Jezus:
zijn Hemelvaart
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
213 - Jezus: zijn Hemelvaart
Ze zagen Jezus de aarde verlaten
Veertig dagen nadat Jezus uit de
dood was herrezen ging Hij met Zijn discipelen naar Bethanië, een
plaatsje vlakbij Jeruzalem. Met z'n twaalven, Judas was er immers niet
meer bij, kwamen ze op de Olijfberg. En daar gebeurde iets geweldigs.
Elf discipelen zagen Jezus de aarde verlaten. Zijn voeten lieten los
van de grond; Hij ging omhoog, steeds verder, totdat een wolk Hem aan
hun ogen onttrok. Elf totaal beduusde discipelen bleven achter, bleven
staren naar boven.
Jezus is naar de hemel gegaan
Elf mannen zijn getuige geweest van het feit, dat Jezus de aarde
verliet. Maar ze hebben niet gezien waar Hij heenging. Er zijn ook
getuigen die hebben gezien waar Jezus is aangekomen nadat Hij de aarde
verlaten had. (Hand.1:10,11) ...zie, twee mannen in witte klederen
stonden bij hen, die ook zeiden: Galilesche mannen, wat staat gij daar
en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de
hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als ge Hem ten hemel hebt zien
varen. ,
Die twee mannen in witte kleren waren engelen; twee getuigen uit de
hemel. Zij vertelden de discipelen waar Jezus was heengegaan. En nu
weten de volgelingen van Jezus dat uit de eerste hand. Er zijn dus
getuigen voldoende.
Elf, die op de aarde gezien hebben, hoe Jezus deze wereld ver- liet;
twee, die hebben gezien hoe Hij in de hemel is gekomen. Als een (Deut.
19: 15) zaak vaststaat op de verklaring van (Matth. 18: 16) twee of
drie getuigen, dan is de hemelvaart van Jezus een vaststaand feit. Wat
de apostelen nu zeker weten, het ene uit eigen waarneming, het andere
van de engelen, dat moeten zij alle mensen vertellen. Het is een feit,
het is echt gebeurd; Jezus, die is gestorven, is begraven, is ook naar
de hemel gegaan.
De betekenis van Zijn hemelvaart
De Bijbel vermeldt twee keer de hemelvaart (Luc. 24:50-53) van Jezus.
Beide keren is Lucas de schrijver. Lucas heeft twee (Hand. 1:1-11)
boeken van de Bijbel geschreven: 'Het Evangelie naar de beschrijving
van Lucas', en 'De Handelingen van de Apostelen'.
In zijn eerste boek, het evangelie, beschrijft Lucas wat Jezus gedaan
en gezegd heeft in de tijd dat Hij op aarde was. Dat was voor Jezus een
diep vernederende tijd; een vernedering die Hij onderging om ons. Dat
eerste boek van Lucas eindigt met de beschrijving van de hemelvaart van
Jezus. Lucas wil aan zijn lezers laten zien dat de vernedering van
Jezus uitliep op Zijn hemelvaart. Dat was het loon op (Filipp.2:9-11)
Zijn werk; Hij had dat verdiend.
In het tweede boek dat Lucas heeft geschreven vertelt hij wat Jezus
doet, nu Hij in de hemel is. Dat boek, de Handelingen, begint met de
hemelvaart van Jezus. Jezus gaat in de hemel niet 'op Zijn lauweren
rusten', maar Hij gaat daar wat dóen. Jezus heeft in de hemel
een ereplaats gekregen; rechts van God. Aan de rechterhand van God te
zitten is de hoogste plaats, die God in de hele (Hebr. 12:23,24),
schepping kan schenken. Jezus heeft féést in de hemel;
een feest waarin Hij Zijn volk wil laten delen. Daarom is die ereplaats
ook een 'werkplaats' voor Hem.
De Here Jezus Christus is nu aan de rechterhand van God. Dat betekent
vooral óók, dat Hij een plaats gekregen heeft,
dáár waar God Zijn wereldregering uitoefent. Altijd als
er in de Bijbel gesproken wordt over , de rechterhand van God' gaat het
over de regering die God uitoefent. De Bijbelplaatsen waar die
uitdrukking voorkomt zijn te veel om op te noemen.
