Evangelieverhaal:
Marcus
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
029 - Evangelieverhaal: Marcus
Het evangelie van Marcus werd in de tweede eeuw ook wel' de gedenkschriften van Petrus' genoemd
De moeder van Marcus, Maria,
woonde in Jeruzalem. Toen Petrus op wonderlijke wijze uit zijn (
gevangenschap was bevrijd, ging hij daarheen.
'En na een ogenblik van overleg, ging hij naar het huis van Maria, de
moeder van Johannes, bijgenaamd Marcus, waar velen vergaderd waren in
gebed' .
Er bestond kennelijk een bijzondere betrekking tussen Marcus en Petrus. Petrus noemt Marcus (I Petr. 5; 13) ' mijn zoon' .
Het evangelie van Marcus werd in
de tweede eeuw ook wel' de gedenkschriften van Petrus' genoemd. In het
evangelie van Marcus is ook wel iets te merken van de haast van Petrus.
Petrus was de man van de snelle reacties, de haastige uitroepen, soms
ook de te snelle reacties en de te haastige uitroepen. God kan die
bijzondere betrekking tussen Marcus en Petrus gebruikt hebben om de
overweldigende kracht van het evangelie bekend te maken. Het is
opvallend hoeveel vaart er in het evangelie van Marcus zit, wat
bijvoorbeeld blijkt uit het veelvuldig gebruik van het woord 'terstond'
(direct).
Marcus, Paulus en Petrus
Zoals Lucas veel heeft opgetekend in zijn evangelie van wat hij hoorde
van Paulus, zo heeft Marcus waarschijnlijk de stof voor zijn evangelie
ontleend aan de toespraken van Petrus. Marcus heeft Paulus en Barnabas
vergezeld op hun zendingsreizen (Hand. 12 : 25) . ' zij namen ook
Johannes, bijgenaamd Marcus, mee.' Marcus was hun helper .
De Bijbel laat ons de mensen zien, zoals ze zijn. Met hun fouten. Er
zijn conflicten geweest in de relatie tussen Paulus en Marcus. 'En
Barnabas wilde ook Johannes, genaamd (Hand. 15:37,38) Marcus, meenemen;
maar Paulus bleef van oordeel, dat men niet iemand bij zich moest
hebben, die hen na Pamfilië had verlaten en zich niet met hen tot
het werk had bege- ven.' Marcus was toen blijkbaar (Hand. 13: 13) tegen
de zin van Paulus teruggegaan naar Jeruzalem. Dit conflict tussen beide
apostelen is hoog opgelopen: 'En er ontstond een verbittering, zodat
(Hand. 15: 39) zij uiteengingen en Barnabas met Marcus naar Cyprus
voer.,
Er zijn mensen die graag wijzen op de fouten van de mensen in de kerk,
om daarmee een argument te hebben voor hun afwijzing van het Christen-
dom. Maar de Bijbel zelf laat de fouten van christenen duidelijk zien;
draait daar niet omheen. Christenen, zelfs zij die dicht bij Christus
hebben geleefd, zijn geen volmaakte mensen. En juist daarom hebben zij
Christus nodig als Verlosser .Die hen leert om niet meer te willen
zondigen en zich met elkaar te verzoenen. Dat is ook hier gebeurd.
Tussen Marcus en Paulus heeft verzoening plaatsgevonden. De goede
verhoudingen blijken later hersteld te zijn: Paulus zegt dan: 'Haal
Marcus af en breng hem mee, want hij is mij (2 Tim. 4: 11) van veel nut
voor de dienst' .
Tijdens " de eerste gevangenschap van Paulus is Marcus zelfs bij hem
geweest en (Col. 4) heeft daar veel voor hem betekend. Ondanks zijn
vele contacten met Paulus, heeft Marcus toch de meeste invloed van
Petrus ondergaan. Een schrijver uit ongeveer 130 na Christus vermeldt
dat Marcus de prediking van Petrus heel nauwkeurig heeft opgeschreven.
