Hoe de
Bijbel eigenlijk gekregen ?
STUDIE-INDEX
DE
HEILIGE SCHRIFT
CHRISTELIJKE
SYMBOLEN
De Bijbel is niet een
boek
wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je
weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft
afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen.
Ontdek de bron van vrede, het Woord van God:
Bijbelstudie
013 - Hoe hebben we de Bijbel eigenlijk gekregen ?
Je kunt je eigen leven leiden
De Bijbel is uniek
Weinig mensen hebben het gelezen,
maar de meeste hebben er een mening over. De Bijbel beweert, dat het
Gods onfeilbare, gezaghebbende openbaring is aan de mensheid. Het
beweert waarheid te openbaren, dat op geen andere manier gekend kan
worden.
Er is een groot aantal verschillende vertalingen van de Bijbel en er komen regelmatig nieuwe uit
Sommige beweren wetenschappelijke
werken te zijn, die de woorden van de oudste manuscripten
weerspiegelen. Andere zijn "trendsetter" gericht op moderne waarden en
speciale interesses. Is de een net zo goed als de ander of moeten wij
voorzichtig zijn met bepaalde vertalingen? Dit zijn allemaal
belangrijke vragen, die om nauwkeurige antwoorden vragen voor degenen,
die serieus overwegen om de Bijbel als gids voor het leven te nemen.
Het deel van de Bijbel, dat wij gewoonlijk het Oude Testament noemen,
werd omstreeks 420 v c in de dagen van Ezra, de Priester en gouverneur
Nehemia voltooid. Ezra werd in 457 v c door Koning Artachsasta van
Perzië naar Jeruzalem gezonden met de tempelrollen en andere
kostbaarheden, die sinds de dagen van Nebukadnessar (Ezra 7:14) in
Babylon werden bewaard. Ezra kwam terug om de Schrift te onderwijzen
aan de mensen (Ezra 7:10) en om religieuze hervorming in te stellen
voor mensen, die op het punt stonden om hun ware identiteit te
verliezen en het syncretische heidendom van hun buren te absorberen.
Ongeveer dertien jaar na de terugkeer van Ezra keerde Nehemia terug als
gouverneur en had de autoriteit om er op aan te dringen, dat de
hervormingen van Ezra werden uitgevoerd.
De Joodse historicus en priester uit de eerste eeuw, Flavius Josephus,
schreef de geschiedenis van de Hebreeuwse Schrift en vergeleek deze met
de bestaande Griekse geschriften in zijn dagen. "Want wij hebben geen
ontelbare hoeveelheden boeken, die oneens zijn met elkaar en elkaar
tegenspreken (zoals de Grieken die hebben) maar slechts 22 boeken...
waarvan met recht geloofd wordt, dat ze goddelijk zijn..." ( Against
Apion, I, 8) Josephus verklaart verder, dat de Joodse geschriften in
hun uiteindelijke vorm werden bijeengebracht in de dagen van
Artachsasta, die ten tijde van Ezra en Nehemia regeerde.
Omdat vele boeken sinds die tijd onder de Joden werden samengesteld
benadrukte hij, dat zij niet beschouwd werden de goddelijke autoriteit
te hebben, omdat vanaf de tijd van Maleachi, een late tijdgenoot van
Ezra en Nehemia, geen opeenvolging van profeten is geweest. Behalve
Josephus, bevestigen het boek 1 Maccabeeën (tweede eeuw vC),
geschriften van de filosoof Philo uit de eerste eeuw nC en
overleveringen, bewaard in de Seder O!am en de Talmud (oude
commentaren), allen een vastgelegd canon sinds de tijd van Ezra.
De 22 boeken, die Josephus noemde komen overeen met de boeken van ons
Oude Testament -in moderne vertalingen worden normaal 39 boeken geteld.
Het verschil in aantalligt in het verschil waarop de boeken werden
geteld. De 12 Kleine Profeten bijvoorbeeld werden in het Hebreeuws op
één rol geschreven en werden eenvoudig als
één boek geteld en niet als 12 afzonderlijke. Er zijn ook
verschillende andere combinaties.
