Over Bethlehem gesproken

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 118 - Over Bethlehem gesproken

(verleden en heden me elkaar verbonden)

Bethlehem; wie kent niet de naam van dat kleine stadje in Israël? Bethlehem, een naam die je kent van de kerstliedjes en kerstvertellingen. Bethlehem, de herders, de geboorte van Jezus. Kerstfeest, het feest van de geboorte van Jezus. In veellanden wordt dat feest, elk jaar opnieuw, door veel mensen gevierd. Maar wat betekent het?

Kerstfeest is Christusfeest

Voor veel mensen betekent het kerst- I , feest hetzelfde als het Sinterklaasfeest. En zoals niemand na z'n jeugdjaren nog gelooft dat de goed-heiligman werkelijk bestaat, zo zijn er ook veel mensen die niet geloven, dat Jezus er nu werkelijk is. Sinterklaas zal ooit wel eens bestaan hebben: wij geven elkaar op een gezellige avond geschenken. Jezus zal ooit wel eens geboren zijn: wij scharen ons gezellig rond de kerstboom en le- zen daarbij een sfeervol verhaal.

Nu bijna 2000 jaar geleden werd in een stal in Bethlehem Jezus geboren. Die gebeurtenis te herdenken is méér dan een paar gezellige avonden. Echt kerstfeest vieren betekent: geloven, omdat God zelf het ons in de Bijbel vertelt dat Jezus op aarde geboren werd, door God Zelf in onze wereld gezonden is. Om onze zonden weg te nemen. Om voor ons het eeuwig leven te verdienen.

Een vreemd begin

Het Nieuwe Testament begint met te vertellen, hoe God redding gebracht heeft voor de wereld door de geboorte van Jezus. Dat verhaal van de geboorte van 
Jezus begint voor je gevoel (Matth. 1) voel erg vreemd. Want wie verwacht er nu een geslachtsregister ter inleiding op het verslag van de gebeurtenissen rond de geboorte van Jezus. In de eerste 17 verzen van het boek Mattheus lezen we een hele reeks na- men. Geordend in drie maal veertien geslachten: van Abraham tot David, van David tot de Babylonische ballingschap en van daar tot Jezus.

De reeks namen die Mattheus neerschrijft in het begin van zijn evangelie vormen het geslachtsregister van Jezus, de zoon van David, de zoon van Abraham. De stamboom van Jezus Iaat met nadruk zien, dat Jezus koning is. Door Jezus wordt het koningschap voor Israël hersteld. De profetie van Amos gaat nu in vervulling: 'Te dien dage zal Ik de Amos 9: 11 vervallen hut van David weder oprichten. En de engel Gabriël zegt (Luc. 1 :32,33) tegen Maria: 'Deze zal groot zijn en de Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jacob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen.'

Door het vreemde begin wordt de 'koninklijke linie' duidelijk die uitloopt op de Koning, Die aan Zijn volk de geschenken geeft van vergeving (Motth. 1 : 21) ving van de zonden en van eeuwig leven.

Er is nog iets anders, dat je kunt leren uit de opsomming van namen, die je geneigd bent bij het lezen van de Bijbel maar over te slaan. Meestal kwamen in de stambomen van het volk Israël geen namen van vrouwen voor. Maar wel in deze stamboom. Mattheus vermeldt de namen van vier vrouwen: Tamar en Rachab, twee Kanaanitische vrouwen: Ruth, een Moabitische en Bathseba, de vrouw van Uria. Zulke namen in een stamboom te hebben is, ook wat hun afkomst betreft, niet iets om trots op te zijn.

(Gen.38) Tamar: de vrouw waarmee Juda, de zoon van Jacob, overspel bedreef;

(Joz.2) Rachab: de hoer die meer vertrouwen op God had dan het ongelovige volk Israël;

Ruth 1 Ruth: een vrouw uit een ander volk, die werd opgenomen in het verbond van God met Israël;

(2 Som. 11) Bathseba: de vrouw met wie David overspel pleegde, wat de tevoren beraamde dood van haar man tot ge- volg had.

Niet alleen de namen van deze vier vrouwen, maar ook alle andere namen in de stamboom van Jezus laten zien, dat God zondige mensen gebruikt voor Zijn doel. Dat God zondige mensen inschakelt, om Zijn Zoon geboren te doen worden. Dat mensen wel kunnen zondigen, maar niet kunnen verlossen. Het geslachtsregister dat Mattheüs aan het begin van zijn evangelie vermeldt, bepaalt je erbij, dat God genadig is en vergevend. MattheUs heeft bij het schrijven van zijn evangelie immers het joodse volk voor ogen. In dat volk waren er velen die meenden dat ze het binnengaan van het Koninkrijk zelf konden verdienen. Ze vertrouwden op hun goede werken. Maar verdienste van de kant van mensen door 'goede werken' is er niet bij. God is genadig voor mensen, die het voor Hem verdorven hebben; God is vergevend voor mensen die schuldig staan tegenover Hem. Mattheüs schrijft over Jezus, Die in de wereld gekomen is om Zijn (Matth.1 : 21) volk te redden van hun zonden. Hij kent die Jezus als degene die Psalm 130 in vervulling zal doen gaan; Jezus zal Israël verlossen van al hun (PS: 130: 8) ongerechtigheden.

Het wonder van Zijn geboorte

De zondige wereld, de zondige mensen, hebben de geboorte van de Redder van de wereld (de Verlosser) niet kunnen verhinderen. God had een einde kunnen maken aan het bestaan van het volk Israël. Meer dan eens was daar ook alle aanleiding toe. En soms leek het erop, dat God dat ook gedaan had: 'Zal de Here dan voor altijd verstoten en niet meer goedgunstig zijn?' Ondanks de zonde (Ps. 77: 8) houdt God Zich aan Zijn belofte. Zijn belofte aan Abraham en David. De beloofde Verlosser zendt Hij in een zondige wereld. Zo groot is de trouw van God!

De vervulling van die belofte komt op een heel bijzondere manier. Het kind dat Maria verwacht, is niet door Jozef, haar verloofde, verwekt. En als hij daarom van plan is 'in stilte van haar te scheiden' wordt hem in een droom door een engel van God uitgelegd: ' Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw Mat th. 1 : 20 vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest Als God Zijn belofte vervult, komt Jozef er niet aan te pas. De engel Gabriël zei tot Maria: De Heilige (Luc. 1: 35) Geest zalover u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zalook het hei- lige, dat verwekt wordt, Gods Zoon genoemd worden.

