Ontdek de Bijbel

Lees de BijbelDe Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God.

BIJBEL: bron van vrede

Lees de BijbelNederland heeft iets met bijbelvertalingen. Terwijl er in veel landen van de wereld nog gewerkt wordt aan de eerste vertaling, zijn er in het Nederlands de afgelopen eeuwen al zo’n 20 vertalingen geproduceerd die door een breed publiek gelezen werden. Van veel van deze vertalingen zijn nog (soms ingrijpende) revisies verschenen. Daarnaast verschenen er nog veel vertalingen die in kleine kring bekend werden (bijv. persoonlijke initiatieven).

Oude Testament

Genesis
Exodus
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Jozua
Richteren
Ruth
1 Samuël
2 Samuël
1 Koningen
2 Koningen
1 Kronieken
2 Kronieken
Ezra
Nehemia
Esther
Job
Psalmen
Spreuken
Prediker
Hooglied
Jesaja
Jeremia
Klaagliederen
Ezechiël
Daniël

Hosea

Joël

Amos

Obadja

Jona

Micha

Nahum

Habakuk

Zefanja

Haggaï

Zacharia

Maleachi

"Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust. 2 Tim. 3:16 "Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken'   
Nieuwe Testament

Mattheüs
Marcus
Lukas
Johannes
Handelingen
Romeinen
1 Korinthiërs
2 Korinthiërs

Galaten

Efeziërs

Filippensen

Kolossensen

1 Tessalonicensen

2 Tessalonicensen

1 Timotheüs

2 Timotheüs

Titus

Filemon

Hebreeën

Jakobus

1 Petrus

2 Petrus

1 Johannes

2 Johannes

3 Johannes

Judas

Openbaringen

De apocriefen in de Statenvertaling:

Bel en de draak (Dan. 14) 
Gebed van Manasse 
1 Makkabeeën 
2 Makkabeeën

3 Makkabeeën

3 Ezra 
4 Ezra
Tobit
(Tobias) 
Judith 
Boek der Wijsheid (Wijsheid 
Jezus Sirach (Ecclesiasticus)
Baruch
Esther
(apocriefe deel)
Gebed van Azaria (Dan. 3)
Gezang in de vuuroven (Dan. 3)
Susanna(Dan. 13

Veel christenen in Nederland hebben een uitgesproken mening over de kwaliteit van verschillende vertalingen. Niet zelden kan dat zelfs verhitte discussies opleveren.

Geschiedenis van de bijbelvertalingen in Nederland

Alsof het met de overlevering en canonisatie van de Bijbel al niet ingewikkeld genoeg is, hebben we ook nog te maken met de vertaling van de Bijbel. Met het vaststellen van een grondtekst ben je er nog niet.

De Nederlandse geschiedenis kent vele Bijbelvertalingen. Hieronder een overzicht van de ontwikkeling van het Bijbelvertaalwerk in Nederland.

Vulgata

Tot aan de vroege middeleeuwen kende men de Vulgata, de Bijbel in het Latijn.

De Bijbel was zodoende alleen beschikbaar voor de geestelijken, die deze taal machtig waren.

De kerk was er op tegen dat leken de Bijbel konden lezen. Men zag bijvoorbeeld een verband tussen ketterij en het zelfstandig lezen van de Bijbel door leken.

Toch gebeurde het omstreeks 1300 steeds meer dat tijdens de preek een mondelinge vertaling werd gegeven van het zojuist gelezen Schriftgedeelte uit de Vulgata.

Vertalingen in de volkstaal

Omstreeks 1360 verscheen de Eerste Historiebijbel, een vertaling in de volkstaal vanuit de Vulgata.

Onder leiding van de Moderne Devotie, een beweging die opriep tot geestelijke vernieuwing, kwam in de Noordelijke Nederlanden het verschijnen van Bijbels in de volkstaal goed op gang.

In 1477 verscheen de Delftse Bijbel, de eerste gedrukte Bijbel in het Nederlands.

