Boeken
van het Nieuwe Testament
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
034 - De boeken van het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament is het boek van de vervulling
Wat God in het Oude Testament
door de profeten laat aankondigen, wordt in het Nieuwe Testament in
Christus vervuld. Het Nieuwe Testament is het boek van de vervulling.
De laatste profeet die de komst van Jezus mag aankondigeli is Johannes
de Doper. Op de overgang tussen het Oude en het Nieuwe Testament is hij
degene die Jezus mag zien en aanwijzen. (Joh. I: 29) ' Zie het Lam
Gods' .
De eerste getuige
Zoals herauten vroeger voor de koning uitgingen om zijn komst aan te
kondigen, zo bereidt Johannes de Doper de komst van Jezus Christus
(Marc. 1 : 1-8) voor, hij staat aan het begin van het (Joh 1: 6-34)
publieke optreden van Jezus. Daarom beginnen Marcus en Johannes hun
evangelieverhaalook met de prediking van Johannes de Doper .
Mattheüs en Lucas beginnen hun evangelieverhalen met de geboorte
van Jezus in Bethlehem, maar direct daarna vermelden ook zij het
optreden (Matth. 3:1-12) den van Johannes de Doper. In alle (Luc. 3:
1-20) vier de evangeliën speelt Johannes de Doper die belangrijke
rol, omdat hij de eerste getuige is van Jezus van Nazareth als de
beloofde Messias. Daarom beantwoordt Jezus later de vraag van de
overpriesters en oudsten naar zijn bevoegdheid ook met een wedervraag:
'Wat zegt u van Johannes de Doper?' (Matth. 21:23- 27)
Een goed bericht
Evangelie betekent: goede bood- schap, gunstig bericht. Die goede
boodschap vormt de kern van het Nieuwe Testament. Centraal staat de
blijde tijding van de verlossing van. het mensenleven van de zonde.
Door de strijd en overwinning van Jezus.
Mattheus, Marcus, Lucas, Johannes
De schrijvers van de vier evangelieën beschrijven ieder op z'n
eigen manier de persoon en het werk van Jezus. In de studies 11 tot en
met 14 zijn de vier evangelieverhalen al uitgebreid aan de orde
geweest. In alle vier staan de , persoon en het werk van Jezus
centraal. Maar ze geven geen volledige beschrijving van het leven van
Christus op deze aarde. Daarvoor werden de evangelieën ook niet
geschreven. Wat de schrijvers wellaten zien is hoe God Zijn beloften
heeft waar gemaakt. Ze laten zien dat God Zijn eigen Zoon op aarde
heeft laten komen, de Verlosser .Opdat de lezers zouden geloven. En
gered zouden worden, leven zouden hebben in Zijn (Joh. 20:30,31) Naam.
De Handelingen der Apostelen
Dit tweede boek van Lucas sluit direct aan op zijn evangelie, waarin
hij schreef over alles wat Jezus begonnen is te doen en te leren tot op
de (Hand. 1 : 1) dag dat Hij naar de hemel ging. In dit vervolg op zijn
eerste boek gaat Lucas vertellen over hoe Jezus, nu vanuit de hemel,
Zijn werk voortzet. Ondanks de naam Handelingen der Apostelen gaat dit
boek van Lucas niet over wat de apostelen na de hemelvaart van Jezus
hebben gedaan. De namen van de meesten van hen worden in dit boek zelfs
niet meer genoemd. De boodschap van dit boek is, te laten zien, hoe
Jezus, sinds Zijn hemelvaart, zorgt voor de verkondiging van de blijde
boodschap.
Christus geeft aan Zijn apostelen de opdracht: u moet Mijn
getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het
uiterste van de aarde. De apostelen hebben die opdracht ook zo
uitgevoerd. Zij zijn Zijn (Hand. I ; 8) getuigen geweest, eerst in
Jeruzalem (hoofdstuk 2- 7), daarna in Judea, Samaria en Syrië
(hoofdstuk 8-12) en tenslotte in de wereld, tot in Rome toe (hoofdstuk
13-28). Vanaf het dertiende hoofdstuk handelt dit boek in het bijzonder
over het werk van Paulus in Klein-Azië en Europa.
