Jezus: Opgenomen in de hemel

   STUDIE-INDEX     DE HEILIGE SCHRIFT       CHRISTELIJKE SYMBOLEN

Lees de BijbelDe Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 315 - Jezus: Opgenomen in de hemel

Het feit van de hemelvaart

Grote eer bewees de Vader aan de Here Jezus toen Hij Hem opwekte uit de dood. De opstanding was het bewijs dat de schuld was voldaan. De straf door óns verdiend was door Christus gedragen. Alles was volbracht! Daarom kreeg Hij na zijn opstanding nog groter heerlijkheid: Hij werd opgenomen in de hemel.

Is dat werkelijk waar? Wie kan dat bewijzen? Wie heeft dat "ervaren"? In onze tijd wil men immers alleen geloven als men iets heeft ervaren! Alleen wat iemand zelf heeft ervaren is werkelijkheid en geldig. Wat men gelooft moet proefondervindelijk vastgesteld kunnen worden. Men moet het hebben "meegemaakt". Dan alleen is er zekerheid.

Nu, op die manier heeft (gelukkig maar) niemand zekerheid over de hemelvaart van Christus. Het binnengaan in de hemel heeft geen (Luk. 1 : 35) mens gezien. (Matth. 1 : 20) Als ons geloof afhangt van wat mensen hebben gezien staat het er niet best voor. Dat geldt voor alles wat de bijbelons over Christus vertelt:

-Hij is ontvangen van de Heilige Geest, dat is door niemand ge- zien.

-Hij werd door God Zelf verlaten en droeg zo de vloek van God - dat is door niemand gezien.

-Hij is opgestaan uit de doden, dat heeft geen mens gezien. Dat geldt ook voor de hemelvaart.

Toch zijn er telkens weer getuigen, al zijn het geen menselijke ooggetuigen.

 -Hij is ontvangen van de Heilige Geest; getuigen zijn twee engelen: één die het zegt tegen Maria en één die erover spreekt tot Jozef. Dat is voldoende: we weten het zeker .

-Hij is door God verlaten en droeg de vloek: de Heilige Geest getuigt daarover reeds in het Oude Testament; Jezus (Deut. 21 : 23) zelf getuigt het aan het kruis, en Paulus spreekt erover in de Mat th. 27 : 46 brief aan de Galaten. (Gal. 3 : 13) , Hij is opgestaan. Het feit zelf is door geen mens gezien, toch zijn er getuigen.

En nu de hemelvaart

Er staan twaalf mannen op de Olijfberg: elf leerlingen en hun Meester. Wat zien die elf? De voeten van de Meester laten de aarde los...! Hij gaat omhoog. Dan omgeeft Hem een wolk, .ze zien Hem niet meer. Hij is weg! Waarheen? Is Hij misschien ergens anders neergekomen? Wat ze gezien hebben kan geen vergissing zijn of een droom.

Als het nu slechts één leerling was die het gezien had. Hij zou zich vergist kunnen hebben.Hij zou het gedroomd kunnen hebben. Hij zou in de war kunnen zijn geweest. Maar ze waren met z'n elven! Ze hebben het allemaal gezien.

Waar ging Jezus heen? Dat vertellen twee hemelse getuigen, twee engelen: "Hij is opgevaren naar de hemel." (Hand. 1: 11)

Elf getuigen zagen zijn vertrek, twee hemelse getuigen weten van zijn aankomst. (Deut. 19 : 15) Opzettelijk heeft God ons zoveel getuigen gegeven. Zelfs rechterlijk, (Matth. 18 : 16) juridisch staat de zaak vast. (2 Cor. 13 : 1)

De Here vraagt geloof

En toch, het blijft een zaak van geloof. Zalig (gelukkig) is hij die niet heeft gezien en toch gelooft. (Joh. 20 : 29) Dat geldt voor alles wat ons van de Heiland wordt verteld: van zijn ontvangen zijn van de Heilige Geest tot de hemelvaart en verder.

Het is alles een zaak van geloven: voor vast en zeker houden van wat God ons in de bijbel vertelt. De Here eist geloof, roept tot geloof en werkt Zelf het geloof. Wie gelooft heeft eeuwig leven. (Joh. 3 : 16, 36) Daarom verbreekt de Here bij zijn leerlingen het ongeloof en de twijfel (Matth. 28 : 17)

Alle evangeliën spreken daarover. Jezus verwijt ze hun ongeloof (Marc. 16 : 11-1)(en maakt dat de geloven. (Luk. 24 : 25) ",

Voor een mens die succes wil zien is dat een moeilijke zaak. Wie (Luk. 24: 36-43) geïmponeerd wordt door grote kracht, wie alles Iaat afhangen van zichtbare vooruitgang, wordt altijd weer teleurgesteld.

De tijd tussen de hemelvaart en de terugkomst van Jezus Christus is de tijd van leven in het geloof! en niet in "aanschouwen", in "zien". (2 Cor. 5: 6-10) Maar wIe gelooft weet: Jezus is in de hemel. Dat is de zekerheid van het geloof. Die zekerheid te hebben is erg belangrijk.

Want wat betekent nu de hemelvaart van onze Heiland?

Bekroond en gekroond

Wie de bijbel nauwkeurig leest valt iets bijzonders op als het gaat over de hemelvaart van Christus. Eén bijbelschrijver, Lukas, vermeldt deze twee keer. Hij eindigt er zijn eerste boek mee, terwijl hij zijn tweede boek ermee begint.

