Over
de Kerk gesproken
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
217 - Over de Kerk gesproken
Samenkomen en samenleven: in de kerk
Je eigen mening, de publieke
opinie, noch theoretische discussies zijn van belang of van invloed als
het gaat over God en Zijn werk in onze wereld. Het enige betrouwbare
is, watGod Zelf door de Heilige Geest in de Bijbel zegt. Dat geldt ook
voor de manier waarop de kinderen van God moeten samenkomen en
samenleven: in de kerk.
In de Bijbel komt dat woord 'kerk' niet voor. Maar dat is alleen maar
een kwestie van woordgebruik. De nederlandse vertalingen van de Bijbel
gebruiken voor 'kerk' een ander woord: 'gemeente'. In de grondtekst van
de Bijbel wordt een term gebruikt die Ietterlijk betekent: een
samengeroepen vergadering. En dat is wat we eigenlijk van de kerk
moeten weten. Er is Iemand die roept: kom! Door het werk van Zijn Zoon
Jezus roept God zondige mensen weer naar Zich toe. Zo ontstaat de
gemeente, de kerk.
Geloven zonder kerk?
Het blijkt uit enquêtes dat veel mensen, ook al behoren ze niet
tot een kerk, zichzelf daarom nog niet als 'ongelovig' beschouwen. Met
dat 'niet ongelovig' wordt dan meestal bedoeld een zeker gevoel of
vermoeden dat er toch 'iets' is, iets meer dan onze tastbare en harde
wereld. In plaats van die onbestemde gevoelens geeft God duidelijkheid,
voor wie Zijn Woord aanneemt. Maar dan komt ook de kerk ter sprake.
De kerk. Voor veel mensen roept dat woord de gedachte op aan zondagse "
verplichtingen, aan gevoelloze kerkelijke 'leerstellingen', aan
kerkelijke verdeeldheid. En bij het horen van het woordje 'kerk' , denk
je al gauw aan de mensen van die kerk, die zo vaak tegenvallen en zo
vaak in strijd , met hun geloof handelen. Geloven is goed, maar kan dat
niet beter zonder de kerk?
De Bijbel kent echter geen 'lospende gelovigen' .In het Oude Testament
zijn de gelovigen leden van één volk, kinderen van
één stamvader: Abraham. Ze vormen de natie Israël.
Toch is ook in die tijd de nationale eenheid niet het belangrijkste.
Het gaat om de eenheid van het geloof .
Abraham kreeg de belofte van God dat Hij vader van véél
volken zou worden. In het Nieuwe Testament kun je lezen, hoe die
belofte waarheid wordt. Na de hemelvaart van Jezus roept de Geest van
God mensen uit alle volken tot geloof. Hetzelfde (Gen. 15: 5,6) zelfde
geloof als dat van Abraham. (Gen. 17: 4-7) Die gelovigen uit allerlei
volken op aarde (Rom.4:11,17) zal voortbrengen. De eenheid van het
geloof maakt al die mensen nu tot één volk. Het volk van
God.
Eén kudde, één Herder
ledereen kent wel de versregel' de (Ps, 23) Heer is mijn Herder' .Zo
gaat God met Zijn volk om, als een herder met (Ps. 27: 21) zijn
schapen. Uit dat beeld spreekt (Ps, 78: 52) een liefderijke zorg. Als
schapen van (Jes 40 .11) de grote kudde. Ontvangen van hem leiding,
bescherming en verzorging. Ze zullen omkomen als de herder ze niet
terughaalt naar de kudde. God heeft Jezus gegeven als Herder .
Jezus zelf heeft daarover gesproken. (Joh. 10) Lees de prachtige
gelijkenis van de Goede Herder maar eens. De Goede Herder zet Zijn
leven in voor Zijn schapen. Als je dit verhaalleest, wordt in
één keer duidelijk, wat het betekent bij de kerk te
horen. Het betekent geleid te worden door de Goede Herder Jezus
Christus. Het betekent luisteren naar Zijn stem en gehoorzaam achter
Hem aangaan. Eén kudde, één Herder.
De stem van de Herder
Jezus is nu in de hemel, onze Herder is aan de rechterhand van Zijn
Vader. Toch kunnen Zijn schapen Zijn stem horen hier op aarde. Waar het
Woord van God in opdracht van Jezus verkondigd wordt, hoor je mensen
praten. Maar de eigenlijke spreker (Hebr. 1: 1) is Jezus, door de
Heilige Geest. (Hebr. 12: 25) De stem van de Herder is het gepre- dikte
Woord van God. Als je het boek Handelingen leest, zie je, dat het
luisteren naar die stem tot geloof brengt en ook, dat die stem de
gelovigen bijeenbrengt in gemeenten. De mensen die tot geloof kwamen en
zich tot God bekeerden worden (Hand. 11 : 21) daarna als
vanzelfsprekend de gemeente' genoemd.
