JEZUS ONZE REDDER
Wat onze Here Jezus voor ons heeft gedaan voor U - voor jou - voor mij
Deze pagina is een globale weergave van hoe de Bijbel er over spreekt.
Het wil je aan het denken zetten. Ga er niet op een ‘wiskundige
manier’mee aan de haal. De Bijbel is geen boek met pasklare
formules !!!
De
evangelist Johannes zegt het volgende over Jezus:
LEES OOK EENS HIER
1. Hij is Goddelijk, Hij is de Zoon van God (1:l‑5, 14, 18).
2. Hij is menselijk, Hij is de Zoon des mensen, de Helper (2:1‑11).
3. Hij is de Goddelijke leraar (3:2 vervolgens).
4. Hij is de zielenwinner (4:7‑29).
5. Hij is de grote geneesheer (5:1‑9).
6. Hij is het brood des levens (6:35).
7. Hij is het water des levens (7:37).
8. Hij is de vriend van zondaars en beschermer van zwakken (8:3‑11).
9. Hij is het Licht der wereld (9:l‑39 ook 8:12).
10. Hij is de Goede Herder (10:11).
11. Hij is de vorst des levens; de opstanding en het leven (11:25).
12. Hij is de koning (12:13‑15).
13. Hij is de dienstknecht (13:4, 5).
14. Hij is de trooster (14:16).
15. Hij is de ware wijnstok (15:1, 5).
16. Hij is de gever van de Heilige Geest (16:5‑15).
17. Hij is de grote voorbidder (17:20, 21).
18. Hij is de gehoorzame tot in de dood (18:11).
19. Hij is het offerlam (19:16‑19 zie ook 1:29).
20. Hij is de overwinnaar over de dood (20:9).
21. Hij is degene, die de berouwvolle zondaar in ere herstelt (21:15‑17).
De kern van het Christelijk Geloof
God heeft de aarde geschapen. Hij heeft hierbij ook mensen gemaakt met
een verantwoordelijkheid. De eerste mensen keerden zich echter tegen
hun Schepper. Dit is de "zondeval". De mensen bleven sindsdien
zondigen. God heeft echter zijn schepping zo lief, dat Hij de
beschadigde relatie weer goed wilde maken en de straf, die op de zonde
staat, wilde wegnemen. Al direkt na "de zondeval" heeft Hij beloofd om
verlossing te geven.
God bestaat uit drie Personen: Vader, Zoon en Geest. Gods Zoon is op
aarde gekomen en Hij heeft, onschuldig aan wat voor zonde dan ook,
de straf op de zonde gedragen. Hij, Jezus Christus, is gestorven
aan het kruis. Na drie dagen is Hij opgestaan uit de dood. Hieruit
blijkt dat Hij de straf op de zonde (de dood) heeft overwonnen.
Voor ieder die dit gelooft is er nieuw leven. Na het sterven wekt Jezus Christus ieder op die Hem heeft willen volgen.
Om Hem te volgen hoeven geen honderden regeltjes strikt te worden
nageleefd. Hem volgen betekent dankbaar zijn voor wat Hij voor ons
heeft gedaan.
Als men de gemiddelde christen vraagt naar het tegenwoordige werk van
Christus dan komt men vaak weer terug op Zijn volbrachte werk, namelijk
Zijn lijden en sterven aan het Kruis. Dit wordt veroorzaakt doordat
veel bijbelteksten, die juist handelen over het tegenwoordige werk van
Christus, worden teruggeredeneerd naar het éénmalige
"offer" wat Hij volbracht aan het Kruis van Golgotha. Veel gelovigen
die nooit verder komen dan het lijden en sterven van onze Heer Jezus,
en hierbij de verkeerde bijbelteksten toepassen op de kruisdood van de
Heer, zullen niet op het idee komen dat onze Heer Jezus Christus,
vandaag de dag, een werk doet niet aan de wereld maar een werk aan ons
die geloven.
