holyhome
bijbelstudie 107

Hoe God Zijn Woord wáár
maakt !
Je
hebt het misschien al eerder gelezen in een studie: Want alzo lief
heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, (Joh. 3:16) maar
eeuwig leven hebbe.
Dat zou je één van de kernteksten uit de Bijbel kunnen
noemen. God toont zijn liefde, Zijn barmhartigheid. God wil Zich
ontfermen over de wereld en mensen redden uit de macht van de zonde.
Mensen weer aan Zich binden. Door Jezus. "
Daarop doelde God uiteindelijk, toen Hij Abraham en Sara zijn belofte
gaf. Toen Hij hen opdroeg naar het land te gaan dat Hij wijzen zou,
begon God met iets nieuws. Iets nieuws, dat gold voor alle mensen op
aarde. Het nageslacht, dat Hij het kinderloze echtpaar beloofde, zou
tot een zegen worden voor alle volken. Bij die belofte (Ga/.3:16) wees
God uiteindelijk op Jezus Christus.
Een belofte voor alle volken
Door Zijn verbond met Abraham zorgt God er voor, dat er weer mensen
zijn die voor Hem wIllen leven en op Zijn Woord vertrouwen. God werkt
bij Abraham en Sara geloof in Zijn beloften. Andere volken laat
(Ps~;19,20) Hij hun eigen gang gaan. Maar de (Gen.3 ; 15) belofte die
God Adam en Eva gegeven heeft, zal Hij via Abraham en Sara waarmaken.
Langs die weg zal die belofte tenslotte alle volken van de aarde
bereiken: als Jezus op aarde komt. Jezus zal na Zijn opstanding Zijn
discipelen de opdracht geven: (Matth. 28;18), 'Gaat dan heen, maakt al
de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik
u bevolen heb.' (Hand.13; 2)
En dan gáán de discipelen de wijde (Hand. 17;22) wereld
in om dat blijde evangelie aan iedereen te vertellen. Als Christus is
opgestaan en opvaart naar de hemel is de tijd van de vervulling van de
belofte die God aan Abraham deed aangebroken.
Door geloof
Abraham aanvaardde van zijn kant het verbond, dat God met hem sloot.
Hij toonde dat door zich te laten besnijden. Dat betekende dat God hem
uit de verbondsrelatie mocht 'uitsnijden' als hij zich niet zou houden
aan wat God bepaald had. Abraham moest zich geheel aan God overgeven.
Maar het heeft hem veel moeite gekost, om werkelijk zover te komen.
Toen God hem bekend (Gen. 17: 17) maakte, dat hij en Sara een zoon
zouden krijgen, moest hij erom lachen. De belofte was ook nogal
opmerkelijk, als je bedenkt hoe oud Abraham en Sara waren, toen God
Zijn belofte deed. Sara kon het helemaal niet geloven. Maar God zou
Sara ook zover brengen, dat zij de belofte van God meer waarde gaf
(Hebr. 11: 11) dan menselijke ervaringen.
God verschijnt in menselijke gedaante aan Abraham, die Hem gastvrij
ontvangt. Tijdens de maaltijd zegt God dan tegen Abraham, zo dat Sara
het ook kon horen, dat zij over (Gen. 18) een jaar een zoon zouden
hebben. En ook Sara moest daar om lachen. Op haar hoge leeftijd
behoorde het krijgen van kinderen toch zeker niet meer tot de
mogelijkheden?
Zou voor de HERE iets te wonderlijk zijn?' Sara moest leren, dat voor
God niets te wonderlijk is. En God hééft haar ongeloof
overwonnen en heeft ook haar tot gelóóf gebracht. De
belofte van God kon vervuld worden; Abraham en Sara vertrouwden op die
belofte. En ze krégen een zoon. 'Door het geloof heeft ook Sara
kracht ontvangen om moeder te worden, en dat ondanks haar hoge
leeftijd, daar zij Hem, Die het be- loofd had, betrouwbaar achtte!
Wat God belooft, doet Hij, als Zijn belofte in geloof wordt aanvaard.
Dat bewijst ook deze geschiedenis. Eén oude man wordt de vader
van ontelbare nakomelingen. Voor God is niets te wonderlijk.
De straf van God
Na het blijde bericht voor Abraham en Sara volgt de aangrijpende geschiedenis over Sodom en Gomorra.
God vertelt Abraham, dat Hij deze (Gen. 18:16-33) steden en nog drie
andere steden zal gaan straffen vanwege de ten hemelschreiende zonden,
die de inwoners ervan bedrijven. De opstand en het verzet tegen God,
zoals die er ook waren bij Lamech en zijn zonen en ten tijde van de
torenbouw van Babel, zijn tot een verschrikkelijk hoogtepunt gekomen in
deze steden. Zelfs temidden van de volken die God verlaten hadden en
vergeten wa- ren, vormden deze steden in het zuiden van Kanaan een
rotte plek. In Genesis 19 wordt daarvan verteld.
