OVER PREDIKING EN PREKEN NAGEDACHT - 13
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
BIJBEL: Het is Gods kracht tot behoudenis voor ieder die gelooft (Romeinen 1:16)
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 |
Velen denken dat ze God niet
nodig hebben. Ze stellen slechts vertrouwen in het beperkte verstand
van de mens
Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een
dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.
Want er staat geschreven: Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en
het verstand der verstandigen zal Ik verdoen. Waar blijft de wijze?
Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze tijd? Heeft God
niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de wereld
in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het
Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die
geloven. Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken
wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een
aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen
zijn, Joden zowel als Grieken, (prediken wij) Christus, de kracht Gods
en de wijsheid Gods. Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en
het zwakke van God is sterker dan de mensen. Ziet slechts, broeders,
wat gij waart, toen gij geroepen werdt: niet vele wijzen naar het
vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken. Integendeel,
wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te
beschamen, en wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat
sterk is te beschamen; en wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht
is, heeft God uitverkoren, dat, wat niets is, om aan hetgeen
wèl
iets is, zijn kracht te ontnemen, opdat geen vlees zou roemen voor God.
Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is
geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat
het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here" (1 Kor.
1:18-31).
Prediking
in de Protestantse Kerken
In samenkomsten van een protestantse gemeente staat de prediking, de
verkondiging van Gods Woord, centraal. Vóór de
prediking
worden een of meer Bijbelgedeelten voorgelezen, waarna in de prediking
zelf de boodschap van de Bijbel aan de verzamelde gemeente wordt
uitgelegd, en wordt aangegeven hoe deze kan worden toegepast in het
dagelijks leven. De preek wordt meestal gehouden door een predikant;
wanneer er geen beschikbaar is, leest in het algemeen een van de
ouderlingen een door een predikant gemaakte preek voor (preeklezen).
Calvijn, de grondlegger van het gereformeerd protestantisme –
er
zijn meer vormen van protestantisme, te denken valt onder andere aan
het lutheranisme –, was zelf een uitnemend prediker. In
Genève preekte hij dagelijks. Hij bepreekte delen van de
Bijbel
achter elkaar in doorgaande lezing, de zogenoemde Lectio Continua.
Naast de prediking kent de eredienst in de protestantse kerken nog de
dienst der gebeden, de samenzang, de uitdeling van de sacramenten en de
dienst der offerranden (collecten).
Over het algemeen zijn de protestantse erediensten sober van karakter.
Men komt samen om Gods Woord, de Bijbel, te horen en leren verstaan. In
de protestantse prediking wordt de aandacht sterk gericht op het
verstaan van de bijbel met het oog op het persoonlijk beleven en leven,
zowel als op het publieke domein en – eventueel –
het
politieke. Daarmee hangt samen een acent op de levenswandel, zoals
wanneer het gaat om de oriëntatie op de vaak moeilijke keuzen
tussen goed en kwaad (ethiek).
Prediking
in de Rooms-Katholieke Kerk
In de katholieke H. Mis spreekt men over de homilie. Deze maakt deel
uit van de Dienst van het Woord. Omdat deze homilie bestanddeel is van
Gods Woord, kan uitsluitend een priester of diaken na de lezing van het
evangelie een homilie houden. De inhoud van de homilie wordt bepaald
door de voorafgegane schriftlezingen en soms ook het herderlijke
schrijven van de bisschop, het bisschoppencollege of de paus.
Bijzondere soorten katholieke preken zijn de vastenpredicaties en
boetepreken.
Met wereldse wijsheid zullen wij er dus niet komen. We hebben
verkondiging nodig
De verkondiging van het evangelie stelt het middel tot
redding
voor aan de mens, ter verheerlijking van God. “Jezus
Christus, en
Die gekruisigd” zou een belachelijke zaak kunnen lijken, als
Christus Zelf niet was “de kracht van God en de wijsheid van
God” (1 Kor. 1:24; 2:2). Hoewel dwaas in de ogen van de mens,
slaagt ze daar waar de grootste wijsheid van de mens volledig failliet
blijkt te zijn, omdat die niet kan voorzien in de nood van de ziel. Het
Woord van God verklaart: “Want daar in de wijsheid van God de
wereld niet door de wijsheid tot kennis van God is gekomen, heeft het
God behaagd door de dwaasheid van de prediking te behouden hen die
geloven” (1 Kor. 1:21). De prediking van het evangelie biedt
aan
hen die verloren zijn het eeuwig heil aan door Christus.
De gezant van Christus heeft een verheven positie. Waarin
bestaat
de kracht van een evangelist? Als de dienstknecht van God niet het
goddelijk inzicht heeft in het geheim van de ware kracht, zal de
confrontatie met de tegenwerkende krachten die overwonnen moeten
worden, hem zo ontmoedigen dat hij wellicht onschriftuurlijke steun zal
zoeken om ze te overwinnen. De natuurlijke mens staat lijnrecht
tegenover de waarheid van God. Het evangelie is voor hem dwaasheid en
wekt in hem boosheid op ten opzichte van de verachte, gehate en
gekruisigde Heer Jezus Christus.
1e De ongelovige vindt in de wereld alles wat beantwoordt aan zijn
vleselijke lusten, en dat bevestigt hem in zijn verwijdering van God.
2e Satan levert actief strijd tegen de Heer Jezus en gebruikt al zijn
listen om de evangelieverkondiging te verhinderen.
Welke middelen heeft de evangelist om de tegenstand van de mens en de
dodelijke invloed van de wereld en de satan te overwinnen?
De
Heilige Geest (meer....)
In zichzelf heeft de prediker geen kracht, maar door genade gaat hij
niet voor eigen rekening ten strijde. De Heer Jezus beloofde de Heilige
Geest te zenden om in de heiligen, Zijn uitverkoren werktuigen, met
kracht te werken. Het doel van de zending van de Geest is:
“de
wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van
oordeel”
(Joh. 16:8). Dat gebeurt niet “in overredende woorden van
wijsheid, maar in betoon van de Geest en van kracht” (1 Kor.