Als God voor een zondige en verloren wereld verlossing brengt, doet Hij dat door een wonder. Door een wonder werd eenmaal Izak geboren; door een wonder wordt ook de grote zoon van Abraham, Jezus geboren. Dit laatste wonder gaat ver boven het eerste uit. Het begin en het einde van de stamboom van Jezus is een wonder van God. De God die waarmaakt, wat Hij belooft. Immanuël: God met ons. (Matth. 1 : 23) God heeft Jezus op aarde gezonden om voor mensen verlossing te bren- gen. Eeuwige verlossing.

Licht in het duister

Het wonder van de geboorte van Jezus, de Verlosser van de zonde en van de gevolgen van de zonde, gebeurt in een duistere wereld. Als de Heiland geboren wordt in Bethlehem regeert Herodes over Israël. Hij is een Edomiet, een nakomeling van Esau, de tweelingbroer van Jacob. Dat betekent een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Israël: God straft. Want het is nu niet' Jacob' (Gen. 27: 29) die heerst over 'Esau' , zoals hun vader Isaak voorzegd had; maar nu zijn de rollen omgedraaid.

Het volk van God wordt verdrukt door de man die in de geschiedenis bekend staat als een moordenaar bij uitstek .Een man die er niet tegen opzag, om al de jongetjes van Bethlehem van 2 jaar en jonger te laten vermoorden in de verwachting dat daar dan ook wel de pasgeboren (Matth.2:16-18) koning der Joden bij zou omkomen.

Het is een duistere wereld als Jezus geboren wordt. Maar door Zijn geboorte straalt er vanaf dat moment een licht over die duistere wereld. 'Het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot Licht gezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan.  De Heiland is geboren. Hij Die redt van de zonde. Die het volk van God zal leren Hem te dienen, in heiligheid en gerechtigheid (Luc. 1 ) heid, al hun dagen.

Dat licht is er niet alleen voor het (Matth. 1 : 1) volk Israël. De Koning van Israël, de zoon van David, is ook de zoon van Abraham. Naar de belofte zal Hij alle volken tot een zegen zijn. Hij is (Gen. 12: 3) het Licht der wereld! (Luc. 2: 29-32)

Vertel het aan de kiunderen - De herders van Bethlehem

Het was een stille donkere nacht, maar ook een hele blijde nacht. Want in deze nacht was de Here Jezus geboren in een stal in Bethlehem.

Buiten op de velden waren herders, die op hun schapen pasten. Zij moesten er voor zorgen dat er geen wilde dieren kwamen om de schapen kwaad te doen. Ze hadden een groot vuur gemaakt en daar zaten ze omheen. Ze dommelden een beetje en vielen bijna in slaap.

Maar opeens waren ze klaarwakker, want er was een heel groot fel licht. Ze schrokken en sloegen hun handen voor de ogen. Daar stond een engel bij hen en de engel sprak: "Jullie hoeven niet bang te zijn, want ik ben een engel en God heeft mij gezonden om jullie een hele blijde boodschap te brengen. Vannacht is de Here Jezus geboren, de Zoon van God. Hij is de Redder en Zaligmaker, waar jullie al zo lang op hebben gewacht. Hij is geboren in een stal in Bethlehem en het kindje is in doeken gewonden en ligt in een kribbe in een bedje van stro."

En toen kwamen er opeens nog veel meer engelen en die begonnen allemaal te zingen, zó mooi, als de herders nog nooit hadden gehoord. Het was een prachtig groot koor en ze zongen allemaal ter ere van God. Ere zij God in de hemel en vrede op aarde voor alle mensen.
De herders luisterden stil en ontroerd.
Toen gingen de engelen weer terug naar de hemel.

Het was weer stil en donker geworden op de velden. Maar in de harten van de herders was het helmaal niet donker, maar licht van blijdschap. Ze spraken opgewonden met elkaar: "Kom, laten wij het kindje Jezus gaan zoeken en het aanbidden."
Ze gingen snel op weg naar Bethlehem en vonden de stal waar Het kindje Jezus geboren was. Daar lag het kindje, in doeken gewonden  in een kribbe, precies zoals de engel het gezegd had. Ze knielden neer bij het kindje in de kribbe en baden zacht. "Lieve Here Jezus, dank u wel dat U naar deze aarde bent gekomen. Wij hebben geen kostbare geschenken, maar ons hart is voor U, wij houden van U."

De herders vertelden aan Maria en Jozef wat er allemaal was gebeurd op de velden van Efrata.
Maria luisterde stil en bewaarde al de woorden, die de herders vertelden in haar hart. Daar zou ze nog vaak aan denken. Oh, het was zo mooi en ze was zo gelukkig met het kindje Jezus.

Zo is de Here Jezus op aarde gekomen. Niet als een koning in een paleis, maar als een klein eenvoudig kindje in een arme stal. Zo wilde Hij ook komen, arm en nederig en klein, om mensen rijk en gelukkig te maken. De eerste mensen die kwamen om Hem te aanbidden waren eenvoudige herders, ook zij waren arm. Maar toen ze Jezus gezien hadden voelden zij zich heel rijk en gelukkig. Ze gingen weer terug naar de schapen op het veld, en ze vertelden aan iedereen die het horen wilden, dat Jezus, de Redder en Zaligmaker geboren was in een stal in het stadje Bethlehem.

Jezus was niet gekomen om geld of goud te brengen aan de mensen. Maar om hen weer dicht bij God te brengen, omdat alle boze dingen hen hadden gescheiden van God. Daarvoor was Jezus op aarde gekomen en nu mogen wij allemaal bij het kindje Jezus knielen en ons hart aan Hem geven. Dan is de weg naar God open voor ons allemaal.

Aanhangsel  1

Rood koord tekent Rachabs leven ( Jozua 2 )


Overal in ons land staan gedenktekenen. Misschien wel bij jou in de straat.

Wie kent niet het monument op de Dam in Amsterdam, die de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levendig wil houden, of denk aan de militaire begraafplaatsen, zoals op de Holterberg, die ons de moed van onze bevrijders wil laten zien?

Ook in het boek Jozua zijn monumenten. Gedenktekenen bij de intocht van Kanaän. De bedoeling is: de herinnering van het volk levend houden. We lezen dat: wanneer uw kinderen later hun vaders vragen: wat zeggen deze gedenkstenen, dan zullen die vaders hun kinderen vertellen: de HERE heeft Zijn volk verlost en ze in het land Kanaän gebracht, zoals Hij beloofd had aan Abraham.

Eén van die monumenten uit het boek Jozua is de puinhoop van Jericho. Die is er nu trouwens nog. Daar zijn uitgebreide opgravingen gedaan. Weliswaar is naast de ruïneheuvel een nieuw Jericho gebouwd. Maar die puinhoop getuigt van Gods werk: 'Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest zal het geschieden, zegt de HERE der heerscharen (Zach. 4:6).