Alleen al in de Psalmen wordt 24 keer over de rechterhand van God geschreven.
'De rechterhand des Heren, doet (Ps. 118:15-17) krachtige daden, de
rechterhand des Heren verhoogt, de rechterhand des Heren doet krachtige
daden!'
Het is zo iets bijzonders, dat Jezus Christus een plaats heeft gekregen
aan de rechterhand van God, dat in de Bijbel daar grote nadruk op
gelegd wordt. De hemelvaart van Jezus was een groots gebeuren. Maar het
betekent nog veel meer. Paulus schrijft daar heel indrukwekkend en
bemoedigend over in zijn brief aan de gelovigen in Rome. Hij juicht als
het ware: Christus is de gestorvene, wat meer (Rom. 8:31-39) is, de
opgewekte, die ter rechterhand God is, die ook .voor ons pleit. Wie zal
ons nog scheiden van de liefde van Christus?'
De Here Jezus Christus mag, nu Hij aan de rechterhand van Zijn Vader
zit, ook doen wat God alle eeuwen al doet: regeren. Vanuit de hemel
regeert Hij de aarde.
Aan Hem onderworpen
Vlak voor Zijn hemelvaart heeft Jezus gezegd: 'Mij is gegeven alle
(Matth. 28 : 18) macht in hemel en op aarde.' Jezus regeert als het
Hoofd van Zijn kerk. De Bijbel is daar erg nadrukkelijk over. God
'heeft alles onder Zijn voeten gesteld'. Dat betekent: alles is aan
Jezus onderworpen. God (I Col. I : 17-23) heeft 'Hem als hoofd boven al
wat is , gegeven aan de gemeente (de kerk), die Zijn lichaam is'.
In de hele wereldgeschiedenis, in alles wat er gebeurt op de aarde, in
grote en kleine dingen, is de kerk de spil waar alles om draart. Daarom
is het ook zo geweldig om een lid te zijn van de kerk van Jezus. De
kerk is Zijn 'lichaam' .De kerk leeft door Hem.
Er is buiten de kerk geen leven. Er is wel 'bestaan'. Maar geen
léven. Vanuit de hemel verzorgt Jezus de mensen in de kerk. En
laat Hij alles draaien óm de kerk. Wie werkelijk wil
léven, moet lid van Zijn kerk zijn. Buiten de kerk mag je niets
verwachten.
Alle mensen, die het evangelie nog niet of niet meer kennen, moeten
daarom met dat evangelie in aanraking gebracht worden. Dat is een taak
voor de mensen van Zijn kerk. Jezus zelf heeft het hun bevolen: 'Gaat
dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de
Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen
onderhouden al wat Ik u bevolen heb.'
Jezus regeert sinds Zijn hemelvaart vanuit de hemel heel de
geschiedenis van de wereld. Zijn regering dient de gelovigen en is op
hun heil gericht. Zijn regering is ook een oordeel voor wie niet
gelooft; voor die mensen zal het een verschrikking worden.
Feestvieren met Jezus
Als je in Jezus gelooft mag je samen met Hem feestvieren. Toen Jezus
naar de hemel ging heeft Hij de gelo- vigen vanuit de hemel een
feestelijk geschenk gegeven; Hij heeft hen getrakteerd. Jezus heeft
toen mensen tot een bepaalde taak in de kerk geroepen: de
'ambtsdragers'. Eerst waren (Ef. 4: 1-16) ren dat de apostelen. Maar
toen zij gestorven waren, heeft Hij aan de mensen in Zijn kerk
dominees, ouderlingen en diakenen gegeven. Zij hebben tot taak gekregen
alles wat (Ef. 4: 11) Hij verdiend heeft uit te delen: de vergeving van
de zonden en het kennen en het doen van de wil van God. Zij mogen voor
Zijn gemeente zorgen.
