De Bijbel onmisbaar

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 006 - De Bijbel onmisbaar

Je zal inmiddels hebben doorgekregen dat het hebben van een Bijbel onontbeerlijk is bij het volgen van deze studies. Mocht je nog niet over een Bijbel kunnen beschikken dan kun je vele exemplaren aantreffen op internet.
/>

Het is raadzaam wel te letten op de te gebruiken of aan te schaffen vertaling. Zoals je al had ontdekt is de Bijbel immers vertaald en zijn er veel verschillende vertalingen in omloop. En zoals bij veel zaken in het leven zijn ze niet allemaal even betrouwbaar en/of nauwkeurig.

 Wel is het van belang dat je over een bijbelvertaling beschikt die zo precies mogelijk weergeeft wat er in de oorspronkelijke tekst stond. Wat ons Nederlands taalgebied betreft is dat de zogenaamde 'Statenvertaling'. Deze wordt als zeer betrouwbaar ervaren. Probleem echter: deze vertaling dateert uit het jaar 1637. Je begrijpt dat het taalgebruik, ondanks alle verbeteringen, nogal is verouderd. Mocht je 'm hebben, prachtig! Wees er zuinig op. Mocht je een exemplaar op de kop kunnen tikken, niets mis mee! Als naslag prachtig. Op internet tref je de Statenbijbel ook aan.

 Voor de studies, in het kader van dit project, maak ik gebruik van de 'Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap'. Eveneens op internet beschikbaar en in de meeste boekhandels. De ingevoegde teksten zullen dus meest uit deze laatstgenoemde afkomstig zijn. Dit even voor de duidelijkheid. Ga de uitdaging aan en bestudeer de Bijbel, het Woord van God. Het onmisbare leidsnoer in je leven. Al eeuwen lang richtingbepalend voor miljoenen mensen.

 Deuteronomium 26:17 Gij hebt heden van de Here het woord aanvaard, dat Hij u tot een God zal zijn, en dat gij in zijn wegen wandelen moet, zijn inzettingen, geboden en verordeningen onderhouden en naar zijn stem luisteren.
 
 Hoe de Bijbel te lezen en te bestuderen?

 Allereerst een paar tips, om de Bijbel zo te lezen en te bestuderen, dat we er geen eigen interpretatie (geen eigen uitleg) van gaan maken (2 Petr. 1 : 20):

 1. Voeg nooit woorden toe aan de tekst, en haal er nooit woorden uit (Deut. 4 : 2; Spr. 30 : 6; 2 Petr. 3 : 16; Openb. 22 : 18 en 19).

 2. Let altijd op de context, op het geheel waar de te bestuderen tekst in voorkomt.

 3. Vraag je altijd af: Wie spreekt er? Tot wie wordt er gesproken? De Bijbel noemt namelijk drie groepen mensen: het Joodse Volk, de Gemeente (de gelovigen) en de heidenen (zie 1 Kor. 10 : 32). Buiten het Lichaam van Christus (de Gemeente van God) zijn er ongeredde Joden en ongeredde heidenen. In het Lichaam van Christus (1 Kor. 12 : 13, Gal. 3 : 28) is “noch Jood noch Griek”. Gedeelten in de Bijbel zijn of aan ongeredde Joden in deze bedeling (Gemeente-tijd) gericht, of aan ongeredde heidenen in deze bedeling gericht, of aan de Christenen in het Lichaam van Christus in deze bedeling gericht. Het is goed om dit onderscheid te weten, want niet alles is klakkeloos op iedereen van toepassing. ‘Als de leraar iets tegen Jantje zegt over zijn agenda, zegt hij het niet tegen Kees.’ Indien we een gedeelte tegenkomen dat van toepassing is op het Oude Testament, of op de Grote Verdrukking, dan vindt u op eens geredde Joden en geredde heidenen, die niet in het Lichaam van Christus zijn opgenomen. Vandaar dat zij hun titels ‘Jood’ en ‘heiden’ behouden.

 4. Wanneer we in de Bijbel een niet complete opmerking lezen, moeten we hem plaatsen in het licht van de complete opmerking. Niet dat wij de opmerking zelf compleet moeten maken, maar de Bijbel Zelf moet dit dan aantonen. Zo moet bijvoorbeeld Mark. 10 : 11, over trouwen en scheiden, gezien worden in het licht van Matth. 5 : 32. Markus is niet compleet, Matthéüs wel! Zoek de teksten maar eens op.