Het werk van onze Heer Jezus Christus is onder te verdelen in
verschillende fasen. De werken die Hij doet liggen in elkaars
verlengde. Zijn eerste en reeds volbrachte werk vond plaats toen Hij
als mens op aarde kwam en de verantwoordelijkheid voor de zondige
wereld op zich nam. Dit recht had Hij omdat Hij, volgens het erfrecht,
de "Zoon des Mensen" de erfgenaam van Adam was. Hoewel Hij zonder zonde
was, is Hij tot Zondaar gemaakt. Hij droeg de zonden der wereld, Hij
leed en stierf aan het kruis voor een goddeloze en zondige wereld. Dit
"offer" heeft Hij volbracht. Het feit dat dit werk volbracht is, wekt
bij verschillende gelovigen het idee dat Hij nu niets meer doet. Nu,
het tegendeel is waar. Hij is in de gelovigen "een goed werk begonnen"
zoals de apostel Paulus schrijft in de aanhef van zijn brief aan de
Filippensen. Het huidige werk wat volgt op het volbrachte werk, is de
opbouw van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dit huidige werk wat
begonnen is bij de dood en opstanding van onze Heer Jezus zal
voleindigen op de dag van Jezus Christus. We zullen aan de hand van
diverse Schriftplaatsen deze twee werken bespreken.
Het volbrachte werk van onze Heer Jezus voor de wereld.
Het volbrachte werk van onze Heer Jezus bestond uit het verlossen van
de wereld uit de macht der zonde. Toen God de mens "Adam" schiep, gaf
Hij hem de opdracht om "de aarde te onderwerpen en over haar te
heersen". Adam moest de "hof van Eden" bewaren en uitbouwen. Maar Adam
faalde, hij werd verleid door de Duivel. De mens Adam, en in hem de
gehele mensheid, zondigde en miste zo zijn oorspronkelijke doel
waarvoor God hem geschapen had, namelijk het in Gods naam onderwerpen
van de vijandige wereld.
De wereld zoals wij die nu kennen was een vijandige wereld tegenover
God. Door de val van Satan had God de wereld die toen was geoordeeld,
namelijk vernietigd door water. De wereld van nu werd geschapen uit
deze vorige gevallen schepping. De "zondeval" van Adam was dus
eigenlijk wel voorspelbaar want hij was geformeerd uit de resten van
deze gevallen schepping.
De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. 1 Kor.15:47
Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies
de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.Gen.
2:7.
Omdat Adam zondigde, en de zondige natuur in hem tot uiting kwam,
volgde daaruit dat al zijn nakomelingen ook deze zondige natuur zouden
erven. Op deze wijze zijn alle mensen erfelijk belast met deze zondige
natuur.
Daarom, gelijk door een mens de zonde de wereld is binnengekomen en
door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan,
omdat allen gezondigd hebben Rom 5:12.
De mensheid
was dus verloren, God had als Schepper Zijn Schepping verloren. Als
iemand zijn geld verliest dan is niet het geld de dupe daarvan maar
diegene die het verliest, de eigenaar van het geld. Op gelijke wijze is
God dus verantwoordelijk voor het verliezen van Zijn schepping. Aan
zijn zondige natuur kan de mens niets doen, dit "zonde probleem" is, of
beter gezegd was, het probleem van God.Voordat Hij de in zonde gevallen
wereld herschiep in de dagen van Adam, had de Schepper al voorzien dat
deze "herstelde" wereld een "verlosser" nodig had. God had toen al
bepaald dat Zijn Zoon Jezus Christus de wereld met Hem zou verzoenen.
Zoals door één mens (Adam) de zonde geïntroduceerd
werd in de wereld, zou ook door één Mens de zonde worden
weggedaan
De volgende dag zag hij Jezus tot zich komen en zeide: Zie, het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Joh. 1:29
Gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar
om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. Math. 20:28
Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een
vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die
aan het hout hangt. Gal. 3:13
Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem. 2 Kor. 5:21
In Jesaja 53 staat een uitgebreide beschrijving van wat de Zoon
des Mensen te wachten stond en op welke wijze Hij deze taak op zich zou
nemen
1 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als
een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem
zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben
begeerd.
3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en
vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt;
hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.
4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze
smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door
God geslagene en verdrukte.
5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze
ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was
op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.
6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn
eigen weg, maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen
neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn
mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een
schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet
open.
8 Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn
tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden?
Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest.
9 En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij
in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in
zijn mond is geweest.
10 Maar het behaagde de Here hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Jes. 53: 1-10a
De Zoon des Mensen leed en stierf aan het kruis voor de zonden der wereld.
