FAVICON VAN HOLYHOME.NL
ANKER
Als
maker van deze site heb ik zo'n icoon gemaakt en veel grafische
webbrowsers laten deze zien, zoals recente versies van Internet
Explorer, Firefox, Mozilla, Opera en Konqueror. Browsers die faviconen
ondersteunen laten deze meestal zien in de adresbalk. Tevens worden ze
meestal gebruikt in de lijst met bladwijzers of favorieten. Een icoon
van herkenning dus. Tot op de dag van vandaag siert dit embleem mijn agenda en vormt het anker mijn dagelijkse inspiratie.
Waarom gekozen voor het anker ?
Wel, dat heeft te maken met mijn dertien-en-een-half-jarige tijd als beroepsmilitair bij de Genie. Jaren die mij bijzonder veel hebben geleerd over het leven. Als baretembleem droeg ik het wapen van het regiment pontonniers:
HET ANKER VAN DE ZIEL
De zekerheid dat wij gered zullen worden, is een sterk en
betrouwbaar anker voor ons leven.
Hebreen 6:1
Anker: werktuig om schepen op
de bodem van rivieren en zeeën zo vast te haken, dat zij ondanks
wind en storm op dezelfde plaats blijven. De uitvinding is zeer oud.
Reeds Plinius schrijft erover. In de Bijbel is er alleen van anker
sprake in het verhaal van de zeereis van Paulus (Hand.27:29,30). In
Hebr.6:19 is het anker een symbool van de Christelijke hoop. In die
betekenis gebruikten de oudste Christenen het ook en plaatsten het op
hun grafzerken.
In Hebr. 6:19 wordt de hoop vergeleken met het anker van de ziel, dat
tot in het heiligdom achter het voorhangsel reikt, dus tot in de hemel
bij Jezus onze Hogepriester. Wat kan de ziel wankelmoedig zijn! Heen en
weer geslingerd als een schip op de woeste golven. Allerlei emoties
kunnen ons parten spelen; twijfel, onrust, angst, paniek, verwarringen
en schuldgevoelens. Onzekere gedachten gaan een eigen leven leiden en
zorgen voor slapeloze nachten. De ziel ligt dan als een schip in het
woelige water geen moment stil. Het is noodweer in het hart. De storm
slaat toe…
Wat doet een schipper in zo’n geval? Hij werpt het anker uit! Er
is een stevig anker nodig, zwaar en hecht. Het heeft ook een vaste
bodem nodig, waar het zich in vast kan hechten. Wat een prachtig beeld
voor het geestelijke leven!
Als het anker van de ziel is uitgeworpen in het heiligdom bij Jezus,
dan ligt het onwrikbaar vast! De bijbel zegt: ‘het anker van de
ziel is de hoop’. We dienen dus wel te weten wat deze bijbelse
hoop inhoudt en hoe dat werkt in de praktijk van het geloofsleven.
Niet uitvaren zonder anker
Zonder anker moet een schip
niet uitvaren. Zonder hoop en verwachting kan geen christen het
volhouden op de levenszee. Zo dienen we er dus goed op te letten dat
ons schip voldoende is toegerust. Een grondige inspectie is
noodzakelijk. Is alles aan boord? Weten we zeker dat het anker van de
hoop er ook is? Zo niet! Dan terug naar de haven. Terug naar Jezus! Hij
heeft een voorraadmagazijn vol met ankers van hoop. Hij zal een stevig
anker meegeven, dat tegen alle storm bestand is.
In de praktijk betekent
dat: een dagelijks verwachten. Dagelijks de hoop en verwachting
vasthouden. Dagelijks iets van God verwachten. Pessimisme en somberheid
is als een wolk, die de zon van de hoop verduistert. Een christen mag -
ziende op het kruis waar alles volbracht is - afrekenen met zorgen door
deze in de hand van de Heer te leggen.
Er is hoop
Bijbelse hoop is een levend verwachten van iets waarvan we zeker zijn, dat het komt!