 5. Wanneer een bepaald vers moeilijk is, bijvoorbeeld doordat het in eerste instantie voor meerdere uitleggingen vatbaar is, moet u uw studie over dat onderwerp nooit daar beginnen. Begin dan bij een vers dat wel duidelijk is! Je kunt pas een boek schrijven als je het alfabet kent. Eerst leer je lopen, dan pas rennen. Zo gaat het ook met uitleg van de Bijbel. Elke valse religie of valse geloofsrichting op aarde, die de Bijbel gebruikt om mensen te verleiden, begint haar leer altijd met een vers waar theologische verschillen over bestaan. Het gaat dan zeker niet om een passage als 1 Joh. 5 : 10 – 12, als Joh. 1 : 12 – 13, als Joh. 3 : 16 of als Rom. 8 : 28. Nee, deze geloofsrichtingen nemen dan teksten die moeilijk te begrijpen zijn. Ze willen u verwarren, zodat u denkt dat de hele Bijbel moeilijk te begrijpen is. Zodra u dit denkt, kunnen zij u ‘verder helpen’. Ook deze moeilijke verzen zijn Bijbelverzen, en ze zijn dus waar. Maar het zijn geen verzen waar het fundament van het geloof op gebouwd kan worden. (Het zijn de volgende verzen: Matth. 16 : 18 – 19; Hand. 2 : 38; Hand. 13 : 48; Matth. 24 : 13; Matth. 25 : 8, 40; Mark. 16 : 17 – 18; Matth. 5 : 5, 8 – 9, 19, 22, 29, 39; Joh. 5 : 29; Joh. 10 : 16; Joh. 20 : 23; Joh. 21 : 25; Hand. 8 : 15 – 17; Hand. 19 : 2; Rom. 9 : 16, 22; Gal. 5 : 4; Pred. 3 : 19 – 21; Pred. 9 : 4 – 6; Hebr. 6 : 1 – 6; Hebr. 10 : 26 – 30 en Gal. 3 : 27 – 29). In elk van deze verzen zit een theologisch probleem die studie vergt van vele andere Bijbelgedeelten. Als deze andere gedeelten er niet bij betrokken worden, kunnen de genoemde verzen gebruikt worden om ze alles te laten zeggen wat de ‘leraar’ wil. Nogmaals: dit zijn geen fundamentele verzen: ze voegen alleen enkele details aan het geloofsgebouw toe. Een voorbeeld. Eén van deze teksten, en de foute uitleg die daar uit voort kan komen, is Hand. 2 : 38, waar staat: “En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” Deze tekst wordt bijna altijd letterlijk op de Gemeete van Jezus Christus toegepast. Maar dat is onjuist! Laten we eerst eens kijken naar Matth. 28 : 19. “Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam (enkelvoud!) des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes.” Er is slechts één Naam die zowel voor de Vader, en de Zoon, en de Heilige Geest geldt. Deze ene Naam is niet Jezus. De Naam die voor alle Drie, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, geldt is ‘de Heere’. Vandaar ook dat ‘dopen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’ hetzelfde is als dopen in de Naam van de Heere. In dit licht kunnen we ook Handelingen 2 : 38 gaan begrijpen. Helaas wordt de doop in Handelingen door velen in onze dagen, met name door de Pinkster en Charismatische gelovigen, toegepast op de tot geloof gekomen Christenen in deze tijd. Vaak leert men ook nog dat men door die doop dan gered is. Dit is echter een dwaalleer! Deze verzen gaan over een hele andere doop, namelijk de doop in de Naam van Jezus Christus en tot vergeving der zonden. Deze (Joodse!) doop is voor Israël, voordat Paulus het Evangelie van de genade ontvangen heeft. In Handelingen 2 : 38 zijn namelijk helemaal geen Christenen aanwezig. Het woord ‘Christen’ komt in de Bijbel pas voor in Handelingen 11 : 26. In Handelingen 2 hebben we te maken met tempelvererende, Sabbat-houdende, besneden Joden, voor wie de redding zowel een element van geloof als een element van ‘werken’ had. In Handelingen 2 : 38 is voor de Christen van de genade-tijd geen reddingsplan te vinden! Dit gedeelte is Petrus’ Pinkstertoespraak voor het huis van Israël. Dit wordt meer dan duidelijk wanneer u in datzelfde hoofdstuk de verzen 14, 22, 29 en 36 leest. De doop voor een heiden moet geschieden in de Naam des Heeren (Hand. 10 : 48) oftewel, in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.).

6. Neem altijd de letterlijke betekenis van een vers. Tenzij dat de Bijbel Zelf laat merken dat het om een figuurlijke betekenis gaat. Voorbeeld: Het ‘zuurdeeg’ in Matth. 16 : 6 is overduidelijk figuurlijk bedoeld. De ‘schapen’ in Joh. 10 : 1 – 20 zijn natuurlijk ook figuurlijk bedoeld. Zij zijn geen vierpotige, gras-etende dieren, maar zij worden als beeldspraak voor mensen bedoeld. Daarentegen is het ‘vuur’ in Matth. 13 : 38 – 40 letterlijk bedoeld, want Jezus Christus legt alle symbolische woorden in de gelijkenis uit: “En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk; en het onkruid zijn de kinderen van de boze; en de vijand die het gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen,” maar wat is het ‘vuur’? Het is gewoon, heel eenvoudig, ‘vuur’. Het is niet figuurlijk, maar letterlijk bedoeld (zie Zef. 3 : 8).

