Het
kerstverhaal is verreweg het bekendste verhaal in de bijbel waarin engelen
een
rol spelen. Een engel vertelt
Maria dat ze de moeder van Jezus zal worden,
en als Jezus geboren is, verschijnt een heel leger
van engelen aan een stel herders.
Maar engelen komen veel vaker in de bijbel voor.
De bijbel spreekt over hen als
geesten die ten dienste van mensen staan.
Engelen zijn de hemelvorsten die voor het aangezicht
van God staan.
Zij zijn ook dienende
geesten voor hen die de zaligheid beërven.
Ze worden door God gestuurd om mensen te helpen
Hebreeën 1 :14
Engelen, boodschappers van God
God heeft de engelen geschapen. Het woord engel komt uit het
Latijn: angelus. Het betekent boodschapper. En inderdaad, engelen zijn
de boodschappers van God. God zendt zijn engelen uit om de mensen bij
te staan. Ze brengen boodschappen om Gods woord te verkondigen of om
mensen te waarschuwen. Ze praten met mensen of verschijnen in hun
dromen.
Engelen kunnen de mens beschermen en dienen, of vechten in de geestelijke strijd tussen God en de boze.
Hoe ziet een engel eruit?
Dat is niet duidelijk. In
het algemeen worden ze afgebeeld als wezens met vleugels. Dat is een op
zich mooie verbeelding, hoewel in de bijbel er niet veel over de
vleugels in staat. Een engel is wit als sneeuw en zijn uitstraling
schittert als de zon. Sommige engelen zijn gehuld in een wolk, soms met
een regenboog boven het hoofd en benen als zuilen van vuur. Geregeld
zien de bijbelse figuren met een getrokken zwaard, als het leger van
beschermende strijders.
Sinds de Middeleeuwen worden engelen zowel als man als als vrouw afgebeeld.
Beschermengelen of engelbewaarders
Engelen bestaan ook nu nog.
Iedereen heeft een persoonlijke beschermengel. Dit is je engelbewaarder
die je beschermt en je helpt door je hele leven. Vanaf de kinderjaren
tot aan de dood. Ze zijn overal waar jij bent, op ieder moment.
Er zijn veel persoonlijke verhalen van mensen, die getuigen van de hulp
die ze van hun engelbewaarder hebben gekregen. Bijvoorbeeld
engelbewaarders die ongelukken voorkwamen. Hoe meer contact je legt met
je eigen engelbewaarder, des te groter de kans dat ongelukken
achterwege kunnen blijven.
Ieder jaar viert de kerk op 2 oktober het feest van de H. Engelbewaarder.
Engelenkoren, Serafijnen en Cherubijnen
In het christendom hebben de theorieën van Dionysius de Areopagiet
grote invloed op de theologie gehad en hebben ze menig mysticus
geïnspireerd. Dionysius deelde de engelen in negen rangen of orden
in, waarbij hij zich liet leiden door de neoplatonische filosofie,
getuige de triadenstructuur van zijn hiërarchische indeling van
engelen; deze indeling is algemeen geworden voor het christendom. De
hoogste orde bestaat uit resp. Serafijnen, Cherubijnen en Tronen. De
middelste orde wordt gevormd door Vorstendommen, Machten en Krachten.
De laagste orde bestaat uit Heerschappijen, Aartsengel en Engelen
(beschermengelen).
In de traditie zijn engelen ingedeeld in negen Engelenkoren:
Serafijnen, Cherubijnen, Tronen, Heerschappijen, Vorsten, Machten,
Krachten, Aartsengelen en Engelen. Op de eerste rang zijn er de
Serafijnen of serafs:
“Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop
vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een
gouden krans op hun hoofd. Van de troon gingen bliksemschichten uit en
donderslagen en groot geraas. Voor de troon brandden zeven vurige
fakkels; dat zijn de zeven geesten van God. Ook lag er voor de troon
iets als een zee van glas, van kristal. Midden voor de troon en
eromheen waren vier wezens, die van voren en van achteren een en al oog
waren. Het eerste wezen zag eruit als een leeuw en het tweede als een
jonge stier; het derde had een gezicht als een mens en het vierde leek
een vliegende adelaar. Elk van de vier wezens had zes vleugels, met
overal ogen langs de randen en aan de binnenkant. Dag en nacht herhalen
ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die
was, die is en die komt.’ Telkens als deze wezens lof, eer en
dank brengen aan degene die op de troon zit en die tot in eeuwigheid
leeft, werpen de vierentwintig oudsten zich neer voor hem die op de
troon zit, en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid, en leggen hun
kransen voor zijn troon met de woorden: ‘U komen alle lof, eer en
macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de
oorsprong van alles wat er is.’ (Apk 4, 4-11).
Vervolgens zijn er de Cherubijntjes (cherubs of kerubs). Ze zijn
aanwezig in de hemel en komen voor afgebeeld op de verzoendeksel van
het Ark van het Verbond. Ze hebben vleugels.Cherubijnen komen voor in
het verhaal van het Paradijs (Gen. 3,24) en ook in de tempel van
Jeruzelam staan in het Allerheiligste twee Cherubijnen als teken van
Gods heerlijkheid.
Aartsengelen
Aartsengelen zijn speciale
boodschappers van God. De bekendste aartsengelen zijn Michaël,
Gabriël en Rafaël. Michaël voert de strijd aan tegen de
duivel (‘drakendoder’) en wordt daarom vaak afgebeeld met
een vlammend zwaard. Gabriël kondigt de geboorte aan van Jezus bij
Jozef, Maria en de herders. Ook kondigt hij de geboorte van Johannes de
Doper aan. Rafaël (“hij die geneest”) ten slotte, is
de heilige Geneesheer. Hij geneest Tobit van zijn blindheid.