Paulus

Die oorspronkelijk Saulus (Hand.
13; 9) heette, was de zoon van een Farizeeër en had les gehad van
de bekende schriftgeleerde Gamaliël. Vol van (Hand. 22; 3) haat
tegen het evangelie van Christus heeft hij jacht gemaakt op de
Christenen. Totdat Jezus zelf in- grijpt. Jezus maakt van de
haatdragende Saulus een evangelie (Hand.9, 1-19) verkondigde Paulus.
Hij leidt Paulus op zijn levensweg en bepaalt zo Zelf, waar en hoe het
evangelie verkondigd zal worden. Tot in het centrum van de wereld van
die dagen: Rome. Daarmee eindigt het boek. Het evangelie heeft het
centrum van het Romeinse wereldrijk bereikt en (Hand. 13 ; 2) wordt
daar twee jaar lang ongehinderd (Hand. 16;6-10) (Hand. 23) verkondigd
totdat het door de apostelen is ten einde gebracht.
De reizen van Paulus
| Datering | Bezochte plaatsen | Bron | Brieven |
| 31-32 | Bekering op de weg naar Damascus |
Hnd 9,3-9; 22,6-11; 26,12-18;
Gal 1,15-17
|
|
| Damascus (enige dagen) | Hnd 9,19-25 | ||
| Arabië en Damascus (3 jaar) | Gal 1,17-18 | ||
| 34 | Jeruzalem, 1e bezoek (15 dagen) | Hnd 9,26-29; Gal 1,18 | |
|
Syrië en Cilicië (Tarsus)
(14 jaar Gal. 2,1)
|
Hnd 9,30; Gal 1,21-24 | ||
| 45 | Antiochië (Syrië) |
Hnd 11,25-26 |
|
| Jeruzalem, 2e bezoek | Hnd 11,30; Gal 2,1-2 | ||
| Antiochië | Hnd 12,25 | ||
| Eerste missiereis (zuiden en midden van Klein-Azië) | |||
| Seleucië (Syrië) | |||
| Cyprus | Hnd 13,4-5 | ||
| Perge | Hnd 13-13 | ||
| Antiochië | Hnd 13-14 | ||
| Iconium | Hnd 13,51 | ||
| Lystra | Hnd 14,6 en 8 | ||
| Derbe | Hnd 14,6 en 20 | ||
| Lystra en Iconium | Hnd 14,21 | ||
| Antiochië | Hnd 14,21 | ||
| Perge | Hnd 14,25 | ||
| 48 | Antiochië | Hnd 14,26 | |
| Jeruzalem (apostelconvent) | Hnd 15,4-22; Gal 2,1-10 | ||
| Antiochië | Hnd 15,30 | ||
| Tweede missiereis (Klein-Azië en Griekenland) | |||
| 48/50 | Syrië en Cilicië | Hnd 15,41 | |
| Derbe en Lystra | Hnd 16,1 | ||
| Iconium | Hnd 16,2 | ||
|
Frygië en Galatië
(noordelijk deel Klein-Azië)
|
Hnd 16,6 | ||
|
Troas
(westelijk deel Klein-Azië)
|
Hnd 16,8 | ||
| Filippi (Macedonië) | Hnd 16,12 | ||
| Tessalonika | Hnd 17,1; 1Tess 2,2 | ||
| Berea | Hnd 17,10 | ||
| Athene | Hnd 17,15 | ||
| 50/51 | Korinthe | Hnd 18,1 | 1 en 2 Tessalonicenzen |
| eind 51 | Efeze | Hnd 18,19-21 | |
| Caesarea | Hnd 18,22 | ||
| Derde missiereis (Klein-Azië en Griekenland) | |||
| begin 52 | Antiochië | Hnd 18,22 | |
| 52 | Galatië en Frygië | Hnd 18,23 | |
| 53/54 | Efeze | Hnd 19,8-10 |
Filippenzen, Kolossenzen,
Efeziërs, Filemon,
1 Korintiërs (16,8)