Het is heel waarschijnlijk dat het evangelie van Marcus een neerslag is
van het eerste christelijke onderwijs dat in preken en op andere wijze
in Jeruzalem gegeven werd. Uit de woordkeus in het evangelie van Marcus
blijkt dat hij een stadsbewoner was. In Jeruzalem werd grieks en
aramees gesproken: Marcus geeft van de typisch aramese woorden meteen
de griekse vertaling. Bijvoorbeeld: Talitha koemi - meisje sta op
(Marc. 5: 41) op; en: Effatha - word geopend! (Marc. 7: 34)
Een kort boek
Het evangelie van Marcus is het kortste van de vier evangeliën.
Het behandelt ook maar een korte periode uit het leven van Jezus.
Marcus vermeldt de geboorte van Jezus niet, maar begint zijn evangelie
bij het publieke optreden van Jezus. Jezus is de vervulling van de
belofte van het (Jes. 40: 3) Oude Testament, de Christus, die (Mal.3 :
1) een verloren wereld komt redden.
De voorloper, Johannes de Doper , heeft zijn werk gedaan. Nu begint de
vervulling van al de beloften van God in Christus. Die blijde boodschap
gaat Marcus vertellen. Marcus eindigt zijn evangelie in dezelfde
abrupte stijl als waarin hij het is begonnen. Het is alles even
verrassend. In het laatste hoofdstuk van het evangelie van Marcus
vertelt hij hoe de vrouwen angstig van het graf van Jezus zijn
weggevlucht en niemand iets vertellen over het lege graf. De opstanding
van Christus is zo verras- send, zo in strijd met wat mensen
verwachten, dat zij het eerst niet kunnen verwerken. Als we de andere
evangeliën die God ons gegeven heeft naast dat van Marcus leggen,
blijkt dat na de aanvankelijke schrik de vrouwen wel gaan spreken.
Alle evangelisten melden de verbijstering die de opstanding van Jezus
teweeg brengt. Vandaag wordt die opstanding weersproken. Maar
metéén al waren er mensen, die er hun schouders over
ophaalden. Zoals de geleerden in Athene: 'Toen zij nu van een
(Hand. 17: 32) opstanding van doden hoorden spotten sommigen, maar anderen zeiden; Wij zullen u hierover nog wel eens horen.'
Marcus heeft zijn evangelie waarschijnlijk geschreven voor de jonge
christelijke kerken, vooral met het oog op het onderwijs. Ook die jonge
kerken moeten weten, dat het evangelie van de opstanding van Jezus in
het begin ook door de kleine kring van zijn volgelingen als
verbijsterend werd ervaren. Ook zij hadden de woorden van Jezus niet zo
ernstig genomen, toen Hij van te voren zijn opstanding aankondigde.
Het abrupte verhaal tegen het einde van het evangelie van Marcus (de
Marc. 8: 31) vrouwen die angstig wegvluchten) is opvallend. Let wel,
zij die de opstanding geloofden hebben geen enkele reden zich beter te
voelen dan anderen, die de opstanding van Jezus niet willen of kunnen
aanvaarden. Als Christus zelf na Zijn opstanding de zaak niet in handen
gehouden zou hebben, was er van een Christelijke kerk niets terecht
gekomen.
In de vertaling van het Nederlands Bijbel Genootschap staan de verzen
9-20 van hoofdstuk 16 tussen haken. Daarmee wordt aangegeven, dat dit
gedeelte in belangrijke handschriften ontbreekt. Er bestaat verschil
van mening over de vraag of dit slot door een andere hand dan die van
Marcus later is toegevoegd. Maar dit gedeelte sluit wel aan bij de
andere evangeliën. De kerk heeft dit laatste gedeelte van het
evangelie van Marcus daarom ook als 'kanoniek' (dat is als gezaghebbend
Woord van God) aanvaard.