De puinhoop van Jericho is het monument van Gods trouw. Híj maakt Zijn beloften waar. Hij brengt Israël het Beloofde Land binnen. Het volk mag dit alles gelovig ontvangen en er gelovig aan blijven denken. Jericho helpt daarbij.
 Maar om te laten zien dat dit geloof een gave van God is, heeft Jozua 2 nog een tweede monument: het huis van Rachab. Dat huis op een stuk muur van Jericho herinnert het volk én ons eraan: niet alleen kerk-mensen gunt God het geloof. Ook daarbuiten!
En ook: Gods genade is niet een zaak van ónze normen en waarden. Ook een prostitué als Rachab ontvangt genade en wordt met haar familie gered als Jericho in puin valt. Dat is nog zo. Gods Geest doorbreekt grenzen en wint mensen - uitgegleden, en belast - voor het Evangelie.
Centraal hangt dan dat rode koord uit Rachabs huis.

Het rode koord is een teken van:

1. geloof
2. ootmoed
3. hoop.

Jericho wordt de sleutelstad genoemd, is de toegangspoort tot Kanaän en bewaakt de vruchtbare vlakte van Judea met de drukke handelsweg door de Jordaanstreek omhoog naar Syrië. Wil Israël Kanaän binnentrekken, dan kan het niet om Jericho heen.
De beide mannen - hun namen worden niet genoemd - doen hun werk met moed. Ze nemen hun intrek in het huis van Rachab, de stadsherberg, de enige plaats waar ze kunnen overnachten zonder op te vallen. En, zoals vaak in de oude oosterse wereld, blijkt voor Rachab het beroep van caféhoudster samen te vallen met dat van publieke vrouw.
De Israëlieten zijn echter nog niet zo lang binnen of het blijkt dat ze gesignaleerd zijn. De geruchten en dit bericht zullen vooruitgesneld zijn: ook de koning vindt die vreemdelingen verdacht! Nog even en de soldaten van de koning van Jericho melden zich... De verspieders zijn in levensgevaar.

En dan gebeurt het wonderlijke Rachab uit de roze buurt neemt het op voor de vijanden van haar volk. Ze riskeert haar eigen leven door de verspieders te verbergen op het platte dak van haar huis, onder wat bossen vlasstro. Vervolgens zet ze haar prostituele onschuld in om de soldaten om de tuin te leiden en laat de verspieders ontsnappen via een touw uit het venster.
We vragen ons af: hoe kwam Rachab tot deze daad? We moeten daar niet te licht van denken! Waarom kiest ze tégen haar volk, tégen haar stadsgenoten, en vóór vreemden, vóór deze twee Israëlieten?
Nu, de Bijbel, is duidelijk: Rachab kiest vóór Israël, omdat ze gelooft in de God van Israël. En dat geloof zet haar aan tot deze moedige daad.
Je vraagt je af: hoe kan nu zo'n vrouw in zo'n heidense stad tot geloof in God gekomen zijn? Wat kón dat voor geloof zijn?

Het antwoord op deze vraag, geeft Rachab zelf. Ze vertelt de verspieders dat ze gehoord heeft van de grote daden van de HERE. Ze noemt die naam in vers 9 uitdrukkelijk. Ze heeft gehoord van de doortocht door de Rode Zee, n.b. al meer dan 40 jaar geleden. Ze heeft gehoord van de overwinningen van Israël in het Overjordaanse en van de plannen van Israël om Kanaän op Gods bevel in te nemen. Ze zal dat gehoord hebben van kooplui die in Jericho kwamen. En die berichten zijn bij haar blijven hangen. Het maakte indruk. Ze heeft bij zichzelf gezegd: de God van Israël is een machtig God, anders dan onze goden van hout en steen, of een god van vlees en bloed (zoals koningen in die tijd zich wel lieten vereren). De God van Israël leeft en helpt en is niet tegen te houden.
In vers 9 zegt ze stellig: 'Ik weet dat de HERE u het land gegeven heeft.' Dat weet ik!

Door al deze verhalen heeft ze de HERE God leren kennen. En ze is ervan overtuigd, dat Israël Jericho zal innemen. Ze weet: Jericho ligt onder Gods veroordeling. Ze verwijt God dat niet. Ze vraagt alleen een gunst aan de mannen van Gods volk, nl. spaar ons leven! En als teken moet ze dan een felrood koord uit het venster hangen.
Dat koord dat uit het venster van Rachabs muurhuis hangt tekent haar leven.
Het is nl. geen stuk touw, dat toevallig in de buurt lag. Het had een bijzondere betekenis.
Welke dan?
Algemeen wordt aangenomen, dat het het touw is waaraan Rachab de verspieders heeft laten zakken. Maar dat kan niet, want de grondtekst gebruikt daarvoor in vers 15 een ander woord, dat is het woord voor een stevig touw, in de Statenvertaling staat het woord 'zeel', touwen, gebruikt voor het inspannen van paarden en ossen.

De kleur rood wijst niet alleen naar het bloed van Christus. Rood is ook de kleur van de zonde. Denk aan de bekende tekst uit Jesaja 1: 18: 'Al waren uw zonden als scharlaken (dat is hel rood), zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn (dat is diep rood), zij zullen worden als witte wol.'
Rood is de kleur van de zonde.
En van zonde spreekt dat scharlaken fel rode koord uit Rachabs venster. Want zo'n koord was in het oude Oosten het uithangbord van prostituees. Wat de rode lampen zijn in de roze buurt nu, dat was dat 'teken van scharlakendraad', zoals er letterlijk staat toen, in het oude Oosten. Kenmerk dus van een bordeel.

Het was dus het uithangbord van de zonde, waarmee Rachab de kost verdiende. En nu krijgt Rachab van de verspieders het bevel om precies dát koord, dat haar 'leven' tekende, aan het achtervenster te binden. Het uithangbord van de voordeur, binnengehaald voor de nacht moet verhuizen naar het venster in de achtermuur.
Merkwaardig, díe opdracht van de beide Israëlieten. Het is niets anders dan het bevel om te breken met de zonde. Het oude leven achter zich te laten, definitief en te wachten op het heil van de God van Israël. Geloof in God gaat samen met een radicale herinrichting van het leven. De zonde moet het venster uit, het leven uit!
Wie de volgende dagen het huis van Rachab passeerde, ontdekte dat hij er niet meer terecht kon om van zonde te genieten. Het scharlaken koord dat mannen moest lokken of klanten winnen was verdwenen.

Dit heeft ook betekenis voor ons. Wie gelooft in het verlossende bloed van Jezus Christus, die moet met de zonde breken, bordjes verhangen, instellingen wijzigen, abonnementen opzeggen, verkeerde gewoontes verleggen.