Toen onze Heer Jezus aan het kruis hing, was er geen vrede tussen God
en Hem. Toen rekende God Hem als zondaar. In onze plaats droeg Hij de
zonden, van zondaren en goddelozen, aan het kruis.Toen was er van Gods
zijde vervloeking en verdoemenis. Het handschrift, de wet gaf kennis
der zonde en veroordeelde de mens. Doch onze Heiland heeft het oordeel
over de zonde en zonden voor ons gedragen.
Door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons
getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het
kruis te nagelen:Kol. 2:14.
In Zijn lijden en sterven droeg Hij de zonden (meervoud, de uitwerking
van de zondige natuur) der wereld. De zonde (enkelvoud, de erfzonde die
wij mee kregen in Adam) werd gedragen doordat onze Heer Jezus de dood
in ging. De zonde heerst namelijk over de mens zolang als hij leeft,
zodra een mens sterft is hij vrij van de zonde (erfzonde) maar draagt
nog wel verantwoording voor de zonden die hij begaan heeft toen hij nog
leefde. Volgens dit principe zal de mensheid dan ook geoordeeld worden
op de Jongste dag, waar zij voor de grote witte troon zullen
verschijnen. Aanvaard men echter het verlossingswerk van onze Heer
Jezus Christus dan is men ook vrij van zijn gedane zonden.
De straf die onze Heer Jezus droeg voor onze zonden, maakte ons voor
God vrij van die straf, alsof wij hem zelf gedragen hadden. De dood die
onze Heer Jezus onderging voor onze zonde, maakte ons vrij van de dood,
alsof wij die zelf ondergaan hadden. Zoals ook 2 Kor. 5:15 zegt :
Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld. 2 Kor. 2:15
Op de hierboven beschreven wijze zijn wij dus door onze Heer Jezus
verlost van de zonden en zonde. Als dit echter alles was dan zouden wij
nog met Hem in de dood zijn. Dan had de overste dezer wereld, de Satan,
toch zijn overwinning behaald. Maar zoals het eind van Jesaja 53 al
vermelde had God een welbehagen in onze Heer Jezus. De dood heeft Hem
niet kunnen vasthouden. God wekte Zijn Knecht, de Rechtvaardige op uit
de dood.
Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij
nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren
zal door zijn hand voortgang hebben.
Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door
zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig
maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen.
Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij
de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en
onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden
gedragen en voor de overtreders gebeden heeft. Jes. 53: 10b - 12
In de opstanding van onze Heer Jezus hebben wij dus pas echt de
verlossing ontvangen. In Hem zou God velen rechtvaardig maken. In Hem
ontvingen wij het nieuwe leven.
Maar ook om onzentwil, wie het zal worden toegerekend, ons, die ons
geloof vestigen op Hem, die Jezus, onze Here, uit de doden opgewekt
heeft,
Die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging Rom 4:24-25
Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk
Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook
wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.
Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood,
zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn
opstanding; Rom. 6:4-5
En indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden.
Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren.Kor. 15:17
Bij Zijn opstanding ontving onze Heer Jezus een positie in de Hemel,
Een Naam boven alle naam. Door Zijn opstanding werd hij de beloofde
Messias, de Christus. Hiermee was dit éénmalige werk
"volbracht" zoals onze Heer Jezus Zijn laatste woorden waren aan het
kruis hangende "het is volbracht". In Filippensen 2 staat Zijn werk
heel kernachtig beschreven in de verzen 5 t/m 10 :
5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was,
6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een
dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.
8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich
vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des
kruises.
9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken,
10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen,
die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn,
11 en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader! Filip. 2 : 5-11
Het huidige werk van onze Heer Jezus Christus voor de Gemeente.
Het volbrachte verlossingswerk van onze Heer Jezus wekt bij nogal wat
gelovigen de indruk dat Zijn werk nu klaar is. Nu is het wel zo dat het
werk aangaande de "zonden der wereld" is volbracht, maar uit de Schrift
blijkt dat er nu ook een "werk" gedaan wordt aan de gelovigen die Hem
aangenomen hebben. Bij Zijn opstanding ontving Christus naast Zijn hoge
positie nog iets anders. Als loon voor Zijn gedane arbeid ontving Hij
van God een "Volk voor Zijn Naam" namelijk de Gemeente. Dit volk, wat
zou bestaan uit eerstelingen van een nieuwe schepping, wordt op vele
plaatsen genoemd als "Hoofd en Lichaam". Hierbij is Christus het Hoofd
en de Gemeente het Lichaam.