Hoe kunnen wij weten, dat de tekst van het Oude Testament nauwkeurig werd bewaard?
De Joodse gemeenschap heeft het Oude Testament officieel bewaard in wat genoemd wordt de Massoretische Tekst.
Hoe werd dit gedaan?
De tekst zelf was samengesteld voordat de Massoreten er
verantwoordelijk voor waren... de Massoreten waren er de gemachtigde
beheerders over. Hun werk was om het te bewaren. De Massora werd "een
hek om de Geschriften" genoemd, omdat het alle woorden en letters op
hun plaats vastzetten Het legt het aantal keren vast, hoe vaak
verschillende letters in de verschillende boeken van de Bijbel
voorkomen; het aantal woorden en het middelste woord; het aantal verzen
en het middelste vers... voor het vastgestelde doelom de Heilige Tekst
te beveiligen en het voorkomen van verlies of misplaatsing van een
enkele letter of woord".
Deze uiterst nauwkeurige aandacht voor detaillevert een achtergrond om
de letterlijke waarheid te begrijpen van de verklaring van Jezus in
Matteus 5:18, dat er niet één jota of één
tittel van de wet vergaan zal.
De jota verwijst naar de kleinste letter in het Hebreeuwse alfabet en de tittel beschrijft een deel van een letter.
Het Nieuwe Testament
Hoewel de Hebreeuwse Geschriften voltooid waren vanaf de dagen van
Ezra, was de openbaring van God aan de mensheid niet beëindigd. In
de nasleep van de opstanding van Jezus werden verslagen van Zijn leven
en dienaarschap geschreven. Er werden brieven naar beginnende gemeenten
geschreven. Na verloop van tientallen jaren begonnen degenen, die uit
de eerste hand getuigen waren van wat Jezus Christus zei en deed, van
het toneel te verdwijnen.
Valse leraren kwamen op, die "een ander evangelie" verkondigden. (2
Korintiërs 11 :4) Zij schreven ook brieven en tekenden die vaak
met de naam van één van de Apostels. (2 Tessalonicenzen
2:2)
Hoe moest in zo'n verwarring een nauwkeurig verslag van de leringen van
Christus en de leringen van Zijn Apostels bewaard worden voor de
toekomstige generaties volgelingen?
Petrus behandelt dit onderwerp in 2 Petrus, de laatste brief, die hij
schreef. Petrus plaatste de dingen in verhouding en schreef dit kort
voor zijn terechtstelling, niet lang na de dood van Paulus. Verwijzend
naar zijn spoedig naderende dood in vers 14, verklaart Petrus: "Maar ik
zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaan telkens weer aan deze
dingen kunt denken". ( 2 Petrus 1 :15)
De enige manier, waarop hij een duurzaam verslag van wat hij had
onderwezen was, om geschriften achter te laten, die officieel aangeduid
waren als Heilige Geschriften. Te beginnen met vers 16 gaat Petrus
abrupt over van het gebruik van de eerste persoon enkelvoud op het
gebruik van "wij", de eerste persoon meervoud.
Wie waren de "wij" waar Petrus aan refereerde in de verzen 16-19? Hij
beschreef de "wij" in vers 18, toen hij naar hen verwees, dat zij als
getuigen waren geweest van de verheerlijking van Jezus op de berg. Deze
gebeurtenis wordt in MatteOs 17:1-13 nauwkeurig beschreven, waaruit wij
leren, dat alleen Petrus, Jacobus en Johannes, Jezus naar de berg
vergezelden en getuigen uit de eerste hand waren van deze
gebeurtenissen. Jakobus, de broer van Johannes was de eerste van de
Apostelen, die de marteldood stierf (Handelingen 12: 1-2) en die op het
moment, dat Petrus zijn brief 2 Petrus schreef, al tientallen jaren
dood was. Daarom kon de "wij" waar Petrus aan refereerde alleen
betrekking hebben op hem en Johannes.
