holyhome
bijbelstudie 037

Misbruik maken van de
Bijbel
Het is niet zo moeilijk teksten uit de Bijbel te gebruiken om je eigen, zelfbedachte opvattingen
te verdedigen. Er is daarvoor zelfs een bekend gezegde in onze taal:
'ieder ketter heeft zijn letter' Maar met losstaande bijbelteksten in
de hand, kun je toch dingen verkondigen die lijnrecht tegen de Bijbel
ingaan. Op die manier kun je de Bijbel zelfs gebruiken om de onwaarheid
ermee te dienen. De Bijbel misbruiken is zo gemakkelijk. De Bijbel
misbruiken is zo verleidelijk.
De duivel gebruikt de Bijbel ook
De duivel, de leider van de gevallen engelen, kent de Bijbel terdege,
door en door. Maar hij gebruikt zijn kennis niet om daarmee de waarheid
te laten zien. Integendeel, de duivel gebruikt de Bijbel om dat wat
onwaar is, als waarheid voor te stellen. In een gesprek met de
Farizeeën heeft Jezus over de duivel gezegd: 'Wanneer hij de
leugen spreekt, spreekt hij naai zijn aard, want hij is een Joh. 8 : 44
leugenaar en de vader der leugen.
De vader der leugen. Dat wil zeggen, dat de duivel de leugen als eerste
in de wereld gebracht heeft. De duivel misbruikt de Bijbel. Hoe
geraffineerd hij dat doet, laat de Bijbel ons (Gen.3) al in de eerste
hoofdstukken zien. Door middel van de slang richt de duivel zich in het
paradijs tot Eva. En voordat hij haar bedriegt door de zaken volkomen
onwaar voor te stellen, brengt hij Eva in verwarring door een heel
sluwe, dubbelzinnige vraag: 'God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet
eten van enige boom in de hof?' Die vraag kun je ook vertalen door:
'God heeft zeker gezegd: jullie mogen niet van alle bomen in de hof
eten?' Die vraag vráágt om een bevestigend antwoord.
Van één boom in de hof mochten Adam en Eva immers niet
eten. De duivel wist (Gen.2 : 16, 17) heel goed, hoe het bevel van God
luidde. Maar hij brengt het op zo'n manier naar voren, dat er de
suggestie in besloten ligt, dat Adam en Eva van geen enkele boom
mochten eten. Het is de eerste keer in de Bijbel, dat je kunt lezen,
hoe gemakkelijk, maar ook hoe geraffineerd. Het Woord van God kan
worden misbruikt.
Het voorbeeld van de duivel is door mensen, nadat ze tegen God in
opstand gekomen waren en de kant van de duivel gekozen hadden, grif
nagevolgd. Door Lamech bijvoorbeeld. Stoer pocht hij tegenover :icijn
(Gen. 4:23, 24) twee vrouwen over zijn machtswellust. Hij zet zijn
woorden extra kracht bij, door de belofte die God aan Kaïn gegeven
heeft, aan te halen (Gen. 4:
15) : 'Ieder, die Kaïn
doodt, zal zevenvoudig boeten!'
Dat was een Woord van God, die doodslag straft. Hij zou niet toestaan,
dat Kaïn het slachtoffer zou worden van de wraakzucht van zijn
vijanden. Lamech past die belofte op zichzelf toe, als een uiting van
vergeldingsdrang en zelfhandhaving: de mens zal wraaknemen.
Uit z'n verband gehaald
Misbruikte bijbelteksten worden uit hun verband gehaald. De samenhang
van die ene tekst met dat wat er omheen staat, wordt genegeerd. De
teksten worden dan gebruikt om een persoonlijke mening of een bepaalde
houding te rechtvaardigen die lijnrecht in strijd is met de
oorspronkelijke bedoeling ervan. Zoals die scholier deed, toen hij zijn
eetlust niet kon bedwingen en onder de les stiekem een flinke hap van
z'n boterham nam. Toen de leraar hem daarvoor bestrafte, citeerde hij
ter verontschuldiging Spreuken 9 : 17: 'Heimelijk gegeten brood is
smakelijk'. Die scholier maakte een grap. Zijn misbruik van de Bijbel
was te duidelijk.
