Het levende woord van God
Aflevering 5
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Kies hieronder een studie uit deze serie
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 |
| 08 | 09 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
"Het Woord van
God is levend en krachtig", zoals ze van zichzelf getuigd.
Begrijpelijk, want het is het Woord van de levende God. Alle dingen
zijn uit het Woord voortgekomen. De neerslag van het levende Woord
vinden we in "de heilige Schriften", dat dan ook prompt "van God
geïnsprieerd" heet. Letterlijk "God geblazen". Zoals ooit de
eerste mens door God ingeblazen en "alzo een levende ziel" werd, zo
zijn ook de heilige Schriften "van God geblazen" en daarom levend.
Gevormd door geschriften, ontstaan op zoveel plaatsen en gedurende
vele, vele eeuwen, vormt het niettemin een wonderbaarlijke eenheid..
De delen van de Bijbel
De Bijbel bevat in eerste instantie twee delen: Het Oude Testament en het Nieuwe Testament.
In het Oude Testament vinden wij de geschiedenis van het ontstaan van
de wereld en de mensheid, en vervolgens de geschiedenis van het Joodse
volk vanaf het begin tot een paar honderd jaar voor de geboorte van de
Here Jezus.
De boeken van het O.T. zijn in het Hebreeuws, de taal der Joden,
geschreven, met uitzondering van enige hoofdstukken in de boeken Ezra
en Daniël en een enkel vers in het boek Jeremia, die in het
Chaldees zijn geschreven. De Joden en Christenen bezitten
overschrijvingen van deze geschriften in de Hebreeuwse taal. Zij
erkennen beide dezelfde gelijke tekst.
De Joden hebben door alle eeuwen heen de oudtestamentische boeken
bewaard, waardoor ons een uitermate hoge nauwkeurigheid wordt
gewaarborgd. Men kan zelfs zeggen dat de Massoreten alle bijvoeging of
uitlating onmogelijk gemaakt hebben, door de regels die zij voor de
overschrijving hadden gesteld.
Filo verzekert ons dan ook dat de Joden de boeken van Mozes bewaard
hebben, zonder er een enkel woord aan te veranderen. (Noot: Filo was
een beroemd Joods wijsgeer, die uit een priesterlijk geslacht te
Alexandrië geboren is, omstreeks het jaar 30 vóór
CHR. Hij heeft een groot aantal werken over de Heilige Schrift, de
wijsbegeerte en de zedekunde geschreven.)
Jozéfus verzekert evenzeer dat gedurende een lange reeks van
eeuwen niemand ooit er iets heeft durven bijvoegen of van afnemen.
(Noot: FlaviusJozéfus was een beroemd Joods geschiedschrijver en
veldoverste, die in het jaar 37 van onze jaartelling te Jeruzalem werd
geboren. Hij was afkomstig uit het geslacht van de Makkabeërs. Men
meent dat hij in 95 te Rome gestorven is.)
De Massoreten (van het Hebreeuws "massorah", hetgeen "overlevering"
betekent) waren Joodse leraars, welke niets anders deden, dan de Joodse
geschriften van het Oude Testament over te schrijven en de
verschillende varianten van de tekst vast te stellen. Van de derde tot
de elfde eeuw hebben twee Joodse hogescholen (de ene te Babylon en de
andere te Tibéreas) niet opgehouden zich met de Hebreeuwse tekst
van het Oude Testament bezig te houden. Zij hielden zich bezig met de
taaltechnische vorm, de woorden en de letters waaruit de tekst bestond.
Achthonderd jaren achtereen zijn er talrijke en beroemde geleerden
geweest, die aan twee hogescholen, hun leven gewijd hebben aan het
tellen en beschrijven van de letters en de woorden, aan het
onderscheiden van de mede- en zelfklinkers, alsmede de toontekens.
Hoeveel er van deze soorten waren, en aan het van alle kanten omwerken
van hun vervelende en onbetekende berekeningen.
Deze berekeningen bezitten wij nog; en die het geduld had om ze na te
gaan, zou er misschien het wiskundige bewijs voor de ongeschondenheid
van de Hebreeuwse tekst in vinden.
Dit beweren kan niemand verwonderen, als men weet hoe ver deze
geleerden gingen in hun eerbied voor de letter. Wanneer men de regels
voor hun arbeid leest, begrijpt men welk gebruik de Goddelijke
Voorzienigheid van hun eerbied, hun stiptheid en zelfs hun
bijgelovigheid ten aanzien van de ingegeven tekst, heeft weten te
maken. Zij telden in ieder boek, het aantal verzen, woorden en letters,
zodat hiermee bewezen werd, dat een exacte kopie gemaakt was.