In 2 Petrus 1 :19 gaat hij verder met uitleggen, dat "wij" -hij en
Johannes -de enigen, die overgebleven waren, die "het profetische
woord, dat zeer vast is", bezaten. Met andere woorden, Petrus wees zijn
lezers er op, dat hij en Johannes degenen waren, die door Christus
aangesteld waren om een gezaghebbend verslag achter te laten, die de
Christelijke gemeenschap van de toekomstige generaties zou leiden, lang
na de dood van de originele discipelen. In 2 Petrus 3:15-16 refereerde
hij aan de brieven van Paulus op een manier, die er op wijst, dat zij
volledig zijn, onder vermelding van "ai" zijn brieven. Hij refereerde
ook aan mensen, die deze brieven verdraaiden, zoals zij met "de rest
van de Geschriften" deden. Petrus kenmerkte de brieven van Paulus als
Geschriften, op één lijn met het Oude Testament en gaf
aan, dat Paulus niet meer leefde om te reageren op degenen, die zijn
bedoeling trachtten te verdraaien.
Er zijn 27 boeken in het Nieuwe Testament, waarvan vijf toegeschreven
werden aan de Apostel Johannes en die ongeveer drie decennia na de dood
van Petrus zijn geschreven. Dit wijst er op, dat Petrus, voorafgaand
aan zijn dood, een canon van 22 boeken heeft samengesteld, in aantal
precies overeenkomstig de Joodse manier van tellen van de boeken van
het Oude testament.
De apostel Johannes voltooide daarna ons Nieuwtestamentische canon,
door toevoeging van zijn vijf boeken -een evangelie, drie epistels en
Openbaring -tot in totaal 27 boeken. De 22 boeken van de Hebreeuwse
geschriften, opgeteld bij de 27 boeken van de Griekse geschriften,
geeft een totaal van 49- zeven keer zeven, Gods getal voor voltooiing
en perfectie-
Dit verslag verschilt aanmerkelijk van de Rooms Katholieke beweringen,
die aanvoeren, dat het de Concilie van Carthago was, die in 397 nC de
Nieuwtestamentische canon vastlegde.
Hoe nauwkeurig is die aanspraak? Wat deed dit bepaalde concilie werkelijk?
Aangezien wij geen gebonden kopie van het Nieuwe Testament
hebben, die alle originele manuscripten bevat, gedateerd vanaf 100 nC.,
welk bewijs hebben wij dan, dat de boeken, die wij kennen als het
Nieuwe Testament, erkend werden als Geschriften, vóór het
Concilie van Carthago? Naast andere bewijsstukken hebben wij de
getuigenis van vroege schrijvers, gedateerd vanaf een paar jaar na de
dood van de Apostel Johannes. Deze mannen -met in begrip van Clement
van Rome, Polycarp, Ignatius en Justin Martyr -schreven allen binnen 50
jaar na de dood van Johannes. Zij citeerden uit verschillende
Nieuwtestamentische boeken en toonden daarmee aan, dat deze bekend
waren en erkend als geïnspireerde Geschriften-
Waarom circuleerden er dan tegenstrijdige lijsten van canons? .En wat kunnen wij er van Ieren?
De Muratorian canon was rond 200 nC in Rome in gebruik. Het heeft
Hebreeën, 1 en 2 Petrus en 3 Johannes weggelaten en bevat twee
onechte werken -"Openbaring van Petrus" en "Wijsheid van Salomo". Niet
lang daarna, toen Origen een canonlijst opmaakte, dwong de niet
geïnspireerde aard van deze twee onechte werken hem deze totaal
weg te laten. De lijst van Origen was overigens bijna identiek aan de
Muratorian canon, behalve dat het 1 Petrus had inbegrepen en Jakobus, 2
Johannes en Judas uitsloot. Kort voor het Concilie van Nicea in 325 nC
gaf Eusebius een lijst van de boeken, die door de Westerse "orthodoxe"
kerk als deel van het Nieuwe Testament werd aanvaard. Zijn lijst was
praktisch identiek aan die van Origen.
