OVER TUCHT GESPROKEN

Lees de Bijbel   De Bijbel is niet een boek dat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze site kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Ontdek de bron van vrede, het Woord van God: 

Bijbelstudie 815 - OVER TUCHT GESPROKEN

OVER TUCHT GESPROKEN

Lees de BijbelGod is geen God van wanorde, maar van vrede (1 Kor. 14:33). Die vrede ligt in Christus. Hij is onze vrede, want Hij heeft verschillende soorten mensen aan elkaar gesmeed. Met die vrede is egoïsme in tegenspraak. Die vrede schept een orde van liefde, stichting en het inschikken voor elkaar.

De orde en de tucht in de kerk

Wij geloven dat, hoewel het nuttig en goed is dat de regeerders van de kerk onderling een vaste orde instellen en handhaven om het lichaam van de kerk in stand te houden, zij zich er toch voor moeten wachten af te wijken van wat Christus, onze enige Meester, ons geboden heeft1.
Daarom verwerpen wij alle menselijke bedenksels en alle wetten die men zou willen invoeren om God te dienen en daardoor het geweten te binden en te dwingen, op welke wijze dan ook2. Wij aanvaarden dus alleen wat kan dienen om eendracht en eenheid te bevorderen en te bewaren, en allen te doen blijven bij de gehoorzaamheid aan God3.
Hiervoor is vereist de uitsluiting uit de gemeenschap van de kerk overeenkomstig Gods Woord, en wat daarmee verbonden is.

1 1Tim. 3:15. 2 Jes. 29:13; Mat. 15:9; Gal. 5:1. 3 1Kor. 14:33. 4 Mat. 16:19; 18:15-18; Rom. 16:17; 1Kor. 5; 1Tim. 1:20.

Geloven schept ook verplichtingen

Als de gemeente naar haar wezen het lichaam van Christus is, schept dat ook verplichtingen. Wij hebben de dure roeping om als lichaam van Christus ons te onderscheiden van de wereld. De kerk is een vreemdeling op aarde. De kerk die werelds is in haar beleid, leven en denken verliest haar zelfsrespect en het respect van de wereld. Christus was anders dan de wereld.

Op de gemeente rust ook de roeping het lichaam van Christus heilig te houden en niet te laten verontreinigen door dwaling en zonde. Waar geen tucht wordt uitgeoefend, wordt Gods toorn over de gemeente uitgeroepen. In Korinthe waren veel mensen ziek en stierven wegens ontheiliging van het avondmaal.

Tucht geschiedt in het algemeen door de prediking van het Woord. Daarin wordt de waarheid verkondigd en de zonde aangewezen. Tucht geschiedt ook in het persoonlijk vermaan. Wegens het priesterschap van alle gelovigen is dit een zaak van heel de gemeente. Onderlinge tucht begint bij het broederlijke vermaan. Men heeft persoonlijk te waarschuwen of met enkele getuigen. Als al deze pogingen op niets uitlopen, maakt men de zonde van een gemeentelid tot een zaak van de gemeente door het aan de kerkenraad voor te leggen.

De tucht moet worden gehandhaafd in de eerste plaats omwille van de eer van Gods Naam. De wereld buiten de kerk mag niet de indruk krijgen dat in de kerk alles ermee door kan. Dan wordt er een smet geworpen op de Naam van de Heere. In de tweede plaats moet door het uitsnijden van het gezwel van de zonde, het hele lichaam van Gods gemeente worden bewaard voor verontreiniging. In de derde plaats bedoelt tucht de zondaar niet kwijt te zijn, maar te behouden. De ernst van de maatregelen is bedoeld om tot inkeer te brengen. Tucht is derhalve niet juridisch, maar medisch van aard. We wijzen naar het voorbeeld van Christus geen hoer of tollenaar af, maar we nemen wel afstand van de zonde.

 Waarover gaat de tucht?

Op welke terreinen functioneert de tucht? Art. 32 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis spreekt over de discipline in de kerk. Daarin ontdekken wij dat de tucht verder gaat dan alleen het handhaven van de tien geboden. De regeerders van de kerk stellen "een zekere ordinantie in". De menselijke regels die men als kerkenraad stelt, hebben geen waarde in zichzelf zoals de tien geboden, maar moeten dienstig zijn "om eendrachtigheid en eenheid te voeden en te bewaren en alles te onderhouden in de gehoorzaamheid van God". Tegenover de dopersen die afschaffing wensen van alle kerkelijke wetten en orde handhaven wij de noodzaak hiervan. Het is niet verkeerd om vormen en gebruiken vast te leggen. Naar de zeden van een volk en de tijd mogen er voorschriften zijn. Het apostelconvent te Jeruzalem bepaalde dat de heiden-christenen zich zouden onthouden van afgodenoffer, het verstikte en van bloed (Hand. 15). Dat was geen belemmering van de christelijke vrijheid, maar een kerkelijk verbod om Gods gebod om een broeder niet te ergeren concreet gestalte te geven.