2:4). Op de Pinksterdag heeft een Galilese visser door de Heilige Geest
de Joden ervan beschuldigd dat zij de Heer Jezus naar het kruis hadden
verwezen, en het resultaat van zijn prediking bestond uit drieduizend
bekeerlingen. Het getuigenis van de apostelen werd onderkend als de
kracht van God tot heil door Joodse priesters, Romeinse hovelingen,
slaven enz. De kracht van de predikers was de Heilige Geest (Hand.
5:32). De Heilige Geest is een machtig persoonlijk Getuige en de kracht
van elk waar getuigenis voor Christus (Joh. 14:26).
Het Woord van God
Het geschreven Woord is de geïnspireerde openbaring van God
aan de
mens. Het is het woord van Christus en dat zal de mens oordelen op de
laatste dag (Joh. 12:48). Het is vol goddelijke kracht en gezag. Deze
goddelijke kenmerken verachten of niet aanvaarden is even desastreus
voor de prediker als voor de hoorder (Hebr. 4:12). “Het woord
van
de Heer blijft tot in eeuwigheid’. Dit nu is het woord dat u
verkondigd is” (1 Petr. 1:25). Het is het zwaard van de
Geest,
dat werkt in degenen die geloven (Ef. 6:17; 1 Tess. 2:13).
De bron van de kracht van het getuigenis van Christus in het
evangelie is de Heilige Geest, die werkt door middel van het Woord van
God (2 Kor. 4:7). Dat is de belijdenis van de dienstknecht van
Christus: zijn bekwaamheid komt van God. Wij vinden hiervan een
voorbeeld in Handelingen 4:31, waar wij lezen: “En terwijl
zij
baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden
allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met
vrijmoedigheid”.
Niet naar de mens
De kracht komt van God en niet van de mens. We moeten nooit menselijke
middelen toevoegen, of dat nu wereldse beginselen zijn of menselijk
gesproken verstandige dingen. Als wij dit doen, loochenen wij de kracht
die van God komt. Een ernstige waarschuwing hiervoor is op zijn plaats:
“Welke gemeenschap heeft licht met duisternis?”
(zie 2 Kor.
6:4-16).
In
Korinte handelde de
apostel Paulus in volkomen afhankelijkheid van de kracht van God.
Paulus had Korinte bezocht en wist dat mooie woorden gemakkelijk
overtuigden, zonder dat de waarheid van het onderwerp indruk maakte. En
als een bespiegeling of gedachte op een filosofische wijze aan de
toehoorders werd voorgesteld, dan luisterden zij en waren
geëerd
en gewonnen. Er waren dus middelen om de Korintiërs aan te
trekken
en de prediking aangenaam en populair te maken. Hoe is Paulus verder
gegaan? Lees 1 Korintiërs 2:1-5.
Als de
toehoorders door
welsprekendheid en redeneringen worden aangetrokken – door
wijsheid van deze wereld – dan wordt er op zand gebouwd. Er
is
een goddelijk werk nodig om een goddelijk geloof te ontvangen, daarom
vermijdt Paulus dit slechte fundament. Zijn enige doel was dat hun
geloof niet zou zijn in wijsheid van mensen, maar in de kracht van God.
Het
evangelie aantrekkelijk maken
We zien nog steeds dat het evangelie aantrekkelijk wordt gemaakt.
Dingen worden aangenamer voorgesteld, of de nieuwste methoden worden
aangedragen. Maar het evangelie is krachtig genoeg in zichzelf, want
het is de kracht van God (Rom. 1:16).
De mens
die het woord en de
werken van Christus, de uitmuntendheid en de goddelijke heerlijkheid
van Zijn Persoon haat, is niet geneigd de genade en waarheid van God te
zoeken in de geschiedenis van Zijn liefde en schande op het vloekhout.
De mensen hebben de duisternis lief en haten het licht. De waarheid
aantrekkelijker maken bederft de aard ervan. De evangelist zal de
waarheid van God gebruiken in zijn kracht en eenvoud om het geweten van
de mens wakker te schudden (2 Kor. 2:17). Het evangelie moet niet
worden verlaagd tot het niveau van menselijke voorkeur, dat is
oneerlijk handelen tegenover God.
Hulpmiddelen
bij de prediking
Aantrekkelijke dingen zoals muziek en zang hebben invloed op mensen.
Wij moeten hierin sober zijn. Ze zijn soms op hun plaats, maar meestal
geen garantie voor succes bij het evangeliseren (Gen. 4:21; Job
21:12-14). Bij Israël waren er muziekinstrumenten in de
periode
dat de mens in het vlees op de proef werd gesteld en hij God het beste
mocht brengen dat hij had. Prachtige tempelversieringen, muziek en zang
hadden toen hun plaats.
Wij
moeten bedenken dat dit
de zwakke en eerste beginselen zijn van de wereld, die een beeld en
schaduw zijn van het ware – de lofzang in het hart.
“Spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke
liederen, zingend en jubelend in uw hart tot de Heer” (Ef.
5:19).
De samenzang is de uitdrukking van de harten voor God en dient niet
ertoe om onbekeerden te trekken. Dat is geen eerbied en heilige vrees,
maar het combineren van de eer van God en de aantrekkelijkheid voor
mensen in dezelfde daad! Onze zang is op de eerste plaats voor God.
Is er dan geen plaats voor instrumenten, koor of solo? Wij moeten
bedenken dat dit wereldse elementen zijn, die een plaats hadden in het
jodendom. Als dit de prediking vervangt, is het zonde. Dan vervangt de
muziek Christus! Er zijn altijd mensen die worden aangetrokken door
louter natuurlijke gevoelens (Joh. 2:23-25).
Nuttigheidsbeginselen
passen niet bij de dingen van God, waar het onze eerste plicht is
alleen God te gehoorzamen. Hulpmiddelen zijn niet belangrijk. Waar het
om gaat, is dat wij de kracht van de Heilige Geest en de kracht van het
Woord van God niet moeten onderschatten en niet moeten vervangen door
andere dingen. Hulpmiddelen gebruiken bij het evangeliseren maakt de
waarheid van God vaak krachteloos en dit verlaagt haar. Wij zijn gauw
geneigd te vergeten dat het evangelie Gods kracht is tot behoudenis.