Dit is dus wel even iets anders dan wij er in de gebruikelijke zin
onder verstaan. Hoe vaak zeggen we niet, als we ergens niet zeker van
zijn: 'nu ja, ik hoop maar dat het gaat gebeuren, maar ik ben er niet
zeker van'. Er is dus echt wel een groot verschil tussen de bijbelse en
de wereldse hoop.
We kennen allen wel de bij
elkaar behorende symbolen van geloof, hoop en liefde. Het kruis, het
hart en het anker. Nu spreken we veel over het geloof en de liefde,
maar er wordt minder gesproken over de hoop… De bijbelse hoop
richt zich na de uitstorting van de Heilige Geest vooral op de
naderende wederkomst van de Here Jezus. En dan beseffen we ook, dat dit
een hopen is met de zekerheid van de uitkomst.
Het is als bij een vrouw, die in verwachting is. Zij ziet uit naar het
einde van haar verwachtingstijd en dat is de geboorte. Nu kunnen er
daar nog wel complicaties optreden. Het kan soms zelfs helemaal
misgaan, maar bij de geestelijke verwachting, zult u zeker niet
beschaamd uitkomen.
Christus onze hoop
In 1Tim. 1:1 wordt ook vermeld dat Christus onze hoop is en in Rom. 15:13 is sprake van de 'God van de hoop'.
Samengevat kunnen we dus zeggen: De God van de hoop. Christus wordt
onze hoop genoemd. Wij zelf ontvangen in de wedergeboorte zoveel van
God dat we zelf een levende hoop worden genoemd en dan worden ook nog
eens opgewekt om door de kracht van de heilige Geest overvloedig te
zijn in de hoop. Nu als dát niet een hoopvolle zaak is, dan weet
ik het niet meer! Dan kan het toch niet meer stuk?
Geladen met hoop
Het is werkelijk een
hoopvolle zaak om een christen te zijn. U bent geláden met hoop!
De vonken van de hoop en verwachting zouden er af moeten springen.
Boordevol hoop. Zullen we ons niet langer laten kwellen en neerdrukken
door sombere gedachten en zorgen? Zullen we het woord
‘hopeloos’ maar uit ons levensboek schrappen? U mag geloven
dat er dingen gaan veranderen, situaties zich kunnen gaan
wijzigen… En wat eigenlijk het grootste is: dat we zelf zodanig
zullen veranderen dat de omstandigheden geen greep meer op ons krijgen
en dat we zo opgetild worden bóven de situatie en moedig verder
kunnen gaan. De omstandigheden zullen dan niet meer als tegendruk, maar
als een voorwaartse druk ervaren worden. Het is als met de adelaar, die
de krachtige luchtstromen gebruikt om zich te verplaatsen in plaats van
er in vruchteloos verzet tegenin te gaan.
In Rom. 8:28 staat
geschreven dat God alle dingen wil laten meewerken ten goede en als we
dat echt geloven kan geen tegenwaartse druk in de lucht of verschil in
waterniveau ons afhouden van het doel, waartoe God ons heeft geroepen
om dat te bereiken. Laten we trachten niet langer in te gaan tegen alle
mogelijke problemen, maar deze gebruiken om geestelijk verder te komen.
Een hoopvol leven, maar hoe?
Nu klinkt dat allemaal wel
prachtig natuurlijk, maar de vraag rijst toch hoe we daar in de
praktijk mee uit de voeten komen. Wat is nodig voor een dergelijk
hoopvol leven?
De wedergeboorte - (1Petr. 1:3)
Een geboorte vindt plaats
na de verwekking en het voldragen van de vrucht. De geboorte is het
begin van een nieuwe levensfase en dient uit te groeien naar de
volwassenheid. De wedergeboorte vindt ook plaats na de verwekking door
de Heilige Geest in bekering en overgave van het hart en is het begin
van het nieuwe leven. Vanaf dat begin bent u wedergeboren tot een
levende hoop en behoort de hopeloosheid van het oude leven tot het
verleden.
Bereidwilligheid
Als een wederom geborene
zullen de signalen van hoop, vanuit ons leven naar de omgeving dienen
te worden uitgezonden. Dan zullen ook anderen moed vatten, om te
geloven dat er temidden van de kolkende levenszee redding en uitkomst
is.