Alle tot nog toe verschenen vertalingen waren echter niet compleet, omdat diverse Bijbelboeken erin ontbraken.

Humanisme

Tijdens het Humanisme begon men bij het vertalen van de Bijbel gebruik te maken van oudere handschriften. De monopoliepositie van de Vulgata werd enorm aangetast toen Erasmus in 1516 het NT uitbracht in het Latijn, een regelrechte vertaling vanuit het Grieks.

Luther-bijbel

In 1534 verscheen Luthers complete Bijbel in de volkstaal (het Duits). Deze Bijbel heeft lang zijn invloed gehad, voor ook omdat Luther zelf het nodige respect genoot.

Reformatorische vertalingen

De eerste Reformatorische vertaling in de Nederlanden werd in 1526 door Jacob van Liesvelt uitgegeven. Het NT was een vertaling van de Luther-bijbel en het OT een vertaling vanuit de Vulgata. Van Liesvelt werd toen hij bleef doorgaan met deze verboden activiteiten, die veel onrust brachten, veroordeeld tot de doodstraf.

De RKKerk, die tegen al deze nieuwe ontwikkelingen was, bracht in 1548 een alternatief op de markt: een NL-vertaling van de Vulgata. Deze Bijbel heeft nog drie eeuwen lang zijn dienst gedaan.

In 1562 werd in Emden de gereformeerde Bijbel uitgegeven, de Deux Aes Bijbel. Deze vertaling was deels afgeleid van de Luther-bijbel en deels overgezet vanuit de grondtekst.

Tot en met de verschijning van de Statenvertaling verschenen er van deze Bijbel steeds verbeterde uitgaven.
 
1. De Statenvertaling

De calvinistische visie op de Bijbel was de volgende: Een vertaling moet getrouw de grondtekst weergeven, omdat God via de Schrift spreekt en de mens niet het recht heeft aan Zijn Woord iets toe of af te doen. Daarom verlangden de Nederlandse Gereformeerden een nauwkeurige weergave van de oorspronkelijke, heilige tekst - nauwkeuriger dan Luther dat in zijn vertaling had gedaan. Luther wilde de Bijbel Duits laten spreken, de calvinisten wilden de mensen laten horen hoe God spreekt. Sinds de synodevergadering te Emden (1571) kwam op elke kerkvergadering de kwestie van een betere Nederlandse Bijbelvertaling wel aan de orde. Er werden ook heel wat pogingen gedaan, maar op het resultaat was telkens wel iets aan te merken.

Langzamerhand vestigden zich wel een aantal overtuigingen in de hoofden en harten van de kerbestuurders over hoe een goede vertaling tot stand zou kunnen komen. Het werk zou aan een groep vertalers opgedragen moeten worden, die op een rustige en geschikte plaats zouden moeten kunnen werken. Vanwege de kosten was het raadzaam dat de overheid financieel zou bijdragen. Verder moest de vertaling een trouwe weerspiegeling van de grondtekst zijn. Maar ook het Nederlands van de vertaling moest algemeen, zuiver en gemakkelijk te verstaan zijn. Er waren namelijk al wat experimenten geweest, waarbij nieuwe woorden werden uitgevonden en voor het eerst in de Bijbelvertaling werden gebruikt. Deze oplossing werd als minder geslaagd bevonden.

Op de Nationale Synodevergadering te Dordrecht van 1618 werd uiteindelijk een concreet voorstel gedaan. In zeven zittingen, van 19 tot en met 27 november 1618 vergaderden de synodeleden over een plan om tot een Nederlandse Bijbelvertaling uit de grondtalen te komen. Het vertaalwerk moest uitgaan van de grondtekst en gebruik maken van de beste overzettingen, commentaren en woordenboeken die al voorhanden waren. Ook dienden de vertalers bij problemen met moeilijke plaatsen ter zake kundige geleerden te raadplegen. De belangrijkste regel was echter: tenzij de duidelijkheid of het Nederlandse taaleigen eronder leed, moest zo getrouw mogelijk de grondtekst worden gevolgd. Waar letterlijke vertaling niet goed mogelijk was, mochten de vertalers een omschrijving gebruiken, mits ze in een kanttekening ook de letterlijke vertaling zouden opnemen. Het ging dus om een woordelijke, wetenschappelijk objectieve overzetting.

