Boeken
van het Oude Testament
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
033 - De boeken van het Oude Testament
De hechte eenheid van al die verschillende boeken ontdekken.
In de voorgaande studies is de
Bijbel zelf al talloze malen aan het woord geweest. En wie met de
studies serieus aan het werk geweest is, heeft de Bijbel al helemaal
doorkruist. Is misschien al enigszins thuisgeraakt in het Woord van
God. Met deze en de volgende studie over de boeken van het Oude en het
Nieuwe Testament, willen we samen met je nu toch eens dieper ingaan op
de manier waarop de Bijbel is samengesteld en op de globale mhoud van
de verschillende boeken waaruit de Bijbel bestaat. Opdat je in staat
bent de Bijbel als geheel beter te overzien en de hechte eenheid van al
die verschillende boeken te ontdekken.
Heel duidelijk uitgelegd, dat het
Oude Testament geschreven is met het oog op Hem, Zijn komst en Zijn
(Luc. 24:44-47) werk. Het Oude Testament gaat over God. Maar de hele
inhoud kan eigenlijk worden samengevat in één woord:
Christus. Met een moeilijke uitdrukking heet het ook wel: 'de
zelfbekendmaking van God in Christus'.
Om dat te zien in al die verschillende boeken met al die verschillende
geschiedenissen, profetieën en liederen van het Oude Testament,
moet je dat gedeelte van de Bijbel wel heel nauwkeurig en aandachtig
bestuderen. En je mag God vragen om verstand en inzicht en dat de
Heilige .Geest je de boodschap van het Oude Testament willaten zien.
Het Oude Testament bestaat uit 39 boeken. Het Nieuwe Testament telt 27
boeken; in totaal is de Bijbel dus opgebouwd uit 66 boeken. De boeken
van het Oude Testament zijn erg verschillend van karakter . Dat maakt
het Oude Testament op het eerste gezicht nogal onoverzichtelijk. Het
lijkt nogal willekeurig samengesteld. Maar die willekeur is slechts
schijn. De boeken van het Oude Testament vormen een héchte
eenheid met elkaar. Jezus heeft aan Zijn discipelen, en daarmee aan ons
de samenhang duidelijk gemaakt.
De hoofdindeling van het Oude Testament
In het Nieuwe Testament is een globale indeling van het Oude Testament
te vinden. In het Nieuwe Testament worden vaak gedeelten uit het Oude
aangehaald. Bij die verwijzing in het Nieuwe Testament naar het Oude
wordt een indeling gehanteerd, die het Oude Testament verdeelt in (Luc.
24: 44) drie gedeelten: 'de wet', 'de profeten', en de 'psalmen'.
Met de 'wet' zijn dan bedoeld de eerste vijf boeken van de Bijbel: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.
Met de profeten' worden alle profetische boeken aangeduid, waarbij nog
welonderscheid gemaakt wordt tussen de vroegere en latere profeten.
Onder 'de psalmen' worden de dichterlijke boeken van het Oude Testament begrepen, waaronder natuurlijk het boek Psalmen.
Boeken van Mozes
Het Oude Testament begint met de vijf boeken van Mozes, de 'pentateuch' (vijfdelig boek).
Genesis (wording)
Je moet het boek Genesis gelezen hebben om de Bijbel te kunnen
begrijpen. In dit boek Iaat God zien dat Hij de Schepper is van alles
wat bestaat. Dat gaat lijnrecht in tegen de verering van mensen, dieren
of natuurkrachten. Alles wat wij kunnen zien is schepsel van God. Hij ;
schiep alles tot Zijn eer. Ook de mens: een volmaakte schepping. Maar
de mens wordt God ontrouw en ongehoorzaam. In Genesis laat God Zijn
grootheid en goedheid zien, maar ook Zijn rechtvaardigheid. Als de mens
zondigt, straft God hem. Maar tegelijk belooft Hij een Verlosser en
laat Hij ook Zijn barmhartigheid en liefde zien. God geeft de
zogenaamde 'moederbelofte (Gen. 3: 15) Die belofte kondigt een
eeuwenlange strijd aan tussen de duivel en 'het nageslacht van de
vrouw', tussen allen die de duivel volgen en zij die God dienen. De
Messias zal komen, Jezus, die in die strijd de duivel zal overwinnen.
Door die belofte in het boek Genesis, is het eerste boek van de Bijbel
meteen al het begin van het evangelie van de verlossing van de zonde.
