Het levende woord van God
Aflevering 4
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Kies hieronder een studie uit deze serie
| 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 |
| 08 | 09 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
"Het Woord van
God is levend en krachtig", zoals ze van zichzelf getuigd.
Begrijpelijk, want het is het Woord van de levende God. Alle dingen
zijn uit het Woord voortgekomen. De neerslag van het levende Woord
vinden we in "de heilige Schriften", dat dan ook prompt "van God
geïnsprieerd" heet. Letterlijk "God geblazen". Zoals ooit de
eerste mens door God ingeblazen en "alzo een levende ziel" werd, zo
zijn ook de heilige Schriften "van God geblazen" en daarom levend.
Gevormd door geschriften, ontstaan op zoveel plaatsen en gedurende
vele, vele eeuwen, vormt het niettemin een wonderbaarlijke eenheid..
1. Eirènè = orde
"God is geen God van wanorde, maar van eirènè", schrijft
Paulus in 1 Cor. 14:33. Eirènè heeft hier de betekenis
van orde. Waar eirènè heerst, staan alle dingen op hun
plaats en functioneren daar naar Gods bevel. Zo moet ook in de gemeente
alles ordentelijk verlopen; niet twee of drie profeten tegelijk aan het
woord, maar één voor één! In Gods rijk
heerst geen wanorde, maar orde; dat moet zich in de gemeente reeds
enigermate aftekenen.
2. Eirènè in de nieuwtestamentische toekomstverwachting
a. Eirènè is Gods grote gave van de eindtijd, die
werkelijkheid wordt door de Messias. In dit licht moeten Luc. 1:79 en
de engelenzang van Luc. 2:14 gelezen worden. Vrede op aarde = het
eschatologische heil op aarde. Nu de Messias geboren is, zien de
engelen de aarde reeds als overstroomd met die toestand van goede
verhoudingen, welzijn en geluk, die sinds het paradijs niet gekend is.
Ook Luc. 19:42 bedoelt de messiaanse vrede. Het is de vrede van de
hemel, die door de Messias op aarde gebracht wordt (Luc. 19:38).
Deze vrede komt tot stand door Messias Jezus (Kol. 1:20). De
heilstijding heet daarom "het evangelie van de vrede" (Ef. 6:15; Hand.
10:36; Ef. 2:17). Tot deze vrede heeft God, door de prediking der
apostelen, mensen uit Joden en heidenen geroepen (1 Cor. 7:15). Jezus
geeft deze vrede aan zijn discipelen (Joh. 14:27). Het is zijn vrede,
die Hij geeft (het eschatologische heil tekent Johannes in zijn
evangelie als een heil, dat reeds nu gekend wordt en present is).
Tegenover de nood van de verdrukking staat in Joh. 16:33 dan ook
"het-er-goed-aan-toe-zijn" (vrede) in Jezus Christus: de discipelen
verkeren nu nog in de wereld, maar zij behoren bij de wereld van
vreugde en geluk, die in Chri.stus werkelijkheid is.
Het is ook déze vrede, waaraan de christenen dachten als zij de
Joodse groet uitspraken (Paulus aan het begin van zijn brieven). Hoe
ernstig deze groet bedoeld is, blijkt uit Luc. 10:5 v.
Deze grote messiaanse vrede is ook bedoeld in Heb. 12:14, waar de
vertaling het misverstand kan wekken als zou hier gedacht zijn aan het
vrede zoeken met de medemensen. (Jaagt naar vrede met allen). De juiste
uitlegging is: Jaagt tezamen met alle mede-christenen naar vrede, als
het grote heilsgoed der christenheid. Deze vrede heerst over het hart
(Col. 3:15) en is als een macht, die de mensen bewaart (Filp. 4:7); zij
is onvoorstelbaar, omdat zij alle verstand te boven gaat (Filp. 4:7).
b. Naar zijn inhoud is eirènè de toestand, waarin God en
mens op hun eigen normale plaats staan, zodat de rechte orde in de
wereld hersteld is en de mensen zijn, die zij als mensen Gods behoren
te zijn, en er aan toe zijn, zoals zij er aan toe behoren te zijn.
Negatief is dit de afwezigheid van alle kwaad (Rom. 16:20); positief is
het: thuis zijn; eindelijk léven in de volle zin des woords;
voluit mens-zijn; de toestand van het normale bereikt hebben.
De wereld van nu kent deze vrede niet en zij kan hem niet geven (Joh.
14:27); zij kent het ware leven niet, omdat zij van deze vrede geen
weet heeft; zij kent slechts de dood (Rom. 8:6); het abnormale, dat zij
voor het normale houdt. De christenen zijn dank zij de Geest op het
leven en de vrede (het normale) uit (Rom. 8:6). Deze vrede is heil voor
de hele mens, naar geest, ziel en lichaam (1 Thess. 5:23). Dàt
is de christenen beloofd, dàt is door het geloof, in Christus
Jezus, hun deel, en daarom zoeken zij het te krijgen. Zij hebben in
Christus Jezus het ware mens-zijn ontdekt en toegezegd gekregen; zij
zijn er aandeelhouders van geworden; zouden zij dan niet verlangen om
zelf eindelijk als normale mensen te kunnen leven, als mensen, die aan
de norm beantwoorden en die in de uiterlijke situatie nu eens niet
alles tégen, maar méé hebben? Zie Rom. 8:31 v..
3. Eirènè = vrede met God
Slechts zelden heeft eirènè de betekenis van een vrede-verhouding tot God, die i.p.v. de vijandschap komt.
Genoemd moet worden Ef. 2:14-17, waarin Christus verkondigd wordt als
degeen, die de wet buiten werking gesteld heeft en daardoor een einde
maakte aan de vijandschap, die tussen God en mensen en tussen de mensen
onderling bestond. In plaats van deze vijandschap stelde Hij de
eirènè; in plaats van de tweeheid van Joden en heidenen,
de eenheid van de nieuwe mensheid. De muur, die scheiding maakte (de
vijandschap) heeft Hij weggebroken.
Vooral echter is hier Rom. 5:1 te noemen. Deze vrede-verhouding met God
is tot stand gekomen doordat de mensen, die Gods vijanden waren, met
God verzoend zijn door de dood van de Zoon (Rom. 5:10). Vgl. Col. 1:10
v..
4. Eirènè = vrede tussen mensen onderling
"Het koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in
rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de H. Geest" (Rom. 14:17).
Paulus richt zich in deze perikoop tot de "sterken", die volop de
vrijheid van een christenmens willen uitleven en daarom zich ergeren
aan de "zwakken", die zich nog aan de spijswetten houden (14:2). Hij
roept hun toe, dat zij niet moeten denken, dat het koninkrijk Gods
daarin gestalte zou krijgen dat zij de zwakken brengen tot eten en
drinken van voor hun besef verboden dingen, maar hierin, dat
gerechtigheid, vrede en blijdschap heersen. Die vrede = de toestand van
in liefde met elkaar leven, moet nagejaagd worden (14:19). Zó
immers zal het koninkrijk Gods zijn.
Deze betekenis heeft "vrede" ook in 1 Cor. 7:15; Gal. 5:22; Ef. 4:3; Jac. 3:18; 1 Petr. 3:11; 1 Thess. 5:13; Mat. 5:9.
5. Eirènè = vrede in de ziel
Daarvoor is alleen Rom. 15:13 te noemen. Paulus bidt, dat de christenen
door God vervuld mogen worden met louter vreugde en vrede in het
geloven. Vrede is hier, dat een mens van binnen "op orde" is,


















