evangelie van judas
De vindplaats van materiaal
voor Bijbelstudie, geloofstudie, catechese, school, kring, persoonlijk
geloof, studie thuis, kerk, club, nieuws, godsdienstonderwijs,
zingeving en vooral heel veel mogelijkheden om je Bijbelkennis te
vergroten. Blijf
niet afhankelijk van anderen maar lees zelf de Bijbel. Investeer in
geestelijke rijkdom.
Werpt het Judas-evangelie nieuw licht op 'de
historische Jezus'?
De kopie van dit
evangelie is het meest spraakmakende onderdeel van een codex (boek),
die in Egypte is gevonden en waarschijnlijk rond 350 na Christus
gedateerd moet worden.
Het is
geschreven in hetzelfde koptische dialect als de beroemde
Nag-Hammadigeschriften, die in 1945 werden ontdekt in een kruik in
Egypte. Circa vijfenzeventig procent van de codex is
leesbaar. De tekst is nog niet in het Nederlands beschikbaar !
VOORAF DIT: STELLINGEN BIJ EEN HYPE
Het Evangelie van Judas komt eraan. Alle tekenen wijzen erop. Er is
onrust te bespeuren in de media belooft de Amerikaanse National Geographic Society de verschijning van
een boek met een zonder twijfel massale oplage. Met dit evenement in
het vooruitzicht lijkt het goed om de honger naar de Koptische tekst
nog even te voeden met een opsomming van de elementaire feiten en
non-feiten waarover we nu al beschikken. Hieronder dus wat basis-info
over het Evangelie van Judas in twaalf korte stellingen, een voor
iedere Apostel, plus een dertiende voor de Verrader.
* I. Het Evangelie van Judas
is de titel van een gnostisch geschrift dat met nog twee soortgelijke
geschriften bewaard is gebleven in een Koptische codex uit de
vierde-vijfde eeuw.
* II. De term ‘gnostisch'
verwijst naar een Christelijke stroming (of beter, een verzameling van
dergelijke stromingen) uit de eerste eeuwen van de jaartelling (de
‘gnostiek').
* III. Koptisch is de vorm van het
Oudegyptisch die vanaf de derde-vierde eeuw onder de Christenen van
Egypte als literaire taal naast het Grieks in gebruik was.
* IV. Een codex is een primitief boek,
in dit geval van papyrus en in een leren band. Deze codex telt in
totaal 62 pagina's die merendeels flink beschadigd zijn.
* V. Hoewel de titel anders zou kunnen
doen vermoeden, is het Evangelie van Judas geen Evangelie in de
gebruikelijke zin van het woord. Het is geen chronologisch
exposé (‘verhaal') van het leven en de werken van
Jezus Christus, maar een door de gnostische theologie gekleurde visie
op bepaalde aspecten daarvan.
* VI. Eveneens in weerwil van de titel:
de tekst is zeker niet geschreven door Judas. Wel komt Judas erin voor
en wordt er een interpretatie gegeven van zijn optreden. De titel
verwijst naar de rol van Judas in het geschrift en niet naar Judas als
auteur.
* VII. Het valt categorisch uit te
sluiten dat het Evangelie van Judas informatie verschaft over de
‘historische' Judas.
* VIII. Het valt evenzeer uit te sluiten
dat er nieuwe feiten in onthuld worden over de ‘historische'
Jezus. Het geschrift veronderstelt bekendheid met een of meer van de
canonieke (door de Kerk traditioneel erkende) evangeliën en
kan dus moeilijk ouder of ‘oorspronkelijker' zijn.
* IX. Mogelijk maar niet noodzakelijk is
dit Koptische Evangelie van Judas een vertaling of bewerking van een
Evangelie van Judas dat omstreeks 180 wordt genoemd door de kerkvader
Irenaeus van Lyon. In dat geval zou het geschrift in zijn
oorspronkelijke versie uit de tweede eeuw stammen, de bloeitijd van de
gnostiek.