1.
Trinitarisch kader
Toch iets over de inkadering. De bijbeltekst die Herman Bavinck in zijn
werk het meest citeert is 2 Kor 13,13: ‘De genade van de Heer
Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest
zij met u allen.’ Dat geeft aan hoe belangrijk deze tekst
voor
hem is, en het lijkt me terecht. De volgorde in dit vers lijkt me goed
doordacht en bewust gekozen: beginnen met Zoon, via de Zoon kom je bij
de liefde van de Vader, en bij de eenheid gesticht door de Heilige Geest
‘Zijn
in Christus’ moet in dit zelfde trinitarische kader gezien
worden: het
- is een aspect van de genade van de Zoon
- is een uiting van de liefde van de Vader
- gaat om een eenheid gesticht door de Heilige Geest
Of anders gezegd: de Zoon laat ons delen in zijn relatie met de Vader,
door de Heilige Geest.
In het bijbelstheologische deel van mijn onderzoek heb ik op basis van
de NT-teksten twee modellen van ‘zijn in Christus’
gereconstrueerd: een aan de hand van Johannes (2) en een aan de hand
van Paulus (3).
2.
Johannes: de goede herder en de wijnstok
Spreken over zijn in Christus bij Johannes is in het evangelie altijd
spreken van Jezus’ zelf. Het beste is dit spreken te
begrijpen
vanuit het model van wederzijds in elkaar wonen. Hij in ons en wij in
Hem. Ik in jullie en jullie in mij (Jezus is zelf aan het woord).
Daarbij is de relatie tussen Vader en Zoon uitgangspunt. Zoals zij met
elkaar verbonden zijn, zoiets is ook aan de hand in de relatie tussen
Christus en ons.
Het
spreken over in
Christus is in Johannes direct verbonden met een aantal beelden en met
de ‘ik ben’-woorden. Twee daarvan zijn nu van
belang:
a. Goede
herder (Joh 10):
hier komt naar voren de stem van Jezus Christus. De goede herder roept
zijn schapen, en ze volgen zijn stem (vers 3-5.15-16).
Preken is als de stem van de goede herder die roept zodat we hem
volgen.
b.
Wijnstok (Joh 15): hier
wordt aandacht gevraagd voor het onderwijs van Jezus Christus. De
verbinding tussen wijnstok en ranken bestaat onder meer door het woord:
de discipelen zijn rein door het woord, blijven in Hem doordat zijn
woord in ons blijft, door je aan zijn geboden te houden, en verder
maakt de Zoon ons bekend wat Hij van zijn Vader heeft gehoord (vers
3.7.10.15).
Preken is als die woorden van Jezus die rein maken, als woorden die in
ons hart gelegd worden en daar blijven zodat we in Hem blijven en Hij
in ons, het doorgeven van de geboden van Christus, het zijn woorden
gehoord van de Vader en de Zoon.
3.
Paulus: delen in het verhaal van Jezus Christus
Het spreken over zijn in Christus is bij Paulus een van de verbindingen
die hij legt tussen de geschiedenis van Jezus Christus en ons verhaal.
Hij doet dat door verschillende uitdrukkingen: ‘met
Christus’ en daarvan afgeleide samenstellingen, en
‘in
Christus’.
Dit
veronderstelt een verbondenheid tussen Christus en ons, die twee kanten
heeft:
- representatie: Hij vertegenwoordigt ons, onze
plaatsbekleder - participatie: door de Heilige Geest delen wij
in Hem
We delen
zo in het verhaal
van Jezus Christus. Dat delen in de geschiedenis van Christus is al
begonnen (lijden, kruis, sterven, begrafenis), maar nog niet voltooid
(zichtbare heerlijkheid, erfenis, volledige opstanding). We zitten nog
halverwege. En precies voor die tussentijd, voor de periode waarin we
nog incompleet delen in het verhaal van Christus, gebruikt Paulus de
uitdrukking ‘in Christus’. ‘Zijn in
Christus’
laat dus zien: we zitten halverwege het delen in het verhaal van
Christus.
Binnen de brieven van Paulus vind je dan twee submodellen:
- in de meeste, vroegere brieven van Paulus: ‘zijn in
Christus’ is als leven op stille zaterdag, tussen Goede
Vrijdag
en Pasen
- in twee latere brieven (Efeze en Kolosse): ‘zijn in
Christus’ als leven in de hemel, tussen hemelvaart en de
tweede
komst.
Preken moeten dienstbaar zijn aan dat delen in Christus. Ze moeten
eraan bijdragen dat relaties gelegd worden (of ontdekt worden) tussen
de geschiedenis van Jezus Christus en onze eigen biografie.
4.
Zijn in Christus en preken
De balans tot nu toe:
- in preken komt de stem van Jezus Christus tot klinken
- in preken wordt het onderwijs van Jezus Christus doorgegeven
- preken helpen ons delen in de geschiedenis van Jezus Christus
concreet te maken.
Als dat gebeurt, dragen preken eraan bij dat de eenheid met Jezus
Christus gevoed wordt.
Meer
systematische een paar stellingen richting preken:
1. Een prediker kan alleen anderen binnen leiden in het geheim van de
eenheid met Christus, wanneer hijzelf vanuit dat geheim leeft.
2. Een goede preek levert geen theoretische beschouwing over
‘eenheid met Christus’, maar voedt deze eenheid.
3. Ondanks de kritiek van K. Schilder heeft Kierkegaard wel
gelijk: door het woord worden we gelijktijdig met Jezus Christus.
4. De eenheid met Christus heeft een communicatief karakter:
uitnodigend, belovend, gevend. De preek moet daarbij passen.
5. Het biografisch tekort in de (vrijgemaakt-)gereformeerde
theologische traditie moet gecorrigeerd worden. De geschiedenis van
Jezus Christus plaats immers onze eigen biografie in een nieuw kader.
Aanwijzingen
voor het maken van preken
Gemeenteleden
betrekken bij de erediensten
Deze eerste stap is niet alleen vrij ingrijpend, maar ook behoorlijk
bepalend voor de inrichting van erediensten. Het gaat erom de gemeente
en de eredienst dichter bij elkaar te brengen, te zorgen voor een
betere wederzijdse afstemming, zonder natuurlijk ook maar iets van de
kracht van Gods Woord af te doen.
