God,
de Heilige Geest
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
315a - God, de Heilige Geest
We spreken over God de Heilige Geest
In deze bijbelstudies wordt
uiteraard veel gesproken over God, omdat in de bijbel God zoveel
openbaart over Zichzelf.Maar als wij over God spreken kunnen we dat
alleen maar doen in eerbiedige verwondering. Alleen zó mogen we
spreken over God de Vader en over God de Zoon. Dat geldt ook, als we
spreken over God de Heilige Geest.
Uit onszelf zouden we nooit over Hem kunnen spreken. We kunnen alleen
maar, eerbiedig en verwonderd, iets over de Heilige Geest zeggen,
voorzover Hij in de bijbel over Zichzelf vertelt. Veel mensen luisteren
niet meer naar dat Woord van de Here. Ze willen God begrijpen en vormen
zich een eigen mening over Hem, "bedenken" Hem zelf.
Het is waar, ieder die nog maar iets van de bijbel wil vasthouden
móet wel spreken over de Heilige Geest. Daar is niet aan te
ontkomen. Want de bijbel heeft het bijzonder vaak over de Heilige
Geest, of de Geest, of de Geest van God, de Geest van Jezus, de Geest
van zijn Zoon, de Geest van Christus. Dat is telkens dezelfde Geest:
Hij wordt met verschillende namen aangeduid omdat zijn wezen en zijn
werk onmogelijk in één woord te vatten zijn.
De Heilige Geest is een Persoon
Om de Heilige Geest kan geen enkele Bijbellezer heen. Maar velen willen
dan niet over Hem spreken als een Persoon. Hij zou een kracht zijn, die
van God uitgaat, meer niet. Men loochent dan dat de Heilige Geest zelf
God is. Nu noemt de bijbel inderdaad de Heilige Geest wel een gave en
een kracht van God
Zo zegt de engel Gabriël tot Maria: "De Heilige Geest zal over u
komen en de Kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen..." en
Christus beveelt zijn discipelen: "Maar gij moet in de stad blijven,
totdat gij bekleed wordt met Kracht uit de Hoge", waarbij de Heiland
doelt op de komst van de Heilige Geest.
De bijbel spreekt over een gezalfd en vervuld en gedoopt worden met de
Heilige Geest. Dat wijst heel duidelijk op de Heilige Geest als een
Persoon. Een Persoon die tegelijk een Gave en een Kracht van God is.
Christus noemt de Heilige Geest: de Trooster, dus een Persoon die door
Hem gezonden wordt en die komt.
Deze belijdenis ontkend
Al in de christelijke kerk van de eerste eeuwen waren er mensen die
beweerden, dat de Heilige Geest slechts een kracht was die van God
uitging. Anderen, o.a. de bekende Arius leerden, dat de Vader eerst de
Zoon schiep als hoogste en eerste schepsel. En dat vervolgens de Vader,
door de Zoon, ook de Heilige Geest heeft geschapen.
Teksten bij het bovenstaande om na te lezen: Hand. 16 : 6, 7; Matth. 3
: 16, 4 : 1; Gal. 4 : 6 Rom.8:9; Luk. 1 : 35; Luk. 24 : 49; Hand. 4 :
27-31; Matth. 3 : 16; Micha 3 : 8; Joh. 16 : 7,8.
Die dwaalleer duikt telkens weer op en wordt vandaag verkondigd bv.
door de Jehova-getuigen. Ook moderne theologen loochenen de Goddelijke
Drieëenheid, door te beweren, dat de Heilige Geest slechts een
kracht is. Zelfs mensen die beweren zich nog te houden aan de
gereformeerde belijdenisgeschriften durven in een rapport ("God met
ons") van de Heilige Geest te zeggen: "een kracht die wij de Heilige
Geest noemen".
Reeds in de geloofsbelijdenis van Nicea veroordeelde de kerk deze
dwaalleer. Vandaar dat deze belijdenis over de Heilige Geest
uitgebreider spreekt dan de Apostolische Geloofsbelijdenis. (Zie ook de
geloofsbelijdenis genoemd naar Athanasius - art. 21-27.)