Er zijn zeven aartsengelen, zo staat er in Tobit. Behalve Michaël,
Rafaël en Gabriël, worden deze niet met name genoemd in de
canon van de Bijbel, maar wel in een aantal apocrieve geschriften (het
zijn Uriël, Barachiël, Jehudiël en Shealtiël).
Uriël is door het concilie verworpen en werd als een demon gezien.
De andere drie stammen uit joodse mystieke geschriften (Kabbala) en
worden eveneens niet door de katholieke kerk erkend.
Michaël, Gabriël en Rafaël hebben alls drie als
christelijke feestdag 29 septmber. Deze gedenkdag is door paus Leo I op
die datum vastgelegd, toen hij de Sint Michaëlskerk in Rome
wijdde. Sinds 1969 is deze dag ook het kerkelijk feest van de andere
twee belangrijke aartsengelen.
Engelen in de Bijbel
Engelen komen veelvuldig voor in de Bijbel, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament.
In het eerste Bijbelboek, Genesis, wordt voor het eerst over een engel
gesproken. Een engel van de Heer (of engel van God) heeft een
ontmoeting met de slavin Hagar. Ook anderen, zoals bijvoorbeeld Abraham
en Jakob hebben ontmoetingen met engelen. In Exodus verschijnt een
engel aan Mozes, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik (Ex.
3,2). Als dezelfde Mozes Egypte ontvlucht, is het een engel van God die
hen begeleidt en verdedigt, door een wolkkolom op te richten tussen de
Egyptenaren en de Israëlieten (Ex 14, 19).
In het boek Tobit neemt Tobit Rafaël mee op zijn reis, niet
wetende dat dit een engel is. Rafael wordt als “een goede
engel” beschreven, die Tobit beschermt op zijn reis en er voor
zorgt dat de reis voorspoedig verloopt. Ook als Daniël in de
leeuwenkuil moet vechten, zijn engelen aanwezig en voorkomen dat hij
wordt verslonden. Of, zoals Daniel het zelf zegt: “Mijn God heeft
zijn engel*gezonden om de leeuwen te muilkorven. Ze hebben mij niet
verwond, omdat ik in Gods ogen onschuldig ben.” (Da 6).
In het Nieuwe Testament spelen Engelen een belangrijke rol. Het is een
engel van de Heer, die in een droom aan Jozef verschijnt en hem vertelt
dat Maria een kind draagt dat is verwekt door de heilige Geest. De
engel draagt Jozef op het kind de naam Jezus te geven.
De engel Gabriël wordt naar Nazareth gezonden om de maagd Maria het goede nieuws van haar zwangerschap te vertellen.
“De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug*u,
begenadigde, de Heer is met u.’ Zij raakte geheel in verwarring
door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden
bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus
moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste
worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David
geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn
koningschap zal geen einde komen.’
‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel.
‘Ik heb geen omgang met een man.’ De engel antwoordde haar:
‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u
overdekken*. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God.
Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van
een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde
maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria:
‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u
gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.” (Lc. 1,
28-37)
Kort na de geboorte van het kindje Jezus houden herders in de buurt de
wacht bij hun schapen. Opeens staat er een engel bij hen, “de
heerlijkheid van de Heer omstraalde hen”. De engel brengt het
goede nieuws van Jezus’ geboorte. Bij de gebeurtenis is
plotseling een heel leger uit de hemel aanwezig die God loven met de
woorden “Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede
onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.”
De engel beschermt het jonge gezin later, en vertelt opnieuw in een
droom aan Jozef naar Egypte te vluchten om de plannen van Herodes om
het kindje Jezus om te brengen, te dwarsbomen. Als Herodes sterft, weet
Jozef dankzij de engel van God dat ze veilig kunnen terugkeren.
Op de dag voor zijn dood, bidt Jezus op de Olijfberg. Een engel uit de
hemel verschijnt bij Jezus en geeft Hem kracht. Als Jezus is gestorven
gaan Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf. Er is
plotseling een aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel
neer, kwam naderbij, rolde de steen voor het graf weg en ging erop
zitten. “Zijn uiterlijk schitterde als een bliksemflits en zijn
kleding was wit als sneeuw (…) De engel zei tegen de vrouwen:
‘U hoeft niet bang te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt die
gekruisigd is. [6] Hij is niet hier: Hij is tot leven gewekt, zoals Hij
gezegd heeft. Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft (Mt.
28).
In het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes, wemelt het van
de engelen, zoals de engelen van de gemeenten Efeze, Smyrna en
Filadelfia. Er is een engel met het zegel van de levende God, dat hen
beschermt tegen de duivel. De engelen in de Openbaring loven en eren
God, met een gouden wierookvat bij het altaar, maar ze blazen ook op
zeven trompetten die rampspoed aankondigen en de zeven schalen van Gods
woede uit over de aarde in de hevige strijd tegen de boze. Die strijd
wordt gewonnen. Eén van de engelen boeit de duivel voor duizend
jaar en werpt hem in de afgrond en grendelt de put af.
Gevallen engelen
Dat brengt ons bij de
laatste groep engelen. Dit zijn geen hemelse engelen, zoals hiervoor,
maar gevallen of afvallige engelen. In de bijbel staan ze onder leiding
van de duivel, die geldt als de antichrist - de grootste tegenstander
van God. Gevallen engelen zijn door God uit de hemel verbannen omdat ze
tegen God in opstand kwamen en de mensen wilden verleiden. De
aanvoerder was Lucifer (betekent: lichtdrager). Dichter Joost van den
Vondel heeft dit gebeuren uitgebreid behandeld in het treurspel Lucifer.
