft alleen maar te geloven wat God belooft. Wat belooft God? Abram je bent niet onbeschermd: Ik ben je schild. Abram je hebt wel geen buit, maar je loon zal groot zijn. Abram het ongelooflijke gaat gebeuren: de nakomelingen van je eigen lijfelijke zoon zullen tot een groot volk worden en in Kanaan wonen. Abram om te maken dat je echt blijft geloven, zal ik je bij mijn beloften een teken geven: we zullen net als twee mensen dat doen, een verbond sluiten. Alleen met dit verschil: we gaan niet samen tussen de gedeelde dieren door. Ik ga alleen. Want het verbond gaat van Mij uit. Ik maak jou tot mijn bondgenoot. Abram je bent nu een vreemdeling tussen wel tien volken. Maar het wordt anders. Dit land wordt eigendom van jouw nakomelingen. En in dat nageslacht zullen alle volken gezegend worden. Die zegen is vervuld, toen uit Abrahams nageslacht Jezus Christus werd geboren. Abram is volledig partij in dit verbond.

Gen. 17 vertelt dat Abram zijn deel van de overeenkomst moet nakomen. De trouw van hemzelf en zijn nageslacht aan dit verbond moet blijken uit het aanbrengen van het teken van het verbond: de besnijdenis. In dit hoofdstuk (Gen. 15) (Rom. 4 : 11, 12, 13) zien we nu wat geloof is. Immers in vers 6 staat over Abram: "En hij geloofde in de HERE en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid' , .

Lees nu maar eens Romeinen 4. Ook hier wordt uitgebreid gesproken over het Rom. 4 geloof van Abraham. Samenvattend kunnen we zeggen: God roept Abraham. Door zijn woord (zijn belofte) maakt Hij dat Abraham Hem gelooft. Dat geloof betekent: vertrouwen op God, geloven in de HERE, alleen omdat Hij het zegt. Dus: geloven dat God zijn Beschermer is als mensen hem kwaad aandoen, want God zegt het; -geloven dat God in staat is het onmogelijke te doen door aan hem en Sara een zoon te geven, want God zegt het; geloven dat zijn nakomelingen het land Kanaiin zullen bewonen, ook al bezit hij er nog geen stukje grond, want God zegt het: geloven dat God in staat is zijn zoon Izak uit de dood weer tot (Gen. 22) het leven te roepen, al heeft Abraham nog nooit zoiets gezien of ge- hoord, want God zegt het.

Abraham gelooft het menselijk onmogelijke. Hij gelooft dat God zo . machtig is, dat Hij kan doen, wat Hij belooft. Hij gelooft dat God zo trouw is, dat Hij zal doen, wat Hij belooft. Dat geloof wordt Abraham tot gerechtigheid gerekend.

Hoe kan dat? Rechtvaardig wil toch zeggen: goed, zonder zonde? En de bijbel zegt immers: Niemand is rechtvaardig, ook niet één. Ook Abraham niet. Ook Abraham is in Gods ogen een zondaar. Maar: (Ps. 14) Abraham gelooft wat God zegt. En omdat hij gelooft, vergeeft God (Rom. 3 : 9-20) hem zijn schuld en rekent God hem als een rechtvaardige, als iemand die geen zonde doet. Dat is Abrahams "gerechtigheid". Hij staat als het ware voor God, als was er in hem geen zonde meer. Alleen omdat hij gelooft.

IDaarom kan de apostel Paulus zeggen: "wij dan, gerechtvaardigd (Rom. 5 : 1,2) door het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus. Dat is het grote geschenk, de genade die God geeft aan een ieder die gelooft. God vergeeft Abrahams schuld, omdat er Eén zal komen, een volkomen Rechtvaardige, die de schuld zal dragen: Jezus Christus, Gods eigen, Eniggeboren Zoon.

Daarvan wist ook Abraham. In Jezus uit het nageslacht van Abraham, zullen alle volken gezegend worden. In die belofte heeft Abra-ham geloofd. Jezus zegt later zelf: " Abraham heeft zich er op (Joh. 8 : 56) verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd".