Gods Woord over de Heilige Geest
Misschien vindt u het wat strijdlustig en zelfs een tikje onaardig, dat
we deze les op deze manier beginnen. Maar het is ons toch diepe ernst.
Het gaat om de eer van God, om de liefde ook tot de Heilige Geest. We
mogen God niet beledigen, door anders over Hem te spreken, dan Hijzelf
in Zijn Woord over Zichzelf spreekt. Het Soli Deo Gloria (God alleen de
eer!) geldt ook voor de Heilige Geest. De Bijbel maakt geen enkel
verschil tussen het spreken van God en het spreken van de Heilige
Geest. Als de Heilige Geest spreekt, spreekt God: bijvoorbeeld in de
brief aan de Hebreeën. De tekst begint met: "En ook de Heilige
Geest geeft ons daarvan getuigenis, want nadat Hij (d.i. de Geest)
gezegd had... en vervolgt dan met: "zegt de Here..."
De Heilige Geest is de Here!
Petrus zei tegen Ananias, toen die probeerde slechts een deel van het
geld dat hij voor een stuk land gekregen had, aan de apostelen te
geven, terwijl hij beweerde: "dat het alles was": "de satan heeft uw
hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen..." en even later: "gij
hebt niet tegen mensen gelogen maar tegen God". Dat de Heilige Geest
een Persoon is (de derde Persoon in de Goddelijke Drieëenheid)
blijkt hier heel duidelijk. De bijbel zegt dat je de Heilige Geest kunt
bedriegen. Je kunt Hem verzoeken. Je kunt je ook tegen Hem verzetten.
Je kunt Hem bedroeven, je kunt Hem smaden. Dat kan alleen gezegd worden
van een Persoon, niet van een onpersoonlijke kracht. Alleen een Persoon
kan de goddelijke eigenschappen hebben waarover de bijbel spreekt. De
Heilige Geest is overal aanwezig (alomtegenwoordig): "Waarheen zou ik
gaan voor Uw Geest, waarheen vlieden voor Uw aangezicht? Steeg ik ten
hemel - Gij zijt daar..."
De Geest ontvangt gelijke eer als de Vader en de Zoon. Je wordt in zijn
Naam gedoopt en je ontvangt van Hem de zegen. Bij de doop van Jezus in
de Jordaan vertoont de Heilige Geest Zich in de zichtbare gedaante van
een duif. Diezelfde Geest leidt Jezus naar de woestijn.
In dat alles is de Geest bezig als een Persoon die recht heeft op
goddelijke eer. Zijn eer wordt aangerand, als men in Hem niet de
Persoon erkent die Schepper en Vernieuwer is. Hij is machtig en
genadig, goedertieren en rechtvaardig. Van Hem zijn wij afhankelijk.
Vandaar dat de Heidelbergse Catechismus in Zondag 20 begint met: Hij is
samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God. (Rom. 11 :
33-36; Openb. 4 : 9-11; Psalm 103 : 20-22; Hebr. 10: 15-18; Hand.
5 : 1-11; Hand. 7 : 51; Efeze 4 : 30; Hebr. 10 : 29; Psalm 139 : 7-12;
Matth. 28 : 19; 2 Cor. 13 : 13; Luc. 3 : 21; 4 : 1; Heid. Cat. vr/antw 5
De Geest bewerkstelligt de wedergeboorte
De Heilige Geest schenkt veel gaven, zowel aan gelovigen als aan
ongelovigen. De bijbel legt er de nadruk op, en het is goed, daar
vooral aan te denken, dat de Heilige Geest de "wedergeboorte" werkt:
een nieuwe geboorte, waardoor je wordt tot een ander, nieuw mens.
