God
houdt vol
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
114 - God houdt vol
Een goed leven in een goed land
Na een zwerftocht van veertig
jaar door de woestijn, was het volk Israël in het beloofde land
aangekomen. Ze overwonnen de volken die in dat land woonden en namen
hun steden in. En tenslotte kwam er rust. De mensen kregen een plaats
om te wonen; het land werd onder het volk verdeeld. Ze mochten wonen in
huizen die ze niet zelf gebouwd hadden. En eten van vruchtbomen die ze
niet zelf hadden geplant. Het volk kreeg het ritme van het normale
dagelij kse leven te pakken. Een goed leven in een goed land.
Hij is onze God
Voor zijn dood, houdt Jozua een (Joz.23) afscheidsrede tot de leiders
van zijn volk. Hij praat met ze over de trouw van God, de HERE, die
Zijn beloften had vervuld en Zijn volk het beloofde land in bezit had
gegeven. Hij waarschuwt ze ook. Als zij God niet zullen blijven dienen
in de toekomst, (Joz.23 ; 13) zullen wij weer uit dit land worden
verdreven. Dat was de enige voorwaarde voor een leven van geluk en
vreugde. Israël heeft dat daarna ook met nadruk beloofd: 'Ook wij
zullen de (Joz.24:16-18) Here dienen, want Hij is onze God' .
De liefdeloosheid van het volk van God
De Israëlieten van toen waren niet veel anders dan de mens van
vandaag. Zolang Jozua leefde ging het goed met het volk Israël;
maar na zijn dood duurde dat niet zo lang meer. Zo is de mens. Je
vergeet zo gauw. De weelde krijgt je zo snel te pakken. En wat uit je
hart komt is niet het goede, maar het kwade. Je kiest o zo gemakkelijk
de weg van de minste weerstand.
In het boek Richteren, het vervolg op het boek Jozua kom je steeds weer
het trieste refrein tegen: ' de Israëlieten deden wat kwaad is in
de ogen des HEREN' .En het boek ein- digt met de klacht: 'leder deed
wat (Richt.21 : 25) goed was in zijn ogen. ' Het volk dat zo rijk
gezegend was, is diep gevallen. Ze dachten niet meer aan de bevrijding
uit Egypte. De strijd tegen (Richt.1:27-33) de Kanaanieten werd niet
voortgezet. Ze vonden het welletjes. Maar Israël (Joz.23 : 5)
móest het land in zijn geheel in bezit nemen en de Kanaanieten
verslaan. Ze deden het niet. Ze bleven liever thuis dan opnieuw de
strijd in te gaan. Ze waren God ongehoorzaam.
Op bijna elke bladzijde van het boek Jozua, kom je dat tegen:
ongehoorzaamheid, lafheid, liefdeloosheid. Het volk Israël vergat
zijn God. Ging de goden dienen, die door de overge- bleven Kanaanieten
vereerd werden. (Richt. 2 : 11) 'Toen deden de Israëlieten wat
kwaad is in de ogen des Heren en gingen de Baals dienen.' Dat waren
Kanaanitische afgoden van wie ver- wacht werd, dat zij vruchtbaarheid
aan het land gaven, aan de dieren en aan de mens. Maar het is
onmogelijk God te dienen en tegelijkertijd ook de afgoden. Want wie
geloof hecht aan een andere god, verlaat de éne ware God die er
is. Er is een leerboek, de Heidelbergse Catechismus, waarin dat in het
antwoord op vraag 95 zo gezegd wordt: ' Afgoderij is in plaats van de
enige ware God, die Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft, of naast Hem
iets anders ver- zinnen of hebben waarop de mens zijn vertrouwen stelt'
.
Als Israël afgoden dient, betekent dat, dat het God niet meer
liefheeft en niet meer vertrouwt. Dat is de grote zonde:
liefdeloosheid. Het volk is als iemand in een huwelijk, die de
'wederhelft' veracht, en het met een ander houdt. Afgoderij is
overspel. En daarmee wordt het in de Bijbel ook dikwijls vergeleken.
Zondig en toch gered
God straft Zijn volk. In Richteren ( 2-3: 4 2-3 : 4) kun je lezen wat
er gebeurde. De gekrenkte liefde van God doet (2:12-14) Zijn toorn
ontbranden. De volken die door Israël hadden moeten wor- den
uitgeroeid plunderen het land en roven alle bezittingen. God blijft ook
barmhartig. Hij laat, ondanks hun zonden, Zijn volk niet los; God houdt
vol. Het is en blijft Zijn volk, Hij houdt het vast. Steeds weer als de
Israëlieten echt in de put zitten en Zich weer tot God wenden,
geeft Hij een man die hen van hun vijanden redt. Maar als de man die
hen verlost gestorven is, vervalt het volk weer in zijn oude zonden.