Dit gaat niet zonder meer vanzelf. Daar is visie en bereidwilligheid
voor nodig. Bereidwilligheid om een leven te leiden van geloof en
verwachting en dit ook uit te stralen naar anderen om ons heen. Hier
gaat ook onze wil weer een rol spelen. Na onze bekering komen we als
jonggeboren gelovigen met nieuwe karaktereigenschappen van verwachting
en hoop al snel tot de ontdekking, dat de oude krachten van ons
natuurlijke leven weer een greep trachten te krijgen in ons binnenste.
Als deze oude krachten de overhand krijgen dan smoren ze echt alle hoop
en verwachting in uw leven en gaat het er al snel weer hopeloos
uitzien!
Maar u gaat de moed niet opgeven, want de Heer wil u door de Heilige
Geest de overwinning geven. De Heilige Geest vraagt daartoe echter wel
de inschakeling van uw wil, want Hij wil uw eigen verantwoordelijkheid
niet aantasten. Daar is de Geest heel strikt in. Dus wat nodig is:
Bereidwilligheid om uw wil in te laten schakelen in het van God verwachten.
Laten heiligen van uw wil. (Laten zuiveren van egoïstische motieven)
Vrijwillige overgave van uw wil aan Gods wil (Dit betekent niet dat uw
wil wordt gebroken. God is niet gebaat bij mensen met een gebroken wil,
maar met een overgegeven wil)
Laten uitwerken van Gods wil in uw leven.
Zowel het willen als het werken - Fil. 2:12, 13:
‘Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam
zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar
nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze
en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als
het werken in u werkt’.
Volharding
Dan volgt de volharding. Er
wordt veel begonnen zonder te voleindigen. Men begint en men stopt.
Soms met groot enthousiasme, maar vaak uitgaand als een nachtkaars. Het
zijn de overwinnaars die aan de eindstreep komen!
Een duidelijke schriftplaats is: Hebr. 10:35-39: 11:1: 'Geeft dan uw
vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te
wachten.Want u hebt volharding nodig, om, de wil van God doende, te
verkrijgen hetgeen beloofd is.'
Het begint met vrijmoedigheid om de belofte te aanvaarden, het vervolgt
met de volharding om de belofte te verkrijgen en het besluit met de
conclusie, dat de hoop door de werking van het geloof tot een zekerheid
wordt.
De weg der volharding - Rom. 15:4-6
'Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht
geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting
der Schriften de hoop zouden vasthouden.'
Vertroosting van de Schriften
Het is goed om hierop te
letten. De hoop wordt gevoed door het Woord van God. Laat het Woord in
u planten, laat het in u gegrond worden... Het Woord van God is het
voedsel voor de hoop, mits het met geloof gepaard gaat en in de liefde
gedrenkt is.
Laat me u een voorbeeld
meegeven. Hoop is als de trede van een hoge ladder, die ver omhoog
leidt of als de pin die de bergbeklimmer in de rotswand slaat als
houvast om verder te klimmen. Het leven van een christen in zijn weg
naar omhoog. Hij is als een klimmer, die steeds verder kan gaan bij de
gratie van die ene pin of die ene trede van de geloofsladder. Zo helpt
de hoop ons om dagelijks verder te gaan.
Een woord van hoop, een belofte van God om vast te houden. Zonder dat redden we het niet!
Geen verdringing
We willen wel reëel
blijven en niet de ogen voor de moeilijkheden sluiten. Geen verdringing
van de feiten. Naast de bergwand ligt de diepte van de afgrond. Maar
daar is dat ene touw dat ons vasthoudt. Het is die ene stalen pin waar
we ons aan vast kunnen klemmen. Het is die dagelijkse belofte in de
omgang met de Heer waardoor we verder kunnen! Ook gaat de bergbeklimmer
meestal niet alleen. Vooraan gaat de gids en met touwen is hij
verbonden aan de andere klimmers. Ook wij hebben onze Gids en tal van
broeders en zusters klimmen met ons mee!
Alleen voor de verre toekomst?
