holyhome
bijbelstudie 117

God blijft ons lokken
God
heeft beloofd dat uit het volk Israël de Verlosser geboren zal
worden. Daarom blijft Hij Zijn volk leiden. Uit zichzelf heeft het volk
niets waardoor het de liefde van God waard is. Maar omdat (Deut 30) God
(Deut.4:25-40) genadig is, barmhartig en trouw, zoekt Hij Zijn volk
steeds weer op en bewaart het. Er lijkt een einde gekomen te zijn aan
het volk Israël als ook het tweestammenrijk wordt weggevoerd naar
Babel. De hele zondige geschiedenis van het volk wordt samengevat in 2
Koningen 17 : 7 -23. Zal aan het einde van een lange weg van zonde
tegen God dit volk opgaan in de volkeren van het Oosten? Nee, God
straft Zijn volk, zoals een vader zijn ongehoorzaam kind. Overwonnen
door vijandige volken moet het in ballingschap tot inkeer komen. Maar
God blijft lokken. Zijn onontkoombare aantrekkingskracht !
Ballingschap
God houdt vast aan Zijn verbond met Zijn volk; Hij vergeet Zijn
beloften niet. Hij neemt ook in het land van de ballingschap profeten
in Zijn dienst die het volk moeten waarschuwen en het moeten oproepen
tot bekering. Die voor het volk moeten bidden. Een van de ballingen in
Babel, Ezechiël, krijgt in een machtig visioen van God de opdracht
(Ez. I -V) het volk op te roepen weer God te gaan dienen.
Ezechiël was samen met koning Jojachin en de kern van het volk
door koning Nebukadnezar van Babel uit Jeruzalem weggevoerd. De (2 Kon.
24:8-17) nieuwe koning over het achtergebleven volk kwam na een paar
jaar in opstand tegen de Babylonische koning. De stad Jeruzalem werd
toen belegerd, maar de ballingen in Babel konden niet geloven dat die
stad ooit zou kunnen worden ingenomen. Jeruzalem is immers de stad van
God, Hij zal Zijn tempel toch niet prijs geven aan de koning van Babel?
In het eerste deel van het profetische (Ez.4, 7,9,15) boek
Ezechiël wordt echter voorspeld dat de stad wel zal worden ver-
overd en verwoest. Jeruzalem valt
en de overgebleven inwoners worden nu Ez.33 : 21 ook weggevoerd. Dan
mag Ezechiël aankondigen, dat er een eind zal komen aan de
ballingschap. Dat zal (Ex.37) zijn als een opstanding uit de dood.
Die boodschap mag ook de profeet Daniël brengen aan het volk
Israël. Het leven van deze profeet aan het hof van de koningen van
Babel en Perzië wordt in de eerste hoofdstukken van het boek
Daniël beschreven. Daniël vertrouwt op de beloften van God.
In een ontroerend gebed bidt (Dan. 9) hij om het einde van de
ballingschap. Het volk Israël was te verge- lijken met een bruid
die andere mannen is nagelopen. Toch verstoot God Zijn volk niet. En
Hij vergeet Zijn beloften niet. Dat is onbegrijpelijke goddelijke
genade. God lokt de weggeslopen bruid weer naar Zich toe.
Dat God Zijn volk niet zou vergeten, daarvan hadden al
vóór de ballingschap profeten gesproken. (Hosea) 'Ik zal
u Mij tot bruid verwerven voor eeuwig; Ik zal u Mij tot bruid verwerven
door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik
zal u Mij tot bruid verwerven door trouw; en gij zult de :Here kennen.'
(Micha 5 ) 'En gij Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de
geslachten van J uda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn
over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der
eeuwigheid. , (Jes. 40: 1) 'Troost, troost mijn volk, zegt uw God.
Spreekt tot het hart , van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn
lijdenstijd volbracht is, dat zijn ,.ongerechtigheid geboet is.
En Jeremia: 'Zie, Ik zal haar genezing (Jer. 33: 6) schenken en
herstel, Ik zal hen genezen en hun een schat van bestendige vrede
ontsluiten; ja, Ik zal een keer brengen in het lot van Juda en
Israël en hen opbouwen als weleer.
De terugkeer
De ballIngschap betekent met het einde van het volk Israël. Na
zeventig jaar in Babel komt de bevrijding. Daarvoor neemt God de koning
van (2 Kron. 36:22) Perzië Kores in Zijn dienst (Ezra 1: 1,2).