Paulus schrijft daarover in zijn brief aan de Efeziërs. Dat is een
moeilijk gedeelte uit de Bijbel. Ergens anders in de Bijbel staat
zelfs, dat Paulus vaak dingen schrijft, die 'moeilijk te (2 Petr. 3:
15,16) verstaan' zijn. Dat geldt ook voor het gedeelte waar hij
schrijft over de- ze zaken. Dat is niet omdat Paulus zo moeilijk
schrijft. Maar omdat hij zulke geweldige dingen schrijven moet. Als je
over de hemelvaart van Jezus moet schrijven en over de ga- ven die Hij
geeft vanuit de hemel, dan is dat erg moeilijk voor een mens. Het is
allemaal zo overweldi- gend, zo rijk.
In die brief aan de Efeziers schrijft Paulus, dat in het Oude Testament
de hemelvaart van Christus al is afgebeeld door een gebeurtenis die
toen plaats had. Het symbool van de (Sam. 4, 5) troon van God, de ark,
was toen buitgemaakt door de vijanden van Israël. Maar toen had
God die vijanden (1 Sam. 6) gevangen genomen' . God had hen helemaal
overweldigd. Zodat zij de ark wel moesten loslaten. Daarna heeft koning
David de ark van God
(2 Sam. 6; 5-9) naar Jeruzalem gebracht. Jeruzalem lag hoog. Daarom was
de tocht van de ark daarheen, ook een soort' opvaren' .Toen de ark was
opgevaren naar Jeruzalem op de berg Sion, was het feest. Koning David
heeft toen het hele volk Israël getrakteerd' .In de naam van God
zegent David het volk en' deelde uit aan het hele volk, zowel mannen
als vrouwen, ieder één broodkoek, één stuk
vlees en één druivenkoek'. Paulus haalt dan in dat
verband ook een (Ps. 68; 9) Psalm aan, Psalm 68, waarin de (Ef. 4; 8)
opvaart van de ark bezongen wordt. En dan schrijft hij, dat dat alles
nu werkelijkheid geworden is nu Jezus in de hemel is.
De gemeente van Christus wordt verrijkt met ambtsdragers in de kerk,
die het evangelie van de opgestane en naar de hemel gegane Jezus aan
iedereen die het maar horen wil vertellen en dat evangelie handhaven.
Zo zorgt Jezus vanuit de hemel voor Zijn kerk. Jezus is boven in de
hemel. De Zijnen wonen hier op aarde. Hij is het hoofd en zij zijn de
leden van Zijn lichaam. Alleen in de kerk maakt Jezus je rijk. Wie
buiten de kerk is blijft arm. Zo arm als hij door eigen schuld geworden
is.
De hemelvaart van Jezus betekent voor ons: Hij gaat voor ons zorgen .'
vanuit 'de heerlijkheid die Hij bij de (Joh. 17: 4-8) Vader had
éér de wereld was' .Al Zijn goddelijke majesteit mag Hij
gebruiken om voor ons te zorgen. ,"'
De hemel staat open
Jezus is op een heel bijzondere manier van de aarde naar de hemel
gegaan. 'En Hij leidde hen naar buiten Luc. (24:50-51) tot bij
Bethanië en hief Zijn handen omhoog en zegende hen. En het
geschiedde terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.' Jezus
nam af- scheid van zijn discipelen als een priester. Want dat opheffen
van de handen, zoals er hier van gesproken wordt, was iets dat alleen
de priesters in de tijd van het Oude Testament deden. Nadat zij het
offer gebracht hadden, hieven zij hun han-den op en zegenden het volk.
Jezus heeft Zijn volkomen offer gebracht. Nu heft Hij Zijn handen op en
gaat, terwijl Hij Zijn discipelen zegent, de hemel in.
Vanaf dat moment hoeft er geen offer meer gebracht te worden om de
zonden te verzoenen. Hij heeft dat offer eens en voor altijd gebracht
toen Hij stierf aan het kruis. Zijn zegen is permanent. Jezus, de
priester-koning, zegent vanaf Zijn Troon aan de rechterhand van Zijn
Vader , alle mensen voor wie Hij Zijn offer heeft gebracht.