Preekonderwerp
nauwgezet kiezen en verkennen
Na de voorbereiding met een preekwerkgroep volgt nu een methodiek in de
vorm van een stappenplan. De stappen neem je tijdens het maken van de
preek. Niet elke stap is verplicht en ook niet elke stap is voor
iedereen van even groot gewicht. Afhankelijk van de analyse van je
preken maken we samen een keus uit de volgende stappen
Sla een brug
tussen preker en gemeenteleden
De volgende stap is dat je het onderwerp tot leven brengt door het te
concretiseren. De centrale vragen bij deze stap zijn:
- wat kan mijn gemeente met dit onderwerp en
- wat kan dit onderwerp betekenen voor mijn gemeente.
Als predikant ben je immers het medium dat de schakel vormt tussen
gemeente en Gods Woord. Je blikrichting verschuift nu nadrukkelijk
richting de gemeente.
Peil de pijlers
Nu de verbindingen tussen tekst en het leven in de gemeente zijn
gelegd, komt een belangrijke stap. Stel vast wat het eigenlijke
probleem is, de vraag onder de vraag.
Concentreren
op de kern van de boodschap
Na deze verkenningen van beide polen (Gods Woord en Gods gemeente) en
het vaststellen van de onderliggende vragen proberen we de uitkomsten
verder samen te brengen door een doel voor de preek te formuleren en
vervolgens een centrale boodschap.
Kies een
structuur voor de preek
Nu doel en kern -voorlopig- vaststaan en het onderwerp verkend is
vanuit Gods Woord en de gemeente kunnen we gaan nadenken over de opbouw
van de preek. Heel bepalend voor het goed overkomen van de preek is
immers een heldere structuur die voor iedereen goed te volgen is. Dat
vraagt weer stappen: het kiezen van die structuur en het voortdurend
toelichten ervan tijdens de preek.
Schrijf de
inleiding voor de preek
Elke preek begint met een inleiding. De inleiding heeft de functie om
de gemeente in de juiste houding te krijgen voor het preekonderwerp.
Het lezen van de gekozen tekstgedeelten heeft de mensen op een spoor
gezet. Wellicht heb je voor en tijdens die lezingen er al een
toelichting op gegeven. Daarmee heb je de mensen al een eind verder op
weg geholpen.
Stel de inhoud
vast
Deze stap is een van de meest uitgebreide: je gaat nu de inhoud van de
preek schrijven. Je gebruikt het raamwerk dat je bij de vorige stap
hebt vastgesteld. Dat raamwerk moet worden gevuld. Houd bij het
schrijven het doel van je preek voor ogen.
Houd rekening
met de hoorders
Wat wil de hoorder?
Ik zal eerst twee dilemma’s aan de orde stellen. Die twee
dilemma’s moeten duidelijk maken in welke lastige positie de
hoorder zich eigenlijk bevindt. Deze dilemma’s geven een
beklemming waardoor de hoorder zich niet of onvoldoende uitspreekt
Denk na over
goede presentatie
Presenteer de structuur
Zorg dat je gekozen structuur duidelijk is voor je luisteraars. Een
belangrijke functie hierin vervult de Inleiding van je preek (zie bij
stap 6 Inleiding).
Andere middelen om de structuur te presenteren zijn:
Luisteren naar
de preek
Goed luisteren is een hele kunst. Het is de kunst van het bewust
meegaan op de route die gevolgd wordt van het schriftgedeelte naar je
dagelijks leven met God. Net als bij een voetbalwedstrijd is die
betrokkenheid op wat er al prekend gebeurt heel lastig als je de
spelregels niet kent, als je niet weet hoe een dominee z’n
preek
heeft opgebouwd, als je niet door hebt hoe hij je probeert te
overtuigen.
Preekadviezen
van gewone kerkgangers
Een paar lessen aan een toneelschool zou voor vele predikanten
–
ik bedoel niemand persoonlijk – de spreekvaardigheid e.d
vlotter
kunnen maken.
Wees niet bang om het standpunt van hemzelf, van de kerk, van het
evangelie duidelijk te noemen, ook bij onderwerpen die gevoelig liggen
(bv. een duidelijke mening over de islam; abortus; homohuwelijken; hulp
bij steven e.d.) vooral duidelijk standpunt bepalen zodat de kerkleden
weten wat het belijden van hun kerk is en zodat ze zich daarmee kunnen
instemmen of afwijzen en weggaan.
We horen nauwelijks nog de woorden: zonde, hel, verdoemenis, de duivel,
de erfzonde enz. En ook niet over het verbond, de verzoening, de
genadegaven, de uitverkiezing.
Over het algemeen gaat het in de kerk heel keurig en vooral sober; wat
meer spontaniteit zou best mogen.
Vernieuwing
van de Eredienst altijd voortgaande noodzakelijkheid
Is vernieuwing van de eredienst wel noodzakelijk? Bij deze vraag zijn
twee tegenovergestelde benaderingen mogelijk. Je kunt beginnen bij de
eredienst of bij de mens die eraan deelneemt.
De werking van
de de Heilige Geest in de eerste gemeente
Zoals Jezus had beloofd bleven de discipelen niet alleen achter. De
Heilige Geest werd uitgestort en deed hartverwarmend Zijn werk. De
manier, waarop de apostelen omgingen met de werkingen van de Heilige
Geest is tot op zekere hoogte de manier waarop wij vandaag met deze
werkingen zouden kunnen/moeten omgaan. Tot op zekere hoogte; omdat ook
de apostelen feilbare mensen waren, kinderen van hun eigen tijd,
onvolkomen in zelfovergave. Normatief; omdat zij als ooggetuigen van
het leven en werken van de Here Jezus het enige volmaakte voorbeeld van
gehoorzaamheid aan de leiding van de Heilige Geest hebben gezien. Naast
wat in de Evangeliën over Jezus' leven en werken staat
opgeschreven, hadden zij een schat van persoonlijke ervaringen met Hem.