Aanhangsel  2

Tamar staat bekend om haar "schandelijke hoererij en overspel"

Genesis 38: 13 - 18 Toen aan Tamar bericht werd: Zie, uw schoonvader is naar Timna gegaan om zijn schapen te scheren, trok zij haar weduwkleed uit, bedekte zich met een sluier, vermomde zich en ging zitten aan de ingang van Enaim, dat aan de weg naar Timna ligt, omdat zij gezien had, dat Sela groot geworden was, en zij hem niet tot vrouw was gegeven. Toen Juda haar zag, hield hij haar voor een hoer, omdat zij haar aangezicht bedekt had. En hij wendde zich tot haar aan de weg en zeide: Welaan, laat mij toch tot u komen, want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. Daarop zeide zij: Wat zult gij mij geven, wanneer gij tot mij komt? En hij zeide: Ik zal u een geitebokje van de kudde zenden. Zij dan zeide: Als gij mij dan maar een pand geeft, totdat gij het gezonden hebt. Hij zeide: Wat voor pand moet ik u geven? Zij zeide: Uw zegelring, uw snoeren en de staf, die in uw hand is. Toen gaf hij het haar, en hij kwam tot haar en zij werd zwanger van hem.
Het was haar zonde die haar bracht in het geslachtsregister van Hem, die gekomen is om het verlorene te redden en het te behouden. De grote Koning is de Redder van zondaars.

De stamboom waarmee Matteüs zijn verhaal over Jezus begint is een lange lijst van mannennamen. Des te opvallender dat hij die lange rij van mannennamen op vier punten onderbreekt met het noemen van een vrouw. Naast Abraham, Izaäk
en Jacob en al die andere mannen verschijnen daar op eens ook Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Wat daarvan zijn bedoeling ook mag zijn, het heeft in ieder geval het effect dat je als lezer bij zo'n vrouwennaam even blijft hangen. 

Tamar wie was dat ook al weer? 

En zo zoomen wij vanmorgen met de evangelist Matteüs in op het verhaal van Tamar.
Wie was Juda ook al weer? Juda was een van de broers van Jozef. De initiatief nemer van de verkoop van Jozef als slaaf. Vorig najaar hebben we hier uitgebreid bij stilgestaan. En als de verkoop van een broer nog niet ernstig genoeg is zet het drama zich in genesis 38 in Kanaän voort.

Het is wel - een voor ons - heel vreemde wereld waarin dit verhaal ons binnen voert. Een wereld waarin mannen voor hun gestorven broer nakomelingen moeten verwekken. Waarin de dood van een ander met het grootste gemak lijkt te
kunnen worden toegeschreven aan het misnoegen van God. En waarin we iemand tot het uiterste zien gaan om te overleven. Maar laten we ons toch eens door het verhaal in deze zo vreemde wereld mee laten nemen!
Juda kiest, zo begint het verhaal, een vrouw voor zijn oudste zoon. Tamar heet ze. Palmboom betekent dat. Een naam vol belofte, waarin zegen en overvloed doorklinkt.

Maar wat Tamar overkomt staat met deze belofte in schril contrast. Er- haar man- ontvalt haar. En daarmee ontvalt haar in die patriarchale wereld de basis van haar bestaan. Ze hoort nergens meer bij… Ze is geen maagd meer die
onder de verantwoordelijkheid van haar vader valt. Maar ze is ook geen moeder van kinderen in het huis van de familie van haar man: Sociaal isolement en uiteindelijk armoede zullen haar lot zijn.

Tenzij haar zwager Onan doet wat hij in die wereld geacht wordt te doen: voor zijn gestorven broer nakomelingen verwekken. Maar als zijn vader hem dat opdraagt, drukt hij hem. Dat heeft niets te maken met wat wij ten onrechte!
 onanie zijn gaan noemen. De één zijn dood is de ander zijn brood. Doordat zijn broer kinderloos gestorven is, heeft
Onan de positie van eerstgeborene in de schoot geworpen gekregen. Nu is hij de oudste. En hij denkt er niet aan die positie ten gunste van zijn dode broer en diens weduwe, weer op te geven. En alle keren dat hij met Tamar gemeenschap heeft laat hij zijn zaad op de grond terechtkomen.Uiterlijk voor het oog wél meedoen maar ondertussen stiekem iets anders regelen.

Ook Onan sterft. Nu heeft Juda nog maar één zoon over. Te jong nog om de rol van Onan over te nemen. Bovendien heeft de dood van twee van zijn drie zonen Juda bang en onzeker gemaakt. Die onzekerheid projecteert hij op Tamar. Wat is dit voor femme fatale dat al wie met haar gemeenschap heeft, sterft? En hij stuurt haar weg. Terug naar haar vader. Om daar te wachten -zo zegt hij - totdat zijn jongste zoon oud genoeg is om met haar te trouwen.
En Tamar gaat. Ze antwoordt niet, ze protesteert niet, ze doet helemaal niets, behalve terug gaan naar haar vaders huis.
Wat kan ze anders? In die wereld? Ze heeft geen keus. En daar zit ze dan. Weer in haar vaders huis. Maar ook daar rechteloos, zonder positie, een sta in de weg. Waarschijnlijk de slavin en voetveeg van haar broers. Vele dagen. stille dagen en nachten die vruchteloos voorbij gaan.

En dan Juda verliest ook zijn vrouw. Het lijkt alsof hij zich daar niet door van de wijs laat brengen. In tegenstelling tot Tamar die haar weduwen kleren draagt, gaat Juda direct na de vastgestelde rouwtijd samen met zijn compagnon Chira
naar het jaarlijkse schaapscheerders feest in Timna. Business first!

Dan staat Tamar op. Zij is het zat. Ze is verontwaardigt omdat toekomst haar ontnomen is; haar schoonvader doet haar onrecht. Haar bestaan is uitzichtloos …. Ze zit op de bodem van de put. Maar op een bodem kun je je afzetten en dat doet ze…. Zij vecht terug met middelen binnen háár bereik. Want een riskante onderneming! Wat een moed!
Zo verdient zij volgens Matteüs een plek in de stamboom van Jezus. Ze ging als een zalm tegen de stroom in.

Tamar legt haar weduwenkleed af en sluiert zich zoals eenmaal aartsmoeder Rebekka toen ze tot aartsvader Izaäk gebracht werd. als wás ze de bruid. Tamar, staat op om haar recht te halen. Zij zet zich als hoer bij de ingang van de oase bij Enaïm, wat tweelingenbron betekent. Dit keer is de naam wel een gunstig voorteken, maar dát weet zij nog niet.