De term engel in de bijbel is eigenlijk enigszins
misleidend
De aanduiding ‘engel’ voor een bode van God is misleidend
en schept verwarring. Dit is de visie van mijn oude prof. dr H. Jagersma. Mijn
emeritus hoogleraar Oude Testament en Hebreeuws te Brussel constateerde dat de
woorden mal’ach (Hebreeuws) en angelos (Grieks) uit de grondtekst
in onze bijbelvertalingen op twee manieren worden vertaald. Wordt er een bode
van mensen wordt bedoeld, worden beide woorden consequent als ‘bode’ vertaald.
Betreft het een bode van God, staat er ‘engel’.
De Septuaginta, de oudste Griekse vertaling van het Oude
Testament, maakt geen onderscheid tussen de beide bodes, en noemt ze allemaal
angelos. Jagersma hekelt de vertalers die de bijbel in hedendaagse talen
hebben overgezet, dat ze schijnbaar klakkeloos de Vulgaat (de Latijnse vertaling
van de bijbel waarvan de laatste versie uit de late Middeleeuwen stamt) volgen.
Die geeft de menselijke bode aan als nuntius , en de goddelijke als
angelus .
De vertaling ‘engel’ van het Hebreeuwse mal’ach en
het Griekse angelos ter aanduiding van een bode van God brengt een
verwijdering teweeg tussen de bijbel en onze huidige samenleving, schrijft
Jagersma. In de bijbel staat zo’n 300 keer de aanduiding ‘engel’ of ‘engelen’.
,,We kunnen dus rustig vaststellen dat het in de bijbel wemelt van de engelen.
Hoe komt het dat er in onze tijd blijkbaar geen spoor meer van die engelen is
terug te vinden?”
Jagersma betoogt dat met de termen mal’ach en
angelos in de bijbel geen aparte figuren, maar gewone mensen als boden
van God aangeduid worden. ,,Zoals altijd gaat het in de bijbel ook bij deze
boden er niet om wie iemand is of hoe iemand heet, maar wat iemand doet .
Wat iemand doet is bepalend voor de vraag of iemand op een bepaald
tijdstip in zijn leven een bode van God is of niet. Met dit beeld voor ogen is
het duidelijk dat het in onze samenleving, evenals in de bijbel, wemelt van de
boden van God.’’
Jagersma noemt in dit verband mensen die zich inzetten
voor vluchtelingen of voor vrede en welzijn bode van God.
Waarvan acte, met
alle respekt. Ik kan zijn mening helemaal delen. Toch in deze studie maar
uitgegaan van de algemeen gevoerde term "engel".
Engelen
komen uit Gods aanwezigheid.
Ze kunnen en weten meer dan mensen, zijn
machtiger dan wij en niet gebonden
aan menselijke grenzen. Ze voeren op
aarde en in de hemel Gods bevelen uit.
Het woord engel' betekent letterlijk
'boodschapper' en dat is ook één van hun taken volgens de bijbel. Als je alle
bijbelteksten bekijkt, blijkt dat engelen verschillende rollen vervullen.
De voornaamste zijn:
1. lofprijzers 2. boodschappers 3. strijders en
beschermers
LOFPRIJZERS:
'Engeltjes hebben vleugeltjes en staan in van
die witte jurkjes braaf de hele
dag te zingen in de hemel'. dat is het beeld
dat veel mensen hebben en dat je ook vaak op schilderijen ziet. Engelen zingen
inderdaad.
Maar het is echt niet zo'n lief klein koortje.
Het laatste
boek van de bijbel Openbaringen, geeft een kijkje in de hemel.
In hoofdstuk 5
vers 11 is te lezen: 'En ik zag en ik
hoorde een stem van vele engelen rondom de troon, (…) en hun getal was
tienduizend maal tienduizenden en duizend maal duizenden
Als je dat een beetje uitrekent, kom je op
z'n minst op zo'n honderd miljoen engelen. Er staat dus niet een koortje, maar
een immens leger te zingen voor Gods troon!
Er wordt vaak gedacht dat mensen
als ze sterven engelen worden in de hemel en dat ze dan eeuwig voor de troon
staan te zingen.
Er is in de bijbel geen tekst te vinden die daarop wijst.
Het is wel zo dat mensen als ze in de hemel komen God eer zullen bewijzen
omdat
Hij hun Koning is, maar er staat ook dat er dan een heel nieuw leven
begint,
dat veel meer omvat dan zingen alleen.
BOODSCHAPPERS:
Een engel kan verschijnen om een belangrijke
gebeurtenis aan te kondigen, maar ook om te vertellen wat iemand doen moet , of
om iemand te bemoedigen.
Vlak voordat Jezus werd gearresteerd kwam een
engel,
die Hem kracht gaf om zijn naderende marteldood aan te kunnen
Lucas 22 vers 43
Vooral in het Oude testament, komt het heel
vaak voor dat een engel een boodschap brengt of mensen iets duidelijk maakt.
Lees bijvoorbeeld het verhaal van Lot in Genesis 19 of dat van Gideon in
Richteren 6. Nog steeds verschijnen engelen aan mensen om hen iets duidelijk te
maken.
STRIJDERS EN BESCHERMERS
Lieve baby-engeltjes met vleugeltjes, witte
haren en een decoratief harpje;
dat klopt dus niet! Uit de bijbel lezen wij
dat engelen juist machtige verschijningen
zijn. Dat ze zich in sommige
gevallen ook echt gedragen als echte soldaten.
In de bijbel komen engelen
voor die zwaarden dragen en met tienduizenden tegelijk
ten strijde trekken.
Ze strijden tegen het kwaad.
Tegen alles wat slecht is en erop uit is de
plannen van God te dwarsbomen.
Ze staan aan de kant van het goede en
strijden daarvoor, omdat ze bevelen krijgen
van God, die het beste met ons
voor heeft. Engelen beschermen ook.
Tegen allerlei soorten gevaar. Er zijn
erg veel verhalen bekend van mensen
die in gevaarlijke situaties een 'engel'
ervaring hebben gehad."De engel des Heren legert zich rondom wie Hem vrezen, en
redt hen" Psalm 34 vers 8
Er zijn niet alleen engelen in deze wereld actief,
maar ook demonen.