Tegelijk moeten de ambtsdragers zich ervoor hoeden dat ze afwijken van en ingaan tegen hetgeen Christus ons heeft verordineerd. Wij mogen de gewetens niet binden door menselijke wetten. Dit is het geval wanneer het niet handhaven van een vorm veel hoger wordt opgenomen dan het leven in zonde tegen Gods geboden. Of als er zinloze en nietszeggende voorschriften worden gegeven. Of als men aan het handhaven van kerkelijke inzettingen de zaligheid verbindt.

De kerk van de Reformatie kenmerkte zich door sterke beginselen met een milde toepassing. Men is in de uitoefening van de tucht beslist en mild geweest. Men heeft afstand genomen van de rigoureuze handelswijze van de dopersen die alle nadruk op de volmaaktheid van de gemeente legden. Reformatoren legden meer nadruk op de tucht in de leer dan in de levenswandel. Een kerk zonder tucht was in hun ogen nog wel een ware kerk van Christus als het Woord er recht werd verkondigd. De Heere leert ons immers ook om niet al te rechtvaardig en niet al te goddeloos te zijn (Pred. 7:16-17). De beslissing valt vooral bij het avondmaal: "Hoewel de onzuiverheid van de samenkomsten verdragen dient te worden, wanneer het Woord wordt gepredikt (...) dient toch de gemeenschap van het avondmaal zuiver te zijn" (Bucer). In de kerk zal een spanning blijven tussen ideaal en werkelijkheid.

Is er nog tucht?

Hoe functioneert de tucht in onze gemeente? Er is wel eens de gedachte dat in de Nederlandse kerken alle tucht is verdwenen. Dat is niet het geval. Wie belijdenis des geloofs wil afleggen, maar hoofdzaken van de christelijke religie loochent of daarin dwaalt, wordt niet in de volle gemeenschap van de kerk opgenomen. Vooral rondom het avondmaal is er sprake van tucht. Wie in concrete zonden leeft, krijgt in een bezoek van ouderlingen de vermaning om zich van de tafel van de Heere te onthouden. Concreet is dat het geval als iemand in de zonde van homosexualiteit, overspel, fraude, ruzie, leugen, zondagsontheiliging, enz. leeft. Naar analogie van het apostelconvent in Hand. 15 verwachten wij van avondmaalgangsters dat zij niet alleen aan de tafel, maar ook in hun normale dagelijkse leven een rok of jurk dragen.

Ook rondom de doop is er sprake van tucht. Wij zullen de doop nooit weigeren, wel uitstellen. Wij weten dat God genadig is tot in het duizendste geslacht. Wij vragen van ouders dat zij trouw meelevend zijn met de kerkelijke gemeente. De doop kan niet worden losgemaakt van het ambtelijk onderwijs (Matth. 28:19). Men kan nooit "ja" zeggen tegen God als men niet elke rustdag publiek Gods Naam belijdt in de openbare kerkgang. Ook hier vragen wij kleding die past bij de identiteit van de gemeente.

Ook rond de kerkelijke bevestiging van het huwelijk is er sprake van tucht. Als een paar een onwettige scheiding achter de rug heeft, kunnen we daar niet publiek Gods zegen aan verbinden. Datzelfde geldt voor het geval dat men heeft samengewoond. Wel is er bij het breken met de zonde, of het zo mogelijk herstellen van het kwaad en schuldbelijdenis altijd een weg terug.

Verbond en tucht

Al in het begin van de Bijbel, in het paradijs, lezen we van tucht. De zonde is dan nog niet de wereld ingekomen en de mens is dan nog een en al oor voor de HERE. We lezen dan in Genesis 2:16: “Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.”
De HERE zegt dat niet om de mens in het paradijs in een beklemmende sfeer te laten leven. De HERE is de Vader die Zijn kind uit liefde waarschuwt. Hij maakt duidelijk wat het goede leven van Zijn kind bedreigt en kan vernietigen. Hij maakt duidelijk wat de verhouding met zijn God en Schepper zou verwoesten.

De HERE gaat vanaf het begin met de mens om op de manier van het verbond. De HERE komt tot de mens met Zijn heerlijke belofte van leven. Hij zal de mens het leven geven en de mens mag Hem als Vader kennen. De mens mag van de liefde en zorg van de HERE genieten. Dit zal voor de onderlinge verhouding tussen de mensen betekenen dat liefde en vrede tussen hen zal heersen. Die heerlijke harmonie zal er zijn zolang de mens volgens Gods wil, volgens Zijn eis leeft.