De prediking
vormt het hart van de gemeente
Hier vindt de bediening der verzoening plaats. De Heere gebruikt het
persoonlijk onderzoek van Gods Woord, maar de publieke eredienst heeft
een meerwaarde. Zoals men in het Oude Testament verlangde naar het
heiligdom, zo neemt thans de openbare samenkomst van de gemeente deze
plaats in. Hier is de tegenwoordigheid van de Heilige Geest in het
bijzonder merkbaar in het beslag op de gemeente. Het is niet voor niets
dat men in landen waar christenen worden verdrukt, toch als gemeente
blijft samenkomen. Het zou juist dan verleidelijk zijn om
privé-christen te zijn.
De gemeente wordt geboren uit het Woord van God. De laatste eeuwen
menen velen dat wetenschappelijke ontdekkingen de geloofwaardigheid van
het Woord ondermijnen. Wij erkennen dat het geloof in Gods Woord wel
wordt aangevochten. Tegelijk zijn we ons ervan bewust dat de wetenschap
haar eigen grenzen overschrijdt als ze feiten voor onmogelijk gaat
verklaren. De wetenschap kan alleen beschrijven wat gebeurt en kan
nooit zeggen wat onmogelijk is. Als God onze Schepper is -en dat is
Hij! - dan is Hij bij machte om in onze werkelijkheid te handelen, te
scheppen, doden op te wekken en Zijn Zoon geboren te laten worden.
De kern van de prediking is gegeven met het geloof dat God
drieënig is; Vader, Zoon en Heilige Geest. Dit is een
mysterie.
Vader, Zoon en Heilige Geest vormen niet elk afzonderlijk een derde
deel van God, maar zijn elk God. Toch is er geen sprake van drie goden.
Evenmin is er sprake van dat de Vader meer zou zijn dan de Zoon, of dat
de Vader alleen een manier is waarop God Zich soms aan mensen laat
kennen. De Zoon is een andere persoonlijkheid dan de Vader.
Christus staat in het centrum van de prediking. Tegelijk beseffen we
dat Hij is gezonden door de Vader en gezalfd met de Heilige Geest. Ons
leven wordt gedragen door de diepe overtuiging van de
drieëenheid.
Dit noemen wij trinitarisch-christocentrische prediking. Hieronder
volgt de uitwerking daarvan:
De Vader
Het eigenlijke werk van de Vader is dat Hij deze wereld heeft geschapen
uit het niets. Hij heeft Adam en Eva geplaatst in het paradijs. Het was
zeer goed in Gods ongerepte schepping. Wij hadden vreugde in God. Wij
konden kiezen voor het goede of het kwade. Zouden we deze keuze niet
hebben kunnen maken, dan waren wij niet echt vrij.
De zondeval
Zonder dat er aanleiding voor was, hebben wij het vertrouwen in God
opgezegd. Wij duldden Hem niet boven ons. We hebben door de eenvoudige
daad van het eten van de verboden boom tot uitdrukking gebracht dat wij
zelf op Gods troon willen zitten en onze eigen wetten willen maken
(Gen. 3:1-6). De schuld van deze daad rust op ieder mens, omdat God het
eten van deze boom op de rekening schrijft van ieder (Rom. 5:18-19).
Ieder mens heeft de (eeuwige) dood verdiend (Rom. 3:19). Wij zijn
strafwaardig. Dezelfde neiging die in het hart van Adam was, leeft in
ieders hart. Wij negeren God en verzetten ons tegen Zijn heerschappij.
In de kleinste kinderen blijkt dat zij het kwaad niet hoeven te leren,
maar dat het in hun hart aanwezig is. Alle geweld en oorlogen in deze
eeuw zijn slechts een bevestiging van de belijdenis dat de mens niet
goed is, maar een boos hart heeft. Alle zaden van kwaad leven in ieders
hart.
Wij geloven dat deze donkere werkelijkheid in de prediking van Gods
Woord zonder omwegen aan de orde moet worden gesteld. Geen arts of
psychiater kan deze diagnose stellen. Wij realiseren ons dat de
tijdgeest zeer optimistisch is over de goedheid van de mens. Dat denken
sijpelt ook de kerk binnen. Dat maakt het extra noodzakelijk dit aspect
van Gods Woord te verkondigen. De zonde is zo erg dat het eten van de
verboden boom het hele mensdom voor God verdoemelijk maakt. Ieder
zondaar ligt onder de vloek van God. Wij worden geboren als kinderen
van Gods toorn. We heten zelfs een erfgenaam van de hel. Het erge is
ook dat wij onszelf uit deze situatie niet kunnen en willen verlossen.
Wij maken het alleen maar erger. Wij zijn er beducht voor om onze
verlorenheid slechts oppervlakkig aan te roeren. Het erkennen hiervan
is de eerste stap naar behoud. Zachte heelmeesters maken stinkende
wonden.
Het is fundamenteel voor het christelijk leven dat we de goede
schepping en de diepe zondeval erkennen. Zou er geen sprake zijn van
een goede schepping, dan is alle hoop op verbetering uitgesloten, want
dan hoort het wezenlijk bij deze wereld. Het leert ons ook Gods aardse
gaven te waarderen. Huwelijk, liefde, gezondheid, taal, lichamelijke
schoonheid, intelligentie, kunstzinnigheid en andere talenten zijn
uitnemende gaven van onze Schepper. Zonder de zondeval is het lijden in
deze wereld ons een raadsel. Wie gelooft in de zondeval heeft geen
antwoord op alle vragen, maar ziet wel dat het een wonder is dat zoveel
goeds kwade mensen treft. Gód hoeft Zich niet te
verantwoorden,
maar wij moeten ons verantwoorden voor het kwaad dat wij over Gods
goede schepping hebben gebracht.
Gods onuitsprekelijke Gave
In de prediking klinkt het dat God Die de wereld heeft geschapen, haar
na de zondeval niet heeft losgelaten. Hij heeft de wereld die in het
boze ligt zo lief gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven
(Joh. 3:16). De Vader heet vaak rechtvaardig tegenover de
barmhartigheid van de Zoon. Dat is een verkeerd godsbeeld. De Vader is
barmhartig en rechtvaardig. De Zoon is eveneens barmhartig en
rechtvaardig.