* X. Dat ‘het Vaticaan', of
welke instantie ook, het Evangelie van Judas sinds de tweede eeuw
verdonkeremaand zou hebben uit angst voor de inhoud is totaal
onhistorisch gedacht en een fabeltje. Met het uitsterven van de
gnostiek vanaf de vierde eeuw zijn dergelijke geschriften uit de
roulatie verdwenen, zoals alle literatuur die niet meer wordt gelezen.
Bedreigend voor de Kerk was het Evangelie van Judas toen ook al niet.
* XI. De inhoud van het Evangelie van
Judas is alleen maar te begrijpen in de context van het gnostische
gedachtegoed en in samenhang met soortgelijke geschriften zoals die
bekend zijn uit, bijvoorbeeld, de vondst van Nag Hammadi. Inderdaad
lijkt de nieuwe codex heel sterk op de Koptische handschriften uit Nag
Hammadi en stamt hij uit dezelfde tijd en regio (Midden-Egypte). De
twee andere teksten in de nieuwe codex zijn dan ook al uit Nag Hammadi
bekend: de Brief van Petrus aan Philippus (NH VIII, 2) en de Eerste
Apocalypse van Jacobus (NH V, 3).
* XII. Het wetenschappelijk belang van
de nieuwe vondst is vooral gelegen in het feit dat deze een nog
onbekend document toevoegt aan de reeds bekende gnostische geschriften
en daarmee bijdraagt aan onze kennis van het vroeg-christelijke denken
in al zijn veelvormigheid. Een revolutie in de bijbelwetenschap of de
kerkgeschiedenis zal het Evangelie van Judas echter niet ontketenen.
* XIII. Wie geïnteresseerd is
in de zieleroerselen van de man van de judaskus kan zich daarover beter
een roman aanschaffen.
Het evangelie van Judas = Vertaling Judasevangelie
Het geheime verslag van de openbaring die Jezus in gesprek met Judas
Iskariot vertelde tijdens de week voorafgaande aan de drie dagen dat
hij Pasen vierde.
Toen Jezus op aarde verscheen, deed hij tekenen en grote wonderen
voor de redding van de mensheid. Terwijl sommigen (wandelden) op de weg
van de rechtvaardigheid en anderen op die van de overtredingen, werden
de twaalf discipelen geroepen.
Hij begint met hen te spreken over de geheimenissen voorbij de
wereld en over wat er zou gebeuren aan het einde. Vaak verscheen Hij
niet als zichzelf aan zijn discipelen, maar werd Hij als kind onder hen
aangetroffen.
Op een dag was Hij met zijn discipelen in Judea, en Hij trof hen
bijeenzittend naar de godsdienstige regel. Toen Hij zijn discipelen
(naderde), bijeenzittend en de dankzegging over het brood uitsprekend,
lachte (Hij).
De discipelen zeiden tot hem: „Meester, waarom lacht u om
ons gebed van dankzegging? We hebben gedaan wat goed is.”
Hij antwoordde en zei tot hen: „Ik lach niet om jullie. (Jullie)
doen dit niet omdat jullie het willen, maar omdat jullie God hierdoor
geprezen wordt.”
Ze zeiden: „Meester, U bent de zoon van onze God.”
Jezus zei tot hen: „Hoe weten jullie dat over mij? Waarlijk (Ik)
zeg jullie, geen geslacht van het volk onder jullie zal dat over mij
weten.”
Toen zijn discipelen dat hoorden, werden ze kwaad en woedend en vervloekten hem in hun hart.
Toen Jezus hun gebrek (aan inzicht) zag, (zei Hij) tot hen:
Waarom voert deze ergernis jullie tot kwaadheid? Jullie God is binnen
in jullie en... heeft jullie in je ziel tot kwaadheid verleid. (Laat)
een van jullie die (sterk genoeg) is onder de mensen, de ware mens
tonen en voor mijn aangezicht gaan staan.”
Ze zeiden allemaal: „Wij zijn zo sterk.”
Maar hun geest durfde niet voor zijn aangezicht te gaan staan, behalve
Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te gaan staan, maar hij kon
hem niet in de ogen te kijken, en hij wendde zijn gelaat af.
Judas (zei) tot hem: „Ik weet wie U bent en waar U vandaan
komt. U komt uit het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet
waard om de Naam uit te spreken van wie U gezonden heeft.”