 7. Uiteindelijk dienen we ons te herinneren dat bijna alle verzen in de Bijbel een drievoudige toepassing hebben. De eerste toepassing is LEERSTELLIG, daarvoor is de Schrift immers geschreven (2 Tim. 3 : 16). Met andere woorden elk vers in de Bijbel is gericht aan een specifiek persoon (Jood, heiden, Gemeente), met een specifieke reden, om een specifieke waarheid te leren. De tweede toepassing is HISTORISCH, datgene wat beschreven is als te hebben plaatsgevonden, heeft plaatsgevonden. Ten derde is er de GEESTELIJKE toepassing. Het helpt een Christen in situaties van waarschuwing (1 Kor. 10 : 11), ter ondersteuning (Rom. 15 : 4), ter lering (Rom. 15 : 4), en tot verbetering … tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is (2 Tim. 3 : 16). Alhoewel een vers in de eerste plaats hoofdzakelijk een leerstellige betekenis heeft, heeft het ook een geestelijke betekenis. Vaak haalt men dit door elkaar, en neemt men een passage, die wel degelijk een geestelijke betekenis heeft, en leert men dat dan als ‘Christelijke leer’. Dit is echter fout, want niet alles in de Bijbel is leerstellig van toepassing op de Gemeente. Enkele voorbeelden. De Heere Jezus gaf de discipelen de opdracht doden op te wekken; wederom geboren Christenen doen dat niet (de Bijbel spreekt dan ook over ‘merktekenen van een apostel, 2 Kor. 12 : 12). Jezus gaf de discipelen een keer de opdracht om alleen Israël te evangeliseren; Christenen hebben die opdracht niet. Mozes vertelde het volk zich te onthouden van varkensvlees; Christenen eten echter wel varkensvlees, en dat is nog toegestaan ook (Hand. 15 : 29 noemt de enigste dingen waar gelovigen uit de heidenen vanaf behoren te blijven). De Israëlieten moesten de Wet houden; de gelovigen uit de heidenen in deze tijd, die zich onder de Wet stellen, zijn vervloekt (Gal. 3 : 10). Zo ziet u dat niet alles klakkeloos op iedereen van toepassing is. We moeten Gods Woord daarom ook recht snijden/verdelen (2 Tim. 2 : 15). Daar zullen we in volgende paragrafen nog op terugkomen.

 Schrift-met-Schrift vergelijken

 Een Bijbelse studiemethode is Schrift-met-Schrift vergelijken. Door Schrift met Schrift te vergelijken voegen we dan het geestelijke met het geestelijke samen (1 Kor. 2 : 13). Op die manier laten we namelijk de Auteur van de Schrift, de Heere, de Schrift Zelf uitleggen. Een uitleg die de Heilige Geest ons zal doen verstaan (1 Kor. 2 : 12 – 15). Op die manier houden we rekening met het feit dat “geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging” (1 Petr. 1 : 20). Hierbij kunnen we dan nog rekening houden mer drie dingen, namelijk: Contrast, Gelijkheid en Herhaling.

 1. Elk vak (kunst, muziek, scheikunde, handel, etc.) leer je door eerst de dingen te bekijken die er niet bijhoren, door de dingen te bekijken die NIET samen gaan. De eerste stap is dus eigenlijk NEGATIEF! U leert het Woord der Waarheid ‘recht te snijden’ (2 Tim. 2 : 15, of zoals de King James 1611 hier zegt: ‘op de juiste manier te verdelen), door eerst de dingen te zien die God ‘niet heeft samengevoegd’, door het contrast te zien. De moderne mens kent deze methode niet echt meer. Teksten voor het volk Israël moeten we niet op de Gemeente gaan betrekken, en andersom idem dito. Zo maakt God onderscheid. Zo maakt God onderscheid tussen dieren (Deut. 22 : 10), rassen (Neh. 13 : 25 – 28), voedsel (Lev. 11) en kleding (Lev. 19 : 19). Zo is Hand. 2 : 38 nooit gelijk aan Ef. 2 : 8. Hand. 8 : 17 is nooit gelijk aan Hand. 16 : 31 – 33. Matth. 16 : 18 is nooit gelijk aan Ef. 5 : 23 en Matth. 24 : 13 is nooit gelijk aan 1 Kor. 1 : 8. Deze tekst-paren zijn verschillend, zijn van toepassing op verschillende mensen, perioden of omstandigheden. Laten wij dan ook niet proberen om teksten, die voor verschillende zaken gelden, op dezelfde manier uit te leggen. Voeg nooit samen, wat God los van elkaar gezet heeft!

 2. De tweede methode is om alle passages te bestuderen die WEL met elkaar te maken hebben. Bijvoorbeeld, die passages die op de Gemeente betrekking hebben. Dit is de methode van GELIJKHEID.

 3. Tenslotte, lees het vers over en over totdat u bekend is waar het thuishoort, wat de betekenis is. En totdat u weet welke andere teksten met deze tekst samenhangen en welke niet. Dit heet HERHALING.

 Het recht snijden of verdelen van Gods Woord

 Een heel belangrijke studiemethode vinden we in 2 Timótheüs 2 : 15, waar staat: “Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt”. Enkele van de hierboven genoemde punten hebben met deze studiemethode te maken.