In de bijbel wordt voor deze gave van de Heilige Geest - naast
"opnieuwgeboorte" - soms ook een woord gebruikt dat letterlijk
betekent: "geboorte van bovenaf" . Dat zegt de Here in feite in zijn
gesprek met Nicodemus. Die wedergeboorte, dat begin van het nieuwe
leven in een gelovige is een groot wonder. Het is een "opwekking uit de
dood", een nieuwe schepping. Bij de één bewerkt de Geest
dit wonder vanaf de vroege bewuste kinderjaren, bij een ander is er
sprake van een plotselinge omkeer. Het is net zo'n groot wonder als dat
van de schepping van hemel en aarde. Door de wedergeboorte die de Geest
in je tot stand brengt ga je echt geloven en bekeer je je, d. w .z. je
keert om en begint een nieuw leven. Je moet hierover eens lezen:
Dordtse Leerregels V art. 11 en 12 en Heid. Cat. Zondag 33. 12 en Heid.
Cat. Zondag 33.
De Geest schept het leven
Maar de Heilige Geest doet meer. Daar zijn allereerst zijn
scheppingswerken. Bij de schepping was Hij bezig, zoals blijkt uit het
begin van het boek Genesis.
Vader, Zoon en Geest werkten bij de schepping samen. Later wordt
duidelij k dat het de Geest is die bekend maakt. Hij schept het leven,
het eerste leven. Als in het voorjaar het groen ontspruit, de eerste
bloemen komen, de lammetjes dartelen en de jonge vogeltjes geboren
worden is dat het werk van de Heilige Geest - scheppingswerk, zegt
Psalm 104. "Zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen en Gij
vernieuwt het gelaat van de aardbodem". God de Heilige Geest doet dat
alles. (Joh. 3 : 3; 2 Cor. 5 : 17; Ef. 5 : 14; Joh. 5 : 24, 25;2 Tim. 1
: 15, 3 : 15 Hand. 9; Gen. 1 : 2 Joh. 1 : 3; Psalm 104 : 30.
Als je ziet dat het eerste leven - het scheppingsleven, altijd van Hem
komt, kun je ook zien wat het nieuwe leven, de "wedergeboorte" in
werkelijkheid is. Mensen die heel hun leven verknoeien en door eigen
schuld de eeuwige dood tegemoet gaan, die door hun zonden geestelijk
dood zijn, worden levend gemaakt. Ze gaan dan helemaal anders leven,
mét de gaven die ze al bij hun geboorte ontvingen. Ze gaan die
gaven ánders gebruiken. (Ef. 2 : 1-10
De Geest schenkt nog meer gaven
Alle gaven zijn van de Geest: kunstenaarsgaven, dichtersgaven, gaven om
te regeren. Hij kan ze geven. Hij kan ze ook wegnemen. Bezaleël
werd vervuld met Gods Geest toen hij de tabernakel met inhoud moest
maken. Gideon en Simson ontvingen gaven van de Heilige Geest om te
verlossen. Saul ontving van de Geest gaven om te regeren, maar toen hij
weigerde God te gehoorzamen werden die geestesgaven hem weer ontnomen.
David ontving als koning de gaven om het volk te regeren, maar ook als
dichter profetische dichtersgaven. Alle talenten, elke aanleg van ieder
mens komt niet vanzelf - niets komt vanzelf! - maar is een gave van de
Geest.
Wie nu door de Heilige Geest een ander mens wordt - dat wonder, die
herschepping, die nieuwe geboorte - gaat zijn gaven anders gebruiken.