God gaat zo vertrouwelijk met Abraham om, dat Hij hem er ook van op de
hoogte stelt, wat Hij met deze steden gaat doen. Via Abraham zouden
(Gen. 18: 18) alle volken van de aarde gezegend worden. Maar dan
moesten zijn (Gen. 18: 9) nakomelingen wel gerechtigheid en recht doen
en God blijven dienen.
De straf die God zal gaan voltrekken over de steden, moet een blijvende
waarschuwing zijn voor het nageslacht van Abraham, als het eenmaal in
Kanaan zal wonen.
Abraham is diep geschokt als hij fhoort wat God van plan is. Hij zal
vast welovertuigd geweest zijn van de grote zonde, waaraan de inwoners
van de steden zich schuldig gemaakt hebben. Toch pleit hij om die straf
niet ten uitvoer te brengen, terwille van de rechtvaardige mensen, die
er misschien in die steden wonen.
Als je het tweede gedeelte van het achttiende hoofdstuk van Genesis
doorleest, word. je getroffen door door de barmhartigheid van God. Hij
is immers bereid om, terwille van enkele rechtvaardigen de hele stad te
sparen. Tien mensen, die niet meedoen aan alle goddeloosheid zijn voor
God voldoende reden om de steden te behouden.
Méér nog: later zal God Zijn barmhartigheid nog meer
laten blijken. Terwille van één Rechtvaardige, Jezus
Christus, zullen (Rom.5: 6-11) talloze mensen behouden worden. De tien
rechtvaardigen die redding zouden kunnen brengen voor de steden, waren
er niet. Maar God geeft, terwille van Abraham, zijn neef Lot(Gen,19 :
29) nog de gelegenheid om te ontkomen.
God is rechtvaardig: Hij maakt steden waarvan de inwoners niet naar
Zijn geboden wilden leven, tot een puinhoop. God is liefdevol: twee
mensen, die geen kinderen meer kon- den krijgen, geeft Hij een zoon.
Abraham leerde zo op God zijn vertrouwen te stellen. En hoe vaak hij
ook, in al zijn zwakheid, steeds weer allerlei dingen fout deed, God
blijft trouwaan de belofte die Hij Abraham en Sara gegeven heeft omdat
Abraham door de genade van God geloofde.
De zoon-der-belofte wordt geboren als Abraham honderd jaar en Sara
negentig jaar oud is. Zijn naam is: Isaak: men lacht. Een toepasselijke
naam. Het schampere lachen wordt nu een blij lachen; vreugde omdat God
Zijn belofte vervulde. De vreugdevolle lach van het geloof: er is
toekomst, er is uitzicht. God maakt Zijn Woord waar. Altijd
Hoe God Zijn Woord wáár maakt !
Je hebt het misschien al eerder gelezen in een studie: Want alzo lief
heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, (Joh. 3:16) maar
eeuwig leven hebbe.
Dat zou je één van de kernteksten uit de Bijbel kunnen
noemen. God toont zijn liefde, Zijn barmhartigheid. God wil Zich
ontfermen over de wereld en mensen redden uit de macht van de zonde.
Mensen weer aan Zich binden. Door Jezus. "
Daarop doelde God uiteindelijk, toen Hij Abraham en Sara zijn belofte
gaf. Toen Hij hen opdroeg naar het land te gaan dat Hij wijzen zou,
begon God met iets nieuws. Iets nieuws, dat gold voor alle mensen op
aarde. Het nageslacht, dat Hij het kinderloze echtpaar beloofde, zou
tot een zegen worden voor alle volken. Bij die belofte (Ga/.3:16) wees
God uiteindelijk op Jezus Christus.
Een belofte voor alle volken
Door Zijn verbond met Abraham zorgt God er voor, dat er weer mensen
zijn die voor Hem wIllen leven en op Zijn Woord vertrouwen. God werkt
bij Abraham en Sara geloof in Zijn beloften. Andere volken laat
(Ps~;19,20) Hij hun eigen gang gaan. Maar de (Gen.3 ; 15) belofte die
God Adam en Eva gegeven heeft, zal Hij via Abraham en Sara waarmaken.
Langs die weg zal die belofte tenslotte alle volken van de aarde
bereiken: als Jezus op aarde komt. Jezus zal na Zijn opstanding Zijn
discipelen de opdracht geven: (Matth. 28;18), 'Gaat dan heen, maakt al
de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik
u bevolen heb.' (Hand.13; 2)
En dan gáán de discipelen de wijde (Hand. 17;22) wereld
in om dat blijde evangelie aan iedereen te vertellen. Als Christus is
opgestaan en opvaart naar de hemel is de tijd van de vervulling van de
belofte die God aan Abraham deed aangebroken.
Door geloof
Abraham aanvaardde van zijn kant het verbond, dat God met hem sloot.
Hij toonde dat door zich te laten besnijden. Dat betekende dat God hem
uit de verbondsrelatie mocht 'uitsnijden' als hij zich niet zou houden
aan wat God bepaald had. Abraham moest zich geheel aan God overgeven.
Maar het heeft hem veel moeite gekost, om werkelijk zover te komen.