Goed. Wij moeten Gods Woord RECHT SNIJDEN, oftewel: RECHT VERDELEN. Maar waarom verdelen? Dat komt omdat de Heere Zijn Plan uitwerkt in verschillende fasen, maar ook met verschillende groepen van mensen. De Bijbel is namelijk gericht aan Joden, heidenen en aan de Gemeente (de gelovigen in Christus uit Joden en heidenen). In 1 Korinthe 10 : 32 zien we deze driedeling heel duidelijk: “Weest zonder aanstoot te geven, en voor de Joden, en voor de Grieken, en voor de gemeente Gods.” Zo zien we in het Oude Testament met name het volk Israël centraal staan met daaromheen de heiden-volkeren. In het Nieuwe Testament zien we, dan met name door het boek Handelingen, dat het heil ook tot de heidenen komt in Christus Jezus. Er wordt een gemeente gevormd uit Jood en heiden. Zie bijvoorbeeld Galaten 3 : 26 – 28: “Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan (1 Kor. 12 : 13 = de doop van de wedergeboorte). Daarin is noch Jood noch Griek, daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus.” Dit betekent dus dat de Bijbel informatie bevat voor Israël, die geen betrekking heeft op de Gemeente. Evenzogoed heeft de Bijbel informatie voor de Gemeente, die geen betrekking heeft op Israël. Zo heeft de Bijbel ook informatie voor de heiden die geen betrekking hoeft te hebben op Israël of de Gemeente. Zo zien we dus dat, wanneer we een Bijbelgedeelte lezen, we heel duidelijk zullen moeten oppassen aan wie het gericht is! Een fout die in het verleden door vele kerken gemaakt is, is te zeggen dat God met Israël zou hebben afgedaan, en dat God nu met de kerk werkt. Voor alles waar in de Bijbel dan Israël staat, leest men vervolgens de gemeente/kerk. Men geeft de Bijbel dus bewust een andere inhoud en gaat dus tegen Gods Woord in! Daar moeten we voor oppassen! Want zoals zal blijken, door het bestuderen van Gods plan door de tijd, heeft God helemaal niet afgedaan met het volk Israël. Integendeel: Hij heeft ze grote beloften van herstel gegeven.

 De Bijbel verdeelt Zichzelf

 Een andere reden waarom we Gods Woord recht zullen moeten snijden/verdelen, is het feit dat de Heere in verschillende tijden op verschillende manieren met de mens werkt. Een veel aangehaalde tekst in bepaalde kringen is Hebreeën 13 : 8: “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in eeuwigheid.” Vaak geeft men dan aan dat Jezus ook vandaag dezelfde wonderen doet, als in de periode dat Hij hier op aarde was. Hij is immers altijd Dezelfde! God ís altijd Dezelfde. Jezus Christus ís altijd Dezelfde! Maar dit betekent niet dat Hij altijd op dezelfde wijze met mensen handelt. In het Oude Testament verscheen Jezus Christus als de Engel des Heeren (Gen. 16 : 1 – 13, Ex. 3 : 2 – 4 en andere gedeelten) en Zijn taak was dat van een Profeet. Tijdens de tijd van het Evangelie verscheen Jezus Christus als Mens op aarde en ook toen profeteerde Hij. Nu is Jezus Christus onze Hogepriester in de hemel bij God de Vader en bidt Hij voor ons! In de toekomst zal Jezus Christus als Koning naar de aarde komen en wij zullen met Hem heersen vanuit het Koninkrijk Israël! Ondanks dat Hij altijd Dezelfde is, verschijnt Hij in verschillende tijden op verschillende manieren en voert Hij in verschillende tijden verschillende taken uit.

 Eén van de bekendste verdelingen in de Bijbel is die tussen de Wet en het Nieuwe Testament. Onder de wet moesten de mensen (Israël!) offers brengen. Dat hoeft nu (de Gemeente) niet meer, omdat Christus voor onze zonden gestorven is. U Ziet dat Diezelfde God in de geschiedenis dus al op twee verschillende wijzen met de mens omgaat. Zijn Plan blijft gelijk, uiteindelijk zal God zijn alles in allen: “En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Hem, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen” (1 Kor. 15 : 28). Zo zegt het Nieuwe Testament dan ook in Galaten 3 : 10a: “Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder de vloek…” en vers 13 zegt: “Christus heeft ons verlost van de vloek der wet…” Wanneer wij dus bepaalde regeltjes in de wet lezen (de eerste vijf boeken van Mozes), kunnen wij niet zeggen: doet dat en gij zult leven, zoals in Deuteronomium 30 : 16 staat, want dat is de WET, overigens voor ISRAËL! Zo zien we dus dat de wet en de regeltjes daarin een bepaalde plaats krijgen, en dat geldt voor alles in Gods Woord. Zo zijn er in de loop van de geschiedenis, van begin tot eind, van Genesis tot Openbaring, ongeveer ZEVEN verschillende perioden aan te wijzen. En in elke periode werkt de Heere op een andere manier met de mens! We zullen deze perioden in hoofdstuk 14 verder uitwerken, en zien hoe de Heere Zelf de scheiding tussen deze perioden aangeeft. Deze perioden worden ook wel bedelingen genoemd. De onderstaande verdeling wordt heel vaak gehanteerd:

 De eerste periode is van de schepping tot de zondeval.

 De tweede periode is van de zondeval tot aan de torenbouw van Babel.

 De derde periode begint bij Abraham en eindigt bij de Wetgeving op de Sinaï.

 De vierde periode is van de Wetgeving tot aan “Het is volbracht”.

De vijfde periode is van “Het is volbracht”/Pinksteren tot aan de Opname.

 De zesde periode is van de Opname tot aan het Duizendjarig Vrederijk.

 De zevende periode is het Duizendjarig Vrederijk.

 De achtste (en dan is alles nieuw!) is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde tot in de eeuwigheid!