Jezus, wetende dat Judas nadacht over iets verhevens, zei tot hem:
„Verwijder je van de anderen en Ik zal je de geheimenissen van
het koninkrijk vertellen. Jij bent in staat om dat te bereiken, maar je
zult veel lijden. Want een ander zal jou vervangen, zodat de twaalf
(discipelen) weer aangevuld worden met hun God.”
Judas zei tot hem: „Wanneer gaat U me deze zaken vertellen, en
wanneer breekt de grote dag van het licht aan voor het geslacht?”
Maar toen hij dit zei, verliet Jezus hem.
De volgende morgen, nadat dit gebeurd was, (verscheen) Jezus
opnieuw aan zijn discipelen. Ze zeiden tot hem: „Meester, waar
ging U heen en wat hebt U gedaan toen U ons verliet?”
Jezus zei tot hen: „Ik ging naar een ander groots en heilig geslacht.”
Zijn discipelen zeiden tot hem: „Heer, wat is dat grootse
geslacht dat superieur is aan ons en dat heiliger is dan wij, dat niet
nu in dit rijk is?”
Toen Jezus dit hoorde, lachte Hij en zei tot hen: „Waarom denken
jullie in jullie hart over een sterk en heilig geslacht? Waarlijk (Ik)
zeg jullie, niemand die uit de eon geboren is zal dit (geslacht)
aanschouwen, en geen engelenleger van de sterren zal over dit geslacht
heersen, en geen persoon van sterfelijke geboorte kan er deelgenoot van
zijn, want dit geslacht komt van ... dat ... geworden is. Het geslacht
van mensen onder (jullie) is van het geslacht van menselijkheid ...
kracht die .... (de) andere krachten ... waarmee jullie heersen.”
Toen (zijn) discipelen dit hoorden, raakten ze allen verontrust in hun geest. Ze konden geen woord uitbrengen.
Op een andere dag kwam Jezus naar (hen). Ze zeiden:
„Meester, we hebben U in een (visioen) gezien, we hadden vannacht
grootse (dromen).”
(Hij zei): „Waarom ... terwijl je je verstopt?”
Zij (zeiden: „We zagen) een groot (huis met omvangrijk) altaar
(en) twaalf mannen – ze waren de priesters, dachten we – en
een naam; en een menigte mensen wacht bij het altaar (tot) de priesters
de offers (brengen). (Maar) we bleven wachten.”
(Jezus zei:) „Hoe zagen (de priesters) eruit?”
Ze (zeiden:) „(Sommigen) ... twee weken, (enkelen) offerden hun
eigen kinderen, anderen hun vrouwen, lovend en nederig tegenover
elkaar; sommigen slapen met mannen; enkelen doen aan (slachting);
sommigen plegen een veelheid aan zonden en daden van wetteloosheid. En
de mannen die voor het (altaar) staan, roepen uw (naam) aan, en in al
hun daden van tekort worden offers gebracht om te vervullen...”
Nadat ze dat gezegd hadden, waren ze stil, want ze waren verontrust.
Jezus zei tot hen: „Waarom zijn jullie verontrust?
Waarlijk, Ik zeg jullie, al die priesters voor het altaar roepen mijn
naam aan. Opnieuw zeg ik: mijn naam staat geschreven op dit .... van de
sterrengeslachten door de menselijke geslachten heen. (En zij) plantten
bomen zonder vrucht, in mijn naam, op een schaamteloze wijze.”
Jezus zei tot hen: „Degenen die de offers van het altaar
ontvingen – zo zijn jullie. Dat is de god die jullie dienen, en
jullie zijn die twaalf mannen die jullie zagen. De veestapel die jullie
zagen, gebracht om te offeren, dat zijn de vele mensen die jullie op
een dwaalspoor zetten voor het altaar. ... zullen staan en maken
gebruik van mijn naam op deze manier, en geslachten van vromen zullen
trouw aan hem zijn. Achter hem zal een andere man staan uit de
(overspeligen) en een ander zal daar staan uit de kindermoordenaars, en
een uit degenen die met mannen slapen, en van hen die zich onthouden en
de rest van het volk van smerigheid en wetteloosheid en dwaling, en van
hen die zeggen: Wij zijn als de engelen – zij zijn de sterren die
alles tot het eindspel brengen. Want tot de menselijke geslachten is
gezegd: ,,Kijk, God heeft jullie offer door de hand van priesters
ontvangen’' – dat wil zeggen: een dienaar van dwaling. Maar
het is de Heer, de Heer van het heelal, die opdraagt: ,,Op de laatste
dag zullen ze tot schaamte gebracht worden’'.