God vergeet die belofte niet. Ook niet als Hij de wereld 'schoonwast'
van de zonden door de zondvloed. Hij spaart Noach en zijn gezin. Ook
niet als de nieuwe mensheid weer tegen Hem in opstand komt en Hij de
mensen uiteen slaat door de spraakverwarring, na de torenbouw van
Babel. Genesis vertelt van de vervulling van de beloften aan Abraham,
van de wonderlijke geboorte van Isaak, de geboorte van Jacob en van het
ontstaan van het volk van God: Israël.
Exodus (uittocht)
Dwars tegen de uitroeiingspogingen van de Egyptische overheid in,
ontstaat een groot volk Israël. God leidt Zijn volk uit Egypte en
sluit een verbond met hen bij de berg Sinaï. De eredienst in de
tabernakel en de dienst van de offers van dieren zijn een teken van de
verlossing die eens door Jezus gebracht zal worden.
Leviticus (naar de naam Levi)
Levi was een van de twaalf zonen van Jacob. Zijn nakomelingen kregen de
zorg voor de tabernakel en de eredienst van het volk Israël. Zij
werden afgezonderd voor de dienst van God, deden later dienst in de
tempel en moesten het volk in de dienst van God onderwijzen. Vooral in
het boek Leviticus geeft God heel precieze voorschriften over hoe Hij
door Zijn volk gediend wil worden.
Numeri (telling)
In dit boek komen twee tellingen van de Israëlieten voor. Ook in
dit boek wordt verteld van de wonderlijke manier waarop God Zijn vaak
opstandige volk voedt en onder- houdt, gedurende hun reis door de
woestijn. En hoe Hij Zijn volk tenslotte leidt naar het beloofde land.
Deuteronomium (herhaling van de wet)
In dit boek staat de grote afscheids- toespraak van Mozes. Daarin her-
haalt hij de wetten van God en verklaart ze aan het volk. Het boek
staat vol van de macht en trouw van God. Het is één groot
getuigenis van de liefde van God, die Hij heeft voor het volk, waarmee
Hij Zijn verbond gesloten heeft. Het is een laatste appel van Mozes op
zijn volk, voor zijn sterven.
Jozua, Richteren
In het boek Jozua wordt de belofte van God vervuld. Het volk
Israël verovert, liever gezegd krijgt, het land (Ps. 44: 3, 4)
Kanaan. En dan, in de tijd van de Richters, doet ieder in Israël,
wat goed is in zijn ogen. Maar God blijft trouwaan Zijn belofte,
ondanks de voortdurende ontrouw van Zijn volk. Richters brengen in
tijde van grote nood voor het volk steeds weer verlossing van de
vijanden. Ze leiden het volk meermalen terug naar hun God.
Ruth
Ook uit dit mooie, kleine boekje van het Oude Testament, blijkt hoe God
in die tijd de komst van de Messias voorbereidt. De jonge Moabitische
vrouw Ruth wordt door God naar Israël geleid. Zij is een van de
stammoeders van koning David en daarmee een van de stammoeders van de
grote Zoon van David, Jezus. (Matth. 1:1-17)
Samuël, Koningen, Kronieken
In deze boeken staat de geschiedenis van het volk Israël, als het
door ko- ningen geregeerd wordt. De eerste koning Saul wordt door de
laatste (1 Sam. 8,9,10) richter Samuël aangesteld. Maar Saul wordt
om zijn ongehoorzaamheid door God als koning verworpen. (1 Sam.
16:1-13) God wijst dan David als koning aan. Na David wordt zijn zoon
Salomo koning van Israël. En na deze zijn ) nakomelingen. De
koningen hebben het volk niet kunnen redden. Na tijden van trouwaan
God, zakt het volk steeds weer weg in trouweloosheid. God straft door
het rijk van de tien stammen in ballingschap weg te laten voeren naar
Assyrië. Dat gedeelte van de Israëlieten gaat grotendeels op
in de volken van het oosten. Honderdvijftig jaar later worden de
(1Kon.12) stammen Juda en Benjamin, het twee-stammenrijk, in
ballingschap weggevoerd naar Babel. Een gedeelte (2 Kon. 24: 11) van de
ballingen uit die twee stammen keert na zeventig jaar terug naar het
land Kanaan. Niet omdat (2 Kron. 36:21-23) de mensen uit deze stammen
dat verdiend zouden hebben. Maar omdat God beloofd had, dat uit Juda de
Verlosser zou voortkomen. In de boeken Kronieken wordt dezelfde
geschiedenis beschreven als in Koningen. Maar deze boeken beperken zich
meer tot de geschiedenis van het twee-stammenrijk. In deze boeken wordt
heel duidelijk welke invloed de koningen hadden op de manier waarop het
volk God diende. Ook kun je duidelijk lezen van de trouw van God, Die
Zijn werk in stand houdt. Hij is de eigenlijke koning van Israël.
