De
Heer komt wéér !
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie 124 - De Heer komt wéér
Laatste tijd aangebroken - de Eindtijd
De kracht van het Goddelijke
woord zal een ieder duidelijk worden als de laatste tijd gekomen is,
want er lopen heel veel draden van de hemel naar de aarde. Overal ter
wereld zendt God Zijn Woord naar de mensen toe die het gedeeltelijk
door hun gedachten, confrontatie met de Bijbel, confrontatie met
gelovigen of door de innerlijke stem vernemen, en overal zal zijn Woord
de mensen kracht brengen.
De Eindtijd is de laatste tijd van de menselijke geschiedenis, zoals
wij die kennen. Dat betekent niet, dat de mensen en de aarde, zoals wij
die kennen, totaal zullen worden vernietigd. Het betekent wel, dat de
aarde zal worden herschapen door Onze Heer Jezus Christus bij Zijn
Wederkomst in heerlijkheid. Er zal een Nieuwe Aarde ontstaan. En het
betekent, dat de mensen, die dan nog - bij de Wederkomst - op de oude
aarde in leven zullen zijn, mogelijk miljoenen mensen, zullen overgaan
naar de Nieuwe Aarde, alwaar geen zonde meer zal zijn, geen ziekte,
geen pijn, geen lijden, geen dood, geen bezoedeling. De Nieuwe Aarde is
in feite het Herstelde Aards Paradijs. Echter, zoals elke geboorte van
een nieuw mensje gepaard gaat met pijn en weeën, zo zal ook de
overgangstijd naar de Nieuwe Aarde een tijd van pijn en lijden en
ellende en strijd en oorlog zijn. Men geeft van oudsher die
overgangstijd de naam Eindtijd, of Tijd van de Laatste Dagen. De
Eindtijd is al eigenlijk al begonnen. En op dit moment bevinden wij ons
al volop in het begin van de Laatste Dagen. De Wederkomst kan niet ver
meer zijn volgens de bijbelse boodschappen. Al mogen wij dag en uur
niet kennen, de periode kennen wij wel bij benadering. De bijbelse
profetieën laten verstaan, dat de Wederkomst wel eens dichterbij
zou kunnen zijn dan wij vermoeden..
Kenmerken van onze tijd
Denk eens na over wat de profeet Daniël, Babel, 605-535 v.
Christus, eeuwen geleden schreef en de overeenkomst met het heden:
Het is werkelijk frappant hieronder te lezen hoe precies de
profeet Daniël ongeveer 600 jaar vóór Christus onze
tijd heeft gekarakteriseerd, toen hij schreef over de oorzaken van de
Babylonische gevangenschap, die het Joodse volk destijds heeft
ondergaan. Alles, wat gold voor het Joodse volk van de dagen
vóór de Babylonische gevangenschap (welke een zware
kastijding en een grote straf inhield), geldt heden precies zó
voor onze tijd.
Daniël (9,4-14): « Ik bad tot Jahweh, mijn God, en legde
deze schuldbekentenis af: Ach, mijn Heer: Gij zijt de grote en
ontzaglijke God, die het verbond en de genade gestand doet aan hen, die
Hem liefhebben en Zijn geboden volbrengen. Maar wij hebben gezondigd en
kwaad gedaan: Wij hebben misdreven en ons verzet, wij zijn afgeweken
van Uw geboden en wetten.
Wij hebben niet naar de profeten, Uw dienaars, geluisterd, die in Uw
Naam tot onze koningen hebben gesproken, en tot onze vorsten en
vaderen, tot het ganse volk van het land. ... want wij hebben gezondigd
tegen U. Zeker, bij de Heer, onze God, is erbarming en vergeving, maar
wij bleven tegen Hem in verzet, en luisterden niet naar de stem van
Jahweh, onze God, om volgens de wetten te leven, die Hij ons had
gegeven door de profeten, Zijn dienaars. Heel Israël [lees ook: de
katholieke Kerk] heeft Uw wet overtreden, heeft U verlaten, en niet
naar Uw stem willen horen. »
3. « Zo werden over ons de vloek en de eed uitgestort, die in de
wet van Mozes, de dienaar Gods, staan geschreven; want wij hebben
gezondigd tegen Hem. Daarom ook deed Hij Zijn woord gestand, dat Hij
gesproken had tegen ons en onze leiders, die ons bestuurden: Dat Hij
een rampspoed over ons zou brengen, zó groot, als er nog nooit
onder de hemel, als er in Jeruzalem nog nooit was geweest. Al die
rampspoed moest [lees: moet] ons treffen, ... omdat wij Jahweh, onze
God, niet hadden vermurwd, door ons te bekeren van onze zonden, en te
denken aan Uw getrouwheid. Zo bleef Jahweh bedacht, het onheil over ons
uit te storten: Want Jahweh, onze God, is rechtvaardig, in al wat Hij
doet, en wij luisterden niet naar Zijn stem ! »
God laat mens niet alleen
Waar echter het rechtstreeks gebrachte Woord de medemensen gebracht
wordt, daar zullen ook zij gesterkt worden als zij het gelovig aannemen
en zich aan zijn werking toevertrouwen. Want dat is zeker, dat God de
mens niet zonder hulp zal laten in een tijd met heel veel kwellingen en
grote moeilijkheden, en die buitensporig veel kracht vereist. Daarom
zegent Hij Zijn woord met zijn kracht, opdat allen die het woord
vernemen deze kracht bemerken als zij gelovig zijn. De kracht van de
Heilige Geest zal dit bewerken.
Vijand machteloos
Gods tegenstander zal zijn gehele macht ontplooien en zal proberen
alles neer te halen wat hem geen weerstand biedt, want het woord van
God is het beste wapen tegen hem. Het woord van God beschut de mensen
voor zijn aanvallen, want met zijn Woord is God zelf bij de mensen en
tegen Hem is de vijand machteloos. Heerlijke zekerheid is dit !
Als de mens gelovig is behoeft hij niets te vrezen, wat ook over hem
komen mag. Wel zal de wereld met alle middelen proberen zijn geloof te
frustreren en zal hem willen dwingen het geloof op te geven. Maar het
Woord van God is sterker dan de wereld. Wie dat woord aanvaardt en
bezit luistert niet naar de stem van de wereld, hij is dichter bij God
dan bij de wereld en Gods kracht doorstroomt hem en die mens blijft ook
met God verbonden door zijn Woord.
In de laatste tijd echter, het einde der tijden, zal er iemand opstaan
en het woord van God luid en duidelijk hoorbaar de mensen prediken. De
Geest Gods, de Heilige Geest dus, zal hem begeleiden en Zich door hem
openbaren. Zijn woorden zullen indrukwekkend zijn en ook in de rijen
van de tegenstander niet zonder uitwerking blijven. Hij zal vervolgd
worden door hen die de wereld toebehoren, maar zij zullen niets tegen
hem kunnen uitrichten tot zijn missie op aarde vervuld is. Hij zal de
wederkomst van de Heer verkondigen en de mensen hun onrechtvaardigheid
voorhouden. Hij zal ze leren over dingen die hun nog vreemd zijn. Hij
zal ze tot liefde aansporen en de liefdeloosheid aan de kaak stellen in
scherpe bewoordingen. Hij zal zonder vrees spreken en de mensen zoeken
te winnen voor het rijk van God. Van zijn woord zal een kracht uitgaan
die de waarheid bevestigt van wat hij spreekt. God de Heer zal door de
mond van Zijn dienaar op aarde spreken, en velen zullen Zijn stem
herkennen. Maar op het laatst zal hij gegrepen worden, want satan
drijft de mensen die van hem afhangen daartoe aan.