Voorlopig moet zij Juda zien te verleiden…. Dát blijkt niet zo moeilijk. Hij hoeft haar maar in het oog te krijgen, of gretig vraagt hij haar, van haar diensten gebruik te mogen maken. Zó gretig dat hij niet eens opmerkt wie hij voor zich
heeft. Als hij blijkbaar niet kan voldoen aan de gewone prijs voor een bijslaap, levert hij moeiteloos al zijn waardigheid bij haar in. Al de tekenen van zijn positie als leider van de stam; zijn keten, zijn zegelring, zijn staf – hij geeft ze haar zo maar in handen. Paspoort, trouwring en pincode. Zo heeft zijn begeerte hem in de macht.

Als hem drie maanden later gemeld wordt: Tamar is zwanger, toont hij zich zeer gekrenkt. Naar de brandstapel met die slet!' Maar onderweg naar de brandstapel speelt Tamar de troef uit die hij haar zelf in handen heeft gegeven: Zie toch: van wie zijn deze keten, deze ring, deze staf?

En dan gebeurt er iets verrassends. Niet dat wat je zou verwachten, en wat meestal gebeurt: loochening. Het 8 uur journaal, radar, netwerk en nova staan er bol van… Nee Juda kijkt in de spiegel die Tamar hem voorhoudt en zegt:Zij is een rechtvaardige, ik niet, omdat ik haar niet gegeven heb aan mijn zoon Sela. Hij komt tot het inzicht dat  Tamar vecht voor haar recht. Het recht dat hij haar heeft onthouden.

Tamar speelt hoog spel. Ze gaat om haar recht te halen tot op het randje van het toelaatbare. En als Juda het ontkend had – ik ben bestolen - had ze het met de dood moeten bekopen. Maar ze speelt haar rol met zoveel inzet, zoveel humor ook, dat Juda de ruimte vindt tot iets wat ons altijd weer zo veel moeite kost namelijk te zeggen: ik zat fout. Ze redt niet alleen haar eigen eer, ook de zijne. Hij wordt weer wie hij hoort te zijn: stamvader in Israël. En de hoer wordt toch de bruid. De miskende… een aartsmoeder in Israël. Moeder van twee zonen met namen vol  belofte; Perez, doorbraak; en Zerach, morgenrood.

Onze eerste indruk van dit verhaal was: wat een vreemde wereld! Maar als je je door de vertellers laat meenemen in die wereld, blijkt het veel dichterbij dan we denken. Zo vergaat het mij tenminste. Want zoals Tamar zijn er nog altijd velen.
Mensen die geen plek in onze samenleving kunnen veroveren. Die de aansluiting missen en over de rand gedrukt worden. En daar hun eigen listen verzinnen om toch te overleven. Daarbij vaak balancerend op de rand van het toelaatbare. Met daarnaast de gesettelden, de Juda's. Die natuurlijk het gesjoemel van wie aan de onderkant moeten zien te overleven veroordelen. Maar ondertussen maar wat graag van hun diensten profiteren. Als schoonmakers, als zwartwerkers. En inderdaad ook als prostituees. Maar die hen verder liever niet kennen. Laat staan hen tot hun recht willen laten komen. Er is dus minder veranderd dan we denken.

Aanhangsel  3

Ruth en het volk van God

De liefde neemt een centrale plaats in in het boek Ruth: de liefde van Ruth voor haar schoonmoeder en haar volk, daarnaast de liefde van Boaz voor Ruth en de aan lager wal geraakte familie van Elimelech. Toch is het meer dan een ‘love story’. Het bijbelboek Ruth komt na het boek Richteren, waarin we regelmatig lezen dat ieder deed ‘wat recht was in zijn eigen ogen’. Het gaat daar steeds mis met Israël; ze kúnnen niet het volk van God zijn. In het boek Richteren druipt het bloed van bijna iedere bladzijde. Het boek Ruth is dan een verademing, omdat we hier op iedere bladzijde lezen van tere zorgzame liefde.

Het belangrijkste van dit boek is misschien wel dat in alle besluiten van mensen God Zijn verborgen weg gaat. Elimelech en Naomi kiezen om economische redenen voor het heidense Moab. In Bethlehem (huis van brood) is geen werk, geen brood, geen toekomst meer. Het gezin verwijdert zich meer en meer van het land der belofte, van de God der vaderen. De zoons trouwen met vrouwen uit Moab. Ondanks al hun keuzen laat God hen niet los. De tegenslag die Naomi te verwerken krijgt, ervaart ze als slagen van God (´de Almachtige heeft mij bitterheid aangedaan´) Opvallend is het dat Elimelech met Naomi en hun kinderen kiezen voor het heidense Moab, maar dat Ruth kiest voor het volk van God en daarin ook voor de God van het volk.

Ruth en Gods heilsplan

Het boek Ruth werd gelezen op het wekenfeest, het feest van de oogst, dat ook het feest van de wetgeving was. Uit Ruth 1 blijkt dat Israël zich keerde tegen de wet en dat God zich daarom moest keren tegen het volk. (´Vervloekt is een ieder die niet blijft in hetgeen geschreven staat in het boek der wet om dat te doen´, Galaten 3: 10).

De ongehoorzaamheid van de Israëliet ontsluit echter het heil voor een heidin. In alle keuzen van mensen, van Ruth en naderhand ook van Boaz, is God bezig Zijn plan uit te werken. Juist Ruth wordt door God verkozen als één van de stammoeders van Christus. Zo wordt ´door de val van Israël de zaligheid aan de heidenen gegeven´. Ruth wordt door de God van Israël ingezet. Zij is één van de heidenen die door God wordt gebruikt om Zijn volk tot jaloersheid te verwekken.

Christus heeft al de ongehoorzaamheid, de verkeerde keuzes van Zijn volk gedragen. Hij kwam onder de vloek (Galaten 3:13). Dank zij Degene die verborgen was in haar schoot, mocht Ruth bij het volk van God horen. Omdat Hij verworpen werd, werd zíj aangenomen.

Voor christenen uit de heidenen een grote troost!

Ruth 2 - Genade die verheft
In Ruth 2 staat ´genade´ centraal. Het is een sleutelwoord (vers 2, 10, 13). Als kerntekst, en misschien ook als preektekst, zou daarom vers 10b goed kunnen functioneren:
´Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?´
Genade: mercy en grace.

Genade is een woord dat we vaak in de kerk horen, dat vaak in de Bijbel staat.
´Genade zij u´ horen we aan het begin van de dienst. In het gewone spraakgebruik klinkt dit woord echter nauwelijks meer, daar heeft het haast een negatieve klank gekregen: ´Je bent er nog genadig vanaf gekomen´ of ‘De leraar streek zijn hand over zijn hart en gaf de leerling een voldoende, terwijl hij een vier had verdiend’. Iemand krijgt dus niet wat hij verdient.

