" />
 
               .HOLYHOME.NL - BRON VAN VREDE
 
 
   
 
BIJBELSTUDIES                                              STUDIE-INDEX                              

   holyhome bijbelstudie 115




Het Geheim




(1Sam.1-l2) 'leder deed wat goed was in zijn ogen'. Met die woorden eindigt het boek Richteren. Maar wat in hun ogen goed was, ging vaak lijnrecht in tegen de geboden die God gegeven had. Ze deden wat God uitdrukkelijk verboden had; en ze deden niet wat God met nadruk van hen gevraagd had wel te doen. Maar steeds weer als ze door hun eigen  schuld in moeilijkheden kwamen, gaf God hun een verlosser, een richter. Steeds weer opnieuw redde God Zijn volk uit de moeilijkheden, die ze zichzelf op de hals gehaald hadden. Waarom deed God dat steeds weer? Waarom redde God het volk Israël steeds weer uit de nood ? Waarom heeft God, ondanks alles, toch dat ongehoorzame volk laten voortbestaan? Het volk, dat hardnekkig Zijn geboden in de wind sloeg, werd door God telkens weer gered. Waarom ?

Het bloed van de verzoening

God heeft Zijn volk een tent laten (Ex.25 : 1-9) bouwen waarin Hij temidden van Zijn volk kon wonen. Het geheim van het voortbestaan van het volk Israël was die tent: de tabernakel. Door de eredienst van het volk in de tabernakel heeft God aangeduid dat Hij de zonden van Zijn volk wilde vergeven. God verzoent de schuld, zodat het weer goed wordt tussen Hem en Zijn volk. Maar de eredienst in de tabernakel maakte ook duidelijk dat God 'niets door de vingers ziet' .Om vergeving te kunnen ontvangen, was eerst verzoening nodig, moest er voor de zonde 'betaald' worden.

Om de weg naar God vrij te maken moesten offerdieren geslacht worden. Het bloed van dieren bracht verzoening. De tabernakel en later de tempel was de plaats waar God zijn volk ontmoette. Daar waren de altaren , belangrijk, evenals de priesters, die de altaren bedienden. Want op die altaren in de tabernakel moesten de dieren geofferd worden. Maar het allerbelangrijkste in de tabernakel was de ark. Dat was de gouden kist die in de heiligste kamer van de tabernakel stond. De ark was als het ware de troon van God. Daar woonde God. En als teken van Zijn aanwezigheid hing een grote donkere wolk (Ex.40:34-38) boven het heiligdom. Op de gouden ark lag het verzoendeksel. Er mocht niemand in de buurt van de ark komen, behalve eens per jaar de voornaamste priester. Dat was op de Grote Verzoendag. De hogepriester sprenkelde dan het bloed van een (Lev. 16) bok op het verzoendeksel. (Ex. 25: 10) tot De hele eredienst van het volk Israël (Ex.30:38).

In die eredienst gaat het om de offers en de verzoening door het sprenkelen van bloed op het verzoendeksel. Het grote geheim van het bestaan en het voortbestaan van het volk Israël is, dat God in hun midden woont. En omdat er het bloed van de verzoening is. Dat kon door geen mens bedacht worden. En geen mens kan uit zichzelf iets doen, om zichzelf te redden. Daarom heeft God heel precies voorgeschreven hoe de eredienst U van Zijn volk moest zijn.

De eredienst van het volk was een teken van het lijden en sterven van Jezus, de Zoon van God, die op de aarde zou komen, om Zijn leven, Zijn bloed te geven om verzoening voor het volk van God tot stand te brengen. Het bloed van de bokken was het symbool van het bloed van Jezus Christus. Het bloed van stieren en bokken kon de schuld niet verzoenen (Ps. 40: 7-9) Dat wist de Israëliet ook (Hebr.10:1-10) heel goed. Het dierenbloed diende als teken van het bloed van verzoening dat eenmaal door Christus vergoten zou worden aan het kruis. Het bloed van dieren was tegelijk ook meer dan alleen maar een teken van wat komen zou: Jezus was als het ware al aanwezig. Waar de eredienst die verzoening bracht, trouw werd onderhouden, ontvingen de kinderen van God al de vergeving voor hun zonden. Zo echt was alles wat werd afgebeeld. De Zoon van God gaf vooruit, wat Hij later aan het kruis zou verdienen. God redt Zijn volk steeds weer. En het geheim ligt in het bloed van de verzoening. De kinderen van God leven, omdat God genadig is.