|
| 55 | Korinthe (3 maanden, "tussenbezoek") | 2 Kor 1,23 en 2,1 |
‘Tranenbrief’
(2 Kor 2,4 en 7,8)
|
| Efeze | 1 Kor 16,8 | ||
| 56-57 | Macedonië |
Hnd 20,1-2;
1 Kor 16,5
|
2 Korintiërs
Galaten
|
| Korinthe (3 maanden) | Hnd 20,2-3 | Romeinen | |
| april 57 | Filippi | Hnd 20,6 | |
| Troas | Hnd 20,4-6 | ||
| Milete | Hnd 20,15 | ||
| Tyrus | Hnd 21,3 | ||
| Caesarea | Hnd 21,8 | ||
| mei 57 |
Jeruzalem
(4e bezoek, Pinksteren)
|
Hnd 20,16 en 21,17 | |
| 57-59 | Caesarea (gevangen) | Hnd 23,23 | |
| 59-61 | Rome (onder bewaking) | Hnd 28,16 | |
| 61-67? | Rome (vrij om te verkondigen) | Hnd 28,30; Titus 3,12 | - |

Wat bijzonder opvalt is, dat
Paulus in Rome komt als een gevangene, een.schijnbaar machteloze.
NIemand mag, ook wat de verkondiging van het evangelie betreft,
vertrouwen op of roemen in mensen. (2 Cor. 12; 9, 10).
De brieven van Paulus Romeinen, 1
Corinthiërs, 2 Corinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filip-
penzen, Colossenzen, 1 en 2 Thessalonicenzen, 1 en 2 Timotheus, Titus
en Filémon.
Paulus heeft op veel plaatsen kerken gesticht. Jezus heeft door de
prediking van Paulus ook in Europa de gelovigen bijeen gebracht in de
kerken. Maar als Paulus verder trok, na in een bepaalde plaats een kerk
(Hand. 4 : 2, 3) gesticht te hebben, stelde hij oudsten (Tim. 1 : 5)
(ouderlingen) aan of liet die aanstellen door zijn helpers. Ook hadden
die jonge kerken behoefte aan verder onderwijs. Paulus heeft daarom
veel brieven geschreven aan allerlei gemeenten om hun nader onderwijs
te geven, maar ook om hen te waarschuwen (Gal. 1 : 6-10) tegen
vervalsers van het evangelie. Zijn brieven waren bedoeld om de
gemeenten moed in te spreken als ze vervolgd werden en om de
heerlijkheid van het evangelie nader uit te leggen. (Rom 16 : 22)
Meestal dicteerde Paulus de brieven. Maar om zijn brieven te kunnen
onderscheiden van de vervalste die in omloop waren, ondertekende Paulus
(2 Thess. 3: 17) zijn brieven eigenhandig. Niet alle brieven van Paulus
zijn bewaard '" gebleven; er is bijvoorbeeld geen (Col. 4 : 16) brief
aan Loadicea bekend, waar Paulus wel over schrijft in zijn brief aan de
Colossenzen.
De brieven van Paulus zijn in de Bijbel niet opgenomen in de
tijdsvolgorde waarin ze werden geschreven. De brieven aan de
Thessalonicenzen (de inwoners van het huidige Saloniki), zijn de
oudste. De tweede brief aan Timotheus werd door Paulus vlak voor zijn
dood geschreven. Omstreeks het jaar 51 moet hij de eerste brief aan de
Thessalonicenzen geschreven hebben.