Dat is geloof. Geloven dat God zomaar (de bijbel zegt: uit genade) de schuld vergeeft aan een ieder die gelooft, dat Jezus Christus die schuld heeft betaald.

Door het geloof  - Hebreeën 11

Wie waren de Hebreeën? Het zullen Joden geweest zijn, die christen waren geworden. Misschien waren er veel priesters en levieten onder, want in deze brief (Hand. 6 : 7) wordt vaak verwezen naar de tabernakel, de offerdienst, de hogepriester enz. Deze Hebreeën hadden leven en goed voor het geloof (Hebr. 10 : 32-34) over gehad. Ze hadden hoge verwachtingen gehad, toen ze in Christus waren gaan geloven. Maar het duurde zo lang. Christus' overwinning en de glorie van zijn Rijk lieten op zich wachten. Wel is ellende op el- lende hun deel. En nu dreigt een inzinking, zelfs een afval van het geloof. Er worden mensen "nalatig", dwz. ze blijven achter, raken uit het gelid, dreigen te deserteren. Ze hebben geleden, geworsteld, hebben smaad geleden en zijn beroofd. Nu is er de noodzaak tot vermaning. Ze hebben volharding nodig. En de schrijver waarschuwt met (Hebr. 10 : 35-38) de woorden uit de profeet Habakuk.
Er zijn twee fronten: een (Hab. 2 : 3, 4) nalatigheidsfront en een geloofsfront. En dan komt vs. 39 (ik geef dit Hebr. 10: 39 vers in de vertaling van Groot Nieuws): "Maar wij behoren niet tot hen die het opgeven en verloren gaan, maar tot hen die geloven en daardoor hun leven redden." Dan laat de schrijver in Hebr. 11 zien wat geloof is. Zekerheid van de dingen die men hoopt en een bewijs van de dingen, die men niet ziet. ..

De dingen die men hoopt die zullen komen, die men op goede gron- den verwacht. God doet immers wat Hij belooft! En de dingen die men niet ziet. Sommige mensen willen pas geloven als ze eerst iets hebben gezien; (Joh. 20 : 25) denk aan Thomas. Zo zijn er vandaag mensen, die pas willen geloven wat de bijbel zegt, of die menen dat hun geloof zal worden gesterkt, , als door opgravingen in Kanaan of elders aangetoond wordt, dat de bijbel op een bepaald punt betrouwbaar blijkt.

Maar het wonder van het geloof is dat je zekerheid hebt van iets dat je op dat moment niet ziet. Dan gaat het daarbij in de brief aan de Hebreeën niet over zaken, die je met je ogen niet kunt zien, die onzichtbaar zijn, (b. v. over engelen of over de vergeving van de zonden). Nee, het gaat over dingen die op het moment dat God ze beloofde nog geen realiteit waren, maar die pas later worden gezien. Geloof dus in zaken waarvan God belooft dat Hij ze later zal geven. In Hebr. 11 somt de schrijver verschillende personen op, die hebben geloofd wat God beloofde, zonder de vervulling van die belofte te zien.

Abel geloofde en bracht daarom een beter offer dan Kaïn. In Gods ogen was hij een rechtvaardige, maar je zou zeggen: resultaat (Gen. 4) zag hij niet -Kaïn sloeg hem dood. Gen. 5 : 22

Henoch kondigde het oordeel aan (zie ook Judas vs. 14 en 15). Judas vs. 14, 15 Hij geloofde dat het zou komen, gezien heeft hij het niet.

Noach bouwde een ark, terwijl de zon scheen en het dagelijkse (Gen. 6) leven zijn gewone gang ging. Maar hij geloofde dat het oordeel van God zou komen. Daarom deed hij wat God hem had opgedragen. Daarom werd hij gered.

Abraham geloofde dat hij nageslacht zou hebben; dat de beloofde (Gen. 22) Verlosser , de Christus zou komen. In dat geloof wilde hij zijn enige zoon offeren.