Als de mens dat niet doet komt Gods straf en verdwijnt de heerlijke vrede met God uit het leven. Die straf komt als Adam en Eva van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten hebben. Wij leven vandaag na de zondeval en moeten met de zonde en de gevolgen van de zonde rekening houden. Daarom is tucht in de zin van straf en vermaning iets geworden wat ons steeds in ons leven omringt. Tucht moet ook zeker in Christus’ gemeente functioneren. De HERE sluit Zijn verbond met de gelovigen en hun kinderen. Dat betekent dat tucht vanuit de relatie met de HERE bij ieder persoonlijk begint. De Here Jezus heeft daarop gewezen in de Bergrede: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: Laat mij de splinter uit je oog verwijderen zolang je nog een balk in je eigen oog hebt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.” Matt 7:3-5

In het verbond moet de tucht bij de zelfbeproeving beginnen. Soms gebruiken mensen deze woorden van de Here Jezus om te zeggen dat je eigenlijk geen tucht in de kerk kan toepassen. Want we zijn allemaal zondig. Elk mens heeft genoeg aan zichzelf en moet zich niet met een ander bemoeien. Eigenlijk zeg je dan wat Kain tegen de HERE zei toen die aan hem vroeg: “Waar is Abel, je broer? Dat weet ik niet antwoordde Kain. Moet ik soms waken over mijn broer?” Gen 4:9
Wanneer mensen in de kerk zeggen dat ze genoeg aan zichzelf hebben, is dat vaak om zon eigen vrijheid te beschermen. Zij willen niet dat anderen hen over hun leven aanspreken. Als mensen zo denken, beseffen ze niet wat het betekent om in verbondenheid met de HERE te leven. Het verbond dat de HERE met ons sluit is juist niet individualistisch. De HERE sluit met ons persoonlijk Zijn verbond maar maakt ons dan ook meteen deel van Zijn volk. Wij zijn binnen de kring van Gods volk, in Christus kerk voor elkaar verantwoordelijk. Wij hebben de verantwoordelijkheid om uit liefde tot God, onze naaste lief te hebben. Wij hebben vooral tegenover onze broeders en zusters in de gemeente in dit opzicht een bijzondere verantwoordelijkheid.
Onderlinge tucht is in Christus kerk een grote en belangrijke opdracht.

Onderlinge tucht in het Oude Testament

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament wordt het woord tucht gebruikt. Een woord dat in het Oude Testament veel voorkomt, is het woord musar. Vooral in het boek Spreuken lezen we dit woord geregeld. De betekenis van dat woord is terechtwijzing, tuchtigen. Het kan een geestelijke terechtwijzing zijn maar ook een lichamelijke straf. Enkele teksten waar we van een lichamelijke straf lezen zijn o.a.:
“Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem, wie hem liefheeft, tuchtigt hem.” Spr 13:24
“Een kind is geneigd tot dwaasheid, de stok wijst het terecht en weerhoudt het ervan.” Spr 22:15
“Onthoud een kind geen onderricht, van stokslagen gaat het niet dood.” Spr 23:13

Het gaat niet alleen om de lichamelijke straf. Ook het terechtwijzen met woorden mag niet vergeten worden. De tucht door onderwijs wordt in een ander deel van het boek Spreuken benadrukt. Dan wordt het woord tokahat gebruikt. Ik wijs hiervoor op Spreuken 5:12 e.v.: “Waarom heb ik wat mij is geleerd verworpen? Elke waarschuwing heb ik veracht. Waarom heb ik niet geluisterd naar mijn leraren? Ik sloot mijn oren voor hun raad. Nu ben ik bijna te gronde gegaan, voor ieders blik, voor het oog van alle mensen.”
Het doel van zowel lichamelijke als geestelijke tucht moet zijn om de ander op de goede weg te laten gaan. De weg die de HERE ons wijst. Het doel van de tucht is om iemand door liefdevolle terechtwijzing bij de HERE te brengen of te houden.

Goede tucht wil de ander redden. Ook dat wordt in het boek Spreuken heel duidelijk. Voorbeelden daarvan zijn o.a.:
15:32,33: “Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort, wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij. Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid, bescheidenheid gaan aan eerbetoon vooraf.”
6:23,24: “Want de lessen van je vader en je moeder zijn een lamp, een licht dat je vermaant en de weg wijst naar het leven. Hun onderricht beschermt je tegen lichtzinnige vrouwen, tegen de gladde woorden van een afgedwaalde vrouw.”

Wat gebeurde er in het Oude Testament als iemand niet wou luisteren? Als iemand hardnekkig in zijn zonde bleef leven, moest de definitieve straf komen. Dan is de desbetreffende persoon vanwege zijn of haar slechte invloed uit het volk gebannen. Een voorbeeld daarvan lezen we in Deut 21:18-21: “Als ouders een opstandige, onhandelbare zoon hebben, die niet naar hen luistert en ook na hardnekkige bestraffing nog niet wil gehoorzamen. Dan moeten zijn vader en zijn moeder hem meevoeren naar de stadspoort en hem aan de oudsten voorgeleiden. Ze moeten tegenover de stadsoudsten verklaren: Onze zoon is opstandig en onhandelbaar. Hij wil niet naar ons luisteren. Hij is een losbol en hij drinkt te veel. De inwoners van de stad moeten hem dan stenigen tot de dood erop volgt. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. Het hele volk van Israel moet erdoor worden afgeschrikt.”