Nu zou de vraag kunnen
rijzen of we bij de bijbelse hoop en verwachting toch niet vooral aan
de toekomst moeten denken en dat we ons daarbij vooral moeten richten
op de wederkomst van Christus. Nu is het zeker heel belangrijk, dat we
er bij stilstaan dat onze uiteindelijke grote en definitieve
verwachting de wederkomst van de Heer is en dat op dat moment al onze
tijdelijke verwachtingen in Gods perspectief vervuld zullen worden.
Toch zouden we aan de waarheid tekort doen, als we het wonder van de
verwachting alleen op de toekomst van Jezus' komst zouden vestigen. Zou
er dan geen hoop en verwachting zijn voor goddelijk ingrijpen in de
levensomstandigheden van het heden? Er is zeker wel vaste bijbelse
grond om een belangrijke plaats in te ruimen voor hoop en verwachting
voor dit leven. Ik denk aan David, die uitroept in Psalm 27:13, 14:
‘O, als ik niet had geloofd de goedheid van de Heer te zullen
zien in het land der levenden! Niet alleen na ons sterven is er
vertroosting, maar ook in dit leven wordt Hij de God der Vertroosting
genoemd!
Niet boven vermogen
Mogelijk sputtert u nog wat
tegen. Ja maar, ik heb het toch wel erg moeilijk en er komt maar geen
einde aan. Is dat Woord wel waar? Houden we ons zelf niet voor de gek?
Dit kan een heel reëel gevoel zijn en de bijbel zwijgt zeker niet
over deze prangende vragen. U kunt ze tegenkomen in de psalmen en bij
de profeten…
Maar God heeft er wel een antwoord op gegeven en bovenal heeft Hij
aangegeven, dat Hij zelf in alles vooraangaat en als een Hogepriester
al deze bange vragen en overwegingen zelf doorleeft heeft alvorens de
overwinning te behalen.
Ik ga u weer de Schrift voorhouden. Dat is immers de enige bron waaruit
we wijsheid kunnen putten. In 1Cor. 10:13 lezen we, dat we geen
bovenmenselijke verzoeking hebben te doorstaan. Hier springen vijf
dingen uit:
Eerste geloofsstelling: Geen bovenmenselijke verzoeking
Er staat niet dat er geen
zware verzoekingen zijn. Ook niet dat het niet heel erg moeilijk kan
zijn. Soms kunnen we zelfs het gevoel krijgen, dat het te zwaar is en
dat het boven onze krachten gaat. We dreigen er onder te bezwijken. Het
is zeker niet de bedoeling om lichtvaardig om te gaan met de moeilijke
omstandigheden in het leven.
Maar de bijbel zegt hier
wèl, dat het niet bovenmenselijk is. Het is een menselijk
probleem. Het behoort bij ons gebroken menszijn. Met de zondeval is dit
onze mensenwereld binnengedrongen. Elk mens maakt het mee, in meer of
mindere mate. Niemand ontkomt er aan. Het is niet bovenmenselijk, maar
menselijk. Dieptragisch menselijk. De hele in zonde gevallen mensheid
is in barensnood en schreeuwt het steeds meer uit in haar weeën,
die hand over hand toenemen.
Maar is Christus dan niet voor ons gestorven? Moeten wij als gelovigen
dat dan ook nog meemaken. Staan wij dan niet in een
uitzonderingspositie? Wij zijn toch erfgenamen van de goddelijke
heerlijkheden? Paulus onderkende deze vragen ook wel en antwoordde in
Rom. 8:23 dat ook wij, die de Geest als eerste gave
ontvangen hebben, zuchten in de verwachting van het Zoonschap
Gods. Als we dit beseffen, is het uiterst belangrijk te weten hoe
we met onze problemen omgaan en hoe we reageren op de moeilijkheden die
op ons afkomen. Dus:‘Hoe ga ik er mee om’. Ik wil uw
aandacht vestigen op 3 dingen:
Een verkeerd reageren verergert onnodig de situatie.
Verzoekingen van de boze kunnen tot positieve beproevingen worden, die
tot loutering en groei leiden. (Dit is het geheim van: alle dingen
werken mee ten goede, voor hen die God liefhebben.)