De weg naar Jezus

De geschiedenis van het volk Israël komt tot een dieptepunt dat beschreven wordt in het boek Samuël. De twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, trokken zich niets meer aan van de heel preciese geboden die God gegeven (1 Sam. 2:11-17) had voor de eredienst. Het vlees dat geofferd moest worden, eisten zij voor zichzelf op. Door hun goddeloze handelingen in de eredienst, kregen de Israëlieten ook steeds minder eerbied voor de offers. De leiders van het volk verleidden het volk. Door te doen wat goed was in hun eigen ogen, maakten ze verzoening met God onmogelijk.

De eredienst, waardoor het goed kan zijn tussen God en mensen, als symbool van de werkelijke verzoening van de schuld door Jezus, wordt in de tijd van Eli tot een schandalig spel. Zelfs de troon van God, de (1 Sam. 4) ark, wordt door de dienaars van God misbruikt. Het volk verlaat God en veracht Hem. Dan wil God niet meer bij hen wonen. De ark wordt dan een lege troon. Hoe erg is dan de toorn van God. God straft Zijn volk. Maar Hij laat het niet los. In het boek Samuël, waarin de straf van God beschreven wordt, staat ook hoe God Zijn volk opnieuw weer redt. In de tijd waarin het volk Israël zich helemaal heeft afgekeerd van God, wordt Samuël geboren. Zijn moeder Hanna, die als verhoring van haar gebed moeder (1 Sam. 1) mocht worden, heeft haar kind aan God afgestaan. Samuël werd opgevoed (1 Sam. 3) in het heiligdom in Silo, een klein plaatsje ten noorden van Jeruzalem, waar de tabernakel stond en waar Eli priester was. God heeft Samuël gebruikt om Zijn afvallige volk weer terug te leiden tot Hem.

Samuël was de laatste richter van Israël. Hij kreeg later de taak om een koning aan te stellen over Israël. Het volk verdiende de liefde van God niet. Toch heeft Hij hun in Zijn liefde Samuël gegeven. Als je de eerste hoofdstukken van het eerste boek Samuël leest, worden twee dingen duidelijk. God laat Zich niet bespotten door Zijn volk. Maar Hij laat Qet toch niet aan z'n lot over. Als de liefde van God door Zijn volk wordt versmaad, straft Hij hard. Hofni en Pinehas brengen de ark in hun overmoed in het leger om God te dwingen hen te helpen. Ze gebruiken de ark als een 'mascotte' . In de ogen van God is dat afgoderij . God doet hen beiden omkomen in de strijd. En hun vader Eli sterft, als het het bericht ontvangt, dat de ark door de Filistijnen is meegenomen. Maar God geeft Zijn eer niet prijs aan de vijanden van Zijn ongehoorzame (1 Sam. 5, 6) volk. De ark wordt weer teruggebracht. Daardoor blijkt hoe onmachtig de god van de Filistijnen is.


Samuël mag het volk van God weer terugbrengen naar de weg van het geloof in God. God vergeet Zijn belofte en Zijn verbond met Abraham (1 Sam. 5-12) niet. Hij verlost; Hij geeft toekomst.

Als je het Oude Testament leest moet je nooit vergeten dat het in al die geschiedenissen gaat om de komst van de Messias. Al het wereldgebeuren, al die mooie, maar  ook al die verschrikkelijke gebeurtenissen die in het Oude Testament be- schreven worden zijn gericht op de komst van Jezus Christus op deze aarde. God legt steeds weer opnieuw de weg naar de komst van Jezus.

Ook als Zijn eigen volk die weg door eigen schuld opbreekt. God doet wat Hij belooft heeft: (Ps. 130 : 7, 8 ).

'Israël hope op de Here, want bij de Here is goedertierenheid, bij Hem is veel verlossing; Hij zelf zal Israël verlossen van al zijn ongerechtig- heden.'



Google
WWW Zoeken op  Holyhome.nl
BIJBEL Gericht zoeken in de Bijbel (woorden-namen-plaatsen-vers)
 
Freelance Web Designer