Hij is een zegenende Regeerder. 'Wie zal ons scheiden van de liefde van
Christus?' De mens Jezus kon zomaar de hemel , binnengaan. Een mens als
wij. Maar ook de Zoon van God. Nu is de hemel niet meer gesloten voor
mensen. Want de mens Jezus is daar. Voor de léden van Hem is de
hemel nu lopen. Omdat Hij, een mens als wij, al in de hemel is, is dat
een garantie dat wij er ook zullen komen. Want wij horen bij Hem. Als
we door het gelóóf 'lid van zijn lichaam zijn' .
Hemelvaart heeft wortels in de bijbelse overlevering
Er zijn weinig figuren die zoveel sporen nagelaten hebben als juist
Henoch en Elia, de oudtestamentische hemelvaarders. Aan Mozes viel de
eer van een posthume hemelvaart ten deel. Zonder te weten wat de
hemelvaart van deze oud-testamentische persoonlijkheden teweegbracht,
is het onmogelijk de hemelvaart van Jezus op zijn juiste waarde te
schatten.
Henoch, de wandelaar met God
Het belang van Henoch is omgekeerd evenredig aan het luttele aantal
verzen dat in het Oude Testament aan zijn persoon is gewijd. Zijn hele
geschiedenis wordt in Genesis 5,21-24 binnen de geslachtslijst van Adam
kort samengevat. Wel is direct al duidelijk dat Henoch binnen deze
lijst een bijzondere plaats inneemt. Zo is het waarschijnlijk niet
toevallig dat hij de zevende is in de serie. Bovendien blijken
verschillende elementen af te wijken van het traditionele schema van
een geslachtslijst. Zo horen we tweemaal de ongebruikelijke zinsnede:
'Henoch wandelde met God', hetgeen een plastische uitdrukking is voor
een uitermate vroom leven. Normaal gesproken moet een dergelijk iemand
zeer oud worden. Henoch werd slechts 365 jaar, een zeer jeugdige
leeftijd voor iemand uit de voortijd, waar 900 jaar een redelijk
gemiddelde was. We vinden bij hem echter niet het gebruikelijke
doodsbericht. We horen van Henoch dat hij verdween, omdat God hem
wegnam. Dat dit deze vrome Henoch op jonge leeftijd overkwam, leverde
het bijkomende voordeel op dat hij geen slachtoffer werd van de
aanstaande zondvloed. Over het waarheen hij weggenomen werd, horen we
niets. Dit werd overgelaten aan latere speculatie.
De anekdote van de hemelvaart van Henoch lijkt, net als vele andere
verhalen uit de beginhoofdstukken van Genesis, in eerste instantie
geïnspireerd te zijn door de Babylonische en Assyrische
mythologie. De koningen die daar werden weggenomen, gingen net als
Henoch vertrouwelijk met God om. Deze nauwe relatie met God leverde
uiteraard grote kennis op van de gang van zaken in deze en de komende
wereld. De wijsheid van hemelvaarders is spreekwoordelijk. Het is dan
ook niet verbazingwekkend, dat Henoch een symbool werd van inzicht in
heden en verleden, maar vooral van de toekomstige eindtijd. Zo horen we
in Sirach 44,16 dat hij een toonbeeld van wijsheid voor alle geslachten
was. Vooral in de pseudepigrafische intertestamentaire literatuur werd
dit meer inhoudelijk uitgewerkt in de twee op zijn naam gezette 'Boeken
van Henoch'.
Aan mensen die de wijsheid bezitten maar zijn weggenomen, heeft men
weinig. Het voordeel van een hemelvaart is echter dat de persoon in
kwestie niet dood is en dus kan terugkeren om zijn kennis te kunnen
overdragen. Die terugkeer of te verwachten terugkeer vormt dan ook een
essentieel onderdeel van het genre 'hemelvaartsverhalen'. Het precieze
tijdstip van die terugkeer is en blijft onduidelijk. Wel gaat men ervan
uit dat zij op een keerpunt van de geschiedenis verwacht mag worden.
Het aanbreken van de messiaanse eindtijd is daarvoor een ideale
gelegenheid.