Besloten werd zes personen met de vertaling te belasten: drie voor het Oude Testament, drie voor het Nieuwe Testament en de apocriefen. Zij dienden niet alleen de vereiste taalkundige en theologische bekwaamheden te bezitten, maar moesten tevens mannen van een vrome levenswandel zijn. Tot correctoren werden per provincie twee personen aangewezen, één voor het Oude Testament en één voor het Nieuwe Testament en de apocriefen.

Om verschillende politieke en financiële redenen begon het echte vertaalwerk pas in 1626. De vertalers kwamen bijeen in de universiteitsstad Leiden, omdat die de beste bibliotheek bezat. De Staten-Generaal betaalde voor kost en inwoning. Tevens mochten aanschafkosten van verder naslagwerken gedeclareerd worden. De vertalers van het Oude testament verdeelden het werk onder elkaar, waarna ze dat in vergadering bespraken. De vertalers van het Nieuwe Testament (die veel minder werk hadden, en al van goede eerdere vertalingen konden uitgaan) vertaalden ieder voor zich elk boek, die ze dan samen bespraken. Op 17 september 1637 kon het eerste exemplaar aan de Staten-Generaal aangeboden worden.

Op verzoek van het Nederlands Bijbelgenootschap is in april 1969 een adviescommisie ingesteld om een taalkundige bewerking van de oorspronkelijke Statenvertaling te maken naar het hedendaags taalgebruik toe. Woorden die in de loop der eeuwen een andere betekenis of connotatie hebben gekregen, zijn vervangen door woorden die nu zeggen wat de vertalers toen bedoelden. Vanaf 1977 verschijnt de Statenvertaling in deze aangepaste vorm.
Lutheranen

De Lutheranen in Nederland negeerden echter de Statenvertaling. In 1648 komt Luthers Hoogduitse Bijbel op de markt. Het is een aangepaste weergave van de Luther-bijbel, met daarin elementen vanuit andere grondtekstgetrouwe vertalingen. Tot in 1950 is deze Bijbel binnen de Lutherse kerk gebruikt.

Nieuwe vertalingen

Na 1780 verschijnen er naast de Statenvertaling steeds meer nieuwe vertalingen. Hierin worden de nieuwe ontwikkelingen vanuit de bijbelwetenschap en de kennis van de klassieke talen verwerkt. In 1912 verschijnt de Leidse vertaling. In 1927 de Utrechtse vertaling.

2. De NBG-vertaling 1951

In 1911 besloot een aantal theologen een nieuwe vertaling te maken die in de breedte van de kerken gebruikt kon worden. In 1927 ondersteunde het Nederlands Bijbel Genootschap (NBG) deze onderneming en kwam er schot in. De groep vertalers was afkomstig uit verschillende kerken en maakte deel uit van verschillende theologische richtingen. In 1939 verscheen het Nieuwe Testament en in 1951 de volledige Bijbel. Deze "Nieuwe Vertaling" (NBG-Vertaling 1951) werd al heel snel door de meerderheid van de protestantse kerken in gebruik genomen. Nooit eerder was het voorgekomen dat een bijbelvertaling door zoveel kerken was aanvaard. Hoewel velen zeer blij waren met deze nieuwe vertaling, kwam er kritiek op het ouderwetse taalgebruik. Dat klopt ook wel: reeds in 1911 begon men met de eerste voorbereidingen en de groep vertalers was toen al wat ouder. Dat had consequenties voor het Nederlands van de vertaling. Zij werd hierdoor, en doordat de groep vertalers breed samengesteld was, ook wel een "compromisvertaling" genoemd. Van alle nieuwe vertalingen die de laatste eeuw vervaardigd waren, stond deze wat betreft de taal het dichtst bij de Statenvertaling.