In de bijbel wordt gesproken over een strijd.
Een
strijd tussen goed en kwaad, tussen God en satan, die ook de duivel wordt
genoemd.
STRIJD TUSSEN GOED EN KWAAD.
Satan betekent letterlijk: tegenstander.
Hij, die oorspronkelijk de hoogste engel was, is dé vijand van God. Hij is
actief hier op aarde en zijn enige doel is: mensen bij God vandaan krijgen en
houden.
En hij bedient zich van allerlei middelen: van haat in harten van
mensen tot oorlogen tussen landen en volken.Satan wordt daarbij geholpen door
demonen. In de bijbel staat dat demonen gevallen engelen zijn. Engelen die
ervoor gekozen hebben om aan de kant van de duivel te gaan staan. Ze helpen mee
om Gods plannen te dwarsbomen.
Het is met demonen net als met engelen: ze
laten zich lang niet altijd zien, maar ze zijn er wel. Het is dus niet zo dat de
onzichtbare geestelijke wereld één grote pot nat is.
En dat je je daar
zonder risico's mee kunt inlaten.
Je kunt in de greep raken van kwade
machten, zonder dat je dat wilt of er erg in hebt.
Satan kan zich heel mooi
voordoen. Liegen is zijn vak, daar is hij meester in.
Letterlijk staat er:
'de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht'.
In 2 Korintiërs 11:14 en in Johannes 8:44 staat 'de duivel is een leugenaar en een vader van
de leugen! Kijk uit en laat je niet in met bovennatuurlijke zaken zoals
horoscopen, glaasje draaien en geesten oproepen.
De kwade machten zijn
sterk- al is God sterker - het is beter om er niets mee te maken te
krijgen.
De Bijbel over
verschijningen van engelen
De Bijbel heeft veel verhalen, waarin engelen
voorkomen, die boodschappen van God doorgaven, mensen hielpen of Gods straffen
uitvoerden. Wij werpen achtereenvolgens een snelle blik in het Oude- en het
Nieuwe Testament.
In het Oude Testament
In Genesis 3:24 lezen we dat na de zondeval en het
oordeel van God twee hoge engelen, cherubim, het paradijs met een flikkerend
zwaard sloten voor de in zonde gevallen mens Engelen verschenen aan Abraham, zie
Genesis 18:1,2; Opmerking: Wij hebben hier te maken met een theofanie en twee
engelen; zie ook het vervolg bij Lot in Sodom, Genesis 19:1, waar de twee
engelen alleen verschenen.
Ter verduidelijking: De theologische aanduiding van
een engelenverschijning als een theofanie wil aangeven dat men gelooft met een
verschijning van God in een lichamelijke, menselijke gedaante te maken te
hebben. Zo wordt de 'Engel des Verbonds' met een hoofdletter geschreven omdat
men op grond van schriftuurlijk bewijs aanneemt met een verschijning van Jezus
Christus, Gods Zoon te maken te hebben. Deze overtuiging is o.a. gestoeld op
Maleachi 3:1, waar de Engel des Verbonds, geidentificeerd wordt als 'de HERE
(Jahweh), die gij zoekt.'
Engelen verschenen aan Jacob, in een droom; Genesis
28:12. In Genesis 32:22-32, worstelde hij met een engel, die een theofanie moet
zijn geweest; zie ook Hosea 12:4,5.
Een engel verscheen aan Gideon; Richteren 6:11. Een
engel verscheen aan de moeder en vader van Simson; Richteren 6:11; 13:3.
Opmerking: Aangezien hier geschreven is over 'de Engel van de Heer,' nemen wij
aan dat er ook hier sprake is van een theofanie. Wij letten speciaal op
Richteren 13:18, waar de engel zei dat zijn naam wonderbaar was.
In Galaten 3:19 schreef Paulus dat de wet door
middel van engelen aan Mozes was gegeven.
De uitgeputte en ontmoedigde Elia werd door een
engel bediend; zie 1 Koningen 19:5. De trouwe Elisa werd beschermd toen de
Syriërs hem gevangen wilden nemen; 2 Koningen 6:14-17.
Ezechiël kreeg in gezichten een enorme beschrijving
en uitlegging van de nieuwe tempel en het nieuwe Jeruzalem van een wezen, dat
hij soms als `man' beschreef; zie 40:3; 47:2,3.
Zacharia, de post-exilische profeet, zag in
merkwaardige gezichten een engel als boodschapper en uitlegger; zie Zacharia
1:8; 1:19; 2:1; 4:1; 5:5.
Het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament opent onmiddellijk met de
bediening van engelen: Johannes, de vader van Johannes de Doper, kreeg een engel
op bezoek toen hij in de tempel stond, hij schrok en kon de boodschap nauwelijks
geloven. Zijn ongeloof irriteerde de engel en hij sprak uit dat Zacharias stom
zou zijn tot de dag van de geboorte van zijn zoon. Maria kreeg een engel op
bezoek die haar meedeelde dat zij een zoon zou krijgen, bevrucht door de Heilige
Geest. Engelen deelden de herders in het veld mee dat de Messias te Bethlehem
was geboren. Engelen dienden Jezus in de woestijn na afloop van de verzoekingen.