Mozes, een posthume hemelvaarder
Als we ons alleen tot het Oude Testament zouden beperken, hoort Mozes
niet in het rijtje hemelvaarders thuis. Mozes stierf bij wijze van
spreken zelfs voortijdig. Over het feit dat hij zeer vertrouwelijk met
JHWH omging, bestaat gezien Exodus 33,11 geen enkele twijfel. Toch
verloor hij in het zicht van het beloofde land zijn vertrouwen even.
Dat had zijn consequenties. Mozes die met JHWH onder andere op de Sinai
oogcontact had gehad, moest net voor het bereiken van zijn doel de
leiding afstaan aan Jozua. JHWH was onverbiddelijk en Mozes stierf op
een steenworp afstand van het land van melk en honing. Daarmee leek de
kous af. De latere traditie was echter aanzienlijk minder
onverbiddelijk tegenover deze Mozes, die veertig woestijnjaren lang
zijn uiterste best had gedaan om Israël in het juiste spoor te
krijgen. Een aanknopingspunt voor zijn rehabilitatie was de notitie in
Deuteronomium 34,6, waarin staat dat niemand tot op heden weet waar
zijn graf ligt.
Mogelijk was dus ook hij alsnog ten hemel opgenomen. Het feit dat Elia,
die in vele opzichten een tweede Mozes was, dit ook was overkomen, kon
dit gevoel alleen maar versterken.
Hoe dan ook, het is interessant
dat precies ten tijde van het leven van Jezus een pseudepigrafisch
geschrift het licht zag met de veelzeggende titel 'De tenhemelopneming
van Mozes'. Het is net als de boeken van Henoch een apocalyptisch
getint werk, dat inzicht wil geven in het wel en wee van de komende
eindtijd. Wat in ieder geval leek vast te staan was, dat een gelouterde
Mozes in die eindtijd zijn opwachting zou maken.
Zijn verschijning bij de verheerlijking op de berg Tabor berust dan ook niet op toeval.
Elia, een tweede Mozes, Elia is de man van de strijd tegen de
Baälpolitiek van het Huis van Achab. Hij handelde volgens het
woord van JHWH, het geen hem in 1 Koningen 18 op de berg Karmel een
klinkende overwinning opleverde op deze door Jezebel vanuit
Fenicië geïntroduceerde vruchtbaarheidsgod. Net als Mozes
maakte Elia echter op het laatst een klein vertrouwensfoutje. Door zijn
angst voor de bedreigingen van Jezebel liet hij het woord van JHWH
links liggen, met het gevolg dat hij na een veertigdaagse woestijntocht
op de berg Horeb te horen kreeg dat niet hij maar een opvolger zijn
werk zou afmaken. Dit zou Elisa worden, wiens naam 'God redt' de naam
van Mozes' opvolger Jozua 'JHWH redt' oproept. Deze Elisa zou de eerste
getuige van een hemelvaart worden. Vergezeld door vijftig
collega-profeten daalde hij samen met Elia af naar de oever van de
Jordaan. Daar wordt de neerwaartse beweging omgezet in een opwaartse.
Elia wordt er door JHWH in een stormwind ten hemel opgenomen. Elisa is
de enige die dit ziet en bijgevolg de twee delen van Elia's geest erft
die volgens Deuteronomium 21,17 het aandeel zijn van een eerstgeborene.
Hij zal zich daarna inderdaad als een tweede Elia ontpoppen.
De rol die Elia speelde in de strijd tegen de Baälpolitiek van het
Huis van Achab mag niet onderschat worden. Toch valt hij in het niet
bij het belang dat door de latere traditie aan Elia na zijn hemelvaart
werd toegekend. Ook hij zal terugkeren en een belangrijke rol aan het
einde der tijden spelen. Maleachi 3,23-24 laat hierover geen twijfel
bestaan: 'Zie, Ik ga u de profeet Elia zenden voordat de dag van JHWH
komt, de grote, vreeswekkende dag. En hij zal het hart van de vaders
naar de zonen keren en het hart van de zonen naar de vaders, zodat Ik
niet behoef te komen om het land met de ban te slaan'. Deze tekst van
Maleachi wordt geciteerd door alle synoptici (zie o.a. Mt. 17,1 l).