Paulus heeft zijn brieven waarschijnlijk geschreven binnen een
tijdsverloop van 17 a 18 jaar. Bij de volgorde waarin de brieven , van
Paulus in de Bijbel staan, gaan de lange brieven aan de afzonderlijke
kerken voorop. Daarna volgen de kortere brieven aan kerken en tenslotte
zijn er 4 brieven aan drie personen, Timotheus, Titus en
Filémon. De brieven aan aan de kerken zijn gericht aan de
gemeenten van Jezus Christus in Rome, Corinthe, de landstreek
Galatië, Efeze, Filippi, Colosse en Thessalonika.
Al die brieven hebben een zelfde kern-inhoud, die met Paulus' eigen
woorden kan worden samengevat: 'Want ik schaam mij het evangelie (Rom.
1:10,17) niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder,
de gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Want
gerechtigheid Gods wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof,
gelijk geschreven staat: de rechtvaardige zal uit geloof leven.'
De brief aan de Hebreeën
Het is niet zeker wie de schrijver is van deze brief, die gericht is
vermoedelijk aan de Joden-christenen. In deze brief waarschuwt de
schrijver tegen afval en vermaant hij stand- vastig en trouw te zijn.
Daarbij zet hij de oud-testamentische eredienst diepgaand uiteen en
maakt telkens vergelijkingen tussen de eredienst in het Oude Testament
en die van na de hemelvaart van Jezus. Het is opvallend hoezeer de
schrijver aandacht vraagt voor het hogepriesterschap van Jezus.
De algemene brieven Jacobus, I en 2 Petrus, I, 2 en 3 Johannes, Judas
Behalve de tweede en de derde brief van Johannes zijn de algemene
brieven niet gericht aan lezers in één bepaalde plaats,
maar aan gelovigen die overal verspreid in het Romeinse Rijk woonden.
De schrijvers Petrus en Johannes zijn de discipelen van Jezus die ook
in de evangelieën genoemd worden. Jacobus en Judas zijn naar alle
waarschijnlijkheid twee (Matth. 13; 55) broers van Jezus.
De Openbaring aan Johannes
Dit laatste bijbelboek geeft, voor het grootste deel in visioenen, een
openbaring over wat er door de eeuwen heen tot het einde van de
wereldgeschiedenis, zal plaatsvinden. Openbaring beschrijft hoe Jezus
in de hemel Zijn werk voortzet. Het boek is ook een bemoediging voor de
lijdende en strijdende kerk op aarde en het roept op tot waakzaamheid
en volharding.
Er wordt van het boek Openbaring helaas veel misbruik gemaakt. In
Openbaring wordt aangekondigd, dat de mensheid en de wereld getroffen
zullen worden door veel rampen en onheil. Het zijn gerichtshandelingen
van Jezus Christus die er steeds weer zullen zijn, nu hier en dan
(Openb.16:9,11) daar, omdat de mensheid zal weige- ren zich te bekeren.
Maar de Bijbel geeft dat toekomstbeeld niet om de gelovigen nu eens
haarfijn te laten uitpluizen wat er precies zal gebeuren voordat Jezus
terugkomt op aarde. (Jud 4). Johannes mag zelfs niet alles opschrijven
van wat God hem te zien geeft.
Het doel van het boek Openbaringen is, de kerk te waarschuwen tegen
mensen die met grote tekenen en wonderen zullen proberen de gelovigen
van hun geloof af te brengen. Daarnaast is het boek een bemoediging
voor die gelovigen. Als de kinderen van God de rampen en on- heilen die
voorspeld zijn, zullen zien gebeuren, zullen zij niet verwonderd of
bang hoeven te zijn. Jezus heeft, toen Hij op aarde was, ook van die
toekomst geprofeteerd en Hij zegt (Matth. 24: 25) dan: 'Zie, Ik heb het
u voorzegd'.
Het laatste boek in de Bijbel sterkt de kerk in verdrukking. Het slot
van de Bijbel geeft kracht aan wie twijfelt, geeft hoop voor de
toekomst, geeft vertrouwen en zekerheid: Jezus komt weer! Ja. Hij komt
spoedig! (Openb.22:20)



