Jezus zei (tot hen: ) „Staak het offeren dat jullie ... bij het
altaar, want zij zijn boven jullie sterren en jullie engelen en hebben
het eindspel al bereikt. Laat ze (verstrikt) raken, laat ze gaan...
geslachten ... Een bakker is niet in staat om de hele schepping onder
de (hemel) te voeden.
Jezus zei tot hen: „Staak het gevecht met mij. Ieder van jullie
heeft een eigen ster... maar hij is gekomen om Gods paradijs te
bevloeien en het geslacht dat blijft, want hij zal de (levenswandel)
van dat geslacht niet onteren, maar .... tot in eeuwigheid.”
Judas zei tot (hem: „Rabb)i, wat voor vruchten draagt dit geslacht?”
Jezus zei: „De zielen van het hele mensengeslacht zullen sterven.
Wanneer deze mensen de tijd van het koninkrijk volmaken en de geest
verlaat hen, dan zal hun lichaam sterven maar hun geest zal leven, en
ze zullen worden opgenomen.”
Judas zei: „En wat doen de andere mensengeslachten?”
Jezus zei: „Het is onmogelijk om zaad op de (rots) te zaaien en vruchten te oogsten.
Dit is de wijzen ... het (onteerde) geslacht ... en bederfelijke Sofia
... de hand die sterfelijke mensen gemaakt heeft, zo, dat hun zielen
opstijgen naar het eeuwige rijk boven. (Waarlijk) Ik zeg
jullie...”
Nadat Jezus dat gezegd had, vertrok hij.
Judas zei: „Meester, luister nu naar mij, zoals u ook naar
allen geluisterd hebt. Want ik heb een groots visioen gezien.”
Toen Jezus dat hoorde, lachte hij en zei tot hem: „Jij, dertiende
geest, waarom tob je je af? Maar spreek, en ik zal geduld met je
hebben.”
Judas zei tot hem: „In het visioen zag ik mezelf, terwijl de
twaalf discipelen me stenigden en (me zwaar) vervolgden. En ik kwam op
een plaats ... na U. Ik zag (een huis...) en mijn ogen konden zijn
omvang niet bevatten . Grote mensen stonden er omheen, en het huis
(had) een dak met beplanting en midden in het huis stond een (menigte,
die zei:) ’Meester, haal mij naarbinnen, samen met die
mensen’.”
(Jezus) antwoordde en zei: „Judas, je ster heeft je op een
dwaalweg geleid.” Hij vervolgde: „Geen mens van sterfelijke
geboorte is waard dat huis binnen te gaan, want dat huis is alleen
bedoeld voor de heiligen. De zon noch de maan heersen daar, noch de
dag, maar de heiligen verblijven er altijd, in dat eeuwige rijk met de
engelen. Kijk, ik heb je de geheimenissen van het koninkrijk verteld en
ik heb je onderwezen over de dwaling van de sterren, en ... zend het
naar .... op de twaalf eonen.”
Judas vroeg: „Meester, zou mijn zaad beheerst kunnen worden door de heersers?”
Jezus antwoordde en zei tot hem: „... maar je zult veel lijden
wanneer je het koninkrijk aanschouwt en al zijn geslachten.”
Toen hij dat hoorde, zei Judas tot hem: „Wat heb ik eraan, dat ik
dat ontvangen heb? U hebt mij toch verwijderd van dat geslacht.”
Jezus antwoordde en zei: „Jij wordt de dertiende, en je zult
vervloekt worden door andere geslachten – en je zult heersen over
hen. In het laatste der dagen zullen ze het vervloeken dat je bent
opgestegen tot het heilige (geslacht).”