Ezra, Nehemia, Esther
In deze boeken wordt de geschiedenis van Juda en Benjamin beschreven
tijdens en na de ballingschap in Babel. Het werk van God gaat door; Hij
leidt de geschiedenis. Hij verlost Zijn volk steeds weer uit de nood de
oproep om de ware Verlosser wordt steeds sterker .
De dichterlijke boeken
Job
De geschiedenis van Job laat in . Hebreeuwse poëzie zien, dat de
Satan niet in staat is, ook maar één van de kinderen van
God ten val te brengen, als God dat niet toestaat. Dat is niet de
verdienste van Job omdat hij zo vroom is. God blijft Zijn kinderen
vasthouden in verdriet, in twijfel en zelfs als ze tegen Hem in opstand
komen.
Psalmen
De Psalmen zijn soms ontroerende liederen over het leven van de mens
mét God in het verbond, het leven in vertrouwen op Hem.
Spreuken, Prediker
Deze 'wijsheidsboeken' gaan over de 'wijsheid' die van boven is, de
wijsheid van de Heilige Geest. Ze geven een diep inzicht in de
'dwaasheid' van de mens. Een dwaasheid die alleen kan worden overwonnen
door de wijsheid van God. In het boek Spreuken wordt met de 'Wijsheid'
vaak de Christus bedoeld.
De profeten Jesaja en Jeremia
Klachten over de verwoesting van Jeruzalem en over het lijden en de
verwachting van de profeten die onder het ontrouwe en gestrafte volk
zijn roeping vervult.
Profetische boeken
In een aantal profetische boeken komen ook 'historische gedeelten voor
. Maar de profetische boeken gaan vooralover de komst van de Messias.
In de Naam van God waarschuwen de profeten het volk Israël tegen
de zonden van trouweloosheid en liefdeloosheid tegenover God en mensen.
Op bevel van God vragen de profeten het volk met nadruk te luisteren
naar wat God tegen hen zegt. De profeten kondigen aan hoe het volk
gestraft zal worden, als ze zich niets van de Woorden van God
aantrekken. En als ze weigeren zich te bekeren. Maarook mogen de
profeten de komst van de Verlosser aankondigen. Zij mogen, lang voordat
Jezus op aarde komt, al profeteren (Jes..53) van de lijdende Knecht des
Heren, van de beloofde koning die voor altijd op de troon van David zal
zitten. De laatste drie profeten, Haggaï, Zacharia en Maleachi,
pro- feteren na de ballingschap. Na hen zwijgt de profetie zo'n
driehonderd jaar. Tot de komst van Johannes de Doper, die op de
overgang van het Oude naar het Nieuwe Testament, de (Joh. 1 : 29)
Verlosser zal aanwijzen. Johannes de Doper is de heraut die voor
Christus uitgaat. Maar toch, hij leeft als het ware nog in de schaduw.
Wie de woorden van Jezus Christus heeft gehoord of gelezen, die woorden
heeft geloofd en ze verkondigt, is groter (Matth. 11:10,15) dan
Johannes. Want na Jezus is het Licht geworden op deze wereld.