Wat gebruik je die gaven vaak verkeerd, tegen God in en met jezelf in
het middelpunt. Wat ben je vaak trots op je gaven! Maar gaven zijn niet
iets om trots op te zijn, het zijn immers gaven geschonken door God de
Geest. Daarom mag ik ook niet jaloers zijn als anderen gaven hebben die
ik moet missen: het zijn immers talenten die de Geest gaf. Hij geeft
ieder eigen gaven. Met die gaven moet je blij zijn en er God en de
naaste met vreugde mee dienen. (Ex. 31 : I-ll; Richt. 6 : 34; 14 : 6,
19; 1 Sam. 10 : 9, 10; 1 Sam. 16 : 13, 14; 2 Sam. 23 : 1, 2; Matth. 25
: 14.30;
De Geest is Zelf een Gave
De bijbel leert ons dat met Pinksteren de Heilige Geest op aarde is
gekomen. Hij is Persoonlijk hierheen gekomen. Toen is het geworden:
God-met-ons. Dat was immers al beloofd aan Abraham. Dat was de inhoud
van Gods verbondsbelofte: "Ik zal u tot een God zijn". Die belofte zal
straks nog rijker worden vervuld. Eenmaal zal het worden: Vader, Zoon
en Heilige Geest met ons. De Drieënige God zal bij de mensen
wonen. Dat zal gebeuren als de Here Jezus Christus klaar is met al zijn
werk, ook met het vergaderen van zijn kerk. Maar op de Pinksterdag is
dat al begonnen. Toen werd de Geest gegeven. Paulus noemt daarom de
Geest de eerste gave die de gelovige ontvangt. Dat is het beslissende
begin. Op de Pinksterdag had de Zoon van God dat al verdiend - de
verzoening was er, toen de Christus aan het kruis uitriep: "Het is
volbracht!"
Toen kon God weer bij mensen wonen. Toen heeft Jezus de Heilige Geest
gezonden. Hij heeft Hem "uitgestort" d.w.z. in alle overvloed gegeven.
En Petrus zegt tegen de verzamelde Joden: Voor u is de belofte, nl. de
belofte van de Heilige Geest, - dat is de belofte aan Abraham: voor u
en voor uw kinderen. (Hand. 2; Gen. 17 : 7; Openb. 21 : 3; ; Rom. 8 :
23 Hand. 2 : 32, 33; Hand. 2 : 38, 39.
"De belofte van de Heilige Geest" wil zeggen: de belofte die bestaat
uit de Heilige Geest. De Heilige Geest is de belofte: God belooft
Zichzelf. Daarom heet de kerk de tempel van de Heilige Geest. De Geest
woont in de kerk. (Daarover meer in een volgende studie.)
Door het heengaan van Jezus Christus naar de hemel, de hemelvaart, werd
de kerk van God niet armer, maar juist rijker. De Geest werkt nu op de
aarde. Daarvoor heeft Christus Hem gezonden.
De Geest doet nog meer
We hebben gezien: de Geest schenkt de wedergeboorte; Hij geeft veel
gaven, Hij woont in de gemeente en in elk lid afzonderlijk, Hij brengt
door de verkondiging van het Woord tot geloof. Maar Hij doet nog meer.
Hij is ook de Geest van de "inspiratie". Hij heeft de bijbelschrijvers
zo geleid bij het schrijven, dat we mogen spreken van de onfeilbaarheid
van de Heilige Schrift; ja zo, dat we Hemzelf de Auteur van de bijbel
mogen noemen: "Door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van
Godswege gesproken". In Openb. 22 wordt de Heilige Geest genoemd: "De
Here, de God van de geesten van de profeten", dus van de
bijbelschrijvers.
Hij is ook de Geest van de "illuminatie" (verlichting). De gelovigen
ontvangen van Hem de "verlichting", zodat ze het Woord van God, de
bijbel, kunnen lezen en begrijpen. Hij geeft ze het inzicht daarin.
Daarbij zijn ze van niemand afhankelijk. Ze hebben immers allen de
Heilige Geest ontvangen. Vanaf het Pinksterfeest worden ze ermee
"gezalfd" .
Alle gelovigen gezalfd met de Geest
Die gave van de Geest werd vroeger uitgebeeld door het werkelijk
"zalven" met de zalfolie. Maar die "zalving" was slechts voor enkelen:
profeten, priesters, koningen. Nu is er de volheid van de Geest, niet
alleen over sommigen, maar over alle gelovigen.