De duivel heeft echter veel minder doorzichtige methodes om het Woord
van God te misbruiken. Methodes die zo geraffineerd zijn, dat de duivel
zelfs probeerde Jezus (Matth. 4) ermee tot zonde te brengen. Hij nam ,
Jezus mee op het hoge dak van de tempel. Door van dat dak af te
springen, zou Jezus de Joden er van kunnen overtuigen, dat Hij de
beloofde Messias was. En Hij hoefde niet bang te zijn, want voor de
Zoon van God zou toch zeker wel gelden wat er staat in Psalm 91 De
engelen zullen Hem veilig naar beneden dra- gen. Het lijkt zo helemaal
waar en volgens de Bijbel te zijn. Maar dat is het niet. Als Jezus
naar. de duivel geluisterd had, zou Hij zeker niet behouden terecht
gekomen zijn. Want dat is niet de belofte die in die Psalm staat. De
belofte geldt voor wie op God vertrouwt. Niet voor wie doet wat de
duivel aanraadt-
Jezus doorziet het misbruik van de Bijbel en veroordeelt dat scherp.
Jezus haalt een andere bijbeltekst aan. Daarmee zegt Hij, dat Hij, ook
al is Hij de Zoon van God, evengoed als alle andere mensen tegenover
God verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. Net als alle gelovigen
mag Jezus als kind van God, vertrouwen op Zijn Vader. God zal hem
beschermen, zelfs in de grootste gevaren.
Die belofte van Psalm 91 geldt voor iedereen die op God vertrouwt. Maar
die belofte betekent niet, dat je de hemelse Vader mag v uitdagen, om
maar eens Zijn almacht te laten zien. Het kan lijken of je je leven
laat beheersen door de Bijbel, door bijbelteksten. Terwijl je toch
alleen maar doet wat jezelf wilt. De Bijbel misbruiken is zo ontzettend
gevaarlijk. Zo gevaarlijk, dat je zelf niet eens in de gaten hebt, dat
je het doet.
De duivel heeft zulke geraffineerde methoden om de Bijbel te
misbrui-ken, dat ook met oprechte bedoelingen mensen bijbelteksten uit
hun verband halen. Dat misbruik van de Bijbel komt ook voor bij mensen
die er ten volle van overtuigd zijn het Woord van God volledig te
aanvaarden.
Er zijn bijvoorbeeld veel mensen die op bijbelse gronden de kinderdoop
afwijzen. Het argument voor dat standpunt vinden zij in het (Marc. 16:
16) evangelie van Marcus: 'Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden
worden' .Op basis van die tekst lijkt de conclusie terecht, dat je
eerst moet geloven, voor je je laat dopen. En omdat baby' s nog niet
kunnen geloven, mogen ze niet gedoopt worden. Mensen doen letterlijk,
wat in het Woord van God staat.
Kan dat misbruik van de Bijbel zijn? En waarom dan wel? De tekst uit
Marcus is een onderdeel van het bevel dat Jezus Zijn discipelen gaf om
het evangelie te verbreiden in de wereld. In die situatie is het een
logische volgorde: waar mensen tot geloof gebracht worden, volgt pas
daarna de doop.
Misschien zijn er in de Bijbel best teksten te vinden waarmee kan
worden aangetoond dat er toen ook kinderen gedoopt werden. Maar daar
gaat het niet om. De vraag of ook de kinderen van gelovigen gedoopt
moeten worden, kan alleen beantwoord worden, als je in de Bijbel
naleest wat de Doop betekent. En dat zegt veel meer dan het tegen
elkaar uitspelen van allerlei bijbelteksten.
Er is antwoord gegeven op een bijbelse manier. In het leerboek de
Heidelbergse Catechismus vind je een staaltje van. verantwoord, juist
bijbelgébruik. De laatste vraag daarin over de Doop luidt:
Moeten ook (Zondag 26, 27) de kleine kinderen gedoopt worden ?