Die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken
en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten,
Boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam,
die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw.
En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente,
Die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt. Efez. 1 : 20-23
Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap,
een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te
verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn
wonderbaar licht: 1 Petr. 2:9
Als eerstelingen in Christus zijn wij bestemd voor God en ontvangen
hierdoor een positie in de hemel. Al in het oude testament wordt ons
het principe bijgebracht dat de eerstgeborene, de eerste vruchten van
het land bestemd waren voor God, en zodanig in de tempel "geofferd"
moesten worden. Volgens dit principe is de eerste vrucht van de nieuwe
schepping bestemd voor God.
God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,
Ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, (door genade zijt gij behouden),
En heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus,
Om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te
tonen naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus. Efez. 2:
4-7
De Gemeente wordt gezien als een volk wat "opgeschreven is in de
Hemel". De positie die wij ontvangen in Christus wordt door God
gebruikt als voorbeeld en bewijs van Zijn genade en goedertierenheid.
Dit is een hele speciale positie, die gezien vanuit het oude testament
niet bekend was. Vanuit het oude testament was bekend dat de gelovigen
van toen, zoals Abraham, Izaak, en vele andere gelovigen zouden opstaan
op de Jongste dag en dan (op grond van hun geloof) een nieuwe aarde
zouden bevolken. Dat er dus nu een gelovig volk is dat deze positie in
de hemel ontvangt, is iets bijzonders. Het is het bewijs van Zijn
genade.
Het werk dat onze Heer Jezus Christus dus nu doet is ten behoeve van Zijn Lichaam.
Hij bouwt, reinigt en onderhoud Zijn Lichaam ...... de Gemeente
Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle
ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in
goede werken Titus. 2 : 14
In Handelingen 20 wordt de Gemeente gezien als een kudde schapen :
Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest
u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij
Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft Hand. 20:28
In dit vers staat dat Hij de Gemeente Gods verkregen heeft door Zijn
eigen bloed ? Mocht u hierin zijn lijden en sterven lezen dan mist u de
werkelijke betekenis van dit vers. Zijn eigen bloed is namelijk Zijn
eigen leven nu. Zijn bloed reinigt ons van onze zonden die wij nu
begaan zolang wij ons nog in het oude lichaam bevinden. Zoals het bloed
in uw eigen lichaam een voedende en reinigende werking heeft, zo
reinigt ook Zijn bloed ons van dode werken en voedt ons met Zijn leven.
Dit is werk waarvan u eigenlijk niets merkt, net zoals uw eigen
bloedsomloop die indien u gezond bent geruisloos zijn werk doet.
In veel Schriftplaatsen word er gesproken over het tegenwoordige werk
van Christus. Vaak begint men dan met een terugblik naar het volbrachte
werk en schakelt daarna door naar het huidige werk van Christus. Indien
je deze teksten niet aandachtig genoeg leest loop je de kans het
huidige werk te missen. Lezen we bijvoorbeeld de tekst uit Efeze :
En wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich
voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een
welriekende reuk. Efez. 5:2
Ook dit vers uit Efeze handelt over het tegenwoordige werk van
Christus. Hij heeft Zichzelven overgegeven tot een offerande en een
slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk. Het offer aan het kruis was
géén welriekende reuk !
Ook de tekst in Romeinen 5 is hier een goed voorbeeld van.
6 zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven.
7 Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven; maar
misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven.
8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.
9 Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn
door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn,
behouden worden, doordat Hij leeft; Rom. 5:6-10
Om de verschillen te verduidelijken hebben we de beide werken in dit tekstgedeelte in het volgende schema geplaatst :
Rom. 5
Het volbrachte werk
Het huidige werk
vers 6
Wij waren krachteloos en goddeloos
vers 8 : Christus * is voor ons gestorven toen
wij nog zondaars waren
vers 9 : Veel meer, (dus nog meer Liefde van God) zijn wij
gerechtvaardigd door Zijn bloed. Daardoor worden wij behouden van de
toorn.
vers 10 : Wij waren vijanden en werden
verzoend met God. Veel meer, zullen wij behouden worden door Zijn leven.