De onderlinge tucht in het Nieuwe Testament

Ook in het Nieuwe Testament staat de tucht in de kerk van Christus in het kader van de opvoeding in het leven met de HERE. Een verschil is dat het nu volk en kerk niet meer hetzelfde is. De tucht is er nu binnen de kerk die niet volksgebonden is.

Juist omdat de leden van Christus’ kerk weten dat ze kinderen van God zijn, is tucht een bewijs van Gods liefde. De Heilige Geest wijst daarop in Hebreeën 12 als de gemeente het goede zicht op de tucht dreigt kwijt te raken. We lezen daar in de verzen 7-11: “Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen voor u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards. 

Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we worden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven? Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in Zijn heiligheid. Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid.”

Hoe leven we de onderlinge tucht uit?

Betekent het toezien op elkaar dat we als spionnen op elkaar moeten letten? Moet we elk ogenblik met achterdocht op de ander letten. Dat is beslist Gods bedoeling niet.

Het is wel heel belangrijk dat wij als gemeente met elkaar meeleven. Dat we elkaar helpen, dat we samen praten en denken. Als iemand in de gemeente dan niet volgens het evangelie van Christus leeft mogen we niet aan de kant blijven staan. Dan mogen we niet zwijgen. Het mag niet zo zijn dat we uit angst voor confrontatie dan maar stil blijven. We mogen dan juist niet zwijgen omdat ons hart naar de ander in liefde uitgaat.

Wat de Heilige Geest in Galaten 6:1 zegt, laat ons zien met wat voor houding we op elkaar hebben toe te zien. Wat is onze houding als wij een broeder of zuster zien zondigen? Reageren we dan vanuit boosheid, geschokt, geërgerd? Voelen we ons dan eigenlijk beter dan die ander? Praten we dan vanuit de hoogte?

Als we geestelijk zijn, door de Geest geleid worden, zullen we niet zo reageren. Het is niet goed om zo te reageren vooral niet wanneer een broeder of zuster ondanks strijd door een bepaalde zonde overvallen wordt. Dan is het juist zo belangrijk dat ons hart naar die broeder of zuster uitgaat. Juist dan is de tijd gekomen om met hem of haar te praten over het leven dat door een bepaalde zonde gevangen is. Het meest onbarmhartig is dan om niets te zeggen, om je afzijdig te houden.

Persoonlijk contact is in die omstandigheden heel belangrijk. Het is hierbij heel belangrijk dat de zonde van die broeder of zuster door ons dan niet aan de grote klok gehangen wordt. Hierbij is heel belangrijk wat de Here Jezus ons in Mattheus 18:15-18 leert. In de omstandigheden dat de zonde van je broeder of zuster alleen in een heel kleine kring bekend is mag je het ook niet aan iemand buiten die kring gaan vertellen met het doel dat die ander er met hem of haar over gaat spreken. Om het dan niet zelf te hoeven doen. Als ik een zonde bij een broeder of zuster zie, heeft de HERE mij de taak gegeven om daarover met hem of haar te praten. Het gesprek dat dan volgt moet in een geest van zachtmoedigheid gevoerd worden. Dat betekent uit liefde en vol van liefde. De Geest leert ons om de ander zo tegemoet te treden. Dan is het goed om de ander te vragen hoe hij tot die zonde gekomen is.

Wanneer in dat gesprek duidelijk wordt dat de ander berouw over zijn zonde heeft. Dat hij zich echt wil bekeren zullen we die ander daarbij zoveel mogelijk willen helpen. Hem zeker niet ontmoedigen. Dat geldt ook als iemand in een zonde leeft die in brede kring bekend is. Als het bezoek van iemand dan door God zo gezegend is dat de ander berouw toont moeten we dat de anderen vertellen en moeten zij niet meer gaan vermanen. Dan moeten we de ander juist bemoedigen.

Dat verder helpen kan betekenen dat we verdere gesprekken voeren. Daarbij is steeds weer heel belangrijk dat de zonde aan Vader in de hemel beleden is en het gebed om vergeving en om kracht tot een breken met de zonde tot de HERE opgaat. Toch is dat niet alles.

Het is ook goed om er samen over te praten hoe je het beste bij een bepaalde zonde wegblijft. Het kan zijn dat bepaalde omstandigheden je in grote verleiding brengen. Als je dat ziet moet je die omstandigheden mijden. Mijden als de pest.
Ook dan is het gebed om de kracht van de Heilige Geest heel belangrijk. De Geest maakt dan ook vindingrijk.

Hoe reageren wij als een zonde van een broeder of zuster bij een groot deel of bij de hele gemeente bekend is? Hoe reageren ambtsdragers als gemeenteleden vragen of het verstandig is die broeder of zuster daar nu op aan te spreken? Moet hij nog bezocht worden als het bezoek van een ander ertoe geleid heeft dat hij nu verdriet over zijn zonde heeft? In een situatie waar duidelijk wordt dat de man die in zonde leefde daarvan nu berouw heeft, is het niet goed dat anderen nog met hun vermaning bij hem komen. Dan zien we ook Gods liefde en barmhartigheid heel concreet. Paulus schrijft over zo’n situatie in 2 Kor 2:6,7
Wanneer geen berouw over de zonde komt, is het belangrijk dat zoveel mogelijk gemeenteleden hun zorg en liefde aan die broeder laten zien door hem op te zoeken en met hem te praten.

