Wat er ook gebeurd:
God
gaat dóór !
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
109 - Wat er ook gebeurd: God gaat dóór !
Want door genade zijt gij behouden
God gaat door
(Gen.21-25) Abraham heeft geloofd in de beloften van God. Hij was
overtuigd van de betrouwbaarheid van het Woord van God. Die
overtuiging, dat geloof was niet iets van Abraham zelf. God heeft
gezorgd voor dat geloof. God zorgde ervoor dat Abraham geloofde en op
Hem bleef vertrouwen; ook als het moeilijk werd, ook als de vervulling
van die beloften naar menselijke maatstaven onmogelijk leek. Het geloof
is een gave van God. (Ef. 2: 8) Paulus schrijft: ' 'Want door genade
zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een
gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme." Ook Abraham heeft
niets om prat op te gaan. Geloof is genade van God, is liefde van God.
God wil zich met Abraham bemoeien. En later ook met het volk
Israël en met alle andere volken op aarde. Het verlossingswerk van
God gaat door. Ook in het leven van Abraham.
Abraham
Abraham is de oudste van de aartsvaders. Hij geldt als de stamvader van
het volk van Israel en Juda. Abraham wordt ook wel Abram of Ibrahim
(koran) aangeduid.
In het eerste bijbelboek Genesis
(hoofdstukken 12 tot en met 25) wordt de geschiedenis van Abraham
beschreven. Hij komt uit Ur bij de rivier Eufraat, waarschijnlijk rond
2.000 voor Christus. Hij trekt weg naar Haran, als hij 75 jaar is. Hij
neemt zijn vrouw Sarai en zijn neefje Lot. Hij gaat naar Kanaan om de
roepstem van God te volgen. De geschiedenis van Abraham is
tegelijkertijd de geschiedenis van zijn vrouwen Sara en Hagar en zijn
zonen Isaak en Ismael.
In Kanaän aangekomen, trok Abram het land in, tot bij de heilige
plaats van Sichem, de Eik van More. Toentertijd waren de
Kanaänieten nog in het land. Daar verscheen de Heer aan Abram en
zei: ‘Aan uw nakomelingen zal Ik dit land in bezit geven.’
Toen richtte hij daar een altaar op voor de Heer, die hem verschenen
was. Vandaar trok hij verder naar het gebergte ten oosten van
Betel, sloeg zijn tent op tussen Betel in het westen en Ai in het
oosten, richtte een altaar op voor de Heer en riep de naam van de Heer
aan. Daarna trok Abram verder naar de Negeb toe. (Gen. 12, 6-9)
In het Nieuwe Testament komt de naam van Abraham geregeld terug. Bijv.
in Matteus 8, 11 (“Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen
komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het
koninkrijk der hemelen.”), bij de evangelist Lucas over de dood
van Lazarus (“Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen
hem in de schoot* van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven.
[23] In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag
van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. Lc. 16,19 e.v.)
De bijbel legt de nadruk op de betekenis van de ontmoetingen van
Abraham met God als een persoonlijke macht. Over Abraham zijn buiten
heilige geschriften als de Bijbel, de Koran en de Tenach geen bronnen
bekend. Het is daarom niet zeker of Abraham een historische figuur is.
Hoe moet het nu verder?
God heeft beloofd, dat door die éne zoon van Abraham, Isaak,
Zijn belofte in vervulling zou gaan. Als Abraham op hoge leeftijd aan
de (Gen.24;) toekomst denkt, weet hij, dat door (Gen.2) Isaak van
nageslacht sprake zal zijn. Maar dan moet Isaak natuurlijk wel een
vrouw hebben. En naar de gewoonte van die dagen moet Abraham daarvoor
zorgen.
Het gezin van Abraham en Sara, waarin Isaak opgroeit, heeft een heel
speciale positie temidden van de volken om hen heen. Met dit gezin
heeft God een verbond gesloten; dat betekent dat Abraham met alles wat
hij heeft bij God hoort en dat zijn gezin nu ook de HERE mag en moet
dienen als zijn kinderen, terwijl de mensen om hen heen God niet willen
erkennen. Zelfs de straf die Sodom en Gomorra trof, had geen
verandering gebracht in de levenshouding van de inwoners van Kanaan. En
dus is het voor Abraham geen eenvoudige opgave een vrouw voor Isaak te
vinden. Want het zal een vrouw moeten zijn, die met Isaak in dienst van
God willeven. Abraham stuurt zijn vertrouwde knecht naar het ge-bied
waar zijn familie woont, naar Padan-Aram aan de Eufraat. Want Isaak zou
in geen geval mogen trouwen met een Kanaanitische.
Een nieuw wonder
In Genesis 24 kunt u het prachtige, boeiende verhaallezen, over hoe
Rebekka in het gezin van Abraham en Sara wordt opgenomen en trouwt met
Isaak.Net als Abraham en Sara blijven ook Isaak en Rebekka lang
kinderloos. Twintig jaar hebben zij moeten (Gen. 25: 21) wachten op de
geboorte van hun tweeling, Esau en Jakob.
Opnieuw wil God heel duidelijk maken, dat de vervulling van de belofte
Zijn werk is. Hij maakt daarbij gebruik van mensen, aan wie Hij waar
maakt, wat Hij beloofd heeft. De geboorte van de twee jongetjes bezorgt
niet alleen maar twee kinderloze oude men- sen een gelukkige dag. God
geeft die kinderen, omdat Hij in de toekomst uit de nakomelingen van
Abraham de Verlosser van de wereld geboren willaten worden.
Vanaf het allereerste begin maakt God duidelijk, dat de verlossing uit
de macht van de zonde alléén van Hém komt. Als Hij
Zijn verbond met Abraham sluit betekent dat: Ik beloof dat er
verlossing komt; alle volken zullen gezegend worden. En wanneer dan de
vervulling van die belofte een onmogelijkheid lijkt, wordt Isaak
geboren. Een wonder . En een nieuw wonder, als in het huwelijk van
Isaak en Rebekka eigenlijk al geen uitzicht meer is op kinderen. God
vraagt geloof. Geloof in Zijn beloften.
Dat geloof werd gevraagd van Abraham en van Isaak, van Sara en van
Rebekka. Dat geloof wordt ook vandaag van ons gevraagd. Voor God is
(Luk.1:34-38) alles mogelijk. Dat heeft ook Maria moeten leren
aanvaarden en geloven. Want op een nog veel wonderlijker manier heeft
God Zijn Zoon in de wereld doen komen: geboren uit een (Matth. 1:18-23)
maagd, geboren zonder toedoen van een man.
Het vraagt geloof de wonderen van God te aanvaarden: het vraagt geloof
er zeker van te kunnen zijn, dat God Zijn beloften zal vervullen. Op
Zijn tijd.
Toen Jezus stierf aan het kruis om zo de zonden van de mensheid te verzoenen en opstond uit het graf en
naar de hemel ging, werden in Hem (Hand; 3:24-26) alle volken gezegend.
Toen werd uiteindelijk de belofte aan Abraham vervuld. Voor wie dat
gelooft geldt: (Joh. 1: 12, 13) , Allen, die Hem aangenomen hebben, hun
heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn
naam geloven: die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch
uit de wil van een man, doch uit God geboren zijn' .
Dat betekent, dat zij kinderen van Abraham zijn, die 'uit het geloof
(Ga/. 3 : 6-9) zijn'. Dat betekent vooralook dat zij daarom 'kinderen
van God' zijn. (Rom. 8:14-17)



