Een engel versterkte Jezus in Gethsemané. Een engel rolde de zware steen weg en
opende de grafspelonk. Engelen stonden bij het lege graf en deelden de ontzette
discipelen mee dat Jezus was opgestaan. Twee engelen stonden bij de discipelen
toen zij Jezus natuurden, die zojuist van hen vertrokken was, opgevaren naar de
hemel. Petrus werd bevrijd uit de gevangenis. Uit een zwaar bewaakte cel
geloodst, deuren gingen vanzelf open - geloof me er zaten geen elektrische
deuropeners in met sensoren, die op beweging reageerden, zoals we in onze
warenhuizen hebben. De engel liep zelfs enkele straatjes met Petrus mee, die nog
steeds dacht dat hij droomde. Cornelius, een Romeinse hoofdman, Handelingen
10:1-3, kreeg een engel op bezoek, die hem vertelde dat hij uit Joppe een zekere
Petrus moest halen, want die had hem iets zeer bijzonders en belangrijks te
vertellen. Paulus op een schip in een storm op de Middellandse Zee, kreeg een
engel op bezoek - Handelingen 27:23, die hem instructies gaf hoe iedereen aan
boord behouden zou kunnen worden - en dat gebeurde ook.
Jezus over engelen
Jezus zei over engelen, dat zij voortdurend het
aangezicht van God zien. De engel, die aan Zacharias verscheen, zei dat hij voor
Gods aangezicht stond; zie Lucas 1:19 en daarom geloof had verwacht.
Beschermengelen
In Matteüs 18:10 wees Jezus erop dat wij kinderen
niet tot zonde moeten verleiden, want hun engelen zien in de hemel voortdurend
het aangezicht van zijn Vader. In de Rooms Katholieke leer komen wij het geloof
tegen dat elk mens een hem begeleidende engel heeft, die het gehele leven hem
volgt en leidt. Zie Handelingen 12:15, waar de bevrijde Petrus aan de deur stond
te kloppen en men het niet geloofde; 'het is zijn engel,' zei men. In Psalm
91:11, 12 staat het geloof in engelenbescherming van een zeer gelovig, oud
testamentisch dichter opgeschreven: "Want Hij zal aangaande u zijn engelen
gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; op de handen zullen zij u dragen,
opdat gij uw voet niet aan een steen stoot."
Engelen zondigden
In 2 Petrus 2:4 lezen we over engelen, die
gezondigd hadden en die door God in de afgrond geworpen werden. Het woord dat
door 'afgrond' is vertaald, is het Griekse `tartarus' en dit woord komt in de
Bijbel slechts in dit vers voor. Ook in Judas 6 lezen we over deze gevallen
engelen, die 'hun eigen woning' verlieten. Ongetwijfeld wordt er verwezen naar
de oerval in de wereld van de geesten, die aan de zondeval van de mens vooraf is
gegaan. Tartarus wordt geïdentificeerd met de 'bodemloze put,' of 'put van de
afgrond,' waarnaar in het boek Openbaring wordt verwezen' zie Openbaring
9:1,2,11; 20:1,3. In Lucas 8:31 smeekten de boze geesten Jezus hen niet naar de
afgrond te zenden.
Het gaat om een juist- en
bijbels perspectief t.a.v. 'Engelen' !
In de Bijbel staat veel
over engelen geschreven. Door de hele Bijbel kom je ze tegen. Ik wil een aantal
dingen aanhalen, maar eerst het volgende: Engelen zijn dienaren van God en ze
eren Hem. Ze zijn NIET geschapen om zelf aanbeden te worden; zie Openbaring
19:9-10 en Openbaring 22:8-9
Openbaring
19:9-10 - Engelen mogen niet aanbeden worden!
'Toen zei de engel
tegen me: ‘Schrijf neer: Gelukkig zij die zijn uitgenodigd voor het
bruiloftsmaal van het Lam.’ En hij voegde eraan toe: ‘Deze woorden komen van God
en zijn waarachtig.’
Ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar
hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar, zoals u en uw broeders die trouw
blijven aan het getuigenis van Jezus. Aanbid God!’ Want het getuigenis van Jezus
is wat de profeten doet spreken.
Openbaring 22:8-9 - Engelen zijn dienaren van GOD die
je niet moet aanbidden
'Ik, Johannes, heb dit allemaal gehoord en
gezien. Toen ik dit alles gehoord en gezien had, viel ik in aanbidding neer voor
de voeten van de engel die mij alles had laten zien.
Maar hij zei tegen mij:
‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar net als u en uw broeders, de profeten en als
degenen die vasthouden aan de woorden van dit boek. Aanbid God!'.’
Engelen zijn geschapen
Engelen zijn net
als wij geschapen. Ze hebben alleen niet zoals wij een lichaam, want het zijn
geestelijke wezens. Ze zijn gemaakt in de geestelijk schepping, die plaatsvond
vóór dat ons heelal werd geschapen. In Job 38:4-7 kun je lezen dat de engelen
juigden toen de grondvesten voor de aardse schepping gelegd werden.
Er zijn
ontelbaar veel engelen. Jezus spreekt over 12 legioenen (Mattheüs 26:33). Een
enorm leger dus. God wordt dus niet voor niets de HERE der heerscharen genoemd.
Engelen zijn onsterfelijk (Lucas 20:36) en hebben de 'goddelijke
natuur'. (Lucas 9:26) Ze bezitten een bovenmenselijk intelligentie, maar weten
niet alles. Ze weten bijvoorbeeld, net als Jezus zelf, niet wanneer de
wederkomst precies zal zijn. Dat weet alleen God. (Mattheüs 24:36)
Engelen zijn niet mannelijk of vrouwelijk. Ze trouwen niet en planten
zich ook niet voort. (Matt. 22:30) Het totale aantal geschapen engelen blijft
dus altijd gelijk.
Dienaren uit vrije
wil
Engelen zijn dus geschapen om God en Jezus te dienen in de
hemel en lof te brengen voor de troon. Ze zijn volledig op Gods wil gericht.
Toch zijn het geen robotten, wat engelen hebben wel degelijk een vrije wil. Het
is hun vrije keus om God te dienen.
Eén van de engelen heeft op een foute
manier gebruik gemaakt van zijn vrij wil. Hij zag het niet zo zitten om vóór de
troon te staan. Hij zag zichzelf liever op de troon zitten.