De brieven aan de (Hand. 11: 26) Corinthiërs, de Galaten en de
Thessalonicenzen, worden evenals de brieven van Jezus in Openbaringen 2
en 3, dan ook geadresseerd aan de gemeenten, de kerken. Die adressering
staat blijkbaar gelijk aan de adressering die op andere plaatsen in de
Bijbel gebruikt wordt: 'De heiligen' of 'de heilige en gelovige
broeders (Phil. 1: 1)(Col. 1:2).
Mensen als herders
God roept mensen als u, om de stem van de grote Herder Jezus Christus
over te brengen. Daarom worden die (Joh.21:15-17) mensen ook herders
genoemd. Zij (Hand. 20: 28) zijn de onderherders onder de opperherder(1
Petr. 5: 1-4) Jezus. De eerste herders waren de apostelen. Zij hadden
de leiding in de eerste christengemeenten, (Hand.2 : 42) waar de
samenkomsten met regelmaat plaatsvonden. 'En zij bleven volharden bij
het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood
en de gebeden'. Het onderwijs, de eenheid met elkaar, het breken van
het brood bij het Avondmaal en het samen bidden hebben ook vandaag in
de zondagse bijeenkomsten hun plaats. Ook bij het 'liefdewerk' van de
gelovigen hadden de apostelen (Hand. 4 : 37) als dat nodig was, de
leiding. (2 Tim. 2: 2) De apostelen hebben de opdracht om te prediken
en leiding te geven (Hand. 14: 23) doorgegeven aan anderen. Ze stelden
'oudsten' of 'ouderlingen' aan en lieten weten, dat dat in alle
gemeenten (Tit.1 : 5) moest worden nagevolgd.
Wanneer een gemeente eenmaal op die manier geformeerd was, werd het
haar eigen taak om onder leiding van de 'ambtsdragers', de roeping door
te geven aan opvolgers. De eisen waaraan die opvolgers moesten voldoen
(1 Tim. 3) werden duidelijk bekend gemaakt. Onder hen die geroepen
waren herders te zijn, kwam op den duur een vaste taakverdeling tot
stand. Ze gaven namelijk gezamenlijk leiding aan de gemeente en waakten
over hun 'kudde'. Maar sommigen werden afgezonderd voor (1 Tim. 5: 17)
het werk van de prediking en het onderwijs.
Nu zijn dat de 'dienaren van het Woord', de predikanten. Voor de steun
aan armen en zieken en mensen in andere nood, de christelijke
barmhartigheid, werd het ambt (1 Tim. 3 : 8) van diaken ingesteld.
(Fil. 1: 1) Het herderschap van Jezus moet door middel van de drie
ambten, predikant, ouderling en diaken, concreet worden uitgeoefend.
Ten dienste van de Kudde die de Goede Herder met Zijn bloed gekocht
heeft.
Het Lichaam van Christus
'Gij zijt het lichaam van Christus en (1 Cor. 12: 27) ieder voor zijn
deelleden' .Lichaam van Christus, dat is een van de mooiste namen die
iedere gemeente van Jezus mag dragen. De Bijbel gebruikt voor Christus
en de Zijnen het beeld van het lichaam. Zoals bij een mens alle delen
van zijn lichaam één levend geheel vormen, zo vormen
Christus en Zijn gelovIgen ook samen één levend geheel.
Die intense eenheid is er vooral als de gemeente samenkomt aan de (1
Cor.10:16, 17) Avondmaalstafel. Door het werk en de verdienste van
Jezus is er nieuw leven voor de Zijnen. Zijn offer aan het kruis
betekende verzoening met God voor de gelovigen. Zoals een mens zijn
lichaam voedt, zo voedt Jezus Zijn lichaam, de gemeente (Ef. 5: 29).
Door de prediking van het Woord en aan de tafel van het Avondmaal
God geeft de leden van de kerk een nieuw, een met God verzoend leven;
dat is een gave die tot de gelovigen komt als ze luisteren naar Zijn
Woord. Het Avondmaal geeft die ge- lovigen zekerheid. Zo zeker als zij
tijdens het Avondmaal brood eten en wijn drinken, zo zeker is het ook
dat zij door Zijn lichaam (het brood) en door Zijn bloed (de wijn)
vergeving van hun zonden ontvangen. En een nieuw, eeuwig leven tegemoet
gaan.
Als je in Christus gelooft, Hem als je Verlosser aanvaardt, ontkom je
niet meer aan een plaats in de kerk. Uit liefde voor Hem móet je
een plaats in Zijn lichaam, de gemeente, innemen. Op die plaats, in de
kerk, ontvang je Zijn genadegaven ten volle; daar mag je Hem dienen,
daar heeft het schaap een Herder. Heeft de kudde één
Herder .



















