OVER DE BRIEF AAN DE FILIPPENZEN

   STUDIE-INDEX     DE HEILIGE SCHRIFT       CHRISTELIJKE SYMBOLEN

Lees de BijbelDe Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 1009 - OVER DE BRIEF AAN DE FILIPPENZEN

Filippenzen 1:27 tot 2:18

Overzicht van het bijbelgedeelte

Nadat Paulus in het vorige gedeelte met name over zichzelf sprak, richt hij zich nu tot de christenen in Filippi. Zij moeten leven en werken in een niet-christelijke maatschappij, temidden van een krom en verdraaid geslacht (2:15). Uit vs.28-30 blijkt dat zij veel tegenstand ondervinden. Hoe moeten zij daarmee omgaan? Paulus drukt hen op het hart, dat hun levenswandel moet beantwoorden aan het Evangelie van Christus. Alleen zó zullen zij hun tegenstanders kunnen weerstaan, al betekent dat niet, dat zij steeds zonder kleerscheuren uit de strijd zullen komen. Toch moeten zij het lijden niet alleen maar negatief zien. Paulus noemt het lijden vanwege het geloof zelfs een teken dat het geloof echt is (vs.28). Als er namelijk sprake is van echt geloof, dan zit de duivel niet stil!

De mensen in Filippi moeten dus 'wandelen waardiglijk het Evangelie van Christus'. Wat houdt dat concreet in? Voordat Paulus op de concrete dingen ingaat, noemt hij eerst de bron waar alles uit voortkomt, namelijk het grote Liefdesgebod. Paulus roept de christenen in Filippi op om 'eensgezind te zijn, dezelfde (dat is: wederzijdse) liefde hebbende, van één gemoed en van een gevoelen zijnde'. We zien hier het tweede deel van het grote Liefdesgebod namelijk 'de ander liefhebben als jezelf. Niet jezelf meer achten dan een ander of een ander meer achten dan jezelf. Nee, eensgezind zijn. De ander liefhebben als jezelf en jezelf liefhebben als de ander en samen God liefhebben boven alles. 

Alleen als je leeft vanuit dat grote Liefdesgebod, dan leef je 'waardiglijk het Evangelie van Christus'. Deze eenheid in de liefde betrekt Paulus in de eerste plaats op het geloofsleven. In vs.l spoort hij de Filippenzen aan om geloofservaringen te delen met elkaar. Vervolgens noemt Paulus een heel aantal concrete dingen waarin de eenheid in de liefde tot uitdrukking komt namelijk: niets doen in twist of uit hoogmoed, streng zijn op je eigen fouten, maar mild voor de fouten van een ander (vs.3), niet alleen op je eigen leven letten, maar ook zorgen voor de ander (vs.4), niet alsmaar mopperen en redetwisten (vs. 14) en onberispelijk en oprecht zijn zodat er niets op je aan te merken is (vs. 15). 

Het zijn geen kleinigheden die Paulus hier aan de Filippenzen voorhoudt! Maar het leven als christen is ook geen kleinigheid. Het is niets minder dan navolger zijn van de grote voorganger Christus Jezus! Paulus wijst hierop in vs.5. Vervolgens bezingt hij in vs.6-11 de weg die Christus gegaan is. Waarschijnlijk gebruikt Paulus hier een oud-christelijk lied dat wellicht bij de Filippenzen bekend was. Het bezingt hoe Christus mens werd. Niet als vorst, maar als een dienstknecht. Hij heeft zich vernederd en is gehoorzaam de weg gegaan die God hem oplegde. Zelfs tot de dood toe. En juist omdat Hij in volledige gehoorzaamheid die weg gegaan is, heeft God hem uitermate verhoogd. Hij is verhoogd tot heerser over heel de schepping; Jezus Christus is de Heere!

Waarom dringt Paulus bij de Filippenzen zo aan op een levenswandel in navolging van Christus? Het antwoord geeft hij in vs. 12 'werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven'. Dit betekent niet een voortdurende angst, of dat wel lukken zal. Want de Heere Zèlf zal door Zijn Geest de kracht en de wil in ons werken om alles te volbrengen. Calvijn zegt heel scherp, dat ons in deze woorden 'zowel de slaperigheid als het valse vertrouwen ontnomen wordt'. Waar God werkt, wordt ook de mens aan het werk gezet. De zaligheid is voor honderd procent Gods werk, maar Hij schakelt de mens daarbij wel voor honderd procent in!
 
Als de Filippenzen wandelen 'waardiglijk het Evangelie van Christus' dan zullen ze zijn als lichten, als sterren in de wereld. Er zal een getuigenis van hen uitgaan naar de mensen om hen heen. Maar dat niet alleen. Het zal ook een grote blijdschap voor Paulus zijn. Zijn werk onder de Filippenzen is niet tevergeefs geweest.