Zo gaat de schrijver voort met het noemen van mensen die geloofden in wat God beloofde, zonder dat beloofde op dat ogenblik te zien. Maar ze geloofden omdat God het had gezegd. Wat God belooft gaat altijd in vervulling, het wordt altijd waar . Voor wie gelooft!

Het oordeelover de eerste wereld is gekomen; het beloofde land is verkregen; de Christus is gekomen. In de eerste drie verzen van het volgende hoofdstuk wekt de schrijvers zijn lezers op, evenals al die geloofsgetuigen, te volharden in het geloof. Dat kunnen ze alleen als ze daarbij zien op Jezus, die zo volkomen geloofde in Gods belofte van de heerlijkheid die Hij zou ontvangen, i dat Hij zelfs het kruis op zich nam.

Psalm 27

Zo ik niet had geloofd. ... Lees deze psalm maar eerst eens rustig voor uzelf .Een psalm is een lied, een hebreeuws gedicht, dat gezongen werd. Het meest opvallend van de hebreeuwse dichtkunst is het parallellisme: eenzelfde zaak, gebeurtenis of gevoel wordt tweemaal, soms driemaal herhaald, telkens met andere woorden en beelden. Psalm 27 spreekt over de veiligheid en de zekerheid die het geloof geeft.

Een psalm van David. De meeste psalmen van deze dichter-koning houden verband met, of zijn vaak de neerslag van een stukje van zijn levensgeschiedenis. Psalm 27 is waarschijnlijk ontstaan toen David (I Sam. 18-31) vluchten moest voor koning Saul, en zijn leven in groot gevaar was.

Je kunt de psalm in twee delen verdelen. In vers 1-6 spreekt de dichter (Ps. 27: 1-6) over de HERE. Het is als een geloofsbelijdenis: "De HERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen?" Hoewel veel vijanden hem bedreigen blijft David op de HERE vertrouwen. Zo vast ge- looft hij dat de HERE hem helpen zal, dat hij al, voor de verlossing werkelijkheid is geworden, de HERE prijst om zijn hulp. (vs. 6)

In het tweede deel van de psalm roept de dichter de HERE , rechtstreeks aan. Hij spreekt dan tot God op grond van zijn belijdenis uit de vorige verzen. "Hoor, HERE hoe ik luide roep, wees mij genadig en antwoord mij. ' ,

In zijn nood pleit David op de beloften die God hem gaf. Hij is immers door God zelf geroepen tot koning. Het was op Gods bevel dat (I Sam. 16) Samuël hem zalfde tot vorst over Israël. (Gen. 17: 16). David kon zelfs teruggrijpen op de beloften die de HERE aan Abraham had gedaan: Uit Abraham zullen koningen voortkomen en die (Gen. 18: 17-19) koningen zullen heersen over een groot volk. (Gen. 22 : 16-18). Het zijn die beloften die David zekerheid geven in tijd van nood. God heeft immers zelf tot hem gezegd: Zoek mijn aangezicht. Nu zoekt hij het aangezicht van de HERE, dwz. hij zoekt de gunst van de HERE, hij wil bij Hem schuilen, de aanwezigheld van de HERE ervaren.

Uit de voorafgaande verzen blijkt dat David weet, waar hij het aangezicht van de HERE kan vinden: in de tabernakel, waar de ark van het verbond staat (later was dat de tempel, gebouwd door Salomo). In zijn nood zoekt David het heil, de redding bij het aangezicht van de HERE in het huis van God, om daar de liefelijkheid van de HERE te zien. Daar zal hij een veilige schuilplaats vinden, zoals iemand veilig is, die kan schuilen in de hut (woning), in de tent van een machtige vriend. Daar in Gods huis, bij de ark, zijn de priesters, daar is de offerdienst. Daar spreekt alles van verzoening door het bloed van de komende Messias.