Parakaleo (bemoedigen - gave van de Heilige Geest)

Het Griekse woord voor bemoedigen is “Parakaleo”. Het betekent letterlijk “er bij roepen”. Het wordt behalve met bemoedigen ook vertaald met: “terechtwijzen, aansporen, troosten, smeken en onderwijzen”. Het geeft dus een heel scala van intensieve, relationele bekwaamheden aan. “Parakaleo” is de gave om gelovigen te motiveren om de bijbelse principes echt in praktijk te brengen, in het bijzonder als ze ontmoedigd zijn of twijfelen aan hun geloof. Het is de gave om het beste uit mensen te halen, om ze te motiveren hun mogelijkheden te ontwikkelen.

Het verschil tussen iemand met de gave van bemoediging en iemand met de gave van onderwijs is dat onderwijzers zich meer richten op de theoretische waarheid van de tekst, op het verhaal zelf. Mensen met de gave van bemoediging richten zich meer op de principes en vooral op de noodzaak van een praktische toepassing. Ze zeggen: “Dit zijn de principes die je leven kunnen veranderen.” 

Het zijn meestal zeer positief ingestelde mensen. Ze zijn goed in het geven van ideeën en suggesties om anderen op een praktische manier op weg te helpen. Het zijn echte toepassers van het evangelie, to the point als ze zijn. Mensen met deze gave zijn inspirerend, motiverend en op actie gericht. Het is een nuttige gave bij het pastoraat, maar ook bij het onderwijs. Hij kan worden gebruikt in een één-op-één situatie, maar ook voor een groep.

We komen nog even terug op de houding die we tijdens vermaning hebben in te nemen. Ik wil daarbij aandacht vragen voor een van de woorden die in het Nieuwe Testament voor vermanen gebruikt wordt. Dit heeft zowel betekenis voor ambtsdragers als voor de hele gemeente als je geroepen wordt om een ander op zijn of haar zonde aan te spreken.

Het gaat mij nu om het woord parakaleo. Dit woord in het Nieuwe Testament veel gebruikt en heeft meerdere betekenissen. Dit werkwoord betekent: iemand erbij roepen om te helpen, uitnodigen, aansporen, vermanen en troosten.

Wij weten dat de Here Jezus in de Bijbel de Heilige Geest de Trooster(Statenvert, NBG51) of de Pleitbezorger(NBV) noemt. In het Grieks wordt dan het woord: Parakleet gebruikt. Dat woord is van het werkwoord parakaleo afgeleid. Het werk van de Parakleet is om mensen tot Christus als hun Verlosser te brengen. Om ze zo tot de Vader te brengen. Om hen vrede met God te geven.

Deze dingen maken duidelijk dat het vermaan in de gemeente van Christus altijd weer tot doel heeft om mensen bij Christus te brengen. Om hen te laten leven in vrede met God. Het doel is dat de ander Christus als zijn enige troost in leven en sterven kent en zo leeft. Juist daarom hebben we elkaar in de gemeente van Christus steeds aan te spreken. Het mag niet betekenen dat we de zondaar die in een zondig leven blijft volhouden een plaats in de gemeente laten houden. Wie in zonde leeft en zich daarvan niet bekeert, is een gevaar voor de gemeente. Hij moet daarom uit de gemeente en uit het Koninkrijk van Christus gebannen worden. Als het echt nodig is mogen we daarvoor niet terugschrikken. Het moet dan wel gebeuren uit liefde tot God en uit liefde voor Zijn gemeente.

1. Bemoedigen is meer dan schouderklopjes geven

Het viel me op dat in het Grieks “bemoedigen” een ruimer begrip is dan complimentjes geven. Ik ontdekte dit aan het Griekse woord voor bemoedigen. Dit woord “parakaleo” is wel het enige Griekse woord voor bemoedigen, maar heeft daarnaast een veel ruimere betekenis dan wat wij onder bemoedigen verstaan. Het wordt in onze Nederlandse bijbel met wel 6 verschillende woorden vertaald: “smeken (dringend verzoeken), bemoedigen, troosten, terechtwijzen, aansporen en onderwijzen”. Het komt 109 keer voor in het Nieuwe Testament. Letterlijk betekent het: “erbij roepen”. “Para” betekent “bij” en “kaleo” betekent “roepen”.  

2Korintiës 1:3,4

4 (NBG51) die ons troost (parakaleo) in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, troosten (parakaleo) kunnen met de troost (paraklesis, klesis is roeping), waarmede wijzelf door God vertroost worden (parakaleo).
4 (BOEK) Hij troost ons en geeft ons nieuwe moed in alle ontberingen en beproevingen. Hij doet dat, opdat wij anderen kunnen troosten en bemoedigen.
4 (NBV) en ons in al onze ellende moed geeft (parakaleo), zodat wij door de troost (paraklesis) die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven (parakaleo).
“Bemoedigen, moed geven en troosten” zijn verschillende vertalingen van het Griekse woord “parakaleo”, dat elders dus ook nog vertaald wordt met terechtwijzen, aansporen enz.