Het duurt niet lang meer
Maar dan is ook de komst van de Heer niet ver meer, want dan heeft de
liefdeloosheid op aarde haar hoogtepunt bereikt en zelfs de gelovigen
zijn in uiterst gevaar te gaan weifelen. En dan komt de Heer zelf om de
Zijnen tot zich te halen om ze te redden uit het geweld van hen die aan
de duisternis toebehoren, want door hen zullen dingen gebeuren die
niemand zich kan voorstellen.
De Bijbel spreekt op verschillende manieren over Christus wederkomst
- Als een dief in de nacht (I Thess 5:2)
- Datum onbekend (Mat. 24:42)
- Op de wolken (Hand 1:11)
- Het heelal raakt van zijn stuk (Mat. 24:29)
- Zijn komst is als de bliksem (Mat. 24:27)
- De graven gaan open (Joh. 5:28,29)
- De gelovigen gaan God tegemoet (I Thess. 4:16,17)
Openbaringen 21 :1-5¶
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel,
en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.
En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de
hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is.
En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God
is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken
zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen
afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch
moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.
DE URE DER VERZOEKING - 1 -
Laten wij beginnen met het lezen van Openbaring 3:10 en 11.
“Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten,
zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele
wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom
spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme”.
Het eerste onderwerp, dat wij willen behandelen is: Waartoe dient deze
ure der verzoeking, waardoor komt zij en waaruit bestaat zij?
Wij zien in dit Schriftgedeelte, dat de Here Jezus ons aangezegd heeft,
dat er aan het eind van deze tijdsbedeling der genade een ontzettende
ure der verzoeking zal komen over de hele wereld. Dit is niet de gewone
allerdaagse verzoeking, zoals die op ieder mens aankomt en het gaat ook
niet om de verzoeking, die bijzonder het deel is van Gods kinderen, tot
wie de verzoeker komt om hen te verleiden en te misleiden en te
bedriegen. Het gaat ook niet om de bijzondere verzoeking aan het eind
van deze tijd, maar het gaat om een heel apart soort van verzoeking,
die niet voor Gods kinderen komt, maar voor hen, die op de aarde wonen.
Lees wat er staat en gij hebt wat er staat! Er staat: “zal ook Ik
u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen
zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen”. Wat zijn dit
voor mensen?
Zoals dit in onze vertaling staat, zou dit gelden voor alle mensen, die
op de aarde wonen; want wij, Gods kinderen, wonen ook op de aarde. Maar
dat is de betekenis van dit woord niet. Wij vinden deze uitdrukking
verschillende malen in het boek de Openbaring genoemd en het is wat
onduidelijk vertaald.
Het gaat hier om mensen, die van de wereld zijn, die de wereld
toebehoren en liefhebben en van de aarde hun vaste woonplaats willen
maken, een blijvende woonplaats en dus niet naar God, niet naar de
hemel willen. Over hen komt deze ure der verzoeking en dan verstaan wij
wel, dat dit een heel apart soort verzoeking is, waar wij later op in
zullen gaan.
Nu willen wij eerst zien, waartoe deze ure der verzoeking dient. Wij
weten uit het Woord, dat God verschillende tijdsbedelingen aan de mens
gegeven heeft door de loop der eeuwen heen. De eerste tijdsbedeling was
de tijdsbedeling van het Paradijs, die begon bij de schepping van Adam
en eindigde bij de uitdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs.
Hoelang deze bedeling geduurd heeft, weten wij niet. De tweede
tijdsbedeling is die onder het geweten. God stelde de mens onder het
geweten. Het begon na de uitdrijving uit het Paradijs en eindigde bij
de zondvloed. De derde tijdsbedeling kenmerkt zich, dat de aarde onder
menselijk bestuur gesteld werd, met andere woorden, God stelde de
overheid aan.
Zij begon na de zondvloed en eindigde definitief bij de roeping van
Abraham. Eigenlijk had het zijn einde al gevonden, toen God de
spraakverwarring bracht bij de torenbouw van Babel. De vierde
tijdsbedeling kennen wij uit de Schrift als de tijdsbedeling onder de
patriarchen, de aartsvaders. Zij begon bij Abraham, die door God
geroepen werd en eindigde, toen het nakomelingschap van deze
aartsvaders slaven in Egypte geworden waren. De vijfde tijdsbedeling
kennen wij uit de Schrift, als de tijdsbedeling onder de wet.
Het begon bij de uittocht uit Egypte onder Mozes, waar God in de
Sinaï de wet heeft gegeven en het eindigde, toen zij Christus, die
onder de wet geboren was, naar die wet leefde en die veroordeeld werd
in volkomen overtreding van die wet. Zij meenden Hem naar die wet te
veroordelen, maar hebben daarbij de wet in alles overtreden. Deze
tijdsbedeling eindigde aan het kruis, want Jezus aan het kruis is het
einde der wet. De zesde tijdsbedeling, waarin wij nog altijd leven, is
de tijdsbedeling der genade. Hierna komt er ook nog een zevende
tijdsbedeling, maar daar gaan wij nu niet op in. Al deze bedelingen,
zie tekening van Clarence Larkin.
Nu hebben alle tijdsbedelingen dit met elkaar gemeen, God geeft bij het
begin van elke tijdsbedeling een bijzondere openbaring met daarbij
bepaalde geboden en voorschriften aan de mens, die deze mens moet
houden. In elke bedeling zien wij ook weer het falen van de mens en
opdat God die tijdsbedeling kan afsluiten, laat Hij het toe, dat aan
het eind van iedere tijdsbedeling de verzoeker komt om de mensen te
verzoeken. Waarin te verzoeken?
Altijd in de Godsopenbaring, geboden en voorschriften, die voor die
tijdsbedeling gelden. Verder mag hij niet gaan en kan hij ook niet
gaan. Waarom God dit toelaat, zullen wij later nog zien, maar nu wil ik
er al op wijzen, dat de mens niet neutraal kan blijven ten opzichte van
Gods openbaring, geboden en voorschriften. Men kan God geloven en
vertrouwen, zich houden aan Zijn geboden en voorschriften, of men moet
ze verwerpen. Er zijn mensen die denken, dat zij neutraal kunnen
blijven, ook in deze tijd.
Men kiest niet voor Jezus, maar ook niet voor de duivel. Zij geloven
misschien niet eens in Jezus of de duivel, maar willen zichzelf zijn.
Maar deze mens vergist zich zeer. Het is of het één of
het ander, want er is geen niemandsland. Welnu, om dit de mens klaar en
duidelijk voor ogen te stellen en hen tot inzicht te bewerken, laat God
aan het eind van iedere tijdsbedeling die verzoeking toe van de
verzoeker, de duivel. Omdat die mens niet de Godsopenbaring geloofd
heeft en zich niet aan Zijn geboden en inzettingen wilde houden, zal
hij nu een overtreder moeten zijn of voor Jezus moeten kiezen.
Als hij God niet gehoorzaam wil zijn, zal hij gehoorzaam moeten worden
aan de duivel, er is geen andere weg, voor niemand! Als men God niet
wil dienen, dan zal men de duivel moeten dienen. Als men God niet wil
aanbidden, zal men de duivel moeten aanbidden. Neutraal blijven kan
niet! Daarom komt die heel aparte verzoeking, de ure der verzoeking,
die moet komen, opdat er een absolute scheiding komt tussen hen, die
God liefhebben, gehoorzamen, dienen en aanbidden willen en hen, die dit
niet willen. Er is geen tussenweg.