Daarom te meer bidt hij (vs. 9): "Verberg uw aangezicht niet voor mij, wijs uw knecht niet af in toorn." Als de HERE zijn aangezicht niet verbergt, is Davids schuld immers verzoend. God is hem steeds tot hulp geweest. En na de smeking: "verwerp mij niet en verlaat mij niet o God mijns heils", klinkt zijn belijdenis: als iedereen mij verlaat, U niet. De HERE is er, altijd. Hij neemt aan, wie Zijn aange-" zicht zoekt.

David vraagt de HERE dan om leiding op zijn levensweg, waar zoveel vijanden hem omringen. En dan komt de jubel van het geloof: (vs. 13). Het is eigenlijk een onafgemaakte zin: "als ik niet had geloofd..." Daardoor wint deze belijdenis aan kracht. Je zou er achter kunnen voegen: dan was ik vergaan. David heeft geloofd, dat hij de goedheid van de HERE zou zien. Daar was hij zeker van. En dan blijkt dat hij gelooft aan de gemeenschap met Gods volk. Hij roept hen op in het zelfde vertrouwen te leven. "Wacht op de HERE "

David zegt in deze psalm AMEN op Gods JA

Er zijn, net als David,  vele geloofsgetuigen om ons heen. Hoe staat het met onszelf?

Om daarover door te praten lazen we 1 Petrus 3:8-18. Petrus spoort zijn lezers aan om verantwoording af te leggen van hun geloof. Hij benadrukt echter dat zij dat met zachtmoedigheid en eerbied/respect moeten doen (vers 15). In onze groep ontspint zich een gesprek over evangelisatiemethoden. Hoe kun je op een respectvolle manier spreken over iets waarvan jij overtuigd bent? Hoe voorkom je dat de ander het gevoel heeft niet serieus te worden genomen? Christenen weten zovaak wat een ander nodig heeft, zonder ook maar iets te vragen.
 
Bij Petrus gaat het om een levenshouding, om een goede levenswandel (vers 16) en een vriendelijk getuigenis. Wat kenmerkend is van zo’n houding is vooral dat het kwade wordt beantwoord met het goede (verzen 9-11). Je eerste neiging om boos te worden moet je zien te onderdrukken. Dat is natuurlijk niet altijd eenvoudig en Petrus besteedt dan ook meerdere verzen aan dit punt. Maar zo’n houding zal opgemerkt worden door de mensen en zal vragen op­roepen. Dat is het moment waarop je kunt spreken.

Petrus kiest zijn woorden met zorg als hij schrijft: ‘Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden’ (vers 15). Getuige zijn draait om de hoop die ons leeft. Dat is veel ruimer en wijdser dan datgene wat we verstandelijk geloven. Het gaat om datgene wat ons beweegt, datgene waar we naar uitzien, datgene waar we ook mee worstelen. Geloof is zoveel meer dan een reeks geloofsartikelen, geloof moet leven. Is het niet zo dat levensverhalen van bijbelse personen ons aanspreken omdat we zien hoe in hun concrete en soms moeilijke levensomstandigheden geloof en hoop naar boven komen? Zouden wij dan niet ook ons leven moeten delen met anderen, in de hoop dat zichtbaar wordt waar wij onze kracht uit putten en merkbaar is dat wij leven uit het geheim van Gods aanwezigheid?

Petrus spoort ons aan de weerstand en het lijden dat we misschien meemaken met moed te dragen. Maar hij zegt meer. Het kwaad moet namelijk beantwoord worden met het goede. Dat vraagt veel meer van ons dan het verdragen en ondergaan van bedreigingen en beschimpingen. Het vraagt namelijk van ons dat we er het positieve tegenover stellen van het gebed en de zegen (vers 9, 12).
 
Zijn we daar in concrete situaties toe in staat? We moeten er steeds weer aan herinnerd worden, dat Gods hande­lingen gericht zijn op het zegenen van mensen, op het scheppen van hoop temidden van wanhoop. Als je beseft dat jou dat is overkomen en het steeds opnieuw gebeurt, dan kun je ook anderen tot zegen zijn.

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is