Jesaja
14:12-15 zegt:
'Morgenster, wat ben je diep gevallen! Je plaats was aan de
hemel, je wekte het morgenrood, je bedwong de volken, nu lig je neergestort ter
aarde. Je dacht bij jezelf: Ik klim op naar de hemel, richt mijn troon op boven
de verste sterren, ik neem plaats op de berg waar de goden samenkomen, op de
flanken van de Safon. Ik stijg boven het wolkendek uit, steek de Allerhoogste
naar de kroon. Maar je stortte neer in het dodenrijk, in het diepst van de
afgrond'.
Hoewel God engelen en mensen met een vrij wil gemaakt heeft, is
het dus niet Zijn bedoeling dat zij zich boven Hem willen plaatsen. Dat kan ook
niet. Een schepsel kan zich niet boven zijn Maker verheffen. Dat leidt tot een
val.
Deze engel, satan (wat 'tegenstander' betekent), is dan ook door
God op de aarde geworpen vanwege zijn hoogmoed. Hij is bewust tegen Gods wil
ingaan. Hij heeft zich tegen God gekeerd. Daarom heeft God hem uit zijn omgeving
weggestuurd.
Deze gevallen engel is niet alleen gevallen. Hij heeft 1/3
van de engelen met zich meegesleurd in zijn val. (Openbaringen 12:4 - met
sterren, wordt hier engelen bedoeld) Deze engelen worden nu 'boze
geesten/machten' of 'demonen' genoemd.
In Ezechiël 28:11-17 staat iets
over hoe satan eruit zag vóór zijn val. Hij WAS een van de mooiste engelen. Het
stukje is een profetie over de stad Tyrus, maar wordt ook gezien als
beschrijving van satan vóór zijn val.
'Eens was je het toonbeeld van
volmaaktheid; je was vol wijsheid en onvergelijkelijk mooi. Je leefde in Eden,
de tuin van God. Je kleren waren bedekt met edelstenen: topaas, rode en groene
jaspis, turkoois, onyx en nefriet, saffier, bloedsteen en smaragd, kostbare
stenen in goud gevat. Op de dag dat je werd geschapen lagen ze gereed.
Naast
je plaatste ik een engel met uitgespreide vleugels, om je te beschermen. Je
woonde op de heilige berg van de goden, je werd omringd door fonkelende stenen.
Vanaf de dag dat je werd geschapen heb je eerlijk en oprecht geleefd, tot ook
van jou het kwaad zich meester maakte.
(De handel van je stad breidde
zich uit), je raakte verstrikt in onrecht en geweld. Daarom verbande ik je van
de godenberg; de engel die je eens beschermde, verdreef je van de berg met de
fonkelende stenen. Hoe trots was je op je schoonheid! Maar je verloor niet
alleen je luister, ook je wijsheid verdween. Ik wierp je neer op de aarde, (de
koningen keken op je neer, vol leedvermaak).
Hoewel satan dus op de aarde
geworpen is, en zeker niet meer een van de mooiste en slimste engelen is, zal
hij zich nog steeds kunnen voordoen als een engel van het licht, om mensen te
verleiden. ( 2 Kor. 11:14)
Hoe zien
engelen eruit?
Hierboven is al een klein stukje te zien over hoe
satan eruit zag vóór zijn val. Toen hij dus nog bij God woonde. Hij werd
Morgenster genoemd. De Bijbel spreekt echter over meerdere 'soorten' engelen;
malachim, cherubim en serafim. Het zijn beslist geen schattige
baby'tjes-engelen, maar krachtige/sterke helden!
Psalm 103:20,21 - Engelen:
de sterke dienaren van GOD
'Engelen, dank de Heer! Sterke helden die zijn
bevelen opvolgen, woord voor woord uitvoeren, hemelse machten die aan al zijn
wensen voldoen, dank de Heer!'. Engelen lofprijzen God en zijn daarnaast
toegerust met de taak van boodschapper (dat is ook de letterlijke betekenis van
het woord 'malach' (engel)) en/of hebben ze de taak van beschermer. Ze zien en
indrukwekkend uit en soms zelf beangstigend. Ze zijn ook een stuk groter dan
mensen. Vaak wanneer ze tot mensen spreken, beginnen ze met: 'Vrees niet.'
Soorten engelen
Malachim
(of engelen)
De malachim zijn de boodschappers, die God naar de aarde
stuurt. Ze worden ook wel 'zonen van God' genoemd of 'morgensterren'. Ze zien er
anders uit dan de cherubim en serafim. Ze kunnen verschijnen in menselijk
gedaante en worden in de Bijbel eigenlijk nooit aangeduid met vleugels.
Onder 'de malachim' bevinden zich ook de aartsengelen. Twee ervan worden
in de Bijbel met naam genoemd.
Michaël (Daniël 10: 13-21 / 12:1): Hij is
legeraanvoerder van het hemelse engelenleger en voert strijd tegen satan en zijn
engelen. Hij is beschermer van Gods volk.
Gabriël (Daniël 8:15 / 9:21) : Hij
legt de profetieën uit en kondigt belangrijke gebeurtenissen
aan.
Aartsengelen komen in opdracht van God naar de aarde om mensen te
beschermen of te informeren. Ze handelen nooit op eigen gezag. Omdat ze een
menselijke gedaante kunnen aannemen zijn ze soms voor ons zichtbaar. Het is
echter aan God of Hij onze ogen voor hen opent. Deze engelen zijn ook enorm
snel, omdat ze tussen de hemel en de aarde heen en weer gaan. Enkele voorbeelden
van ontmoetingen met engelen:
Gideon - Richteren 6:11-22
Eliza - 2
Koningen 6:15-18
Bileam - Numeri 21:21-35
Zacharias en Maria - Lucas 1:
11-20 ; Lucas 1: 26-38
De Herder in het veld - Lucas 2:8-15
Petrus -
Handelingen 12:6-11
Deze teksten geven een goed beeld van de ontmoetingen
tussen mensen en engelen. Het is te lang om ze hier allemaal te plaatsen, maar
lees ze zeker door in je Bijbel, voor een compleet beeld.