Het Koninkrijk van God heeft de toekomst
Het evangelie van Marcus is waarschijnlijk het oudste van de vier
evangelieverhalen. Het wordt ook wel het 'basisevangelie'
genoemd: op zo'n 80 verzen na, is de stof ook bij Mattheus en Lucas te
vinden. Het is opvallend, hoe raak en precies Marcus verschillende
gebeurtenissen be- schrijft. U moet dat eens voor uzelf vaststellen
door een vergelijking te maken tussen:
Matth. 4 : 22 -Luc. 5 : 11 -Marc. 1 : 20;
Matth. 8 : 4 -Luc. 5 : 14 -Marc. 1: 43,44;
Matth. 8 : 23 -Luc. 8 : 22 -Marc. 4 : 35, 36.
Het is niet gemakkelijk in het evangelie van Marcus één
centraal thema aan te geven. Sommigen zeggen, dat in dit evangelie
Jezus wordt getekend in Zijn menselijkheid en macht. Maar anderen
vinden dat het in het evangelie van Marcus vooral gaat over het
verborgen Koninkrijk van God, dat Zich in Jezus een weg baant in de
wereld.
Aan de éne kant laat Marcus de kracht van Christus zien: 'En
zeer (Marc. 6: 2) velen stonden versteld en zeiden: Waar heeft Hij deze
dingen vandaan. en zulke krachten als door Zijn handen geschieden?' Aan
de andere kant is het opvallend hoe vaak Marcus het gebod van Jezus,
tegenover anderen te zwijgen over zijn wonderen, vermeldt: 'En Hij
(Marc. 8: 30) verbood hun nadrukkelijk met iemand hierover te spreken.'
Jezus wil niet, dat de mensen Hem zien als een wonderdoener en een
krachtfiguur. Hij wil niet de 'supermens' zijn, die als een held
vereerd wordt. Hij is de Zoon van God. Maar Hij is in vernedering op de
aarde gekomen. Het Koninkrijk van God komt zon- der opzien te baren.
Het werkt in het verborgene, als een zaadje dat in de aarde valt. Als
je Jezus wilt volgen, zul je je er niet aan mogen ergeren, dat er
uiterlijk niet veel eer aan te ,. behalen valt. Het Koninkrijk van God
is als een mosterdzaadje dat (Marc. 4) wanneer het in de aarde gezaaid
wordt, het kleinste is van alle zaden op de aarde, en toch als het
gezaaid is, opkomt en groter wordt dan alle tuingewassen. .
Het evangelie van Marcus leert je af, aardse verwachtingen te
koesteren. Alleen het Koninkrijk van God heeft de toekomst, een
machtige toekomst. De wonderen, die de Koning van dat rijk laat zien
wijzen erop: de tijd van dat Koninkrijk komt gauw.
Vertel het aan de kinderen - Johannes de doper
Weet je nog wie Johannes was?
Hij was de zoon van Zacharias en Elisabeth, die oude mensen, die nog een kindje kregen toen ze al heel oud waren, weet je nog?
Nu was Johannes een man geworden. Het was 30 jaar geleden dat de engel
Gabriël eerst bij Zacharias en later bij Maria kwam om te
vertellen dat ze een zoon zouden krijgen. Johannes zou een hele mooie
taak krijgen, maar hij moest nog wel leren hoe hij die taak moest
vervullen. Daarom ging hij helemaal alleen naar de woestijn om in de
stilte dicht bij God te zijn.
Johannes leefde daar van sprinkhanen en wilde honing. Hij droeg een jas
van kameelhaar met een leren riem er om heen, meer had hij niet nodig.
En daar in die woestijn leerde God Hem wat hij mocht gaan doen.
Johannes mocht aan de mensen bekend gaan maken dat de Zaligmaker
gekomen was. Hij mocht de mensen gaan vertellen, dat deze Zaligmaker
alle mensen zou redden van de zonden, van alle verkeerde dingen, die ze
hadden gedaan.
Dat wilde Johannes graag doen, want zijn vader had hem al verteld dat hij een bijzondere taak zou krijgen van God.