* In de beschrijving van het volbrachte werk van onze Heer Jezus, wordt
hier Christus genoemd omdat dit Zijn huidige functie en naam is. Dit
gebeurt veelvuldig in het Nieuwe Testament.
De hogere betekenis van het huidige werk komt al naar voren uit
de toevoeging "veel meer dan" in de verzen 9 en 10. De rechtvaardiging
door Zijn bloed betekend hier niet zijn dood aan het kruis, vers 10
zegt daarop dat wij behouden zijn door Zijn leven. Zijn bloed is dus
Zijn leven, het leven dat Hij ontving bij Zijn opstanding. Was het
volbrachte werk voor de goddelozen en zondaren, welnu het huidige werk
ligt in het verlengde en dit werk wordt gedaan niet aan de wereld maar
aan gelovigen. Zijn bloed, Zijn leven stelt Christus nu beschikbaar aan
ons.
De voetwassing die onze Heer Jezus deed bij Zijn laatste avondmaal is
een uitbeelding van dit huidige werk wat Hij zou gaan doen in de Hemel.
Dat deze reiniging een speciale betekenis had blijkt wel uit vers 7 en
vers 11. De reiniging van de voeten der discipelen staat model voor de
reiniging die Hij nu doet aan de Gemeente. Zoals de discipelen de
voeten werden bevuild door hun aardse rondwandeling, worden ook onze
"voeten" verontreinigd door onze wandel in deze oude schepping. Wij
kunnen onze eigen voeten niet reinigen, we zouden dan weer onder de wet
moeten leven om te bepalen wanneer we onze voeten moeten reinigen. We
zouden dan weer eten van de boom der kennis van goed en kwaad. Een
betere oplossing is dat wij zouden eten van de Boom des Levens en de
reiniging van ons hart, ons geweten aan Christus over te laten. Dat is
vertrouwen op Hem !
Leest u zelf hoe de voetwassing plaatsvond en wat
onze Heer Jezus erover te zeggen had
4 en Hij legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede.
5 Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der
discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord
was.
6 Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zeide tot Hem: Here, wilt Gij mij de voeten wassen?
7 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan.
8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in
eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet was, hebt gij geen
deel aan Mij.
9 Simon Petrus zeide tot Hem: Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!
10 Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de
voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt
rein, doch niet allen.
11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
12 Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen
aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij
wat Ik u gedaan heb?
13 Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het.
14 Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen;
15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender.
17 Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. Joh. 13:4-17
De voetwassing bij de discipelen vond plaats zonder dat daarbij
commentaar kwam van onze Heer Jezus of van de discipelen zelf. De Heer
deed dit werk of het een vanzelfsprekende zaak was. Alleen Simon Petrus
sputterde tegen, onze Heer Jezus zegt tot hem "wat Ik doe, weet gij nu
niet, maar gij zult het na dezen verstaan". In het licht van de brieven
zal Petrus het later wel begrepen hebben dat ook deze "verborgenheid"
handelde over Christus en de Gemeente. Petrus wou zich gelijk weer
helemaal laten wassen. De reactie van de Heere hierop is : iemand die
gewassen is (wedergeboren) hoeft voortaan alleen zijn voeten maar te
laten wassen! Met andere woorden : iemand die de het volbrachte werk
heeft aangenomen kan zijn zonden (geweten van zonden) alleen maar laten
reinigen door de voetwassing van onze Heer Jezus of te wel het Leven,
Bloed van Christus.
Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest
Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons
bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?
Hebr. 9:14
Wat is het resultaat van het niet onderscheiden van deze twee werken van onze Heer Jezus Christus !
Beide werken van onze Heer Jezus Christus spreken over vergeving van
zonden. Indien we de beide werken naast elkaar zetten krijgen we echter
een beter beeld van Zijn huidige werk en de hogere toepassing hiervan
Samenvattend kunnen we dus zeggen :
Door te geloven in het lijden en sterven van onze Heer Jezus, zijn wij verlost van de straf der zonde.
Door te geloven in Christus, die zit aan de rechterhand Gods, worden
wij verlost van de macht der zonde en komen wij tot een "matig,
rechtvaardig en godzalig leven".
Dit is Zijn werk, Hij wil door de Heiligen Geest ons losmaken van het
"zondeleven" van de oude mens, en ons laten leven naar de nieuwe mens.