Daartoe moet dus aan het eind van iedere tijdsbedeling die ure der
verzoeking komen, die God toelaat, opdat het gericht en oordeel van Hem
kan komen, want iedere tijdsbedeling sluit af met een Goddelijk gericht
en oordeel. Iedere tijdsbedeling begint met een nieuwe Godsopenbaring
met daarbij bepaalde geboden en voorschriften en zij eindigt met een
Godsoordeel en Godsgericht. En vlak vóór dat Godsgericht
gaat de ure der verzoeking vooraf. Die ure der verzoeking brengt de
mens dus naar het Godsgericht toe.
Als Jezus spreekt in Openbaring 3:10 van de ure der verzoeking, die
komen zal, wil dat zeggen, dat dit het uur is, voorafgaande aan het
ontzettende gericht en oordeel Gods, dat over deze wereld gaat komen.
Deze ure maakt de wereld rijp voor dit oordeel en gericht. De
verzoeking door de verzoeker, die God toelaat, is altijd evenredig aan
de Godsopenbaring, zegen en gebod en houdt daar direct verband mee. Met
andere woorden de verzoeker kan en mag nooit verder gaan of uitkomen
boven hetgeen God voor die tijdsbedeling gegeven heeft.
Hiervan wil ik een voorbeeld geven, opdat het duidelijk wordt. Voor de
eerste tijdsbedeling gaf God aan de mens de openbaring, dat zij vrij
van alle bomen in de hof mocht eten, maar daarbij het gebod en
inzetting, dat zij van die ene boom, de boom van kennis van goed en
kwaad, niet zouden eten. De boom des levens stond in het midden in de
hof en de boom der kennis van goed en kwaad stond vlak daarbij. Welnu,
aan het einde van deze Paradijsbedeling laat God toe, dat de verzoeker
tot de mens komt en hem benadert, om hem te verzoeken in die openbaring
en in dat gebod en hem van die boom te laten eten. Ziet u, dat de
verzoeker evenredig is aan wat God geeft in die bedeling?
Dan gaat u begrijpen, dat, naarmate de Godsopenbaring groter,
heerlijker en dieper wordt, naar die mate aan het eind van zo’n
bedeling ook de verzoeking komt. Wat heeft God een geweldige rijke en
heerlijke openbaring gegeven aan het begin van deze tijdsbedeling,
waarin wij nu leven, de tijdsbedeling der genade. Wat een zegen en ook
welk een belangrijk gebod!
Wat is dit? Dat God al Zijn liefde en genade geopenbaard heeft in Zijn
Zoon Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf geopenbaard in Zijn Zoon. Hij
heeft Zijn eigen Zoon gezonden en voor ons allen overgegeven in de dood
aan het kruis van Golgotha, opdat wij door Hem behouden zouden worden.
Het gebod daarbij is, dat wij Zijn Zoon zouden aanvaarden als onze
persoonlijke Heer en Leidsman ten leven, als onze persoonlijke
Verlosser en Heiland. Wat een heerlijke grote Godsopenbaring, wat een
zegen!
God heeft ons immers in die Zoon gezegend met alle zegeningen in de
hemelse gewesten! Dan begrijpen wij wel, dat aan het eind van deze
genadebedeling, de verzoeking, die daar evenredig aan zal zijn, ook
zeer groot moet zijn. Dit willen wij nader bezien. God gaf aan het
begin van deze bedeling Zijn Zoon, de Christus. Satan zal aan het eind
van deze bedeling komen met zijn zoon, de antichrist. Christus is God
in het vlees, de antichrist, die straks komt, is de satan in het vlees.
Jezus Christus is de Reine, de Heilige, Volmaakte Mens, die volmaakt
leeft naar de wet van God. De antichrist is de wetteloze, de volmaakt,
geperfectioneerde zondaar, die geen grove zondaar zal zijn, maar de
meest beschaafde en geraffineerde mens der zonde. Hij wordt de
wetteloze genoemd in 2 Tessalonicenzen 2:3b. “want eerst moet de
afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren”. Hij is
de mens der wetteloosheid en Jezus is de mens, die volmaakt leeft naar
de wet van God. Vers 8a zegt: Dan zal de wetteloze zich
openbaren”. Hij is de mens der zonde.
Ziet u ze steeds tegenover elkaar en dat de verzoeking evenredig is aan
de openbaring van de bedeling? Jezus wordt in de Schrift overal de
Heiland genoemd en dat wil zeggen: de Zoon des behouds. Heiland
betekent Heelmeester, Heilbrenger, Heiligmaker. In Heiland zit ook het
woord heilig. Het gaat veel verder dan enkel een lichamelijke genezing.
Hij is Heiland, Heelmeester voor geest, ziel en lichaam, de Heilbrenger
voor de totale mens, de Zoon des behouds.
Van de antichrist lezen wij in 2 Tessalonicenzen 2:3 ook, dat hij de
zoon des verderfs is. Zo zouden er meer vergelijkingen te maken zijn,
maar het gaat nu om de grote lijn, opdat wij goed zullen verstaan, dat,
wat God aan het begin van deze tijdsbedeling der genade aan
Godsopenbaring, zegen en heerlijkheid gegeven heeft, daar de
verzoeking, die nu komt en door God wordt toegelaten, evenredig aan zal
zijn.
Er is nog meer, want toen God bij het begin van deze bedeling Zijn Zoon
zond, heeft Hij van tevoren wegbereiders gegeven: profeten, geroepenen,
gezalfde dienstknechten Gods, die de Christus aankon-digden en Zijn weg
bereidden, waarvan Johannes de Doper de laatste was, de grote
wegbereider.
De ure der verzoeking is daar evenredig aan, want voordat de antichrist
openbaar komt, dat is de duivel in het vlees, gaan er wegbereiders aan
vooraf met een invasie van valse profeten, leraars en apostelen.
Daarvan heeft Jezus ook duidelijk gesproken in Matteüs 24:24a, dat
het komen zou aan het eind van deze tijdsbedeling: “Want er
zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote
tekenen en wonderen doen”. Dit wordt enige malen in dit hoofdstuk
genoemd.
Wij zien dus, dat deze valse profeten de wegbereiders zijn voor de
antichrist en zij gaan ook de ure der verzoeking, die komt, inluiden.
Er is echter nog meer. Toen God Zijn Zoon zond naar deze wereld en in
het vlees kwam, God in het vlees, heeft God dat bevestigd en door Zijn
Heilige Geest bewerkt met grote krachten, tekenen en wonderen. Dit
vinden wij onder andere in Handelingen 2:22. “Mannen van
Israël, hoort deze woorden: Jezus, de Nazareeër, een man u
van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God
door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet”.
Het zijn krachten, wonderen en tekenen. Welnu, in 2 Tessalonicenzen 2:9
zien wij, waar de ure der verzoeking mee gaat komen: Daarentegen is
diens komst (van de antichrist, de zoon des duivels) naar de werking
des satans (bij Jezus zagen wij de krachtwerking Gods, maar hier de
werking des satans) met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke
wonderen”. Het is precies hetzelfde drietal. Wij zien dus, dat de
verzoeking evenredig is aan de openbaring van die tijdsbedeling.
De vijand krijgt precies datzelfde toegemeten om zijn werk te doen, als
wat God doet om de mens te behouden, want God is een God van recht. In
vers 9b van 2 Tessalonicenzen 2. met allerlei krachten, tekenen en
bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid,
voor hen, die verloren gaan”. Een andere vertaling zegt:
“met allerlei verlokkende verzoekingen”. Hier zien wij de
ure der verzoeking, want het zijn niet de gewone verzoekingen, waarmee
de duivel Gods kinderen tracht te verzoeken, maar deze verzoeking is
niet bestemd voor Gods kinderen, maar voor hen, die van de wereld zijn.