2. De bedoeling is dat we elkaar er bij roepen en naast elkaar gaan staan om echt in en uit geloof te leven.

De bedoeling is dat we elkaar erbij roepen (bij al die dingen die Rita net heeft geschetst) om elkaar moed te geven.
We moeten God, Jezus, de H. Geest en elkaar er bij roepen om te bemoedigen, aan te sporen, terecht te wijzen, te troosten enz., om in geloof te kunnen leven. Om ons geloof toe te passen, vol te houden enz.

Jezus heeft het evangelie (de waarheid) verkondigd, de deur van Gods koninkrijk geopend, de duivel ontmaskerd en ontwapend, de Heilige Geest gegeven, ons weer bij Zijn Hemelse Vader gebracht. We beleven deze werkelijkheid echter alleen door het te geloven, het is geen zichtbare werkelijkheid. Het functioneert alleen door geloof, door ons geloof. Het geloof is onderdeel van Gods plan. Hij wil dat we leven vanuit ons geloof. Zonder geloof kunnen we niet veranderen, niet groeien, niet volwassen worden. Het nieuwe leven wordt niet op ons geplakt. We maken het onszelf eigen door onze worsteling hiermee in geloof. We moeten worstelen met hetgeen we niet zien, maar waarvan we geloven dat het er is. In deze worsteling is het van groot belang dat we elkaar echt bemoedigen, terechtwijzen, aansporen en troosten.

Hij is niet zo dat God het evangelie bij ons heeft gedropt en het ons nu maar uit laat zoeken. Hij bemoedigt ons op velerlei manieren, d.m.v. vele bronnen: Hijzelf, Jezus, de H. Geest, vele anderen en door jou.

Vers 3: Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost¬
In dit vers staat letterlijk: “de God van alle vertroosting”. God is echter ook de God van alle bemoediging, aansporing en terechtwijzing.

In het kort vier verschillende betekenissen van parakaleo:

Bemoedigen (Tychikus)

Efeziërs 6:21 Opdat ook u weet hoe ik het maak, zal Tychikus, onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient, u alles vertellen. 22 Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken.
Zie ook: 2 Corinthiërs 7:6 (Titus) en 1 Petrus 5:12 (Petrus en Sivanus).

In een klimaat van bemoediging wordt alles anders, dan gaat de wereld op z’n kop.
V.B.: Clouseau en Dreyfuss, de vader die met z’n zoontje in de tuin werkt en Peter Z. die vaak zegt dat we met elkaar profetisch bezig moeten zijn: Wat God van ons vindt, wat God over ons denkt, dat houden we elkaar voor.

We moeten de bemoediging door de ander ook leren zien. Ontdekken op welke manier hij/zij bemoedigt.

Hoe kun je een ander bemoedigen:

- Woorden: Complimenteren. Dit is een manier. Voor mij persoonlijk belangrijk, omdat ik graag praat, mezelf verbaal uitdruk. “Het gezegd te hebben” is voor mij belangrijk. Soms moet dit ook echt en het voor iedereen goed om bemoedigende woorden te spreken, maar er zijn meer manieren:
- Dienen: Sommigen zeggen het niet dat ze je waarderen, maar ze laten het wel zien aan hun daden, hun hulp, hun steun. Je kunt elkaar b.v. geweldig helpen met iets dat de ander moeilijk vindt.
- Cadeautje geven, kaartje sturen. Sommigen zijn hier zeer creatief in, geven er veel geld aan uit en doen er geweldig goed mee. Je laat er zo duidelijk mee zien dat je een ander waardeert.
- Samen iets doen: eten, uitgaan, spontaan op bezoek gaan of iemand opbellen (v.b. gemeentelid)
- Aanraken: een arm op iemands schouder leggen. Als je voor aanraken gevoelig bent, kan dit enorm veel met je doen en je enorm bemoedigen.
- Interesse tonen, aandacht geven, luisteren, ergens naar vragen. We hebben al eerder vastgesteld dat je aandacht geven, het meeste is wat je kunt geven.

Iedereen kan iets doen. Je kunt iets uit de bovenstaande lijst halen

Misschien is het (meer en vaker) leren bemoedigen een eerste stap op de weg waarop God jou meer gaat gebruiken.

Aansporen (Timoteüs)

1 Thessalonicenzen (1–2) Omdat we het niet langer uithielden, besloten we Timoteüs naar u toe te sturen, onze broeder en Gods medewerker in de verkondiging van het evangelie van Christus. Zelf bleven we in Athene achter. Timoteüs moest u sterken en aanmoedigen (of aansporen) in uw geloof,
Zie ook Lukas 3:18 (Johannes de Doper).