Over Protestanten en Rooms-Katholieken én de bijbel

 Uit dat onderzoek blijkt dat onder de protestanten in Nederland vrijwel iedereen een bijbel in huis heeft - 97 procent om precies te zijn - en onder de katholieken slechts 58 procent. Het bijbelbezit onder niet-kerkelijke christenen, humanisten en aanhangers van oosterse godsdiensten (hin-does, boeddhisten) blijkt gemiddeld zelfs nog hoger te liggen dan onder katholieken. Het is nog erger geweest. In 1974 had slechts 42 procent van de katholieken een eigen bijbel in huis. In 1996 was dat aantal flink gestegen, namelijk naar 67 procent. Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met het feit dat in de tussenliggende periode katho-lieke leken actiever betrokken raakten bij geloof en kerk. In veel parochies kwamen er liturgiegroepen, waarin teksten voor vierin-gen werden uitgezocht.
   
Ook werden er her en der gespreksgroepen, catechesegroepen en bijbel-leesgroepen gevormd. Daarbij is de bijbel onmisbaar. Katholieke gelovigen gingen zelf in de bijbel lezen en schaften dus ook een eigen bijbel aan. Die ontwikkeling lijkt nu over haar hoogtepunt been. Tussen 1996 en 2004 is het bijbelbezit onder katholieken immers weer teruggelopen.

Gebruik van de Bijbel als 'Gewoonte'

 Protestanten beschikken doorgaans over een grote voorraad aan parate kennis over personen en gebeurtenissen uit de bijbel. Soms zijn enkele woorden - de aanhef van een zin bijvoorbeeld - voor hen al voldoende om een hele geschiedenis op te roepen, soms zelfs alleen de naam van het bijbelboek en de hoofdstuk- en versnummers. De beelden en het woordgebruik van de bijbel hebben vooral in de zwaardere flanken van het Nederlandse prote-stantisme zelfs de taal mee gevormd. Om daar een indruk van te krijgen, hoeft men slechts de romans en verhalen te lezen van Maarten 't Hart of de indrukwekkende en beklemmende roman Knielen op een bed violen van Jan Siebelink. Men kan katholieken eenvoudig in verlegenheid brengen door te vragen hoeveel psalmen er in de bijbel staan, hoe de vrouw van Mozes heet, welke de tien plagen van Egypte zijn of in welk evangelie de opwekking van Lazarus wordt beschreven. Die kennis is in protestantse kring veel sterker aanwezig. Dat komt omdat het lezen uit de bijbel daar een dagelijkse gewoonte is geworden. Dat lezen vindt vooral aan tafel plaats, bij de maaltijd. Die gewoonte is in de loop van de zeventiende eeuw ontstaan - voldoende reden voor ieder protestants gezin om een bijbel in huis te hebben - en is in de zwaardere gereformeerde gezindten tot de dag van vandaag blijven bestaan. Uit een recent onderzoek onder leerlingen van een protestants-christelijke school in Veenendaal bleek dat in tachtig procent van de gezinnen daar het bijbellezen aan tafel nog een vaste gewoonte is.

Over een misverstand

 Katholieken zijn geen trouwe bijbellezers. Dat is trouwens vroeger beslist niet veel beter geweest. Integendeel, als katholieken al bijbellezers zijn geworden, dan is dat een vrij recente ontwikkeling. Petrus Leijten, bisschop van Breda, was in 1911 de eerste Nederlandse bisschop die de gelovigen aanmoedigde een eigen bijbeluitgave aan te schaffen en er dagelijks in te lezen. 'Het lezen van de Heilige Schrift is niet noodzakelijk maar wel nuttig', zo hebben generaties katholieken tijdens de catechismusles uit hun hoofd geleerd. Het bijbellezen kreeg daarmee geen hoge prioriteit.

 Het is overigens een hardnekkig misverstand dat het de gewone gelovigen door de katholieke kerk zelfs verboden werd de bijbel te lezen. Dat is nooit zo geweest. Wel was de kerkelijke leiding bang dat door vertalingen in de volkstaal dwalingen in de uitleg van de bijbel zouden binnensluipen. De gewone gelovigen beheersten nu eenmaal niet de grondtalen van de bijbel en zij kenden ook onvoldoende Latijn om de door de kerk gebruikte vertaling in die taal, de Vulgaat, te kunnen lezen. Daarom waren ze aangewezen op vertalingen in de volkstaal. Die waren er in het Nederlands al vanaf de veertiende eeuw. Maar toen in de Reformatie iedereen zich de tekst van de bijbel eigen maakte, schrok de leiding van de katholieke kerk. Tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) verbood zij daarom het gebruik van bijbeluitgaven die niet kerkelijk goedgekeurd waren. En voor het lezen van de bijbel in een volkstaalvertaling was vanaf 1559 een speciaal verlofnodig, een beperking die pas in 1897 door paus Leo XIII werd opgeheven. In de loop van de twintigste eeuw zijn de pausen het lezen van de bijbel steeds sterker gaan aanbevelen. En het Tweede Vaticaans Concilie moedigde in 1965 'alle christengelovigen met bijzondere nadruk aan' om vaak in de bijbel te lezen. 'Want wie de Schrift niet kent, kent Christus niet', zo citeerden de concilievaders de kerkvader en bijbelvertaler Hieronymus.