Toen God hem bekend (Gen. 17: 17) maakte, dat hij en Sara een zoon
zouden krijgen, moest hij erom lachen. De belofte was ook nogal
opmerkelijk, als je bedenkt hoe oud Abraham en Sara waren, toen God
Zijn belofte deed. Sara kon het helemaal niet geloven. Maar God zou
Sara ook zover brengen, dat zij de belofte van God meer waarde gaf
(Hebr. 11: 11) dan menselijke ervaringen.
God verschijnt in menselijke gedaante aan Abraham, die Hem gastvrij
ontvangt. Tijdens de maaltijd zegt God dan tegen Abraham, zo dat Sara
het ook kon horen, dat zij over (Gen. 18) een jaar een zoon zouden
hebben. En ook Sara moest daar om lachen. Op haar hoge leeftijd
behoorde het krijgen van kinderen toch zeker niet meer tot de
mogelijkheden?
Zou voor de HERE iets te wonderlijk zijn?' Sara moest leren, dat voor
God niets te wonderlijk is. En God hééft haar ongeloof
overwonnen en heeft ook haar tot gelóóf gebracht. De
belofte van God kon vervuld worden; Abraham en Sara vertrouwden op die
belofte. En ze krégen een zoon. 'Door het geloof heeft ook Sara
kracht ontvangen om moeder te worden, en dat ondanks haar hoge
leeftijd, daar zij Hem, Die het be- loofd had, betrouwbaar achtte!
Wat God belooft, doet Hij, als Zijn belofte in geloof wordt aanvaard.
Dat bewijst ook deze geschiedenis. Eén oude man wordt de vader
van ontelbare nakomelingen. Voor God is niets te wonderlijk.
De straf van God
Na het blijde bericht voor Abraham en Sara volgt de aangrijpende geschiedenis over Sodom en Gomorra.
God vertelt Abraham, dat Hij deze (Gen. 18:16-33) steden en nog drie
andere steden zal gaan straffen vanwege de ten hemelschreiende zonden,
die de inwoners ervan bedrijven. De opstand en het verzet tegen God,
zoals die er ook waren bij Lamech en zijn zonen en ten tijde van de
torenbouw van Babel, zijn tot een verschrikkelijk hoogtepunt gekomen in
deze steden. Zelfs temidden van de volken die God verlaten hadden en
vergeten wa- ren, vormden deze steden in het zuiden van Kanaan een
rotte plek. In Genesis 19 wordt daarvan verteld.
God gaat zo vertrouwelijk met Abraham om, dat Hij hem er ook van op de
hoogte stelt, wat Hij met deze steden gaat doen. Via Abraham zouden
(Gen. 18: 18) alle volken van de aarde gezegend worden. Maar dan
moesten zijn (Gen. 18: 9) nakomelingen wel gerechtigheid en recht doen
en God blijven dienen.
De straf die God zal gaan voltrekken over de steden, moet een blijvende
waarschuwing zijn voor het nageslacht van Abraham, als het eenmaal in
Kanaan zal wonen.
Abraham is diep geschokt als hij fhoort wat God van plan is. Hij zal
vast welovertuigd geweest zijn van de grote zonde, waaraan de inwoners
van de steden zich schuldig gemaakt hebben. Toch pleit hij om die straf
niet ten uitvoer te brengen, terwille van de rechtvaardige mensen, die
er misschien in die steden wonen.
Als je het tweede gedeelte van het achttiende hoofdstuk van Genesis
doorleest, word. je getroffen door door de barmhartigheid van God. Hij
is immers bereid om, terwille van enkele rechtvaardigen de hele stad te
sparen. Tien mensen, die niet meedoen aan alle goddeloosheid zijn voor
God voldoende reden om de steden te behouden.
Méér nog: later zal God Zijn barmhartigheid nog meer
laten blijken. Terwille van één Rechtvaardige, Jezus
Christus, zullen (Rom.5: 6-11) talloze mensen behouden worden. De tien
rechtvaardigen die redding zouden kunnen brengen voor de steden, waren
er niet. Maar God geeft, terwille van Abraham, zijn neef Lot(Gen,19 :
29) nog de gelegenheid om te ontkomen.
God is rechtvaardig: Hij maakt steden waarvan de inwoners niet naar
Zijn geboden wilden leven, tot een puinhoop. God is liefdevol: twee
mensen, die geen kinderen meer kon- den krijgen, geeft Hij een zoon.
Abraham leerde zo op God zijn vertrouwen te stellen. En hoe vaak hij
ook, in al zijn zwakheid, steeds weer allerlei dingen fout deed, God
blijft trouwaan de belofte die Hij Abraham en Sara gegeven heeft omdat
Abraham door de genade van God geloofde.
De zoon-der-belofte wordt geboren als Abraham honderd jaar en Sara
negentig jaar oud is. Zijn naam is: Isaak: men lacht. Een toepasselijke
naam. Het schampere lachen wordt nu een blij lachen; vreugde omdat God
Zijn belofte vervulde. De vreugdevolle lach van het geloof: er is
toekomst, er is uitzicht. God maakt Zijn Woord waar. Altijd
|