Nu mocht Hij gaan vertellen dat de Koning kwam. Geen aardse koning met
een paleis, maar een Hemelse Koning. Geen vechtkoning, maar een Koning
van vrede. Zijn Koninkrijk zou in de Hemel zijn en iedereen die van
deze Koning hield, zou in dat Koninkrijk mogen wonen.
Maar dan kon je geen verkeerde dingen meer doen, want bij deze Koning hoorde alleen maar Liefde en mooie en goede dingen.
e kon daar alleen maar wonen als je spijt had van alle zonden, die je had gedaan en anders wilde gaan leven.
Deze blijde boodschap vertelde Johannes aan alle mensen die naar de
Jordaan kwamen, want daar was hij heen gegaan. De Jordaan was een water
waar veel mensen langs kwamen die naar Jeruzalem gingen. Zij luisterden
naar Johannes en kregen heel veel spijt van alle verkeerde dingen die
ze hadden gedaan. Ze wilden graag anders en beter gaan leven, zoals God
het wilde.
Deze mensen werden door Johannes gedoopt. Ze gingen helemaal onder in
het water van de Jordaan. Zoals hun lichaam schoon gewassen werd van
het vuil, zo maakte God hun hart schoon van de zonden. Dat betekende
deze doop. De meeste mensen wilden dat graag en zij lieten zich
allemaal dopen.
Maar ook toen waren er mensen die maar net alsof deden en
helemaal geen spijt hadden van hun zonden. Johannes werd boos op deze
mensen en vertelden hen dat ze ècht anders moesten gaan leven en
niet doen alsof.
Op een dag kwam Jezus naar Johannes toe bij de Jordaan. Ook Hij was een
volwassen man geworden, maar bijna niemand wist nog wie Hij was.
Jezus wilde zich laten dopen door Johannes, maar Johannes schrok daar
van. "Nee, niet ik moet Ú dopen, maar U moet míj dopen",
zei Johannes.
Jezus was zonder zonden, Hij had nog nooit iets verkeerds gedaan. En
tóch wilde hij zich laten dopen. Hij wilde net als alle mensen
zijn en Hij zei tegen Johannes dat hij Hem móest dopen.
Johannes en Jezus gingen de Jordaan in en het water spoelde over Jezus heen.
Toen Hij weer omhoog kwam uit het water gebeurde er iets heel moois. De Hemel opende zich en een stralend licht scheen op Jezus.
De Heilige Geest daalde op Hem neer, als een lichte witte duif. Dat was
God zelf en Zijn stem sprak de volgende woorden: "Dit is Mijn Zoon,
waar ik veel van houd, in Hem vind ik blijdschap".
Toen wist Johannes het heel zeker. Dìt was de Zaligmaker, dit
was de Koning, dit was de Redder van alle mensen, dit was Jezus Gods
eigen Zoon. Hij was gekomen om alle mensen gelukkig te maken.
En Jezus ging weer weg, de woestijn in om dicht bij God te zijn en met Hem te praten.
Johannes wist dat zijn werk nu gauw voorbij zou zijn.
De Zaligmaker was nu gekomen. De mensen moesten nu naar Hèm gaan
luisteren. Johannes had mogen vertellen, dat de Zaligmaker zòu
komen en dat de mensen zich moesten bekeren.
Hij was maar een knecht van de Koning. Maar Jezus was zèlf de
Koning van het Koninkrijk in de Hemel, nu moesten de mensen naar
Hèm gaan luisteren.
Ook jij mag naar Jezus luisteren en van Hem leren.
Je mag lezen en leren uit de Bijbel over het leven van Jezus.
Je mag leren wie Hij was en hoe Hij leefde.
Je mag ontdekken hoe veel Hij van je houdt en dat jij ook bij Hem mag horen.
Jezus houdt van alle kinderen en van alle mensen, groot en klein op de hele wereld.




