De Schrift zegt hiervan dat wij hiermee hebben ontvangen "genade op
genade" , "uitnemendheid Zijner genade"Efez. 2:7 of "een overvloed der
genade". Het tweede werk volgt dus uit het eerste maar is van een
hogere kwaliteit.
1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons
vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk
opleggen.
2 Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen.
3 Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen.
4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid
verwacht; buiten de genade staat gij. Gal. 5: 1- 4
Wij zouden deze twee werken van onze Heer Jezus Christus
onderscheiden, al is het maar omdat de Schrift het onderscheidt
duidelijk aangeeft. Wij zouden niet Zijn tegenwoordige werk reduceren
tor het volbrachte werk aan het kruis. Die gelovigen die het
tegenwoordige werk van Christus niet kennen en daaruit niet leven,
zullen met hun zonden weer terug gaan naar het kruis !!!!! Dit is niet
de weg die wij behoren te volgen. Als wij onze zonden weer bij het
kruis neer leggen, kruisigen wij hierbij Christus opnieuw en zullen
niet gereinigd worden. Deze gelovigen zullen dan ook géén
gereinigd geweten hebben ten opzichte van God of onze Heer Jezus
Christus. Zij zullen onder hun zonden en onder de wet blijven leven,
zij leven dus niet allen in de oude schepping, maar praktiseren deze
ook, oordelende wat wel en niet kan.
Zij die dit huidige werk van Christus niet kennen zijn gelijk als Ezau,
die om een spijze (de oude mens) zijn eerstgeboorterecht weggaf.
15 Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade
Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en
daardoor zeer velen zouden besmet worden.
16 Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau,
die voor een spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. Hebr
12:15-16
De gelovige wordt door de Schriften op zijn verantwoording
gewezen om de genade Gods niet te misbruiken. Dit gebeurt o.a. door
bijvoorbeeld gelovigen die de genade gebruiken om onder de wet te
kunnen leven. De wet als “leefregel der dankbaarheid” heeft
men er zelfs van gemaakt. Dit is echter onmogelijk, genade en wet gaan
niet samen. Zoals de wet was gelegd op de oude mens, die gestorven is
aan het kruis. Is de genade verstrekt aan de nieuwe mens, die leeft in
Christus. Zo zijn wij dan vrij van de wet.
1 Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons
vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weder een slavenjuk
opleggen.
2 Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen.
3 Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen.
4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. Gal. 5: 1- 4
Geef acht op de overvloedige genade, het tegenwoordige werk van onze Heer Jezus Christus,
opdat uw geweten gereinigd wordt en u een vrijmoedige toegang hebt tot God.
Wij hebben een vrijmoedige toegang tot de troon der genade, want wij
hebben Christus als getrouw Hogepriester naar de ordening van
Melchizedek. Zoals de wet het voorschreef had Hij, net als alle
voorgaande hogepriesters uit het oude testament, eerst Zijn eigen
zonden beleden (aan het kruis). Daarna kon Hij ingaan in het heiligdom,
om verzoening te doen voor het gehele volk (de Gemeente).
26 Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans
heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet
slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven.
1 Laat de broederlijke liefde blijven.
2 Vergeet de herbergzaamheid niet, want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.
3 Denkt aan de gevangenen, alsof gij met hen gevangen waart; aan
hen, die mishandeld worden, als mensen, die ook zelf een lichaam hebt.
4 Het huwelijk zij in ere bij allen en het bed onbezoedeld, want hoereerders en echtbrekers zal God oordelen.
5 Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met
wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal
u geenszins verlaten.
6 Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een
helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen? Hebr. 12: 26 /
13: 1- 6
De voleinding van Zijn huidige werk aan de Gemeente.
Het werk wat Christus nu doet voor de Gemeente beslaat een bepaalde
periode. Deze periode word door de apostel Paulus de "bedeling der
Genade Gods" genoemd.
1 Daarom is het, dat ik, Paulus, die ter wille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben;
2 Gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven:
3 dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef.
4 Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus,
5 dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden
aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is
aan de heiligen, zijn apostelen en profeten:
6 dit geheimenis, dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden
en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,
7 waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods,
die mij geschonken is naar de werking zijner kracht. Efez 3: 1 -7
Een bedeling is een periode van tijd waarin het schepsel als
individu of als volk beproefd wordt in betrekking tot zijn
gehoorzaamheid aan Zijn Schepper. Volgens dit Bijbelse principe is de
Heilsgeschiedenis te verdelen in zeven op een volgende periodes. Meer
hierover kun je lezen in de brochure Gods Programma en de Bijbelse
Panorama's over dit onderwerp. Gebruik het als stof tot nadenken.