Dit komt uit dit Woord duidelijk naar voren. Het komt namelijk over de
hele wereld, over hen, die op de aarde wonen. De grondtekst zegt:
“die de aarde vasthouden”, dus aartsgezind zijn en die de
aarde tot hun blijvende woonstede verkiezen. Gods kinderen gaan toch
niet verloren? Ook een gelovige niet. Een gelovige kan wel verleid,
misleid en bedrogen worden voor een tijd, maar verloren gaan kan hij
niet, maar hij zal wel schade lijden. Wie zijn het nu, die verloren
gaan? Het zijn diegenen, die Jezus bewust hebben afgewezen en over deze
mensen komt deze verzoeking, omdat zij nu voor de duivel gaan kiezen.
Want er staat: “Voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde
tot de waarheid niet aanvaard hebben”. (2 Tess. 2 vers 10) Wie is
de Waarheid? Het is Jezus Christus. Hij zegt immers: “Ik ben de
weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door
Mij”. (Joh. 14:6) Dat Paulus hier met de waarheid Jezus Christus
bedoelt, komt duidelijk uit in 2 Tessalonicenzen 2 vers 13: “Maar
wij behoren God te allen tijde om u (Gods kinderen) te danken, door de
Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft
tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de
waarheid”.
Wij weten, dat wij alleen behouden worden door het geloof in de
waarachtige Christus, de Christus der Schriften. Wij behoren God te
allen tijde te danken, maar wat hoort men toch weinig
“danken” bij God kinderen. Wij kunnen altijd wel danken
voor die genade, die ons te beurt is gevallen.
Allen, gelovigen in de Waarheid, zijn behouden. Als de stokbewaarder
van Filippi in verslagenheid des harten, omdat hij de kracht Gods ziet,
vraagt: (Hand. 16:30) “Mannen broeders, wat moet ik doen om
behouden te worden”. Dan is het antwoord: “Geloof in de
Here Jezus Christus en gij zult behouden worden, gij en uw huis”.
De NBG vertaling zegt: “Stel uw vertrouwen in de Here Jezus
Christus en gij zult behouden worden”.
In 2 Tessalonicenzen gaat het dus om mensen, die de Waarheid, Jezus,
hebben afgewezen. God heeft Zijn Zoon gegeven, opdat de mens die Zoon
zou aannemen, maar aan het eind moet God komen met een verzoeking voor
hen, die Hem niet aangenomen hebben en die moeten dan de antichrist
aannemen. Er is geen andere weg en daarom moet dit komen.
De werkelijkheid is, dat de mens, zoals hij is, voor God niet kan
bestaan, omdat hij onder de toorn van God ligt, omdat de Heilige wet
van God hem aanklaagt en zijn volledige verdoemenis eist, want de
Heilige wet van God eist, dat wie zondigt de eeuwige dood zal sterven,
want het loon der zonde is de dood. Maar de genadegave Gods in Christus
Jezus is het eeuwige leven. Ziet u het steeds tegenover elkaar staan?
Er is geen compromis, geen tussenweg, geen niemandsland, men kan dus
niet neutraal blijven. Er zijn er die lachen om Christus en ook om de
antichrist, maar straks zullen zij allen die antichrist aanvaarden,
volgen en aanbidden. Dat is verschrikkelijk, want zij hadden behouden
kunnen worden, het ligt dus niet aan God.
Nu komt de ure der verzoeking in 2 Tessalonicenzen 2:11a. “En
daarom zendt God hun een dwaling”. Waarvan Jezus in Openbaring
3:10 spreekt. Andere vertalingen zeggen: “Daarom zendt God hen
een grote verzoeking”. Hier zien wij dezelfde verzoeking, die
moet komen en die God toelaat en in zekere zin van Hem uitgaat, al doet
God het niet Zelf, want de duivel moet het doen en zal het doen.
Daarom zendt God hen een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen
geloven. Wie is de leugen? Het is de antichrist. Zij hebben niet in de
Waarheid, de Zoon van God, willen geloven en nu moeten zij de leugen
geloven, die een persoon is, zoals de Waarheid een Persoon is. Dit
heeft Jezus ons al gezegd in Johannes 8:43b-44. “Omdat gij Mijn
Woord niet kunt horen (zegt Hij tot de Joden). Gij hebt de duivel tot
vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder
van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen
waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard,
want hij is een leugenaar en de vader der leugen”.
Het is goed, dat wij deze dingen weten, want wij leven in het begin van
de ure der verzoeking, die al een begin genomen heeft. Hierin zien wij
ook, hoe laat het op Gods klok is, want wij leven aan het eind van deze
bedeling, maar nog is de ure niet gekomen. De waarachtige God heeft een
Zoon, die de Waarheid is, maar de duivel heeft ook een zoon, die de
leugen is. Het is een persoon en daar spreekt 2 Tessalonicenzen
2:11-12a van. “En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt,
dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld”. Zij
willen de waarheid niet geloven en nu moeten zij de leugen geloven. Wat
zien wij dus aan het eind van deze tijdsbedeling. Dat alle mensen
gekozen moeten hebben!
Zij hebben of voor Christus of voor de antichrist gekozen en zullen
daarnaar geoordeeld worden. Zo zal deze genadebedeling eindigen bij het
begin van deze ontzettende ure der verzoeking, waardoor God met Zijn
oordeel en gericht kan komen, vóórdat de volgende
bedeling ingaat met zijn heerlijke Godsopenbaring voor Gods kinderen en
de schepping; want dan komt Jezus met de Gemeente openbaar.
Aan het begin van deze genadebedeling is alleen Gods Zoon openbaar
gekomen, maar bij het begin van de komende bedeling van Zijn
Koninkrijk, komen de zonen Gods openbaar. Het komt dus niet in deze
tijdsbedeling, zoals men wel dikwijls wil aanvoeren, maar dan kent men
de Schrift niet. Men zegt altijd dat de zonen Gods nu reeds openbaar
moeten komen en men spreekt daarbij van opwekkingen, die moeten komen.
Maar niets daarvan! Want de ure der verzoeking gaat komen met de
verleidingen des duivels met krachten, tekenen en wonderen, een namaak
van het echte, opdat de mens geoordeeld zal worden en dat dan de nieuwe
Godsopenbaring kan komen voor de volgende tijdsbedeling, die nog
heerlijker, rijker en groter is.
Want dan komt Jezus met Zijn Gemeente openbaar in heerlijkheid, glans
en majesteit en zal Zijn Rijk opgericht worden hier op aarde, duizend
jaar. Dan zullen de mensen, die daar zijn, die Godsopenbaring moeten
aanvaarden en voor Jezus als Koning buigen. Dus de ure der verzoeking
is voor diegenen, die zoals 2 Tessalonicenzen 2:12b zegt. “doch
een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid”. Daarom
hebben zij niet tot Jezus willen komen. Jezus zegt in Joh. 5:40:
“en toch wilt gij niet tot Mij komen om leven te hebben”.
Het is geen onkunde, maar zij willen niet. Dit zijn ernstige dingen en
het is goed, dat wij daarvan een duidelijk beeld krijgen. Nu willen wij
nog enkele dingen tegenover elkaar zetten. Wij zagen al, dat God Zijn
Zoon zond en dat de duivel met zijn zoon komt. Christus is de volmaakte
mens, die leeft naar Gods wet en de antichrist is de wetteloze, de mens
der zonde. Christus is de Zoon des behouds en de antichrist is de zoon
des verderfs. Voor Christus kwamen wegbereiders, zoals de profeten en
daarvan bijzonder Johannes de Doper en voor de antichrist zullen door
de satan ook wegbereiders worden gezonden in valse profeten en
apostelen.