Kores geeft het volk, als hij ze naar Jeruzalem laat teruggaan, zelfs
nog van alles mee van wat bij de verovering van Jeruzalem uit de tempel
Ezra 1: 7-11 geroofd waso Er breekt een nieuwe tijd aan voor
Israël. Heeft het volk geleerd van de straf van God? Ook na de
ballingschap moet God Zijn profeten blijven sturen, om het volk op hun
zonden te wijzen. Weer denken (Zach. 1: 1-6) ze eerst aan zichzelf. Hun
eigen huizen bouwen ze gauw weer op, maar de tempel blijft verwoest
liggen. Haggaï bestraft het volk en moet hen (alweer) opwekken tot
bekering (Hag.1). Dan pas worpt de tempel op- nieuw gebouwd, ondanks de
tegenwerking van vijanden.
De tempel. (Ezra 3: 6) Het symbool van de verzoening van de zonde, het
bewijs dat de Verlosser zál komen. Er is toekomst voor het volk
als het vertrouwt op de beloften van God. Het volk ziet toekomst als
het weer gehoorzaam is aan Zijn Woord.
De herbouw
Ezra en Nehemia waren de leiders bij de herbouw van de stad en de
tempel. In de Bijbelboeken die hun namen dragen kun je de geschiedenis
van de bouw van Jeruzalem en van de tempellezen. Dan lees je ook over
de tegenstand van de duivel tijdens de wederopbouw. Er is altijd (Gen.3
: 15) weer de strijd waarvan God heeft ge- zegd dat die er zijn zou. De
strijd tussen de vrouwen de slang.
Er zijn mensen die op allerlei manieren proberen de bouw van de muren
(Neh. 2: 11-20) te verhinderen. Met spot, met verleiding (Neh. 4) ding,
met gewapend verzet, met verdachtmakingen. Spotters vragen: wat doen
die machteloze Joden? Al zou er maar een vos tegen die muren (Neh.4 :
2, 3) opspringen, dan zouden ze afbrokkelen. Maar het scherpe wapen van
de spot ketst af tegen het rotsvaste vertrouwen van Nehemia: 'De God
des hemels, Hij zal het ons doen gelukken, en wij, Zijn knechten,
zullen (Neh.2 : 20) ons gereed maken en bouwen' .
Uitzien naar Christus
Ondanks de spot en de tegenwerking wordt Jeruzalem, wordt de tempel
herbouwd. Die nieuwe tempel was wel niet zo mooi als de oorspronkelijke
tempel van Salomo, maar God woonde weer temidden van Zijn volk. God
bereikt altijd Zijn doel. En uit heel de geschiedenis blijkt, dat dat
niet aan mensen te danken is. God heeft Zijn volk bewaard; dat het er
na zoveel eeuwen nog steeds is, is Zijn werk. Hij heeft er ook voor
gezorgd, dat de kerk van Jezus Christus er vandaag nog is. Dat is te
danken aan Zijn trouw. De duivel verzet zich daar uit al zijn macht
tegen. Hij zet mensen er toe aan, om met groot machtsvertoon te probe-
-ren, het werk van God ongedaan te (Ps.2 : 4) maken. Maar 'Die in de
hemel zetelt, lacht; de Here spot met hen.
Als de herbouw van Jeruzalem af is, komt het hele volk bijeen op het
plein voor de Waterpoort. Het wetboek van Mozes wordt gehaald en Ezra,
(Neh. 8) de schriftgeleerde, leest het voor. De wet van God; er is
alleen uitzicht en toekomst als de mens zich houdt aan het Woord van
God en gehoorzaam doet, wat Hij in Zijn wet vraagt. Het Woord van God
wijst de weg naar redding en wie zich aan die reisgids houdt, gaat
veilig. Voor de mensen op het plein voor de Waterpoort is (Hag.2 :
2-1)er uitzicht en toekomst. Het wachten (Mal.4 : 5,6) is op de komst
van Jezus.
Wij weten nu van Zijn komst. Voor de mens van nu is er het wachten op
de terugkeer van diezelfde Jezus. Zijn terugkeer naar de aarde om te
oordelen de levenden en de doden. Voor die toekomst hoef je niet bang
te zijn, als je Gods Woord leest en gelooft; als je je leven van Jezus
ver- wacht. Hij zelf heeft gezegd: 'Wie in de Zoon gelooft, heeft
eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet
zien, maar de toorn van God blijft op hem. Geloven is een zaak van
leven of dood. Geloven is een zaak van léven.
|