Stereotypen

 In vroeger eeuwen moedigde de katholieke kerkleiding het zelfstandig lezen van de bijbel niet aan. Maar dat betekent niet dat de bijbel voor de gewone gelovigen een gesloten boek bleef. Teksten uit de bijbel werden immers dagelijks voorgelezen in de liturgie en ze werden afgebeeld in de kerkelijke kunst. En daarmee is het belangrijkste verschil tussen katholieken en protestanten aangegeven. In de religiebeleving van protestanten overheerste het woord, in die van katholieken overheersten het beeld en het ritueel. Het zijn stereotypen, maar ze helpen om verschillen te benoemen: protestanten geloofden met het verstand, katholieken met de zintuigen. Bij beiden is de bijbel aanwezig, maar niet met dezelfde directheid en intensiteit. In de katholieke religiebeleving was de bijbel indirect en bemiddeld aanwezig, via de weg van de verbeelding. In de protestantse religiebeleving kwam de bijbel direct zelf aan het woord. Daarom zijn protestanten bij een quiz over de bijbel onmiskenbaar in het voordeel.

Aanhangsel: De kerk een showroom?

 ”En gij zult Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van u wone. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld van deze tabernakel en een voorbeeld van al het gereedschap wijzen zal, zo zult gij die maken”
 Als Israel o.l.v. Mozes uit Egypte is vertrokken en in de woestijn is, geeft God de opdracht om een tabernakel te bouwen. In Exodus 25-28 kunnen we de aanwijzingen lezen die God aan Mozes gaf over hoe die de tabernakel moest bouwen. De mooiste en beste goederen moesten hiervoor gebruikt worden, en veel voorwerpen die erin stonden waren bedekt met goud.

 Lees eens 2 Kronieken 3 gelezen. Dat gaat over de tempelbouw in Jeruzalem. Alles zag er mooi uit en was gemaakt van louter goud, en er waren kostelijke stenen als versiering. Wat een verschil met de meeste kerken van nu. Er is geen goud meer te zien in de kerken (alleen de sloten van de kanselbijbel) en mooie versiering is er al helemaal niet te vinden. Maar waarom was er vroeger wel kunst in de kerk en tegenwoordig niet meer?

Voor- en tegenargumenten geven voor kunst in de kerk. En wat er in de Bijbel gezegd wordt over kunst in de eredienst

 Het gebruik van kunst in de kerk kan een meerwaarde hebben. Mensen kunnen  daardoor dieper geraakt worden, en hun emoties komen naar boven en daardoor kan in de kerkdienst beter het verband tussen geloven in God en de ervaringen in het dagelijkse leven worden gelegd.

Er wordt wel eens gezegd dat kunst in de kerk geldverspilling is, maar het is meer een bewijs van goed beheer van de kerk. Het prijzen van God mag geld kosten. Je kunt van mening verschillen over de kwaliteit van het aan te schaffen orgel, de luxe van gebrandschilderde ramen of andere versieringen, maar treurig staat het ervoor als we van al die luxe niet willen weten, terwijl we in persoonlijke sfeer ons het genot van een goede vakantie en andere vormen van luxe niet graag ontzeggen.

Haal kunst weer in de kerk

 Overeenkomstig de eerste brief van Paulus aan de Korinthiers zie ik de kerk als gemeente, als het lichaam van Christus. Door een geest gedoopt, getuigend van de liefde van Jezus met een levende boodschap voor deze wereld. Althans, zo zou het moeten zijn. Hoeveel kerken komen daar nog aan toe?

 Als het meest geëigende middel om dit getuigenis af te leggen en elkaar daarin binnen de gemeente aan te sporen en aan te moedigen is daar het Woord. Door woorden communiceren wij. We luisteren daarbij evenwel vaak liever naar welsprekendheid, ook al is de boodschap flinterdun dan naar een wauwelaar die rijk van inhoud is. Woordkunst is daarom binnen de gemeente een geaccepteerde vorm van kunst. Is hier dan nog wel ruimte voor andere vormen van kunst? In de voorbije eeuwen wel! Bijvoorbeeld muziek.

Wat zou een kerk zijn zonder muziek, een eredienst zonder lofprijzing? Muziek blijkt door de eeuwen heen goed bruikbaar als voertuig van onze gevoelens, in alle mogelijke gradaties en toonaarden.

 Naast muziek valt te denken aan architectuur, door sommigen beschreven als de parel onder de kunsten. Architectuur kunnen we in de gemeente ook niet missen al is het alleen al vanwege ons natte en kille klimaat. Bovendien kun je daar ook nog schoonheid mee uitdrukken. Met licht, vorm en kleur kunnen we zelfs nog komen tot religieuze concentratie. Een goed vormgegeven kerkgebouw zal zonder tegenspraak aandacht bevorderend zijn, dus dienstbaar aan het Woord. Maar wat doen we met dans, met spel en met beeldende kunst? Dat wordt moeilijker. Ze kunnen zo gemakkelijk de aandacht wegtrekken, wordt er gezegd; ze hangen er eigenlijk maar wat bij, een beetje geïsoleerd van de rest.

Gelukkig is er de zondagschool, de kinderopvang. En misschien kunnen hun tekeningen een poosje in de kerk. Op de vrouwenvereninging doen we een cursus “religieus bloemschikken”. Mooi toch! Herkenbare situatie in veel gemeenten. Hoe kijkt de kunstenaar aan tegen de kerk? Ik beperk me tot de visuele kunsten. De beeldenstorm laat nog eeuwenlang diepe sporen na. ‘t Is nooit meer echt goed gekomen tussen de kerk en de kunstenaar. Het bewustzijn van de functie van de kunst is helemaal uit het kerkelijk denken verdwenen. Daarom werd kunst op den duur uitsluitend geannexeerd door humanistisch denken. Kunstenaars zagen, vaak met pijn in hun hart, de kunst uit de kerkgemeenschappen verdwijnen. Deze tendens heeft zich vanaf de reformatie voortgezet, tot in onze tijd.