Jezus kwam en deed krachten, wonderen en tekenen en de antichrist komt
ook met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen”.
Waarom staat hier de toevoeging "bedriegelijke" in 2 Tess. 2:9b? Omdat
de antichrist en ook zijn wegbereiders deze krachten, wonderen en
tekenen veelal zullen doen in de Naam van Jezus!
Zoals Jezus dit ook al aankondigde in Matteüs 7:22-23, waar wij
lezen. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij
niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en
in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik (Jezus) hun openlijk
zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der
wetteloosheid”. Ik hoop niet, dat u verleid wordt in deze tijd
door "de werkers der wetteloosheid", want men hoort nu al heel wat van
deze bedrieglijke wonderen en tekenen. Toen Jezus bij het begin van
deze tijdsbedeling ging optreden in het openbaar, werd dit begeleid
door grote wonderen, tekenen en krachten. Er ontstaan dan grote
bewegingen en vele grote scharen stromen tezamen.
Dit vinden wij op vele plaatsen vermeld en vandaar, dat aan het einde
van deze tijdsbedeling de verzoeking ook daaraan evenredig zal zijn en
zullen wij ook weer grote bewegingen en grote scharen zien, die zich
vergapen aan deze bedriegelijke wonderen, krachten en tekenen, vooral
waar het gaat om genezing van het lichaam. Er zijn mensen, die denken,
dat het Bijbels is, dat er vandaag zulke grote scharen bijeen komen en
dat dit naar Gods gedachten is. Maar dan kent men de Schriften niet,
want deze zegt juist, dat aan het eind van deze bedeling er nog maar
een heel klein kuddeke zal overblijven en spreekt niet over grote
massale bewegingen.
Waar dit is, mogen wij wel heel ernstig beproeven, welke geesten wij
daar vinden. Jezus heeft gezegd in Lukas 18:8b. “Doch, als de
Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde”? En
in Lukas 12:32. “Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het
heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven”. Ook aan
Filadelfia’s Gemeente, die overblijft en aan het einde opgenomen
zal worden, als Hij komt, heeft Jezus gezegd in Openbaring 3:8b.
“want gij hebt kleine kracht, maar gij hebt Mijn Woord bewaard .
.”. Het is een veracht volkje, hier en daar verspreid.
Ook leert ons dit de zeven gelijkenissen in Matteüs 13. Jezus
heeft daarin duidelijk gezegd, dat het een afgaande lijn is.
Dacht u, dat deze tijdsbedeling anders zou verlopen dan de voorafgaande
vijf bedelingen? Hoeveel waren er aan het eind van elke tijdsbedeling
overgebleven? Denk alleen maar aan de tweede tijdsbedeling, toen het
mensengeslacht zich zo vermenigvuldigd had, evenals de
bevolkingsexplosie nu en van die miljoenen mensen geloofden er nog maar
acht aan het eind van die bedeling en dat was nog van één
huisgezin. Denk aan Sodom en Gomorra, die de tijdsbedeling onder de
overheid afsloot. Hoe heeft Abraham voor hen gepleit?
“Als er nog 50 zijn, zult u dan de stad sparen”? Ja, dan
zal de stad niet vernietigd worden. Als er nog 40, 30, 20 en 10 zijn,
maar die waren er ook niet. In elke Godsspraak is een waarschuwing voor
de volgende bedeling en wij zien in onze tijdsbedeling al deze
voorafgaande bedelingen vervuld. Waar leert de Schrift ons, dat er aan
het eind nog geweldige opwekkingen komen? Nergens! Maar wel, dat dit
van de andere kant gaat komen, dat de mensen zich gaan vergapen aan
bedrieglijke wonderen, tekenen en krachten, waarbij het alleen maar
gaat om lichamelijke genezingen, maar niet om een werkelijke
vernieuwing van hart, geest en ziel. Wij leven in een zeer ernstige
tijd!
Weet u, waar ik mij wel eens over verbaas? Dat er op onze studieavonden
nog steeds mensen willen komen. Daarom vind ik dit een groot
Godswonder, dat er nog altijd mensen zijn die willen luisteren. Aan het
begin van deze tijdsbedeling gaf God de grote Godsopenbaring in Zijn
Zoon, de uitstorting van de Heilige Geest. Nog nooit tevoren was er
zo’n volheid van de Heilige Geest op de aarde gekomen. Natuurlijk
was Gods Geest hier altijd op aarde, maar op het volbrachte werk van
Jezus op Golgotha’s kruis, in Zijn dood en opstanding, heeft God
de volheid van Zijn Geest uitgestort naar deze aarde.
De verzoeking is evenredig aan de openbaring, die God geeft en dit
betekent, dat het satan vergund wordt aan het eind van deze bedeling
een grote volheid van demonen op te roepen uit de afgrond, die uitgaan
over de hele aarde om de mensen te bezitten. Wordt het u duidelijk? Er
is nooit zo’n volheid van demonen geweest als in onze tijd. Nog
nooit is het mensdom zo bezeten geweest en nog nooit zijn er zoveel
leringen der demonen gekomen. Wij lezen het in 1 Timotiüs 4:1.
Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen
afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze
geesten (demonen) volgen”.
Waarvoor heeft God Zijn Heilige Geest in zo’n volheid uitgestort?
In de eerste plaats om de mensen te overreden en met liefde te dringen
om Jezus te aanvaarden, want de Heilige Geest is gekomen om de mensen
te overtuigen van de zonde. Bent u een kind van God en het eigendom van
Jezus? Dat heeft u niet van uzelf, net zomin als de apostelen dit
hadden. Als Jezus vraagt: (Matt. 16:15b-17) “Maar gij, wie zegt
gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de
Christus, de Zoon van de levende God! Jezus antwoordde en zeide: Zalig
zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet
geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is”. En ook zegt
Jezus in Joh. 6:44a: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader,
die Mij gezonden heeft, hem trekke”.
Het is de Heilige Geest, die door middel van het evangelie Gods, dat
voor deze tijd is, het geloof in de harten wil bewerken, opdat de
mensen Jezus aanvaarden zullen, de Waarheid. De Heilige Geest is dus in
de eerste plaats gekomen om de mensen tot Jezus te brengen. De
verzoeking is evenredig aan het heil. Satan mag een grote horde demonen
loslaten op deze aarde om de mensen te dringen en te bewegen in de
leugen te geloven. Nog een punt: Jezus liet Zich vrijwillig kruisigen
om de wil van God te doen voor onze redding en verlossing, waartoe Hij
ook door God opgewekt werd uit de doden.
De antichrist gaat ook de dood in voor de zaak van de duivel om
daardoor velen te verderven, zoals wij in Openbaring 13:3a lezen.
“En ik zag een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn
dodelijke wond genas”. De duivel wekt hem dus ook op, want de
verzoeking is evenredig aan het heil. Satan laat ook zijn zoon dood
gaan en wekt hem dan op uit de doden, opdat de mensen achter hem
aangaan. Wij lezen dan in vers 12b. “En het bewerkt, dat de aarde
en zij, die daarop wonen, het eerste beest zullen aanbidden, welks
dodelijke wond genezen was”. Dan nog eens in vers 14a. “En
het verleidt hen, die op de aarde wonen”.