Noch Origen, noch Eusebius wilden Hebreeën of de meeste Algemene
Epistels aanvaarden, maar zij erkenden, dat deze boeken bestonden en
dat velen deze als geïnspireerd beschouwen. Deze twee mannen
schoven ook diverse andere onechte werken naar voren voor mogelijke
opneming, zoals de "Brief van Barnabas" en de "Didache". Ofschoon
Origen en Eusebius invloedrijke theologen waren, waren zij niet in
staat hun zin te krijgen en de canon, die Johannes samenstelde bleef in
tact -een krachtig bewijs van Gods hand in het bewaren van Zijn
geïnspireerd Woord.
Het verdient de aandacht, dat gedurende de debatten over de canon, de
Geschriften, die de grootste tegenstand opriepen bij deze vroege Rooms
Katholieke leiders, twee gemeenschappelijke kenmerken hadden:
Of z(j bevatten waarschuwingen over afvalligheid van de waarheid (2
Petrus, 2 en 3 Johannes en Judas) ofz(jbevatten een sterk
"Joods"tintje. (Jakobus en Hebreeën)
Het is duidelijk, dat vele Rooms Katholieke leiders niet op hun gemak
waren met de boodschap, die deze bpeken inhielden -en om een goede
reden! Hoe dan ook, er was zo'n overweldigend besef van de oprechte
aard van deze boeken, vooral in Klein Azië en in Griekenland, dat
het onmogelijk bleek deze uit het Nieuwe Testament te verwijderen.
Verre van het vaststellen van de Nieuwtestamentische canon legde het
Concilie van Carthago eenvoudig de bevestiging voor van de Roomse Kerk,
dat de bekende en vastgestelde canon vanaf het einde van de eerste
eeuw, niet veranderd kon worden.
Griekse Vertalingen van de Schrift
Moeten wij bezorgd zijn, dat sommige Nieuwtestamentische aanhalingen
van het Oude Testament uit een Griekse vertaling -de Septuaginta
-genomen zijn in plaats van uit de Hebreeuwse Tekst?
Op het moment, dat het Nieuwe Testament werd geschreven, was Grieks de
meest universele taal. Heidense bekeerlingen waren onbekend met de
Hebreeuwse taal en zelfs de meeste Joden buiten Palestina hadden niet
langer goede leesvaardigheid van het Hebreeuws. De Septuaginta was een
Griekse vertaling van het Oude Testament, dat in Egypte was gemaakt.
Maar het was niet de enige Griekse vertaling van het Oude Testament,
die beschikbaar was in de tijd toen het Nieuwe Testament werd
geschreven. Er was tenminste één Griekse vertaling, die
opmerkelijk verschilde van de Septuaginta. Het werd in de tweede eeuw
na Christus gebruikt door Theodotion voor zijn herziene Griekse tekst
van het Oude Testament. Het boek Daniël bijvoorbeeld, zoals
bewaard in de Griekse vertaling van Theodotion, is veel meer in
overeenstemming met de aanhalingen van Daniël in het Nieuwe
testament dan de Septuaginta.
Alhoewel geen van de Griekse vertalingen van het Oude Testament
helemaal nauwkeurig waren, waren de meeste van hun afwijkingen van de
Hebreeuwse tekst in de gebieden, waar zij geen effect hadden op de
algemene betekenis van de boodschap.
Bestaande Griekse vertalingen van het Oude Testament, inclusief de
Septuaginta, worden in het Griekse Nieuwe Testament aangehaald, waar
zij of de geïnspireerde betekenis van de Hebreeuwse tekst goed
vertalen of omschrijven. Voor de gevallen, waarbij de reeds beschikbare
Griekse vertalingen uit de eerste eeuw niet geschikt waren, maakten de
Nieuwtestamentische schrijvers hun eigen rechtstreekse vertaling of
omschrijving van het Hebreeuws naar het Grieks.