Zie hier de lijst der letters waaruit het Oude Testament bestaat:
Aleph a (42.377) Lamed l (45.517),
Beth b (38.218) Mem m M (77.778),
Gimel g (29.537) Num n N (41.696),
Daleth d (32.530) Samech o (13.580),
He h (47.554) Ain e (20.175),
Vau w (76.922) Pe p P (22.725),
Zain z (22.867) Tsade u U (21.882),
Ceth x (23.447) Koph q (22.972),
Teth j (11.052) Resch r (22.147),
Jod y (66.420) Schin s v (32.148),
Kaph k K (48.253) Thau t (59.343),
De Massoreten zouden wel gewacht hebben de schikking van een blijkbaar
misplaatste letter te veranderen. Hoogstens zouden zij een kanttekening
geplaatst hebben en gezocht hebben naar één of andere
verborgenheid. Indien zij een fout maakten bij het overschrijven
versneden zij het perkament en begonnen opnieuw, daar het hen verboden
was handschriften te herzien of een gemaakte fout te verbeteren,
waardoor een manuscript met verbetering ontstond. Het was voor hen niet
geoorloofd een gewijde boekrol, waarin geschrapt of verbetert is te
bezitten of gebruiken.
In het Nieuwe Testament vinden wij de geschiedenis van de Here Jezus en
vervolgens het ontstaan van de gemeente met de opdrachten aan die
gemeente.
et Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven, hetgeen toen der tijd de meest gebruikelijke taal was.
De oorspronkelijke handschriften zijn gedurende de eerste tijd in de
gemeenten voor welke zij geschreven en aan wie zij gericht waren,
bewaard gebleven. De de oorspronkelijke geschriften zijn verloren
geraakt. Toch is het zeker, dat de boeken van het Nieuwe Testament
zonder enige wezenlijke verandering tot ons gekomen zijn. Dit is
gegarandeert zeker op alle zaken van hoofdbelang.
Door het maken van afschriften, dat van tijd tot tijd
vóór de uitvinding van de boekdruk veel heeft plaats
gevonden, zijn mogelijk enige letters en lettergrepen (en soms zelfs
enkele woorden) in sommige handschriften weggevallen of veranderd. Meer
geen belangrijke leerstelling, voorschrift of geschiedkundige
bijzonderheid is deze moedwillig of bedrieglijk vervalst. Dat zou,
trouwens, onmogelijk geweest zijn, daar er onmiddellijk na het uitgeven
van het oorspronkelijke handschrift zeer veel afschriften werden
gemaakt, welke de zendelingen overal mee naartoe namen of naar
verschillende gemeenten stuurden.
Ook kwam al zeer snel allerlei vertalingen tot stand, zodat ook de
meest afgelegen kerken voorzien werden. Deze afschriften werden in de
christelijke bijeenkomsten voorgelezen, door velen gebruikt en zelfs
uit het hoofd geleerd. De verschillende kerkelijke groeperingen, die in
meer of mindere mate op hoofdpunten van elkaar verschilden in de leer,
beriepen zich alle op dezelfde boeken, als op de van GOD gegeven
onfeilbare standaard der leer. Hierdoor waren zij altijd op hun hoede
tegen de minste poging om het Woord te vervalsen of te veranderen. Dat
zouden de andere kerkelijke groeperingen nooit van elkaar accepteren.
Dat er verschillen gevonden worden in de handschriften van de Bijbel,
kan niemand verwonderen, die bedenkt dat vóór de
uitvinding van de boekdrukkunst, alle boeken moesten worden geschreven,
en dat dit werk soms door onwetende en zorgeloze mensen geschiedde.
Deze mensen stonden niet onder een bovennatuurlijke invloed, die hen
tegen de mogelijkheid van dwalingen behoedde.
Een fout in één kopie, komt automatisch ook terecht in de
kopie van deze kopie. Bovendien kunnen in de nieuwe kopie ook weer
nieuwe fouten ontstaan, die dan vanzelf weer in de volgende
kopieën komen. Hierdoor zijn verschillende lezingen (varianten)
ontstaan, naar evenredigheid van de gemaakte afschriften.
De oude handschriften bevinden zich in bijna al de oude bibliotheken
van de Christelijke wereld. Enkele duizenden handschriften zijn bekend.