In het "Evangelie naar de beschrijving van Lukas" vertelt de evangelist over het werk van de Here Jezus Christus toen Hij op aarde was.

IZo zegt Lukas dat zelf: "Mijn eerste boek heb ik gemaakt... over al (Hand. 1 : 1) wat Jezus begonnen is te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen. 

In zijn tweede boek, de Handelingen der apostelen, vertelt Lukas over de Here Jezus Christus, zoals Hij voortgaat te werken nadat Hij van de aarde is weggegaan: Nu vanuit de hemel.

Zijn verlossingswerk bekroond: 

De hemelvaart was een "ten hemelopneming". God heeft Jezus die eer gegéven. Maar Jezus heeft zelf die eer ook aangenomen. Het was de bekroning van zijn werk op aarde.

Na de verschrikking van dat leven van lijden, dat uitliep op het grote lijden aan het kruis, ontvangt Hij nu de heerlijkheid boven alles. Hij krijgt de "naam boven alle naam". Hij wordt "met heerlijkheid en (Fil.2 : 10) eer gekroond". leder moet voor Hem buigen, vrijwillig of tegen wil (Hebr. 2: 9) en dank.

Christus heeft de heerlijkheid teruggekregen die Hij bij de Vader had voor het begin van de wereld.

INaar die heerlijkheid verlangde Hij, toen Hij op aarde was. Om die (Joh. 17: 4) heerlijkheid bad Hij. Die heerlijkheid kreeg Hij toen Hij naar de hemel voer. Zo werd zijn werk bekroond.

Is het een wonder dat Lukas zijn eerste boek eindigt met de hemelvaart? God heeft het werk tot verzoening goedgekeurd en aan de Heiland de hoogste eer gegeven die op aarde en in de hemel bestaat. Op die heerlijkheid liep zijn lijden uit.

Als Koning gekroond

Lukas begint zijn tweede boek met de hemelvaart. Want Jezus heeft niet alleen heerlijkheid. Hij heeft ook macht.

Hij is gekroond om als Koning te heersen: als Davids grote Zoon. Niet over een klein rijk, zoals eens David. Als Zoon van Abraham (Gen. 12 : 3) in wie immers alle geslachten van de aarde gezegend zullen worden regeert Hij over de hele aarde. (Luk. 1 : 32, 33). De troon van de Zoon van David is in de hemel. (Luk 1 : 68- 75).

Wat dit betekent zullen we in een volgende les studie. (1 Cor. 15: 23-25) (Openb. 1 : 5)

Bij de hemelvaart wordt duidelijk: Dezelfde die eerst heeft geleden, heeft nu de hoogste eer en macht. Hij gaat als Heiland, Redder, Verlosser verder met zijn werk. Dat werk was niet afgelopen bij het einde van zijn aardse loopbaan. Toen begon de hemelse loopbaan van de Zoon van God als de mens Jezus Christus: verlossingswerk vanuit de hemel.

Hij heeft eerst de zonden verzoend en voor ieder die in Hem gelooft "heil" verkregen. Vanuit de hemel gaat Hij wereldwijd uitwerken, wat Hij eerst heeft verdiend. De Heiland is niet naar de hemel gegaan om alleen maar zelf te genieten en eer te ontvangen. Hij is er heen gegaan om vele mensen uit alle volken tot geloof en tot het echte leven te brengen.

Al zijn macht wendt Hij daartoe aan. Als Kóning zendt Hij zijn Geest uit en laat Hij zijn Woord verkondigen door zijn gezanten, zijn ambassadeurs: eerst de apostelen Petrus, johannes, Paulus en andere evangeliepredikers; later door andere mensen die het apostolisch Woord verkondigen en zo de heerschappij van deze Koning uitroepen. Ze roepen de mensen op Hem te dienen en zich door Hem te laten redden.

Die ambassadeurs van Koning Jezus zijn zwakke mensen. Maar ze (Hand. 1 : 8) worden gezonden en gaan in kracht, in Zijn kracht. (Fil. 4 : 13) (2 Cor. 4 : 7)

Alles wat vandaag in de wereld gebeurt wordt beheerst door de levende (2 Cor.12 : 9) en gekroonde Christus. Hij is de Koning van het Koninkrijk van God, dat eens de aarde en hemel zal omvatten.

Verdediger tegen aanklager

Christus is koning in glorie. Maar Hij is meer. We lezen in de Bijbel (Rom. 8 : 34) dat Hij "voor ons pleit", dat Hij onze "voorspraak bij de Vader is". (1 Joh. 2: 1) Dat is Hij niet voor iedereen, want Hij kan toornen en oordelen (lees psalm 2 maar!), maar voor ieder die in Hem gelooft. Hij komt voor hen op. Hij verdedigt ze. H,ij pleit zondaars vrij van schuld en in dat pleiten is Hij rechtvaardig. Want Hij heeft hun schuld geboet. Hij heeft voor hen betaald. En daarom spreekt en pleit Hij ze nu vrij: ze worden door God niet meer veroordeeld.

Mensen kunnen hen nog veroordelen en kwaad van hen spreken, maar God hoort naar Jezus Christus. Gelovigen hadden maar niet een Heiland, ze hebben er een. Ze kunnen, als ze om hun zonden bijna niet durven, toch vrijmoedig tot God gaan. In de hemel komt Jezus op voor bidders, voor mensen die vluchten tot Hem.

  naar top van deze pagina  

mail holyhome