Zo is het ook met Gods genade. De moordenaar aan het kruis verdiende om te sterven onder het oordeel en dat verwachtte hij ook. Hij kreeg echter niet wat hij verdiende, de straf werd hem kwijtgescholden. Dat is de diepte van de Bijbelse genade. Vergeving ontvangen terwijl je weet dat je schuldig bent. Onverdiende genade.

Een mens heeft echter méér nodig dan vergeving. De Bijbelse betekenis van genade is veel rijker dan ´kwijtschelding´. Ik heb eens een jongen ontmoet die veel ruzie met zijn ouders had. Toen een van zijn ouders echter overleed, kreeg hij spijt. Ondanks dat het hem heel moeilijk viel, vroeg hij de Heere om vergeving. Die vergeving mocht hij ook ervaren, ondanks het feit dat hij de relatie met zjn moeder niet meer kon herstellen. Ondanks de vergeving, voelde hij zich toch niet geaccepteerd. Hij had niet alleen vergeving nodig, maar ook liefde die hem kon bevestigen. Zodat hij weer aangenomen zou worden en kon groeien op zijn nieuwe weg. Dit was niet iets waar hij recht op had, maar hij ontving het in de gemeenschap van de Bijbelschool, waar hij terecht kwam.

Dat is de tweede betekenis van genade: dat je er weer mag zijn, dat je verrast wordt omdat mensen goed voor je zijn. Het eerste, de genade van de vergeving, de kwijtschelding (in het Engels: mercy), is voor ons nodig, maar het tweede, de genade van de aanvaarding, de bevestiging (in het Engels: grace) is evengoed nodig. Mercy: je kijgt niet wat je verdiend hebt (namelijk straf en veroordeling); grace: je krijgt wat je niet verdiend hebt (namelijk aanvaarding, bevestiging, kindschap).

Nu, in Ruth 2 komen we in aanraking met genade in de tweede betekenis, niet zozeer de genade van schuldvergeving, maar de genade van verheffing, dat een mens in zijn of haar eer bevestigd wordt. We zullen zien dat die genade ook van God komt.

Er zijn drie gebieden waarin de genade van de verheffing in Ruth 2 in het bijzonder oplicht

 1. In de familieverhoudingen: Ruth heeft gekozen voor haar schoonmoeder; zij steunt haar en bewijst haar liefde. Zij neemt ook het initiatief om koren te gaan verzamelen op de akker (vers 2, 3).

 2. Op de werkvloer (vers 4): in de opvallende manier waarop Boaz, de boer van stand, zijn personeel begroet en hoe ze terug groeten.

 3. Vooral in de manier waarop Boaz Ruth tegemoet treedt en zich over haar die een vreemdelinge, een asielzoeker is, ontfermt.

1. Genade in de familieverhoudingen

Er is hier sprake van een bijzondere verhouding tussen schoondochter en schoonmoeder.
Ruth 1 vermeldt ons de keuze van Ruth om niet alleen met haar schoonmoeder mee te gaan, maar ook van harte haar pijn, armoede en zorg mee te dragen. Ze verkiest de smaadheid van Naomi en haar volk, in plaats van een goede toekomst in Moab. De steun van Ruth wordt nog praktischer in haar initiatief om aren te gaan oplezen. Ruth moet hier heel wat barrières overwinnen. Als vreemdeling is het niet gemakkelijk om ergens nieuw binnen te komen. Daarbij komt dat Ruth alleen is, Naomi gaat niet met haar mee. Misschien was Naomi te verbitterd, te depressief of had ze er geen kracht meer voor. Ruth gáát echter, waarna Naomi de genade erkent en haar ogen open gaan voor Gods weg:
´Gezegend zij de Heere, die Zijn weldadigheid niet heeft nagelaten aan de levenden en de doden´. Ze verklaart hier dat de genade zo ver gaat dat die ook nog posthuum aan de doden (haar man en zoons) wordt bewezen.

God geeft familieverbanden om te zegenen, om elkaar te helpen en te bevestigen. In andere culturen is dat vaak veel duidelijker dan bij ons (Suriname, Midden Oosten). In onze tijd en cultuur zijn deze verhoudingen vaak aangetast door de zonde van het individualisme. Door eigengereidheid gaat er veel mis; wat God als zegen bedoeld heeft, wordt een vloek. Denk aan kinderen die meer geïnteresseerd zijn in de erfenis dan in hun ouders, aan de vele ouderen in Parijs die in de zomer van 2003 overleden terwijl niemand op hun begrafenis aanwezig was.

Het tegenovergestelde gebeurt gelukkig ook, dat in familieverhoudingen die jarenlang verziekt zijn iemand het initiatief neemt om gewoon te gaan helpen. Dat is de positieve genade, de bevestiging. Zoals Jezus, die Zacheüs niet aanspreekt op zijn verleden, maar zegt: ‘ik wil bij je op bezoek komen’. Dit maakt Zacheüs zo blij, dat hij erdoor verandert.
oe ver moeten we daar in gaan? Iemand vertelde eens over zijn schoonvader, die hij iedere week met zijn vrouw bezocht. Deze man had echter altijd zoveel kritiek, dat het een negatieve invloed had op hun geloofsleven. Ze besloten om zich de vrede van Christus niet te laten ontnemen en hem niet meer elke week op te zoeken. Dat gaf meer ontspanning in de verhoudingen. Er is geen vast recept voor de wijsheid en de liefde die nodig is. Voor Ruth
betekende het praktische hulp, eten zoeken, in de kommervolle omstandigheden van haar schoonmoeder. Soms kan het zelfs betekenen dat, zoals bij de vader in de gelijkenis van Lukas 15, we een geliefde laten gáán. Als deze zoon terugkomt, wijst de vader hem niet af, maar schenkt hem vergeving. Hij geeft hem nieuwe kleren, schoenen en een ring en richt een feestmaal voor hem aan. Hij wordt in ere hersteld. Dat is opnieuw genade die verheft.

2. Genade in de arbeidsverhoudingen

In Ruth 2 gaat het ook om arbeidsverhoudingen, namelijk tussen Boaz en zijn personeel.
 Het eerste wat zijn werknemers horen als hij eraan komt is ‘De Heere zij met u!’ Waarop zij antwoorden: ´De Heere zegene u´. Hieruit spreekt een diep onderling respect en meeleven. De zegen en nabijheid van de Heere wordt toegewenst. Dat betekent dat Boaz het goede zoekt voor zijn werknemers. Hij ziet hen niet als arbeidskrachten die de winst voor hem moeten binnen halen. Omgekeerd ziet zijn personeel hem niet als de big boss, die ongenaakbaar is.