De Vader is het Die een zondaar rechtvaardigt. Dit is zo'n machtig
wonder. Gods wet klaagt de zondaar aan dat hij schuldig staat aan elk
gebod. De zondaar heeft geen verweer en kan alleen maar erkennen dat
hij zwaar en menigmaal heeft misdreven. De advocaat die pleit in dit
hoogste gerechtshof, vraagt geen geld, maar geeft Zichzelf. Hij pleit
niet op verzachtende omstandigheden, maar onderschrijft de schuld van
de zondaar. Hij wijst dan op Zijn betaling en eist op grond van Gods
rechtvaardigheid dat Hij de zonde niet tweemaal zal straffen. Daarop
spreekt God de arme zondaar vrij. De alwetende God ziet geen zonde in
de zondaar. De rechtvaardige God rechtvaardigt de onrechtvaardige
zondaar op grond van de gerechtigheid van Christus. Zo is de moordenaar
aan het kruis even rechtvaardig als Paulus na dertig jaar apostelschap,
ja even rechtvaardig als Christus. Niet slechts Gods genade, maar ook
Gods gerechtigheid is een garantie van de eeuwige zaligheid. Deze
vrijspraak klinkt in de hemel en in het evangelie. Naar de mate van het
geloof heeft de zondaar de troost en kracht hiervan. Dit
rechtvaardigende geloof is per definitie aangevochten. De zondaar ziet
zoveel zonden, terwijl hij moet geloven dat God geen zonde ziet. Het
geloof moet elke week worden gevoed door de prediking (vraag 84 HC).
Gods eeuwig
plan
De verkiezing en de verwerping schrijven we vooral toe aan de Vader.
God bestuurt ons leven en bepaalt wie er zalig wordt en wie niet. Tegen
de tendens om te zwijgen van de verwerping, menen wij dat we ook deze
keerzijde aan de orde moeten stellen. Overigens betekent dat niet dat
de verwerping op dezelfde manier de oorzaak is van de verdoemenis als
de uitverkiezing van de zaligheid (Dordtse Leerregels). Als we Gods
eeuwig plan voorstellen als een systeem, verschillen we niet van de
Islam die ook Gods albestuur belijdt. Allah is echter een god zonder
hart. De verkiezende Vader vraagt geen offer, maar
gééft
het offer van Zijn Zoon. De leer van Gods verkiezing bedoelt ons te
vernederen en tot aanbidding te brengen. Het leert ons dat de zaligheid
buiten onszelf ligt. Dat is verootmoedigend en bevrijdend. In Gods
soevereiniteit schittert het God-zijn van God. Gods eeuwig welbehagen
is het fundament van het evangelie.
De Zoon
Christus is het centrum van de prediking. Als Hij niet wordt
verkondigd, is de prediking leeg. Zonder Hem kunnen allerlei schone en
ware dingen worden gezegd, maar het merg ontbreekt. Wij kunnen niet tot
God komen, maar God komt tot ons. Sterker; God komt niet alleen tot de
mens, maar Hij is Zelf mens geworden. De Heere Jezus is gestorven aan
het kruis en is op de derde dag werkelijk opgestaan. We hebben niet
alleen een vernederde Zaligmaker, maar een Koning Die roemrijk dood en
graf overwon en in de hemel is opgevaren. Hij bidt daar aan de
rechterhand van Zijn Vader. Hij is bezig terug te komen met grote
kracht en heerlijkheid op de wolken van de hemel. Wereldwijd worden er
christelijke gemeenten gesticht en roept God zondaren uit de duisternis
van hun zondige bestaan. Tegelijk gaan ook antichristelijke machten
naar een hoogtepunt. In Zijn wederkomst zullen alle doden worden
opgewekt en Christus zal ieder oordelen. Er zal dan een nieuwe hemel en
een nieuwe aarde worden geboren, zonder verdriet en zonder onrecht.
Wij geloven dat ieder gelovige deel heeft aan Christus. Dat betekent
dat de zwakste gelovige volledig rechtvaardig is in de ogen van de
heilige God. We hebben door het geloof deel aan alle geestelijke
zegeningen in de hemel in Christus (Ef. 1:3). Er zijn in die zin geen
stadia in het leven van de christen. De opwas in de kennis van Christus
betekent niet dat wij via een voorspelbaar geestelijk traject van
ervaringen gaan. Een "second blessing" (doop met de Heilige Geest)
wijzen wij af. We ontvangen niet steeds nieuwe dingen, maar we gaan
steeds dieper en grondiger zien wat ons in de Heere Jezus Christus is
geschonken (1 Kor. 2:12).
Een ernstige
roepstem
Dit evangelie wordt aan alle zondaren verkondigd met bevel van geloof
en bekering. De prijs voor ons behoud is betaald. In Hem is een nieuwe
stand van zaken aangebroken. God is verzoend. Het grootste ogenblik uit
Gods geschiedenis is het kruis. Het voorhangsel van de tempel is
gescheurd om voor altijd te tonen dat de weg naar het hemelse heiligdom
is gebaand. Het offer van Christus is genoeg om ieder te reinigen. Hij
nodigt dan ook alle zondaren zonder onderscheid. Zijn nodiging is
ernstig en welgemeend; hoe diep bewogen was Hij met het onbekeerlijke
Jeruzalem. Wenend roept Hij hen tot Zijn vrede (Luk. 19:41-42). Hij
hangt ons als het ware om de hals en bidt dat wij ons met God laten
verzoenen (2 Kor. 5:20). De grootste misdadigers hebben door alle
eeuwen in Zijn bloed verzoening gevonden. Wij zijn er beducht voor om
karig te spreken over de ruimte in de Heere Jezus Christus. Dat is een
belediging voor Hem.
Hoewel Christus de toorn van God tegen de zonde van het ganse mensdom
droeg (zondag 15) ten behoeve van de uitverkorenen, is de kracht van
Christus' offer een reden om alle zondaren te nodigen tot Zijn heil.