En een lichtgevende wolk verscheen daar.
Hij zei: „Laat een engel ontstaan om mijn dienaar te zijn”.
Een grote engel, de verlichte goddelijke Zelf Geschapene, verscheen uit
de wolk. Vanwege hem verschenen nog vier engelen vanuit een andere
wolk, en zij werden dienaren van de engel Zelf Geschapene. De Zelf
Geschapene zei: „Laat (...) ontstaan”, en het ontstond ....
En hij (schiep) het eerste hemellicht om over hem te heersen. Hij zei:
„Laat engelen ontstaan om (hem) te dienen”, en ontelbare
aantallen ontstonden. Hij zei: „(Laat) een verlichte eeuwigheid
ontstaan”, en het ontstond. Hij schiep het tweede hemellicht om
daarover te heersen, tezamen met ontelbare aantallen engelen, om
diensten te verlenen. Zo ook schiep hij de andere verlichte
eeuwigheden. Hij liet ze erover heersen, en hij schiep voor hen
ontelbare aantallen engelen om ze terzijde te staan.
Adamas was de eerste verlichte wolk die nog geen engel ooit gezien had
temidden van alle wolken die 'God' genoemd worden. Hij liet de
onkreukbare (generatie) van Seth ontstaan ... de twaalf ... de
vierentwintig .... Hij liet 72 hemellichten ontstaan in de onkreukbare
generatie, in overeenstemming met de wil van de Geest. De 72
hemellichten lieten driehonderd en zestig hemellichten ontstaan in de
onkreukbare generatie, in overeenstemming met de wil van de Geest,
opdat hun aantal vijf voor elk zou zijn.
De twaalf eonen van de twaalf hemellichten vormden hun vader, met zes
hemelen voor elke eon, zodat er 72 hemelen zijn voor de 72
hemellichten, en voor elke (50 van hen 5) uitspansels, voor een totaal
van 360 uitspansels. Hun werd gezag toegekend en een (grote) menigte
engelen (zonder aantallen), voor glorie en aanbidding, (en vervolgens
ook) maagdelijke geesten, voor glorie en aanbidding van al de eonen en
de hemelen en hun firmamenten.
De verzameling van deze onsterfelijken wordt de kosmos genoemd –
dat wil zeggen, verdoemenis –- door de Vader en de 72
hemellichten die bij de Zelf Geschapene horen en zijn 72 eonen. In hem
verscheen de eerste mens met zijn onkreukbare krachten. En de eon die
met dit geslacht verscheen, de eonen waarin de wolk van kennis en de
engel, wordt EL.... eon genoemd ... daarna ... zei: „Laat twaalf
engelen ontstaan om over de chaos en de (onderwereld) te
heersen”. En zie, uit de wolk verscheen een (engel) wiens gezicht
in vuur en vlam stond en wiens verschijning was bezwadderd met bloed.
Zijn naam was Nebro, wat 'rebel' betekent, anderen noemen hem
Yaldabaoth. Een andere engel, Saklas, verscheen uit de wolk. Aldus
schiep Nebro zes engelen – benevens Saklas – om zijn
dienaren te zijn, en die brachten twaalf engelen in de hemelen voort,
en elk van hen kreeg een deel van de hemelen toegewezen.
De twaalf heersers spraken met de twaalf engelen: „Laat elk van jullie ... en laat ze ... geslacht... engelen”.
De eerste is (S)eth, die Christus wordt genoemd.
De (tweede) is Harmatoth, die is ...
De (derde) is Galila.
De vierde is Yobel.
De vijfde (is) Adonaios.
Dit zijn de vijf die heersten over de onderwereld, en bovenal over chaos.
Toen zei Saklas tegen zijn engelen: „Laat ons een menselijk wezen
scheppen naar het beeld en de gelijkenis. Zij vormden Adam en zijn
vrouw Eva, die in de wolk Zoë genoemd wordt. Want onder die naam
benoemen alle geslachten de man en elk van hen noemt de vrouw bij deze
namen. Welnu, Saklas beval niet ... behalve ... geslachten ... deze
.... En de heerser zei tot Adam: „Je zult lang leven, met je
kinderen”.
