Over
Hemelvaart gesproken
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
121 - Over Hemelvaart gesproken
Héél de Bijbel vertelt van de trouw van God
De Bijbel, wat heb je daar nu aan?
Dat was de vraag die we eerder tegen kwamen.. In de beantwoording van
die vraag kwam heel nadrukkelijk naar voren, dat de Bijbel een boek is
waaruit de trouw van God blijkt. Héél de Bijbel vertelt
van de trouw van God. En eigenlijk gaan ook alle studies op deze site
daarover.
De trouw van God: Zijn Zoon kwam op aarde om redding te brengen aan
mensen die anders zonder God hadden moeten leven. God heeft Zijn Woord
gehouden. Daarover gaat ook dit gedeelte over de hemelvaart van Jezus.
De discipelen van Jezus, en wij ook, moeten Hem missen op aarde. Maar
nu Hij in de hemel is, gaat Hij een nieuwe periode van Zijn werk als
Verlosser in. Zijn werk gaat door!
De Zoon van David wordt Koning, over de hele aarde
Na Zijn opstanding uit de dood is Jezus naar de hemel gegaan, Kort voor
Zijn hemelvaart geeft Hij een verklaring daarvan aan Zijn discipelen.
Hij zei tegen hen: 'Mij is gegeven (Matth. 28: 18.19) alle macht in de
hemel en op de 19 aarde. Gaat dan heen, maakt alle volken tot Mijn
discipelen. Daarmee bedoelt Jezus eigenlijk dat door Zijn hemelvaart
duidelijk zal worden, dat Hij de beloofde Zoon van David en
óók de beloofde Zoon van Abraham is.
Om dat goed te kunnen begrijpen, moet je het begin van het evangelie
van Mattheus vergelijken met het eind. In zijn evangelie maakt Mattheus
ons duidelijk, dat Jezus de (Matth. 1 : 1) 'Beloofde' is. Daarom laat
hij het slot ervan opzettelijk aansluiten op het begin. Als je zo tegen
het evangelie van Mattheus aankijkt, wordt het veel duidelijker en ga
je ook meer van de betekenis van de hemelvaart zien. In het eerste vers
van dit evangelie zegt Mattheus, dat het zal gaan over Jezus Christus,
de Zoon van Abraham, de Zoon van David. " Dat betekent: wat God aan
Abraham en aan David belooft heeft, wordt nu in vervullen gebracht. Wat
God aan David beloofd heeft staat te lezen in het boek Samuël en
in verschillende psalmen. God had David (2 Sam. 7:11-16) belangrijke
beloften gedaan die betrekking hadden op de toekomst (2 Sam. 7:25-29)
(Ps.89) (Ps. 132). Het koningshuis van David zou nooit uit de
geschiedenis verdwijnen; zijn nageslacht zou een troon en een rijk
krijgen die blijvend zouden zijn. Eén van Davids nakomelingen
zou voor altijd blijven regeren.
Wat God aan Abraham heeft beloofd kun je (Gen. 12, 13) lezen in het
boek Genesis. 15, 17 en 22 God heeft Abraham erg veel beloften gedaan.
En telkens heeft Hij die her- haald; Hij maakt ze steeds duidelijker en
vult ze voortdurend aan. God zal Abraham tot een groot volk maken. Hij
zal Abraham zegenen en zijn vijanden vervloeken. God zal Abraham
beschermen. God belooft een echte zoon, ook al was het huwelijk van
Abraham met Sara tot op hoge leeftijd onvruchtbaar. God zal aan het
nageslacht van Abraham het land Kanaan geven; voor zolang het nodig is:
tot al de beloften van God werkelijkheid geworden zullen zijn.
God belooft Abraham een ontelbaar nageslacht, waaronder koningen zul-
len zijn; met dit nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend
worden. God zondert Abraham af van de andere volken, juist om zijn
nageslacht voor die volken tot een zegen te doen zijn. Het is het
eerste wat God zegt, als Hij Abraham 'in dienst' (Gen. 12: 3) neemt. En
jaren later herhaalt God (Gen.22 : 18) die belofte nog eens. Op al die
belof- ten van God wijst Mattheus in het eerste vers van zijn
evangelie. En aan het slot komt hij hierop terug. Want dan gebeurt wat
God beloofd heeft. Jezus ontvangt, als Zoon van David de troon. En als
Zoon van Abraham wordt Hij op die troon een zegen voor alle volken. Het
koningshuis van David regeert nu nu niet meer vanaf de aarde, maar
vanuit de (Ps. 72: 8-11) hemel. Vanuit de hemel regeert Jezus (Ps.2)
over de hele aarde.