Dit zijn dus de mensen, zoals wij reeds gezien hebben, die aartsgezind
zijn, want er zijn hier ook nog anderen, een gelovig overblijfsel,
mensen die van God zijn. Vers 14b gaat verder. “En het zegt tot
hen, die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het
beest, dat de wond van het zwaard had en weer levend geworden
is”. Zo zullen velen dat beeld van het beest, dat gestorven is en
opgewekt, aanbidden. Het is een wonder van de duivel en allen gaan
verloren, die het merkteken van het beest aannemen. Wij zien hier de
tegenstelling: Jezus liet Zich kruisigen naar de wil van God, stierf en
werd opgewekt voor onze redding en verlossing, terwijl de zoon van de
duivel, de antichrist, straks de dood zal ingaan voor de zaak van de
duivel om velen te verderven.
God wekte Jezus op tot de heerlijkheid Gods en voor onze
rechtvaardigmaking, opdat Hij het Hoofd zou zijn van de nieuwe
schepping en wij zouden leven door Hem en in Hem. De duivel zal zijn
zoon opwekken, opdat men de duivel gaat verheerlijken en zo tot eeuwig
verderf en dood komt. Als men God niet aanbidt, dan zal men de duivel
moeten aanbidden. Als men Jezus de eer niet geeft, dan zal men het de
antichrist geven.
Wij zullen nu de ure der verzoeking leren kennen uit de voortijden voor
het kruis. Daartoe lezen wij Genesis 3:1-7. De slang nu was het
listigste van alle dieren des velds, die de Here God gemaakt had; en
zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten
van enige boom in de hof? Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de
vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht
van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij
zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. De
slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God
weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden,
en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag, dat
de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen,
ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij
nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was,
en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat
zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich
schorten”.
Vervolgens lezen wij Openbaring 3:10-11. “Omdat gij het bevel
bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de
ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te
verzoeken hen, die op de aarde wonen. Ik kom spoedig; houd vast wat gij
hebt, opdat niemand uw kroon neme”. Deze ure der verzoeking van
deze bedeling vinden wij al afgeschaduwd in de ure der verzoeking uit
de vorige bedelingen. Hiertoe willen wij die uit de eerste drie
bedelingen behandelen. De eerste tijdsbedeling was de bedeling van het
Paradijs met de mens onder het gebod Gods, dat hij niet zou eten van de
boom der kennis van goed en kwaad. Wij weten niet, hoelang deze
bedeling geduurd heeft, want dat staat niet vermeld in de Schriften en
doet ook weinig ter zaken.
Maar wij weten wel, dat vlak voor het einde van deze bedeling van het
Paradijs ook een ure der verzoeking kwam over het mensenpaar, over de
wereld van toen. In de ure der verzoeking van de Paradijs bedeling
vinden wij een afschaduwing van de geestelijke situatie tijdens de ure
der verzoeking, die nu komt. Wij zien hier, dat de verzoeker komt en
spreekt tot de mens door middel van de slang, die hier zijn spreekbuis
is en de eerste valse profeet, leraar en apostel, die toen de
wegbereider moest zijn voor de val. En hij is dus de representant van
alle dienstknechten van de duivel, dus ook in het bijzonder van de
valse profeten, leraars en apostelen, die in onze eindtijd zullen
optreden, om de mens te brengen in de verleiding, die straks komt.
Daarom kunnen wij er zoveel uit leren, want wat doet deze valse
profeet? Hij vervalst het Woord van God en wij kunnen er van verzekerd
zijn, als de ure der verzoeking voor deze bedeling gaat naderen, dat er
vele valse profeten, apostelen en leraars zullen optreden, die het
Woord van God vervalsen. Hij begint met een inleidende vraag in Genesis
3:1b. “God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige
boom in de hof?” De geslepenheid van deze vraag komt naar voren
in haar verdachtmakende voorstelling, alsof God hen onbillijk
behandelde en hen naar eigen willekeur iets onthouden wilde, alsof God
hen niet werkelijk liefhad.
Wij zien hoe hij het Woord van God vervalst, want zo heeft God het niet
gezegd. En wij zien hier direct al de Bijbelkritiek. Deze gaat ook nu
een grote rol spelen! Wij vinden ze waarlijk niet alleen in wat wij
antichristelijke stromingen noemen, zoals theosofie of new age,
enzovoort. Maar wij vinden hen ook op de kansel en in de vrije
samenkomsten. Het zijn vervalsers van het Woord van God met hun
Bijbelkritiek. Dat is de inleiding tot de ure der verzoeking. Let op,
dat de slang daarbij sterk overdrijft, als hij zegt: “Gij zult
niet eten van enige boom in de hof”. Zij mochten van alle bomen
eten, behalve van die ene boom. Hij overdrijft sterk om vooral God en
Zijn Woord verdacht te maken.
Zo zien wij ook vandaag een sterk overdrijven en laten Gods kinderen
daarvoor oppassen en wakende zijn, want die tendens vinden wij overal
in allerlei vorm. In de opwekkingsbeweging leert men zelfs, dat men
niet meer ziek behoeft te zijn en dat men allen kan genezen. Maar dat
heeft God ons voor deze tijd niet beloofd. Het zijn de krachten van de
toekomende eeuw, die komt, het is voor de volgende tijdsbedeling.
Natuurlijk kan God ons voorproefjes geven, maar naar Zijn wil. Er wordt
ook wel gezegd, dat men allen in tongen moet spreken, maar ook dat
staat er niet. Het is overdrijving, die wij ook op vele andere
terreinen vinden. Maar laten wij daar toch voor oppassen, want het is
het Woord van God vervalsen.
Zo ook het kerstfeest! Het is toevoegen aan het Woord en daarmee
vervalst men de Heilige Schrift. In getuigenissen wordt ook vaak
dikwijls sterk overdreven. Ik heb eens een man horen getuigen in
één van de grote opwekkingssamenkomsten, dat hij genezen
was van zijn doofheid. Dit had ik deze man in voorgaande samenkomsten
ook al horen getuigen. En toen ik hem de volgende morgen in de winkel
ontmoette, was hij nog even doof als tevoren. Daar wordt God niet mee
gediend, maar daar steunt men de duivel mee, laten wij dat heel goed
beseffen.
DE URE DER VERZOEKING - 2 -
In het eerste deel hebben wij een begin gemaakt met het leren
kennen van de ure der verzoeking uit de voortijden voor het kruis. Wij
zijn toen begonnen met Gen. 3:1-7 te lezen en zijn toen geëindigd
bij de Bijbelkritiek. Wij zien, hoe de duivel Bijbelkritiek en
vervalsing van het Woord aanwendt en daarmee zal hij ook deze ure der
verzoeking, die gaat komen, inluiden.
Dan begrijpen wij, dat wij vlak voor deze ure der verzoeking van ons
tijdperk staan. Waar het Woord der Waarheid, het zaad der
wedergeboorte, het zaad van God is, zo is het woord van de duivel, dat
twijfel, vrees en ongeloof in het hart zaait, dat zijn werk moet doen.
Let nu op, want hij begint bij Eva met een inleidende, verleidende
vraag in vers 1 en komt dan pas met zijn evangelie in vers 4, van
Genesis 3.
En nu moet u zien, hoe het zaad van de duivel in de inleidende vraag al
zijn werk heeft gedaan in het hart van Eva. Want zij zegt in vers 2.
“Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar
van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft
God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult
gij sterven”. Heeft God het zo gezegd? Neen, want God heeft
helemaal niet gezegd, dat zij de boom niet mochten aanraken.
Ook Eva begint dus al te overdrijven. Het zaad doet zijn werk. Nu komt
de slang met zijn evangelie in vers 4 en 5. “De slang echter
zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten
dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als
God zult zijn, kennende goed en kwaad”.