Judas zei tot Jezus: „Welke lengte van tijd zal het menselijke wezen leven?”
Jezus zei: „Waarom vraag je jezelf dit af, dat Adam en zijn
generatie de spanne tijds heeft geleefd op de plek waar hij zijn
koninkrijk heeft ontvangen, in hoge ouderdom met zijn heerser?
Judas zei tot Jezus: „Sterft de menselijke geest?”
Jezus zei: „Dat is waarom God opdracht gaf aan Michael de
menselijke geest aan hen te leen te geven, zodat ze dienstbaar kunnen
zijn, maar de Grote gaf Gabriel opdracht geesten aan het grote geslacht
toe te kennen zonder een heerser – dat wil zeggen: de geest en de
ziel. Daarom, de (overige) zielen ....
... licht ... rondom ... laat ... geest in je woont in dit vlees
temidden van de generatie van engelen. Maar God zorgde ervoor dat
kennis gegeven werd aan Adam en degenen met hem, opdat de koningen van
chaos en de onderwereld niet de baas over hen zouden spelen.
Judas zei tot Jezus: „En wat zullen die geslachten doen?”
Jezus zei: „Waarlijk ik zeg u, de sterren zullen alleen het werk
voltooien. Als Saklas de tijdspanne die hem is toebedeeld voltooit, zal
hun eerste ster verschijnen met de geslachten, en ze zullen voltooien
wat ze zeiden dat ze zouden doen. Daarna zullen ze ontucht plegen in
mijn naam en hun kinderen afslachten en zij zullen ... en ... mijn
naam, en hij zal ... uw ster over de dertiende eon.''
Daarna lachte Jezus.
(Judas zei:) „Meester, (waarom lacht u ons uit?)”
(Jezus) antwoordde (en zei:) „Ik lach niet om jullie, maar om de
dwaling van de sterren, omdat deze zes sterren ronddolen met deze vijf
strijders, en ze zullen allemaal vernietigd worden, tezamen met hun
schepsels.”
Judas zei tot Jezus: „Luister, wat zullen degenen doen die in Uw naam gedoopt zijn?”
Jezus zei: „Waarlijk, ik zeg (jullie), dit dopen ... mijn naam ...
tot mij. Waarlijk (ik) zeg jullie, Judas, (zij die) aan Saklas offerren ... God ..... alles dat kwaad is.
Maar jij zult ze allemaal overtreffen. Want jij zult de mens opofferen die mij bekleedt.”
Jouw hoorn is al ten hemel gerezen,
je toorn is ontbrand,
je ster is helder getoond,
en je hart is ...
„Waarlijk ... je laatste ... geworden .... treuren .... de
heerser, aangezien hij vernietigd wordt. En dan zal het beeld van het
grote geslacht van Adam worden geprezen, want eerder dan hemel, aarde
en de engelen zal dat geslacht, dat van het eeuwige koninkrijk is,
bestaan. Kijk, alles is je nu verteld. Richt je ogen ten hemel en kijk
naar de wolken en het licht en de sterren er omheen. De ster die de weg
wijst is jouw ster.”
Judas richtte zijn ogen ten hemel en zag de oplichtende wolk, en hij
ging er binnen. Zij die op de grond stonden hoorden een stem uit de
wolk, zeggende ... groot geslacht.....
Hun hogepriesters mompelden want (hij) was het gastenverblijf
binnengegaan voor zijn gebeden. Maar sommige schriftgeleerden hielden
hem nauwlettend in de gaten, want ze waren bang voor het volk aangezien
zij hem allen aanzagen voor een profeet. Zij liepen op Judas toe en
zeiden tot hem: „Waartoe ben je hier? Je bent een ware volgeling
van Jezus.”
Judas antwoordde hem wat ze wilden horen. En hij ontving wat geld en droeg hem over aan hen.
Bron: www.nationalgeographic.com
Lees ook eens het Evangelie van Thomas


