Als bemoedigen, aanmoedigen wordt kom je al op aansporen. Het is echt toegestaan, legaal, zelfs van groot belang om elkaar aan te sporen. Kijk maar naar de voorbeelden van aansporing om te: Bidden (Romeinen 15:30), Getuigen (2 Corinthiërs 5:20), heilig te leven (1 Thessalonicenzen 4:1 en 1 Petrus 2:11), elkaar te steunen (1 Thessalonicenzen 5: ), verantwoordelijkheid te dragen (1Petrus 5:1,2) en te blijven geloven (Judas 1:3).
In feite zijn alle 58 “elkaar teksten” aansporingen om elkaar: lief te hebben, te vergeven, te accepteren, te bemoedigen, terecht te wijzen, troosten enz. De kunst is om het ook persoonlijk te doen.

Terechtwijzen (iedereen)

Hebreeën 3:12 Zie er dus op toe, broeders en zusters, dat niemand van u door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, 13 maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van u halsstarrig wordt omdat hij door zonde verleid werd. 14 Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen, blijven we deelgenoten van Christus.

Terechtwijzen gaat nog een stap verder dan aansporen. Soms helpt aansporen niet omdat er zonde in het spel is of omdat iemand, soms ongewild, op een dwaalspoor zit. De zonde of het dwaalspoor moet dan genoemd worden (dat is terechtwijzen), zodat daarna bemoediging en aansporing weer zin heeft.

Terechtwijzen lijkt totaal tegengesteld aan bemoedigen en toch zijn beiden een vertaling van hetzelfde woord. In onze cultuur hebben we zoveel tegenstellingen gecreëerd, veel “of-of” denken. Toch is terechtwijzen ook een vorm van naast de ander gaan staan en heeft het als doel de ander moed te geven. Het is voor ons zo moeilijk omdat het in zo’n negatieve betekenis staat en omdat we elkaar te weinig bemoedigen. In een heel bemoedigend klimaat is terechtwijzing niet zo erg meer.

Terechtwijzen of het geven van kritiek kan heel gevaarlijk zijn. B.v.: Chavigny de la Betronniere, een Franse schrijver die het aandurfde om Koning Louis XIV te bekritiseren, werd 13 jaar gevangen gezet (1685-1698) in de gevangenis van Mont Saint Michel, in een kleine houten kooi.
Ook: Johannes de Doper kostte het zijn leven, toen Hij Herodes terechtwees vanwege overspel (Matteüs 14:3,4)

Dit is de reden dat we er meestal geen zin in hebben, maar zo’n vaart zal het voor de meeste van ons niet lopen. Toch blijft het moeilijk.
Niemand kan echter ontsnappen aan de noodzaak om (opbouwende) kritiek te geven. Het helpt om voordat je een ander terechtwijst, rekening houdt met de volgende stappen:
1. Verplaats je in de ander. Denk eerst na over zijn of haar gevoelens, probeer die hartslag te voelen. Citaat: “Wanneer wij kritiek hebben op iemand, dan is de vraag die ik constant aan mezelf stel, het volgende: Zou ik er anders door worden (Roy Adams)”.
2. Begin altijd met een goed woord. Als je goed nadenkt, kun je bijna altijd punten vinden waarover je het met de ander eens kan zijn en waarin je hem waardeert.
3. Bidt oprecht voor de ander en heb hem oprecht lief.
4. Wees niet veroordelend
5. Meestal kun je het beste elkaar onder 4 ogen spreken en niet per brief of e-mail.
6. Spreek in de “ik – jij vorm”: dus: “ik vind het vervelend dat jij ….” Of: “Ik heb er moeite mee dat en zou graag willen dat jij ….” En niet: “Jij bent altijd ….” Of: “Het is jouw schuld dat ik …. Want jij doet steeds …..”.

Elkaar terechtwijzen is naast bemoedigen ook een groot goed in een gemeenschap. Het biedt enorme kansen: Zondebesef, berouw en de mogelijkheid tot het belijden van zonde, nieuw inzicht, de mogelijkheid om weer op het rechte spoor te (Jakobus 5:19,20).

Wanneer komt het in de maatschappij voor dat men elkaar op een liefdevolle manier terechtwijst? Vaak pas als de bom barst of bij een functioneringsgesprek als het verplicht is.

Troosten (Barnabas)

Handelingen 4:36 Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent.

Als terechtwijzen niet binnenkomt, aansporing niet werkt en bemoediging te kort schiet, dan kun je elkaar nog troosten.

Vertroosting is hier de vertaling van “paraklesis”, dat letterlijk “erbij roeping” betekent.
Het is maar een kleine stap naar het woord “parakleet” dat Jezus in het evangelie van Johannes gebruikt voor de Heilige geest. Het wordt daar vertaald met trooster, maar betekent ook hier letterlijk “degen die erbij wordt geroepen”. In sommige vertalingen wordt het vertaald met “helper”.
De Heilige Geest is degene die naast ons staat, onze ultieme helper, trooster, maar ook bemoediger, terechtwijzer en de aanspoorder. De H. Geest is ook degene die ons helpt om hetzelfde te doen als Hij.