Gleason Archer en G.C. Chirichigno
maakten in hun allesomvattend werk, Old testament Quotations in the New
Testament: A Complete Survey, ( Oudtestamentische aanhalingen in het
Nieuwe Testament: Een compleet overzicht), de volgende punten over
Nieuwtestamentische aanhalingen:
1. In 268 Nieuwtestamentische citaten zijn de Septuaginta en Massoretische Tekst beiden in volkomen overeenstemming;
2. in 50 citaten komt het Nieuwe testament overeen met de Septuaginta,
alhoewel het enigszins verschilt van de Massoretische Tekst. (niet
ernstig genoeg om de betekenis te vervormen);
3. in 33 citaten houdt het Nieuwe testament zich nauwer aan de Massoretische Tekst dan aan de Septuaginta;
4. in 22 citaten houdt het Nieuwe Testament zich nauwaan de Septuaginta, zelfs als het wat afwijkt van de Massoretische Tekst.
De schrijvers van het Nieuwe Testament maakten alleen gebruik van de
Septuaginta als die passages de geïnspireerde betekenis van de
Hebreeuwse tekst correct duidelijk maken. In bepaalde gevallen kon een
deugdelijke betekenis duidelijkheid brengen, zelfs waar de Septuaginta
meer een omschrijving of een interpretatie bood dan een letterlijke
vertaling van het Hebreeuws.
Hoe zit het met het bewaren van Nieuwtestamentische teksten?
Er zijn letterlijk duizenden complete Griekse manuscripten of delen
ervan, die bewaard zijn gebleven uit vroege tijden. De oudste is een
fragment van het evangelie van Johannes, die rond 130 nC gedateerd is,
slechts :t 30 jaar na de dood van Johannes. ( Eerdman's Handbook to the
History of Christianity [Eerdmans Handboek over de Geschiedenis van het
Christendom] pag. 93)
De meeste Griekse manuscripten werden aan ons overgeleverd door wat
wetenschappers noemen, de Byzantijnse (of Antiocheense) groep teksten.
Deze manuscripten, alhoewel niet de oudste, zijn die, welke bewaard
werden door de Griekse kerk.
Omdat zij het grootste deel van de Griekse manuscripten
vertegenwoordigen spreekt men soms van de Meerderheid Tekst of de
Textus Receptus. Dit is de tekst, waarvan de King James vertaling van
het Nieuwe Testament werd gemaakt. (Ned.: Statenvertaling) Aan het
begin van 1881 echter werden andere Griekse teksten uitgegeven, die de
basis werden voor bijna alle latere vertalingen, inclusief de New
International Version, de New American Standard Bible en de New
Englisch Bible, alsook de meeste Nederlandse vertalingen. Deze
uitgegeven teksten hebben aanzienlijk gesteund op twee oude Griekse
manuscripten genaamd: Codex Vaticanus (ook bekend als 'B') en Codex
Sinaiticus. (ook bekend als Aleph)
Waar komen deze manuscripten vandaan?
Vaticanuswerd in 1481 in het Vaticaan "ontdekt" en werd in 1582 als de
Jezuïtische Rheimse Bijbel uitgegeven. Het verschilt op bijna
8.000 plaatsen van de Textus Receptus. Het gebruik van moderne
technologie, zoals de vidicon camera, die een digitale vorm van
onduidelijke schrift maakt, laat zien, dat Vaticanus door tenminste
twee handschriften werd veranderd, één nog tot in de
twaalfde eeuw.
De bekende wetenschapper Dr. Bruce Metzger verklaart: "Een paar
passages blijven over om de originele verschijning van de eerste hand
te laten zien". De corrector "liet [dingen] weg, waarvan hij geloofde,
dat deze niet juist waren". (Manuscripts ofthe Greek Bib/e
(Manuscripten van de Griekse Bijbel), Oxford University Press, Pag. 74)
De Sinaiticus manuscripten werden in de jaren 1850 in een klooster in
de Sinai ontdekt door Constantijn von Tischendorf. Zij verschillen op
ongeveer 9.000 plaatsen van de traditionele Byzantijnse tekst. ( Texus
Receptus)
Dr. Bruce Metzger beschrijft de achteloze overdracht, die de Sinaiticus
manuscripten kenmerken. Hij verklaarde, dat tenminste negen
"correctoren" door de eeuwen heen aan de manuscripten gewerkt hadden.