Hier en daar was er nog een kunstenaar die zich (binnen de katholieke traditie) staande wist te houden. Maar een steeds grotere kloof tussen de geloofsbeleving en de uitingen van kunst is een feit. Hier en daar nog kunst in toegepaste vorm (het kerkblaadje moet er een beetje leuk uitzien). Maar de autonome kwaliteiten van kunst komen nauwelijks aan bod.
 Wat doen we hiermee vanuit de kerk? Is verandering wenselijk? Op welke manier is de kerk op dit moment present in de samenleving? Als een in zichzelf verdeelde gemeenschap? Verdeeldheid en wederzijdse verkettering is geen getuigenis van de liefde van Jezus aan de wereld. Een kerk die vaak hopeloos achter de feiten aan hobbelt met betrekking tot ethische en politieke vraagstukken, waar jeugd en jongeren geen boodschap meer aan hebben.

 Hierdoor isoleert de kerk zich van de maatschappelijke ontwikkelingen en vervreemdt zij van de samenleving. De krachtige boodschap van verlossing, bevrijding en verzoening, van vrede vertroosting, van liefde en waarheid lijkt binnen de kerken vaak helemaal op de achtergrond te geraken. Jezus Christus als antwoord voor de nood van deze wereld is geen voorpagina nieuws. Erger nog: ook christenen zijn zich vaak amper bewust van de almacht en de glorie van de levende God. Mengvormen van occulte praktijken en zogenaamd christelijk denken is in veler ogen al geen zonde meer.

Als inspiratie van de alomtegenwoordige, de almachtige en liefhebbende Vader God ontbreekt, hoe zal de kerk dan haar opdracht op deze wereld kunnen uitdragen? Zou de kerk zich niet veel meer bewust moeten zijn van haar positie in deze wereld.

 Wat kan de kunstenaar doen? Zielig in een hoekje blijven zitten, verongelijkt, miskent? Nee, zich opstellen vanuit zijn christenzijn. Een diepe relatie met God zal hem doen weten waar het in deze wereld om draait. Een christenkunstenaar kent zijn verantwoordelijkheid hierin. Door middel van vorm, kleur en betekenis zal hij uitdrukking kunnen geven aan het diepste verlangen van een mens om innerlijke vrede en volledige overgave te ontvangen; weg van haat, verdeeldheid, verscheurdheid en leegte; op zoek naat harmonie, samenhang, zingeving en betekenis. Beroepshalve is de kunstenaar hier in zijn werk juist mee bezig. Kunstenaar en kerk kunnen elkaar ontmoeten op het vlak van de boodschap voor deze wereld. Elkaar ondersteunen vanuit specifieke deskundigheden.

Kunst is bij uitstek een middel om de menselijke geest te richten op het Goddelijke, het eeuwige, de absolute waarheid, het herstellende. Hoe zou het ook anders kunnen, God is Zelf Schepper. Kunst nam in de Middeleeuwen een prominente plaats in. De kerk kreeg er een gezicht door. Gods waarheden, zoals toen beleefd en beleden, waren zichtbaar op markante plaatsen zowel binnen als buiten de kerk. Zo moeten ook wij weer kijken naar potentiële mogelijkheden van kunst. Laat ons denken, ons voelen, ons geloof weer zichtbaar worden aan de wereld door middel van de kerk. De kerk kan de  kunstenaar inspireren met Bijbelse waarheden.

De kunstenaar kan de kerk inspireren tot het vinden van nieuwe wegen waarlangs het evangelie kan gaan. Kerk en kunst, ze hebben elkaar nodig. Kunstenaars zullen het er nog best moeilijk mee krijgen, want “halleluja” schilderijen zijn veel moeilijker te maken dan “ellende” schilderijen. De schoonheid van het verval, van het verscheurde, van de dood, is veel gemakkelijker verkoopbaar dan de schoonheid van vrede, harmonie en van de liefde.
 Maar de professionaliteit van de kunstenaar zal daar een oplossing voor vinden. Geen zorgen daarover (einde artikel)

Er zijn ook tegen argumenten te noemen

Het eerste argument is sociaal-economisch: moeten we geen genoegen nemen met een sober kerkgebouw, omdat we het geld beter aan de armenzorg en goede doelen kunnen geven? Als de kerk vervolgd wordt of de wereld in economische crisis verkeert, moet je geen mooie kerken bouwen. Maar er zijn ook andere tijden. Wanneer alle armoede eerst opgeruimd moet zijn voor we kunnen denken aan de bouw van een sierlijke kerk, dan bouwen we nooit meer. Een voorbeeld: Job was gul voor de armen, hij deelde zijn brood met hen, maar hij wist ook van feestvieren in de familiekring.

 Afbeeldingen in de kerk zijn wij niet meer zo gewend. Maar op zich is kunst niet verboden. Een gebrandschilderde raam of een symbool dat op de preekstoel is aangebracht is best toegestaan. Als het maar geen betekenis krijgt als genademiddel. Als het maar geen vervanging is van het Woord en als het de aandacht maar niet afleidt van de preek. En wat moeten we denken van een heel andere vorm van aankleding van de eredienst dan zoals wij die kennen? Bijvoorbeeld het gebruik van kleden over de kansel in de kleuren die passen bij het kerkelijk jaar. Of bloemen voorin de kerk, of het optreden van muziekgroepjes in de eredienst.