Tenslotte even : Overzicht van het Oude Testament
Je ziet de periode’s aangegeven, enkele vindplaatsen en globale tijdsindicatie (vóór Chr)
1. De Schepping van hemel en aarde Genesis1
2. De voortijd Genesis1-7
a. Adam en Eva, paradijs en zondeval 4004
b. Kaïn doodt Abel 3876
c. Seth (geboorte) 3874
d. Henoch (geboorte) en Lamech 3382
e. Noach (geboorte) 2948
f. Zondvloed 2348
3. Van de zondvloed tot de roeping van Abram Genesis 8-11
a. Noach en zijn zonen 2347
b. Torenbouw van Babel 2247
c. Nimrod, begin van Assyrië, Babylonië, Egypte
d. Abram (geboorte) 1996
4. De tijd van de aartsvaders Genesis12-50, Job
a. Abram op weg naar Kanaän 1921
b. Gods verbond met Abraham 1898
c. Izak (geboorte) 1896
d. Ezau en Jacob (geboorte) 1836
e. Jacob vlucht 1760
f. Jacob keert terug 1739
g. Jozef, 17 jaar, verkocht 1728
h. Jacob naar Egypte 1706
i. Job
5. De tijd van Mozes en Jozua Exodus t/m Jozua
a. Mozes (geboorte) 1571
b. Mozes vlucht 1531
c. Mozes en Aäron bij Farao, uittocht uit Egypte 1491
d. Bij de Sinaï, wet en tabernakel 1490
e. Aan de grens, twaalf verspieders 1489
f. Opnieuw aan de grens na lange tocht door de woestijn 1451
g. Jozua volgt Mozes op 1451
h. Kanaän wordt veroverd 1450-1440
6. De tijd van de richters Richt/Ruth/1Sam1-7 ±1400-1100
a. Debora
b. Gideon ±1200
c. Jefta
d. Simson
e. Ruth trekt met Naomi naar Israël ±1160
f. Eli 1120
g. Samuel (geboorte) 1155
h. Samuel doet verslag van de richtertijd 1100
7. De tijd van de koningen 1Sam.8 - 2 Kronieken
a. Saul koning over Israël 1095-1056
b. David (geboorte), tot koning gezalfd 1085,1064
c. David koning over Juda 1056-1049
d. David koning over geheel Israël 1049-1016
e. Salomo over het gehele 12-stammenrijk 1015-975
f. Scheuring van het rijk 975
g. 19 koningen over 10-stammenrijk (Israël of Efraïm) 975-722
- o.a. Jerobeam, Achab, Joram, Jehu, Hosea
- tijd van de profeten Elia, Elisa, Amos en Hosea
h. Val van Samaria, wegvoering door Assyrie, einde 10 stammenrijk 722
i. 19 koningen en 1 koningin over 2-stammenrijk (Juda) 975-588
- o.a. Rehabeam, Josafat, Athalia, Joas, Uzzia, Jotham, Hizkia. Josia
- tijd van de profeten Jesaja, Micha, Nahum, Sefanja, Habakuk
j. Val van Jeruzalem, einde 2 stammenrijk 588
8. De tijd van de ballingschap in Babel 2Ko.24-25, 2Kr.36 606-536
Daniël, Jeremia
a. Overheersing door Babel (5 koningen, o.a. Nebukadnezar, Belsazar) 606-538
b. 1e wegvoering naar Babel, onder Jojakim, met o.m. Daniël 606
c. 2e wegvoering onder Jojachin, met o.m. Ezechiël ±600
d. 3e wegvoering, onder Zedekia. Jeruzalem verwoest. Jeremia blijft achter 588
e. Overheersing door Meden/Perzen (9 koningen) 538-333
9. De tijd na de terugkeer uit Babel 2Kr.36, Ezra/Neh/Esther
a. Cyres (Kores) geeft verlof om terug te keren 536
b. 1e terugkeer, tempel herbouwd 536-516
- tijd van de profeten Haggaï en Zacharia..
c. Darius 522-486
d. Ahasveros (Xerxes I) 486-465
- Esther koningin in Perzië 483
e. Arthasasta 465-424
- Ezra krijgt verlof om naar Jeruzalem te gaan 458
- Nehemia krijgt verlof om naar Jeruzalem te gaan 445 (tot 433)
- Ezra leest de wet voor; viering Loofhuttenfeest 444
f. Darius II 424-405
- Nehemia voor de tweede keer in Jeruzalem 420
- tijd van Maleachi ±400
g. Grieks/Macedonische overheersing - o.a. Alexander de Grote 333-301
h. Egyptische overheersing - o.a. Ptolemeüs 301- ca.200
- in deze periode wordt OT in Grieks vertaald Septuaginta) ±250
i. Syrische overheersing 198-63
- Antioches IV Epifanes ontheiligt de tempel 168
- tijd der Makkabeeën 168-63
- reiniging en her-inwijding van de tempel 165
j. Romeinse overheersing - met o.a. keizer Augustus 63- 324 na C
- Herodes de Grote koning over Juda 41-4



