Wat is het mooi als managers zegen verspreiden, omdat ze ook de mens achter de werker zien. Dan is er aandacht voor de zorgen en vreugden van je werknemers. Maar omgekeerd ook is het belangrijk dat we als werknemers het goede met onze werkgevers voorhebben. Hoe licht valt het om alleen maar kritiek en aanmerkingen te hebben. Dat breekt meestal af. Directie en collega´s kunnen voorbede wel gebruiken. Hoe zullen ze iets van de zegen merken van het personeel dat naar de kerk gaat?

In de praktijk kan het heel moeilijk zijn om vol te houden als de arbeidsverhoudingen gecompliceerd zijn, als je als werknemer voortdurend op de vingers getikt wordt, als het nooit goed is. Hoe moet je daar mee omgaan? We leren van deze geschiedenis dat we beginnen mogen met te zegenen. Zelfs als het een vijand betreft? Voor hem of haar bidden! Het contact blijven zoeken en dat kan alleen als we liefhebben. Liefhebben kunnen we niet eens op eigen kracht. Het kan alleen vanuit de kennis van de onvoorwaardelijke en ontzagwekkende liefde die Christus voor ons over had. Daarom kan ik die ander, die collega eigenlijk niet anders zien dan in de schaduw van het kruis, waar ik zelf moet staan om behoud te vinden.

3. Genade in de omgang met vreemdelingen en asielzoekers

Tenslotte toont Ruth 2 de genade die bewezen wordt aan een asielzoeker, een vluchteling.
´Dat gij mij kent, daar ik een vreemde ben?´ (vers 10). In het Hebreeuws staat hier een woordspeling. Dezelfde woordstam (nokri) wordt gebruikt: dat u mij aanvaardt, die een niet- aanvaarde ben. Dat u mij erbij laat horen, die er niet bijhoort. Het woord dat voor vreemdeling gebruikt wordt, heeft de betekenis van iemand die niet erkend is, die geen status heeft. In vers 13 noemt Ruth zichzelf een ´dienstmaagd´, hiermee wordt echt de laagste rang van de sociale ladder bedoeld.

Hoe gaat Boaz met haar om? Daarbij is het goed te weten van de voorzieningen die God in Israël had bevolen ten aanzien van vreemdelingen en weduwen. Er waren wel meer vreemdelingen in het Oude Israël. Gastarbeiders, ingehuurde hout- of steenbewerkers, denk maar aan de knechten van Hiram die in de tijd van David en Salomo komen helpen. Er waren ook reizigers. Maar ´nokri´ waren mensen die behoorden tot de vijandige volken en de vreemde goden. Vreemdelingen mochten niet verdrukt worden. Ze vielen onder dezelfde sociale zorg als de armen, weduwen en wezen. Ze kregen daarom elke drie jaar een deel van de tienden (Deuteronomium 14: 28-29), of een deel van de oogst (Leviticus 19: 10v, 23: 22). Ze mochten ook delen in de rust van de sabbath en het sabbathsjaar (Leviticus 25:35).
Opmerkelijk dat Jesaja profeteert over de vluchtelingen uit Moab (Jesaja 16)´verberg de verdrevenen, verraad de vluchtelingen niet´.

Nu was er dus de voorziening in de wet van God over de oogsten (zoals de hoeken en randen niet afmaaien; wat is blijven staan of hangen, laten hangen). Maar het is wel zeker dat daar nog al eens de hand mee werd gelicht. Het was voor de weduwen en asielzoekers bepaald niet gemakkelijk. Waarschijnlijk ook voor Ruth niet. (Vers 8 suggereert dat ze gezegd hebben: ‘ga ergens anders heen’. Vers 9 wijst erop dat ze haar lastig hebben gevallen en dat ze niet mocht drinken van het water dat de jongens schepten.)

Meer dan Boaz is hier Boaz´ zorg gaat verder dan de wet van God. Hij zorgt dat ze niet zo maar een plekje achteraf krijgt, maar dat ze kan blijven en niet lastig gevallen wordt. Hij gaat veel verder: ze mag meeeten, een duidelijk bewijs dat ze er echt bij mag horen. Hij gebiedt zijn jongens om wat méér te laten vallen, waardoor ze veel bij elkaar raapt ( een epha: ongeveer 15 liter, daar konden ze zeker een paar weken van leven). Boaz misbruikt zijn macht niet om de vreemdeling uit te buiten, of buiten de deur te zetten. Integendeel, Ruth krijgt een plek aan zijn tafel.

De genade van Boaz is een spiegel van Gods genade, hij is hier ‘type van Christus’. Hoe gaan navolgers van Christus om met vluchtelingen, met asielzoekers, met mensen die werk zoeken? We hebben hen als Nederlandse samenleving in het verleden nodig gehad. Nu ervaren veel autochtonen, ook in de kerken, hen als bedreiging. Van de multiculturele samenleving lijkt niets terecht te komen. Sinds de moord op Theo van Gogh zijn de tegenstellingen aangewakkerd. We zijn bang om aangetast te worden in onze identiteit, onze zekerheden, onze veiligheid. Zulke gedachten onthullen echter pijnlijk waar wij onze identiteit in zoeken. Voor de gemeente van Christus wordt door dit soort denken een streep gezet, een kruis. Zouden we het niet anders moeten zien?

Dat de Heere al deze buitenlanders in onze straten heeft gebracht. Is het toeval dat ze er zijn? Waar we ons heil zoeken in land, afkomst, veiligheid en welvaart, daar raken we spoedig gevangen in de strikken van het heidendom. Boaz lijkt op de Heere Jezus en een discipel van Christus zal de weg van Boaz
 vandaag in praktijk moeten brengen. Door genade die de vreemdeling, degene die hier geen rechten heeft, verheft. En die genade is niet zo maar een vrome wens, die krijgt handen en voeten. (zoals Boaz Ruth niet alleen vrome woorden toevoegt, vers 12, maar ze ook tastbaarmaakt).

Waarom ook wij geroepen om deze verheffende genade uit te delen

1. Omdat God het geboden heeft in Zijn wet. Die wet, de sociale regels in het Oude Testament, zijn niet afgeschaft. We kunnen niet alles klakkeloos overnemen (we hoeven niet kosher te gaan eten of kleding van tweeërlei stof te mijden). Als we echter zeggen dat deze wetten in Christus vervuld zijn, dan zoeken we in de Geest van Christus te handelen. Dan zijn de geboden van het Oude Testament richtlijnen, ook voor de samenleving en de economie, waar geen sprake kan zijn van uitbuiting en mateloze verrijking ten koste van armen. Er is nog steeds groot sociaal onrecht dat schreeuwt naar de hemel in de manier waarop het ´christelijke´ westen omgaat met de arme landen.