De terugkeer van Elia betekent herstel van recht, van vrede en het
begin van het messiaanse tijdperk. Het feit dat er tijdens de
jaarlijkse sedermaaltijd zoals we al gezien hebben voor de aanstaande
Elia alvast een glas wijn apart werd gezet, een stoel werd gereserveerd
en de deur op een kier werd gezet, moge dit illustreren.
Wie is de teruggekeerde Elia?
Met de geboorte van Jezus, wiens naam opnieuw 'JHWH redt' betekent, was
volgens zijn volgelingen de messias geboren en dus de messiaanse
eindtijd aangebroken. De verrijzenis is hiervan uiteindelijk het
sluitend bewijs. De verwachte terugkeer van hemelvaarders als Henoch,
Mozes en Elia zou men als een nadere bevestiging kunnen beschouwen van
het begin van die eindtijd. Henoch laat het in het Nieuwe Testament een
beetje afweten. In de evangelies wordt hij niet genoemd. Wel valt zijn
naam in Hebreeën 11,5, maar daar lezen we alleen dat hij vanwege
zijn geloof is opgenomen. Over zijn eventuele terugkeer wordt niet
gesproken.
Wel keurig op tijd zijn Mozes en Elia als vertegenwoordigers van de Wet
en de Profeten present en flankeren Jezus bij zijn verheerlijking op de
Tabor. Met name Elia meende men in het Nieuwe Testament daarvoor al
gesignaleerd te hebben. Zo rees de vraag of Johannes de Doper mogelijk
de langverwachte Elia was. Jezus zelf leek in Mattteüs 11,14 deze
conclusie te trekken, maar de evangelist Johannes ontkent in 1,21 op
zijn beurt de juistheid van deze identificatie. Ook bij Jezus zelf werd
de mogelijkheid opengehouden dat hij de voorloper van de komende
messias zou kunnen zijn en eventueel met Elia geïdentificeerd kon
worden. Teksten als Matteüs 16,13-16, Marcus 8,7-20 en Lucas
9,18-21 brengen de onzekerheden duidelijk aan het licht. Het is Petrus
die uiteindelijk de knoop doorhakt door te stellen dat Jezus niemand
minder was dan de langverwachte messias zelf. Het feit echter dat zowel
Johannes de Doper als Jezus voor mogelijke reïncarnaties van Elia
werden gehouden, maakt duidelijk hoezeer men op de terugkomst van deze
profeet zat te wachten en ervan overtuigd was dat de tijd daarvoor meer
dan rijp was.
De verheerlijking op de Tabor
In alle drie synoptici staat het verhaal van de verheerlijking op de
berg Tabor tussen het verhaal over de doop van Jezus en dat over zijn
verrijzenis en hemelvaart in letterlijke zin centraal. Het is duidelijk
dat er nauwe verbindingen tussen deze verhalen bestaan. Zo klinkt er in
het 'dit is mijn Zoon' op de Tabor onmiskenbaar het 'dit is mijn Zoon'
van de doop door Johannes in de Jordaan aan het begin van de evangelies
door. Aan de andere kant roepen alleen al de terugkeer van zowel Elia
als Mozes de hemelvaart van Jezus aan het einde van dezelfde evangelies
op. In feite lijkt de verheerlijking op de berg Tabor een soort
voorproefje van de goddelijke Jezus na zijn verrijzenis en de daarmee
verbonden hemelvaart.
De verheerlijking op de berg Tabor kan gezien worden als een
tussentijds hoogtepunt in de pogingen Jezus als de langverwachte
messias te profileren. Woorden alleen waren daarvoor niet voldoende.