Elke preek druppelt het bloed van Christus op de gemeente. We doen
altijd wat; òf we nemen Christus door het geloof aan
òf
we verwerpen Hem. Het onbekeerd-zijn is niet iets passiefs, maar we
doen dat actief. We moeten iets doen om verloren te gaan; namelijk
Christus Die Zich aan ons geeft, verwerpen. Als we onbekeerd de kerk
uitgaan, achten we het bloed van de Heere Jezus onrein. Ongeloof is
erger dan moord.
Deze krachtige prediking van Christus is nodig om tot de zekerheid van
het geloof te komen. Als we geen zicht hebben op het onvoorwaardelijk
evangelie, zullen we nooit roemen in God om de vergeving van onze
zonden en het recht op het eeuwige leven. De zekerheid van het geloof
is niet anders dan dat we zeker zijn van Hem. De ankergrond voor onze
verslagen ziel ligt niet in onszelf of in onze bekering, maar in Jezus
Christus.
Christus komt tot ons in het gewaad van Zijn Woord, Zijn beloften.
Thomas Boston betrok Joh. 3:27b ("Een mens kan geen ding aannemen, zo
het hem uit de hemel niet is gegeven") op de aanwezigheid van Christus
in het evangelie. Zo is Hij ieder gegeven. Niemand gaat verloren omdat
hij geen Zaligmaker had, maar omdat hij weigerde van deze grote
ambtsdrager gebruik te maken. Zondekennis is nodig, maar het is nooit
een voorwaarde. Wij achten het derhalve niet juist om de beloften te
laten beheersen door de uitverkiezing. Zodoende worden zondaren op
zichzelf teruggeworpen en niet op Gods onwankelbare toezeggingen. Dan
moeten we eerst weten of we zijn uitverkoren en dan kunnen we gelovig
gebruik maken van Gods belofte. Neen, de volgorde moet worden
omgekeerd. Eerst het Woord en dan de persoonlijke toepassing daarvan.
Het geloof rust niet op innerlijke bevinding, maar op het uiterlijke
Woord van God.
Kan Gods Woord aan allen ernstig worden verkondigd, als er sprake is
van Gods eeuwige verkiezing? We doen er beter aan hier de spanning te
laten bestaan dan onze logica te laten heersen. De spanning tussen het
algenoegzame offer van Christus en de persoonlijke verkiezing brengen
we als volgt onder woorden: "Christus is niet voor ieder gestorven,
maar er is voor ieder wel een gestorven Christus" (Thomas Boston).
De Heilige
Geest
Wij geloven in de Heilige Geest. Hij is de grote Verwekker van het
leven. Iedere ademhaling is te danken aan de Heilige Geest. Hij heeft
gezorgd voor het eeuwige Woord van God. De Geest brengt ons tot geloof
in de Zoon van God. Hij werkt op een onnaspeurlijke wijze geestelijk
leven in de ziel.
Er is veel prediking waarin het werk van de Heilige Geest
wordt
verwaarloosd. Er blijft dan een tweeënige God over. De zondaar
is
echter niet alleen schuldig, maar ook onmachtig om de aangeboden
verlossing aan te nemen. We zijn volstrekt blind om de heerlijkheid van
Christus te zien. We zijn in onze wortel vijanden van God. We hebben de
zonde, de wereld en onszelf zo lief, dat we liever verloren gaan dan
uit genade worden behouden.
Het werk van de Geest krijgen wij nooit in de vingers en wij krijgen de
vingers er niet achter. Het is krachtig, maar niet buitenissig. Wij
houden wel van bijzondere dingen, maar Gods Geest werkt op een
geheimenisvolle wijze. Elia verwachtte de Heere in de geweldige
aardbeving, maar Hij was in het suizen van een zachte stilte (1 Kon.
19). Het is niet door kracht en niet door geweld, maar Gods Geest werkt
in in onze ziel (Zach. 4:6).
Kenmerken
prediking
De prediking schiet tekort als we alleen zonde en genade verkondigen
met de oproep tot geloof of een keuze voor Jezus. Daaronder zou Judas
het kunnen uithouden. Geloven is het meest vernederende wat een zondaar
kan beoefenen. Het betekent een rechteloze en goddeloze te zijn voor de
Heere. We worden niet gerechtvaardigd als zoekende en gewillige mensen,
maar als goddelozen. Genade wordt op het schavot bewezen. Het leven met
Jezus betekent sterven met Jezus. Zo bloeien de vruchten van geloof en
bekering op uit een verbroken hart. In het brede kerkelijke leven van
onze tijd zijn kenmerken vaak verdacht, omdat het mensen op zichzelf
zou terugwerpen en niet op Christus. Toch is het is nodig dat we
onszelf toetsen of we deel hebben gekregen aan de nieuwe geboorte.
Zoals een bedrijf niet kan functioneren zonder boekhouding, zo kan het
christelijk leven niet functioneren zonder zelfonderzoek. Het ontdekken
van het gemis van geestelijk leven heeft reeds velen tot bekering
gebracht.
Zonder er iets van af te doen dat wij tot Gods verbond behoren, zal in
de prediking moeten doorklinken dat er twee soorten kinderen van dat
ene verbond zijn; wedergeboren mensen en niet-wedergeboren mensen. De
huiver hiervan moet worden gevoeld. Het is geen vanzelfsprekende zaak
als mensen wel geloven. Het is een groot gevaar als de prediking de
indruk wekt dat ieder reeds gelovig en wedergeboren is. Wedergeboorte
is een machtig wonder van de Heilige Geest. Niet ieder serieuze
kerkganger heeft deel aan Christus. De duivel gelooft zelfs in God en
siddert, maar deelt niet in de verzoening van de Zaligmaker (Jak.
2:19). Het zijn geen enkelingen, maar zelfs velen die menen geloof te
hebben, maar die niet zullen binnengaan in de hemel (Matth. 7:22-23).
Helaas houden velen voor zwak geloof of zelfs sterk geloof dat niet
meer is dan een indruk in het geweten of een beweging van het gevoel.