Aantekeningen

vers 27  'Wandelt', het Griekse woord dat hier gebruikt wordt betekent 'zich als een goed burger in zijn stad gedragen'. Voor de mensen in Filippi riep dit woord associaties op met het Romeinse burgerrecht, dat de meesten van hen genoten. (Vergelijk ook Fil.3:20).

vers 28  De tegenstanders zijn niet-christenen, maar het is niet goed duidelijk op welke wijze zij de gelovigen in Filippi zo dwars zaten. Vermoedelijk moeten wij hier niet denken aan vervolgingen, maar aan allerlei plagerijen.

vers 3    Uit dit vers blijkt dat er mensen in de gemeente zijn, die twisten en op eigen eer uit zijn. Aan de ene kant kunnen wij hier denken aan de predikers van Filip.1:15, die met onzuivere bedoelingen te werk gingen. Aan de andere kant zijn in Filippi ook kwesties geweest, die meer in de persoonlijke sfeer lagen (Filip.4:24).

vers 6    Toen Adam en Eva zondigden in het paradijs deden zij als het ware een roofpoging om aan God gelijk te worden (Gen.3:4,5). Als Christus in zijn goddelijke natuur helemaal gelijk aan God is, is dit geen roof (ongeoorloofde of onrechtvaardige zaak) omdat Christus zelf God is.

vers 7    Vernietigd' kan ook vertaald worden met 'verijdeld' of 'leeg gemaakt'. Christus heeft voor een tijd zijn goddelijke natuur afgelegd om als mens voor ons de straf op de zonden te dragen en de weg tot God vrij te maken.

vers 10  In dit vers wordt de onbeperkte macht van Christus beleden, onder woorden gebracht overeenkomstig het Oosterse wereldbeeld (zie ook Ex.20:4).

vers 11  We lezen in dit vers één van de oudste belijdenissen van het christelijk geloof: 'Jezus is Heere!' In het Grieks staat hier het woord 'Kurios', dat 'Meester', 'Gebieder' of 'Heer' betekent. Met dit woord werd vaak ook de vergoddelijkte Romeinse keizer aangeduid. De christenen beleden echter - en het kostte hen vaak hun leven - niet de keizer, maar Jezus is onze 'Kurios'. Wij lezen hier ook al over in de Pinkstertoespraak van Petrus (Hand.2:36, zie ook 1 Kor.12:3).

vers 16  Voorhoudende', Luther en de NBG vertalen hier 'doordat gij vasthoudt', 'vasthoudende aan'.

vers 17   'Drankoffer' Paulus verwijst hier naar het plengoffer waarvan we lezen in Num. 15:1-10. Bij het dagelijkse brandoffer werd een offer van wijn gebracht. De wijn werd uitgegoten aan de voet van het brandofferaltaar. Als Paulus nu spoedig zal sterven, dan ziet hij zijn dood als een plengoffer bij het offer en de bediening van het geloof van de Filippenzen. Paulus ziet hierin een reden tot grote blijdschap.

Toespitsing

Net als de Filippenzen toen, leven ook wij nu in een samenleving waarin de christenen steeds meer een minderheid vormen. We leven steeds meer in een multiculturele samenleving en dat brengt met zich mee dat er ook steeds meer verschillende godsdiensten een plaats krijgen in onze samenleving. Het unieke karakter van het Christendom dreigt daardoor bij veel mensen onder te sneeuwen. Voor veel mensen zijn alle godsdiensten gelijk. 'Als jij christen bent, mij best. Ben je moslim, ook best. 

Iedereen moet zelf weten wat hij gelooft, als hij de ander maar met rust laat.' Dit lijkt heel tolerant, maar in werkelijkheid is het dat niet. Godsdienst wordt een privé-zaak. Het wordt vaak niet gewaardeerd als je als christen op je werk, school of in het openbare leven voor je geloof uitkomt. Je moet anderen er niet mee lastig vallen. Toch is het de grote opdracht die wij van Christus hebben, om alle mensen van zijn Evangelie te vertellen.

Ook wij staan dus voor de vraag 'leven als christen...ja, maar hoe?' We krijgen van Paulus in dit bijbelgedeelte een duidelijk antwoord: 'wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus'. We hebben gezien hoe Paulus dit voor de Filippenzen op een aantal punten heel concreet ingevuld heeft. Opvallend is dat alle punten die Paulus noemt betrekking hebben op de gezindheid waarmee we iets doen. 

Paulus noemt niet zozeer wat we moeten doen, maar hij zegt hoe we het moeten doen, namelijk levend vanuit het grote Liefdesgebod 'God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Kijk daarbij altijd naar Jezus Christus zoals Hij ons is voorgegaan (Hebr. 12:1-3). Wanneer we zo leven dan kan onze godsdienst geen privé-zaak zijn. Dan zal ons geloof opgemerkt worden door de mensen om ons heen. Dan mogen ook wij schijnen als lichten in het midden van een samenleving die God niet kent.

Gespreksvragen:

1.      Wat houdt dat in: wandelen het Evangelie van Christus waardig? Op welke terreinen/momenten in je leven vind je het moeilijk om vanuit je geloof te leven?

2.      In welk opzicht wordt Christus hier als een voorbeeld genoemd, opdat wij in dezelfde gezindheid zouden leven? Wat houdt dit dan concreet voor ons in?

3.      Paulus noemt de kinderen der wereld: een krom en verdraaid geslacht (vs. 15). Waarom krom, verdraaid? Vind je dat niet wat hoogmoedig? Hoe is dat dan met de gemeente en met onszelf?

4.      Wat bedoelde in de vorige eeuw Groen van Prinsterer toen hij zei: 'in het isolement ligt onze kracht'? Was dat juist?

  naar top van deze pagina  

mail holyhome