Zijn boodschap moest net als die van Mozes en Elia bevestigd worden
door wonderen en tekenen. Door parallelle tradities als spijswonderen
en dodenopwekkingen in de evangelies wordt op z'n minst al de
herinnering aan deze twee messiaanse voorlopers opgeroepen. We zagen
dan ook al dat mensen dachten dat ze misschien met Elia te doen hadden,
terwijl Petrus uiteindelijk de juiste conclusie trok. De duidelijkste
bevestiging dat Jezus inderdaad de messias was, kon uiteraard alleen
uit de hemel komen, zoals we bij de doop in de Jordaan en de
verheerlijking op de Tabor inderdaad zien. In het laatste geval krijgen
we midden in de evangelies vooraf een glimp te zien van Jezus hoe hij
er uiteindelijk na zijn verrijzenis en hemelvaart ongeveer uitgezien
moet hebben. Het lijkt een troostrijk tegenwicht te vormen voor het net
daarvoor aangekondigde onvermijdelijke lijden. Het is dan
waarschijnlijk niet toevallig dat uitgerekend de drie leerlingen die
later in de hof van Getsemane aanwezig waren, van dit schouwspel
getuigen zijn. Jammer is alleen dat ze hierover volgens de synoptici in
ieder geval tot na de verrijzenis niets mochten of wilden zeggen (zie
o.a. Mc.9,9).
De beschrijving van de verheerlijking op de berg Tabor gebeurt aan de
hand van beelden uit het Oude Testament. Ook in dit opzicht staat Jezus
in de lijn van de traditie. Opvallend is dat de beelden voornamelijk
zijn ontleend aan het verhaal van de woestijntocht onder leiding van
Mozes, beelden die men ook in de latere apocalyptiek telkens weer kan
tegenkomen. Zo vinden we het beeld van de 'wolk' waarin JHWH zijn volk
toespreekt en het beeld van de 'tent' waarin gehuisd wordt. Meer
algemeen is het symbool van de 'berg' waar God en mens elkaar
ontmoeten, zoals bijvoorbeeld op de Sina:i of de Horeb. Het glanzende
gelaat roept dat van Mozes in Exodus 34,29 op, terwijl ook de witte
kleding voor een kenner van Daniël niet bepaald nieuw in de oren
klinkt (vergelijk Da.7,9;10,5). Het is hetzelfde merk kleding waarin de
vrouwen van Marcus 16,5 een hemelse jongeling in een verder zeer leeg
graf ontwaren en waar een hemels figuur zich in een boek als de
Apocalyps in dient te hullen om herkenbaar te blijven (vergelijk
Ap.1,12-16; 4,4; 7,9).
De hemelvaart van Jezus
Is met de terugkomst van Mozes en Elia bij de verheerlijking op de
Tabor het onderwerp hemelvaart in het Nieuwe Testament al aangestipt,
de feitelijke hemelvaart vinden we na Jezus' dood en verrijzenis.
Overigens melden alleen Lucas en Marcus deze gebeurtenis uitdrukkelijk
aan het slot van hun evangelie, waarbij men overigens wel moet bedenken
dat Marcus 16,19 hoogstwaarschijnlijk onderdeel van een latere
toevoeging vormt. Hoewel ook andere evangelisten, en met name Johannes
(zie Joh.6,64; 7,33; 13,13; 16,5-10 en 20,17-18), niet onbekend met dit
thema waren, blijft Lucas als enige over die de hemelvaart ook echt aan
het eind van zijn evangelie vertelt. Overigens is zelfs ook Lucas 24,51
niet geheel onomstreden. De zinsnede 'Hij werd ten hemel opgenomen'
ontbreekt in een aantal oude handschriften, hetgeen kan impliceren dat
er alleen nog staat dat Jezus zijn leerlingen zegent en zich
verwijdert. Waarschijnlijk werd er aanvankelijk geen onderscheid
gemaakt tussen de opgaande lijn van Jezus' opwekking en de doorgezette
opwaartse beweging van het komen bij zijn Vader. Pasen en Hemelvaart
vielen dus, net als Pinksteren bij Johannes, op één dag.
Lucas heeft echter ook nog een vervolg op zijn evangelie geschreven.
Daarin heeft de hemelvaartstraditie definitief haar eigen plaats
gekregen. Het gaat hier om het boek Handelingen. In Handelingen 1,9
horen we hoe Jezus omhoog werd geheven en door een wolk die ons uit het
Taborverhaal bekend zou moeten voorkomen
- aan het oog werd onttrokken. Volgens Lucas zijn alle leerlingen daar
getuigen van. Net als de enige getuige van Elia's hemelvaart, Elisa,
ontvangen of erven zij met Pinksteren de geest van hun meester en
zullen als zijn opvolger en representant verder door het leven gaan.