We kunnen elkaar geweldig veel geven en daarom ook geweldig veel onthouden.

We moeten elkaar dus “parakaleo’en”. Laat ik maar zeggen, bemoedigen. We hebben bemoedigers hard nodig, om naast de ander te gaan staan en hem op een of andere wijze moed te geven. Door te bemoedigen, aan te sporen, terecht te wijzen of te vertroosten.

“Denk je dat jij een ander kunt bemoedigen?”
Een goede levenshouding is: Wat kan ik vandaag doen om een ander te bemoedigen.

Bemoedigen (parakaleo’en) is ook een gave van de H. Geest; zie Romeinen 12:8.
In onze bedieningencursus staat hierover:

Hoe moet vermaan ontvangen worden? 

De ambtsdragers hebben ook de verantwoordelijkheid om de gemeente te leren hoe ze met vermaning en terechtwijzing van anderen moeten omgaan.
Wanneer iemand jou aanspreekt en duidelijk maakt dat jij verkeerde dingen gedaan of gezegd hebt, moet het de liefde van Christus zijn die jou met een open gemoed en oor naar die ander laat luisteren. Wij zijn uit onszelf dan heel gauw geneigd om te zeggen: “Wat heb jij met mij te maken!”

Het is voor ons vaak heel moeilijk om eigen zonden te erkennen en vooral als een ander ons daarop persoonlijk aanspreekt. Toch is vermaning van een ander als dit uit en met liefde tot ons komt een zegen. We lezen daarover o.a. in Psalm 141:5 en Spr 27:5,6

Als we het geheel overzien, is het duidelijk dat de onderlinge tucht alleen kan functioneren wanneer de gemeente in liefde tot Christus leeft. Dan hebben de leden van de gemeente echt hart voor elkaar zonder dat ze hard voor elkaar zijn. Dan leven we niet voor onszelf. Waar de onderlinge tucht in praktijk gebracht wordt, groeit de gemeente in het innige leven met Christus. Waar de onderlinge tucht heel slecht of niet meer functioneert, kwijnt het leven met Christus weg.

Als de onderlinge tucht niet functioneert, kan een kerken raad zijn taak niet goed uitvoeren. Dan wordt de tucht die de kerkenraad probeert uit te voeren vaak niet door de gemeente ondersteund worden. De tucht begint n iet bij de kerkenraad maar bij onszelf en daarna ook onderling. Het werk dat de kerken raad doet moet aanvullend zijn bij wat er onderling in de gemeente gebeurt. Het is daarom voor de ambtsdragers heel belangrijk om de onderlinge tucht in de gemeente te stimuleren.

Deutsch
de
English en français fr italiano it Nederlands nl español es português pt Norsk no svenska sv Polski pl čeština cz Slovák sk Magyar hu român ro Български bg hrvatski hr Pyсский ru Türkçe tr عربي ar

       

Heer, wees mijn Gids  -  Come, Now Is The Time To Worship

                              

INFO: DE WEG - DE WAARHEIDHET LEVENFILM - AUDIO

 Meld aub een 'dode link'onder vermelding van de pagina waarop

Please report a ' dead link' onder mention of the page on which

Wie zoekt zal vinden           


www Holyhome.nl

Boeiende Series :

Kijk ook eens op: * Bible Study: The Bible alone!

* L'étude biblique: Rien que la Bible!

* Bibelstudium: Allein die Bibel!

* Software voor Bijbelstudie

Read and Hear the Holy Bible in over 40 languages:


De Statenvertaling is opgenomen in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Het boek der boeken Een stempel gedrukt op de Nederlandse cultuur:


  Webmaster    Assistente

Successfull checked XHTML 1.0 !

Successfull checked CSS version 3!

Waard om te weten :

Een hartelijk welkom op de site
Deze pagina printen
Sitemap
Wie zoekt zal vinden


Vragen naar de weg
Leerzame antwoorden op levens- en geloofsvragen

Hebreeën 4:12 zegt: "Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden"Lees eens: Het zwijgen van God

God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Lees eens:  God's Liefde

Meer weten over de Psalmen, gezangen, liturgieën, belijdenisgeschriften: Catechismus, Dordtse Leerregels en veel andere informatie? . Kijk opOnline-bijbel.nl

Bible-people - stories of famous men and women in the Bible
Bible-archaeology - archaeological evidence and the Bible
Bible-art - paintings and artworks of Bible events
Bible-top ten - ways to hell, films, heroes, villains, murders....
Bible-architecture - houses, palaces, fortresses
Women in the Bible -
 great women of the Bible
The Life of Jesus Christ - story, paintings, maps


Read more for Study - (Apocrypha, Historic Works, Pseudepigrapha, Old Testament Apocrypha, New Testament Apocrypha, New Testament Discoveries, Commentary, New Testament Pseudepigrapha, Egyptian, Babylonian, Ugaritic, Dead Sea Scrolls (NL-uitleg over de rollen)

Bijbel voor Slechtzienden Online       en ook:  Begrippenlijst   -1-   -2-



Spirit24 omdat er meer is