Aan heel erg van elkaar onderscheiden kerkmensen, geeft Hij allerlei
verschillende gaven. Paulus vergelijkt de gemeente van Christus met een
lichaam. Zoals elk lid van een mensenlichaam anders is dan een ander
lid, met andere gaven en functies, zo is ook de gemeente van Christus.
Zoals alle leden van een lichaam samen het menselijk lichaam vormen en
zonder elkaar niet kunnen: zo ook de gelovigen. Ze vormen samen een
gemeenschap: het lichaam van Christus.
Ze zijn door één Geest tot één lichaam
gedoopt; "allen met één Geest gedrenkt". Dat maakt dat de
gemeenschap van de gelovigen een eenheid is.
En al die kerkleden hebben gaven van de Geest, zagen we: heel
onderscheiden gaven. Gaven die de één heeft moet hij nu
ook gebruiken voor de ander. Zo worden alle leden "begaafd", ook de
zogenaamd "onbegaafden" . Dat kunnen gewone, "creatuurlijke" gaven van
de Heilige Geest zijn, zoals ongelovigen die ook kunnen hebben, ook elk
verschillend. Maar het kunnen ook genadegaven zijn: gaven als (1 Cor. 3
: 16, 17 :1; COL 6 : 19; 2 Petr. 1 : 20, 21; 2 Tim. 3 : 16; Hebr. 10 :
15; Openb. 22 : 6; Joh. 2 : 27; II Cor. 12 : 12-31; Heid. Cat. vr/antw
55; Hand. 2 : 17, 18) vrucht van de Geest. De één heeft
de gave van barmhartigheidsbetoon, de ander die van goede en diepe
kennis van Gods Woord, nog een ander de bijzondere gave Gods Woord te
verklaren; weer een ander de gave van regering, of de bijzondere gave
van begrip en bemoediging. Het zijn alle gaven van de Geest. Gaven aan
alle gelovigen: ook aan kleine kinderen die geloven; aan jongens en
meisjes, evengoed als aan ouderen.
Bijzondere gaven
Bijzondere gaven ontvangen de geroepen ambtsdragers. Die krijgen
"ambtsgaven" , zodat ze met kracht kunnen spreken en handelen. Jezus
zegt tegen zijn apostelen en in hem tot elke ambtsdragers: "Ontvangt de
Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijt scheldt, die zijn ze
kwijtgescholden..." Door de Heilige Geest wordt hun toevertrouwd de
bediening van de tucht, die geldt bij God in de hemel.
Mensen begrijpen daar niets van; velen, zelfs kerkmensen willen het
niet van weten. Over de tucht is nogal wat te doen. Maar de Heiland
geeft juist daartoe Zijn Geest en gebiedt zo de tucht. Hij geeft de
gaven daartoe: gaven aan zondige, zwakke mensen. Want wat waren ze
zwak, die discipelen! Maar juist tóen kregen ze die gave
én die opdracht. Wettig geroepen ambtsdragers ontvangen die
kracht. Dan betekenen ze wat! Dan hebben ze autoriteit: maar een
gegeven autoriteit in diepe afhankelijkheid. (We komen op deze
kerkelijke tucht later terug.)
Maar je moet deze dingen weten, om in te zien, wat" je laten leiden
door de Heilige Geest" betekent. Er is helaas zoveel "eigenwillige"
godsdienst. We moeten niet verloren gaan en wie zich door de Geest
laten leiden zullen niet verloren gaan.
Lees eens wat het doopsformulier zegt over het werk van de Geest: "Wanneer wij in de Naam van de Heilige Geest gedoopt worden..." De Geest geeft ons veel: Jezus Christus maakt ons door Hem helemaal klaar voor de Grote Dag! Want de Heilige Geest "eigent ons toe" wat wij in Christus hebben. Over die "toeëigening" gaat een volgende studie. Hand. 20 : 28; Joh. 20 : 22, 23.
Lees hier eens verder: Gaven van de Heilige Geest



