Beproevingen van Godswege kunnen tot verzoekingen worden door een
verkeerde houding onzerzijds en kunnen leiden tot struikelen en zelfs
vallen.
Tweede geloofsstelling: God is getrouw
Hij laat u niet vallen. Hij
werkt zijn plannen uit. Houdt de hoop maar vast. Laat deze zich maar
stevig vasthaken in de vaste grond van Gods beloften. U ziet nog niet
alles. Dat kan ook niet. Hoop is namelijk het stadium van iets dat nog
niet gezien wordt, maar als een zekerheid wordt ervaren door de
geloofsogen. Dat geldt in het groot voor de naderende wederkomst van
Jezus, maar dat geldt ook voor de dagelijkse dingen van het leven. Er
worden ook voortdurend verwachtingen vervuld, omdat God ook in deze
tijd tekenen geeft, die de gelovigen volgen. De gemeente wordt in de
bijbel getekend als de Bruid van Christus.
In Ef. 5:22-33 wordt het
huwelijk vergeleken met de relatie tussen de Heer en de Gemeente. Het
huwelijk met de Heer is heel gelukkig en heel vruchtbaar. De
geloofswieg behoeft nooit leeg te zijn als u met de Heer wandelt en in
gemeenschap met Hem leeft. Steeds weer wil Hij ook geloofsverwachtingen
vervullen, zodat de kraamkamer van het geloof steeds bezet is. Mogelijk
verzucht u: ‘o, als dat ook eens in mijn leven vervuld zou mogen
worden’. U verlangt naar een meer vruchtbaar leven met de Heer. U
wilt ook zo graag getuigen van uw vervulde verwachtingen.Maar u voelt
zich zo machteloos en onvruchtbaar. Zou dat dan het laatste woord voor
u moeten zijn?
Juist voor hen heb ik een heerlijk woord uit Jesaja 54:1, dat
luidt:‘Jubelt, gij onvruchtbare, die niet gebaard heeft; de Heer
wil de zegen vermeerderen’.
Derde geloofsstelling: Niet boven vermogen
Wat u ook denkt. Wat de
duivel u ook tracht wijs te maken. Geen paniek. De verzoeking gaat niet
boven wat u aankan. Daar staat God garant voor. Hij, die in u is, kan
het aan! Die in u is, is sterker dan dat wat in de wereld is. Satan zou
wel willen, maar God stelt er een grens voor.
Dat wil niet zeggen, dat die grens heel laag ligt. Het kan behoorlijk
hoog gaan, maar God weet uw grens. Deze grens is niet voor een ieder
hetzelfde. Het is als met de pijngrens, die bij de een hoger ligt dan
bij de ander. Jezus zei tegen Petrus en Hij zegt dat tot een ieder van
ons: ‘de satan heeft met alle macht verlangd om je te ziften
zoals de tarwe in de zeef gezift wordt, maar ik heb voor je gebeden,
dat je geloof niet zal ophouden’ (Luc. 22:31).
Is dat niet machtig en ontroerend? Mogelijk zit u wel midden in
zo’n proces. U ligt in de zeef. U wordt heen en weer geslingerd.
U houdt u krampachtig vast. U denkt dat u er elk ogenblik uit kan
vallen en dan... als u over de rand kijkt, staat daar Jezus! Hij
bidt…
Voor een aantal mensen kan dat beeld mogelijk niet kloppen. Jezus moet
voor hen de Man zijn,die altijd gelijk uit de benarde situatie verlost,
maar dit is toch het woord van Jezus zelf. Het gaat om dat kostbare
geloof van Petrus, dat daar diep in de vurige smeltoven gedompeld is om
er sterker uit te komen. Het gaat om het geloof! De kostbare schat van
het geloof, dat sterker wordt door de strijd en de beproeving.
Dat is Jezus veel waard. Hij is zelf door de vurige oven heengegaan.
Hij weet er alles van. Hij heeft het zelf uitgeschreeuwd naar de Vader
toe, of Hij er uit gehaald kon worden. Maar daar leerde Hij, de Zoon
van God, de diepste gehoorzaamheid om tot het kruis te komen en toen
stond de Vader naast de oven en bad dat Jezus getrouw zou blijven tot
de dood. Zo overwon Jezus.