Omstreeks 1850 waren al vijfhonderd hiervan door geleerde mannen met
grote zorg onderzocht en met elkaar vergeleken. Uit deze groep van
vijfhonder handschriften waren er afkomstig uit de achtste, zevende,
zesde, en zelfs uit de vierde eeuw. Dus uit tijden, niet ver van de
dagen der apostelen en van de eerste verspreiding van de
oorspronkelijke uitgaven lagen.
De kopieën van de oorspronkelijke handschriften welke zich in de
westelijke en noordelijke richting verspreiden zijn vandaag bekend als
de "bijzanteinse" of "westerse" teksten. De kopieën, die zich naar
het zuiden en oosten verspreiden zijn nu bekend als de "Alexandreinse"
of "oosterse" handschriften.
Doordat het christendom zich in Europa heel snel uitbreidde resulteerde
in een zeer grote veelvoud aan Bijzanteinse handschriften. De
Alexandreinse handschriften werden veel minder frequent gekopieerd en
bleven daardoor langer bewaard in bibliotheken. De slijtage aan deze
manuscripten was veel geringer, doordat ze veel minder in mensenhanden
kwamen.
Het eindresultaat is dat er zeer veel Bijzanteinse handschriften uit de
Middeleeuwen zijn en slechts enkele zeer oude Alexandreinse
handschriften uit de vroege eeuwen. De Alexandreinse handschriften
werden vanaf het jaar 1800 herontdekt en gingen vanaf die tijd een rol
spelen bij het bijbelvertaalwerk.
De tekst van het nieuwe testament, zoals wij die kennen, is gebaseerd
op meerdere handschriften. De meest bekende westerse tekst is de
TextusReceptus. Daarnaast zijn, diverse oosterse teksten bekend, door
de naam van hen die de tekst heeft samengesteld uit de verschillende
handschriften, zoals Wescott, Hort,Nestle-Aland en Metzger.
De TextusReceptus heeft als basis gediend voor de Statenvertaling.
Maar de bijbelvertalingen uit de laatste 100 jaar zijn gebaseerd op
Alexandreinse handschriften. Vooral het werk van Nestle-Aland is zeer
veel gebruikt.
De TextusReceptus is afkomstig van de Bijzanteinse handschriften. De variant van Stephanus uit 1550 heeft
als basis gediend voor de 1611 vertaling van de engelse King
James vertaling, maar ook voor de Statenvertaling. In 1891
is door Scrivener een bijgewerkte variant van de 1550
Textus Receptus uitgegeven. Beide varianten zijn beschikbaar
Er bestaat een wijd verspreid misverstand over de betekenis van het
"Oude-" en het "Nieuwe Testament". Velen denken, dat het "Oude"
betekent of doelt op "afgedaan" of "verlopen", en dat dit Testament
daarom niet meer voor hen geldt en dat zij alleen dus alleen nog met
het Nieuwe Testament te maken hebben. Maar "oud" betekent hier
"oorspronkelijk", "het eerste".
Evenzogoed betekent "Nieuw" hier niet, dat het in de plaats gekomen is
van het Oude Testament, of dat het een nieuwe versie daarvan is, maar
dat er iets nieuws aan het oude wordt toegevoegd.
Het Oude Testament en het Nieuwe Testament behoren bij elkaar en zijn zij beide belangrijk voor de gelovigen.
Naast deze verdeling in en het Nieuwe Testament kunnen wij zowel het
Oude Testament als het Nieuwe Testament in drie verschillende delen
verdelen:
Het Oude Testament bevat oorspronkelijk de volgende delen:
de wet (d.i. de Torah),
de profeten (d.i. de Nebiïem)
en de geschriften (d.i. de Chetubiem).
De Joden namen indertijd van deze drie verschillende woorden telkens de
eerste letter: T, N en Ch en maakten hier één woord van:
Tenach. Deze nieuwe naam gaven zij aan hun Bijbel, dat is dus alleen
het Oude Testament. In dit Hebreeuwse woord vond je dus eigenlijk de
drie delen van het Oude Testament telkens in één woord
weer terug.
Het NT bevat ook drie delen:
De historische boeken (Mattheüs tot en met Handelingen),
de brieven
en een profetisch boek (de Openbaring).
De Bijbel bevat in totaal 66 boeken. Hiervan zijn er 39 in het Oude Testament en 27 in het Nieuwe Testament.


