2. Omdat mensen er de genade van God in zullen ontdekken. Hoe zullen mensen om ons heen het gezicht van Christus zien? Hoe zullen ze de genade van God leren kennen? Zie Boaz. Ruth kende hem niet. Hij was een grote onbekende voor haar, maar Naomi ziet in hem Gods helpende hand (vers 20). Zien de mensen om ons heen Gods genade in ons, of vallen ze over ons heen? Hoe kijken wij zelf naar de mensen om ons heen? Zijn we als gemeente een ´community of compassion´? Pas als je zelf gaat weten –door Gods ontdekkend licht- dat je vreemdeling´ bent, dat je helemaal geen rechten hebt, alleen grote schulden, maar dat je midden in dat vreemdelingschap aangenomen bent, uit je ellende verlost, dan weet je wat ontferming is. Dan ga je je uit dankbaarheid over een ander ontfermen.

3. Voor Israël kon het niet anders, omdat ze hoorde bij God. Leviticus 19. ´Ik ben de Heere´. Deze genade die verheft, is geworteld in Gods wezen, in Zijn karakter. Het volk dat bij God hoort, kán daarom ook niet anders. Hoezeer geldt dat dan voor de christelijke gemeente. Als Christus alles, maar dan ook alles voor ons over had, kunnen we dan nog hard oordelen over vreemdelingen, of over mensen die anders zijn dan wij? Hoe kunnen we God liefhebben en onze broeder links laten liggen? Temeer als het een buitenlandse broeder is?

Christus zocht ons op in den vreemde. Hij kwam om arm te worden, terwijl Hij rijk was. Hij verkeerde als een gast en vreemdeling op de aarde. Om onzentwil. Als je dat diep beseft, dan kun je je hart niet meer toesluiten voor de vreemdeling. Paulus peilde de diepte van Gods genade toen
 hij schreef aan de Korinthiërs over de collecte die ze hielden: 2 Korinthiërs 2: 7, 8 en dan ook vers 9. Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden. Hier ligt de diepste reden waarom we net zoals Boaz ontfermen over degene die van Godswege op onze weg wordt gebracht.

Aanhangsel  4

Over de draagkracht van Batseba (2 Samuel 11 en 12)

Ze zegt haast niks, onze Batséba. Haar naam wordt maar zelden genoemd. Ze is of de vrouw of de vrouw van Uria.
Haar overkomt van alles. Ze wordt besteld, opgehaald en genomen op een mooie zomerdag. Ze raakt zwanger, ze verliest haar man, ze wordt Davids vrouw, baart hem een zoon en ook deze zal ze verliezen. Pas aan het eind van al deze gebeurtenissen vindt ze iets van troost en klinkt er in de naam van haa rnieuwgeboren Salomo eindelijk vrede door.

Dit alles maakt haar tot een heel andere figuur dan de andere drie vrouwen uit de stamboom van Jezus. Er was moed, gastvrijheid en trouw en nu is er voor ons via haar die lastige – want veel passievere - notie van draagkracht.
Lastig omdat deze een andere dimensie van leven aanraakt, waar we soms minder goed raad mee weten.
Met het actieve zijn we meer vertrouwd. Dat is prettiger, we hebben invloed, of de illusie van invloed. Het maakt uit wat we doen en dat maakt ook uit. Je bent er zelf ook bij, maar tegelijk is er ook veel& ndash; soms beangstigend veel dat je niet in de hand hebt, waar je niets aan kunt doen, wat je niet kunt veranderen, wat je overkomt, op je bord krijgt, voor je kiezen en waar je niet om hebt gevraagd en niet op zat te wachten. Het is er, het is gebeurd of juist niet, en je moet daar mee verder waar je ook leeft in Rwanda maar ook gewoon hier.

Draagkracht gaat over het vermogen en de bereidheid om iets op je te nemen. Daar je schouders maar onder te zetten. Je schrap zetten of juist de last verwelkomen, de druk voelen en weten van binnenuit dat je deze zult kunnen dragen. Misschien ternauwernood, maar toch, want je bent ook sterk, er is ook kracht in je, een reservoir aan stille kracht die pas beschikbaar komt als het er in je leven op aankomt.

Soms is dat zo. Dan komt het er op aan. Dan worden we daarop aangesproken en op niets anders. In tijd van tegenslag, van ziekte en pijn, afscheid, sterven en dood. Het leven hier op aarde onder de hemel heeft echt ook een donkere kant.
Daar hoef je niet steeds mee bezig te zijn, het is heerlijk om fluitend je weg te kunnen vervolgen, en een tijdje de andere kant op te kijken en heerlijk te genieten.

Maar er zijn ook dingen die je moet en kunt aanvaarden en op je nemen. Ook daar kunnen je de ogen voor opengaan.
Dat het zo en niet anders is en daarmee verder gaan. Als er ergens een verband is tussen voormoeder Batséba en Jezus van Nazareth dan zit dat in deze draagkracht, deze bereidheid om wat op je schouders te nemen. De joodse
traditie rekent haar toch niet voor niets onder de beroemde 22 dappere vrouwen!

En ik wil maar zeggen. Jij kan ook tegen een stootje. Ja, je hebt een last verborgen pijn, je kent onuitsprekelijke droefheid, maar je valt niet zomaar om. Jij weet heel goed dat leven meer is dan genieten en genot, dat leven soms vooral dragen en verduren is, wenen en vechten tegen de bierkaai. Maar je valt niet samen met het donker, je hoeft er niet aan onderdoor te gaan. Je kunt opstaan en gehoor geven en eindelijk de zin gaan begrijpen van wat Jezus ooit tegen zijn leerlingen zei: Neem je kruis op en volg mij.(Marc.8,34)

En wie weet zul je gaandeweg ontdekken, dat doordat je die last op je neemt, er gaandeweg ook iets verandert. Dat er iets in je opengaat en gaat stromen. Dat je kracht krijgt, een bodem voelt onder je tranen, dat je diepte ervaart, dat je
ontdekt dat zoveel dingen niet of of zijn, het een of het ander, maar heel veel en en. Dat er vreugde schuilgaat in verdriet en verdriet in vreugde.

Dat misschien juist verdriet en donkerheid wat met je doen, ze woelen je om, keren je binnenste buiten met alle pijn van dien, maar er zo ook wat in je kan opwellen van de levenskracht van God die helend en dragend is. En je er toch door komt, en het gerooid hebt, volgehouden, verduurd en voltooid en het goed is: dit is mijn leven. Wat ik gewild heb, wat ik gedaan heb. Wat mij gedaan werd, wat ik misdaan heb. Dat ik dit was en geen ander. Dit was mijn liefde God, hier ben ik! .

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is