Er is geen andere weg voor ons om tot overwinning te komen. Als u nog
even in de zeef of oven moet blijven om tot een diepere loutering te
komen, onthoudt dan: Hij staat vlak naast u en bidt dat je geloof zal
standhouden, want dat is van eeuwig belang!
Vierde geloofsstelling: Hij geeft met de verzoeking ook de uitkomst
Dat lijkt weer zo’n
paradox. Eerst de oproep om te volharden in de situatie omdat die goed
voor het geloof zou zijn en nu weer de stelling, dat de Heer uitkomst
gaat geven. Hoe moeten we dat nu weer opvatten? Let allereerst op het
tijdstip. Niet er voor en niet er na, maar juist op tijd. Het wil
zeggen, dat elke beproeving, elk probleem, elke verzoeking, de uitkomst
met zich mee draagt. Het hoort bij elkaar. Het zit in één
verpakking. Alleen: het uitpakken van dit laatste onderdeel hebben wij
niet in onze hand, maar ligt in de hand van Hem, die naast de zeef en
naast de oven staat.
Jezus werd verzocht net als wij
‘Want wij hebben geen
hogepriester, die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een, die
in alle dingen op gelijke wijze als wij is verzocht geweest (Hebr.
4:15, 16). Jezus de Hogepriester is verzocht net als wij. De uitkomst
en de hulp wordt verkregen: te gelegener tijd. Laat dit maar gerust in
Zijn handen. Hij weet welk tijdstip het meest gelegen is voor onze
situatie.
Vijfde geloofsstelling: We zullen er tegen bestand zijn
Laten we ook deze belofte
stevig vasthouden. Laat ook dit woord van hoop voor ons zijn als de
trede van de geloofsladder in de weg naar omhoog. Ik ben overtuigd, dat
niemand in staat is de geloofsweg zonder deze treden van hoop te gaan.
Daarom ben ik dankbaar geroepen te zijn om te wijzen op de treden en de
pinnen. Door de prediking de woorden van hoop en verwachting steeds
weer opnieuw te laten horen. Dit is de enige weg om elkaar op te
bouwen. U zou er niet veel aan hebben als ik u maar steeds op elk
gevaar en op elke diepte zou wijzen en u veel angst zou bezorgen. Kijk
maar niet teveel naar beneden. Kijk omhoog, houdt het oog gericht op
elke volgende trede en u zult veilig boven aankomen.
Natuurlijk heb ik ook mijn problemen en mijn zorgen. Maar ik zou een
slechte gids zijn, als ik u daarmede al te veel zou belasten. Ook ik
beklim de ladder, ook ik hang ergens onderweg aan de bergwand en heb
voor elke stap weer een woord van hoop nodig. We zijn als gelovigen met
touwen aan elkaar verbonden. Als er één een stukje valt,
dan moeten de anderen zich wel even extra vastklemmen om deze last op
te vangen, zodat hij of zij zich weer kan herstellen om met elkaar de
weg verder te gaan.We zullen er tegen bestand zijn. De Heer zal ons de
kracht geven. Hij zal ons moed geven en ons boven de problemen
uittillen. Wij kunnen dan uit volle borst zingen: ‘Wij gaan door
in de kracht van Jezus die het al heeft volbracht’.
Er is hoop! Er is een anker, dat vast ligt in Jezus. Vaar maar uit. Ga
maar even aan de boeg staan. Kijk maar even uit over de woelige baren.
Laat de wind maar even door je haren waaien. Haal dan maar even diep
adem en belijdt met de prachtige woorden uit Gezang 194, die bijna 400
jaar geleden gedicht werden:
‘Wie maar de goede God laat
zorgen en op Hem hoopt in ‘t bangst gevaar, is bij Hem veilig en
geborgen, die redt Hij goddelijk, wonderbaar: wie op de hoge God
vertrouwt, heeft zeker op geen zand gebouwd.'
Geniet hier van opwekkingsliederen


