En het antwoord is dan in het nederlands (Gen. 17: 7, 12) van vandaag:
Evengoed als volwassenen horen ook kinderen bij het verbond van God en
bij Zijn gemeente. God belooft ook aan baby's en kinderen dat zij net
als volwassenen (Hand. 2 ..39) , door het offer van Jezus verlost
worden van de zonde. En evenals aan volwassenen belooft God dat ook
(Matth. 19-14) aan hen door de werking van het geloof (Luc. 1-15).
Daarom moeten kinderen door de Doop, in de kerk worden opgenomen, want
dat is het teken van het verbond van God met ons. Dat onderscheidt hen
dan ook van de kinderen van ongelovigen. In de tijd van het Oude
Testament g:ebeurde (Gen. 17) dat door de besnijdenis.. Nu, in het
nieuwe verbond, na de hemelvaart van Jezus, is daarvoor in de plaats de
Doop ingesteld. (Col. 2..11-13). (Lees ter vergelijking de
oorspronkelijke tekst van de Heidelbergse Catechismus. Je vindt dat
leerboek ook op deze site. De teksten waarnaar door de Catechismus
verwezen wordt, moet je vooral in hun verband lezen.)
Verkeerd gebruik
'Ik zeg u, in het geheel niet te zweren (Matth. 5..34) 'Maar vooral,
mijn broeders, (Jac. 5..12) zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de
aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen,
opdat gij niet onder het oordeel valt.
Er zijn mensen die opbasis van deze en andere teksten uit de Bijbel,
ogenschijnlijk heel overtuigend de eed afwijzen. Maar ook hier geldt
weer: de Bijbel is één geheel. Wij mogen zomaar geen
zinnen uit " het verband halen of als losstaande zinnen gebruiken ter
verdediging van een menselijk standpunt. Je kunt uit de genoemde
teksten inderdaad lezen dat de Bijbel het zweren verbiedt. Maar als dat
een absoluut verbod zou zijn, hoe is het dan mogelijk, (Rom.9 : 1) dat
in dezelfde Bijbel, Paulus ons (2 Cor. 1 : 23) vertelt hoe hij in een
kritieke situatie zijn woorden met een eed ondersteunt?
Op een andere plaats in de Bijbel is er zelfs sprake van een (Hebr. 6:
16) eed, door God zelf afgelegd. En ook lezen we van een engel die
zweert bij God.
Waarom zeggen Jezus en Jacobus in de genoemde teksten niet te zweren ?
Alleen het antwoord op die vraag kan de ogenschijnlijke
tegenstrijdigheid tussen hun vermaningen en het gebruik van de eed op
andere plaatsen in de Bijbel, tot een oplossing brengen. Als je het
verband waarin de teksten uit Mattheus en Jacobus geplaatst zijn,
leest, zie je dat Jezus en Jacobus zich verzetten tegen het verkeerd
gebruiken van de Naam van God om je eigen woorden of overtuiging te
bekrachtigen.
De eed mag niet als vloek gebruikt worden of als krachtterm. Maar dat
is natuurlijk heel iets anders dan het zweren in de rechtszaal of in
noodsituaties.
Je mag de Bijbel niet voor je eigen doeleinden gebruiken, niet voor je
eigen karretje spannen. Dat gebeurt als je teksten uit de Bijbel uit
hun verband haalt. En ze zo verkeerd gebruikt. De meningsverschillen
die op die manier kunnen ontstaan, zijn niet te wijten aan
onduidelijkheid of tegenstrijdigheid in de Bijbel. Maar aan de zondige
en eigenwijze lezers.
Helaas maken wij mensen ons maar al te vaak schuldig aan het verkeerd
gebruik van teksten uit de Bijbel. Bedenk altijd dat de Bijbel zichzelf
nergens tegenspreekt. Lees daarom alles in de Bijbel in het
gehéél van de Bijbel. In de samenhang waarin God zelf
Zijn Woorden geplaatst heeft.
|