Dit kunnen wij samenvatten onder drie punten. Het eerste in het
evangelie van de duivel is, dat hij God tot leugenaar maakt, want hij
zegt: “Gij zult geenszins sterven”. Ten tweede loochent hij
de straf en de ernst daarvan, die God hun aangezegd heeft, want hij
zegt, dat zij geenszins zullen sterven. Ten derde belooft hij
zegeningen, die hij nooit kan geven, want hij zegt, dat zij als God
zullen zijn.
Wat het eerste betreft: ook vandaag kunnen wij dat evangelie
beluisteren, dat allereerst God en Christus tot een leugenaar maakt en
dat doet men onder een gedachte van godsdienstigheid. Als men de
maagdelijke geboorte loochent, maakt men God tot een leugenaar, want
God heeft vanaf het begin al gesproken van het zaad der vrouw (Genesis
3:15).
Ook als men het hele scheppingsverhaal en het herscheppingsverhaal gaat
loochenen, maakt men God en Christus tot een leugenaar. Het
scheppingsverhaal en het herscheppingsverhaal is niet door mensen
geschreven, want hoe zou Adam of één van zijn
nakomelingen het hebben kunnen neerschrijven. Hij was er immers toch
niet bij! God heeft het Mozes gezegd en wie het Woord van God loochent,
maakt God tot een leugenaar.
Ten tweede loochent hij de straf en beluisteren wij dat nu niet overal?
Men zegt in vele kerken: hel en verdoemenis bestaan niet, want het
geloof daarin noemt men ouderwets. God is immers liefde! Er is geen
straf, hoort men overal en de duivel is maar zo’n middeleeuws
gedrocht en dat heeft men als moderne theologen al lang geliquideerd.
Daarom zien wij wat een verleidende machten die andere en valse
evangeliën zijn, die vandaag uitgaan over het mensdom. Het gaat
uit in verschillende vormen, maar alles komt vanuit de duivel. Daarbij
moeten wij ook de alverzoeningsleer rekenen, die ook de eeuwige straf
loochent.
Het derde punt is, dat hij belooft, dat zij als God zullen zijn. Langs
welke weg wilde hij dit aan de mens geven? Door het eten van de boom
der kennis van goed en kwaad. Waar zal dit toe leiden? De door de
duivel hier beloofde zegen is, dat door vermeerdering van kennis en
ontwikkeling de mensen zichzelf kunnen verheffen en op het niveau van
God kunnen komen, maar buiten God om en dit loopt uit op de
vergoddelijking van de mens, de zogenaamde
“übermensch”, de antichrist.
Ziet u, hoe actueel het gaat worden? Zien wij vandaag niet de
vermeerdering van kennis en ontwikkeling bij het brengen van het
evangelie? En waarom wordt overal van de kansel opgeroepen voor de
ontwikkelingshulp! Het gaat er niet meer om, om de mensen tot bekering
te brengen en tot een waarachtig geloof in Jezus, maar om
ontwikkelingshulp voor betere sociale toestanden. Het is het evangelie
van de duivel en het gaat er vlot in.
Wij zien, hoe de mens zichzelf verheft en zich wil brengen op het
niveau van God buiten God om en het loopt uit op de mens, die zegt, dat
hij god is, de antichrist, van wie de Schrift zegt in 2 Tessalonicenzen
2:4. “de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of
voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om
aan zich te laten zien, dat hij een god is”. Hoe actueel wordt
dit alles, als wij maar onze ogen er voor open hebben! Tot zover de
eerste tijdsbedeling.
De tweede tijdsbedeling kennen wij als de tijdsbedeling onder het
geweten. Na de zondeval en de uitdrijving uit het Paradijs konden de
mensen twee wegen gaan. De ene weg, die God aangegeven heeft, is de weg
van Abel, die ons door het ware offer weer in de gemeenschap met God
brengt en die God Zelf de mens heeft aangewezen en gegeven.
Het Paradijs evangelie was, dat God de mens, die naakt voor Hem kwam
staan en zo niet kon blijven bestaan, bekleedde met de vellen van een
geslacht dier, dat zijn leven moest geven als offer. God Zelf laat dus
het eerste bloed vloeien in het Paradijs door een plaatsvervangend
offer voor de mens te brengen, opdat de mens daarmede bekleed kon
worden en God beloofde daarbij de Verlosser, het zaad van de vrouw.
Abel heeft daarin geloofd en bracht dat offer van het lam en God heeft
daarom hem ook gerechtvaardigd. Dit is de weg en de andere weg is van
Kaïn, die offers bracht van de vruchten, die de aarde voortbrengt
en dus door eigen inspanning, kennis en ontwikkeling verkregen.
Kaïn had met zijn kennis deze vruchten op bijzondere wijze
gekweekt en kwam zo met de werken van zijn handen om daardoor
gerechtvaardigd te worden.
Dit is de weg, die de mens bij de zondeval is ingeslagen door te eten
van de boom der kennis van goed en kwaad. Het is de weg van
vermeerdering van kennis en ontwikkeling, maar die van God af gaat. En
dat zien wij ook bij Kaïn, die van Gods aangezicht weggaat. In
Judas vers 11a lezen wij over deze weg. “Wee hun, want zij zijn
de weg van Kaïn opgegaan”.
Dit is de weg van vruchten verkrijgen uit de aarde. Nu moeten wij er
niet te veel aan vastzitten, dat Kaïn alleen maar een landbouwer
was, want in die zin zijn vandaag alle wetenschapsmensen niets anders
dan zulke landbouwers. Zij trachten door de vermeerdering van kennis en
ontwikkeling de aarde met al zijn krachten tot hun dienst te dwingen en
dat zijn de werken hunner handen, om hen niet alleen te verrijken, maar
ook om zo zichzelf te verlossen en tot een god te maken, of dit nu in
een laboratorium geschiedt of ergens anders, dat maakt niet veel uit,
want het is “de weg van Kaïn”, volgens de Schrift.
Zo zien wij, dat Kaïn de representant is van alle valse
godsdiensten van deze wereld en het berust op zelfverlossing door
vermeerdering van kennis. De ontzettende catastrofe, waar het op
uitloopt, vinden wij duidelijk vermeld in Genesis 4:16. “Toen
ging Kaïn weg van het aangezicht des Heren, en ging wonen in het
land Nod, ten oosten van Eden”.
De weg van Kaïn leidt van God weg, maar de weg van Abel leidt tot
God. Het einde van Kaïns weg staat in Genesis 6:12. “En God
zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn
weg op de aarde verdorven”. De weg van Kaïn leidt dus tot
eeuwig verderf.
Deze tweede tijdsbedeling onder het geweten, is een wonderlijke
afbeelding van de tijdsbedeling der genade, waarin wij nu leven. Zoals
de tweede tijdsbedeling uitliep in een ontzettend oordeel, de
zondvloed, zo zal ook deze tijdsbedeling eindigen in een ontzettend
gericht. Daarom is het goed om enige kenmerken te noemen van de tweede
tijdsbedeling, om te zien, dat zij ook voor deze tijdsbedeling gelden.
Het eerste kenmerk van die tijdsbedeling begint met een heerlijke
openbaring van Gods liefde en genade, doordat Hij de mens de weg wijst
tot redding en verlossing, de weg van Abel, doordat zij het Paradijs
moeten uitgaan en de nieuwe tijdsbedeling ingaan. Het is de belofte van
het vrouwenzaad, van de beloofde Verlosser, wat de inhoud van het
Paradijsevangelie is.
En is onze tijdsbedeling niet met de grootste en heerlijkste openbaring
van Gods liefde en genade begonnen? Heeft Hij ons niet de weg gewezen
in het bloed, dat krachtiger spreekt dan het bloed van Abel.