Dat zijn in feite de consequenties van de hemelvaart en die lijken
interessanter dan de hemelvaart zelf. Overal, of het nu de hemelvaart
van Henoch of die van Jezus betreft, zien we dat de eigenlijke
hemelvaart één of minder dan één vers in
beslag neemt.
In het perspectief van hemelvaart
De verrijzenis van Jezus bewees dat de messiaanse eindtijd was
aangebroken, hetgeen reeds aangeduid was door de terugkeer van Mozes en
Elia. De jonge kerk dacht aanvankelijk dat daarmee ook het definitieve
einde der tijden nu elk ogenblik kon plaatsvinden. Het is geen toeval
dat in Handelingen 1,6 de vraag klinkt: 'Heer, gaat Gij in deze tijd
voor Israël het koninkrijk herstellen?'.
Binnen dit concept betekende een hemelvaart en een daaraan gekoppelde
terugkeer in feite een tamelijk zinloos tijdverlies. Dit was mogelijk
één van de redenen waarom de gedachte aan een hemelvaart
van Jezus zich relatief laat ontwikkelde. Naarmate de definitieve
eindtijd uitbleef, kon een hemelvaart alsnog gestalte krijgen. Over hoe
het verblijf in de hemel er uitziet horen we weinig. Volgens Marcus
16,19 zit Jezus daar aan de rechterhand van God waar hij volgens
Psalmen 110,1 inderdaad thuishoort. Net als Henoch, Mozes en Elia was
men bij de hemelvaart meer geïnteresseerd in de uiteindelijke
terugkeer. Dat is het waar het wachten op is. In de tussentijd blijft
Jezus inspirerend in de wijsheid van zijn geest present.
Dat voor de achterblijvenden de hemelvaart van Jezus in eerste
instantie het wachten op zijn terugkeer betekent, houdt bepaald geen
wachten in ledigheid in. Er wordt zelfs geen pauze gegund. Als Jezus in
Handelingen 1,9 door een wolk aan de ogen van zijn leerlingen wordt
onttrokken, staan er meteen twee mannen in de bekende witte kleding
paraat om de intussen klassieke vraag te stellen: 'Wat staat ge naar de
hemel te staren?' Net als Jozua het werk van Mozes, en Elisa dat van
Elia voortzet, moeten de leerlingen dat doen bij het werk van Jezus. Ze
hebben aan het eind van de evangelies een duidelijke opdracht gekregen:
verkondiging en bekering (zie o.a. Mt.28,19-20). Zoals Jezus beloofd
had zal hij hen echter in de tussentijd niet in de steek laten. Ze
erven zijn geest en daarmee ook de kwaliteiten hun woord met tekenen
kracht bij te zetten zoals onder meer in Marcus 16,17-20 toegezegd was.
De resultaten daarvan zien we in het boek Handelingen. Genezingen en
geestuitdrijvingen vinden we daar te over.
Het feit dat we de meest duidelijke verwijzing naar de hemelvaart van
Jezus niet aan het eind van de evangelies, maar aan het begin van
Handelingen vinden, moge illustreren dat deze hemelvaart minder als een
afsluiting dan wel als het begin van een nieuw tijdperk gezien moet
worden. Hier ontstaat immers de jonge kerk die voor verkondiging in
Jezus' geest zijn invloed in steeds ruimer wordende geografische
golfbewegingen uitbreidt. De hele structuur van Handelingen wordt
hierdoor bepaald. Het is een proces dat dient door te gaan tot Jezus'
terugkeer. De leerlingen waren de eerste erfgenamen van Jezus' opdracht
tot verkondiging en doop. Wij op onze beurt zijn hun erfgenamen en
hebben precies dezelfde opdracht. We erven echter niet alleen de
opdracht, maar ook de inspiratie van de door Jezus aan zijn leerlingen
gegeven geest. Theoretisch zouden we zelfs in staat moeten zijn de
juistheid van Jezus' boodschap met tekenen te onderstrepen. Het zullen
alleen tekenen van onze tijd zijn.



















