Belijdenisgeschriften
écht
wel noodzakelijk
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
024 - Belijdenis - geschriften écht wel noodzakelijk
In Gods Woord staat dat de kerk -de gemeente- een pijler en fundament van de waarheid is.
In de Bijbel worden
we aangespoord alles wat God heeft bekend ge- maakt niet alleen voor
onszelf te aanvaarden, maar het ook na te spreken en het, als het moet,
te verdedigen. Dat heeft de kerk ertoe gebracht het geloven in
belijdenisgeschriften samen te vatten. Sterker nog, de Bijbel eist dat
ook van de kerk. In Gods Woord staat dat de kerk -de gemeente -een
pijler en fundament van de waarheid is.
Dat is een uitdrukking om over na te denken: de kerk van de Here (I
Tim. 3 : 15) wordt vergeleken met een pilaar die het dak van een gebouw
b.v. van een tempel draagt. Nog meer: de kerk is als een fundament dat
het hele gebouw draagt.
Het woord pijler, pilaar, heeft ook de betekenis vaan "aanplakzuil",
"publicatiebord". Ook in die zin is de kerk "pijler" van de waarheid.
Waarom? De kerk draagt de waarheid en verkondigt die waarheid. Dat
betekent: de woorden van God, zoals die in de Bijbel tot ons komen,
zijn toevertrouwd aan Gods gemeente. Die gemeente moet de waarheid
bewaren en uitdragen. In een wereld van onzekerheid, van zoeken en
tasten, van twijfel, van onwaarheid en leugen verkondigt de kerk de
waarheid. Dáár is waarheid, nee, dé
waarheid: het evangelie, de blijde boodschap.
Te midden van alle onrust en twijfel is daar zekerheid en rust. De kerk
heeft het Woord van God ontvangen met de opdracht het te prediken aan
alle (Mat th. 28 : 19) volken. Dat houdt ook in dat de kerk dat woord
zuiver moet bewaren en het moet verdedigen tegen alle aanvallen erop,
alle verdraaiingen, en elke leugen.
Daarom spreekt de kerk in haar belijdenissen die waarheid uit en
handhaaft en verdedigt ze die. Daarom zijn belijdenisgeschriften nodlg,
want: elke gelovige belijdt niet op zichzelf; alleen in de gemeenschap
met alle heiligen (gelovigen) kan de rijkdom van Gods evangeliewoord
volkomen worden uitgesproken.
In de belijdenis worden dwalingen aangewezen en afgewezen, want (2
Petr. 3 : 16) veel mensen die een verkeerde leer brengen, proberen
telkens weer een (Judas 3, 4) beroep te doen op de Bijbel. De gelovigen
van nu kunnen daar tegen (2 Tim 3 : 14-4 : 5) over gebruik maken van
wat het gelovig voorgeslacht over Gods (Gal. I: 6-9 enz). Woord heeft
samengevat.
In de belijdenisgeschriften is een eeuwenlange omgang ermee als
gekristalliseerd. Je moet niet op je eentje van voren af aan beginnen,
maar samen met alle gelovigen van vroeger en nu.
In de belijdenis geeft de kerk publiek rekenschap van het geloof (I
Petr. 3 : 15) tegenover overheden en alle mensen. Zo wordt, door de
belijdenisgeschriften, de waarheid van God (Deut. 6 : 1-9) door het ene
geslacht doorgegeven aan het volgende geslacht: (Ps. 78 : 3, 4)
Het geloof gaat .de eeuwen. door dat is de eenheid van het echte, het
ware (Joh: 17 : 17-22) geloof. Zie ook: Heidelbergse Catechismus zondag
21 vraag en antwoord 54 en 55 (2 Tim. I: 5 woord 54, 55)
Met belijdenisgeschriften spreekt men eigenlijk een
‘groepsgeloof’uit. Het is zinvol hier nog even
verder over na te denken:
Het gaat uiteindelijk om: Heb geloof in God ! Verwacht het van
Hém !
Het zou een zegen zijn dat allen, die de Here hebben aanvaard
als hun Here, zouden beseffen hoe belangrijk hun persoonlijk geloof in
Hem is. Het aantal christenen, dat hun herstel afhankelijk stelt van
het geloof en de toewijding van anderen, is niet gering. Vooral bekende
namen spelen daarbij een grote rol. Predikers die getuigen van de
wonderen die de Here door hun hand verricht heeft, worden door een
aantal christenen gezien als de wonderdoeners. Niemand kan echter
wonderen doen dan God en God alleen. Wij zijn slechts instrumenten in
Zijn hand. Evenals het instrument geen muziek kan voortbrengen zonder
de muzikant, zo kunnen we ook niets doen zonder God.
Toch verwachten veel mensen dat hun nood gelenigd zal worden, als de
bidder maar krachtig genoeg is. En niet zelden raken ze teleurgesteld,
want zo werkt het niet. God doet geen wonderen door ons geloof in de
geestelijke kracht van mensen, maar door ons persoonlijk geloof in Hem.
Het is zeer onverstandig om ons geloof in de wonderbare kracht van God
afhankelijk te stellen van de handelingen van een mens, want daardoor
gaan we meer van die mens verwachten dan van de Here God zelf. Wie dat
doet, maakt zich schuldig aan afgoderij.
Het is een goede zaak om een persoonlijk geloof in God te hebben. De
Here Jezus maakte de mensen vaak duidelijk, dat ze door hun geloof
behouden waren. Hij zei ooit aan een vrouw in nood: "Vrouw, groot is uw
geloof". Telkens weer als mensen door de Here Jezus genezen waren, wees
Hij hun op hun geloof in God. De Here vertoefde eens in de stad waar
Hij was opgegroeid. Hoewel de nood daar groot was en er veel zieken
waren, kon Hij, in tegenstelling tot de andere steden, niet veel
krachten doen. Hij was dezelfde Here en het was dezelfde boodschap;
Zijn kracht was niet veranderd; Hij was vol van kracht en vol van
liefde. Desondanks gebeurde er veel minder in Zijn eigen stad dan in de
omliggende dorpen en steden. De Here vertelde ons Zelf waarom Hij in de
stad van Zijn jeugd niet veel kon doen: "Vanwege hun ongeloof" -
Mattheüs 13:58. Ze konden niet in Hem geloven, omdat ze Hem
niet zagen als de Zoon van God, maar als de zoon van de timmerman
Jozef.
Hierin kunnen we duidelijk zien dat de werking van God in ons leven
afhankelijk is van ons persoonlijk geloof in Hem. Wie klein denkt over
de Here, zal weinig ontvangen, want de mens ontvangt naar zijn geloof.
De Here zei: "U geschiede naar uw geloof!" - Mattheüs 8:13;
9:29.



