Als redenen om aan de Nieuwe Vertaling te gaan werken, gezien de waardering voor de Statenvertaling, werden genoemd:

de veranderingen in de Nederlandse taal sinds het verschijnen van de Statenvertaling ruim driehonderd jaar daarvoor. De Nieuwe Vertaling is een vertaling die niet alleen wat woorden betreft in de hedendaagse taal is, maar waaraan de hele zinsbouw en uitdrukkingswijze zo zijn, dat de moderne lezer daarin in zijn eigen taal van de grote daden Gods hoort spreken.
betere kennis van de Hebreeuwse, Aramese en Griekse taal, cultuur en de wereld waarover het Oude en Nieuwe Testament spreken en waarin zij zijn ontstaan.
de beschikbaarheid van oudere en betere grondteksten.
Voorzitter bij de vertaling van het Nieuwe Testament was dr. Grosheide. Zijn levensloop zullen we wat nader bekijken.
De RKKerk heeft intussen in 1939 de Canisiusbijbel uitgegeven, de eerste officiële RKe vertaling uit de grondtekst. In 1975 wordt deze vertaling opgevolgd door de Willibrord-vertaling. Hierin worden de nieuwste inzichten uit de bijbelwetenschap en taalwetenschap verwerkt. In 1995 verschijn er een herziene Willibrord-vertaling.

FREDERIK WILLEM GROSHEIDE
(25 november 1881 - 5 maart 1972)

Grosheide was Amsterdammer van geboorte, afkomstig uit de gegoede burgerstand, die behoorde tot de trouwe aanhang van Abraham Kuyper. Zijn theologische opleiding ontving hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij schreef zich in 1899 niet alleen voor de studie in de faculteit der godgeleerdheid in, maar eveneens voor die in de faculteit der letteren. Dat was toen niet bepaald een uitzondering; hier verdient het echter opzettelijke vermelding. Grote invloed heeft namelijk de hoogleraar in de klassieke letteren, dr.J.Woltjer, op Grosheide uitgeoefend. Meer dan alle andere hoogleraren moet juist Woltjer, bij wie hij ook het candidaatsexamen in de klassieke letteren heeft afgelegd, hebben bijgedragen tot zijn wetenschappelijke vorming.

Op de Vrije Universiteit ontbrak in die tijd een deskundige op het gebied van de Nieuwtestamentische wetenschap in de toenmalige faculteit der godgeleerdheid. Grosheide heeft zich door eigen inspanning de nodige bekwaamheden op dit gebeid weten te verwerven. In december 1902 werd P. Biesterveld aangesteld aan de VU als hoogleraar in de Nieuwtestamentische wetenschappen. Deze was eerder verbonden aan de Kampense Theologische school van de Gereformeerde kerken. Grosheide werd aan de Vrije Universiteit de eerste die met het leveren van een proefschrift over dat onderdeel der theologie het doctoraat in de godgeleerdheid mocht behalen. Hij promoveerde op 2 juli 1907 op een dissertatie, welke tot onderwerp had De verwachting der toekomst van Jezus Christus.