Een ernstig
misverstand is het om te denken dat ieder mens en/of dier zijn eigen clubje
engelen heeft, helemaal voor hem alleen! Iemand zei eens: "Ik zag mijn engelen
dansen met die van mijn vriend en toen wist ik dat het goed zat tussen ons." Dat
is dus de grootste onzin mogelijk! Wij hebben geen eigen engelen die feestvieren
met engelen van een ander. Engelen dienen God en niet ons! Ze kunnen ons helpen
en beschermen, maar ze handelen enkel op Gods gezag en tot Zijn eer!
De Engel des HEREN
De
Engel des HEREN of engel van de HEER is een van de malachim-engelen. Vaak wordt
er gesproken over een Engel die namens God spreekt. Nu doen in principe al Gods
engelen dat, maar als er gesproken wordt over 'DE' engel van de Heer, dan
spreekt deze ook echt de woorden, alsof het God zelf is, die aan het woord is.
Nu is God natuurlijk geen engel, dus dat kan soms in de tekst nogal verwarrend
zijn.
Cherubim (of cherubs)
Cherubim of cherubs zijn veelal wachters. Ze worden ook wel
'zwaarddragers' genoemd. Ze staan bij de ark van het verbond in het Heilige der
Heilige (Ex. 25:19-22) en bij de ingang van het paradijs, nadat de mensen
hieruit verdreven is (Gen 3:24). Ook zijn deze cherubs in de stoffen gordijnen
geweven in de tempel van Salomo (Ex. 26:3). Ze bewaken de plaats waar God woont,
zodat de mens in zijn zondigheid niet zomaar in Gods nabijheid kan komen.
Waar cherubs zijn is God. Ze dragen God. God rijdt op hen. Ze worden ook wel
'wolken' of 'bliksem' genoemd. Vier cherubs vormen samen raderen, waarop de
troon van God zich voortbeweegt. Ze vormen als het ware samen Gods troon. (2 Kon
19:15; Ps. 80:2; Ps. 99:1; Ps. 103:21)
Ezechiël krijgt een visioen,
waarin hij eerst veel cherubim ziet en later Gods troon. Ezechiël hoofdstuk 1:
vers 3-38
'Daar richtte de Heer zich tot mij. Ik werd door zijn macht
overweldigd.
Dit zag ik: er stak een storm op uit het noorden; uit een zware
wolk, omgeven door een lichtgloed, schoten felle bliksemstralen. In de wolk was
vuur dat leek op blinkend metaal. In het midden kon ik vier levende wezens
onderscheiden. Zij zagen eruit als mensen, maar ieder van hen had vier gezichten
en vier vleugels. Hun benen waren recht; hun voeten leken op de hoeven van een
kalf en glansden als gepolijst brons. Ze waren met hun gezichten en hun vleugels
naar vier zijden gericht. Onder elke vleugel was een mensenhand zichtbaar.
Wanneer ze zich voortbewogen, in welke richting dan ook, gingen ze recht
vooruit zonder hun lichaam te draaien. De vier gezichten leken bij ieder van hen
van voren op dat van een mens, rechts op dat van een leeuw, links op dat van een
stier en van achteren op dat van een arend. Twee van hun vleugels waren naar
boven uitgestrekt en raakten elkaar, met de twee andere bedekten ze hun lichaam.
Overal waar ze heen wilden gaan, daar gingen ze heen. Ieder van hen bewoog zich
recht vooruit zonder zijn lichaam te draaien. Tussen hen in was iets dat leek op
gloeiende kolen, op fakkels die heen en weer schoten. Het vuur verspreidde een
felle gloed en er schoten bliksems uit. Ook de wezens zelf flitsten als
bliksemstralen heen en weer.
Terwijl ik naar hen keek, zag ik op de
grond naast elk van de levende wezens een wiel. De vier wielen schitterden als
turkoois. Ze waren gelijk van vorm en waren zo gebouwd dat het leek of ze in
elkaar grepen. Ze bewogen zich in vier richtingen zonder te keren. De wielen
waren ontzagwekkend hoog; de velgen waren geheel bedekt met ogen. Als de wezens
bewogen, bewogen de wielen naast hen ook; als ze stilstonden, stonden de wielen
ook stil; als ze zich losmaakten van de grond, deden de wielen dat ook. De
kracht die in de wezens was, beheerste ook de wielen.
Boven hun hoofd
was een soort koepel met de verblindende glinstering van ijskristal. Daar, onder
de koepel, stonden ze; twee van hun vleugels waren naar elkaar toegewend, met de
beide andere bedekten ze hun lichaam. Als ze zich bewogen, hoorde ik het slaan
van hun vleugels; dat klonk als het gebulder van de zee, als het dreunen van een
grote legermacht, als de stem van de machtige God. Stonden ze stil, dan vouwden
ze hun vleugels weer. Er klonk een stem boven de koepel.
Daar zag ik
iets dat leek op een troon, fonkelend als saffier. Op de troon zat een gedaante
met het uiterlijk van een mens. Het bovenlichaam was als blinkend metaal, als
vuur door een doorschijnend omhulsel omsloten; het onderlichaam was als vuur,
omgeven door een felle gloed, een gloed als van de regenboog tegen de wolken. Zo
verscheen de Heer in al zijn majesteit. Toen ik dit zag, viel ik voorover op de
grond'.
Kenmerkend aan cherubim zijn de vleugels, de vier gezichten, de
ogen en de wielen. De vleugels bedekken voeten en lichaam. Bij de ark worden ze
beschreven met 2 vleugels, in dit visioen van Ezechiël met 4 vleugels.