"Tichendorfs uitgave van de manuscripten somt bijna 14.800 plaatsen op
waar enige verandering van de tekst werd gemaakt". (pag. 77) Later werd
door het gebruik van ultraviolette lampen veelvuldig meerdere plaatsen
getoond, waar de originele lering was uitgewist.
Sinaiticus en Vaticanus verschilden niet alleen van de overweldigende
meerderheid aan manuscripten, maar zij verschilden onderling ook nog
een aantal keren op elke bladzijde. Hoewel vele van deze verschillen
klein zijn en slechts betrekking hebben op een voorzetsel of de
spelling van een woord, laten andere hele verzen weg, zoals aan het
einde van het evangelie van Markus.
Toen de Apostel Johannes ons Nieuwe Testament in de uiteindelijke vorm
plaatste, kort voor zijn dood aan het einde van de eerste eeuw, leefde
hij in Efeze, een Grieks sprekende stad, gelegen aan de westelijke kust
van het oude Klein Azië. (tegenwoordig Turkije) Dit is dezelfde
stad, die tientallen jaren eerder gediend heeft als bewaarplaats voor
de afschriften van de geschriften van Paulus. Het is de stad, die in
Openbaring 2 werd gebruikt om de hele eerste fase van de Kerk van God
weer te geven. De Griekse manuscripten, die uit dit gebied komen zijn
die, welke door de wetenschappers worden aangeduid als het Byzantijnse
type.
Wetenschappers, die in de 15e eeuw vluchtten voor de Turkse invasie,
brachten afschriften van de Byzantijnse teksten naar het westen. Vele
van deze Griekse wetenschappers en de manuscripten, die zij meenamen,
kwamen na de val van Konstantinopel in 1453 in Bazel, Zwitserland
terecht. Aan deze manuscripten zijn de gedrukte teksten van Erasmus
(1516) en Stephens (1520) hoofdzakelijk ontleend. De gedrukte tekst van
Stephen was bekend als de Textus Receptus en was de algemeen erkende
standaard van het Griekse Nieuwe Testament tot het laatste deel van de
1e eeuw.
Vanaf de 1e eeuw heeft de bijbelvertaling een verdere verandering
ondergaan. Het idee verwerpend, dat de Bijbel bovennatuurlijk was
geii1spireerd en bewaard; hadden vele wetenschappers de wijze van
aanpak genomen, dat de oudste manuscripten, wat ook de bron ook mocht
zijn, het dichtste bij de originele stonden en daarom het meest
nauwkeurig moesten zijn. De meeste bijbelvertalingen van de 20e eeuw,
op de New King James Version na, hebben deze teksten, waar dergelijke
critici mee gesjacherd hebben, gebruikt en degradeerden de lezingen van
de officiële bewaarde teksten tot voetnoten. (In de Nederlandse
taal is nog geen equivalent van de New King James Version voorhanden)
Hoewel deze vertalingen nuttig kunnen zijn voor bijbelstudie, moeten
zij met voorzichtigheid worden behandeld en niet aanvaard worden met
uitsluiting van de meer historisch zuivere teksten.
De Schepper God heeft niet alleen de Geschriften van de Bijbel
geïnspireerd, Hij leidde ook het proces van zowel de canonisatie
als het bewaren van de teksten.
Ondanks de vele pogingen door de eeuwen heen van "wereldse" mensen om
het Woord van God te onderdrukken of te vervormen, is God getrouw in
het garanderen, dat Zijn "instructieboek" voor het leven, tegenwoordig
nog voor ons beschikbaar is.



