Het tweede kenmerk is, dat in die tijdsbedeling wij een geleidelijke
geestelijke achteruitgang zien van het gelovige mensengeslacht. En welk
beeld geeft onze tijd te zien? Na de eerste heerlijke apostolische tijd
kwam er een geleidelijke geestelijke achteruitgang en als God niet van
tijd tot tijd bijzondere opwekkingen en werkingen van Zijn Geest had
gegeven, dan zou er al vóór de Middeleeuwen geen Christen
meer bestaan hebben.
Het derde kenmerk is, de gelijkvormigheid met de wereld, met het
ongelovige mensengeslacht, waarmee zij zich verenigden en dat eindigde
in vereenzelviging daarmee. Van heel het gelovige geslacht uit de lijn
Seth, deze kwam voor Abel in de plaats, was alleen Noach als gelovige
met zijn gezin overgebleven.
Zien wij in onze bedeling ook niet eerst een geleidelijke geestelijke
achteruitgang en een steeds meer aan de wereld gelijkvormig worden van
de gelovigen en het zich daarmee vereenzelvigen? Kijk vandaag maar eens
om u heen? De wereld is niet alleen in de kerk gekomen, maar de kerk is
de wereld: “Het is kerk en wereld”.
Het vierde kenmerk: een reusachtige beschaving, maar goddeloos,
bestaande uit een zeer hoge ontwikkeling van cultuur, kunst, techniek
en wetenschappen met als centra grote wereldsteden. Kaïn was de
stichter van de eerste wereldstad.
U heeft misschien een heel andere voorstelling gemaakt van de dagen van
Noach, alsof het toen nog zo’n beetje een wilde horde was. Ook
dat wil de moderne theologie ons wijsmaken en zij zeggen, dat Abraham
eigenlijk de eerste mens was, die een beetje kon praten, omdat er staat
geschreven, dat God met Abraham kon spreken.
Men lacht hier misschien wel om, maar het is hoogst ernstig. Het is de
evolutietheorie, die de theorie van Kaïn is met zijn
nageslacht. De weg van Kaïn leert, dat door vermeerdering van
kennis en ontwikkeling de mens zichzelf verlossen kan. Volgens deze
theorie zou dus het verre voorgeslacht van de aap afstammen. Deze
dwaasheid wordt meer en meer geloofd.
Dat Adams intelligentie buitengewoon moet zijn geweest, is wel bewezen
door het feit, dat Adam alle dieren een naam moest geven, die door God
geschapen waren. Dit betekent niet, dat hij zo maar een naam kon
bedenken, zoals men vandaag ook maar de gekste namen voor zijn kinderen
bedenkt, maar als de Bijbel van naamgeving spreekt, dan moet die naam
het ware wezen uitdrukken en in dit geval het ware wezen van al de
dieren.
De Bijbelse naam drukt altijd het wezen, het diepe innerlijk er van
uit. Adam doorzag het wezen van elk dier, waar door hij hen ook de naam
kon geven, zoals het goed was.
Misschien vraagt u zich af, hoe men in die tijd tot zo’n
reusachtige hoge beschaving kon komen, maar daar waren heel
natuurlijke grondslagen voor. De eerste hiervan was, dat de
mensen een zeer hoge leeftijd bereikten. Zij werden vóór
de zondvloed bijna allen ongeveer 900 jaar en stonden dichter bij hun
Goddelijke oorsprong en zij beschikten over een behoorlijke
intelligentie en verstand en konden daardoor heel veel ondervinden en
zich verder ontwikkelen en hun kennis vermeerderen.
Daarbij kwam ook nog, dat zij allen één volk waren en
één spraak hadden, dat het proces versneld en in de hand
gewerkt moet hebben, vanwege de ene spraak. En ook waren er geen
belemmeringen van grenzen. Het is een beeld van de eindtijd, want wat
toen was, zal nu ook gaan gebeuren. Het streven naar één
taal. Het streven naar één munteenheid. Het streven naar
één wereldleider. Het streven naar één
wereldregering.
God wil nog, dat de mensen zich zullen bekeren en behouden worden en
vandaar nog dit uitstel. Daarom kon het in die dagen ook tot zo’n
grote beschaving komen. Wij zien dat, naar de mate wij hier een
reusachtige beschaving en cultuur gaan krijgen, dat naar die mate ook
het kwade hand over hand toeneemt.
Uit enkele teksten willen wij zien, hoe het toen was. In Genesis 6:3.
“Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich
misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar
zijn”. Dan in vers 5. “Toen de Here zag, dat de boosheid
des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn
hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was”.
Vervolgens nog verder in vers 11 en 12. “De aarde nu was
verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij. En
God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had
zijn weg op de aarde verdorven”. Ziet u de toestand van toen? Het
is een beeld van de toestand van onze bedeling. Wij zien dezelfde
volgorde.
Het vijfde kenmerk is de afval en het daarop komende gericht van God,
de catastrofe van de zondvloed. Zo zal het ook gaan met onze
tijdsbedeling, onherroepelijk. Wij hebben nu eerst een overzicht gezien
van de twee tijdsbedelingen en nu gaan wij de ure der verzoeking er van
zien en vooral de inleiding tot die ure der verzoeking.
Want daar hebben wij in onze tijdsbedeling mee te maken, omdat wij als
Gemeente tijdens de ure der verzoeking niet meer hier zullen zijn. In
de tweede tijdsbedeling zien wij het sterk vermenigvuldigen van de
mensen op aarde. Dat moet dus een bevolkingsexplosie zijn geweest, wat
wij vandaag ook zien, want de mensen vermenigvuldigen zich zeer op
aarde en vandaar, dat overal geboortebeperking naar voren wordt
gebracht, omdat men er geen raad mee weet met die vermenigvuldiging van
de mensen op aarde.
Zoals toen de zedeloosheid toenam, zien wij dat vandaag ook. Wij lezen
in Genesis 6:1 en 2. “Toen de mensen zich op de aarde begonnen te
vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods,
dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit
vrouwen, wie zij maar verkozen”.
Het was dus niet zo, dat iedere man zijn eigen vrouw had, maar zij
namen zich vrouwen, die zij zich maar verkozen. Hier zien wij reeds de
voorloper van de tegenwoordige nieuwe zeden- en huwelijksmoraal.
Ook de apostel Paulus heeft hiervan al melding gemaakt in 1
Timoteüs 4:1-3a. “Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in
latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij
dwaalgeesten en leringen van boze geesten (demonen) volgen, door de
huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt
zijn, het huwelijk verbieden”.
De meeste denken, dat hier het celibaat bedoeld wordt. Neen, het
betekent heel iets anders. Vele predikanten en geestelijke leiders
leren, dat de huwelijkssluiting ouderwets is en dat God het in het
begin helemaal niet zo heeft ingesteld. Zij verkondigen het vrije
huwelijk als de nieuwe vorm. Hier zien wij duidelijk de afval, waarvan
Paulus ook spreekt in 2 Tessalonicenzen 2:3. “Laat niemand u
misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de
mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs”.
Zo zag Paulus het dus ook al in die dagen. Maar de nieuwe huwelijks- en
zedenmoraal van vandaag heeft nog meer gevolgen, want het gaat gepaard
met een toenemende bezetting van het menselijk geslacht met de
geestenwereld, waaruit weer de reuzen geboren worden.
Hiermee komen wij op een heel bijzonder punt, dat wij ook vinden in
Genesis 6:2. ”zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen
schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar
verkozen”. Men zegt wel eens, dat deze zonen Gods de gelovige
lijn was uit Seth, maar dat kan niet. In het Oude Testament en vooral
in het boek Genesis, wordt met “zonen Gods” altijd
“engelen” bedoeld en nooit anders



