Daarvan kun je ook lezen in het laatste boek van de Bijbel. In
Openbaring. Daar staat dat de engelen en (Openb.5) heel de kerk Jezus
eren als het 'Lam' dat geslacht is. 'Gij zijt geslacht en Gij hebt hen
voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie'
.
Voor zijn hemelvaart heeft Jezus zijn discipelen duidelijk gemaakt, dat
God: nu doet wat Hij heeft beloofd aan Abraham en aan David. God is
trouw. Het grootse gebeuren van de hemelvaart van .Jezus is Zijn werk.
De zoon van David zégent Zijn volk
Mattheus liet zien dat Jezus koninklijke majesteit ontving. Lucas
vertelt ook over de hemelvaart van Jezus. En laat ons daarbij iets
anders zijn. De Zoon van David, die als Koning op de troon komt, is ook
priester. Je kunt dat lezen in het slot van het evangelie van Lucas. Om
dat einde van zijn verhaal goed te kunnén begrijpen, moet je ook
hier weer teruggaan naar het begin. Lucas begint zijn evangelieverhaal
in de tempel.
De priester Zacharias heeft geofferd en gebeden. Daarna was het zijn
taak het volk te zegenen. Maar omdat hij niet geloofde, wat de engel
tegen hem gezegd had, was hij niet in staat die zegen uit te spreken.
Het evangelie van Lucas begint met een priester die de zegen niet kan
uitspreken (Luc. 1 : 5-23). Het eindigt met een zégenende
priester, die zegent, nadat Hij geofferd heeft. Maar Zijn offer was
veel ( meer dan al de andere offers die andere priesters in Israël
ooit gebracht hebben. En de zegen die daarop volgde was dat ook. 'Hij
hief de handen omhoog en zegende (Luc.24~-53) hen. En het geschiedde,
terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde.
Zegenen met opgeheven handen was het werk van de priesters in
Israël. Het bijzondere in déze situatie is, dat de zegen
hier gegeven wordt door iemand die niet uit de stam van Levi kwam. Dat
was wel altijd zo geweest, zo had God het altijd gewild. De koningen
van Israël uit het huis van David, kwamen uit de stam van Juda.
Zij mochten geen priester zijn. God had dat verboden. Jezus, de (Num.
16 en 17) Zoon van David, behoorde tot de stam van Juda. (Luc. 1:
32,33)
Déze Koning doet nu, wat tot die tijd altijd door priesters
gedaan werd: Hij zegent Zijn discipelen, zoals eens de hogepriester in
het Oude Testament. Jezus heeft het grote, het (Num.6:22-27) afdoende
offer voor de zonden gebracht. Als de priester zegent Hij nu Zijn volk.
Die zegen betekent ook de zegen van God. Jezus, de grote (Num. 6: 27)
Priester, regeert als Koning over ons, over de hele wereld. En Hij
zégent ons.
Jezus komt weer terug !
Toen Jezus verdween uit het gezichtsveld van Zijn discipelen en naar de
hemel ging, bleven zij achter in een wereld, die hen vijandig gezind
was. Wat konden zij doen? Ze (Hand, 1: 11) waren maar
'Galileeërs', mannen uit een achtergebleven gebied.
De zegen van de Priester Jezus betekende veiligheid. En als Koning zou
Hij voor ze zorgen en ze krachten geven. Hij maakte dat ze alles
konden. En Hij zorgde voor ze, toen die eenvoudige mannen de wereld
introkken om het evangelie te vertellen aan alle mensen. ' Jezus
Christus is (Rom, 8:34-39) de gestorvene, wat meer is, de opgewekte die
ook ter rechterhand van God is, die ook voor ons bidt. Wie zal ons
scheiden van de liefde van Christus?' Hij maakt ons tot 'meer dan
overwinnaars' . Het lijden en sterven van Jezus loopt uit op Zijn
hemelvaart. Jezus krijgt alle eer. Al wat leeft, in de hemel en
(Fi/ipp, 2:5-11) op de aarde zal Hem moeten eren.
Nu gaat Jezus een nieuwe periode van Zijn werk als Verlosser in. Nu
heeft Hij, nadat hij echt mens is geworden, 'de heerlijkheid, die Hij
bij de Vader had, eer de wereld (Joh. 17: 4, 5) was' .De goddelijke
macht die Jezus nu heeft, gebruikt Hij om wie in Hem gelooft te helpen.
Totdat Hij terugkomt. Terugkomt als Rechter om te veroordelen, wie niet
in Hem heeft geloofd. Terugkomt als Verlosser om wie wel geloofde voor
altijd te redden van de zonde.



