Aan de andere kant is het goed te bedenken dat onze liturgie niet de enige ware is. In andere kerken kan het er heel anders aan toe gaan. Op zichzelf is de liturgie geen absolute maatstaf om de zuiverheid van de kerk aan af te meten. De Nederlandse Geloofsbelijdenis legt in artikel 29 een andere maatstaf aan. Namelijk de zuivere verkondiging van het Woord en het juiste bedenken welke gevaren franje in de kerkdienst met zich meebrengt. De mens wil immers graag iets te zien hebben in de eredienst. En daar speelt een mooi bloemstuk of een muziekgroepje op in. Met als mogelijk gevolg dat de plaats van deze dingen ontaardt. Dat het onzichtbare net zo belangrijk gevonden wordt als het Woord.

Wat zegt de Bijbel over kunst in de kerk?

 Dat beeldende kunst op zich niet verboden is blijkt duidelijk uit alle mooie afbeeldingen die in de tabernakel en de tempel aanwezig waren. Denk bijvoorbeeld aan de ark. Op het deksel van de ark stonden twee engelen, met hun gezicht naar het deksel en met de vleugels tegen elkaar. Zij waren van goud. Ook het voorhangsel tussen het Heilige en het Heilige der Heilige was een bijzonder kunstwerk: het was een linnen doek, met engelen erop geborduurd. De gouden kandelaar was versierd met knopen en bloemen. Om deze kunstwerken te maken heeft de Heere Bezaleel en Aholiab vervuld met Zijn Geest         (Ex.31: 4,5).

 Ook buiten de eredienst komen beelden van schepselen voor. Bijvoorbeeld de koperen slang die Mozes maakt als het volk door de slangen gebeten wordt. Maar al deze zichtbare dingen waren geen middelen om daardoor de Heere te dienen. Het waren kunstwerken met een symbolische betekenis. Zodra men dat uit het oog verliest en de voorwerpen gaat vereren of goddelijke kracht gaat toedichten, zit men fout. Daarom trok de Heere zich terug toen de Israëlieten uit bijgelovigheid de ark in het leger haalden. Daarom liet Hizkia de koperen slang vernietigen toen het volk Israël daarmee afgoderij bedreef.

 Afbeeldingen kunnen de prediking onmogelijk vervangen. Die kunnen nooit het volledige evangelie weergeven. De Heere laat geen ruimte open voor iets anders dan het gepredikte woord. Het woord moet verkondigd worden aan alle creaturen(Mark.16: 15),  het woord is nuttig tot lering en onderwijzing
(2 Tim. 3: 16), en wij doen wel als wij acht nemen op het profetisch woord        (2 Petr.1:19).  Dat is dus het middel waardoor de Heere mensen wil bekeren.  Vanuit dit oogpunt gezien is de levendigheid van de verkondiging  van ondergeschikt belang. Of nu een dominee heel boeiend of saai preekt, in beide gevallen wordt het woord van God gepredikt.


Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO


Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Bijbelvertalingen
Bijbel en Kunst
Bijbels Prentenboek
Biblische Bildern
Encyclopedie
E-books en Pdf
De Heilige Schrift
Aan de voeten van Jezus
Onder de Terebint
In de Wijngaard
De Bergrede
Gelijkenissen van Jezus
Oude Schoolplaten
De Zaligsprekingen van Jezus
Vakantie tijd
Recreatie tijd
Goede Vruchten
Geestesgaven
Tijd met Jezus
Film over Jezus
Barmhartigheid
Catechese lessen
Het Onze Vader
De Tien Geboden
De Bijbel is boeiend
Bijbelverhalen in beeld
Presentaties
Bijbelse Onderwerpen
Bible Study Tools (meertalig)
Vrede van God voor jou
Oude bijbel tegels
Kijk ook eens op:

Godsdienstles
Bijbelmobiel
Bijbel Movies Online Free
Christendom Startpagina
Zingeving Startpagina
Informatie over alle kerken in Nederland: Kerkzoeker
* Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!


Materiaal voor het Digibord
Werkbladen Bijbelverhalen
OT Hebreeuws-Engels
NT Grieks-Engels
Naslagwerken
Belijdenissen
Missale Romanum + Afbeeldingen
Stripboek over Jezus
Christelijke Symbolen
Plaatjes Afbeeldingen Clipart
Evangelie op Postzegels
Harmonium Huisorgel
Godsdiensten en Religies
Prachtige klanken
Chritian Country Music
* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente



Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden



Zondag
Advent
Kerstfeest
Driekoningen
Vastentijd
Goede Vrijdag
Aswoensdag
Palmzondag
Palmpasen
De stille week
Witte donderdag
Stille zaterdag
Paaswake
Pasen - Paasfeest
Hemelvaartsdag
Pinksteren
Biddag
Dankdag
Avondmaal
Doop
Belijdenis
Oudjaarsdag
Nieuwjaarsdag
Sint Maarten
Sint Nicolaas
Halloween
Hervormingsdag
Dodenherdenking
Bevrijdingsdag
Koninginnedag
Gebedsweek
Huwelijk
Begrafenis
Vakantie
Recreatie
Feest- en Gedenkdagen
Symbolen van herkenning

Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is