Het lag helemaal in de lijn der verwachtingen dat deze nieuwe doctor in de theologie de aangewezen man was om de leerstoel voor de Nieuwtestamentische vakken te bezetten. Deze kwam namelijk in december 1908, door het overlijden van Biesterveld, beschikbaar. Vermoedelijk heeft men Grosheide toen nog te jong geacht om hem reeds onmiddellijk voor een benoeming in aanmerking te doen komen. Door de bevoegde instanties werd iemand anders tijdelijk met de waarneming van de bedoelde vakken belast. Grosheide zat intussen niet stil. Naast zijn werk als predikant in het Zuidhollandse Schipluiden hield hij zich bezig met de zelfstandige bewerking van de grammatica van het griekse Nieuwe Testament dat oorspronkelijk door de amerikaanse geleerde A.T.Robertson was opgesteld. Deze bewerking zag het licht in 1912, voorzien van een woord ter introductie door dr.J.Woltjer, gedateerd juni 1912. Grosheide verklaart in het voorbericht: 'Mijn bewerking is een geheel nieuw boek geworden. Niet één enkele zin is vertaald. En stond het niet op het titelblad, niemand zou in dit gewaad den Amerikaanschen Robertson vermoeden.' Karakteristiek is de zinsnede waarmede hij dat voorbericht afsluit: 'En nu ten slotte, misschien zal iemand zeggen, waarom hebt gij als Gereformeerd theoloog uw tijd besteed en uw krachten beproefd aan een Grammatica? Waarom dat niet liever aan anderen overgelaten en zelf u aan den zoo hoog noodigen arbeid der Schriftuitlegging gegeven? Ik antwoord, ook ik wensch op exegese aan te werken, doch er is geen goede exegese mogelijk zonder grammatica. En al had ik nooit dit boek samengesteld, dan had ik voor mijzelf om tot exegese te komen, toch al de stof moeten verwerken, die hier wordt geboden. Ik hoop nu door dit werk te hebben bevorderd, dat ook in onzen kring de grammatische studiën meer zullen worden gewaardeerd en beoefend. En God de Heere geve, dat mede door mijn arbeid als middel, het Boek der boeken beter worde verstaan en verklaard.' Deze gedachte ligt in de lijn van Erasmus' gedachtengoed.

In hetzelfde jaar 1912 kwam eveneens zijn benoeming tot hoogleraar aan de VU. En reeds op 13 december van dat jaar kon hij zijn ambt aanvaarden met het uitspreken van een oratie over Nieuw-Testamentische exegese.Volle veertig jaren heeft Grosheide dit ambt mogen bekleden. Na het medegedeelde behoeft het niet te verwonderen, dat hij zich vooral heeft toegelegd op de uitlegging der Nieuwtestamentische geschriften. Hij deed dat met grote nauwgezetheid, met vermijding van elke dogmatisch ingestelde benadering van de tekst, waartoe in de kring waaruit hij was voortgekomen een bepaalde neiging en misschien zelfs traditie bestond. Zijn streven was er juist op gericht om aan de tekst zelf alle recht te doen wedervaren. Hij schreef op deze manier heel wat verklaringen bij het Nieuwe Testament.

Daarnaast hield hij zich vooral bezig met vragen rondom het vertalen van de Bijbel, vanzelfsprekend met name die van het Nieuwe Testament. In 1916 deed hij een brochure verschijnen onder de titel Bijbelvertalen, welke over dit onderwerp een algemene uiteenzetting inhield. Maar daarbij liet hij het niet. Hij begreep dat het noodzakelijk was zich te gaan verdiepen in allerlei concrete vragen, samenhangende met de moeilijke en ingewikkelde kwestie die het leveren van een goede en alleszins verantwoorde vertaling nu eenmaal is. Hij sneed daartoe gaarne de geschiedenis der bijbelvertalingen aan. In de eerste periode van zijn hoogleraarschap werden dergelijke onderwerpen door hem aan de orde gesteld op zijn doctoraal-colleges; hij was in de faculteit de eerste die afzonderlijke colleges van zodanige aard instelde. Onder meer hield hij zich bezig met de oude vertaling in het Syrisch, en - wat in dit verband vooral vermelding behoeft - met de vertalingen in de Nederlanden uit de voorreformatorische en reformatorische periode.