Ze worden beschreven met vier gezichten: mens (voorzijde); leeuw
(rechts), stier (links) en arend (achter). Wat dan zegt men, symbolisch weer
moet staan voor: verstand, majesteit, kracht en snelheid/ scherpe blik. De
voeten van de cherubim, lijken volgens Ezechiël op die van een kalf, dus met
hoeven, vermoed ik; terwijl de handen wel op die van een mens lijken. Ook wordt
er geschreven over vele ogen op het lichaam. En over de vleugels, die lijken op
die van een arend (waarschijnlijk, om de grootte van de vleugels aan te geven).
Serafim (of serafs)
Over
serafs wordt eigenlijk alleen wat gezegd in Jesaja 6: vers 1-7:
'In het
sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon
en zijn zomen vulden de tempel.Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels:
met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met
twee vloog hij. En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE
der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol.
En de
dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook.
Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen,
en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de
Koning, de HERE der heerscharen, gezien. Maar een der serafs vloog naar mij toe
met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; hij
raakte mijn mond daarmede aan en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu
is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.
Serafs bevinden zich
dicht bij Gods troon. Ze hebben 6 vleugels, waarvan er twee het gezicht
bedekken, 2 de voeten (sommige vertalingen zeggen 'schaamdelen i.p.v. voeten) en
twee om te vliegen. Kenmerkend voor de Serafs is, dat ze Gods heiligheid
verkondigen en bewaren, door voortdurende lofprijzing. Zij zeggen steeds:
"Heilig, heilig, heilig, is de HERE der heerscharen." Een van de manieren om
Gods heiligheid te bewaken, is het gebruik van vuur; bijvoorbeeld door de
gloeiende kool. Deze engelen worden ook wel 'vuurengelen' genoemd. Ze lijken
meer op cherubim dan op malachim.
Engelen van God herkennen
Engelen horen
bij God, althans de meeste. Zoals eerder genoemd is eenderde van de engelen met
satan, de tegenstander van God, op de aarde geworpen. Daar proberen ze mensen te
misleiden. Satan's engelen proberen zich voor te doen als engelen van God. In de
Bijbel staan meerdere verhalen over engelen die aan mensen verschijnen, maar
altijd met een boodschap of opdracht van God.
Je kunt een engel die van God komt (-als je er ooit
één tegenkomt-) aan 3 dingen herkennen:
Engelen stellen God
centraal en zijn majesteit, heiligheid en grootheid. Ze spreken de Bijbel nooit
tegen. Ze willen geen focus op zichzelf en vragen geen aanbidding.
Engelen
die Jezus niet erkennen als de Zoon van God én als 'Heer', komen niet van God.
(Sommige gevallen engelen noemen Jezus namelijk wel de Zoon van God, maar
erkennen Hem niet al Heer)
Engelen komen en handelen niet op ons menselijk
commando. Ze doen alleen Gods wil en op Zijn commando. Als dat niet zo is, komen
ze dus niet van God.
MEDIUM IN TV.
PROGRAMMA'S!
In deze
dagen zien we ook op tv, dat programma's worden gemaakt met mediums die
spectaculaire zaken laten horen over het verleden of de toekomst van bepaalde
mensen, het is niet goed om hier naar te kijken omdat we daardoor een open deur
naar ons geestelijk leven geven, waardoor satan en demonen een toegang naar ons
leven krijgen. Toen God de wereld schiep was het goed, maar daar bracht satan al
snel verandering in. In Genesis 3 en
Openbaring 12
lezen we hoe het
kwaad in de wereld kwam en zijn intrek nam in de harten van mensen.
En hoe
er toen een breuk kwam tussen God en mensen.
In die ellendige wereld zond
God Zijn Zoon.
Hij ging de strijd aan met de duivel en overwon.
Die
overwinning was een feit toen Jezus stierf aan het kruis.
Tegen deze
volmaakte daad van liefde kon de duivel niet op.
Aan het kruis werd de macht
van het kwaad en de zonde gebroken en werd de weg naar God weer geopend. Toen
Jezus daarna opstond uit de dood, werd ook de macht van de dood
overwonnen.
'WANT ALZO LIEF HAD GOD DE WERELD DAT HIJ ZIJN
ENIGGEBOREN ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT EEN IEDER
DIE IN HEM GELOOFT, NIET
VERLOREN GA,
MAAR EEUWIG LEVEN HEEFT' JOHANNES 3:16!
Geloven in de Zoon
betekent delen in de overwinning. De overwinning op het kwaad.
Iedereen heeft
last van het kwaad in zijn leven.
Het zijn niet alleen anderen die fouten
maken. Een ieder draagt zijn steentje bij aan het feit dat het hier op aarde
absoluut niet volmaakt is.
Omdat we allemaal zondig zijn, zijn we allemaal
schuldig.
Maar Jezus nam die schuld op zich door in onze plaats aan het
kruis te sterven en weer op te staan uit de dood. Door Jezus is vergeving
mogelijk.
Als je dat gelooft, zul je eeuwig leven.
JEZUS KOMT
TERUG!
Deze wereld draait niet
eindeloos zo door. God stuurt zijn Zoon nog één keer.
Hij zal dan zijn
koninkrijk op aarde voorgoed vestigen en dan begint het nieuwe, eeuwige leven
pas echt. Tot die tijd heeft de duivel nog macht en werken zijn demonen hard om
mensen van God af te houden. Daarentegen zijn ook Gods engelen actief om mensen
te beschermen! God stuurt soms een engel op je pad en dat is iets om dankbaar
voor te zijn. Maar ook als dat niet gebeurt, is God een God die naar je omziet.
Dat heeft Hij laten zien in de dood en de opstanding van zijn Zoon. Hem
ontmoeten is dan ook het allerbelangrijkste !
|