De heidenen werden dus mede-erfgenamen van het Lichaam van Christus.
Jood, Griek of Barbaar konden door geloof naderen tot God een deel
krijgen aan de Gemeente. Een "volk" afgezonderd van de volkeren, met
een hemelse toekomst.
Deze periode waarin onze Heer Jezus Christus Zijn huidige werk aan de
Gemeente doet is begonnen bij Zijn opstanding en zal volbracht zijn bij
"onze openbaring voor de rechterstoel van Christus" 2 Kor. 5:10. ook
wel genoemd "onze toevergadering tot Hem" 2 Thes. 2:1 , of zoals in de
aanhef van de Filippensenbrief :
5 wegens uw deelhebben aan de prediking van het evangelie, van de eerste dag af tot nu toe.
6 Hiervan toch ben ik ten volle overtuigd, dat Hij, die in u een
goed werk is begonnen, dit ten einde toe zal voortzetten, tot de dag
van Christus Jezus. Fil. 1:5-6
Tot op de "dag van Jezus Christus" is gelijk aan "onze openbaring
voor de rechterstoel van Christus" en "onze toevergadering tot Hem" .
Deze gelegenheid heeft in vele kringen de term "opname der Gemeente"
gekregen. Het gaat hier om de gelegenheid waarbij Christus (Hoofd) en
de Gemeente (Lichaam) in heerlijkheid geopenbaard worden (in de hemel).
16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van
een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de
hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;
17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen
op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de
lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen. 1 Thes. 4: 16-17
Het toekomstige werk van Christus.
God zou dus eerstdit volk, de Gemeente (Hoofd & Lichaam) aannemen
door of voor Zijn Naam. Als dat werk voltooid is, en de "opname" heeft
plaatsgevonden, zal Hij zich in eerste instantie richten op het (dan
nog) ongelovige volk Israël. Want de beloften die God gedaan had
aan het volk Israël zijn niet "verscheurd" bij de kruisiging van
onze Heer Jezus. Als God beloftes maakt dan komt Hij deze ook na. De
beloften die Hij deed aan het volk Israël zijn dus nog steeds van
kracht, zoals Simeon verhaalt in Handelingen 15 :
14 Simeon heeft uiteengezet, hoe God van meet aan erop
bedacht geweest is een volk voor zijn naam uit de heidenen te
vergaderen.
15 En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:
16 Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder
opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal
haar weder oprichten, Hand. 15:14 -16
Het werk aangaande het volk Israël zal verdergaan vanaf het
punt waar het werd gestopt. Dit was het moment net voor de dood van
onze Heer Jezus toen Hij vanaf de Olijfberg het overzicht had op de
stad Jeruzalem. Vlak voor het lijden en sterven van onze Heer Jezus had
Zijn volk, Zijn stad Jeruzalem Hem niet gekend of herkend, als De
Verlosser. Het "natuurlijke" Israël (Israël als volk) heeft
Hem niet aangenomen. God verkoos Zich eerst een ander volk (een "ander"
Israël) uit de heidenen voor Zijn Naam zoals het al in het oude
testament was aangekondigd.
De periode waarin God de heidenen bezocht kwam dus tussen liggen tussen
de 69e en de 70e week van Daniël. Het werk met betrekking tot het
volk Israël ging in de ijskast, het volk Israël verdween
onder de andere volkeren. De laatste "jaarweek" die nog miste, in de
reeks van de "70 weken der Jaren", wordt de 70e week van Daniël
genoemd. Zelf onze Heer Jezus wees hierop toen Hij sprak over hoe het
zou zijn in het laatste der dagen.
3 Toen Hij op de Olijfberg gezeten was, kwamen zijn
discipelen alleen tot Hem en zeiden: Zeg ons wanneer zal dat
geschieden, en wat is het teken van uw komst en van de voleinding der
wereld?
4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide!
5 Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.
6 Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen.
Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het
einde is het nog niet.
7 Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen
koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en
aardbevingen zijn.
8 Doch dat alles is het begin der weeen.
9 Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u
doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil.
10 En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten.
11 En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden.
12 En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.
13 Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
14 En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld
gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het
einde gekomen zijn.