Het behoeft geen verwondering te wekken, dat Grosheide betrokken werd in de toenmaals zeer actuele zaak van het totstandbrengen van een nieuwe Bijbelvertaling, ter vervanging van de Statenvertaling uit de zeventiende eeuw. In 1921 werd hij als lid opgenomen in het hoofdbestuur van het Nederlands Bijbelgenootschap, waarvan hij gedurende de jaren 1939 tot 1952 zelfs het voorzitterschap zou vervullen. In 1927 trad hij op als voorzitter van de vertaalcommissie van het Nieuwe Testament, welke commissie in 1939 het resultaat van haar arbeid in eerste lezing kon afleveren.
Bijbel in omgangstaal

 In 1983 verschijnt de Groot Nieuws Bijbel, de Bijbel in de omgangstaal. Bij dit project werken Gereformeerden en katholieken voor de eerste keer samen.

 Ook verschijnen er in de laatste decennia van de 20ste eeuw enkele vertalingen in dialect, bijvoorbeeld de Twentse Bijbel.

Het Boek

Het Boek is een zogenaamde gedachte-voor-gedachte vertaling van de Bijbel, op Amerikaanse leest geschoeid. In plaats van de originele Hebreeuwse en Griekse tekst woord voor woord te vertalen, worden de verhalen verteld voor mensen van deze tijd met taal, woordspelingen en uitdrukkingen van nu.

Het Boek wordt ook wel smalend "vertaling van een parafrase van een vertaling van de Bijbel" genoemd. Ondanks de forse kritiek uit orthodox-protestantse kring, geniet deze 'kinderbijbel voor volwassenen' al meer dan tien jaar een gedoogstatus. Meer dan een kwart miljoen exemplaren werden er sinds de introductie in 1988 verkocht. Onbekend is nog altijd wie aan het project meewerkten en wie vertaalden.

NBV

 Vanaf 1994 werken de KBS en het NBG samen aan een Nieuwe Bijbelvertaling, die in 2004 verschijnt.

 Momenteel wordt er nog gewerkt aan een revisie van de Statenvertaling.

 Enkele doelstellingen van de NBV:

 Interconfessioneel karakter: Protestants, Katholiek en Joods.
De modernste inzichten op het gebied van taal en wetenschap zijn er in verwerkt.
Grondtekstgetrouw en doeltaalgericht.
Doelgroep: buitenkerkelijken en Protestanten die beschikken over een verouderde vertaling.
Gebruiksdoel: voor individueel en liturgisch gebruik.

Terugblik

Wat een drang hebben Nederlanders gehad om goede Bijbels te maken. Er heeft zelfs bloed voor gevloeid. Laten we deze daden van onze voorvaderen in gedachten houden.

Het is uniek dat wij het verschijnen van een nieuwe vertaling, de NBV, hebben kunnen meemaken. Daarbij is geen bloed gevloeid, alhoewel er in kerkelijke kringen wel veel over te doen geweest is. We kunnen daardoor iets meevoelen van de sfeer die het Bijbelvertaalwerk altijd met zich meegebracht heeft. Bij het verschijnen van Bijbelvertalingen zijn er altijd mensen enorm enthousiast en ook mensen die het graag willen houden bij het oude. Ook het debatteren over vertaalkeuzes is niet nieuw.

Factoren die een rol spelen bij het vertalen en het omgaan met vertalingen

De geschiedenis van het vertalen van de Bijbel laat zien dat niet alleen de drang om Gods Woorden zo zuiver mogelijk over te brengen hierbij een rol speelt; maar ook andere zaken als:

machtsverhoudingen
reactie op een andere vertaling
afzetting tegen of samengaan met andere geloofsgenootschappen
ontwikkeling van wetenschap en taalkunde
afnemende vertrouwdheid van mensen met de tijd of de boodschap van de Bijbel

Hieronder een uitwerking van enkele belangrijke factoren die bij het vertalen van de Bijbel een rol spelen.

Handschriften

Je wilt grondtaalgetrouw vertalen, maar van welke handschriften maak je gebruik?

Met name bij het OT kan er veel verschil zijn tussen de Griekse vertaling van het OT (Septuagint) en oudere Hebreeuwse handschriften. Er bestaan handschriften van de Masoreten, maar ook versies die tekstinterpretaties bevatten van latere rabbijnen.