(Richt. 2: 19)
Je ziet het steeds weer in het boek Richteren: Israël
zondigt -God straft - God redt. Hoe vaak komt niet voor in dit
boek: 'Toen riepen de Israëlieten (Richt. 3 : 9) tot de HERE en de
HERE (Richt. 3: 15) verwekte de Israëlieten een verlosser om hen
te bevrijden'. Die verlossers worden richters genoemd. Een richter is
eigenlijk een rechter, iemand die rechtspreekt en hier ook een
verlosser, Iemand die redt uit de nood.
Vanaf Richteren 3 : 5 wordt de geschiedenis van de verschillende
richters, vijftien in totaal, verteld. Van die vijftien hier iets meer
over de twee bekendste: Gideon en Simson.
Gideon en Simson
Op een heel bijzondere manier roept (Richt. 6-8) God Gideon om
Israël te verlossen van de Midianieten, een woestijnvolk dat
leefde ten oosten van Kanaan. Als Gideon voor zijn strijd tegen de
Midianieten een groot leger bijeengebracht heeft, moet hij van God dat
hele leger weer naar huis sturen. Op 300 man na. Dat is voldoende om de
strijd aan te binden. Met dat kleine aantal mannen wordt de vijand
verslagen: het volk krijgt weer rust.
Niet Gideon heeft het volk die overwinning gegeven: God verlost zijn
volk. De richter Gideon is nog niet de ware verlosser. Ook hij wendt
(Richt. 8:26, 27) zich op latere leeftijd tot de afgoden. En na zijn
dood vervalt het hele volk weer in de zonde zijn vertrouwen niet op God
te stellen. (Richt. 8:33-35)
Een van de bekendste richters is (Richt. 13) Simson. Zijn geboorte
wordt door een boodschapper van God, de engel des HEREN, aangekondigd.
Simson zal een aan God gewijde man zijn, (Richt. 13:5, 7) een
Nazireeër. Een Nazireeër was (Num. 6) iemand die zich door
een gelofte voor een bepaalde tijd aan de Here wilde wijden. Hij moest
zich aan een aantal voorschriften houden: gedurende de tijd van zijn
gelofte mocht hij geen wijn drinken en het hoofdhaar niet afscheren.
Meestal was een Nazireeër-gelofte tijdelijk. Maar de Bijbel noemt
ook mensen die hun leven lang, vanaf hun geboorte (1 Sam.1 : 11)
Nazireeër zijn geweest: Samuël, Johannes (Luc. 1 : 15) de
Doper en Simson.
Simson ontvangt buitengewone roeping
(Richt. 14: 6) kracht als 'de Geest des HEREN' over hem komt. Hij
bestrijdt helemaal alleen de Filistijnen, een volk dat leefde, waar nu
de Gazastrook is. Simson wordt in de steek gelaten Richt. 15:9-13 door
zijn eigen volk. Maar wat erger is, hij gaat zijn eigen weg. Een weg
die hem van God afbrengt. Hij (Richt. 14) trouwt met een Filistijnse.
Na het (Richt. 16) mislukken van dit huwelijk, gaat hij om met
prostituées. Hij verraadt het geheim van zijn buitengewone
kracht (Richt. 16: 17) aan één van die hoeren. Delila.
Zijn bijzondere roeping maakte niet zo-veel indruk meer op hem. Als hij
slaapt, knipt Delila zijn haar af. Het teken van zijn
Nazireeërschap wordt zo geschonden. En de Geest van God wijkt van
hem: hij kan dan ge- makkelijk worden overmeesterd en wordt blind
gemaakt.
Als het teken van zijn Nazireeërschap weer aanwezig is, doordat
zijn haar weer is aangegroeid, luistert God toch weer naar zijn gebed.
Zijn kracht komt nog één keer terug. Bij zijn sterven
doodt hij meer vijanden dan tijdens zijn leven, en zo brengt God
verlossing voor Zijn volk door Simson. Maar ook hij was de ware
verlosser nog niet.
In het vervolg van het boek Richteren kun je lezen over gruwelijke
zonden. De stam van Benjamin wordt zelfs bijna helemaal uitgeroeid door
de andere stammen, omdat de bewoners van Gibea even goddeloos zijn als
destijds de inwoners van Sodom.
In het vervolg van het boek Richteren kun je ook lezen hoe God steeds
voor zijn volk blijft zorgen. Want God houdt vol. Christus zal komen.
God spreekt goddeloze mensen vrij!
Bijlage: De godsdienst van de Kanaänieten



