Men spreekt dan alleen over "groeien" in het geloof en passeert het
"komen" tot geloof. Er is echter geen gradueel, maar principieel
verschil tussen een algemeen besef van zonde en respect voor Jezus
enerzijds en zaligmakend geloof in Hem anderzijds. Wij dienen
onderscheid te maken tussen de uitwendige en de inwendige roeping. Nog
een stapje verder; de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden leert
dat er een wezenlijk onderscheid is tussen algemene en zaligmakende
werkingen van de Heilige Geest (Matth. 25).
Opdracht: onze
oude natuur doden
Het leven uit Christus betekent een wandelen op de smalle weg. We gaan
door een enge poort. De engte ligt niet aan God, maar wel aan ons. We
moeten niet een paar stappen terug doen, maar sterven aan onszelf. Ons
"ik" moet niet slechts worden bijgeschaafd, maar gedood. We worden
nauwelijks zalig. Genade was voor Jezus niet goedkoop, maar evenmin
voor ons. De rechtvaardiging van de zondaar mag nimmer leiden tot
rechtvaardiging van de zonde. We moeten onszelf verloochenen, we kunnen
geen zonde aan de hand houden, we moeten radicaal met de wereld breken.
Bovendien probeert de duivel ons van God af te houden en het op een
accoordje te gooien met de wereld. Het christelijk leven gaat dan ook
niet vanzelf, maar het kost moeite en strijd. Gods kerk is op aarde een
strijdende kerk. Zij strijdt echter wel met alle toewijding. Het is wel
beweerd dat deze "ernst" een product is van de Nadere Reformatie, maar
in de Reformatie was ze reeds voluit aanwezig (vr 114-115 HC).
Gods kinderen groeien op in de kennis van Christus. Ze voelen zich
echter niet steeds grotere gelovigen. Voor hun eigen besef zien ze
steeds meer hun verdorven natuur. De heiliging is geen vrucht van de
rechtvaardiging, maar zowel de rechtvaardiging als de heiliging zijn
vruchten van Christus. De rechtvaardiging blijft in het centrum van het
geestelijk leven staan. Zo bloeit de heiliging op. De rechtvaardiging
is nooit een gepasseerd station (vr 60 HC). Rechtvaardiging en
heiliging staan niet na elkaar, maar naast elkaar. Er is nogal eens
kritiek op prediking waarin de rechtvaardiging van de goddeloze het
hart is. Dit betekent dat we nooit hebben begrepen wat het arme
zondaarsleven inhoudt. Waarschijnlijk hebben we dan niet gepeild hoe
diep de zonde wel is (Anselmus). Als de rechtvaardiging niet een
blijvende plaats behoudt, krijgen we een wettische en krampachtige
heiliging. Juist als we zien dat we niet volmaakt zijn, is het een
geweldige troost als we zien dat het ook niet hoeft. Het onvolmaakte is
geen bewijs dat we geen kind van God zijn.
Een gebroken
christelijk leven
Wij zijn het oneens met de evangelische beweging die meent dat in Rom.
7:14-26 de onwedergeboren mens of de ingezonken gelovige wordt
getekend. Hier is een christen in de kracht van de Geest aan het woord
die van harte kan beamen dat hij een vermaak heeft in de wet van God
naar de inwendige mens (vers 22). Juist de allerheiligsten komen tot de
ontdekking hoe vleselijk ze zijn. Wij komen niet boven de strijd uit.
Er staat een kruis, zelfs door de heerlijkste ervaringen. Het boek Job
maakt ons evenals zoveel psalmen duidelijk dat de aanvechting een
wezenlijke plaats heeft in het geestelijke leven. Het leven met God
verloopt niet altijd gladjes en wij kunnen God niet narekenen. Gods
volk is een ellendig en arm volk, en zo vertrouwen zij op de Naam van
de Heere (Zef. 3:12). Wij worden almeer afgebroken in onszelf en leren
almeer te leven uit Gods beloften alleen. Zo worden wij minder en zo
schittert de Heere Jezus Christus steeds meer (Joh. 3:30). Arm in
onszelf, zijn we rijk in Hem.
Het bovenstaande heeft ook consequenties voor de geestelijke ervaring.
Het is niet zo dat de Heilige Geest alleen blijdschap geeft. De Geest
geeft blijdschap (Rom. 14:17), maar de Geest leert ook zuchten (Rom.
8:26). Het werk van de Geest is overigens niet alleen in ons gevoel,
maar ook in ons verstand en in onze wil. Zegen van God onder de
prediking ontvangen we niet alleen als de snaren van onze ziel gevoelig
gaan trillen, maar ook als we tegen de haren worden ingestreken of niet
meer los kunnen komen van het onderwijs van het Woord.
De Geest is geen automatisme in de bediening van het Woord. Hij kan
Zich zelfs geheel onttrekken zodat de prediking zonder uitwerking
blijft (Jes. 6:9-10). Dit houdt tevens in dat de Geest ook buitengewoon
krachtig kan werken door de prediking. Zo komt het in de gemeente tot
een opwekking waarin Gods kinderen vervuld zijn met de Geest en Zijn
vruchten dragen. Het verschil tussen naamchristenen en ware christenen
komt openbaar. Zelfs de wereld komt onder de indruk en vraagt zich af:
"Wat wil toch dit zijn?"
Tot besluit
De prediking moet het bijbelse evenwicht handhaven. Dat is heel
moeilijk. Voordat we het beseffen wijken we af ter linkerzijde of
struikelen we ter rechterzijde. Beide is even erg. De wet zal in haar
scherpte aan de orde moeten komen, evenals het evangelie in haar
weergaloze ruimte. Wij hebben de waarachtigheid van Gods verbond en
beloften te verkondigen en tegelijkertijd met evenveel nadruk de
noodzaak van persoonlijke wedergeboorte. We handhaven tenvolle de
menselijke verantwoordelijkheid en tegelijk bevestigen we Gods
volstrekte soevereiniteit. We verkondigen het beslissende van de
wedergeboorte en we erkennen het gebrekkige van het leven van het
geloof. Belangrijk is ook dat we bij de prediking niet alleen letten op
de onmiddellijke vruchten, maar ook op de vruchten voor de langere
termijn. We hebben te waken tegen lijdelijkheid enerzijds en tegen
gearriveerdheid anderzijds.


