Gezag

Je gebruikt de grondtekst, maar welk gezag ken je toe aan (bepaalde delen van) de Bijbel?

De historisch-kritische methode maakt onderscheid tussen de waarde van verschillende zaken in de Bijbel en komt met allerlei vervreemdende vertaaloplossingen.

Grondtekstgetrouwheid

Je wilt dicht bij de grondtekst blijven, maar het ook leesbaar maken voor mensen van nu.

Enkele keren in de geschiedenis zijn er idiolecte vertalingen gemaakt; vertalingen die het Hebreeuws en Grieks letterlijk vertaalden naar de doeltaal toe, zonder het aan de taalregels van de doeltaal aan te passen. Een andere naam hiervoor is ook wel ‘concordant vertalen’; de vertaling in de doeltaal kent dan (bijna) een even grote rijkdom aan woorden dan het oude handschrift; een soort Hebreeuws-Nederlands.

Voorbeeld:

Ruth 4:17 Idiolecte tekst ‘En de buurvrouwen riepen hem een naam toe, zeggende: “Geboren is een zoon aan Naomi” En zij riepen zijn naam: “Obed”. Hij: de vader van Isaï, de vader van David.’

Ruth 4:17 SV ‘En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.’

De Statenvertaling heeft ook idiolecte trekken. Een groot pluspunt van de Statenvertaling was, dat ze door het weergeven van kanttekeningen de lezer in staat stelde om mee te kijken bij eventuele vertaalkeuzes. Helaas wordt de Statenvertaling tegenwoordig uitgegeven zonder deze kanttekeningen, wat het verstaan van sommige uitdrukkingen bemoeilijkt.

Leesbaarheid

Elke vertaling is leesbaar, maar de meningen verschillen over de mate waarin mensen dat wat vertaald is ook daadwerkelijk zo begrijpen zoals het in de grondtekst bedoeld werd. Dit laatste heeft uiteraard invloed op de vertaalkeuzes die gemaakt worden.

Lijnrecht tegenover de idiolecte vertaalmethode staat de methode van de dynamische equivalentie, de Bijbelvertaling in de omgangstaal. Bij deze methode gaat licht men de bedoelde boodschap uit de grondtaal en zet men die boodschap over in een nieuwe taal, waarbij de boodschap zo verwoord wordt dat daardoor hetzelfde effect ontstaat zoals dat was in de grondtaal. Vertalen is volgens deze methode niet ‘simpelweg’ overzetten, maar ook transformeren.

Voorbeeld:

Hand.1:12 GNB ‘Toen gingen ze van de berg naar Jeruzalem terug. Die berg heette de Olijfberg en ligt vlakbij Jeruzalem, op nog geen kilometer afstand.’

Hand.1:12 SV ‘Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreis.’

Het woord ‘sabbatsreis’ is in het Nederlands ongebruikelijk en herinnert aan een tijd waarin men op de sabbat niet meer dan een bepaalde afstand aflegde om zodoende de rust van deze dag niet te verstoren. Het woord ‘kilometer’ heeft een andere gevoelswaarde (meer kwantitatief) dan het woord ‘sabbatsreis’ (meer kwalitatief).

Als je bij het vertalen nog verder en vaker van het origineel verwijderd raakt, kun je niet meer spreken van een Bijbelvertaling, maar van een parafrase (zoals Het Boek en The Living Bible).

De vertaalgeschiedenis

 Je kunt de Bijbel niet vertalen alsof je hem voor het eerst vertaalt. De Bijbel is een Boek wat door alle eeuwen heen wortels geschoten heeft in kerk en cultuur. De Bijbel is daarmee een Boek wat generaties verbindt; de vertaling mag (moet) ook zeker in dienst staan van de continuïteit in het omgaan met de Schrift. Het is daarom jammer als vertalingen elkaar gaan uitsluiten of als er een breuk ontstaat tussen een nieuwe vertaling en woorden / begrippen die in de kerkelijke traditie de eeuwen door inhoud gekregen hebben.