15 Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de
profeet Daniel gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het
leest, geve er acht op)
16 (24-15b) laten dan wie in Judea zijn, (24-16) vluchten naar de bergen. Math 24 : 3-16
Het ongelovige volk Israël, wat zich sinds de vestiging van
de Joodse staat in 1948, in Palestina bevindt zal een verbond aangaan
met hun vijanden. Met de intrede van dit verbond zal de laatste
"jaar-week" aanvangen. Een week van 7 jaar, verdeeld in 3½ jaar
vrede en 3½ jaar verdrukking. Aan het eind van deze 7 jaar zal
Jeruzalem verwoest worden, bij deze gelegenheid zal een overblijfsel de
Naam des Heeren aanroepen als laatste middel om te ontkomen aan deze
verwoesting. Dan zijn de woorden uit Zacharia 14 van toepassing :
1 Zie, er komt een dag voor de Here, waarop de buit, op u behaald, binnen uw muren verdeeld zal worden.
2 Dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen;
de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de
vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in
ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid
worden.
3 Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg;
4 zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor
Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor
splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene
helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts;
5 en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het
dal der bergen zal reiken tot Asel; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals
gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de
koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met
Hem. Zach 14: 1-5
God zorgt er Zelf voor dat de heidenen optrekken tegen
Israël en Jeruzalem. De stad zal verwoest worden, de helft zal
"uitgaan in de gevangenis" (sterven en in het dodenrijk nederdalen),
maar "een (gelovig) overblijfsel" zal ontkomen en vluchten de woestijn
in (naar Azal = Petra). Dit is heel in het kort de beschrijving van het
gruwelijke lot deze ongelovige natie te wachten staat.
Met dit gelovig overblijfsel zal de Heer zelf optrekken vanuit Petra
naar het verwoeste land. Zij zullen het land en de stad Jeruzalem
herbouwen. Vandaar uit zal de Heer Zijn beloofde Koninkrijk te vestigen
op aarde. In de periode die daarop zal volgen zal hij de 12 stammen
Israëls terugverzamelen naar het land. Hieruit zullen 144.000
vertegenwoordigers aangesteld worden, die Zijn Naam over de gehele
wereld zullen prediken. Zoals Israël verdrukt werd, zal er ook
verdrukking komen over de gehele wereld. En zoals er alleen redding was
voor een gelovig overblijfsel uit Israël, is er ook alleen redding
voor een gelovig overblijfsel uit de wereld.
Samenvattend kunnen we de werkzaamheden van onze Heer Jezus Christus onderscheiden in de volgende reeks :
· Zijn éénmalige volbrachte werk aan het kruis voor de wereld.
· Zijn huidige werk aan gelovigen uit een volk wat geen volk is (de Gemeente).
· Zijn werk aan gelovigen uit het volk Israël.
· Zijn werk aan gelovigen uit de volkeren in het algemeen.
De laatste twee werken hebben betrekking met de vestiging van het
Koninkrijk Gods op de aarde. In dit Koninkrijk zullen de beloften
gedaan aan Israël uitgewerkt worden. Pas dan zal Jeruzalem een
wereldstad van vrede en vreugde zijn voor de gehele aarde.
Deze pagina is gemaakt in de tijd dat onze Heer Jezus Christus Zijn
werk aan de Gemeente doet, daarom wordt dit werk op deze pagina het
"huidige werk" genoemd. Mocht u deze pagina lezen, nadat dit werk is
voltooid en de Gemeente is opgenomen, dan leeft u in een volgende
bedeling waarin God bezig zal zijn met het werk aangaande Israël
of de volkeren.
Heeft u deze dingen aangaande de staat Israël zien gebeuren of
gebeuren zij in uw dagen, weet dan, dat er ook dan verlossing is in
Christus. Het principe van "al wie de Naam des Heeren zal aanroepen,
zal zalig worden" blijft van kracht. Het mag dan zijn dat u zich in een
andere bedeling bevindt, de weg naar onze Heere Jezus Christus blijft
dezelfde weg, namelijk door geloof wordt u een kind van God.
11 Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
12 Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, een
en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen;
13 want: al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden. Rom 10: 11-13
BLIK IN DE TOEKOMST
Kies dan vandaag wie jij dienen wilt !
Sla
vandaag de juiste richting in !
|