Voorbeelden:

 · Bisschop (Deux Aes); opziener (SV)……Bisschop (RKe bijbels); leider (WilV)

 · Diakenen (SV); kerkelijke assistenten (GNB); helpers (WilV).

 · Gemeente (SV, …) wordt in de NBV ‘kerk’.

Ook de weergave van de Godsnaam valt onder deze problematiek: HEERE (SV); HERE (NBG); HEER (NBV). Gevoelsmatig verschuift de betekenis van eigennaam naar titel.

De vertalers en hun specialisme

Hoe breed is het team van vertalers qua kennis en kunde en welke takken van de wetenschap worden erbij gebruikt? Iedere vertaler brengt weer zijn eigen specialisme en daarmee ook zijn eigen mening mee. Daarnaast heeft iedere vertaler weer zijn of haar eigen visie op God en Zijn Woord. Ook dat beïnvloedt weer de vertaalkeuzes.

Voor het beoordelen van een vertaling is het belangrijk om te weten wat de vertaalprincipes zijn waaraan de vertalers zichzelf gehouden hebben.

We moeten ook begrijpen dat de Bijbel een Boek van God is, wat van zichzelf al een bepaald niveauverschil geeft tussen de mens en God. Dat verschil kun je niet weg-vertalen en je mag het ook niet proberen weg te vertalen.

Je zult bij het vertalen altijd tegen het feit aan blijven lopen dat het verstaan van Gods Woord niet zonder de kennis van Christus en de openbaring van Gods Geest kan gebeuren. De vertaling kan uitermate dienstbaar zijn, maar het is God zelf die ons Zijn Woord openbaart.

We leven in een maatschappij waarin alles hapklaar en snel toegankelijk moet zijn. De Bijbel, in welke vertaling dan ook gemaakt, vraagt een bepaalde gerichtheid en soms ook bepaalde kennis. Het tot je nemen van de Bijbelse boodschap vraagt geloof, vaak ook veel tijd en soms ook geld (aanschaffen van naslagwerken). Is het ons dat waard?

Kennis van de grondtaal een pluspunt?

Een christen verzuchtte eens: ‘Konden we de grondtalen maar lezen, dan was ik van al dat gezeur met die vertalingen af.’ Iemand anders reageerde: ‘Misschien kwamen er dan nog wel veel meer Bijbelversies op de markt en werd de verwarring alleen maar groter’.

Kennis van de grondtaal stelt ons in staat om een vertaling te beoordelen op details, maar het helpt niet om alles helemaal duidelijk te maken. Het grote pluspunt van een vertaling is dat je daardoor een beeld kunt krijgen van het geheel van de Schrift, zonder te ‘verdrinken’ in het grote bos van vertaalkeuzes. Ook als de duidelijkheid van de Bijbelvertaling niet volledig is, blijkt de duidelijkheid van de bijbelse openbaring van God en Zijn werk. In de Bijbel is een grote mate van veelvuldigheid, waardoor we niet van de vertaling van één woord of één zin afhankelijk zijn.

Welke vertaling is de beste?

Het zal duidelijk zijn dat we het beoordelen van vertalingen niet alleen af kunnen gaan op de klank of het vergelijken van woorden of zinsdelen die wel of niet in een vertaling zijn opgenomen. Het vergelijken van vertalingen begint bij het naast elkaar zetten van de verschillende vertaalkeuzes en de intentie die de vertalers hadden bij hun werk. Het zou handig zijn als in de bijbels die uitkomen (ook herdrukken) heel kort dit soort informatie opgenomen wordt, zodat het voor de lezer goed te vergelijken is. De beste tip die ik op dit moment kan geven is het gebruiken van meerdere vertalingen naast elkaar. Weet waar je over praat als je kritiek hebt op een vertaling en wees voorzichtig met je oordeel als je niet goed thuis bent in deze materie.

naar top van deze pagina  

mail holyhome